Voetbal ’80 (1979–1986)


Makers Felix Meurders, Maarten Spanjer en Jan Mulder blikken terug op het satirische Voetbal ’80.

Op een verlaten veld staat een grensrechter alleen te vlaggen. Op aanwijzing van verslaggever Harry Vermeegen zwaait hij eerst voor een denkbeeldig buitenspel, dan voor een overtreding, telkens fanatieker. Welke vlag, vraagt Vermeegen met een uitgestreken gezicht, vindt u het prettigst om vast te houden? De grensrechter, Hennie Matena uit Emmen, zet het bloedserieus uiteen. Kort daarvoor had Matena bij de wedstrijd NAC–Feyenoord op 6 oktober 1979 een glazen asbak vanaf de tribune tegen zijn hoofd gekregen, nadat hij een treffer had goedgekeurd. Hij ging knock-out. De wedstrijd werd bij 2-2 gestaakt en het restant pas maanden later, zonder publiek, uitgespeeld. Vermeegen rook een verhaal. Hij zocht Matena thuis op, waar de grensrechter tussen zijn vrouw en de camera trots zijn hoofdwond toonde, en liet hem daarna op een leeg veld zijn kunsten herhalen.

‘Dat was een historisch item,’ zegt Jan Mulder ruim veertig jaar later. ‘Soms moet ik er nog aan denken, als ik weer een assistent langs de lijn zie hobbelen.’ Mulder, kort daarvoor gestopt als profvoetballer en inmiddels columnist, schreef voor Voetbal ’80 de sketches, samen met acteur Maarten Spanjer. Toen de beelden van Matena binnenkwamen, vroeg eindredacteur Dolf Koelbloed zich af of de VARA dit wel kon uitzenden, want de grensrechter werd er onverbloemd voor schut gezet. Mulder en Spanjer twijfelden geen moment. ‘Wij zeiden: dit moet je juist uitzenden, hier gaan mensen over praten.’ Ze kregen gelijk. De maandag daarna sprak heel voetbalminnend Nederland erover.

Voetbal ’80 was het eerste Nederlandse programma dat voetbal niet als heilige zaak behandelde. De VARA zond het van 1979 tot 1986 op de zaterdagavond live uit, als opvolger van FC Avondrood. De opbouw lag vast, legt Mulder uit. Aan het begin van elke uitzending kwam een reeks doelpunten uit heel Europa voorbij, veel uit Frankrijk en Engeland. ‘Dan kwam Harry Vermeegen met zijn item, en wij met onze sketches.’ Vermeegen, die er zijn televisiedebuut maakte, was een buitenbeentje in een wereld van plechtige sportverslaggevers. Commentator Herman Kuiphof omschreef hem ooit als een supporter die soms voor de microfoon gaat staan. Anders dan Studio sport keek Voetbal ’80 nadrukkelijk ook naar de kleinere clubs en amateurs. Aan SC Veendam werd zonder gêne een hele uitzending gewijd.

Felix Meurders presenteerde. Hij kwam uit de radiowereld, waar hij glorieerde met onder andere De Daverende Dertig, de hitlijst met op zijn hoogtepunt bijna drie miljoen luisteraars. Bij Voetbal ’80 kreeg hij die dj-tafel terug. De presentatietafel in de studio was nagebouwd met dezelfde schuiven waarmee hij gewend was platen op te zetten. Daarmee moest hij seinen wanneer een filmpje kon beginnen, waarna de regisseur het daadwerkelijk startte. Bij de eerste uitzending ging het mis. ‘Ik trok zo’n schuif open en er gebeurde niets,’ vertelt Meurders. Het filmpje bleef uit, en hij stond in beeld op live televisie, waar elke seconde stilte een uur duurt. ‘Een ramp.’

De sketches en typetjes waren het handelsmerk van het programma. Mulder en Spanjer maakten ze samen, in een vaste rolverdeling. Mulder schat zijn eigen aandeel niet hoog in: van de tien ideeën kwamen er volgens hem ongeveer zes van Spanjer en vier van hemzelf. ‘De geestige kant van de zaak kwam altijd uit zijn mond,’ zegt Mulder.

Hun bekendste creatie was het Miskend Talent. Spanjer speelde een voetballer die er rotsvast van overtuigd was dat hij groot had kunnen worden, ware het niet dat domme pech en blinde scouts hem altijd over het hoofd hadden gezien. Uit verbittering had de man zich teruggetrokken in de bossen, waar hij in onberispelijk wit tenue bleef trainen. Het idee kwam voort uit Mulders columns, waarin hij verschillende voetbaltypes had beschreven. ‘Daar lag ik ’s nachts over te denken,’ vertelt Spanjer. ‘Toen bedacht ik een mannetje dat zich heeft teruggetrokken, omdat hij het moderne voetbal niet meer kan aanzien.’ Mulder vulde aan dat ze het in het bos moesten opnemen. Vooral de naam beviel hem. ‘Miskend talent. Geweldig gevonden.’

Spanjer speelde ook Drs. Vijfje, een vaste voetbalombudsman die met veel vertoon de klachten van de gewone supporter in behandeling nam, een doormidden gesneden bal als een dwaze hoed op zijn hoofd. ‘Er waren klachten binnengekomen over supporters die rollen wc-papier het veld op gooiden, zoals ze nu vuurwerk gooien,’ vertelt Spanjer. In plaats van die klacht serieus te behandelen, besloten Mulder en Spanjer het probleem schaamteloos uit te vergroten. Er moest een hele vrachtwagen toiletpapier van het merk Satino worden besteld, naar Hilversum vervoerd, en uitgestort over een compleet voetbalveld. Productieleider Frans Meiland werd ‘helemaal gek’ van het verzoek, vertelt Spanjer. ‘Hoe moest hij dat in vredesnaam regelen?’ Toch lukte het. Het veld kwam onder een witte deken te liggen, en de gemeente diende achteraf een klacht in. Maanden later hingen er nog slierten papier in bomen en struiken van Hilversum te wapperen. Het was Mulder die zulke plannen erdoor kreeg, zegt Spanjer. ‘Als stervoetballer was hij gewend dat hij zijn zin kreeg als hij iets wilde.’

De sketches werden meestal de avond van tevoren bedacht, bij Mulder thuis in Bussum, waar zijn vrouw Johanna hen opwachtte met thee en een taartje. Een van Mulders favorieten ging over het Miskend talent en diens zoon, een rol die werd gespeeld door zijn eigen zoontje. De jongen mokte de hele sketch lang en weigerde een bal aan te raken. Spanjer, als de teleurgestelde vader in trainingspak, drukte hem op het hart toch vooral te blijven trappen, want voetbal was zijn enige oudedagsvoorziening. De clou kwam van Mulder. In een opvolgende scène probeerden het Miskend talent en zijn vrouw — gespeeld door de vrouw van de geluidsman — een tweede zoon te verwekken, ditmaal in de hoop op meer aanleg. Tijdens die poging mompelde de vrouw dat ze het misschien beter met Piet Keizer had kunnen doen. Aan diens kant was tenminste talent geweest. Mulder en Spanjer schieten in de lach als ze het navertellen. Spanjer vergelijkt de sketch met de bekende voetbalvader van Jiskefet, een fragment dat tot op de dag van vandaag wordt herhaald. ‘Deze was minstens net zo geestig,’ zegt hij. ‘Alleen is hij zoekgeraakt in de archieven.’

De kontstop was een parodie op Voetballen doe je zó, het instructieboekje waarmee Abe Lenstra zich in 1956 als schrijver liet gelden en waarin met droge ernst werd uitgelegd hoe een speler een bal kon aannemen, koppen of stoppen. Spanjer besloot deze techniek op televisie uit te beelden: de bal stoppen met het achterwerk. In tenue en met een uitgestreken gezicht sprak hij er een quasi-serieuze handleiding bij. ‘Alvorens men de kontstop toepast, dient de kont grondig te worden gereinigd,’ doceerde hij. ’Een Spartaanse kont moet niet alleen sterk zijn maar ook schoon.’ Voor de opname moest hij in de winter zijn broek laten zakken en met blote billen in het ijs gaan zitten. Bij een omhaal in een bos, op Mulders aanwijzing, brak hij bijna zijn rug. Beide mannen herinneren zich de capriolen tot in detail. ‘Voor geen andere regisseur had ik dit gedaan,’ zegt Spanjer. ‘Maar Jan kreeg me zover.’ Mulder erkent het. ‘Hij heeft volledig gelijk dat ik hem te veel liet doen. Maar geestig was het wel.’

Een van Spanjers favoriete Vermeegen-verhalen is er een dat Mulder zich niet eens meer herinnert. Vermeegen zou oud-Ajacied Tscheu La Ling interviewen, een fervent paardenliefhebber, en La Ling stelde één voorwaarde. Het gesprek moest te paard, op een van zijn eigen dieren. De verslaggever had nog nooit een paard bestegen. Telkens als hij een te brutale vraag stelde, gaf La Ling het paard een klap op zijn bil, waarna Vermeegen er angstig half onder kwam te hangen. Spanjer ligt nog dubbel als hij eraan terugdenkt. Vermeegen niet. Die weigerde uitzending. ‘Wij zeiden nog: Harry, mensen vinden het juist prachtig als je jezelf zo durft te laten zien.’ Het hielp niet. Er blee f een braaf interview over. ‘Hij vond het heerlijk om anderen voor schut te zetten,’ zegt Spanjer, ‘maar zelf voor lul staan, ho maar.’

Het beruchtste grapje haalde nooit een draaiboek, en het bleef niet bij één keer. Achter de presentatietafel hing een rij monitoren, en op een ervan, aangesloten op een videorecorder, draaide met enige regelmaat opgenomen scènes uit een nachtelijke pornofilm van een piratenzender. Terwijl Meurders met een stalen gezicht de uitslagen voorlas, gingen fellatioscènes zo de huiskamer in. Hijzelf bleef zogenaamd nietsvermoedend voorlezen. Op de Nederlandse televisie was pornografie destijds ongekend, en juist die zeldzaamheid trok week na week kijkers. Het beeld bleef klein, net groot genoeg om op te vallen voor wie wist waar te kijken. Meurders ondervond de gevolgen aan de pomp. ‘Telkens als ik ging tanken, vroegen mensen me waar die zender te ontvangen was,’ lacht hij. Wie ermee begon, weet niemand meer.

De satire had wat Mulder betreft nog scherper gemogen. ‘Het was net niet satirisch genoeg. We waren toen allemaal een beetje amateurs, en dat zie je aan de beelden.’ Hijzelf hield in die jaren zijn gezicht weg van de camera, hoewel Koelbloed en Meurders er meermaals op aandrongen dat hij voor de microfoon zou gaan staan. ‘Ik zag mij niet als interviewer. Daar voelde ik me waarschijnlijk iets te goed voor,’ zegt hij streng over zijn jongere zelf. ‘Rijp voor een psycholoog. Waarom wilde ik anders bij de televisie?’ Pas jaren later, bij Barend & Van Dorp, ontdekte hij dat het televisievak hem wel degelijk lag. De invloed van Voetbal ’80 reikte intussen verder dan iemand destijds verwachtte. Voor Vermeegen was het in 1979 de overstap van radio naar televisie, en een paar jaar later begon hij met Henk Spaan het satirische Pisa, dat op zijn hoogtepunt 4,5 miljoen kijkers trok en in 1986 werd voortgezet als Verona. Zo werd Voetbal ’80 het begin van een hele traditie van grappige voetbaltelevisie, een lijn die doorloopt tot programma’s als Voetbal Inside.

Van het programma zelf is weinig overgebleven. Net als bij andere series uit die jaren bewaarde de omroep lang niet elke aflevering, en dure videobanden werden destijds vaak opnieuw gebruikt. Wat resteert in het archief van Beeld en Geluid is een fractie van wat ooit werd uitgezonden. Voetbal ’80 leeft daardoor vooral voort in de herinnering van wie het maakte en zag. Mulder en Spanjer blikken samen terug en raken niet uitverteld. Aan het eind van het gesprek concludeert Mulder: ‘Ik begin deze terugblik bijna leuker te vinden dan het programma zelf.’ Spanjer reageert droog: ‘Dat is vaak zo.’ 

Dit artikel komt uit VARAgids 24, 2026.