In Helden van de Galaxy volgt Mirjam Marks vijf kinderen die op een stilliggend cruiseschip in de Amsterdamse haven wachten tot hun leven verder kan.
Verschenen in de VARAgids, 27 mei 2026.
Mohammed, een jongen van een jaar of veertien, woont op een cruiseschip in de Amsterdamse haven. Soms, als het schip ’s nachts begint te trillen, denkt hij: dadelijk gebeurt er hetzelfde als met de Titanic.
De Galaxy ligt sinds 2022 in het Westelijk Havengebied als noodopvang voor honderden asielzoekers, en is het decor van Helden van de Galaxy, de vierdelige documentaireserie van Mirjam Marks die vanaf 31 mei wekelijks te zien is op NPO3. Mohammed is een van de vijf hoofdpersonen, naast Nour, Abdulatif, Laila en Basel; allemaal zijn ze gevlucht, uit Syrië, Libië of Jemen. Marks ontmoette hen als vrijwilliger bij Stichting de Vrolijkheid, die kunstactiviteiten organiseert om kinderen in asielzoekerscentra iets anders te geven om aan te denken. Aanvankelijk wilde ze haar vrijwilligerswerk en filmwerk gescheiden houden, maar de politieke verharding en het eenzijdige beeld in de media dreven haar ertoe toch de camera mee te nemen. Niet de status van deze kinderen wilde ze in beeld brengen, maar wie ze zijn: een boot vol kinderen die ondanks alles helden van hun eigen verhaal zijn.
Dat lukt ze opvallend goed. De kinderen op de Galaxy skeeleren door de gangen, waar briefjes hangen met Niet rennen, maken vrienden van mensen die ze een week eerder nog niet kenden en leren snel Nederlands. Over wat ze hebben meegemaakt, praten ze nauwelijks: Abdulatif vertelt in een bijzin dat een vriend van hem in de oorlog is omgekomen, en dat hij eigenlijk twaalf is, al staat in zijn papieren elf. Op scholen waar Marks de serie liet zien, herkenden de leerlingen zich meteen in haar hoofdpersonen; niet in de oorlog of de vlucht, maar in de gewone dingen, zoals opnieuw moeten beginnen na een verhuizing.
Juist dat alledaagse verdwijnt in de berichtgeving, waar vluchtelingenkinderen verschijnen als probleem en zelden gewoon als kind. Volgens Marks willen alle mensen in de kern hetzelfde — een veilig leven, vrienden, een plek voor zichzelf — en zijn het de volwassen kaders die ons in groepen verdelen. ‘We worden uit elkaar gedreven door vooroordelen,’ zegt ze, ‘maar kinderen hebben daar nog geen last van. Als je wilt voetballen, zoek je een jongetje of een meisje om mee te voetballen, en je vraagt niet wat ze thuis eten of welk geloof ze hebben. Bij volwassenen gaat dat helaas anders.’
De Galaxy is daarbij allesbehalve een gewone plek. Het schip is gebouwd voor vakantiegangers, maar de huidige bewoners zijn er niet om te ontspannen. De gangen zijn lang en zonder daglicht. Drie keer per dag halen de kinderen hun bord bij de centrale keuken, met daarop eten dat naar niets smaakt wat ze van thuis kennen. Op de kamer mag geen waterkoker staan, want apparaten zijn op een schip te brandgevaarlijk; zelfs een kop thee zetten zit er niet in. ’s Avonds lopen er soms dronken mannen door de smalle gangen, en buiten op de kade zitten andere mannen waterpijp te roken — geen plek om zomaar te kunnen spelen.
Boven dit alles hangt de absurde gedachte dat een cruiseschip eigenlijk gebouwd is om mee weg te varen, terwijl deze al jaren stilligt en zijn bewoners nergens zijn aangekomen. Voor de kinderen aan boord blijft het idee dat ze morgen wakker worden op zee een hardnekkige verbeelding, en juist daar zit de kracht van de serie. Marks toont de Galaxy niet zoals een nieuwsuitzending dat zou doen, maar zoals een kind erop kijkt: een schip dat misschien wel vaart, een gang om in te skeeleren, een wereld om in te wonen tot je verder kunt.
Inmiddels zijn alle kinderen met hun families van het schip weg, omdat de Galaxy niet bleek te voldoen aan de eisen voor hun ontwikkeling, met te weinig speelruimte en geen mogelijkheid om zelf te kunnen koken, of omdat ze een huis hebben gekregen .Voor Nour, die met haar vader in een buitenwijk van Amsterdam terechtkwam, heeft de verhuizing ook een keerzijde: op de boot was iedereen lotgenoot, in haar nieuwe buurt is ze alleen. Mohammed denkt niet meer aan de Titanic. Hij staat met beide voeten op de wal, in een huis met een eigen keuken en een eigen bed, en de Galaxy is een schip geworden waar hij alleen nog naar terugkijkt. Marks gunt dat ook aan de anderen: aangekomen zijn, en dat ook zo voelen.