Henk Schiffmacher: ‘Mijn filmcarrière is in de kut gesmoord’

Klein interview met Hanky Panky voor het augustusnummer van Playboy.

Tattookoning Henk Schiffmachter (66) won onlangs bijna twee ton bij de Postcodeloterij.

Laatst aangeschafte album?
Ik koop nooit muziek. Al die nieuwe bands en deejays vind ik een ramp.

Beste nummer ooit geschreven?
96 Tears van ? and the Mysterians.

Herman Brood of Barry Hay?
Barry Brood. Over de doden niets dan goeds, I love Herman, maar Barry is ook een hele grappige en lieve man.

Het duurste wat ik ooit voor mezelf heb gekocht is…
Ik heb ooit eens een verzameling van allemaal oude tattoospullen van tachtigduizend gulden gekocht.

Dit is het mooiste horloge van de wereld…
Ik ben niet zo van de horloges. Het geld dat ik heb gewonnen wil ik investeren in de collectie van een nog op te zetten Tattoo Museum – al is dat natuurlijk een schijntje van wat we nodig hebben. Vooralsnog vind ik het een prettig gevoel om eens in de plus te staan en niet te moeten werken om het verlies te betalen. Ik ga hier heel rustig van genieten.

Deze auto zou ik wel willen rijden…
Ik geef ook niets om auto’s of Harley Davidsons.

Deze bekende persoon zou ik nog weleens willen tatoeëren…
Willem-Alexander. Zijn grootvader had er ook een. Ik weet dat hij de Playboy leest, dus bij dezen is hij uitgenodigd.

Met deze overleden persoon zou ik nog weleens een borrel willen drinken?
Dat is met mijn vriend Mike Malone, een begenadigd verhalenverteller en toptattooeerder. Ik mis hem. Hij heeft een aantal jaren geleden met een grote magnum zijn hele hoofd eraf geschoten. Ik mis hem.

Stiekem ben ik verslaafd aan…
Ik heb een heleboel verslavingen gehad, maar nooit stiekem. Iedereen mag alles weten. Ik ben met drugs gestopt, en af en toe mis ik dat weleens, ik vond het wel gezellig om af en toe een snuif te nemen. Ik ben nu alleen nog maar verslaafd aan mooie dingen. Ik mag graag naar het Rijks of naar het Stedelijk gaan om daar naar mooie schilderijen te kijken.

Heeft u weleens voor een schilderij staan huilen?
Ja, er zijn schilderijen die gekke dingen met me hebben gedaan. De portretten van Rubens, De geslachte os van Soutine en Who’s afraid of red, yellow and blue van Newman bijvoorbeeld.

Als ik een miljoen had, dan kocht ik meteen…
Oude tattoospullen. Ik heb net een banner gekocht van een oude degenslikker en ik heb nog een Marquizaanse war club met allemaal tattoo designs erin gesneden.

Laatst gelezen boek?
De ondergang van de Batavia van Mike Dash. Die man doet een boekje open over wat voor een tuig wij waren. Mannen die elkaar radbraken… unbelievable.

Beste restaurant van Nederland?
New Draver in Amsterdam. Je kunt daar heerlijk Surinaams eten.

Voor dit drankje kun je me ’s nachts wakker maken?
Een ijskoud watertje vind ik lekker of een glas goede champagne.

Beste film?
Apocalypse now. Ik had daar bijna in meegespeeld. Ik was in die tijd in de Filipijnen en toen ben ik gecast om mee te spelen als zijnde een G.I., maar ik kreeg vlak daarvoor een ernstige ontsteking aan mijn glanslans waardoor ik mijn rol heb gemist. Mijn filmcarrière is in de kut gesmoord.

Deze actrice schop ik niet uit mijn bed…
Angelina Jolie. Als ze in bed dan maar niet acteert.

Advertenties

Leo Alkemade over champagne, horloges en lekker janken

Acteur en cabaretier Leo Alkemade (37) is gek op champagne, horloges en Kim van Kooten. Playboy spreekt hem naar aanleiding van een nieuw seizoen Foute Vrienden – misschien wel het laatste. ‘Ik denk dat heel lastig is om hierna nog een seizoen te maken met dit clubje.’

Interview in het augustusnummer van Playboy. (2018)

1. Deze zomer wordt Foute Vrienden herhaald, het razend populaire programma waarin drie komieken om de beurt een opdracht bedenken, die een vierde vervolgens uit moet voeren. Vanaf 4 september zijn nieuwe afleveringen te zien op RTL5. Zijn jullie onderhand niet te bekend geworden voor een nieuw seizoen?

Het wordt inderdaad steeds moeilijker. Deze week waren we aan het filmen in een fotostudio toen er iemand binnenkwam en zei: ‘Hé, jij bent toch die acteur?’ Ik beaamde dat, maar zei er tegelijk bij dat ik eigenlijk ben opgeleid als fotograaf en dat ik dit er af en toe nog bij doe omdat ik het heel gaaf vind om te doen. Dat geloven ze dan grappig genoeg ook meteen. Maar dat het een keer stopt… Ik denk dat het heel lastig is om hierna nog een seizoen te maken met dit clubje.

2. Je bent ook bekend van het sketch-programma Sluipschutters. Keert dat nog terug op televisie?

Ja. We zijn nu aan het schrijven, dus ik verwacht dat het september volgend jaar weer op televisie zal komen. We moeten vierhonderd grappige scènes bedenken voor zo’n seizoen, dus je kunt je voorstellen dat we daar wel even mee bezig zijn naast al onze andere werkzaamheden.

9. Je bent bevriend met Guus Meeuwis en schrijft ook teksten voor hem. Van welke liedjes heb jij de teksten geschreven?

Hmm, moet dat erin? Dat vind ik altijd zo pochen. Maar hij is een vriend, dat klopt, en we schrijven weleens wat samen. We hebben onder meer Tilburg geschreven, over onze liefde voor deze schitterende stad, en zijn nieuwe single Je moet het voelen. Ik doe dat echt voor de lol. We tennissen weleens samen en dan eten we daarna bij hem aan de keukentafel een paar boterhammen en dan schrijven we een liedje. De ene keer wordt dat dan de nieuwe single, maar veel vaker verdwijnt het gewoon in de prullenbak.

10. Van welk Nederlandstalig nummer zou je willen dat jij het had geschreven?

Er zijn zoveel verschrikkelijk mooie Nederlandstalige liedjes, maar als ik er een had willen schrijven, dan is dat Voor haar, gezongen door Frans Halsema, vertaald uit het Engels door Michel van der Plas. Mooier dan dat wordt het niet. Ik heb het daarom ook voor mijn vrouw gezongen op onze bruiloft.

11. Hield je het droog?

Ja. Ik kan onder druk altijd goed presteren. Ik heb ook op de crematie van mijn pa Zoon van Bram Vermeulen gezongen. Voordat hij stierf vroeg hij me of ik dat wilde doen. Ik zei: dat gaat me niet lukken, pa. Uiteindelijk heb ik het toch gedaan en is het me op een of andere manier toch gelukt om dat hartstikke straight te doen.

12. Je bent op je vijfentwintigste getrouwd met Margriet. Mis je niet dat je niet echt een losbandige periode hebt gehad?

Nee, want ik heb die behoefte nooit gehad. Ik was niet een jongen die elk weekend op stap ging, want dat kon ik niet zo goed. Ik vind het heel leuk om af en toe aan de bar van een café te hangen, maar in een club of een discotheek – bestaat dat trouwens nog? – heb ik helemaal niets te zoeken. Je kunt elkaar niet verstaan, je moet tof doen door tegen de muur aan te hangen en je ziek te drinken aan de Flügel… Niets voor mij. Ik was ook vroeg vader, maar dat vind ik achteraf een voordeel. Als ik straks vijftig ben zijn mijn vier kinderen het huis uit en ben ik nog fit genoeg om met ze op pad te gaan. Dan gaan we lekker bierdrinken in een discotheek bijvoorbeeld, dan vind ik het wel leuk, of we gaan liggend eten in een loungebar. Ik heb daar nu al zin in.

18. Je bent bezig met het script van je eerste film: Champagne. Leg eens uit?

Ik ga het verhaal van mij en mijn vader verfilmen. We hielden allebei van champagne – de liefde daarvoor heb ik van hem. Voordat hij stierf zouden we nog een keer naar de Champagne gaan. Hij bleek echter te ziek, dus toen ben ik zelf maar gegaan om een paar flessen te halen die we in die laatste weken hebben opgedronken. De film is het verhaal van hoe de reis had moeten zijn. Het is een roadmovie over een zoon en zijn zieke vader die nog een keer tot elkaar willen komen. Echt tot een gesprek leidt die trip niet. Ze komen erachter dat dat ook niet per se hoeft om elkaar beter te leren kennen. Het samen drinken van een mooi glas is evenveel waard als een diepgaand gesprek. Volgens mij is dat ook de relatie die ik had met mijn vader: ik weet wie hij was, hij wist wie ik was en we wisten wat we aan elkaar hadden gehad en dat was goed.

19. Ga je zelf de hoofdrol spelen?

Ja. Ik speel de zoon, die in de film trouwens anders gaat heten.

20. Is het lastig om als acteur je hoofd boven water te houden?

Het is natuurlijk een drukke vijver waarin ik vis. Er zijn zoveel knappe blonde acteurs in Nederland. (Lacht) Ik ben alleen niet iemand die bij de telefoon gaat zitten wachten tot ze hem iets aanbieden. Dat is ook waarom ik zelf een film ben gaan schrijven. Mijn passie ligt bij acteren. Al die panelshows waarvoor ik word gevraagd zijn leuk, maar het leidt af van wat ik werkelijk wil. Ik denk dat ik nog niet heb kunnen laten zien wat ik echt kan. Ik blijf toch een soort komedieacteur, terwijl ik denk dat komedieacteurs ook vaker voor serieuze rollen gecast moeten worden. Dat geeft zo’n rol een soort lichtheid die heel goed werkt. Kijk naar André van Duin in de serie over Hendrik Groen. Die man heeft zichzelf echt opnieuw uitgevonden. Het lijkt me leuk om ook wat vaker zo’n rol te spelen. Een keer een schurk spelen lijkt me ook wel wat.

Tino Martin: ‘Om de zoveel maanden neem ik een andere auto’

Tino Martin (34) is een rijzende ster in muziekland. In juni stond hij nog in Ziggo Dome – de kaarten waren binnen een half uur uitverkocht. Deze zomer is de sympathieke volkszanger een van de artiesten in Beste Zangers. Een gesprek over zijn weigering bij De Toppers, zijn ervaringen met drugs en zijn succes: ‘Ik durf wel te zeggen dat ik een van de zes beste zangers ben van Nederland.’

Uit: Playboy 07, juli 2018.

Q1. Je bent een van de meest geboekte artiesten van Nederland, verkocht onlangs de Ziggo Dome binnen een half uur uit en toch gaat niet bij iedereen meteen een belletje rinkelen bij de naam Tino Martin. Hoe kan dat?
Het feit dat sommige mensen me nog niet kennen zie ik als iets positiefs, want dat betekent dat er nog veel te winnen valt. Toch durf ik te stellen dat iedereen die van Nederlandse volksmuziek houdt, mij wel kent: als ik een concert geef in Carré of Ziggo Dome dan is dat binnen een paar minuten uitverkocht. Dat lukt niet als niemand je kent. En als je niet van mijn muziek houdt, dan ken je me misschien niet. Dat is ook prima. Ik zal je eerlijk vertellen: toen ik laatst hoorde dat Avicii was overleden, wist ik ook niet wie dat was, gewoon omdat zijn muziek mij niet zo aanspreekt

Q10. Leg je weleens een lijntje om zo’n druk werkschema vol te kunnen houden?
Nee. Ik kan me niet voorstellen dat mensen beter gaan presteren als ze cocaïne gebruiken. Ik vind het ook gevaarlijk. Ik denk dat je er bang van wordt als je weet hoeveel mensen dat spul gebruiken. En echt in alle lagen van de bevolking: het zou me niet verbazen als ook mensen in het parlement tussen de debatten door af en toe een lijntje leggen. Ik weet waar ik het moet halen, ik krijg het zelfs de hele dag van links en rechts aangeboden, maar ik hoef dat witte poeder niet te hebben.

Q11. Geef je veel geld uit aan kleding
Ik ben helemaal niet materialistisch ingesteld. Echt niet. Als ik morgen alles kwijt ben en je geeft me 200 euro, dan kan ik bij de H&M een paar heel leuke setjes kleding kopen en dan loop ik er de komende vijf weken weer leuk bij. Ik geef geld wel vrij makkelijk uit. Ik betrap mezelf er weleens op dat ik een winkel binnenloop, drie jassen tegelijk koop en niet eens weet wat het kost. De rekening laat ik gewoon opsturen.

Q12. In welke auto rijd je?
Dat wisselt nog weleens. Ik heb op dit moment zelf een Audi Q7 en een Audi station en mijn vriendin heeft net een nieuwe Mercedes. Om de zoveel maanden neem ik een andere auto. Ik snap ook niet waarom mensen jarenlang in dezelfde auto rijden. Het is toch veel leuker om regelmatig van auto te wisselen? Ik wacht nu op de Audi A9. Hij bestaat nog niet, maar ik heb hem al wel besteld. Als hij over een paar maanden de fabriek uit rolt, ben ik de eerste die hem heeft.

Q16. Krijg je weleens slipjes naar je hoofd geslingerd tijdens een optreden?
Nee, dat niet echt, maar ik krijg weleens berichten binnen van vrouwen die me bij hen thuis uitnodigen – en niet voor een kopje koffie. Ze hebben dan gezien dat ik ergens bij hen in de buurt optreed en vragen of ik na het optreden langs wil komen. Onderaan de mail staat dan altijd hun adres. Soms vragen ze zelfs wat ik het liefst drink. Het verbaast me altijd dat er mensen zijn die denken dat het echt zo werkt. Dat ze een mail sturen naar mijn management en dat ik dan ’s avonds op de stoep sta voor een gezellige avond. Dat vind ik wel lachwekkend.

Q17.Ben je nooit in de verleiding geweest om een keer bij zo’n groupie langs te gaan?
Nee. Ik ben over alles open en eerlijk, ik hou ook echt wel van vrouwen, maar zoiets zou ik nooit doen. De jongens met wie ik werk, zeggen weleens: jezus, zag je dat meisje naar je kijken? Ze stond bijna te kwijlen, joh. Ik zie dat niet. Die dingen ontgaan mij altijd. Dat meen ik echt. Ik ben daar ook helemaal niet mee bezig. Ik kan je met zekerheid zeggen, en mijn vriendin weet dat ook: ik ben niet die zanger over wie je in de roddelbladen leest dat hij na een optreden lag te krikken in zijn kleedkamer. Dat is helemaal niets voor mij.

Het hele interview is hier te lezen.

Presentatie ‘Zeven manieren om thuis te komen’

Op woensdag 4 juli aanstaande presenteert AFdH Uitgevers de nieuwe poëziebundel
van de Almelose dichteres Hanneke van Schooten in het Enschedese Vestzaktheater aan
de Walstraat. De naam van de bundel: Zeven manieren om thuis te komen. De avond wordt omlijst door muziek van André Kerver en Bert van der Veen. HP/De Tijd-journalist Nick Muller zal de dichteres interviewen.

Hanneke van Schooten is een zorgvuldige, ingetogen dichter. Haar poëzie maakt bij
eerste lezing een toegankelijke indruk. Schijn bedriegt echter. Haar observaties zijn
naaldscherp. Het rijzen en dalen van zinnen, de adempauzes en stiltes tussen de
woorden, de kleur van bepaalde woorden, de muziek ervan – alles weegt mee. Vastgesteld kan worden dat de toon en kleur in deze bundel, verdeeld in vijf min of meer zelfstandig te lezen segmenten, lichter is dan in de vorige. In het verhelderende interview met de dichter achterin het boek, leest de poëzieliefhebber daarover meer. Het werd geschreven door Nick Muller.

Het persbericht is hier te vinden. De bundel is onder meer hier te koop.

36694748_10204753425752908_8573440848136503296_n (1)

v.l.n.r. Bert van der Veen, André Kerver, Martien Frijns, Hanneke van Schooten en Nick Muller

 

Hans Croiset: ‘Het doet pijn hoe Rutte en consorten over cultuur spreken’

Acteur Hans Croiset (82) zit dit jaar 65 jaar in het vak. Vanaf 24 augustus speelt hij de dementerende André in de reprise van het toneelstuk De Vader – waarvoor hij vorig jaar de Louis d’Or kreeg uitgereikt. Wat leest, luistert en ziet hij zoal?

Uit het zomernummer van HP/De Tijd, 2018. Het gehele interview leest u hier.

BOEKEN

“Vondel is mijn favoriete dichter. Zijn taalgebruik is fenomenaal. Dat heb ik ook altijd gemerkt als ik een stuk van hem op de planken bracht. Het publiek heeft altijd tien minuten nodig om erin te komen, om even aan die oude taal te wennen, maar daarna worden ze door die prachtige teksten naar het toneel gezogen. Nadat ik daarmee was opgehouden, heeft niemand meer een stuk van hem gespeeld. En dat is kwalijk. Als je niet meer op de schouders van je voorgangers staat, dan zak je heel snel in het moeras. Dit jaar is het vierhonderd jaar geleden dat Bredero overleed en er is geen een toneelgezelschap dat Spaanschen Brabander op de planken brengt. Toneelgroep Amsterdam, Het Nationale Theater of het Ro Theater zouden die handschoen eigenlijk moeten oppakken. Desnoods doen ze dat gezamenlijk. Als er één stuk actueel is, dan is het dát, over vluchtelingen die zich in Amsterdam vestigen en de weerstand die dat bij de bevolking oproept.”

BEELDENDE KUNST

“Mijn favoriete kunstenaar is de vorig jaar overleden beeldhouwer Jannis Kounellis. Hij maakte werkelijk overweldigende beelden met aarde, teer en ijzer – dat soort materialen. Ik weet nog dat toenmalig minister Hedy d’Ancona een voorstel deed om een sculptuur van hem op het nieuwe plein bij de Tweede Kamer te plaatsen. De dames en heren die ons vertegenwoordigen hielden dat tegen. Niet omdat het beeld aanstootgevend was, maar omdat het te modern was. Dat is typisch Nederland. Cultuur wordt consequent tegen gehouden. Dat was in de Gouden Eeuw al zo, toen de dominees nog de macht hadden, en dat is nooit veranderd. De manier waarop Rutte en consorten over cultuur spreken doet gewoon pijn. Vorige week las ik dat de Duitse minister van Cultuur driehonderd miljoen extra heeft weten te regelen. Onze minister kan met moeite een noodverbandje van twintigduizend euro regelen en zelfs daar moet hij of zij zich dan al kapot voor vechten. Op dat gebied is Nederland een heel moeilijk land. De manier waarop cultuur wordt tegengewerkt is werkelijk stuitend.”

THEATER

“De laatste voorstelling die ik heb gezien is Oedipus van Toneelgroep Amsterdam, met een voortreffelijke Hans Kesting en Marieke Heebink. Ik zou kunnen discussiëren over de noodzaak van de bewerking van het stuk. Je kunt je afvragen of het nodig is om het verhaal naar het heden te trekken. Het origineel is namelijk zo waanzinnig spannend. Alfred Hitchcock zei al: een beter script is er nooit geschreven. Je weet voor aanvang al hoe het zit en toch denk je dat het anders zal aflopen. Alles wat wij als mens fout kunnen doen is in de 37 overgebleven Griekse tragedies verwerkt. Al het andere is een variant daarop. Ik vond dit een variant op Oedipus. De enscenering was wel echt heel erg goed. Het moment nadat hij zijn vader heeft gedood, en achteruit wegloopt, zal ik over tien jaar nog weten, alleen kan ik dat moment niet meer reproduceren. Een ontroerend schilderij kun je altijd terugzoeken, muziek waarvan je de tranen in de ogen springen kun je altijd opnieuw afspelen, maar toneel niet. Dat is ook meteen de magie ervan.”

“Toneel brengt veel meer teweeg dan andere kunstvormen. Mooie muziek kan je ontroeren, maar een mooie voorstelling brengt je uit je evenwicht. Daarom is het zo treurig dat de zalen niet meer vol zitten. Toneel is een niche geworden, wordt alleen nog door een culturele toplaag bezocht. Mensen gaan liever een avond lachen bij een cabaretier of worden liever in slaap gesust door een musical dan dat ze naar een toneelvoorstelling gaan kijken. Ik speelde onlangs in De Oresteia. Dat stuk is de basis van het theater. Het is eens in de tien jaar te zien in Nederland. Het publiek zou ons achterna moeten reizen om het te kunnen zien! Maar nee, de zalen zitten niet eens vol. Als je niet in DWDD komt met je voorstelling, dan kun je het bij voorbaat eigenlijk al wel schudden. Het is krankzinnig, maar het is de realiteit. Het succes van De Vader hebben wij aan DWDD te danken, maar ook aan Volle Zalen, het theaterprogramma van de publieke omroep dat onlangs is afgeschoten omdat het te weinig kijkers zou trekken, terwijl Podium Witteman bijvoorbeeld wel kan blijven bestaan. Ik snap dat niet. Toneel wordt gebagatelliseerd in Hilversum.”

“Mijn favoriete schrijver in mijn jonge jaren was Jean Genet en eigenlijk is hij dat nog steeds. Hij wist teksten te schrijven die nog niemand anders had geschreven. En zijn stukken zijn nog steeds urgent. Een mooi voorbeeld daarvan is Les Nègres. Alleen het vertalen van de titel is in deze tijd al een onmogelijke taak. Bij het uitspreken ervan krijg je bij wijze van spreken al een klap op je harses. Het is in de jaren vijftig geschreven en ik heb het in de jaren zestig geregisseerd – het was mijn debuut als regisseur. Het stuk is vanuit de zwarte mens geschreven en geeft weer tegen welke problemen zij oplopen. Gezien de huidige discussies rondom diversiteit en over mensen met een andere afkomst zou dit stuk opgevoerd moeten worden. Het zou een schokgolf teweegbrengen. Hoe bestaat het dat we toen zo racistisch dachten en eigenlijk nog steeds zo denken? Ik verwacht wel dat het binnenkort ergens op een affiche verschijnt. Ik hoop het in ieder geval.”

 

Jan Sierhuis: ‘Wie niet geïnteresseerd is in politiek is een domoor’

Kunstenaar Jan Sierhuis (89) groeide van Amsterdams straatschoffie uit tot een van ’s lands toonaangevende expressionisten. Tot en met 12 augustus is in Museum Jan van der Togt in Amstelveen de tentoonstelling Het atelier van Jan Sierhuis te zien, waarin een weerslag van zijn meer dan zeventig jaar durende carrière wordt getoond. Reden voor HP/De Tijd om hem te onderwerpen aan een Zelfportret: een vaste serie vragen, gebaseerd op de vermaarde questionnaire van Marcel Proust.

Wat is uw huidige gemoedstoestand?
Rustig. Ik woon nu in een woonzorgcentrum en dat heb ik min of meer geaccepteerd.

Wie zijn uw helden?
Rembrandt vind ik op drie manieren een meester: als tekenaar, als etser en als schilder. George Hendrik Breitner vind ik ook erg goed. En verder bewonder ik Kees van Dongen, met wie ik later bevriend ben geraakt, Picasso, die ik in Parijs heb ontmoet en natuurlijk Appel, Corneille, Constant, Lucebert, Martineau en al die anderen, met wie ik goed bevriend raakte en bij wie ik aansluiting vond.

Lijkt u op uw vader?
Mijn vader overleed toen ik twee was, dus die heb ik nooit gekend, maar mijn moeder heeft wel altijd gezegd dat ik op hem leek. Hij kon heel mooi tekenen en had een sterk gevoel voor rechtvaardigheid. Mijn moeder vertelde me eens het verhaal dat onze buurman failliet was verklaard. Die man was al niet rijk en toen werd ook nog eens al zijn meubilair op straat gezet. Mijn vader is toen woedend naar de sociale dienst gegaan, trok daar de buurtagent door het loket en zei: ‘Wil jij die man op straat zetten? Dan gaat jouw kop eraf!’ Uiteindelijk is er toen een regeling voor die buurman getroffen.

Lijkt u op uw moeder?
Ik lijk qua uiterlijk wel op mijn moeder en ik heb dat bijdehante ook wel van haar. Wat wil je: ik kom van twee kanten uit de Jordaan. Als je je mondje niet wist te roeren sneeuwde je gewoon onder.

Wat is uw grootste angst?
Mijn grootste angst is dat ik ernstig ziek word. Mijn Tientje (Tine, zijn inmiddels overleden vrouw, red.) kreeg op een gegeven moment te horen: u heeft Alzheimer. Dat was een verpletterende klap voor ons allebei. Zoiets wens je niemand toe.

Bidt u weleens?
Niet meer. Vroeger kwam er weleens een bevriende franciscaan op bezoek bij mijn moeder. Een mooie man om te zien. Hij nam altijd een cadeautje voor haar mee: dan gaf hij haar wat geld of liet hij een mandje met boodschappen bezorgen. Hij zorgde ervoor dat ik aangenomen werd bij De Boomkerk op de Admiraal de Ruijterweg. Ik moest daar mijn heilige communie doen. Dan kreeg je zo’n ouweltje in je mond, een beetje water over je kop en dan hoorde je erbij.

Heeft u ooit een mystieke ervaring gehad?
Nou, ik weet niet of je het een mystieke ervaring moet noemen, maar ik heb weleens zoiets meegemaakt in Spanje. Ik liep een gebouw binnen, het was volgens mij een kerk, nauwelijks in gebruik en daar hingen waanzinnige schilderijen. Er hing ook een heel groot schilderij van El Greco, zwartgeblakerd door de kaarsen die ervoor werden gebrand. Ik was verpletterd. Hoe is het mogelijk dat iemand zoiets kan maken. Later heb ik dat nog weleens gehad met Las Meninas van Velázquez, maar niet meer zo hevig als toen.

Bent u aantrekkelijk?
Ik heb toen ik jong was wel veel vriendinnetjes gehad, maar of ik aantrekkelijk ben: ik heb me daar nooit mee beziggehouden.

De tekst loopt hieronder door.

Wat is uw definitie van geluk?
Een goede gezondheid.

Waar schaamt u zich voor?
Ik schaam me nergens voor.

Wanneer heeft u voor het laatst gehuild?
Gisteravond, toen ik in de lift stond en er een man met een karretje over mijn linkervoet reed. Die voet is nu stevig gekneusd. Verder ben ik niet zo huilerig.

Wat is uw grootste ondeugd?
Ik was vroeger als kind ondeugend, telt dat ook als antwoord? Ik haalde weleens kattenkwaad uit en dan moest ik naar het politiebureau om strafwerk te schrijven. Op een dag had ik er zo de pest in dat ik een doosje punaises heb gekocht en alle fietsbanden van de smerissen lek heb gestoken. Ik heb ook weleens een fietsband gevuld met zand. We hadden een buurman en die ging altijd dronken naar zijn werk. Op een dag heb ik toen zijn voorband leeg laten lopen en daarna met zo’n eau de cologne-trechtertje gevuld met heel fijn zand. Dus die vent dacht de volgende dag: godverdomme, wat fietst die fiets zwaar! Het duurde trouwens wel een paar uur voor die band helemaal vol was.

Hoe moedig bent u?
Ik woonde tijdens de bezetting in de Valkenburgerstraat, middenin de joodse buurt. Tijdens de razzia heb ik een leugentje opgehangen. Zo’n mof vroeg of er ook nog ergens joodse kinderen ondergedoken zaten. Die zaten er wel, maar ik heb toen gezegd dat dat niet zo was. Dat vind ik achteraf best moedig voor een kind.

Aan wie ergert u zich?
Aan Donald Trump. Ik vind dat hij heel verkeerde ideeën heeft en daardoor een ramp is voor Amerika. Ik snap ook niet dat hij erin is geslaagd om president te worden. Zijn voorouders komen trouwens uit Duitsland, hè. Dat verklaart wat mij betreft een hoop. Ik erger me ook aan mensen die zogenaamd niets met politiek hebben. Je kunt wel zeggen: ik ben niet geïnteresseerd in de politiek, maar de politiek is wel geïnteresseerd in jou. Daarom heb je de plicht om te kijken of er goede beslissingen genomen worden en zo niet, om je daar dan tegen te verzetten. Als je dat niet kunt omdat je er niets vanaf weet dan ben je een grote domoor.

Van wie heeft u het meest geleerd?
Ik heb het meest geleerd van het kijken naar andere kunstenaars. In de oorlog had je veel kunstenaars die op straat stonden te schilderen. Dan schilderde iemand bijvoorbeeld het water in de Oudezijds Achterburgwal en dan dacht ik: aha, zo doet hij dat, en dan probeerde ik dat na te doen bij mijn eigen schilderijtjes. Zo ben ik begonnen met schilderen.

Welke eigenschap waardeert u in een vrouw?
Mijn Tine was de perfecte vrouw: ze hield van me, ze nam het altijd voor me op, geloofde in me en had een goed verstand. Ze deed ook een hoop voor me. Als mensen me niet betaalden, ging ze erachteraan. Soms vroegen ze weleens aan haar: wat zie je toch in die bietser? En dan zei ze: ‘In de eerste plaats hou ik van hem en in de tweede plaats vind ik het een goede kunstenaar.’ Dat vond ik prachtig.

Welke eigenschap waardeert u in een man?
Dat hij betrouwbaar is. Ik had eens een vriend, ook een kunstenaar, die uit zijn huis was gezet. Ik stond net op het punt om naar Corsica te vertrekken, dus ik zei tegen hem: je kunt wel een paar weken in mijn hokkie zitten. Die boef heeft toen gedacht: ik zit hier lekker, ik ga niet meer weg, dus die heeft al mijn foto’s en mijn tekeningen en mijn spullen bij het vuilnis gezet. Daar ben ik nog steeds heel boos over.

Als u iets aan uzelf kon veranderen, wat zou dat dan zijn?
Niets. Daar ben ik onderhand ook te oud voor.

Hoe ontspant u zich?
Door het rustig aan te doen en een beetje m’n gemak te houden.

Van wie houdt u het meest?
Van mijn zoons Sandro en Cesar. De een is bouwingenieur en de ander is industrieel ingenieur en daar ben ik erg trots op.

De tekst loopt hieronder door. 

Gelooft u in God?
Nee. Ik geloof in de wetenschap. Ik heb een grote bewondering voor Albert Einstein. Zijn ideeën, zoals bijvoorbeeld de relativiteitstheorie, vind ik ongelooflijk. Die moffen begonnen daar in de jaren dertig natuurlijk meteen tegenaan te hakken: die hadden het over ‘de quasi-theorie van de jood Einstein.’ Moet je je voorstellen! Einstein kwam af en toe in de plantagebuurt in Amsterdam, als hij op bezoek ging bij zijn vriend Jan-Hendrik Oort, en toen heb ik hem een keer ontmoet. Heel bijzonder was dat.

Waaraan bent u het meest gehecht?
Aan mijn kinderen en mijn kleinkinderen.

Welk leed heeft u anderen berokkend?
Ik heb weleens wat gejat. Bij ons in de buurt was een sigarenwinkel en daar heb ik als kind weleens een hand sigaren gejat. Die ruilde ik dan met de groenteboer voor aardappels en die ging ik dan piepen op het landje.

Wat beschouwt u als uw grootste mislukking?
Ik heb weleens vrij snel een paar schilderijen geschilderd omdat ik dringend geld nodig had, maar die waren niet zo best. Op een gegeven moment zag ik dat ze op de veiling kwamen. Ik dacht: godverdomme, die dingen wil ik niet verkocht hebben. Ik kon maar een ding bedenken: een leugentje om bestwil. Dus ik heb die veilingmeester opgebeld en gezegd: ‘Ik zie dat jullie vier doekies van me veilen, maar die zijn vals.’ ‘Weet u dat honderd procent zeker?’, vroeg hij aan de telefoon. ‘Honderd procent’, zei ik. En toen zijn ze vernietigd. Daar was ik dus mooi vanaf.

Wanneer was u het gelukkigst?
In de bijna zestig jaar dat ik met Tine samen ben geweest.

Wat is de beste plek om te wonen?
Amsterdam.

Wie hoopt u nooit meer terug te zien?
Die Duitser met dat snorretje. Maar nee, alle mensen die ik niet meer terug wil zien zijn er al lang niet meer.

Hoe is ongeluk te vermijden?
Ongeluk kun je niet vermijden.

Wat is uw devies?
Wees optimistisch. Met een mopperende kankeraar schiet niemand wat op, maar als je niet naar de problemen kijkt maar naar de oplossingen dan kun je mensen raad geven of hulp bieden.

De tentoonstelling Het atelier van Jan Sierhuis is tot en met 12 augustus te zien in Museum Jan van der Togt in Amstelveen. Aanstaande zondag 1 juli is Jan Sierhuis vanaf 13:00 uur aanwezig in het museum om over zijn werk te vertellen.

Jasper Krabbé over Jan Wolkers, Jean-Michel Basquiat en Joep Beving

Jasper Krabbé (48) is kunstschilder. Vanaf 16 juni wordt werk van hem tentoongesteld in Museum de Fundatie in Zwolle. Wat leest, kijkt en luistert hij in zijn vrije tijd?

Interview in HP/De Tijd, juni 2018. Het gehele interview (vier pagina’s) vindt u hier.

BOEKEN
“Ik kreeg onlangs een boek binnen dat ik al heel lang wilde hebben, van de Collection Lambert in Avignon. Die geven altijd prachtig vormgegeven catalogi uit die visueel heel sterk zijn. Daar kun je een hele dag in bladeren en dan nog verveelt het je niet. Een ander soort kunstboek dat ik even wil noemen is de biografie van Jan Wolkers: Het litteken van de dood van Onno Blom. Je kunt je echt geen mooiere biograaf wensen als kunstenaar. Hij heeft het zo vanuit de persoon geschreven, met zoveel kleine details, dat je het idee krijgt dat je er zelf bij bent geweest. Wat mij verbaasde, is dat bijna al zijn werk autobiografisch is. Ik heb in het begin van mijn carrière, na het lezen van Kort Amerikaans, eens een schilderij gemaakt van een man die een tors omhelst, omdat ik dat zo’n mooi beeld vond uit dat boek. In zijn biografie las ik dat hij echt een beeld had waar hij iets voor voelde. Hij was misschien wel een animist ten voeten uit: hij bezielde de objecten waar hij van hield.”

BEELDENDE KUNST
“In de loop van de jaren heeft mijn smaak zich verder ontwikkeld. In mijn begintijd had ik bijvoorbeeld heel veel moeite met Jeff Koons. Ik weet nog dat het Stedelijk toen net Ushering in Banality had aangekocht. Ik vond dat echt een schande. Hij had dat beeld nota bene niet eens zelf gemaakt! Nu is mijn waardering voor hem totaal omgedraaid. Dat geldt niet voor Jean-Michel Basquiat: die bewonder ik al vanaf de tijd dat ik graffiti maakte. Er zijn bepaalde kunstenaars naar wie je altijd kunt terugkeren. Velázquez is er een van, Picasso uiteraard ook, maar Basquiat hoort wat mij betreft bij de allergrootsten. Wat ik echt een fantastisch schilderij vind, en waarvan ik ook elke keer zin krijg om het zelf te schilderen, is Hollywood Africans. Hij heeft zichzelf daarop met twee gabbers afgebeeld, met de schilder Toxic en de rapper Rammellzee, toen ze met z’n drieën voor het eerst in Los Angeles waren. Die guy heeft geen slecht schilderij gemaakt. Ik heb in Barbican Centre in Londen niet zo lang geleden de overzichtstentoonstelling Boom for Real gezien. Het is ongelooflijk om te zien welke ontwikkeling hij heeft doorgemaakt in zijn toch zo korte leven.”

MUZIEK
“Benjamin Clementine vind ik echt waanzinnig. Zijn debuutalbum At Least for Now is echt ongelooflijk. Zijn muziek zit een beetje tussen jazz, hiphop en soul in. Ik heb nog eens een portret van hem gemaakt. Hij heeft een supermooie kop met hele hoge jukbeenderen. Dat schilderij is later verkocht aan een kunstverzamelaar. Hij kende Benjamin Clementine niet, maar toen ik zijn muziek liet horen, was ook hij helemaal hooked. Joep Beving vind ik ook erg goed. Het is heel zeldzaam dat je zo geraakt wordt door een muzikant. Hij is echt een grote viking om te zien, maar als hij gaat spelen wordt het allemaal heel klein. Zijn eerste album Solipsism heeft hij thuis opgenomen. Je hoort zijn stoel kraken, je hoort kindjes buitenspelen. Hij heeft die geluiden er niet bewust ingestopt, het ging per ongeluk, omdat hij geen geld had om in een studio op te nemen. Het maakt zijn muziek nog intenser. Je luistert nog beter door die noise. Zijn mooiste nummer vind ik Sleeping Lotus, maar dat komt omdat mijn dochter Lotus heet.”

Iris van Herpen over David Attenborough, August Rodin en Terry Gilliam

Modeontwerper Iris van Herpen (33) laat zich door vele disciplines inspireren. In juni en juli is werk van haar te zien in De Melkfabriek in Arnhem. Wat leest, kijkt en luistert zij in haar vrije tijd?

Interview in HP/De Stijl. Mei 2018. Het gehele interview (vier pagina’s) leest u hier.

BOEKEN
“Ik lees eigenlijk altijd meerdere boeken tegelijk. De twee boeken waar ik nu al een eind in op weg ben, zijn The Soul of an Octopus van Sy Montgomery en De avonturen van een jonge bioloog van David Attenborough. Het eerste boek is geschreven door een schrijfster die zich verdiept in de intelligentie van octopussen. Dat doet ze onder meer door regelmatig een aquarium te bezoeken en een band op te bouwen met een specifieke octopus – wat ook lukt. Ik heb altijd al een fascinatie voor deze beesten gehad, omdat ze zo transformatief zijn. Hun huid kan bijvoorbeeld veranderen van kleur en vorm. Ik ken geen enkel organisme dat zo veranderlijk is. Daarom zijn ze ook wel een inspiratie voor mijn eigen werk. Ik denk dat we daar de komende jaren nog wel meer over gaan lezen, want de kennis over hoe hun intelligentie nu echt werkt, is nog vrij beperkt. Het andere boek is wat meer vermakelijk. De avonturen van een jonge bioloog is echt een avonturenboek. David Attenborough vertelt over de ervaringen die hij als jonge bioloog heeft gehad. Het is bijna niet te geloven dat iemand dat echt allemaal heeft meegemaakt. Hij vertelt over mensen die met hun blote handen krokodillen vangen, over de cultuurverschillen met de inheemse stammen die hij tegenkomt, over alle risico’s die er aan zijn vak zitten. De liefde voor de natuur springt er echt vanaf. Hij weet nog steeds miljoenen mensen te fascineren voor het kleine en het grote in de natuur.”

BEELDENDE KUNST
“Beeldende kunst is mijn allergrootste liefde. Wellicht nog meer dan dans. Op het moment ben ik heel erg fan van David Altmejd. Ik vind het moeilijk om zijn werk te omschrijven. Als je de wereld van Björk kent, dan weet je een beetje wat hij maakt. Hij creëert werelden die je nog nooit hebt gezien en weet als geen ander bewegingen in beelden te vangen. Niet zo lang geleden was ik in zijn studio in New York en werd ik compleet overdonderd. Het is denk ik te vergelijken met de eerste keer dat ik ontroerd raakte door een kunstwerk. Dat was toen ik in Parijs De hellepoort van Auguste Rodin zag. Het is de pure schoonheid, dat iemand zoiets moois kan bedenken en kan maken, die beide keren een gevoelig snaartje bij me raakte. Het is misschien ook de schoonheid van de mens die me heel erg ontroert. Dat iemand maar blijft zoeken naar het ultieme kunstwerk. Want dat probeert iedere kunstenaar uiteindelijk toch te vinden.”

FILM
“Ik ben opgegroeid zonder televisie en ik heb er ook nog nooit een gehad. Ik keek ook bijna geen films. Sinds een jaar of vijf doe ik dat wat vaker en echt: er ging een heel nieuwe wereld voor me open. Ik kan me nog herinneren dat ik in het begin echt moest bijkomen van de films die ik zag. Het verhaal bleef nog dagen door mijn hoofd spoken. Dat heb je ook weleens als je een goed boek leest, maar bij film was het altijd nog veel heftiger. Tegenwoordig is dat een stuk minder, omdat ik er wat meer aan gewend ben geraakt. Eigenlijk is dat ook wel een beetje jammer. De klassiekers ken ik dus niet, de kinderfilms heb ik ook gemist, maar in de afgelopen jaren heb ik toch redelijk wat gezien. Terry Gilliam is mijn favoriete regisseur. Brazil is een van mijn favoriete films ever. Het gaat over een dystopische toekomst waar geen enkel apparaat goed werkt. Alle apparaten worden met plakband en elastiek bij elkaar gehouden. Ook de gezichten van de personages lijken soms van elastiek – ze trekken het vel van hun wangen tot over hun oren.”

Gerard Joling: ‘De beste zanger van Nederland? Dat ben ik zelf’

Gerard Joling (57) is een van de meest geliefde zangers van Nederland. Eind mei staat hij met De Toppers weer drie keer in een bijna uitverkochte Johan Cruijff ArenA in Amsterdam. Playboy spreekt de goedlachse entertainer over zijn carrière, zijn vete met Gordon en zijn politieke engagement: ‘Het zou me niet verwonderen als hier binnen nu en drie jaar een burgeroorlog uitbreekt.’

Het gehele interview met Gerard Joling leest u in Playboy (mei 2018) of op Blendle.

Je staat nu bijna voor de vijftigste keer in de Arena. Voel je nog iets van spanning op de dag van het concert, of is het allemaal routine geworden?
Nou, je bent onrustig op een positieve manier. Je weet dat er die avond 67.000 mensen voor je neus staan en dat doet natuurlijk iets met je. De dagen voor de shows vind ik altijd het zwaarst. Dan doe je de show al een paar keer: eerst een generale repetitie, dan een camerarepetitie, dan een gewone repetitie… Dat is best pittig. Ik hoop dan altijd dat mijn stem het houdt. Op de dag van het concert ga ik meestal eerst een uurtje hardlopen in het sportzaaltje van het Amstel Hotel. In de kleedkamer houd ik het altijd heel rustig: een paar geurkaarsen, een beetje wierook en vooral niet te veel mensen om me heen. Die rust moet je ook hebben wanneer je opkomt. Je moet langzaam het trappetje op, langzaam uit de lucht naar beneden zakken, langzaam van de olifant af… Je krijgt zo’n adrenalinestoot dat je het liefst over dat podium wilt rennen, maar dat moet je niet doen. En dan is het even drie uurtjes heel hard werken, maar het blijft natuurlijk iets wonderbaarlijks, zo’n groot concert. Het is belangrijk dat je rustig blijft.

Ben je al helemaal in vorm of moet je er nog even tegenaan?

Ik moet eigenlijk nog acht kilo afvallen, maar dat gaat me niet meer lukken. Ik vind het veel te leuk om uit eten te gaan en een drankje te drinken, waardoor ik niet zo slank en afgetraind ben als ik eigenlijk zou willen zijn. En ik hoop dat ik geen last krijg van de pollen in de lucht, want daar ben ik altijd heel erg gevoelig voor. Er lopen natuurlijk artsen rond die daar allerlei middeltjes voor hebben, dus er is niets aan de hand, maar dat probeer je toch te voorkomen. Het belangrijkste is nu dat we volgende week beginnen met repeteren, met het instuderen van de liedjes, en dat vind ik ook altijd wel een ding.

Want?

Nou, je hebt heel veel liedjes die je leuk vindt, maar er zitten ook altijd nummers bij waarvan je denkt: jemig, wat vind ik dat verschrikkelijk. Van die lullige liedjes als Olleke bolleke remi solleke, bijvoorbeeld. Daar word ik helemaal niet goed van. Of Er staat een paard in de gang. Ik ben dol op André van Duin, hij is een fantastische artiest voor wie ik ongelooflijk veel respect heb, maar dat nummer hoeft voor mij niet. Maar dan zie je hoe de mensen uit hun pan gaan en dan denk je: ach, laat ook maar, en dan zing je het maar een beetje mee. We hebben alle vier wel liedjes waar we niet zoveel zin in hebben.


Wie vind jij op dit moment de beste zanger van Nederland? Zit hij in De Toppers?

Dat vind ik heel moeilijk, want dat heeft heel erg met smaak te maken. Maar als het gaat om veelzijdigheid, en als het gaat om volume, dan vind ik mezelf eigenlijk wel de beste. Dat klinkt ontzettend opschepperig, maar ik denk dat ik een heel goede zanger ben. Gisteravond zat ik met wat vriendinnen, onder wie Mary Borsato en Bonnie St. Claire, wat oude concerten terug te kijken, van Marco en Bonnie, maar ook van mezelf, en dan zie ik dat en dan denk ik: Geer, hier mankeert helemaal niets aan, dit is zó goed gedaan. Als het gaat om veelzijdigheid in muzieksoorten, dan vind ik Waylon een van de beste zangers van Nederland.

(——-)

Welke politicus vind je goed?
Thierry Baudet (Forum voor Democratie, red.) doet het heel goed, al moet hij niet van die rare legeroutfits gaan dragen zoals laatst in de Tweede Kamer, want dan knap ik af. Voor de rest is het slecht gesteld met de politiek. Nederland schreeuwt naar mijn mening om twee dingen: strengere regels en hogere straffen.’ Hij veert op van zijn stoel en begint vurig te spreken: ‘De politie moet allereerst meer bevoegdheden krijgen. Niet alleen met pepperspray, maar ook met het gebruik van knuppel en geweer. Je denkt toch niet dat je bij de Guardia Civil in Spanje iemand uit kan lachen of in zijn gezicht kan kwatten zonder dat er iets gebeurt? Dan slaan ze je met zes knuppels in elkaar. Hier mag dat weer niet. Wat is dat voor een beleid in Nederland? Zo wordt het alleen maar erger. We krijgen steeds meer inbraken, steeds meer overvallen, en het maakt dat tuig ook niet uit, want ze denken: als ik word opgepakt dan kom ik toch in een soort hotel terecht waar ik zelf mag kiezen wat ik eet en waar ik alleen op een kamer kom te zitten. Het is hier gewoon een El Dorado. Ik word er angstig van. Het kan toch niet waar zijn dat iedereen hier alles maar kan doen? Als jij negen jaar op een huis zit te wachten in Amsterdam maar je krijgt het niet omdat er krakers in zitten die er niet uit willen. Van Aartsen, die paardenlul, zegt tegen die mensen: dan moet je maar aangifte gaan doen. Wat is dat voor een waarnemend burgemeester? Die man moet gewoon heel snel met pensioen. Het kan toch niet waar zijn dat een vrouw van in de zeventig staat te douchen en dat er ineens buitenlanders in de woonkamer staan die dat huis gaan kraken? Het zou mij gebeuren zeg. Ik zou er zelf tegenaan gaan met een bijl en een hakmes. Ik vind het zo verschrikkelijk dat dit hier allemaal gewoon kan. Het land wordt overgenomen door de buitenlanders en we zijn gewoon te laat. We kunnen niet meer terug. En dat is allemaal de schuld van links.

Daar zeg je nogal wat. Je hebt het over een bijl en een hakmes, wat me doet denken aan een uitspraak van Forum voor Democratie-Kamerlid Theo Hiddema, die eens zei dat de burger zelf een pistool moet kopen om zichzelf te verdedigen.

 Ik ben het wel met hem eens. Vijf jaar geleden stonden er ‘s nachts vijf mannen aan mijn deur die me wilden overvallen. Ze zijn niet binnengekomen, ik lag in diepe slaap en heb ook niets gehoord, maar ze hebben wel de deur ontzet. Ik heb de beelden van die poging tot roofoverval opgestuurd, en ook die van de buren, maar de politie heeft er niets mee gedaan. Zij noemden het een poging tot inbraak. Ammehoela. Je gaat niet inbreken bij iemand die gewoon thuis is, en dan ga je ook niet met vijf man met allemaal een mombakkes om bij de deur staan. Ik heb nu een nieuw huis en ben vergeven van de camera’s. Ik heb nu ook mijn eigen dingen in huis. En ik zal niet zeggen of dat nu een geweer is of iets anders, maar ik ben bang geworden en denk: hier heb ik geen zin meer in. Dus verdedig ik me ook met dingen die niet mogen. Prima. Ik werk mezelf drie slagen in de rondte en een ander trekt m’n troep leeg of zet me een mes op de keel voor een paar klokkies? Dacht het niet. Ik vind dat we onszelf moeten kunnen verdedigen. Die wet moet er dan misschien ook maar door.

Een wapenwet? In de Verenigde Staten staat die wet nu juist heel erg ter discussie.

Ja, en dat snap ik ook wel, want het is natuurlijk ook angstaanjagend, iemand die met een Kalasjnikov een school binnenkomt. Aan de andere kant kun je het ook niet controleren. De schutter in het winkelcentrum van Alphen aan den Rijn was ook iemand met psychische problemen, maar hij kreeg toch een wapenvergunning. Het is een heel lastige discussie. Dat vind ik ook. Ik weet niet of we daar ooit uit zullen komen in Nederland. Maar ik vind ook dat je jezelf moet kunnen verdedigen tegen dat soort gespuis.

Dan, weer wat bedaard: ‘Het is net of ik een politiek pleidooi aan het houden ben, maar ik wind me er gewoon erg over op. Mijn grootste angst voor de komende jaren is de islamisering van Nederland. Ik heb niets tegen buitenlanders, maar ze moeten wel onze taal spreken en onze normen en waarden respecteren. We hebben de afgelopen jaren gewoon te veel binnengelaten in een te klein land en vroeg of laat gaat dat botsen. Dan komt er een clash tussen de verschillende culturen. Het zou mij niet verwonderen als er binnen nu en drie jaar een burgeroorlog uitbreekt. De mensen pikken het niet meer. Het land gaat naar de klote op deze manier.’

Taco Dibbits over ‘Het Joodse Bruidje’ van Rembrandt

Kunsthistoricus Taco Dibbits (49) is directeur van het Rijksmuseum. Nu is daar de portrettententoonstelling High Society te zien. Wat leest, kijkt en luistert hij in zijn vrije tijd?

Uit: HP/De Tijd, 05, 2018. Het gehele interview leest u hier op Blendle.

BEELDENDE KUNST
“Het Rijksmuseum heeft meer dan een miljoen objecten in zijn collectie. Het grootste gedeelte daarvan hebben we inmiddels gedigitaliseerd, maar er komen nog steeds verrassingen tevoorschijn. Laatst zag ik een ongelooflijk mooie slaapmat, bestaande uit allemaal heel fijn gewoven ivoorstripjes, waarvan ik was vergeten dat we hem hadden. Zo’n ontdekking maakt je dag. Wat mijn favoriete werk is uit onze collectie? Dat wisselt met je leeftijd en je humeur. Op dit moment is dat Het Joodse Bruidje van Rembrandt. Dat heeft met het verhaal van het schilderij te maken. Op het doek zie je twee mensen die elkaar met vertwijfeling in de ogen omhelzen, maar je weet niet wie het zijn. Door de titel van het schilderij denk je dat het twee geliefden zijn, maar waarom kijken ze dan zo droevig? Eigenlijk weten we pas sinds het begin van de jaren twintig, toen er een schets van het schilderij werd gevonden, wie erop staan afgebeeld. Het zijn Isaak en Rebekka. Als ze zich op de vlucht voor een hongersnood vestigen in een ander land, doet Isaak zich voor als haar broer, om te voorkomen dat hij wordt vermoord en zij wordt verkracht. Op het moment dat ze zich onbespied wanen en elkaar omhelzen, kijkt de koning uit het raam. In het uiteindelijke schilderij heeft Rembrandt de koning weggelaten en is het de toeschouwer die hen betrapt. Met alle mensen die nu op de vlucht zijn naar een ander land is dit schilderij natuurlijk bijzonder actueel.
“Ik kom veel in andere musea, ook omdat ik vind dat je moet weten wat er speelt. Meest recentelijk bezocht ik de overzichtstentoonstelling van Rineke Dijkstra in Museum De Pont. Je voelt je heel ongemakkelijk als je naar haar foto’s kijkt. Door het gestileerde en het geposeerde krijgt het werk een enorme diepgang. Je hebt het idee dat je iemand recht in de ziel kijkt, maar daarmee kijk je ook bij jezelf rechtstreeks naar binnen. Dat vind ik het interessante aan haar werk. Wat mij wel opviel bij deze tentoonstelling is dat om al haar foto’s een standaard passe-partout en een standaardlijst zaten. Dat kan heel sterk zijn, die eenheid, maar in dit geval kregen de foto’s daardoor iets vlaks. Ik werd er bijna door afgeleid. Dat vond ik interessant om te constateren.
“Wat het beste museum is naast het Rijksmuseum? Ik kijk dan altijd heel erg naar de collectie. Galleria Borghese in Rome vind ik ongelooflijk. Als ik daar rondloop, denk ik continu: dit zou ik anders hebben gedaan. Dat kan soms irritant zijn, want daardoor ben je afgeleid van de kunst, maar als ik de beelden van Bernini en de schilderijen van Caravaggio zie, vergeet ik alles en word ik naar die kunst toe getrokken. Het Metropolitan in New York is buitengewoon. Als je daar binnenkomt, heb je het gevoel dat je erbij hoort. Dat komt door de proporties van de entree. Het verheft je, maar het is niet arrogant, je voelt je er niet door gekleineerd. Bij ons is dat atrium een geniale ingeving geweest van de architecten. Het is een plein voor iedereen geworden. En het grappige is: ik heb het tijdens de verbouwing opgemeten en het is precies even groot als de hal van het Metropolitan.”