Speurend naar iemands familiegeschiedenis is eigenlijk maar één onderwerp precair: de Tweede Wereldoorlog. In gesprek met Carry Waalderbos, de drijvende kracht achter Verborgen verleden.
Geert Mak beschreef in Hoe God verdween uit Jorwerd (1996) met zijn eigen kleine familieverhaal het grote verhaal van de wereldgeschiedenis. Sindsdien is het genre van de familiekroniek ongekend populair geworden in de Nederlandse literatuur — denk maar aan bestsellers als Het pauperparadijs van Suzanna Jansen en De stamhouder van Alexander Münninghoff.
Het succes van Maks ‘oerboek’ heeft er ook voor gezorgd dat steeds meer mensen geïnteresseerd zijn geraakt in hun eigen familiegeschiedenis. Volgens de Volkskrant (2010) speuren of speurden naar schatting zo’n één miljoen mensen naar informatie over hun voorzaten. Een verklaring voor deze nieuwsgierigheid is de zoektocht naar identiteit: we willen weten wie we zijn en dus waar we vandaan komen.
Dat is ook de reden waarom zoveel BN’ers mee willen werken aan het succesvolle televisieprogramma Verborgen verleden, stelt eindredactrice Carry Waalderbos. In het nieuwe seizoen, het zeventiende alweer, gaan onder andere Raven van Dorst, Gordon en Ilse Warringa op zoek naar hun wortels. Ruim 120 beroemdheden gingen hen voor. “Er zijn zelfs mensen die zichzelf hebben aangemeld. Soms hoor je via via, bijvoorbeeld van iemand die mee heeft gedaan aan het programma, dat een bekende ook wel een duik in zijn of haar familiegeschiedenis wil nemen. Nee, ik ga niet zeggen wie dat zijn.”
Sporters en politici zijn het moeilijkst te strikken, zegt Waalderbos. “Dat heeft meestal te maken met een gebrek aan tijd. Je moet vijf dagen vrij kunnen nemen om opnames te maken. Meestal beginnen we op maandag, dan gaan we op pad en brengen de kandidaat op donderdag of vrijdag weer thuis. Soms zelfs op een zaterdag, het ligt er een beetje aan waar hun familieleden hebben gewoond. In het geval van Simone Weimans bijvoorbeeld moesten we naar Suriname.”
Twee redacteuren en een eindredacteur werken het hele jaar aan de acht afleveringen die worden uitgezonden. Aan elke aflevering gaat gemiddeld tweeënhalve maand onderzoek vooraf. Het is niet zo dat ze continu aan het researchen zijn: zeker als ze in buitenlandse archieven moeten duiken, kan het soms even duren voordat er een antwoord komt. In andere gevallen moeten ze zelf op en neer naar een stad in Duitsland of een dorp in Frankrijk. Tussen het begin van het onderzoek tot het begin van de opnames zitten ongeveer vier tot zes maanden.
Lees het gehele artikel in VARAgids 2, 2024.