Schrijver Jan Cremer: ‘Het Boekenbal stelt niets meer voor’

Jan Cremer (78) is schrijver en kunstenaar. Vorige week verscheen Canaille – het derde deel uit zijn autobiografische Odyssee-cyclus.

Verschenen op de website van HP/De Tijd. 22 maart 2019.

Zeg, waar gaat het boek eigenlijk over?

“Het gaat over de opkomst en ondergang van een beroemde primaballerina en de onmogelijke taak om voor het eerst van je leven een gezin te vormen. Het vormen van een gezin is mislukt: de moeder beschouwde haar zeven jaar met mij als een one-night-stand en de dochter die daaruit voortkwam ziet mij als haar spermadonor. Ik heb met beiden geen contact meer.”

Canaille maakt onderdeel uit van uw Odyssee-reeks. Hoeveel boeken zitten er op dit moment nog in uw hoofd?

“Ik ben dagelijks actief: schilderen in de zomer en schrijven in de winter. Op dit moment schrijf ik dus vooral. In mijn huis in Italië. Tien jaar geleden ben ik begonnen aan Sauvage, dat wordt het vierde deel uit de reeks. Sauvagegaat over mijn tijd in Frankrijk. Ik heb ook nog twee andere boeken in mijn hoofd zitten, maar daar wil ik nog niet teveel over vertellen. Ik hou er niet van om de huid te verkopen voor de beer is geschoten. Ik wil in ieder geval nog een boek schrijven over mijn visie op de kunstwereld en dan met name over het stalinisme in de kunst. Je leest t.z.t. wel wat ik daarmee bedoel. Ik wil ook een boek schrijven over mijn tijd als grensbewoner, over de zeven jaar dat ik in een Saksische boerderij op de Duitse grens schreef aan mijn epos De Hunnen.”

Waar schrijft u mee?

“Met potlood en pen maak ik notities, maar mijn minnaressen zijn mijn typemachines, mijn Triumph Gabrieles. Daar wordt alles op geschreven. Waar ter wereld ik ook was, of het nu Parijs, de Tropen of de Noordpool was, ik had er altijd een bij me.”

Wat verdient u met dit boek?

“Net genoeg om het hoofd boven water te houden. Kijk, als je rekent dat ik een vol jaar aan een boek werk, minimaal acht uur per dag, dan houd ik niets over. Ik krijg geen beurzen of stipendia. Wat ik met een boek verdien gaat meteen op aan achterstallige schulden. Toen ik op de kunstacademie zat in Arnhem woonde ik in een souterrain. Ik schreef op de muur: ‘Kunst is hongeren’. Dat is het nog steeds.”

U gaat vanavond voor het eerst sinds lange tijd weer naar het Boekenbal. Waarom bent u al die jaren niet gegaan?

“Het Boekenbal was vroeger een hot item in Amsterdam. Er gebeurde weinig in de stad dus het was het hoogtepunt van het jaar. Het Boekenbal had allure. De koningin kwam, de ministers kwamen, vrouwen kwamen in avondkledij en mannen in smoking. Nu sta je tussen mensen in bloemetjesjurken en zelfgebreide truien. Soms zie je een praalhans in een duur pak, maar meestal is het net of de gasten zijn gekleed door het rampenfonds. Het Boekenbal stelt niets meer voor. Heel anders is dat in Amerika. Ik ben ook al tientallen jaren lid van de American Authors League, de Amerikaanse schrijversvakbondEen keer per jaar geven ze aan gala. Iedereen is daar in avondjurk of smoking. Er lopen honderden kelners rond met champagne en kreeft. Er zijn lezingen van wereldberoemde mensen, er treden fantastische sterren op. Hier sta je met een hand vol knopen in de rij voor een lauw biertje. En als je een knoop tekort hebt dan moet je terug. Dat is Holland.”

Wie hoopt u tegen te komen?

“Ik hoop vanavond tegen te komen mijn gewaardeerde collega’s, waarvoor ik veel bewondering heb en die ook veel bewondering voor mij hebben, en waar ik graag een gesprek op niveau mee wil voeren.”

En wie niet?

“De mensen die ik niet tegen hoop te komen zijn allemaal al dood.”

Wie is uw favoriete Nederlandstalige schrijver?

“Daar vraag je me wat.” Er valt een lange stilte. “David van Reybrouck. Dat is mijn favoriete schrijver van dit moment. Congo is echt een meesterwerk. Wereldliteratuur. Ik bewonder zijn directheid, zijn scherpheid, de prachtige zinnen die hij schrijft. Belgen zijn beter met taal dan Hollanders. Hij neemt je mee in een wereld waar je niet in mee getrokken wilt worden, maar je bent veilig bij hem en je zit de rit wel helemaal uit.”

Zijn er schrijvers die u tot uw vrienden rekent?

“Dat is altijd een heikel punt, want als je iemand vergeet, heb je daar weer ruzie mee de komende tien jaar, begrijp je?”

Laat ik het anders stellen: kunt u drie schrijvers noemen die u tot uw vrienden rekent?

“Gerard Reve, Willem Frederik Hermans en de enige andere oorspronkelijke en overgebleven De Bezige Bij-auteur Remco Campert.”

Op het huis van welke schrijver zou u een precisiebombardement uit willen voeren?

“Laat ik daar nog even over nadenken, voordat ik in de voetsporen treed van Bomber Harris.”

 

Advertenties

Nick te gast bij Freek en Hella de Jonge

(Via de website van het Groninger Museum.)

Het echtpaar Hella en Freek de Jonge werkt al decennia samen. Deze tentoonstelling vertelt hun verhaal aan de hand van hun kunstcollectie en persoonlijke eigendommen als kostuums, keramieken, foto’s, filmbeelden en niet eerder vertoonde fragmenten over hun activiteiten in Groningen. Bijzonder aan deze expositie is dat Hella en Freek tijdelijk ‘wonen’ in het Groninger Museum. Zij zijn er elke dag tussen 10 en 17 uur en ontvangen bijna dagelijks bekende gasten. Hierdoor stap je voor heel even letterlijk in het leven van Freek en Hella de Jonge.

Ik was op dinsdag 18 september te gast en ging in het Groninger Museum met Freek en Hella in gesprek over hun tentoonstelling. Het interview is hier terug te bekijken.

Danny Vera heeft nooit een hit gehad, maar altijd volle zalen

Danny Vera (41) heeft een nieuwe plaat én een theatertour. Playboy sprak de best gekapte muzikant van het land over paddo’s, rock-’n-roll en alles wat daarbij hoort: ‘Groupies zijn vaak niet de meest aantrekkelijke vrouwen.’

Uit het maartnummer van Playboy, 2019. Het gehele interview leest u hier.

1. Je nieuwe plaat Pressure makes diamonds bestaat uit twee delen: The Year of the Snake en Pompadour HippieWaarom heb je ervoor gekozen om het album in twee delen uit te brengen?
Dat is een beetje uit nood. Elke vinylplaat heeft natuurlijk een A-kant en een B-kant. In het begin heb ik ervoor gekozen om alle uptempoliedjes op de A-kant en alle rustige liedjes op de B-kant te zetten. De plaat was begin oktober klaar, maar bij de vinylfabriek duurt het ruim drie maanden om hem te laten persen en mijn clubtour begon in november. Daarom hebben we er toen voor gekozen om de A-kant alvast digitaal te releasen en de rest in februari uit te brengen.

3. Je hebt het imago van een stoere rocker, maar je bent al vijftien jaar samen met dezelfde vrouw, drinkt geen alcohol en eet geen vlees. Was er een periode waarin je wel aan dat imago voldeed?
Er is een periode geweest waarin ik heel veel heb gedronken. In eerste instantie omdat ik het gewoon heel lekker vond, later heb ik het als excuus gebruikt omdat mijn moeder was overleden. Ik vond drinken prettig omdat je dan lekker in zelfmedelijden kunt wegkwijnen. Verder heb ik een beetje moeite met zoiets als ‘het imago van een rocker’. Onafhankelijkheid is wat mij betreft het enige échte kenmerk rock-’n-roll, dat er niemand is die vertelt wat ik moet doen. Ja, mijn vrouw misschien een beetje, ha. Die onafhankelijkheid was ook altijd mijn streven. Ik had veel geld kunnen verdienen door covers te spelen op bedrijfsfeesten, maar dat heb ik niet gedaan. Ik wilde doen waar ik zelf zin in had.

4. Je woont al je hele leven in je geboortehuis in Middelburg. Is het niet veel handiger om naar de randstad te verhuizen?
Een paar jaar geleden heb ik inderdaad weleens gekeken naar een huisje in de buurt van Hilversum, maar dan moet je voor een kutappartementje zoveel geld neertellen dat ik denk: dan maar 70.000 kilometer per jaar in de auto zitten. Ik blijf een Zeeuw, hè. Ik voel me ook een beetje verplicht aan het huis om daar te blijven. Het heeft er altijd voor gezorgd dat ik muziek kon gaan maken. Een groot deel van mijn leven had ik namelijk geen rooie rotcent, maar ik had wel een dak boven mijn hoofd. Mijn beide ouders zijn ook in dat huis overleden. Ik weet nog wel dat ik kort na het overlijden van mijn vader ’s nachts thuiskwam van een optreden en opeens zijn schoenen in de gang zag staan. Dat trok ik niet. Kort daarna hebben we het gedeelte van het huis waarin hij woonde helemaal gestript en bij ons deel getrokken. De echte herinneringen zitten toch in je hoofd.

7. Je bent nu vijftien jaar samen met Escha, de charmante bardame van Veronica Inside. Vond je het lastig toen ze vijf jaar geleden naakt poseerde voor Playboy?
Nee, ik vond het juist fantastisch. Ik vind het een groot compliment als jouw vrouw wordt gevraagd door zo’n iconisch blad als Playboy. We hebben er ook wel om moeten lachen: het stereotype beeld van de rock-’n-roll-muzikant die datet met een playmate werd natuurlijk helemaal bevestigd, alleen met het verschil dat wij elkaar toen al tien jaar kenden en we samen letterlijk met niets zijn begonnen. Nu hangt de cover levensgroot in onze woonkamer. Sommige mensen kijken daar raar van op, maar wij vinden het gewoon een mooie foto.

8. Tien jaar geleden brak je door als huisband van VI – nu Veronica Inside. Het programma komt vaak in het nieuws door de controversiële uitspraken die daar worden gedaan. Vind je weleens dat ze het te bont maken?
Natuurlijk denk ik weleens: moet dit nu, maar aan de andere kant is het ook gewoon maar satire. Ik vind dat iedereen het altijd veel te serieus neemt. What the fuck? Het is gewoon een voetbalprogramma met vier leipies die wat over voetbal te melden hebben. Ik zal geen namen noemen, maar van sommige mensen denk ik weleens dat ze het fijn vinden dat ze door Johan (Derksen, red.) worden genoemd, zodat ze zelf ook weer even in de media kunnen komen.

9. Je doelt op mensen als Sylvana Simons?
Niet alleen zij, het is een hele groep. Je geeft die mensen een podium als je het maar over ze blijft hebben. En dat is juist waar ze op uit zijn. Beter kun je ze gewoon negeren. Als er iemand op de markt in Middelburg uit zijn nek staat te zwetsen en iedereen staat te luisteren, dan heeft hij een publiek. Maar als je gewoon denkt: dat is een leipie en je loopt door, dan is het toch klaar? Ik snap sowieso niet in wat voor wereld zij leven. Dat wat zij doen, heeft alleen maar met het uit elkaar halen van de samenleving te maken in plaats van verbinden. Ik kan me daar echt over verbazen. Ik verbaas me sowieso over alles.

 

Jan Siebelink: ‘Film heeft mij laten zien hoe mooi de wereld is’

Jan Siebelink (81) is dit jaar de auteur van het Boekenweekgeschenk, Jas vanbelofte. Wat leest, luistert en ziet hij zoal?

Interview in HP/De Tijd 03, 2019. Lees het gehele stuk hier.

BOEKEN
“Voordat je kwam was ik wat aan het grasduinen in mijn boekenkast en kwam ik dit boekje tegen: La symphonie pastorale van André Gide. Ik heb het in mijn tijd als leraar op de middelbare school vaak klassikaal gelezen. Het gaat over een dominee die in het gebergte een blind weesmeisje tegenkomt en haar in huis neemt. Hij is getrouwd en heeft kinderen, maar wordt verliefd op haar. Uiteindelijk wordt ze geopereerd en kan ze weer zien. Dan blijkt dat de liefde niet wederkerig is en dat ze verliefd is op zijn zoon. Een schitterend thema. À rebours van J.-K. Huysmans heb ik ook maar even meegenomen naar beneden. Dat is mijn lijfboek. Er gaat nauwelijks een dag voorbij dat ik er niet even in blader. In mijn persoonlijke ontwikkeling speelt het boek ook een belangrijke rol. In 1973 werd ik gevraagd om de vertaling te maken, die vier jaar later verscheen onder de titel Tegen de keer. Het maken van die vertaling heeft ertoe geleid dat ik zelf ben gaan schrijven.”

BEELDENDE KUNST
“Klaas Gubbels is niet alleen een van mijn beste vrienden, hij is ook een van mijn favoriete kunstenaars. Overal in huis hangen schilderijen en staan beelden van hem. Van kunst kun je soms denken: hier begrijp ik niets van, maar van zijn werk begrijp je alles. Hij schildert voornamelijk koffiekannen en tafels, maar hij heeft ook een serie litho’s gemaakt bij citaten uit Knielen op een bed violen. Die litho’s staan in het boek Het gat in de heg, maar we hebben ze ook hier in de woonkamer hangen. Moet je eens zien hoe hij dat gedaan heeft. Hoe hij met een paar lijnen heel veelzeggende beelden neerzet. Het heeft wel wat weg van Matisse, vind je niet? De allermooiste vind ik misschien wel de laatste steendruk uit deze serie: het doodsbed van mijn vader met daaromheen de broeders. Hij heeft er meerdere versies van gemaakt, maar deze is niet minder dan perfect.”

MUZIEK
“Mijn favoriete muzikant is klarinettist André Kerver. In Theater Concordia in Enschede, zo’n heel oud theatertje met van die mooie balkonnetjes, organiseert hij een paar keer per jaar een middag met muziek en literatuur. Hij vraagt dan een schrijver om uit zijn of haar werk voor te lezen en voorziet de tekst met zijn ensemble al improviserend van muziek. Ik heb daar vorig jaar aan mee mogen werken en het was een van de leukste ervaringen die ik op dat gebied heb gehad. In september doen we het nog een keer over in Eindhoven. Kerver is ook een heel aangename man. Hij speelde jarenlang bij het Orkest van het Oosten, maar werd door een oogziekte bijna blind en moest het orkest verlaten. Ik ben zelf inmiddels ook blind aan mijn rechteroog en voor mijn linkeroog krijg ik oogdruppels. Misschien dat ik daarom ook wel verwantschap met hem voel. Ik weet hoe onthand je bent. Omdat mijn ogen niet meer bij elkaar komen, kan ik bijvoorbeeld niet op een scherm kijken. Dat is heel vervelend als ik bijvoorbeeld foto’s of berichten doorgestuurd krijg van mijn kleinkinderen. Schrijven doe ik daarom ook gewoon met potlood. Daarna typ ik het over op mijn Adler Gabriele 25.”

Philippe Geubels is een wandelende medische encyclopedie

Uit: Playboy 02, 2019. Lees het artikel hier.

Op de persdag van de nieuwe medische quiz Is er een dokter in de zaal (vanaf donderdag 24 januari op RTL4) was presentator Philippe Geubels zelf ziek. ‘Ik heb tussen de interviews door staan overgeven.’ O, ironie. Een paar dagen later is de Vlaming, bekend van zijn lijzige stem en droge humor, weer in betere gezondheid. Al is dat bij hem ook maar relatief. Geubels bedacht het programma, omdat hij zelf een wandelende medische encyclopedie is. Hij leest voor zijn plezier bijsluiters van medicijnen en heeft altijd een doos met pillen op zak. ‘Noem maar iets en ik heb het bij me.’ Diarreeremmers? ‘Zit erin.’ Hoesttabletten? ‘Ook.’ Niets laat hij aan het toeval over. Een chronische man flu is het niet, zegt hij zelf, hij is écht ziek. Het afgelopen jaar had hij onder meer een zware buikgriep en een langdurige pijn in zijn hoofd. ‘Ik denk dan wel meteen dat er een tumor in m’n kop zit.’ Toen de dokter voor de zoveelste keer zei dat hij niets had, dat hij een hypochonder is, antwoordde Geubels: ‘Dan heb ik dat toch?’ Hij is overigens niet de enige die bang is om ziek te worden. Ook Jörgen Raymann, Dennis Quaid en Hugh Jackman worden bestempeld als hypochonder. Naast hypochondrie heeft de kale komiek ook last van agorafobie (pleinvrees) en heeft hij een angst voor oneven getallen. ‘Al is dat misschien meer een dwangneurose. Als ik het volume van de tv harder zet, zet ik hem altijd op een even getal. Ik woon ook op een even nummer. Als ik in een hotel een oneven kamernummer krijg dan zal ik niet vragen of ik van kamer mag veranderen, maar het zit me dan toch niet lekker.’ En is hij weleens bang geweest voor vrouwen? ‘Ik ben nu een paar jaar getrouwd, dus die angst wordt alleen maar erger.’

 

Kees van der Spek over tijgervlees, drugs en gele hesjes

Kees van der Spek (54) komt met een nieuw programma: Kees van der Spek ontmaskert. Playboy spreekt de avontuurlijke misdaadverslaggever over het eten van tijgervlees, het legaliseren van drugs en zijn afkeer van de gelehesjesbeweging: ‘Ze doen net of we in een derdewereldland wonen.’

Uit: Playboy 02, 2019. Lees het gehele interview hier.

Q1. Op 26 februari begint het eerste seizoen van Kees van der Spek ontmaskert op RTL5. Over welke ontmaskering ben je het meest tevreden?
Ik moet nog drie reizen maken, maar tot nu toe ben ik het meest tevreden over Hanoi. Ik was van plan om me daar in een te duur toertje te laten lokken, maar de tempel waar we naartoe wilden was dicht. Ik vroeg daarom aan de taxichauffeur of hij niet iets spannenders wist, ik had namelijk weleens gehoord van tijgervlees. Hij keek een beetje mysterieus en reed ons naar een hondenrestaurant. Daar hebben we hond besteld. Tijdens het eten begon hij toch over tijgervlees. Hij nam me mee naar een restaurant waar ze speciaal voor mij tijgervlees hebben gebakken. Dat is hartstikke illegaal natuurlijk, maar ik heb dit allemaal overlegd met het Wereld Natuur Fonds. Zij zijn er ook bij gebaat dat dit eens op film is vastgelegd. Het verhaal werd nog gekker toen ik in dat restaurant in contact kwam met een parlementslid dat me op het spoor zette van neushoornpoeder. Natuurlijk ook hartstikke illegaal. Vietnam is een van de grootste afzetmarkten van dat spul. De hoorn van een neushoorn wordt tot poeder gemalen. Rijke jongelui vermengen dat poeder met whisky omdat dat potentieverhogend zou zijn. Dat parlementslid had thuis in zijn koelkast een brok hoorn liggen, dus ik heb ook whisky met neushoornpoeder gedronken.

Q4. Is je vrouw altijd blij met het werk dat je doet?
Ik heb met haar de afspraak dat ik nooit zeg wat ik ga doen. Pas achteraf zeg ik wat ik heb gedaan.

Q5. Ga je volgens haar weleens te ver?
Ja. Ik ben een paar maanden geleden voor Oplichters op het internet naar Nigeria geweest en dat had ik niet moeten doen. Daar zijn we bijna gegijzeld. Er sprong opeens een kerel met een kalasjnikov voor onze auto, die toevallig naar de auto achter ons rende. Daar zijn we dus echt door het oog van de naald gekropen.

Q11. Je twittert soms over politieke zaken. ‘Zwarte Piet wordt net zoiets als roken’, schreef je onlangs en ook over de gele hesjes had je geen goed woord over.
Die mensen van de gele hesjes snappen het niet. Laat ik vooropstellen dat ik heel erg begaan ben met arme mensen, ik geef veel geld weg, ik vind ook dat je dat moet doen als je veel geld hebt. Mijn punt is alleen dat mensen in Bangladesh, die niets hebben en echt knetterhard moeten werken voor hun centen, nooit zeiken over hun situatie. Terwijl zij alle recht hebben om te zeiken. En hier wonen we in het zesde rijkste land ter wereld en doen we alsof we in een derdewereldland wonen. What the fuck? Ga eens reizen. En zeg dan niet dat je het niet kan betalen, want iedereen kan reizen. Dat kost tegenwoordig niets meer. Iedereen gáát ook op vakantie. Als je veel reist dan zie hoe goed we het hier hebben. Die mensen zoeken alleen maar naar bevestiging van de doemscenario’s die door Baudet en Wilders worden geschetst. Hoe vaak zijn ze aangerand door een moslim? Nooit. Moeten ze tijgeren naar hun werk? Nee. Ik vind het heel ergerlijk. Er is een contingent boze witte mannen die altijd rabiaat zijn in hun stellingen. Ze schelden me uit voor links gutmensch, terwijl ik helemaal niet zo links ben. Ik ben realistisch. Ze denken ook dat ik zo lul omdat ik rijk ben. Bullshit. Ik woon gewoon in een twee-onder-een-kap, rijd in een gewone auto en dacht er dertig jaar geleden al precies hetzelfde over.

Q18. Peter R. de Vries of Alberto Stegeman?
Daar kan ik echt niet tussen kiezen. Peter is natuurlijk mijn leermeester. Ik ben heel gek op hem, maar ik ben ook erg goed met Alberto. Dat vind ik echt een fijne kerel. Ik zou met allebei wel een avondje kunnen doorzakken. Een samenwerking zie ik niet zitten. Ik heb natuurlijk jarenlang gewerkt voor Peter, maar ik ben hem als maker een beetje ontgroeid, ik bepaal nu zelf wat ik maak en dat bevalt me wel. Alberto doet iets heel anders, die heeft een heel andere stijl dan ik, dus dat zie ik ook niet gebeuren. Bovendien zit hij bij een andere zender.

Pierre Bokma: ‘Het toneel is aan het verdwijnen’

Pierre Bokma (63) staat in de theaters met De Verleiders – #niksteverbergen. Wat leest, luistert en ziet ’s lands meest gevierde acteur zoal?

(Uit: HP/De Tijd, februari 2019. Lees het gehele interview hier.)

THEATER
“Ik heb op mijn zestiende een aantal voorstellingen gezien waarvan ik dacht: dat kan ik beter. Ik zag in die tijd een stuk van Luigi Pirandello met Bob de Lange, Glazen speelgoed met Josée Ruiter en Cyrano de Bergerac met Ko van Dijk, Jeroen Krabbé en Guus Hermus. Ko van Dijk was een en al schmieren – daar geloofde je gewoon niets van. Dat vond ik een aanfluiting. Hermus was een openbaring. Bij bijna alle acteurs, en niet zelden ook bij mij, zie je de inspanning om het echt te laten lijken. Dan is het eigenlijk al niet goed. Hermus was anders. Als hij een emotie toonde, dan was het waar. Er zijn nu ook jonge talenten aan het werk die de hemel willen bestormen, maar omdat ik zo weinig heb gezien, kan ik alleen maar gissen wie dat zijn. En dat vind ik een beetje suf. Dan begeef ik me op minder dan één nacht ijs. Ik vind het wel jammer dat de toneelscholen de handen niet wat meer ineenslaan, zodat ze bij elkaar kunnen gaan kijken en elkaar scherp kunnen houden. Ik denk weleens dat dat de kwaliteit van het onderwijs ten goede zou komen.
“Iedereen met een leuke babbel gaat tegenwoordig voor een zaal staan. Je wordt er helemaal gek van. Lubach mag van mij best de theaters in, maar ik vind hem vermoedelijk op televisie honderd keer beter. Die mensen nemen ook de zuurstof weg voor de toneelcultuur. Het nieuwe theater gaat altijd over de waan van de dag, terwijl er in het verleden toch wel mensen zijn geweest die zich bekwaamd hadden in het schrijven van toneelstukken waar je het een en ander van kunt opsteken. Het toneel is aan het verdwijnen. Natuurlijk, de Stadsschouwburg in Amsterdam zit vaak vol, maar dat is slechts één gezelschap en die spelen dan ook nog eens in huis. Maar als je het land in gaat, zie je dat de zalen nauwelijks vol zitten. Toneel zal op een gegeven moment een niche worden. Toneelacteurs worden mensen die zich ook nog in een heleboel andere dingen hebben bekwaamd. Ze willen voor de gelegenheid heus nog weleens opdraven voor iets geks als een toneelstukje, maar het zal met een zekere bijsmaak worden gedaan. Wat ik zonde vind, maar het is niet anders.”

FILM
“Don’t Look Now van Nicolas Roeg heeft een enorme invloed op mij gehad. Door beeldvorming, door verhaalvertelling, door de verweving van het mystieke en het werkelijke. De openingsscène zal ik nooit vergeten. De film gaat over een mediamiek echtpaar, gespeeld door Donald Sutherland en Julie Christie. De man is restaurateur en werkt veel in Venetië. Hij woont met zijn gezin op een landgoed in Engeland. Op een dag zit hij thuis dia’s te bekijken. Zijn dochter, die vanwege het druilerige weer een rood jasje aan heeft, speelt in de tuin. Op een van die dia’s ziet hij opeens een rood figuurtje in een kerkbank zitten. Hij weet niet wat het is. Dan stoot hij een glas rode wijn om, waardoor de wijn over de dia stroomt en het rode figuurtje langzaam uitloopt. Als hij dat ziet, rent hij zonder na te denken naar buiten en springt in de vijver, waar hij zijn dochtertje levenloos uit het water haalt. Ik kan er wel meer over vertellen, maar je moet hem gewoon zien, ook omdat er de mooiste vrijscène ooit gefilmd in voorkomt. De films van Stanley Kubrick zijn ook bijna allemaal goed. Barry Lyndon is niet alleen goed door de brutaliteit van het verhaal en het prachtige spel, maar ook vanwege het onwaarschijnlijke licht in de eerste scène. Alleen maar kaarslicht. Kubrick heeft daar een aparte cameralens voor moeten laten maken. A Clockwork Orange is ook zo’n onwaarschijnlijk mooie film van hem. Van 2001: A Space Odyssey vind ik het begin vooral heel goed. Daarna vallen mij te veel inconsequenties op.
“Hoe het staat met Siegfried? (Bokma gaat de hoofdrol spelen in Frans Weisz’ verfilming van deze roman van Harry Mulisch – red.) Daar zijn we mee bezig, maar het hangt nog op financiering en beschikbaarheid. Beschikbaarheid kan ik begrijpen, maar de financiering vind ik altijd een probleem. Ik zou weleens willen weten wie de mensen zijn die bij die fondsen over de subsidies gaan. Ik zou weleens een gesprek met hen willen hebben om erachter te komen hoe ze daar terechtgekomen zijn en wat hun expertise is. Dat geldt ook voor de mensen die bij omroepen over dit soort zaken gaan. Dat zijn, heb ik de sterke indruk, veelal mensen die via allerlei onduidelijke wegen en niet gehinderd door specifieke kennis op dit gebied zijn doorgestroomd en van wie er maar erg weinig weten wat ze daar doen. Ik vind het onbestaanbaar dat die mensen, ondemocratisch gekozen, zo veel macht hebben. Vroeger was er een zekere mate van coulance. Er waren een aantal hoofdproducenten die de dienst uitmaakten, maar dat waren mensen uit het metier zelf, die hadden min of meer de goedkeuring van hun vakgenoten. Maar die zijn allemaal weggesaneerd door het achterlijke Halbe Zijlstra-beleid. Ik was helemaal niet tegen een herziening en een opschoning van dat beleid, maar wat hij heeft gedaan, ligt in het verlengde van zijn leugens.”

De twaalf best gelezen interviews van 2018

Deze twaalf stukken zijn dit jaar het meest gelezen op deze website.

12. Iris van Herpen over David Attenborough, August Rodin en Terry Gilliam
Wereldwijd gelauwerde modeontwerpster laat zich door vele personen inspireren. (HP/De Tijd, juni 2018)

11. Jan Wolkers: Cremers knapste leerling?
Schreef Jan Wolkers ‘pik’ dankzij Jan Cremer, of kon Cremer zo onverbloemd schrijven dankzij Wolkers? Biograaf Onno Blom gaat voorbij aan de band die de twee giganten hadden, aldus Cremer. ‘Een literair schandaal’, vindt hij. (HP/De Tijd, april 2018.)

10. Géza Weisz: ‘Ik wil zoveel mogelijk vrouwen veroveren’
Géza Weisz speelt een van de hoofdrollen in Het leven is vurrukkulluk, geregisseerd door zijn vader Frans Weisz. ‘Ik maak me geen illusies: ik had deze rol niet gekregen als hij niet de regisseur was geweest.’ (Playboy, februari 2018.)

9. Armando: “Misschien blijk ik wel onsterfelijk”
Oud zelfportret van Armando (1929 – 2018). Op de vraag of hij weleens bidt: “Nee. Ik denk ook niet dat God tijd heeft om mijn gebeden te verhoren. Hij heeft wel wat anders te doen. Ik denk dat-ie op dit moment nog bezig is met Auschwitz, omdat-ie destijds de andere kant opkeek toen de mensen hem nodig hadden.” (HP/De Tijd, september 2014)

8. Hella en Freek de Jonge: ‘Als het ons niet bevalt, zijn we weg’
Freek (74) en Hella de Jonge (69) woonden zes weken in het Groninger Museum voor de expositie Het Volle Leven. Aan de hand van hun kunstcollectie vertellen ze over hun decennialange samenwerking. Hella tegen Freek: “Jij hebt ooit eens gezegd dat Brief aan mijn moeder van Ischa Meijer je geleerd heeft hoe ik in elkaar steek. Het boek Leerschool van Tara Westover had datzelfde effect op mij.” (HP/De Tijd, september 2018.)

7. Taco Dibbits over ‘Het Joodse Bruidje’ van Rembrandt
De directeur van het Rijksmuseum geeft een klein college over Rembrandt. (HP/De Tijd, mei 2018.)

6. Maarten van Rossem: ‘Vincent van Gogh kon niet schilderen’
Historicus Maarten van Rossem werd 75 jaar en schreef een boek: Wat is geluk? Hij blijkt minder stoïcijns dan gedacht: “Ik ben vrij huilerig ingesteld. Ik hoef maar een film te zien waarin een padvinder een klein hondje uit een vijver redt en ik ben al weg.”(HP/De Tijd, november 2018.)

5. Don Diablo over muziek, vrouwen en een gebrek aan erkenning
Don Diablo heeft na tien jaar zijn tweede album uitgebracht: Future. Hij behoort tot de elf populairste deejays ter wereld, heeft overal uitverkochte zalen, maar erkenning voor zijn muziek krijgt hij nauwelijks in Nederland. ‘En dat is raar’, vindt hij zelf ook. (Playboy, april 2018.)

4. Mies Bouwman: ‘Het liefst wil ik helemaal niets meer’
Interview uit 2017 met de dit jaar overleden Mies Bouwman. Op de vraag aan wie ze zich ergerde: “Aan overdreven mensen. En dan met name: mensen die overdreven hun bewondering voor je uitspreken. Die moet ik niet.” (HP/De Tijd, mei 2017)

3. Olcay Gulsen: ‘Van types als Sylvana Simons gaan mij de haren rechtovereind staan’
Vlak voor het faillissement van haar modemerk Supertrash deed Olcay Gulsen uit de doeken hoe ze aan de top is gekomen. “Ik heb veel gebluft, ik heb een beetje gelogen, ik heb interessant gedaan, ik heb mezelf beter voorgedaan dan ik was – het hoort er allemaal bij. En ik zou het morgen weer doen.” (Playboy, februari 2018.)

2. Tino Martin: ‘Om de zoveel maanden neem ik aan andere auto’
Veelbesproken interview met volkszanger Tino Martin. Een gesprek over zijn weigering bij De Toppers, zijn ervaringen met drugs en zijn succes: ‘Ik durf wel te zeggen dat ik een van de zes beste zangers ben van Nederland.’ (Playboy, juli 2018)

1. Gerard Joling: ‘De beste zanger van Nederland? Dat ben ik zelf’
Veelbesproken interview met de meest sympathieke Topper. “Het zou mij niet verbazen als er binnen drie jaar een burgeroorlog uitbreekt in Nederland.” (Playboy, mei 2018)

Schermafbeelding-2018-06-22-om-23.22.52

Hedy d’Ancona: ‘Architectuur is de moeder aller kunsten’

Sociologe, feministe en voormalig politica Hedy d’Ancona (81) is gastcurator van de tentoonstelling Vrouwen van Museum Gouda. Wat leest, kijkt en luistert zij in haar vrije tijd?

Verschenen in het dubbeldikke winternummer van HP/De Tijd. (2018) Het interview was al gedrukt toen haar levensgezel, kunstenaar Aat Veldhoen, die bij het gesprek aanwezig was en er ook veelvuldig in voorkomt, onverwacht overleed op 9 december 2018. Het gehele interview is hier te lezen.

BOEKEN
“Ik ben net jarig geweest en heb een onthutsende hoeveelheid heel dikke boeken gekregen. Ik ben nu een beetje aan het snuffelen waar ik eens in zal gaan beginnen. Ik denk dat het De eeuw van Gisèle wordt van Annet Mooij – de biografie van Gisèle van Waterschoot van der Gracht. Ik ben vooral benieuwd naar het verhaal van die twee kunstenaars die in de oorlog bij haar ondergedoken zaten: Wolfgang Frommel en Percy Gothein. Die mannen blijken minder onschuldig dan gedacht. Ze gebruikten hun onderduikadres onder meer om jonge knapen te misbruiken die zich wilden aansluiten bij hun ‘mannengemeenschap’. Gisèle stond dat allemaal toe, hoewel ook zij door hen werd uitgebuit. Ik kan ook niet wachten om te beginnen in de biografie van Remco Campert. Dat is bijna voor de lekker. Mirjam van Hengel heeft eerder een prachtig boek geschreven over Leo en Tineke Vroman. Ik moest daarbij heel erg denken aan het gedicht ‘De tuinman en de dood’ van Van Eyck. Leo vlucht in de oorlog naar Indië om niet opgepakt, afgevoerd en weggerukt te worden, maar belandt dan dáár in verschillende kampen. Aan de dood valt niet te ontkomen. Des te mooier is het als ze elkaar na de oorlog weer vinden en uiteindelijk nog bijna zeventig jaar van elkaar mogen genieten.”

BEELDENDE KUNST
“Kijken vereist enige oefening. Kleine kinderen kunnen heel goed kijken. Die kunnen soms uren naar iets onbenulligs als een lege fles kijken. Een beeldend kunstenaar kan dat ook. Aatje zit soms uren te kijken naar de mensen en de machines die hier nu op straat aan het werk zijn en maakt daar dan tekeningen van in zijn schetsboekje. Hij heeft me dat echt geleerd. Je leert de schoonheid van die dingen zien. In de trein kijk ik veel vaker uit het raam dan vroeger. In de avond zijn er vaak prachtige zonsondergangen te zien, maar niemand die het ziet, iedereen kijkt op zijn telefoon of ligt te soezen. Dan roept de conducteur om welk station we binnenrijden en denk ik: waarom zegt die man ook niet even dat we naar buiten moeten kijken? Want de lucht is wonderschoon. “Architectuur is de moeder aller kunsten. Ik heb sociale geografie gestudeerd en heb me daarna gespecialiseerd in zowel stadsgeografie als de sociologie van het wonen. Daar is mijn belangstelling voor architectuur ontstaan. Als minister van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur vond ik het een kunstuiting die we moesten stimuleren. Een gebouw is niet alleen voor degenen die het gebruiken, maar ook voor degenen die erlangs lopen, fietsen en rijden. Het is van ons allemaal. Na mijn ministerschap zat ik in het College Bouw Zorginstellingen. Daarin richtte men zich heel erg op de functionaliteit van die gebouwen. Dat is natuurlijk ook het belangrijkste, maar daardoor hoeft het nog geen saai en onaantrekkelijk gebouw te zijn. Streel de ogen en laat mensen zich er behaaglijk voelen. Ze zitten er al niet voor hun plezier. Een mooi gebouw kan troost bieden. Om dat te bevorderen hebben ze vier keer de Hedy d’Ancona-prijs voor excellente zorgarchitectuur uitgereikt. De eerste winnaar was revalidatiecentrum Groot Klimmendaal in Arnhem. Dat gebouw is van een grote schoonheid. Het is functioneel, maar het is ook mooi en innemend, een gebouw dat je omarmt.”

FILM
“Ik vind het laf van mezelf dat ik liever geen oorlogsfilms wil zien, dus af en toe dwing ik mezelf om dat toch te doen. Ik wil geen wegkijker zijn. In de negen uur durende documentaire Shoah van Claude Lanzmann komen mensen aan het woord die rondom de concentratiekampen woonden en niets hebben gezegd. Ze wisten wat er gebeurde, maar hielden zich gedeisd. Ik kan me dat niet voorstellen. Als je vindt dat iets niet deugt, dan zég je er wat van. “Neem het niet!” Die lijfspreuk heb ik overgenomen van Stéphane Hessel, verzetsstrijder en Holocaustoverlevende, die een geweldig essay over verzet heeft geschreven. Alles begint volgens hem met verontwaardiging. Je kunt nooit zeggen: daar kan ik niets aan doen. Dat kun je namelijk wél. Hij roept de jongere generaties op om in opstand te komen tegen de toenemende ongelijkheid in de wereld. Indignez-vous! Hij eindigt het pamflet met zijn woede over wat de Israëlische regering doet met de Palestijnen. En dan te bedenken dat hij in de negentig was toen hij dit schreef. Ik ben iets jonger, maar ik ben ook nog steeds verontwaardigd over dingen. En zo hoort dat ook. Als dat ooit stopt, dan kunnen ze me net zo goed inkuilen.”

 

Kajsa Ollongren: ‘Als André Hazes door het stadion schalt, krijg ik kippenvel’

Kajsa Ollongren (51) is minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Hiervoor was ze namens D66 wethouder en locoburgemeester in Amsterdam. Wat leest, kijkt en luistert ze in haar vrije tijd?

Verschenen in het decembernummer van HP/De Stijl. (2018)

(Selectie)

BOEKEN
“Ik heb de gewoonte om meerdere boeken tegelijk te lezen. Op mijn nachtkastje ligt op dit moment 1793 van de Zweedse schrijver Niklas Natt och Dag. Een prachtige achternaam trouwens, Natt och Dag. Het betekent letterlijk ‘nacht en dag’. Het boek is een kruising tussen een historische roman en een thriller. Het speelt zich af in 1793 in Stockholm. Er wordt een verminkt lijk opgevist, een romp en een hoofd zonder ogen, en een man krijgt de onmogelijke taak om uit te zoeken wie het slachtoffer en zijn moordenaar zijn. Verder zal ik niet te veel verklappen. Het is niet alleen een heel spannend en gruwelijk boek, het geeft ook een mooi tijdsbeeld, bijvoorbeeld van de extreme armoede die er toen heerste. En het is ook nog eens prachtig opgeschreven, in een rijke taal. Verder lees ik op dit moment in de onlangs verschenen biografie van Thorbecke, Thorbecke wil het van Remieg Aerts. Er staan veel dingen in die voor mij nieuw zijn. Over de relatie met zijn vader bijvoorbeeld. Zijn vader had grootse plannen met zijn zoon, maar mislukte zelf in alles. De jonge Thorbecke was uiteindelijk tot ver in zijn volwassenheid bezig om de problemen van zijn vader op te lossen.”

BEELDENDE KUNST
“Mijn ouders zijn enorme kunstliefhebbers. Hun hele huis hangt vol met kunst die ze in de loop der jaren verzameld hebben. Dat zijn niet per se werken van bekende kunstenaars die veel geld waard zijn, maar ze kopen iets omdat ze het mooi vinden. Ze hebben bijvoorbeeld een hele wand met prachtige etsen van José Calsina. Hij is niet beroemd, maar mijn ouders zijn bevriend met hem, we kwamen ook wel bij hem thuis, en hij maakte echt prachtig verfijnde werken. Zo hebben zij hun kunstcollectie opgebouwd en zo kijk ik ook naar kunst. Een kunstwerk hoeft niet per se van een grote kunstenaar te zijn om iets op te roepen. Een mooi voorbeeld: kort na het overlijden van Johan Cruijff liep ik over een van de grachten en zag in een etalage een prachtig waterverfportret van hem. Iedereen die langsliep bleef even kijken. Dat is toch hartstikke mooi? In mijn werkkamer hangt nu een schilderij uit de kunstcollectie van het Rijk – een schilderij van Steven Aalders uit Amsterdam. Het toeval wil dat in mijn vorige werkkamer ook een werk van hem hing, maar dat kwam uit het depot van het Stedelijk. Ik ben er dol op. Zijn werk lijkt wel een beetje op dat van Malevitsj en Mondriaan. Met een paar simpele lijnen en een beperkt aantal kleuren weten zijn schilderijen een enorme indruk te maken op de toeschouwer.”

FILM

“Ik ben muzikaal heel breed georiënteerd. Ik heb piano en saxofoon gespeeld. Ik speelde klassieke stukken, maar ik heb ook in bandjes gezeten en zelfs in een bigband. Als ik ooit weer meer tijd heb, lijkt het me leuk om zelf weer meer muziek te maken. Je verleert het namelijk niet. Als ik muziek luister, switch ik makkelijk van Bach naar Foo Fighters naar Anouk. Anouk vind ik geweldig. Ik heb net haar nieuwe album gehoord: Jij. Niet elk nummer spreekt me aan, maar het is wel echt een fantastische plaat. Het maakt niet uit wat ze maakt; als ze iets nieuws heeft, dan luister ik het.
Als ik hardloop, dan luister ik het liefst naar een beetje opzwepende muziek. Op een paar lekkere gitaarsolo’s schijn je beter te lopen. Spotify is wat dat betreft echt een uitkomst: je zet een hardrock-playlist aan en je gaat naar buiten. Soms hoor je een nummer waarvan je denkt: hé, dat ken ik, maar vaak hoor je het voor het eerst. Naar concerten ga ik heel weinig, moet ik eerlijk zeggen. Mijn vrouw is van oudsher Madonna-fan, dus ik ben weleens mee geweest naar een concert van haar, maar dan denk ik na een paar nummers toch: ik vind het leuker om dit thuis op te zetten. Daar hoef ik niet een hele avond voor naar Ziggo Dome. Ik ga wel iedere twee weken naar de thuiswedstrijden van Ajax. Ik krijg dan toch altijd kippenvel als Bloed, zweet en tranen van André Hazes door het stadion schalt. Het is ook mooi om te zien dat Dré junior nu bijna dezelfde status als zijn vader heeft bereikt.”

Het gehele interview leest u hier.