Martin Koolhoven: ‘Ik heb altijd gedacht: ik word later beroemd’

Martin Koolhoven (52) presenteert dit najaar* een nieuw seizoen van zijn filmprogramma De Kijk van Koolhoven. Playboy spreekt de veelgeprezen regisseur over films maken in tijden van cancel culture, zijn chronische writersblock en zijn politieke oriëntatie: “De rechtse lui zien mij als links en de linkse lui zien mij als rechts.”

Verschenen in het aprilnummer van Playboy. (2022)

Een uur na het afgesproken tijdstip komt een gehaaste man de lunchroom naast De Roode Bioscoop aan het Haarlemmerplein in Amsterdam binnen gesneld. Martin Koolhoven, geheel in het zwart gekleed en met een zonnebril op zijn neus die hij de rest van het gesprek niet af zal doen, verontschuldigt zich. Zoals het een verstrooide filmprofessor betaamt, had hij de afspraak verkeerd genoteerd in zijn agenda. Een half uur daarvoor appte hij verschrikt: ‘Ben je er nog’, wat ik met een geruststellend ‘Ja hoor’ kon beantwoorden. Ik had die dag verder toch niets te doen en vulde het verloren uur met het lezen in het veelbesproken De zeven vinkjes van Joris Luyendijk. In dit boek legt de schrijver uit waarom mannen zoals hij—blank, heteroseksueel, opgegroeid in een welgesteld gezin en hoogopgeleid—mijlenver voor liggen op de rest van de maatschappij. Tot mijn grote verrassing, alsof ik van tevoren had bedacht juist dit boek mee te nemen, wordt Martin Koolhoven hierin ook opgevoerd. Luyendijk beschrijft een ontmoeting met de filmmaker in Groningen. Ze hebben een gesprek over hun toekomstdromen als kind. Luyendijk (opgegroeid met zeven vinkjes) en Koolhoven (opgegroeid met vier vinkjes) wilden respectievelijk schrijver en regisseur worden. Voor eerstgenoemde lag dat door zijn privileges gemakkelijk in het verschiet, voor laatstgenoemde niet. Koolhoven is een ‘klassemigrant’. Hij komt uit een milieu waarin het niet vanzelfsprekend is om later intellectuele arbeid te verrichten, maar toch heeft hij zijn droom waar kunnen maken. Hoewel ze veel van elkaar verschillen, hebben beide heren het belangrijkste vinkje met elkaar gemeen. Luyendijk: “Koolhoven en ik zijn allebei mannen. Hadden wij ook zo hoog durven mikken als we in een vrouwenlichaam hadden gezeten?”

En, geef eens antwoord op die vraag?
Ja, ik denk dat ik net zo hoog had durven mikken als ik een vrouw was. Ik heb het boek nog niet helemaal gelezen, maar ik herinner me het gesprek wel. Eén ding heeft hij niet onthouden en opgeschreven, en dat is dat die zeven vinkjes helemaal niet belangrijk zijn in de filmwereld. De zeven vinkjes zijn heel belangrijk in de wereld van de zeven vinkjes—in de politiek en in het bedrijfsleven bijvoorbeeld. In andere sectoren heb je weer andere vinkjes die belangrijk zijn. In mijn periode in de film was het geen handicap om een vrouw te zijn, zoals het nu ook geen handicap is om een andere etnische achtergrond te hebben. Wat wel prettig is, maar zeker niet noodzakelijk, is dat je de juiste mensen kent. Maar nee, een acteur die tweehonderd kilo weegt is meer beperkt dan een acteur die geen universitaire opleiding heeft.

Hoeveel vinkjes heb je zelf?

Ondertussen heb ik ze bijna allemaal, maar ik ben geloof ik opgegroeid met vier vinkjes, in een dorpje in Brabant. Mijn vader was bouwvakker en later gevangenisbewaarder en mijn moeder werkte in de huishouding. Ik ben begonnen op de LTS, maar via allerlei omzwervingen heb ik uiteindelijk de filmacademie gedaan. 

Je bent eigenlijk opgeleid tot timmerman. Had je in die tijd al wel het idee: ik ben voorbestemd om iets anders te gaan doen dan timmeren?

Het is heel gek, het is ook op niets gebaseerd, maar ik heb altijd gedacht: ik word later beroemd. Ik vind het een beetje gênant om te vertellen, want het was helemaal niet mijn doel om beroemd te worden, maar ik had wel het gevoel dat ik later ergens in zou uitblinken. Ik dacht eigenlijk dat ik schrijver zou worden, want ik was altijd bezig met het schrijven van verhalen, maar popzanger of voetballer sloot ik ook niet uit. Het is een soort grootheidswaan als gevolg van een minderwaardigheidscomplex. Tallulah (Hazekamp Schwab, zijn vriendin, red.) zegt dat ik daarom ook altijd zo schreeuw. Ik wil dat de mensen mij horen.

Had je door die omzwervingen een achterstand op de filmacademie?

Nee, ik zie het juist als een kracht. Je hebt nu heel veel jongens en meisjes die op hun achttiende naar de filmacademie gaan en films gaan maken. Dat raad ik ze af. Het is goed om eerst iets anders te doen zodat je een bepaalde richting op gestuurd wordt. Het gaat erom dat je meer van de wereld mee krijgt dan alleen maar film. Ik ben echt bezeten van film, maar als ik op mijn achttiende naar de filmacademie was gegaan, was er geen reflectie geweest van enige realiteit. Dan was ik een tekenaar geworden die alleen maar tekeningen van potloden maakt. Het moet wel ergens over gaan.

Heb je in je werk profijt van je andere opleidingen?
Ja, zeker. Ik heb een jaar stage gelopen bij geestelijk gehandicapten en ik heb ook nog een halfjaar in de gevangenis gewerkt. Toen ik Het schnitzelparadijs draaide, maakte ik altijd het grapje: ik heb met geestelijk gehandicapten en met criminelen gewerkt, dus ik kan ook wel met Marokkanen werken. 

Een vinkje dat in de culturele wereld misschien ook nog wel een rol kan spelen, is politieke oriëntatie. 

Dat denk ik ook. Als je in de filmwereld behoorlijk rechts bent, wordt je dat meer nagedragen dan een gebrek aan vinkjes. 

Lees het gehele interview (zes pagina’s) in de Playboy.

*De serie zou eigenlijk dit voorjaar verschijnen, maar is verplaatst naar het najaar.