De smaak van… Giel de Winter

Giel de Winter (30) is een van de mannen van StukTV en creatief directeur bij Talpa Social. 

Patat of pizza?
Ik zou heel graag patat willen zeggen, maar als ik patat zeg, dan krijg ik van alle Brabanders te horen dat het toch echt friet is. Ik kies dus voor een heerlijk frietje met satésaus en mayonaise en curry.

Lees verder De smaak van… Giel de Winter

Maarten van Rossem over kaasbolletjes, damesjassen en Donald Trump

Maarten van Rossem (76) is eenmansjury in een nieuw seizoen van De Slimste Mens. Playboy spreekt de beroepsmopperaar onder meer over zijn liefde voor kaasbolletjes, de reden waarom hij altijd damesjassen draagt en over de huidige president van de Verenigde Staten: ‘Donald Trump is een onbeschrijfelijk incompetente prutser.’

Lees verder Maarten van Rossem over kaasbolletjes, damesjassen en Donald Trump

Aart Staartjes (1938 – 2020) over ‘De oude school’ van Willem Wilmink

Aart Staartjes, de peetvader van de Nederlandse kindertelevisie, is overleden. Hij bedacht en speelde in een aantal baanbrekende kinderseries, waaronder De Stratemakeropzeeshow, De Film van Ome Willem en Het Klokhuis. Het bekendst is hij als de nukkige Meneer Aart in Sesamstraat, een rol die hij meer dan dertig jaar heeft gespeeld. In de bundel Gedichten die mannen aan het huilen maken (2015) vertelde hij waarom het gedicht ‘De oude school’ van Willem Wilmink zoveel indruk op hem maakt.

Lees verder Aart Staartjes (1938 – 2020) over ‘De oude school’ van Willem Wilmink

Winston Gerschtanowitz: ‘Ik zou er niet voor terugdeinzen om John de Mol op te volgen binnen Talpa’

Winston Gerschtanowitz (43) bindt de ijzers onder voor een nieuw seizoen Dancing on ice. Playboy spreekt de goedlachse presentator en ondernemer naar aanleiding daarvan onder meer over zijn overstap van RTL naar SBS, zijn ontembare werklust en zijn vriendschap met John de Mol. “Ik zou er niet voor terugdeinzen als hij me zou vragen om hem op te volgen binnen Talpa.”

Lees verder Winston Gerschtanowitz: ‘Ik zou er niet voor terugdeinzen om John de Mol op te volgen binnen Talpa’

De smaak van… Eddy Zoëy

Eddy Zoëy (52) is presentator, kunstenaar en muzikant. Hij is sinds kort een van de vaste presentatoren van RTL Boulevard.

Verschenen in het novembernummer van Playboy. (2019)

Sushi of stamppot?
Als ik het zelf moet maken dan wint de stamppot het glorieus van de sushi. Maar ik kan we ’n hele goede sushi bestéllen.

Jesse Klaver of Thierry Baudet?
Allebei niet. Ik zit meestal in het middengebied of een beetje links van het midden.

Beau van Erven Dorens of Eva Jinek?
Ik word van beide enthousiast, dus hoop dat ze elkaar gaan afwisselen op RTL4.

Nooit meer muziek maken of nooit meer schilderen?
Wat een moeilijke vraag. Als ik moet kiezen tussen blind of doof, dan kies ik voor blind, want ik zou niet zonder muziek kunnen. Blind kunst maken lijkt me erg moeilijk, alhoewel: misschien levert het wel iets waanzinnigs op.

Welke kunstenaars inspireren je?
Grafisch ontwerpers als Neville Brody en David Carson, maar ook pop-artists als Keith Haring en Richard Hamilton. Doe daar een beetje Jackson Pollock bij en we zijn compleet.

Naar welke artiest luister je op dit moment het meest?
Miles Davis en Frank Zappa staan al jaren standaard in mijn afspeellijst. Van de laatste jaren vind ik TV Noise, Foals en Electric Guest te gek.

Wat is de vetste auto ter wereld?
Aston Martin DB5. Ik heb zelf een Aston Martin V8 Saloon gehad – die ene die Timothy Dalton in zijn Bond-film reed – maar die heb ik verkocht. Die werd zoveel geld waard dat ik er niet meer in durfde te rijden.

Wat is het dikste horloge ter wereld?
I couldn’t care less. Doe mij een fitbit en ik ben happy.

Wie is de meest sexy bekende vrouw?
Haley Bennett, actrice en gezicht van het parfummerk Chloé.

Om welke film heb je het laatst gehuild?
Ik ben niet zo’n jankerd als het op films aankomt.

Waar schaam je je voor?
I don’t… Ik geneer me niet zo snel.

Met welke overleden persoon zou je nog weleens een borrel willen drinken?
Marilyn Monroe.

Wat staat er op je strafblad?
Ik heb ’n vinkje staan achter Openbare Ordeverstoring. Ik heb voor een televisieprogramma ooit gedaan alsof er een leeuw uit het circus was ontsnapt. Dat was dusdanig geloofwaardig dat het héle Utrechtse politieapparaat is uitgerukt. Dat vinkje is inmiddels verjaard. Gelukkig maar, want als je de Uk of USA in wilt dan wordt die aantekening niet zo amusant bevonden.

Wat is je meest memorabele ervaring met drugs?
Niet. Ik doe geen drugs en vind mezelf daarom juist géén loser.

Welk drankje drink je het liefst?
Single Malt Scotch van het merk Laphroaig.

Wat is de vreemdste plek waar je ooit seks hebt gehad?
Ik moet daar zolang over nadenken dat ik vrees dat ’t allemaal niet zo spectaculair is…

Nu we er toch zijn of Take Me Out?
Nu we er toch zijn is me qua herinneringen dierbaarder, maar Take Me Out zou ik makkelijker opnieuw maken.

Stiekem ben ik verslaafd aan…
Gitaren. Ik heb er zo’n 25. Er gaat geen dag voorbij zonder te spelen. Welke gitaar nog op mijn verlanglijst staat? Een Gibson 335, wine-red, met Bigsby-tremolo, zoals Chuck Berry ‘m had in de 60’s.

Als ik een miljoen had, dan kocht ik meteen…
Een échte Alberto Giacometti bij veilinghuis Christies.

Wat is je grootste miskoop?
M’n automatische hek. Het is een mooie eikenhouten poort, maar wat gáát-ie moeilijk open in de winter. De helft van de tijd moet ik toch m’n auto uit om hem handmatig te openen. Dat was nou juist niet de bedoeling…

Heb je een guilty pleasure?
Films als Misfit en Misfit 2. Ik speel er zelf in mee, maar ik kijk zelf ook graag naar teen movies.

Dit nummer mogen ze draaien op m’n begrafenis…
Elusive van Scott Matthews.

Het grootste misverstand dat over mij bestaat, is…
Dat ik de hits voor Romeo alléén geschreven zou hebben. Coming Home en Secret Love heb ik samen gemaakt met Jay Vandenberg en de jongens van Romeo. De liedjes van Chipz! (daar zit toch ook weer een nummer 1-hit tussen) heb ik samen met Jay Vandenberg gemaakt. Eigen liedjes zoals Bijna zijn wel honderd procent van mezelf, zowel qua muziek als tekst.

Eddy Zoëy of Eddy Morsink?
Dat is voor mij hetzelfde.

Wat deed je de afgelopen jaren?
Een hele hoop. Content produceren en presenteren voor zenders als FOX, National Geographic, en RTV Utrecht, maar ook voor NPO, RTL en SBS. Plus: muziek maken, theater maken, voice-overs en stemmen voor animaties inspreken, regisseren, schilderen en schrijven. Heel gevarieerd dus.

Tim Oliehoek: ‘Er is bijna geen filmindustrie in Nederland’

Tim Oliehoek (40) maakte een serie over het leven van de beruchte crimineel Stanley Hillis. Playboy spreekt de gelauwerde regisseur over zijn eigen favoriete series, zijn Hollywood-plannen en het dorre filmlandschap in Nederland. “Ik zou willen dat mensen eens wat vaker naar een onbekende film gaan.”

Verschenen in het oktobernummer van Playboy. Lees het gehele interview hier.

Q1. Je bent de regisseur van Stanley H. – een serie over de beruchte crimineel Stanley Hillis. Wat fascineert je zo aan hem?
Als filmmaker vind ik het contrast in zijn persoonlijkheid heel interessant. Hij kan bij mensen langsgaan om ze af te persen en zich op hetzelfde moment ergeren aan een deur die niet goed sluit. Dan vraagt hij om een schroevendraaier en gaat hij die deur repareren. Dat vind ik een bizar gegeven. Eigenlijk kende ik hem voordat ik met deze serie begon alleen van naam. Ik wist dat hij in hetzelfde rijtje hoort als Willem Holleeder en Dino Soerel, maar het verhaal erachter kende ik niet. Dat gaan we in de serie vertellen: hoe hij zichzelf van kleine boef opwerkte tot een van de grootste criminelen van het land. Ik ben van mening dat iedereen stiekem een slechte kant heeft, alleen houden onze normen en waarden ons tegen om die kant te laten zien. Criminelen bepalen hun eigen regels. Ergens is dat romantisch, maar het loopt natuurlijk altijd fout af.

Q3. De twee series die je hiervoor maakte, De Zaak Menten en Het geheime dagboek van Hendrik Groen, werden overladen met prijzen. Ga je naast je schoenen lopen van al dat succes?
Nee, gelukkig niet. Ik ben wel blij dat het nu gebeurt en niet vijftien jaar geleden. Ik heb nu wat klappen meegemaakt waardoor je dat succes ook weer gaat relativeren. Ik ben ook niet zo heel vatbaar meer voor de glamour die er zogenaamd zou zijn in Nederland. Regisseurs komen hier niet met de limousine voorrijden op hun première: je gaat op de fiets naar de bioscoop en hoopt dat je smoking onderweg niet natregent.

Q5. Nederland is niet echt een filmland. Gaat dat nog veranderen?
Er is bijna geen filmindustrie in Nederland. Daar is het land misschien ook te klein voor. Romantische komedies doen het over het algemeen goed, maar de andere genres hebben het veel moeilijker, terwijl die vaak juist de moeite waard zijn. Ik vind dat een moeilijke ontwikkeling. Vroeger gingen mensen naar mijn idee vaker naar een onbekende film: ik denk bijvoorbeeld aan All Stars en Van God Los, die allebei heel erg goed werden bezocht. Niemand in de stad van Michiel van Erp vond ik een onwijs mooie film en wint veel prijzen, maar was geen kaskraker. Ik zou willen dat mensen eens wat vaker zouden laten verrassen. Het filmlandschap wordt anders wel erg schraal.

Q8. Kun je door je werk nog wel onbevangen van films genieten?
Ja, al raak ik wel steeds sneller verzadigd. In de jaren negentig verliet ik soms totaal in de war een bioscoopzaal. Dan ging ik naar True Lies en dan zag ik een effect en dan dacht ik: jee, hoe hebben ze dat in godsnaam gedaan? Nu wordt alles geanimeerd. Ik ging laatst naar de nieuwe The Lion King en dacht: leuke film, hartstikke knap gedaan, maar ik weet hoe ze het hebben gedaan. Ik word een beetje murw van alle effecten, terwijl ik onwijs veel van effecten houd, dat is zelfs de reden waarom ik ooit films ben gaan maken. Ik denk dat films de komende tijd weer intiemer gaan worden. Dat zie je nu al bij de series: die leunen meer op het verhaal dan op de effecten.

Q10. Met welke acteur zou je graag nog willen werken?
Zo moet je als filmmaker helemaal niet denken. Je leest een script en denkt: bij de rol past die acteur en niet andersom. Daar ging het bijvoorbeeld mis bij Spion van Oranje – afgezien nog van het scenario dat echt afschuwelijk was en het gewoon geen goede film is geworden. Ik wilde heel graag een keer samenwerken met Paul de Leeuw. Ik had daarbij een anti-James Bond-film à la Austin Powers voor ogen en wilde hem per se voor de hoofdrol. Paul de Leeuw is iemand die goed kan reageren op publiek. Dan is hij op zijn allerbest. Maar als hij op een filmset staat en de regisseur zegt: ga eens op die marker staan en kijk eens zo in de camera, dan beperk je hem eigenlijk in zijn talent. In die film kwam hij niet tot zijn recht.

Paul Witteman over Simon Vestdijk, Erwin Olaf en J.S. Bach

Paul Witteman (72) presenteert een nieuw seizoen van Podium Witteman. Wat leest, luistert en ziet hij in zijn vrije tijd?

Verschenen in het oktobernummer van HP/De Tijd. (2019) Lees het gehele interview hier.

BOEKEN
“Ik ben dweperig van aard. Als ik een boek goed vind dan ga ik meteen alles van die schrijver kopen, ook als ik zeker weet dat ik dat boek nooit ga lezen, want ik vind dat je het op zijn minst allemaal moet hébben. Simon Vestdijk is een schrijver van wie ik bijna alles heb gelezen. Misschien heeft het met zijn muzikaliteit te maken dat ik van zijn werk houd. Vestdijk was namelijk een heel muzikale man; hij heeft veel geschreven over Bach. Er zijn mensen die zeggen dat hij saai is, maar ik vind hem juist heel erg geestig. Het kind tussen vier vrouwen is misschien wel zijn beste boek, al zijn De kelner en de levenden en Op afbetaling ook erg mooi. Zo’n schrijversobsessie duurt vaak een paar jaar en dan is het helemaal over. Dan raak ik weer verknocht aan een andere schrijver. Wie dat op dit moment is? Tommy Wieringa, al heeft die nog niet eens zo heel veel geschreven. Dit zijn de namen maakte veel indruk. Het gaat over vluchtelingen die van alle kanten bij elkaar komen en proberen te overleven. Wie gaat het redden? Dat is de vraag. Zijn stijl is trouwens ook schitterend. Je hebt bij hem nooit het idee dat je huiswerk moet doen.”
“Laatst las ik in De revisor een stuk van Thomas Heerma van Voss over W.F. Hermans waarin hij gehakt maakt van Au pair. Ik was het wel met hem eens, ik vond het ook een verschrikkelijk slecht boek, maar je moet het als jonge schrijver maar durven om de meest bewonderde schrijver van het land op zo’n manier aan te vallen. Dat bracht mij tot de vraag: wat als je op deze manier eens meer bewierookte schrijvers van toen opnieuw zou beschouwen en daar een serie van maakt? Misschien is dat wel iets voor HP/De Tijd. Laat een jonge schrijver die gevestigde namen eens op een kritische manier beschouwen en kijk of je genoeg argumenten bij elkaar kunt krijgen om postume karaktermoord – al is dat misschien een iets te zwaar woord – te plegen. Dat lijkt me heel interessant. Gerard Reve? Blijft die overeind? Zijn eerste drie boeken in ieder geval, maar zodra de jongensbilletjes erbij komen wordt het er niet beter op. Godfried Bomans? Ik weet het niet. Jeroen Brouwers? Die zeker wel.”

BEELDENDE KUNST
“Bijna iedereen – uitzonderingen daargelaten natuurlijk – heeft zijn culturele smaak aan zijn ouders te danken. Mijn ouders hebben mij ooit als vijf- of zesjarige meegenomen naar een Rembrandt-tentoonstelling in het Rijksmuseum. In die tijd was het katholieke geloof in ons gezin nog net op het randje van leidend. Ook in de culturele sfeer. Ik herinner me dat ik erg ontroerd raakte door de religieuze voorstellingen die daar hingen, zoals De heilige familie bij avond. Rembrandt ontroert op dezelfde manier als Bach: er gaat zo’n enorme warmte uit van zijn kunstwerken, zoveel mededogen met de mens, dat je je haast niet kan voorstellen dat hij die schilderijen alleen maar maakte om er geld mee te verdienen. Dat is waarschijnlijk ook niet zo, maar zeker weten zullen we dat nooit. Ik herinner me dat mijn ouders ook een tekening van Rembrandt boven de eetkamertafel hadden hangen. Het was een kopie van De drie kruisen. Ik ben ze nog steeds zeer dankbaar dat ze me daar allemaal mee in aanraking hebben gebracht. Ik heb in menig opzicht een verwaarloosde jeugd gehad, maar in cultureel opzicht niet.”
“De beste tentoonstelling van het jaar vond ik die van Erwin Olaf in het Gemeentemuseum in Den Haag. Ik heb eerlijk gezegd een beetje een getroebleerde relatie met Erwin Olaf. Een jaar of twintig geleden maakte hij voor de voorpagina van de VARA-gids een portret van mij en Marcel van Dam – de presentatoren van Het Lagerhuis. Hij wilde laten zien dat hij niet zomaar een fotograaf was, dus hij had onze gezichten verschrikkelijk overbelicht. We zagen eruit alsof we de volgende dag dood zouden neervallen. Ik heb toen gezegd dat ik het een weinig flatterende foto vond en hij werd me toch een partij kwaad… Hij was de kunstenaar en ik moest me nergens mee bemoeien. Hij heeft toen ook tegen mijn vaste grimeuze gezegd dat ze me voortaan extra bleek moest schminken. (Lacht) Een paar weken geleden heb ik hem gebeld om hem te feliciteren met die tentoonstelling. De meeste foto’s kende ik al, maar ik vond de collectie werkelijk bijzonder. Ik heb toen ook mijn nederige excuses aangeboden voor dat voorval en die heeft hij ook warm aanvaard.”

MUZIEK
“Zonder klassieke muziek zou ik een totaal ander leven lijden. Ik zou andere vrienden hebben gekozen, andere werkzaamheden hebben gedaan… Alles in mijn leven komt terug bij de liefde voor die muziek. Ook daar ben ik mijn ouders weer dankbaar voor. Zolang ik me kan herinneren ben ik namelijk met klassieke muziek in aanraking geweest. Zelfs toen ik bij mijn moeder in de buik zat moet ik al dagelijks muziek om me heen hebben gehad. Bij ons thuis werd heel veel gespeeld, wat weer een andere ervaring is dan muziek uit de radio horen. Mijn moeder en bijna al mijn broers speelden piano. Mijn hele jeugd werd daardoor door klassieke muziek beïnvloed. Ik heb mezelf weleens afgevraagd hoe ik zou zijn geworden als ik in een ander gezin was opgegroeid. Ik denk dat ik dan misschien helemaal niet van klassieke muziek had gehouden, maar dat is zo onvoorstelbaar dat ik dat niet kan geloven.”
“Bach staat bij mij op nummer een. De Matthäus-Passion heeft op mij als kind al een verpletterende indruk gemaakt. Er bestaat niets mooiers dan dat openingschoraal. Nog steeds ga ik elk jaar naar twee uitvoeringen. Zelfs als ik zou denken: nu weet ik het wel, wat onmogelijk is natuurlijk, zou ik die concerten nog bezoeken. Uit eerbied voor Bach, omdat je natuurlijk nooit zeker weet of je hem later nog eens tegen zal komen. Welke vraag ik hem dan zou stellen? Of hij bij zijn composities gebruik maakte van wiskunde. Daar is een discussie over in muziekland. Mijn broer Wim Witteman, die harmonie en solfège gaf op het conservatorium, doet analytisch onderzoek naar de wiskunde achter Bach. Ik kan het ook allemaal niet begrijpen, maar hij gelooft heilig in de mathematische symboliek die in zijn stukken verscholen zou liggen. Je moet het maar eens nazoeken. Hij heeft de Matthäus-Passion al geanalyseerd en is nu de Hohe Messe op dezelfde wijze aan het analyseren.”