Vjeze Fur schrijft nu ook smartlappen

Volkszanger Tino Martin bracht deze week zijn nieuwe album uit: Thuis komen pas de tranen. Freddy Tratlehner, beter bekend als Vjeze Fur van De Jeugd van Tegenwoordig, is medeverantwoordelijk voor de titelsong van dit nieuwe album. Een wonderlijke combinatie. Tratlehner: “Het leek me leuk om eens een keer iets anders te doen.”

Toen hij werd gevraagd om mee te schrijven aan het nieuwe album van Tino Martin, wist Freddy Tratlehner (35) niet precies wie dat was, geeft hij eerlijk toe. Met zijn monotone stem en kenmerkende accent zegt hij: “Ik wist dat hij iets deed in het levensliedgenre, maar niet precies wat.” Hij zal niet de enige zijn. Dat neemt niet weg dat de volkszanger mateloos populair is onder de liefhebbers van het Nederlandstalige lied; Carré was binnen twee minuten uitverkocht en ook de Ziggo Dome wist hij meermaals moeiteloos te vullen.

Tratlehner beweegt zich in een heel ander muzikaal universum. Als onderdeel van de hiphopformatie De Jeugd van Tegenwoordig scoorde hij talloze hits en als muzikant en tekstschrijver hielp hij ook andere rappers aan muzikale successen. Nu vindt hij het tijd om zijn horizon wat te verbreden. “Het leek me leuk om eens iets anders te doen, om eens een uitstapje te maken naar een ander genre en daar mijn visie op te geven.” Dat resulteerde dus in Thuis komen pas de tranen – een nummer dat hij samen schreef met Kirsten Michel en The Compassions.

De tekst gaat onder de video verder

Wie ‘Vjezla’ een beetje kent en denkt dat dit een lollige pastiche is geworden op de oudhollandse smartlap heeft het mis. Het nummer gaat over iemand die zijn hoofd omhoog probeert te houden terwijl er veel verdriet is in zijn leven. De titel is een quote uit een interview met Tino Martin, die eerder dit jaar zijn zus verloor aan kanker. Heeft Tratlehner, die zich doorgaans van het lichtvoetige genre bedient, getwijfeld of hij wel zo’n emotioneel beladen nummer moest maken? “Nee, ik heb daar niet echt over nagedacht. Het nummer gaat over emoties die we allemaal hebben. Iedereen probeert zich weleens groot te houden terwijl je eigenlijk wel kunt janken. Dat hoeft niet alleen te zijn als iemand is overleden, dat kan in meerdere situaties voorkomen.”

Martin was uiteindelijk zo content met het nummer dat het de titelsong werd van zijn nieuwe album. Leidt dit uitstapje tot meer wonderlijke samenwerkingen? Tratlehner: “Ik vind het leuk om met andere genres te experimenteren, dus wat mij betreft wel. Ik ben bijvoorbeeld net de studio in geweest met Trijntje Oosterhuis, waar ik een heel tof nummer voor heb geschreven.” Speelt het klimmen der jaren een rol bij het maken van meer serieuze teksten? “Nee. Ik hoef ook niet per se een andere kant van mezelf te laten zien, of hoe je het ook wilt noemen. Ik vind het gewoon leuk om liedjes te schrijven. Ook liedjes die ik niet kwijt kan bij De Jeugd.”

Advertenties

Dutch Denim – Atelier Reservé uit Amsterdam

Nederland is een echt denimland, alleen geven we het liefst niet te veel geld uit aan een nieuwe spijkerbroek of spijkerjas. Japanners daarentegen kijken niet op een duizendje meer of minder.

Artikel uit het oktobernummer van Playboy – 2018.

Eind oktober kleurt onze hoofdstad weer indigoblauw. Op verschillende locaties in de stad komen denim lovers bij elkaar voor de jaarlijkse Amsterdam Denim Days. Dat ze uitgerekend voor deze stad kiezen is geen toeval. Amsterdam is namelijk de onbetwiste spijkerbroekenhoofdstad van de wereld. Nergens anders vind je per vierkante kilometer zoveel jeansmerken als in het hippe Mokum. Wereldmerken als G-Star, Gsus en Denham hebben hier hun wortels liggen en ook de jeanslijnen van Tommy Hilfiger en Pepe Jeans houden hier kantoor.

Nederland is daarnaast ook nog eens een echt spijkerbroekenland. Al sinds de jaren vijftig, toen de broek van gekeperd blauw katoen zijn intrede deed in ons land, is hij niet meer weg te denken uit ons straatbeeld. Spijkerbroeken zijn stoer en spijkerbroeken zijn sexy. Iedere man die zichzelf respecteert – jong of oud, rijk of arm – heeft er een in zijn kast liggen. Iedere vrouw die zichzelf respecteert trouwens ook. Nothing is more alluring to a man than a woman who looks good in her jeans. Uit onderzoek blijkt dat we per hoofd van de bevolking gemiddeld 1,82 spijkerbroeken per jaar kopen. Daarmee zijn we koploper in de wereld. Uit datzelfde onderzoek blijkt ook dat we gemiddeld iets meer dan veertig euro uitgeven aan zo’n broek. Denim dragen we graag, als het maar niet te veel kost.

Visual artist Alljan Moehamad van het denimlabel Atelier Reservé vindt het jammer dat er in ons land met zo weinig aandacht kleding wordt gekocht. ‘Nederlanders kopen liever tien goedkope broeken dan één dure,’ zegt hij. ‘Dan kunnen ze vaker shoppen. Aziaten gaan daar veel bewuster mee om. Die kopen het liefst een dure broek, waar veel zorg en aandacht aan is besteed, en zijn daar dan heel zuinig op.’ Moehamad richtte twee jaar geleden samen met zijn compagnon Deyrinio Fraenk het Amsterdamse label op. Hun missie is om van oude spijkerbroeken nieuwe en hoogwaardige kledingstukken maken. ‘Jeans worden mooier naarmate ze ouder worden. Dat is de belangrijkste reden waarom we zo graag met vintage denim werken. Niet omdat we, zoals sommige mensen denken, van die geitenwollensokkengasten zijn die dit beter vinden voor het milieu. Wij eten gewoon vlees en rijden ook gewoon benzine.’

Alljan en Deyrinio gaan voor hun ontwerpen op zoek naar hoogwaardige spijkerstof. Op markten en in winkels zoeken ze naar oude spijkerbroeken (‘Het liefst vintage Levi’s die al meermaals tweedehands zijn verkocht, met goedkope broeken kunnen we niets’) en nemen die mee naar hun atelier. Daar worden ze vervolgens verwerkt in een nieuwe broek, kimono of jas. Van elk nieuw kledingstuk dat het pand verlaat, bestaat maar een enkel exemplaar. Voor die exclusiviteit betaal je uiteindelijk ook: een jacket begint bij zevenhonderd euro, maar wie een echt masterpiece wil dragen, bijvoorbeeld een jas, telt zo drieduizend euro neer. Daar zitten dan ook ongeveer zes spijkerbroeken in verwerkt die elk makkelijk tien jaar zijn gedragen. ‘In landen als Japan en China betalen ze dat er graag voor,’ weet Alljan. ‘Onlangs hebben we nog een opdracht gekregen om 350 items te maken voor een bekend warenhuis in Japan.’

Lees hier het gehele artikel.

 

De nooddruftige schrijver

Atte Jongstra (62) schreef met zijn essaybundel De ontgroende mens een van de betere natuurboeken van het jaar, maar staat niet op de longlist van de Jan Wolkers Prijs. De schrijver zelf zit daar niet mee: geldzorgen zijn een groter probleem. HP/De Tijd belde met de schrijver, die net terug was van zijn tweede huis in Frankrijk.

(Verschenen in het septembernummer van HP/De Tijd – 2018.)

Wacht eens even, u klaagt dat u nauwelijks kunt rondkomen van uw schrijverij, maar u heeft een tweede huis in Frankrijk?
“Een tweede huis is een groot woord. Het is een vervallen optrekje. Heel luxe is het niet, om er maar eens een understatement op los te laten. Ik noem het zelf altijd een ruïne. Je kunt erin slapen en in eten, maar verder stelt het niet zoveel voor. Ik schrijf er ’s zomers en werk dan wat in de tuin, maar ’s winters is het er te koud.”

Hoe arm bent u?
“Ik leef op dit moment van een werkbeurs van het Letterenfonds, maar daar kun je nauwelijks van rondkomen, want de belasting gaat er ook nog eens een keer van af. Dus als je een werkbeurs krijgt van laten we zeggen dertig mille, dan houd je daar twintig mille van over waar je dan een jaar van moet schrijven. Het is schrapen. Ik klaag er niet over, want ik kan het geld goed gebruiken, maar ik heb het idee dat mensen soms denken dat schrijvers breed leven van subsidiegelden. Dat is absoluut niet het geval. Als ik een keer een lezing of iets dergelijks heb, waar ik ook nog een klein beetje mee verdien, dan heb ik nog moeite om die maand rond te komen. Ik kan het steeds allemaal net redden, maar veel slechter moet het niet worden.”

U verkocht van een roman vroeger gemiddeld zo’n tweeduizend exemplaren, maar dat is de laatste jaren gehalveerd. Politici als Eric Wiebes zeggen dan: kunst moet zichzelf kunnen bedruipen, als er geen markt is voor die schrijver, dan hoeft hij ook geen subsidie te krijgen.
“Maar als er wel een markt is voor een schrijver, hoeft hij ook geen subsidie. Geen geld voor de kunst dus. Het is een oude discussie. Multatuli heeft zich al tegen die visie verzet. Thorbecke zei: ‘Kunst is geen regeringszaak.’ Multatuli zei op zijn beurt: ‘Kunst is wel degelijk een regeringszaak. Want kunst is goed voor het volk, en het volk is wel degelijk een regeringszaak.’ Daar ben ik het mee eens. Je moet een gezond cultureel klimaat hebben en daar moet je als regering ook in investeren. Als ik ophoud met schrijven, dan is dat niet zo erg voor de letteren, maar als alle schrijvers die afhankelijk zijn van een werkbeurs ophouden met schrijven, dan wordt het aanbod wel heel erg schraal.”

Hoe nu verder? Moeten we een actie opzetten om u de winter door te helpen?
“Ha, nee, ik ben niet de enige. Als je dat gaat doen, dan kun je wel bezig blijven.” Ironisch: “Als ik mijn rekeningen niet meer kan betalen, moet ik iets anders gaan verzinnen. Misschien maar tramconducteur worden. Ik spreek weleens iemand die dat is en die is daar aardig tevreden over. Hij heeft wel onregelmatige diensten, maar die draait een schrijver altijd al.”

Op 21 oktober vindt de uitreiking van de Jan Wolkers Prijs plaats. De ontgroende mens ligt in de boekhandels.

Michiel van Erp over Jeroen Brouwers, Rufus Wainwright en Niemand in de stad

Regisseur Michiel van Erp (54) maakt met Niemand in de stad (de openingsfilm van het Nederlands Film Festival – vanaf 4 oktober in de bioscoop) zijn speelfilmdebuut. Wat leest, luistert en ziet hij zoal?

Verschenen in het septembernummer van HP/De Tijd, 2018.

BOEKEN
“Op dit moment herlees ik het oeuvre van Jeroen Brouwers, omdat mijn theaterbewerking van zijn roman Het hout op 4 november in première gaat bij Toneelgroep Amsterdam. Ik heb het grootste deel van zijn werk vroeger al wel gelezen, maar het leek me toch verstandig om me er opnieuw in te verdiepen om te zien of ik iets van een rode draad kan ontdekken. Mijn theorie is nu dat de schrijver zichzelf als hoofdpersoon opvoert in zijn boeken. Het zijn namelijk altijd mensen die in een moeras zitten en daaruit proberen te komen – en met heel veel ongemak lukt dat dan. De hoofdpersoon in Het hout heeft dat, maar in Bezonken rood en Geheime kamers is dat ook het geval. Al die personages hebben dat met hem gemeen.”

MUZIEK
“Rufus Wainwright volg ik vanaf het begin. Het grappige is dat ik heel gefascineerd was door waar hij over zong en de wereld die hij met zich meenam, maar toen heb ik hem bij toeval een paar keer ontmoet en ben ik heel erg op hem afgeknapt. Op een gegeven moment had hij een soloconcert in Carré. Het werd een verschrikkelijk concert. Hij wist zijn tekst niet, hij raffelde de nummers af en liet in niets merken dat hij zijn best deed voor zijn publiek. Op een gegeven moment klonk er boe-geroep vanuit de zaal. Toen dacht ik: wat ben je eigenlijk een klootzak. Al deze mensen hebben veel geld betaald voor een kaartje en het interesseert je geen fluit. Na afloop zouden we nog wat met hem gaan drinken met een groepje, maar eigenlijk had ik daar helemaal geen zin meer in. Uiteindelijk ben ik toch gegaan. Ik dacht: ik moet toch tegen hem zeggen dat het heel erg slecht was, dus dat heb ik toen heel subtiel gedaan. Dat werd me volgens mij niet in dank afgenomen. Misschien is het ook wel helemaal niet goed om je idolen te ontmoeten. Eigenlijk kunnen ze alleen maar tegenvallen in het echt.”

FILM
“Nu ik voor het eerst een speelfilm heb gemaakt, merk ik pas hoe lastig het is om hem in de bioscoop te krijgen. In de bioscoopwereld is weinig gevoel voor avontuur. Nu heb ik niets tegen romantische komedies, zoals die in ons land veel worden gemaakt, maar ik vind het wel jammer dat bioscopen daarop gefocust zijn. Mijn film is geen romantische komedie, maar speelt zich af in de studentenwereld. Het is heel realistisch en daardoor heel herkenbaar. Studenten zouden deze film moeten zien, maar om in de bioscopen te komen waar die jongeren naartoe gaan, dat blijft een moeilijke exercitie. Ik hoop dat veel mensen de film gaan zien en erdoor geraakt worden. Of ja, al is het er maar één op wie de film een onuitwisbare indruk maakt, dan ben ik al tevreden. Dat is waar ik mijn kick uit haal. Ik zit echt niet te hunkeren naar een prijs op een filmfestival in Polen.”

Het gehele interview leest u hier op Blendle.

 

Nielson: ‘Natuurlijk is het verleidelijk om je door succes te laten leiden’

Op 12 oktober verschijnt Diamant, het nieuwe album van Nielson, en op 9 november start zijn clubtour. Playboy spreekt de hitmachine onder meer over zijn liefde voor chick flicks, topless vrouwen in het publiek en zijn ambities: ‘Als eerste artiest in de nieuwe Kuip zou wel echt te gek zijn.’

Interview in het septembernummer van Playboy, 2018. Lees het gehele interview hier.

1. Op 12 oktober verschijnt je nieuwe album: Diamant. Wat is het grootste verschil met je vorige album?
Het grootste verschil is dat ik mezelf opnieuw heb uitgevonden. Nadat ik in 2012 had meegedaan aan het eerste seizoen van De Beste Singer-Songwriter van Nederland stond mijn wereld op zijn kop. Iedereen wilde ineens iets van me. De trein waarin ik terecht was gekomen denderde vijf jaar door, waardoor ik een beetje uit het oog was verloren waarom ik muziek ben gaan maken. Ik wil namelijk mijn persoonlijke verhaal kwijt in mijn liedjes. Daarom heb ik een jaar lang geen nieuwe muziek gemaakt, ben getrouwd, heb een huis gekocht, heb mijn neus weer eens op verjaardagen laten zien en ben toen pas aan de slag gegaan voor dit nieuwe album.

2. Hoe kijk je terug op die jaren voor je creatieve sabbatical?
Dat was een leuke, maar ook een heel stressvolle periode. Mijn team probeerde mij wel te beschermen zodat ik niet te veel hooi op m’n vork zou nemen, maar we wilden ook stappen maken. Die balans is uiteindelijk toch een beetje doorgeslagen. Ik had soms zes of zeven optredens per weekend. Hoe the fuck houdt iemand dat vol? Dat lukt niet. Als ik er nu op terugkijk herinner ik me ook bijna niets meer van die jaren. Het is een grote roes. Daarom ben ik er even tussenuit geweest. Niet alleen om inspiratie op te doen, maar ook om weer even opnieuw te beginnen. Ik deed iets waarvan ik mijn hele leven had gedroomd, maar ik genoot er nog niet van. Dat doe ik nu wel.

3. Je hebt grote hits gehad met Beauty & de brains, Sexy als ik dans en Hoe. Is het dan niet heel verleidelijk om op de oude weg door te gaan?
Natuurlijk is het heel makkelijk om je te laten leiden door het succes en te proberen om een tweede Sexy als ik dans te maken – om het maar even heel zwart-wit te zeggen. Dat gebeurt veel in de muziekindustrie. Ik wil alleen over tien jaar kunnen zien dat ik niet het succes, maar mijn muzikale route heb gevolgd. Daarbij wilde ik de muziek wat meer laten matchen met de persoon die ik nu ben. Ik ben niet meer de naïeve en bleue jongen die Beauty & de brains speelde op een krukje in de hoop dat het wat zou worden. Ik ben nu een getrouwde man van 28 en heb een groot bedrijf met mensen die voor me werken. Daar hoort andere muziek bij.

15. Krijg je weleens slipjes naar je hoofd geslingerd?
Alle clichés zijn waar. Ook dat gebeurt. Het gekste wat ik op dat gebied ooit heb meegemaakt is een optreden voor een vrouwenstudentenvereniging in Utrecht. Ik moest daar om zes uur ’s avonds optreden en iedereen was al stomdronken. Ik stond te spelen en opeens trokken ze allemaal hun topjes en hun beha’s uit. Blijf dan maar eens zingen.

16. Heb je weleens iets gezegd waar je later spijt van had?
Ik was een keer te gast bij Frank Dane in zijn Frank en Vrijdag Show op 538 en op een gegeven moment betrapte ik mezelf erop dat ik zat te vertellen, en nu ga ik het weer vertellen dus het is niet zo slim dat ik dit zeg, dat mijn vrouw de enige vrouw is met wie ik ooit sex heb gehad. Op de weg terug dacht ik: waarom the fuck vertel je dit soort dingen? Dit hoeft niemand te weten.

17. Zou je meedoen aan een talentenjacht als The Voice?
Nee. The Voice is echt een talentenjacht voor mensen die kunnen zingen. Ik houd me niet alleen bezig met zingen, maar ook met alles eromheen. Ik creëer en ontwikkel ideeën. Voor mensen die heel goed kunnen zingen, maar voor de rest niet weten wat ze ermee willen doen is The Voice een uitkomst. Ik wilde eigenlijk ook niet meedoen aan De Beste Singer-Songwriter. Ik vond dat ik het op eigen houtje moest doen. Wat mij uiteindelijk over de streep heeft getrokken is dat het het eerste seizoen was. Een eerste seizoen van iets is altijd het beste. Dan is het nog nooit gedaan en komen de grootste talenten erop af. Alles was nieuw, dus ook de makers van het programma waren flexibel. In het tweede jaar wordt het toch een soort concept. Dat trekt me minder. Daar zou ik ook niet aan hebben meegedaan.

18. Ben je bang om uit de mode te raken? Dat je niet meer gedraaid wordt?
Urban is nu de mode. Ronnie Flex, Lil Kleine, noem ze maar op. Ik ben dat niet. Dat hoeft ook niet. Ik zie wel dat andere artiesten soms proberen daar een beetje op mee te gaan, maar daar geloof ik niet in. Dus ik blijf gewoon bij wat ik maak en probeer me daarin te ontwikkelen.

19. Wat hoop je binnen nu en vijf jaar in ieder geval nog te hebben bereikt?
Laat ik vooropstellen: ik heb al meer gedaan dan waar ik ooit op had gehoopt, maar van daaruit mag je best nog wel ambitieus zijn. Ik wil in ieder geval de muziek blijven maken die ik zelf leuk vind om te horen. Ik geloof heilig in wat ik doe en werk er keihard voor. Ik wil iets maken in het Nederlands wat nooit eerder is neergezet en ik hoop daar op een dag mee in een stadion te mogen spelen. Dat zou een grote droom zijn die uitkomt. En zo zijn er genoeg doelen. Mijn grootste ambitie is op dit moment om een eigen evenement te maken. Misschien een soort winters festival, het liefst hier in Dordrecht. Want deze stad is fantastisch, maar het mag wel iets meer bruisen. Ik wil daar graag een steentje aan bijdragen.

20. En dat stadion? Heb je al een idee?
De nieuwe Kuip zou wel echt te gek zijn. De oude Kuip is natuurlijk legendarisch, maar hoe tof zou het zijn om als eerste artiest in een nog onaangeraakte nieuwe Kuip te staan. Dat is toch classic? Al zou het me geld kósten, dan nog zou ik het doen.

 

 

Freek en Hella de Jonge: ‘Als het ons niet bevalt, dan zijn we weg’

Freek (74) en Hella de Jonge (69) wonen zes weken in het Groninger Museum voor de expositie Het Volle Leven. Aan de hand van hun kunstcollectie vertellen ze over hun decennialange samenwerking. Hoe heeft hun culturele smaak zich door de jaren heen ontwikkeld?

Lees het gehele interview in het septembernummer van HP/De Tijd. (2018) 

BOEKEN
Hella: “Freek leest bijna nooit een boek helemaal uit. De boeken die ik lees, vat ik voor hem samen, zodat hij ze niet meer hoeft te lezen. En de boeken waarin hij niet verder leest, maar die wel goed zijn, lees ik uit en vat ik ook voor hem samen.”
Freek: “Jij leest dus eigenlijk ook voor mij. Het belangrijkste boek van de laatste tijd is Leerschool van Tara Westover. Het gaat over een meisje dat opgroeit in een mormoons milieu waarin allerlei sektarische regels gelden. Een daarvan is dat ze niet naar school mogen. Alles wat van de staat komt, deugt volgens haar ouders namelijk niet.”
Hella: “Ze leven ook heel sterk met het idee dat de wereld ten onder gaat en dat zij zullen overleven.”
Freek: “Ja. Zij vinden dat ze zuiver leven. Ik zei meteen tegen jou: dit moet je lezen. Jij bent in gelijke mate, zij het op een andere manier, ook getraumatiseerd in je jeugd. Dat zeg ik goed, toch?”
Hella: “Ja. Daarom vond ik het ook zo goed. Ik zag veel van mijn eigen jeugd terugkomen in dat boek. Jij hebt ooit eens gezegd dat Brief aan mijn moeder van Ischa Meijer je geleerd heeft hoe ik in elkaar steek. Het boek van Tara Westover had datzelfde effect op mij. Ik zag opeens hoe mijn vader macht op mij uitoefent, want hij leeft nog steeds, en dat het heel moeilijk is om je daaraan te ontworstelen.”
Freek: “Brief aan mijn moeder gaat heel erg over de worsteling van de overlevenden van de Holocaust en dan vervolgens…”
Hella: “De hardheid van de overlevenden.”
Freek: “Die hardheid inderdaad, en hoe ze met zo’n verleden hun kinderen probeerden op te voeden en daar zowel bij Ischa als bij jou niet in zijn geslaagd. Dat is natuurlijk op allerlei manieren wel te billijken, maar voor de kinderen is dat heel hard geweest. Ischa is niet veel ouder dan vijftig geworden. Hij is ook echt aan die moeilijke jeugd ten onder gegaan. Jij bent bijna zeventig en worstelt ook nog steeds met je vader (de inmiddels 95-jarige Eli Asser, red.) en de rest van de familie. Omgekeerd heb jij mij denk ik wel beter leren begrijpen door Knielen op een bed violen van Jan Siebelink.”
Hella: “Hmmm, nee. Ik vond dat wel een geweldig boek maar ik betrok dat verhaal nu niet per se op jou. Boeken zijn voor mij wel het belangrijkste hulpmiddel om het leven te leren begrijpen. Op mijn 24ste, kort na de dood van onze zoon, las ik het dagboek van Etty Hillesum. Dat gaf me toen heel veel troost. Ik verkeerde in die tijd in redelijk erbarmelijke omstandigheden. Als je dan zo’n boek in handen krijgt en ziet dat er mensen zijn die in veel erbarmelijker omstandigheden het hoofd boven water hebben gehouden, dan is het veel makkelijker om te denken: ik moet niet klagen, ik moet door.”

THEATER

Hella: “Naar opera moet je wel leren kijken. Twintig jaar geleden had ik niet zo opgetild kunnen worden door de muziek en het acteren als nu. Jij ook niet.”
Freek: “Er zit zoveel meer in opera dan in een gewoon toneelstuk. Maar je hebt gelijk. Je smaak ontwikkelt zich natuurlijk ook. Ik luister nu bijvoorbeeld ook veel meer naar klassieke muziek dan vroeger.”
Hella: “Dat heeft misschien met onze leeftijd te maken. We willen steeds minder rotzooi en zijn steeds meer op zoek naar het abstracte. Klassieke muziek is veel abstracter dan popmuziek. Ballet is veel abstracter dan toneel.”
Freek: “Dat klopt, terwijl opera nu juist natuurlijk niet erg sterk is met het weglaten van dingen.”
Hella: “Dat is waar.”
Freek: “Ik weet niet of het komt omdat je het vak zelf beoefent, maar over het algemeen moet een toneelstuk wel aan hele hoge eisen voldoen om ons te verrassen. Geheel in de geest van de tijd zitten we een beetje zapperig op de stoel. Als het ons niet bevalt, dan zijn we weg. En dat gebeurt redelijk vaak moet ik zeggen. Ook bij cabaret. Dat komt toch door de strengheid van de normen waaraan ik zelf wens te beantwoorden…”
Hella: “En die je bij anderen niet terugziet.”
Freek: “Nee. Ik heb ze nog niet gezien die de normen hoger hebben liggen dan ik. De meeste cabaretiers vinden het al een hele prestatie om zeventig minuten op het toneel te staan.”
Hella: “Ik ga niet zo graag naar cabaret. André van Duin is wel iemand waar ik vreselijk om kan lachen. Hij ís gewoon leuk. Net als jij.”
Freek: “Kees van Kooten noemt dat ‘natuurleuk’. Herman Finkers heeft dat, Jochem Myjer heeft dat, Brigitte Kaandorp heeft dat…”
Hella: “Je wordt ermee geboren of niet. Mijn vader vind ik bijvoorbeeld niet leuk. Die probeert leuk te zijn. Jij maakt cabaret omdat het je roeping is. Cabaret waarin allerlei ordinaire grapjes worden gemaakt, dat doorspekt is met flauwiteiten en vrouwonvriendelijke humor heeft niets met een roeping te maken. Dat heeft ook niets met cabaret te maken. Ik vind dat soort cabaretiers altijd heel pijnlijk om te zien.”
Freek: “Nu hebben we er wel weer genoeg over gezegd.”

MUZIEK

Hella: “Buiten Het Concertgebouw gaan we ook wel naar popconcerten. We zijn laatst naar Kensington in de Johan Cruijff Arena geweest, maar dat was te massaal.”
Freek: “Bij Jay Z en Beyoncé zijn we weggelopen. De muziek was veel te hard en de artiesten veel te onzichtbaar. Dat is natuurlijk het toppunt van marketing: de mensen komen naar buiten en zeggen dat ze een geweldige avond hebben gehad, terwijl ze in wezen twee uur zijn gemarteld.”
Hella: “Ed Sheeran hebben we niet eens gehaald. We dachten: we blijven lekker thuis.”
Freek: “Het samenzijn is de kick. De muziek is bijzaak. Bij die grote stadionconcerten worden bij voorbaat al oordoppen uitgedeeld. Dat is natuurlijk waanzin. Zet gewoon het geluid twintig decibel zachter.”
Hella: “Laatst zagen we Lavinia Meijer en Remy van Kesteren in Paradiso. Dan word je gewoon naar de hemel getrokken.”
Freek: “Er waren vijftig kaarten verkocht voor die avond.”
Hella: “Ik hou ook heel erg van Natalie Merchant. Als ik dood ben mogen ze Motherland wel draaien.”
Freek: “Jij wilt dan toch ook Bridge over Troubled Water van Simon & Garfunkel gedraaid hebben?”
Hella: “Ja, die ook. Graag veel tearjerkers. En jij? We moeten die nummers eigenlijk even opschrijven en aan elkaar geven.”
Freek: “What’ll I Do van Kate en Anna Mcgarrigle. En die ene van Procol Harum.”
Hella: “We moeten onze euthanasieverklaring ook nog regelen.”
Freek: “A Salty Dog. En ik wil ook graag een video maken waarin ik de nummers zelf aankondig. Daar moeten we maar eens even een keer voor gaan zitten.”

Freek en Hella de Jonge ontvangen Nick Muller op dinsdag 18 september om met hem verder te praten over kunst. Plaats: Groninger Museum. Aanvang: 13.00 uur.

 

 

Henk Schiffmacher: ‘Mijn filmcarrière is in de kut gesmoord’

Klein interview met Hanky Panky voor het augustusnummer van Playboy.

Tattookoning Henk Schiffmachter (66) won onlangs bijna twee ton bij de Postcodeloterij.

Laatst aangeschafte album?
Ik koop nooit muziek. Al die nieuwe bands en deejays vind ik een ramp.

Beste nummer ooit geschreven?
96 Tears van ? and the Mysterians.

Herman Brood of Barry Hay?
Barry Brood. Over de doden niets dan goeds, I love Herman, maar Barry is ook een hele grappige en lieve man.

Het duurste wat ik ooit voor mezelf heb gekocht is…
Ik heb ooit eens een verzameling van allemaal oude tattoospullen van tachtigduizend gulden gekocht.

Dit is het mooiste horloge van de wereld…
Ik ben niet zo van de horloges. Het geld dat ik heb gewonnen wil ik investeren in de collectie van een nog op te zetten Tattoo Museum – al is dat natuurlijk een schijntje van wat we nodig hebben. Vooralsnog vind ik het een prettig gevoel om eens in de plus te staan en niet te moeten werken om het verlies te betalen. Ik ga hier heel rustig van genieten.

Deze auto zou ik wel willen rijden…
Ik geef ook niets om auto’s of Harley Davidsons.

Deze bekende persoon zou ik nog weleens willen tatoeëren…
Willem-Alexander. Zijn grootvader had er ook een. Ik weet dat hij de Playboy leest, dus bij dezen is hij uitgenodigd.

Met deze overleden persoon zou ik nog weleens een borrel willen drinken?
Dat is met mijn vriend Mike Malone, een begenadigd verhalenverteller en toptattooeerder. Ik mis hem. Hij heeft een aantal jaren geleden met een grote magnum zijn hele hoofd eraf geschoten. Ik mis hem.

Stiekem ben ik verslaafd aan…
Ik heb een heleboel verslavingen gehad, maar nooit stiekem. Iedereen mag alles weten. Ik ben met drugs gestopt, en af en toe mis ik dat weleens, ik vond het wel gezellig om af en toe een snuif te nemen. Ik ben nu alleen nog maar verslaafd aan mooie dingen. Ik mag graag naar het Rijks of naar het Stedelijk gaan om daar naar mooie schilderijen te kijken.

Heeft u weleens voor een schilderij staan huilen?
Ja, er zijn schilderijen die gekke dingen met me hebben gedaan. De portretten van Rubens, De geslachte os van Soutine en Who’s afraid of red, yellow and blue van Newman bijvoorbeeld.

Als ik een miljoen had, dan kocht ik meteen…
Oude tattoospullen. Ik heb net een banner gekocht van een oude degenslikker en ik heb nog een Marquizaanse war club met allemaal tattoo designs erin gesneden.

Laatst gelezen boek?
De ondergang van de Batavia van Mike Dash. Die man doet een boekje open over wat voor een tuig wij waren. Mannen die elkaar radbraken… unbelievable.

Beste restaurant van Nederland?
New Draver in Amsterdam. Je kunt daar heerlijk Surinaams eten.

Voor dit drankje kun je me ’s nachts wakker maken?
Een ijskoud watertje vind ik lekker of een glas goede champagne.

Beste film?
Apocalypse now. Ik had daar bijna in meegespeeld. Ik was in die tijd in de Filipijnen en toen ben ik gecast om mee te spelen als zijnde een G.I., maar ik kreeg vlak daarvoor een ernstige ontsteking aan mijn glanslans waardoor ik mijn rol heb gemist. Mijn filmcarrière is in de kut gesmoord.

Deze actrice schop ik niet uit mijn bed…
Angelina Jolie. Als ze in bed dan maar niet acteert.

Leo Alkemade over champagne, horloges en lekker janken

Acteur en cabaretier Leo Alkemade (37) is gek op champagne, horloges en Kim van Kooten. Playboy spreekt hem naar aanleiding van een nieuw seizoen Foute Vrienden – misschien wel het laatste. ‘Ik denk dat heel lastig is om hierna nog een seizoen te maken met dit clubje.’

Interview in het augustusnummer van Playboy. (2018)

1. Deze zomer wordt Foute Vrienden herhaald, het razend populaire programma waarin drie komieken om de beurt een opdracht bedenken, die een vierde vervolgens uit moet voeren. Vanaf 4 september zijn nieuwe afleveringen te zien op RTL5. Zijn jullie onderhand niet te bekend geworden voor een nieuw seizoen?

Het wordt inderdaad steeds moeilijker. Deze week waren we aan het filmen in een fotostudio toen er iemand binnenkwam en zei: ‘Hé, jij bent toch die acteur?’ Ik beaamde dat, maar zei er tegelijk bij dat ik eigenlijk ben opgeleid als fotograaf en dat ik dit er af en toe nog bij doe omdat ik het heel gaaf vind om te doen. Dat geloven ze dan grappig genoeg ook meteen. Maar dat het een keer stopt… Ik denk dat het heel lastig is om hierna nog een seizoen te maken met dit clubje.

2. Je bent ook bekend van het sketch-programma Sluipschutters. Keert dat nog terug op televisie?

Ja. We zijn nu aan het schrijven, dus ik verwacht dat het september volgend jaar weer op televisie zal komen. We moeten vierhonderd grappige scènes bedenken voor zo’n seizoen, dus je kunt je voorstellen dat we daar wel even mee bezig zijn naast al onze andere werkzaamheden.

9. Je bent bevriend met Guus Meeuwis en schrijft ook teksten voor hem. Van welke liedjes heb jij de teksten geschreven?

Hmm, moet dat erin? Dat vind ik altijd zo pochen. Maar hij is een vriend, dat klopt, en we schrijven weleens wat samen. We hebben onder meer Tilburg geschreven, over onze liefde voor deze schitterende stad, en zijn nieuwe single Je moet het voelen. Ik doe dat echt voor de lol. We tennissen weleens samen en dan eten we daarna bij hem aan de keukentafel een paar boterhammen en dan schrijven we een liedje. De ene keer wordt dat dan de nieuwe single, maar veel vaker verdwijnt het gewoon in de prullenbak.

10. Van welk Nederlandstalig nummer zou je willen dat jij het had geschreven?

Er zijn zoveel verschrikkelijk mooie Nederlandstalige liedjes, maar als ik er een had willen schrijven, dan is dat Voor haar, gezongen door Frans Halsema, vertaald uit het Engels door Michel van der Plas. Mooier dan dat wordt het niet. Ik heb het daarom ook voor mijn vrouw gezongen op onze bruiloft.

11. Hield je het droog?

Ja. Ik kan onder druk altijd goed presteren. Ik heb ook op de crematie van mijn pa Zoon van Bram Vermeulen gezongen. Voordat hij stierf vroeg hij me of ik dat wilde doen. Ik zei: dat gaat me niet lukken, pa. Uiteindelijk heb ik het toch gedaan en is het me op een of andere manier toch gelukt om dat hartstikke straight te doen.

12. Je bent op je vijfentwintigste getrouwd met Margriet. Mis je niet dat je niet echt een losbandige periode hebt gehad?

Nee, want ik heb die behoefte nooit gehad. Ik was niet een jongen die elk weekend op stap ging, want dat kon ik niet zo goed. Ik vind het heel leuk om af en toe aan de bar van een café te hangen, maar in een club of een discotheek – bestaat dat trouwens nog? – heb ik helemaal niets te zoeken. Je kunt elkaar niet verstaan, je moet tof doen door tegen de muur aan te hangen en je ziek te drinken aan de Flügel… Niets voor mij. Ik was ook vroeg vader, maar dat vind ik achteraf een voordeel. Als ik straks vijftig ben zijn mijn vier kinderen het huis uit en ben ik nog fit genoeg om met ze op pad te gaan. Dan gaan we lekker bierdrinken in een discotheek bijvoorbeeld, dan vind ik het wel leuk, of we gaan liggend eten in een loungebar. Ik heb daar nu al zin in.

18. Je bent bezig met het script van je eerste film: Champagne. Leg eens uit?

Ik ga het verhaal van mij en mijn vader verfilmen. We hielden allebei van champagne – de liefde daarvoor heb ik van hem. Voordat hij stierf zouden we nog een keer naar de Champagne gaan. Hij bleek echter te ziek, dus toen ben ik zelf maar gegaan om een paar flessen te halen die we in die laatste weken hebben opgedronken. De film is het verhaal van hoe de reis had moeten zijn. Het is een roadmovie over een zoon en zijn zieke vader die nog een keer tot elkaar willen komen. Echt tot een gesprek leidt die trip niet. Ze komen erachter dat dat ook niet per se hoeft om elkaar beter te leren kennen. Het samen drinken van een mooi glas is evenveel waard als een diepgaand gesprek. Volgens mij is dat ook de relatie die ik had met mijn vader: ik weet wie hij was, hij wist wie ik was en we wisten wat we aan elkaar hadden gehad en dat was goed.

19. Ga je zelf de hoofdrol spelen?

Ja. Ik speel de zoon, die in de film trouwens anders gaat heten.

20. Is het lastig om als acteur je hoofd boven water te houden?

Het is natuurlijk een drukke vijver waarin ik vis. Er zijn zoveel knappe blonde acteurs in Nederland. (Lacht) Ik ben alleen niet iemand die bij de telefoon gaat zitten wachten tot ze hem iets aanbieden. Dat is ook waarom ik zelf een film ben gaan schrijven. Mijn passie ligt bij acteren. Al die panelshows waarvoor ik word gevraagd zijn leuk, maar het leidt af van wat ik werkelijk wil. Ik denk dat ik nog niet heb kunnen laten zien wat ik echt kan. Ik blijf toch een soort komedieacteur, terwijl ik denk dat komedieacteurs ook vaker voor serieuze rollen gecast moeten worden. Dat geeft zo’n rol een soort lichtheid die heel goed werkt. Kijk naar André van Duin in de serie over Hendrik Groen. Die man heeft zichzelf echt opnieuw uitgevonden. Het lijkt me leuk om ook wat vaker zo’n rol te spelen. Een keer een schurk spelen lijkt me ook wel wat.

Tino Martin: ‘Om de zoveel maanden neem ik een andere auto’

Tino Martin (34) is een rijzende ster in muziekland. In juni stond hij nog in Ziggo Dome – de kaarten waren binnen een half uur uitverkocht. Deze zomer is de sympathieke volkszanger een van de artiesten in Beste Zangers. Een gesprek over zijn weigering bij De Toppers, zijn ervaringen met drugs en zijn succes: ‘Ik durf wel te zeggen dat ik een van de zes beste zangers ben van Nederland.’

Uit: Playboy 07, juli 2018.

Q1. Je bent een van de meest geboekte artiesten van Nederland, verkocht onlangs de Ziggo Dome binnen een half uur uit en toch gaat niet bij iedereen meteen een belletje rinkelen bij de naam Tino Martin. Hoe kan dat?
Het feit dat sommige mensen me nog niet kennen zie ik als iets positiefs, want dat betekent dat er nog veel te winnen valt. Toch durf ik te stellen dat iedereen die van Nederlandse volksmuziek houdt, mij wel kent: als ik een concert geef in Carré of Ziggo Dome dan is dat binnen een paar minuten uitverkocht. Dat lukt niet als niemand je kent. En als je niet van mijn muziek houdt, dan ken je me misschien niet. Dat is ook prima. Ik zal je eerlijk vertellen: toen ik laatst hoorde dat Avicii was overleden, wist ik ook niet wie dat was, gewoon omdat zijn muziek mij niet zo aanspreekt

Q10. Leg je weleens een lijntje om zo’n druk werkschema vol te kunnen houden?
Nee. Ik kan me niet voorstellen dat mensen beter gaan presteren als ze cocaïne gebruiken. Ik vind het ook gevaarlijk. Ik denk dat je er bang van wordt als je weet hoeveel mensen dat spul gebruiken. En echt in alle lagen van de bevolking: het zou me niet verbazen als ook mensen in het parlement tussen de debatten door af en toe een lijntje leggen. Ik weet waar ik het moet halen, ik krijg het zelfs de hele dag van links en rechts aangeboden, maar ik hoef dat witte poeder niet te hebben.

Q11. Geef je veel geld uit aan kleding
Ik ben helemaal niet materialistisch ingesteld. Echt niet. Als ik morgen alles kwijt ben en je geeft me 200 euro, dan kan ik bij de H&M een paar heel leuke setjes kleding kopen en dan loop ik er de komende vijf weken weer leuk bij. Ik geef geld wel vrij makkelijk uit. Ik betrap mezelf er weleens op dat ik een winkel binnenloop, drie jassen tegelijk koop en niet eens weet wat het kost. De rekening laat ik gewoon opsturen.

Q12. In welke auto rijd je?
Dat wisselt nog weleens. Ik heb op dit moment zelf een Audi Q7 en een Audi station en mijn vriendin heeft net een nieuwe Mercedes. Om de zoveel maanden neem ik een andere auto. Ik snap ook niet waarom mensen jarenlang in dezelfde auto rijden. Het is toch veel leuker om regelmatig van auto te wisselen? Ik wacht nu op de Audi A9. Hij bestaat nog niet, maar ik heb hem al wel besteld. Als hij over een paar maanden de fabriek uit rolt, ben ik de eerste die hem heeft.

Q16. Krijg je weleens slipjes naar je hoofd geslingerd tijdens een optreden?
Nee, dat niet echt, maar ik krijg weleens berichten binnen van vrouwen die me bij hen thuis uitnodigen – en niet voor een kopje koffie. Ze hebben dan gezien dat ik ergens bij hen in de buurt optreed en vragen of ik na het optreden langs wil komen. Onderaan de mail staat dan altijd hun adres. Soms vragen ze zelfs wat ik het liefst drink. Het verbaast me altijd dat er mensen zijn die denken dat het echt zo werkt. Dat ze een mail sturen naar mijn management en dat ik dan ’s avonds op de stoep sta voor een gezellige avond. Dat vind ik wel lachwekkend.

Q17.Ben je nooit in de verleiding geweest om een keer bij zo’n groupie langs te gaan?
Nee. Ik ben over alles open en eerlijk, ik hou ook echt wel van vrouwen, maar zoiets zou ik nooit doen. De jongens met wie ik werk, zeggen weleens: jezus, zag je dat meisje naar je kijken? Ze stond bijna te kwijlen, joh. Ik zie dat niet. Die dingen ontgaan mij altijd. Dat meen ik echt. Ik ben daar ook helemaal niet mee bezig. Ik kan je met zekerheid zeggen, en mijn vriendin weet dat ook: ik ben niet die zanger over wie je in de roddelbladen leest dat hij na een optreden lag te krikken in zijn kleedkamer. Dat is helemaal niets voor mij.

Het hele interview is hier te lezen.

Presentatie ‘Zeven manieren om thuis te komen’

Op woensdag 4 juli aanstaande presenteert AFdH Uitgevers de nieuwe poëziebundel
van de Almelose dichteres Hanneke van Schooten in het Enschedese Vestzaktheater aan
de Walstraat. De naam van de bundel: Zeven manieren om thuis te komen. De avond wordt omlijst door muziek van André Kerver en Bert van der Veen. HP/De Tijd-journalist Nick Muller zal de dichteres interviewen.

Hanneke van Schooten is een zorgvuldige, ingetogen dichter. Haar poëzie maakt bij
eerste lezing een toegankelijke indruk. Schijn bedriegt echter. Haar observaties zijn
naaldscherp. Het rijzen en dalen van zinnen, de adempauzes en stiltes tussen de
woorden, de kleur van bepaalde woorden, de muziek ervan – alles weegt mee. Vastgesteld kan worden dat de toon en kleur in deze bundel, verdeeld in vijf min of meer zelfstandig te lezen segmenten, lichter is dan in de vorige. In het verhelderende interview met de dichter achterin het boek, leest de poëzieliefhebber daarover meer. Het werd geschreven door Nick Muller.

Het persbericht is hier te vinden. De bundel is onder meer hier te koop.

36694748_10204753425752908_8573440848136503296_n (1)

v.l.n.r. Bert van der Veen, André Kerver, Martien Frijns, Hanneke van Schooten en Nick Muller