De smaak van… JayJay Boske

Dikke wagens, peperdure horloges en helemaal kapot gaan in sportschool. Presentator en oud-rugbyspeler JayJay Boske (33) laat het op zijn Youtube-kanaal DAY1 allemaal zien. Waar wordt hij zelf blij van?

Verschenen in het septembernummer van Playboy. (2019)

Sushi of stamppot?
Stamppot, simpel! Daar hoef ik niet lang over na te denken. Wel een gehaktbal met jus erbij graag!

Rugbyen of presenteren?
Rugby volg ik voor de ontspanning. Ik kan er een week naar uitkijken om met mijn vader onder het genot van een kop koffie een goede wedstrijd te kijken. Toch kies ik nu voor presenteren. Het heeft lang geduurd, maar voor het eerst heb ik het gevoel dat ik het echt kan. Het is nog steeds wennen om bekend te zijn en herkend te worden, al wil ik daar ook niet al te moeilijk over doen. Een vuilnisman klaagt ook niet over de geur. It comes with the job.

Anna Nooshin of Arie Boomsma?
Beide zijn fantastische mensen. Arie was de eerste die ooit tijd vrijmaakte om een filmpje met me op te nemen voor mijn Youtube-kanaal. Anna Nooshin ken ik alleen net iets beter en kan ik echt een vriendin noemen. Daarom kies ik nu voor haar.

Wat is de dikste auto?
Ik tart vaak het lot door de auto’s met mijn minimale skills maximaal te testen. Als ik de dikte auto aan zou moeten wijzen, dan zou ik kiezen voor de Lamborghini Perfomante. Dat is alleen niet echt een auto voor dagelijks gebruik; dan zou ik kiezen voor de Porsche Macan.

Welk drankje drink je het liefst?
Lipton Ice Tea. Maar wel koud, anders is het een drama.

Welke horloges heb je?

Ik heb er drie, waarvan ik de Rolex Pepsi uit mijn geboortejaar (1986) het meest bijzonder vind. Het horloge waar ik het meest mee heb, is de Rolex Explorer, die ik kocht na mijn deelname aan Expeditie Robinson.

Waar kunnen we je ’s nachts voor wakker maken?
Mozzarella Pomodori! Ik hou van de Italiaanse keuken. Het land zelf is ook fantastisch. Ik heb de eer om de wereld over te reizen voor mijn werk, maar Italië voelt als thuis.

Geert Wilders of Thierry Baudet?
Ik heb met allebei niet zoveel, allemaal heel populistisch. Prima hoor, maar ik vertrouw geen van beide.

Met welke actrice zou je weleens een beschuitje willen eten?
Megan Fox! Die is bijna net zo knap als mijn eigen vriendin Carolina van Dorenmalen. 

Wie is de leukste beroemdheid die je ooit ontmoette?
Ik heb het geluk dat ik veel mensen waar ik vroeger op televisie naar keek, muziek van luisterde of sportwedstrijden van volgde nu tot mijn vrienden mag noemen. Kraantje Pappie, Kaj Gorgels, Bizzey, Tim Visser, Tim Krul en Niels Oosthoek beschouw ik als echte vrienden.

Wat is de beste film die je de afgelopen tijd hebt gezien?
Ik kijk veel films en series, daar kom ik van tot rust. Het is dus moeilijk om een keuze te maken. Als ik dan moet kiezen, dan kies is voor Snatch en Super Bad.

Wat staat er op je strafblad?
Op jonge leeftijd kon ik een lul van een ventje zijn en vond ik mezelf erg tof. Gelukkig heb ik alle rottigheid uitgehaald toen ik jong was, dus op mijn strafblad staat niets.

Welke bekende man bewonder je?
The Rock! Altijd fit, sterk en positief. Ik hoop dat hij in het echt ook zo is.

Ik ga nooit van huis zonder…
Een plan. Ik moet die dag echt iets te doen hebben, anders kan ik net zo goed op de bank blijven Netflixen. 

Wat is je grootste miskoop?
De planten in mijn tuin. Ik kan heel goed een tuincentrum binnenstappen en m’n kar volladen met allemaal mooie nieuwe planten. Die blijven dan een week goed – tot ik weer op reis ga. Dit gebeurt me elke keer weer.

Waar geef je veel geld aan uit?
Fikri, haha. Dat is een Arabische eettent in Hilversum waar je de beste broodjes kip kan eten en lekkere Marokkaanse thee kan drinken. Niet goed voor de lijn, maar wel erg lekker.

Wat is je duurste kledingstuk?
Als je mijn horloges als kledingstuk zou zien: dan die. Maar anders een paar veel te dure schoenen van zeshonderd euro.

In welke auto rijd je?
Ik rijd in een Mercedes CLA, fijne wagen! Ik maak veel kilometers dus dan is een echte sportwagen niet de beste investering.

Met hoeveel vrouwen heb je het bed gedeeld?
Veel en daar ben ik niet trots op. Maar daardoor weet ik wel hoe speciaal mijn vriendin is. Soms is het heel goed om te weten wat je niet wilt in plaats van te weten wat je wel wilt.

Welke muziek luister je tijdens het sporten?
Ik ben niet echt van het muziekluisteren tijdens het sporten. Ik hou van focus. Ik sport om helemaal kapot te gaan en mezelf tot over het randje te pushen. Soms is afleiding wel lekker. Dan zet ik een Joe Rogan-podcast op.

Wanneer heb je voor het laatst gehuild?
Toen de moeder van een van mijn beste vrienden overleed. Een prachtige open vrouw. Ik had die vriend door het vele werken en andere domme excuses de laatste tijd niet veel gezien. Het overlijden van zijn moeder trok me weer even terug in de realiteit en deed stiekem veel pijn.

Expeditie Robinson of Wie is de mol?
Ik zou heel graag meedoen aan Wie is de mol?, maar Expeditie Robinson is voor mij het mooiste programma waar ik ooit aan heb meegedaan.

Wat is de coolste gadget die je hebt?
Mijn elektrische fiets. Ik het een elektrische phatbike die mij heel Hilversum door crosst.

Eigen televisieprogramma of eigen sportschool?
Eigen televisieprogramma’s mag ik gelukkig al maken, dus dan kies ik voor een eigen sportschool. Wel eentje waarin ik de jeugd kan vertellen hoe ze echt met hun lichaam om moeten gaan.

Johnny de Mol: ‘Ik weet niet of het medium televisie over tien jaar nog bestaat’

Het leven van Johnny de Mol (40) is de afgelopen jaren drastisch veranderd. Hij verliet de stad, trouwde met zijn grote liefde en werd vader van een zoon. In de voorstelling Hier is De Mol vertelt hij over dit kantelpunt in zijn leven. Playboy spreekt hem onder meer over zijn rock-‘n’-roll-verleden, de band met zijn vader en zijn avontuur met een shemale in Thailand.

Dit is slechts een deel van het interview. Lees het gehele stuk hier of in het augustusnummer van Playboy. (2019)

Q1. Je gaat vanaf september de theaters in met Hier is De Mol. Waarom wil je op een podium over je leven te vertellen?
Het is veel breder dan dat. Ik vertel inderdaad over mijn eigen leven, maar ook over mijn werkzaamheden voor Het Vergeten Kind en Stichting Movement on the Ground op Lesbos. Ik deed daar al best veel lezingen over en deze voorstelling is daar een uitvergroting van. De voorstelling is eigenlijk een pleidooi voor wat meer medemenselijkheid, zonder daarbij een belerende toon aan te slaan, want daar heb ik zelf ook een hekel aan. Alles gebeurt met een gezonde dosis humor en zelfspot. Na afloop van zo’n lezing hoorde ik vaak dat ik mensen aan het denken had gezet over de onverschilligheid waarmee ze bijvoorbeeld naar de vluchtelingenproblematiek keken. Daardoor kreeg ik het idee om een voorstelling te maken waarin ik nog meer tijd heb om bepaalde dingen uit te leggen, aangekleed met een waanzinnig vette band onder leiding van mijn neefje Julian Vahle en wat verhalen uit mijn rock-‘n’-roll-verleden, waarvan ik me trouwens nog steeds afvraag of ik ze wel moet vertellen.

Q2. Wat is het meest beschamende verhaal dat je in de voorstelling vertelt?
Het verhaal over mijn trip naar Thailand met Ben Saunders voor Waar is De Mol?  Voor de eerste draaidag gingen we nog even op stap met z’n tweeën en het enige wat ik me daarvan herinner is dat ik de volgende ochtend wakker werd en er iets in mijn rug prikte. Ik dacht dat het Ben’s ochtendlul was, maar het was Ben niet. Het was een dame. Bij dat verhaal hoort ook een tattoo en een verkeerd gezette tepelpiercing en nog wel meer dan dat. The Hangover is niets vergeleken bij wat wij hebben meegemaakt.

Q4. Je leven is de afgelopen jaren drastisch veranderd: je bent getrouwd, vader geworden en hebt Amsterdam verruild voor ‘t Gooi. Wat is voor jou persoonlijk de grootste verandering?
Lacht: Het is inderdaad wel een beetje game over met mijn vorige leven, dat is ook de jammerlijke conclusie van de voorstelling. Nee, als je het zo opsomt klinkt het heel drastisch, maar het is heel geleidelijk gegaan. De grootste verandering is natuurlijk dat ik voorheen uit mijn grachtenpand uit het raam liep te turen welk café nog open was, terwijl ik nu met mijn bonusdochter Kiki en haar vogelboek uit het raam zit te turen welk vogeltje er voorbij fladdert. Dat zijn wel twee uitersten. Ik ben ook wel klaar met dat vorige leven. Ik heb toen alles uit het leven gehaald wat erin zat, misschien nog wel meer, ik heb alles gedaan wat god verboden heeft, misschien zelfs nog wel wat dingetjes bij verzonnen… Nee, dat is helemaal goed. Daar kan ik tot in de lengte van dagen met een glimlach op mijn lippen aan terugdenken.

Q7. Ben je een betere vader dan je eigen vader?
Nou, mijn ouders (Willeke Alberti en John de Mol, red.) zijn uit elkaar gegaan toen ik één was. Het ergste wat een vader dan kan overkomen is dat je ex verliefd wordt op een ander (Søren Lerby, red.) en dan naar het buitenland verhuisd. Dat is gebeurd. Dus die vergelijking gaat niet helemaal op, maar hij is in ieder geval een fantastische opa. Ik ben pas op mijn zestiende bij mijn vader gaan wonen, iets wat ik ook uitvoerig behandel in het stuk. Hij is nu in ieder geval de allerbeste vader die ik me kan wensen en dan heb ik het puur over de relationele band.

Q19. Presenteer je over tien jaar nog programma’s op televisie?
Dat denk ik niet, maar dat komt ook omdat het telvisielandschap heel snel aan het veranderen is. Ik weet niet of het medium televisie over tien jaar nog bestaat. Ik zou wel verder willen gaan in het coachen van jongen mensen. Mensen in hun kracht zetten is een van de mooiste dingen die er zijn. Daar kunnen geen kijkcijfers tegenop. Een programma als Down met Johnny kan ik ook niet eeuwig blijven maken. Als iemand dat een keer van me over zou willen nemen, zou ik het heel leuk vinden om die persoon daarbij te helpen.

Q20. Zou je te zijner tijd je vader op willen volgen binnen Talpa?
Nee. Ik ben daar zakelijk niet sterk genoeg voor en ik zou daar ook geen zin in hebben. Elke dag naar kantoor en elke dag vergaderen… Dat lijkt me niet echt iets voor mij.

Kaj Gorgels: ‘Zelfoverschatting is een groot probleem in medialand’

Kaj Gorgels (28) presenteert samen met Yolanthe een nieuw seizoen van Temptation Island VIPS op Videoland. Playboy spreekt de populaire vlogger en presentator onder meer over zijn haat-liefdeverhouding met de wereld van influencers en presentatoren: ‘Zelfoverschatting is een probleem dat veel mensen in de mediawereld hebben.’

Selectie. Het gehele interview staat in het julinummer van Playboy, 2019.

1. Temptation Island was dit jaar oersaai. Er gebeurde werkelijk niets. Kun je ons misschien verlekkeren met wat juicy details uit het nieuwe seizoen van Temptation Island Vips?
Het afgelopen seizoen van Temptation Island was inderdaad een beetje saai, omdat de koppels die meededen al om negen uur op hun nest gingen liggen. Eigenlijk doe je dan een beetje voor spek en bonen mee. Je gaat de temptation aan of niet denk ik dan. De vier koppels die dit seizoen meedoen aan Temptation Island Vips gaan wel echt de temptation aan. Ik kan er natuurlijk niet teveel over verklappen, maar ik vind deze serie spannender dan die van vorig jaar. Er gaat heel veel gebeuren. Wat ik ook leuk vind om te zien, is dat de koppels dit seizoen allemaal een eigen verhaallijntje hebben. Pommeline en Fabrizio doen bijvoorbeeld mee. Die hebben al eens eerder meegedaan aan Temptation Island, maar toen als verleiders. Nu doen ze mee als koppel. Volgens mij zijn ze ook het eerste verloofde koppel dat meedoet aan dit programma. Dat maakt het natuurlijk ook wel pikant.

2. Zou je zelf meedoen aan Temptation Island Vips?
Nee. Misschien als ik jong was geweest, een jaar of negentien of twintig, en dan als verleider. Dat had ik misschien wel grappig gevonden. Ik heb nu een relatie (met voormalig Miss Nederland Jessie Jazz Vuijk, red.) en ik zou zelf nooit aan een programma meedoen om te kijken of het terecht is dat ik haar wel vertrouw.

4. Wat is de grootste valkuil waar je in kunt trappen als je bekend wordt?
Dat je teveel in jezelf gaat geloven. Zelfoverschatting is een probleem dat veel mensen in medialand hebben. Je moet alles kapot relativeren. Want wat doe je nu eigenlijk? Ik heb gewoon vanaf een zolderkamertje een keer een filmpje op internet gezet en dat heeft er uiteindelijk voor gezorgd dat mensen mij nu herkennen. Ik ben niet de wereld aan het verbeteren, ik heb geen uitvinding gedaan die de wereld heeft veranderd, ik maak internetfilmpjes en dat is het. Je moet het dus nooit groter maken dan het is. Ik word weleens simpel van collega’s die de hele dag over volgers en likes praten. Alsof er geen wereld bestaat buiten YouTube en Instagram. Mijn beste vriend is hoefsmid, een andere vriend is accountant en weer een andere vriend is slager – ik heb echt een heel gevarieerde vriendengroep. Als wij in de kroeg staan dan gaat het bijna nooit over werk. Dat vind ik heerlijk.

5. Wat is de grootste verandering in vergelijking met tien jaar geleden?
Ik leef in zekere zin hetzelfde leven. Ik woon nog steeds in Rotterdam. Ik ben voor werk veel in Amsterdam, maar als je dus weer een paar dagen tussen de social influencers en de televisiemensen hebt gezeten dan is het altijd lekker om in de auto te stappen en met mijn vrienden hier een kroeg in te duiken. Ik heb ook nog steeds dezelfde vrienden als tien jaar geleden – ook dat is niet veranderd. De weekenden zien er eigenlijk ook nog steeds hetzelfde uit, alleen word ik nu wel herkend en heb je tijdens het uitgaan ineens dertig mensen om je heen staan die je niet kent. Ik vind het dan heel lastig om te zeggen: laat me even met rust. Ik probeer altijd een praatje te maken en ik heb nog nooit een foto geweigerd. Je gaat alleen wel op een andere manier uit. Ik ga vaker in een hoekje staan, omdat je altijd merkt dat mensen naar je kijken.

15. Wat is de vreemdste plek waar je ooit seks hebt gehad?
Ik zal je eerlijk zeggen: ik ben niet zo van de vreemde plekken. Ik vind een gewoon bed het lekkerst. Het toilet van een kroeg was wel een vreemde plek, een beetje een ranzige plek ook. Ik heb het ook weleens gedaan in een vliegtuig. Het was op een vlucht van Amsterdam naar Londen. Het was niet all the way, maar ik werd gepijpt toen we in een nagenoeg leeg vliegtuig zaten. Ik geloof dat er alleen vooraan wat mensen zaten; wij zaten achteraan. Niemand heeft ons gezien.

17. Mark Rutte of Thierry Baudet?
Ik ben van allebei niet heel erg fan, maar dan kies ik toch voor Thierry Baudet. Ik ben blij dat hij is opgestaan. Hij maakt de politiek wel weer interessant. Je hoeft het niet altijd met hem eens te zijn, maar hij zet alles wel weer op scherp. Weet je wat ik zo raar vind: dat je in de politiek maar heel weinig mensen ziet met charisma. In het bedrijfsleven zie je die wel. In het bedrijfsleven zitten veel slimme mensen die het ook goed zouden doen als politicus, maar die daar niet voor kiezen omdat ze in hun eigen sector meer dan het dubbele verdienen. Moeten politici niet gewoon meer betaald krijgen? Ik zou dat niet zo erg vinden. Ik denk dat veel mensen die nu voor een baan in het bedrijfsleven kiezen dan de politiek in zouden gaan en we dus betere politici krijgen. Als je kijkt wat er nu zit, denk je vaak: jeetjemina, dat is het net niet, hè.

Kim Holland over porno, monogamie en seks in een ministerskamer

Kim Holland wordt volgende maand vijftig. Playboy ging alvast op verjaardagsvisite bij de koningin van de polderporno. Ze mag dan een monogame relatie hebben en als actrice met pensioen zijn, haar sex drive blijft onverminderd. ‘Mijn streven is nog steeds om drie keer per dag sex te hebben.

Lees verder Kim Holland over porno, monogamie en seks in een ministerskamer

Kees van der Spek over tijgervlees, drugs en gele hesjes

Kees van der Spek (54) komt met een nieuw programma: Kees van der Spek ontmaskert. Playboy spreekt de avontuurlijke misdaadverslaggever over het eten van tijgervlees, het legaliseren van drugs en zijn afkeer van de gelehesjesbeweging: ‘Ze doen net of we in een derdewereldland wonen.’

Uit: Playboy 02, 2019. Lees het gehele interview hier.

Q1. Op 26 februari begint het eerste seizoen van Kees van der Spek ontmaskert op RTL5. Over welke ontmaskering ben je het meest tevreden?
Ik moet nog drie reizen maken, maar tot nu toe ben ik het meest tevreden over Hanoi. Ik was van plan om me daar in een te duur toertje te laten lokken, maar de tempel waar we naartoe wilden was dicht. Ik vroeg daarom aan de taxichauffeur of hij niet iets spannenders wist, ik had namelijk weleens gehoord van tijgervlees. Hij keek een beetje mysterieus en reed ons naar een hondenrestaurant. Daar hebben we hond besteld. Tijdens het eten begon hij toch over tijgervlees. Hij nam me mee naar een restaurant waar ze speciaal voor mij tijgervlees hebben gebakken. Dat is hartstikke illegaal natuurlijk, maar ik heb dit allemaal overlegd met het Wereld Natuur Fonds. Zij zijn er ook bij gebaat dat dit eens op film is vastgelegd. Het verhaal werd nog gekker toen ik in dat restaurant in contact kwam met een parlementslid dat me op het spoor zette van neushoornpoeder. Natuurlijk ook hartstikke illegaal. Vietnam is een van de grootste afzetmarkten van dat spul. De hoorn van een neushoorn wordt tot poeder gemalen. Rijke jongelui vermengen dat poeder met whisky omdat dat potentieverhogend zou zijn. Dat parlementslid had thuis in zijn koelkast een brok hoorn liggen, dus ik heb ook whisky met neushoornpoeder gedronken.

Q4. Is je vrouw altijd blij met het werk dat je doet?
Ik heb met haar de afspraak dat ik nooit zeg wat ik ga doen. Pas achteraf zeg ik wat ik heb gedaan.

Q5. Ga je volgens haar weleens te ver?
Ja. Ik ben een paar maanden geleden voor Oplichters op het internet naar Nigeria geweest en dat had ik niet moeten doen. Daar zijn we bijna gegijzeld. Er sprong opeens een kerel met een kalasjnikov voor onze auto, die toevallig naar de auto achter ons rende. Daar zijn we dus echt door het oog van de naald gekropen.

Q11. Je twittert soms over politieke zaken. ‘Zwarte Piet wordt net zoiets als roken’, schreef je onlangs en ook over de gele hesjes had je geen goed woord over.
Die mensen van de gele hesjes snappen het niet. Laat ik vooropstellen dat ik heel erg begaan ben met arme mensen, ik geef veel geld weg, ik vind ook dat je dat moet doen als je veel geld hebt. Mijn punt is alleen dat mensen in Bangladesh, die niets hebben en echt knetterhard moeten werken voor hun centen, nooit zeiken over hun situatie. Terwijl zij alle recht hebben om te zeiken. En hier wonen we in het zesde rijkste land ter wereld en doen we alsof we in een derdewereldland wonen. What the fuck? Ga eens reizen. En zeg dan niet dat je het niet kan betalen, want iedereen kan reizen. Dat kost tegenwoordig niets meer. Iedereen gáát ook op vakantie. Als je veel reist dan zie hoe goed we het hier hebben. Die mensen zoeken alleen maar naar bevestiging van de doemscenario’s die door Baudet en Wilders worden geschetst. Hoe vaak zijn ze aangerand door een moslim? Nooit. Moeten ze tijgeren naar hun werk? Nee. Ik vind het heel ergerlijk. Er is een contingent boze witte mannen die altijd rabiaat zijn in hun stellingen. Ze schelden me uit voor links gutmensch, terwijl ik helemaal niet zo links ben. Ik ben realistisch. Ze denken ook dat ik zo lul omdat ik rijk ben. Bullshit. Ik woon gewoon in een twee-onder-een-kap, rijd in een gewone auto en dacht er dertig jaar geleden al precies hetzelfde over.

Q18. Peter R. de Vries of Alberto Stegeman?
Daar kan ik echt niet tussen kiezen. Peter is natuurlijk mijn leermeester. Ik ben heel gek op hem, maar ik ben ook erg goed met Alberto. Dat vind ik echt een fijne kerel. Ik zou met allebei wel een avondje kunnen doorzakken. Een samenwerking zie ik niet zitten. Ik heb natuurlijk jarenlang gewerkt voor Peter, maar ik ben hem als maker een beetje ontgroeid, ik bepaal nu zelf wat ik maak en dat bevalt me wel. Alberto doet iets heel anders, die heeft een heel andere stijl dan ik, dus dat zie ik ook niet gebeuren. Bovendien zit hij bij een andere zender.

Pierre Bokma: ‘Het toneel is aan het verdwijnen’

Pierre Bokma (63) staat in de theaters met De Verleiders – #niksteverbergen. Wat leest, luistert en ziet ’s lands meest gevierde acteur zoal?

(Uit: HP/De Tijd, februari 2019. Lees het gehele interview hier.)

THEATER
“Ik heb op mijn zestiende een aantal voorstellingen gezien waarvan ik dacht: dat kan ik beter. Ik zag in die tijd een stuk van Luigi Pirandello met Bob de Lange, Glazen speelgoed met Josée Ruiter en Cyrano de Bergerac met Ko van Dijk, Jeroen Krabbé en Guus Hermus. Ko van Dijk was een en al schmieren – daar geloofde je gewoon niets van. Dat vond ik een aanfluiting. Hermus was een openbaring. Bij bijna alle acteurs, en niet zelden ook bij mij, zie je de inspanning om het echt te laten lijken. Dan is het eigenlijk al niet goed. Hermus was anders. Als hij een emotie toonde, dan was het waar. Er zijn nu ook jonge talenten aan het werk die de hemel willen bestormen, maar omdat ik zo weinig heb gezien, kan ik alleen maar gissen wie dat zijn. En dat vind ik een beetje suf. Dan begeef ik me op minder dan één nacht ijs. Ik vind het wel jammer dat de toneelscholen de handen niet wat meer ineenslaan, zodat ze bij elkaar kunnen gaan kijken en elkaar scherp kunnen houden. Ik denk weleens dat dat de kwaliteit van het onderwijs ten goede zou komen.
“Iedereen met een leuke babbel gaat tegenwoordig voor een zaal staan. Je wordt er helemaal gek van. Lubach mag van mij best de theaters in, maar ik vind hem vermoedelijk op televisie honderd keer beter. Die mensen nemen ook de zuurstof weg voor de toneelcultuur. Het nieuwe theater gaat altijd over de waan van de dag, terwijl er in het verleden toch wel mensen zijn geweest die zich bekwaamd hadden in het schrijven van toneelstukken waar je het een en ander van kunt opsteken. Het toneel is aan het verdwijnen. Natuurlijk, de Stadsschouwburg in Amsterdam zit vaak vol, maar dat is slechts één gezelschap en die spelen dan ook nog eens in huis. Maar als je het land in gaat, zie je dat de zalen nauwelijks vol zitten. Toneel zal op een gegeven moment een niche worden. Toneelacteurs worden mensen die zich ook nog in een heleboel andere dingen hebben bekwaamd. Ze willen voor de gelegenheid heus nog weleens opdraven voor iets geks als een toneelstukje, maar het zal met een zekere bijsmaak worden gedaan. Wat ik zonde vind, maar het is niet anders.”

FILM
“Don’t Look Now van Nicolas Roeg heeft een enorme invloed op mij gehad. Door beeldvorming, door verhaalvertelling, door de verweving van het mystieke en het werkelijke. De openingsscène zal ik nooit vergeten. De film gaat over een mediamiek echtpaar, gespeeld door Donald Sutherland en Julie Christie. De man is restaurateur en werkt veel in Venetië. Hij woont met zijn gezin op een landgoed in Engeland. Op een dag zit hij thuis dia’s te bekijken. Zijn dochter, die vanwege het druilerige weer een rood jasje aan heeft, speelt in de tuin. Op een van die dia’s ziet hij opeens een rood figuurtje in een kerkbank zitten. Hij weet niet wat het is. Dan stoot hij een glas rode wijn om, waardoor de wijn over de dia stroomt en het rode figuurtje langzaam uitloopt. Als hij dat ziet, rent hij zonder na te denken naar buiten en springt in de vijver, waar hij zijn dochtertje levenloos uit het water haalt. Ik kan er wel meer over vertellen, maar je moet hem gewoon zien, ook omdat er de mooiste vrijscène ooit gefilmd in voorkomt. De films van Stanley Kubrick zijn ook bijna allemaal goed. Barry Lyndon is niet alleen goed door de brutaliteit van het verhaal en het prachtige spel, maar ook vanwege het onwaarschijnlijke licht in de eerste scène. Alleen maar kaarslicht. Kubrick heeft daar een aparte cameralens voor moeten laten maken. A Clockwork Orange is ook zo’n onwaarschijnlijk mooie film van hem. Van 2001: A Space Odyssey vind ik het begin vooral heel goed. Daarna vallen mij te veel inconsequenties op.
“Hoe het staat met Siegfried? (Bokma gaat de hoofdrol spelen in Frans Weisz’ verfilming van deze roman van Harry Mulisch – red.) Daar zijn we mee bezig, maar het hangt nog op financiering en beschikbaarheid. Beschikbaarheid kan ik begrijpen, maar de financiering vind ik altijd een probleem. Ik zou weleens willen weten wie de mensen zijn die bij die fondsen over de subsidies gaan. Ik zou weleens een gesprek met hen willen hebben om erachter te komen hoe ze daar terechtgekomen zijn en wat hun expertise is. Dat geldt ook voor de mensen die bij omroepen over dit soort zaken gaan. Dat zijn, heb ik de sterke indruk, veelal mensen die via allerlei onduidelijke wegen en niet gehinderd door specifieke kennis op dit gebied zijn doorgestroomd en van wie er maar erg weinig weten wat ze daar doen. Ik vind het onbestaanbaar dat die mensen, ondemocratisch gekozen, zo veel macht hebben. Vroeger was er een zekere mate van coulance. Er waren een aantal hoofdproducenten die de dienst uitmaakten, maar dat waren mensen uit het metier zelf, die hadden min of meer de goedkeuring van hun vakgenoten. Maar die zijn allemaal weggesaneerd door het achterlijke Halbe Zijlstra-beleid. Ik was helemaal niet tegen een herziening en een opschoning van dat beleid, maar wat hij heeft gedaan, ligt in het verlengde van zijn leugens.”

Maarten van Rossem: ‘Vincent van Gogh kon niet schilderen’

Op 22 november viert historicus en schrijver Maarten van Rossem zijn 75ste verjaardag groots in Tivolivredenburg, Utrecht. Wat leest, kijkt en luistert hij zoal in zijn vrije tijd?

Verschenen in het novembernummer van HP/De Tijd, 2018.

BOEKEN
“Ik werd aan het begin van deze eeuw door de universiteit gevraagd om een leesclub te beginnen en dat heb ik toen gedaan. Sindsdien lezen we met een man of tien elke maand een klassieker uit de wereldliteratuur. Fictie geeft vaak zo’n schitterend beeld van het verleden, veel beter dan historici kunnen beschrijven, want in fictie kun je de waarheid liegen. Het laatste boek dat we hebben gelezen is Het leven een gebruiksaanwijzing van George Perec. Een fantastisch boek. Het gaat over een groot appartementengebouw in Parijs en alle mensen die daar gewoond hebben sinds het werd gebouwd. Soms bestaat het uit spannende miniromans binnen de roman, maar het bestaat ook voor een groot gedeelte uit opsommingen. Dan beschrijft hij zes bladzijden lang allerhande huis-, tuin- en keukenapparatuur zonder dat het vervelend wordt. Over het boek dat we de maand daarvoor lazen, was ik minder te spreken. Ik vond De schoonheid van de nacht van Gabriele d’Annunzio een enorm kloteboek van een onbeschrijfelijke ijdeltuit – al was de rest wel wat milder over het boek en de schrijver. Deze maand lezen we Stilte van Shusaku Endo, maar daar ben ik net in begonnen, dus daar kan ik nog niets over zeggen.”

(…)

“Ik heb thuis een plankje met kinderlectuur. Als de r in de maand is, dan begin ik die boeken uit mijn jeugd weer te herlezen. Jules Verne, Nils Holgersson, Winnie-the- Pooh – allemaal boeken die ik praktisch uit mijn hoofd ken, maar dat is ook het fijne. Ik kan het op een willekeurige bladzijde openslaan en beginnen met lezen. Ik ben ook dol op The Lord of the Rings. Een fascistoide kaboutersprookje. Het is altijd fijn om tegen literatuurliefhebbers te zeggen dat je dat prachtboeken vindt. Ik heb destijds getwijfeld of ik de films moest gaan bekijken, omdat je altijd een beetje teleurgesteld bent als je beeld ziet van een boek waar je zelf al beeld bij hebt gemaakt. Ik heb uiteindelijk alleen de eerste film gezien en ben toen afgehaakt. Ik was teleurgesteld. Neem alleen al die molentjes in The Shire. Dan heb je een budget van driehonderd miljoen en dan zet je zulke prutmolentjes neer.”

MUZIEK
“Ik ben vrij huilerig ingesteld. Ik hoef maar een film te zien waarin een padvinder een klein hondje uit een vijver redt en ik ben al weg. Er zijn ook films die ik geweldig vind zonder dat ik er een traan bij laat. Dr. Strangelove bijvoorbeeld, alhoewel die afsluit met We’ll Meet Again van Vera Lynn. Dat nummer moet ik nu ook niet opzetten, want dan gaat het ook fout. Dat is een altijd werkende tearjerker. Het lijkt me wel geinig om dit nummer op mijn begrafenis te draaien. Iedereen verwacht dan natuurlijk een sentimenteel klassiek stuk, maar dan zet ik de boel op het verkeerde been door heel ordinair We’ll Meet Again te draaien. Een prima laatste grap. Bij muziek is het echt verschrikkelijk: er zijn veel dingen die ik niet ga beluisteren waar andere mensen bij zijn. Het middenstuk van het Eerste pianoconcert van Chopin, om maar eens wat te noemen. Ik zat laatst in de auto toen het werd gedraaid op Radio 4. Ik was nog net op tijd, ik kon hem nog net op een andere zender zetten, anders was ik behuild op mijn lezing aangekomen. Niet zo lang geleden schreef een meneer in The New York Times, en dat is gevaarlijk om te vertellen want ik raak altijd licht ontroerd als ik het vertel, dat hij altijd moet huilen als hij Help Me, Rhonda van The Beach Boys luistert. Ik vond het typisch, want het is niet hun beste nummer, maar ik wilde het toch ook eens proberen. En verdomd – binnen een paar tellen was ik weg.”

BEELDENDE KUNST
“Het modernisme is even erg als een orthodoxe kerk. Barnett Newman, de vervaardiger van het fameuze kloteschilderij Who’s Afraid of Red, Yellow and Blue, zei eens: als je mijn kunst mooi vindt, dan kun je nooit fascist worden. Waardoor ik al denk: die man is er zelf misschien wel een. Of neem bijvoorbeeld die pisbak van Marcel Duchamp. Ik geloof dat er nu zes pisbakken zijn waarvan ze beweren dat het de echte is, maar het is juist de bedoeling van de kunstenaar dat dat er niets toe doet! De mensen die daarover discussiëren hebben er werkelijk niets van begrepen. Daarbij is abstracte kunst een vergissing. Een onvermijdelijke vergissing, maar wel een vergissing. Joseph Beuys met zijn brokken vet en vilt. Allemaal pretentieuze lulkoek. Je moet er even doorheen als je het Hamburger Bahnhof in Berlijn bezoekt, wat overigens een ontzettend amusant museum is, maar de eindzaal maakt alles goed. Daar staat het loden vliegtuig van Anselm Kiefer. En dat is, hoe gek het ook klinkt, een ontroerend ding. Het kan dus wel!

(…)

“Ik was laatst alleen in het Van Gogh Museum, omdat ik voor RTV Utrecht een kleine documentaire maakte over de vriendschap tussen Vincent van Gogh en Anthon van Rappard. Ik was daar in het bijzonder voor het schilderij De aardappeleters. Iedereen die er enig verstand van heeft kan zien dat dit een ontzettend klunzig schilderij is. Het valt in het niet bij de meesterwerken die hij een paar jaar later maakte, zoals Het nachtcafé en De sterrennacht. Van Gogh was apetrots op De aardappeleters, maar toen hij het aan Van Rappard liet zien, een academisch geschoolde schilder, werd het door hem vernietigend besproken. Werkelijk niets deugde. Van Gogh werd razend en het betekende het einde van hun vriendschap. Van Gogh was natuurlijk een amateur, iemand die niet kon schilderen. Het wonderlijke is alleen dat hij wel het ene meesterwerk na het andere maakte. Misschien is hij enigszins te vergelijken met Edward Hopper. Die kon ook niet schilderen, anatomisch klopt er vaak geen reet van, maar hij schilderde wel wonderlijke iconische voorstellingen. Neem alleen al Nighthawks en Room in New York. Als je die schilderijen een keer hebt gezien, dan vergeet je ze nooit meer.”

Het gehele interview is hier te lezen op Blendle.

Michiel van Erp over Jeroen Brouwers, Rufus Wainwright en Niemand in de stad

Regisseur Michiel van Erp (54) maakt met Niemand in de stad (de openingsfilm van het Nederlands Film Festival – vanaf 4 oktober in de bioscoop) zijn speelfilmdebuut. Wat leest, luistert en ziet hij zoal?

Verschenen in het septembernummer van HP/De Tijd, 2018.

BOEKEN
“Op dit moment herlees ik het oeuvre van Jeroen Brouwers, omdat mijn theaterbewerking van zijn roman Het hout op 4 november in première gaat bij Toneelgroep Amsterdam. Ik heb het grootste deel van zijn werk vroeger al wel gelezen, maar het leek me toch verstandig om me er opnieuw in te verdiepen om te zien of ik iets van een rode draad kan ontdekken. Mijn theorie is nu dat de schrijver zichzelf als hoofdpersoon opvoert in zijn boeken. Het zijn namelijk altijd mensen die in een moeras zitten en daaruit proberen te komen – en met heel veel ongemak lukt dat dan. De hoofdpersoon in Het hout heeft dat, maar in Bezonken rood en Geheime kamers is dat ook het geval. Al die personages hebben dat met hem gemeen.”

MUZIEK
“Rufus Wainwright volg ik vanaf het begin. Het grappige is dat ik heel gefascineerd was door waar hij over zong en de wereld die hij met zich meenam, maar toen heb ik hem bij toeval een paar keer ontmoet en ben ik heel erg op hem afgeknapt. Op een gegeven moment had hij een soloconcert in Carré. Het werd een verschrikkelijk concert. Hij wist zijn tekst niet, hij raffelde de nummers af en liet in niets merken dat hij zijn best deed voor zijn publiek. Op een gegeven moment klonk er boe-geroep vanuit de zaal. Toen dacht ik: wat ben je eigenlijk een klootzak. Al deze mensen hebben veel geld betaald voor een kaartje en het interesseert je geen fluit. Na afloop zouden we nog wat met hem gaan drinken met een groepje, maar eigenlijk had ik daar helemaal geen zin meer in. Uiteindelijk ben ik toch gegaan. Ik dacht: ik moet toch tegen hem zeggen dat het heel erg slecht was, dus dat heb ik toen heel subtiel gedaan. Dat werd me volgens mij niet in dank afgenomen. Misschien is het ook wel helemaal niet goed om je idolen te ontmoeten. Eigenlijk kunnen ze alleen maar tegenvallen in het echt.”

FILM
“Nu ik voor het eerst een speelfilm heb gemaakt, merk ik pas hoe lastig het is om hem in de bioscoop te krijgen. In de bioscoopwereld is weinig gevoel voor avontuur. Nu heb ik niets tegen romantische komedies, zoals die in ons land veel worden gemaakt, maar ik vind het wel jammer dat bioscopen daarop gefocust zijn. Mijn film is geen romantische komedie, maar speelt zich af in de studentenwereld. Het is heel realistisch en daardoor heel herkenbaar. Studenten zouden deze film moeten zien, maar om in de bioscopen te komen waar die jongeren naartoe gaan, dat blijft een moeilijke exercitie. Ik hoop dat veel mensen de film gaan zien en erdoor geraakt worden. Of ja, al is het er maar één op wie de film een onuitwisbare indruk maakt, dan ben ik al tevreden. Dat is waar ik mijn kick uit haal. Ik zit echt niet te hunkeren naar een prijs op een filmfestival in Polen.”

Het gehele interview leest u hier op Blendle.

 

Olcay Gulsen: ‘Van types als Sylvana Simons gaan mijn haren rechtovereind staan’

In haar boek SuperOlcay doet Olcay Gulsen (38) uit de doeken hoe je met lef van niets naar de top komt. Ze kan het weten, als de vrouw die eigenhandig een mode-imperium uit de grond stampte. 20 vragen aan ‘de ultieme girlboss van Nederland.’

Uit Playboy, maart 2018. Het gehele interview leest u hier.

 

In je boek Superolcay vertel je over de grootste valkuil van mensen die van niets komen en opeens succes krijgen: overshinen. Hoe zag dat er bij jou uit?

Ik was al op jonge leeftijd redelijk snel succesvol en wilde dat heel erg laten zien aan iedereen. Ik vond mezelf wel wat. Ik kocht mooie klokken, dure auto’s, het was echt te cheesy voor woorden. Op een gegeven moment vierde ik zelfs mijn dertigste verjaardag op een afgehuurd jacht aan de Zuid-Franse kust met zogenaamd mijn beste vrienden, maar dat waren natuurlijk niet mijn vrienden. Als ik daar op terugkijk, vind ik dat echt een irritante houding van mezelf. Het is ook een beetje een dommige manier om indruk te maken. Zo’n feest op zo’n jacht heeft niets te maken met geluk of gezelligheid. Als ik nu op de bank zit met een paar echte vrienden dan is het pas écht gezellig. Daar hoef je geen dure champagne voor te drinken.

We lazen dat je in een huurhuis woont van €4.500 per maand. Waarom koop jij geen huis?

Omdat ik mijn hele leven al heel graag direct wil kunnen verhuizen. Dat is meer een psychisch dingetje. Ik heb een soort bindingsangst, met mensen en met plekken.

Wat is het duurste kledingstuk dat je bezit?

Ik denk dat het meeste geld in mijn tassencollectie is gaan zitten. Ik had er ontzettend veel, waar ik belachelijk veel geld aan had uitgegeven, maar toen er twee jaar geleden bij mij is ingebroken hebben ze alles meegenomen. Dat was echt heel zuur. Toen moest ik opnieuw beginnen. Ik nam me voor om er niet meer zoveel te kopen. Ik heb er nu een stuk of twintig, nog steeds veel te veel natuurlijk, die variëren tussen de €1.200 en €9.000.

6. Bij jou lijkt alles altijd zo vlekkeloos te verlopen. Gaat er ook weleens iets mis?
Natuurlijk. Ik heb een periode heel slecht in mijn vel gezeten. Tussen 2014 en 2016 had ik denk ik een burn-out, al zou ik dat nooit tegenover mezelf toe willen geven. Ik was helemaal klaar met de mode-industrie en de televisiewereld en heb toen echt twee jaar in de luwte geleefd. Och man, ik had het zo zwaar. Ik had mijn hele leven al mijn emoties uitgeschakeld. Ik had nooit gehuild, ik had me nooit kwetsbaar opgesteld, en toen gleed ik me toch uit en werd het twee jaar lang een groot jankfestijn. Ik voelde me zo slecht. Ik dacht ook echt dat ik er nooit uit zou komen. Achteraf gezien had ik hulp moeten zoeken, maar daar was ik toch te trots voor. Ik dacht dat ik het wel zelf kon en daarom heeft het ook zo lang geduurd.

In die periode was ik ook nog eens de gevierde vrouw. Dat matchte natuurlijk totaal niet met hoe ik me voelde. Ik dacht op een gegeven moment: ik boek gewoon een enkele reis naar een ver land en ik kom nooit meer terug. Al die ellende heeft me ook wel iets geleerd. Ik was altijd een schoft voor mensen die een burn-out hadden. Ik vond altijd dat ze zich niet zo aan moesten stellen. Ik kan natuurlijk nog steeds wel bedrijfseconomisch denken, ik bedoel: als jij een burn-out hebt en je contract loopt af, dan ga ik dat natuurlijk niet verlengen, maar ik ben niet meer de kille werkgever die ik ben geweest. Ik begrijp nu wat zoiets met je kan doen.

11 Je omschreef je vader in een oud interview eens als ‘een schizofreen, verslaafd aan heroïne en alcohol en gewelddadig tegen zijn hele gezin’. In het dankwoord van je nieuwe boek bedank je hem voor ‘zijn kleurrijke geest’. Wat is er de afgelopen jaren veranderd in jullie verhouding?

Ik ben ouder geworden. Dat is het denk ik. Ik was natuurlijk echt een rebel, ik schopte tegen alles en iedereen aan en daarbij het hardst tegen mezelf. Die drang heb ik nu minder. Ik zie nu heel goed in dat hij slachtoffer is van zijn ziekte en dat hij mijn jeugd niet bewust tot een hel heeft willen maken. Ik vind hem heel zielig en ik hou van hem – heel tegenstrijdig. Ik spreek hem nu een of twee keer per week en dat vind ik prettig.

12 Je moeder was ook niet de makkelijkste ouder, toch? Ze zegt onomwonden dat ze je eigenlijk had willen laten aborteren.

Ik weet niet meer hoe ze dat vertelde. Volgens mij heeft ze van kleins af aan al tegen mij gezegd dat ze liever had gewild dat ik doodgeboren was. Ik heb daar alleen nooit mee gezeten.

13 Heeft die moeilijke gezinssituatie jouw gedachten over het zelf stichten van een gezin beïnvloed?

Ik heb daar heel lang moeite mee gehad, maar meer door de ziekte van mijn vader. Schizofrenie is namelijk best wel een sterk genetisch bepaalde ziekte in onze familie. Mijn vader heeft het, zijn moeder had het, haar moeder had het ook… Ik dacht: misschien ben ik dan de lucky one die het niet krijgt, maar wat als mijn kind het wel krijgt? Omdat ik door mijn vader weet hoe erg het is om die ziekte te hebben. Nu sta ik daar anders in. Als ik de keuze had, dan zou ik wel een gezin willen stichten. Ook de angst dat ik daardoor misschien niet meer zoveel kan werken is nu weg. Ik was altijd zo gefixeerd op het zakelijk succes, maar nu denk ik: misschien is het krijgen van een kind wel het mooiste wat je kan overkomen.

14 Wat is op dit moment het grootste verdriet in je leven?

Mijn vader. Nog steeds. Als ik ergens wakker van word of ik heb een knoop in mijn maag, dan is dat altijd om die reden. Erg vind ik dat van mezelf. Ik kan er namelijk toch niets aan veranderen. Ik denk altijd wel dat ik alles kan veranderen, ik ben een supermens, dus ik kan toch ook wel mijn vader beter maken? Maar dat kan ik dus niet. En dan hoop ik altijd dat hij doodgaat. Dan heeft hij geen stemmen meer in zijn hoofd, hoeft hij geen drugs meer te scoren en is hij verlost van alle ellende. En dan voel ik me daar weer schuldig over.

15 Wat is het grootste misverstand dat over jou bestaat?

Dat ik arrogant ben. Ik ben zelfverzekerd, maar dat wordt vaak verward met arrogantie.

18 Je schrijft in je boek dat je een hekel hebt aan jonge allochtonen die blijven hangen in hun slachtofferrol. Wat bedoel je daar precies mee?

Nou ja, dat ze de buitenlandkaart spelen. Zo van: ‘Ja, ik word gediscrimineerd en daarom word ik niet aangenomen.’ Man, hou toch op. Je leeft in een land waarin alles kan en mag. Je kunt hier met veel inzet en hard werken iets bereiken, ook als je bent geboren in het verkeerde milieu. Ik ben wat dat betreft hartstikke trots op Nederland. Nederland staat voor mij gelijk aan vrijheid, maar die vrijheid wordt een beetje ingeperkt. We verdwalen ook echt in discussies.

Je mag niets meer zeggen, maar daar tegenover staan juist weer mensen die heel veel mogen zeggen en die daar ook gretig gebruik van maken. Van types als Sylvana Simons en die mannen van DENK gaan mijn haren recht overeind staan. Dat zijn zulke moemakers. Ik vind het walgelijk hoe ze een slachtofferrol op zich nemen met als enige doel om aandacht te krijgen. En die aandacht krijgen ze ook nog eens. Het is een soort vicieuze cirkel. Gelukkig zijn er ook nog steeds mensen die intelligente dingen zeggen, zoals golden boy Jesse Klaver, op wie ik vorig jaar ook gestemd heb. Dat is iemand in wie ik me politiek gezien wel kan vinden. Ook van vrouwen die zeggen dat ze minder kansen hebben dan mannen kan ik moedeloos worden. Vrouwen die er echt voor gaan, hebben ook veel kansen. Ik huiver dan ook altijd een beetje bij het woord feminist. Ik zou mezelf niet zo snel zo noemen – al ben ik het wel. Bij feministen denk ik toch altijd aan van die losgeslagen vrouwen met korte haren en tuinbroeken. Ik ben wat dat betreft meer een ‘vrouwelijke’ feminist.

19 Over de ontstaansgeschiedenis van Supertrash is altijd wat onduidelijkheid geweest. Quote plaatst bijvoorbeeld vraagtekens bij het feit dat het merk in Los Angeles zou zijn opgericht door een zekere Ava Riley en door jou zou zijn opgekocht. Zij stellen dat je het merk zelf hebt opgericht en dit verhaal alleen hebt verzonnen om het wat beter in de markt te zetten. Klopt dat?

Die verwarring is toch alleen maar leuk? Alles is een verhaal. En als er geen verhaal is dan moet je maar een verhaal maken. Ik heb veel gebluft, ik heb een beetje gelogen, ik heb interessant gedaan, ik heb mezelf beter voorgedaan dan ik was – het hoort er allemaal bij. En ik zou het morgen weer doen. Dat is onderdeel van de strategie. Je moet je best doen om een beetje op te vallen.

20 Waar hoop jij over tien jaar te staan?

Dan zit ik niet meer in de mode-industrie. Ik vind het een te gekke industrie, ik heb veel meegemaakt, veel geleerd, ik heb alles daarin wel bereikt, maar ik zou me ook wel weer eens op iets nieuws willen storten in een wereld waarin ik de regels nog niet ken. In Amerika noemen ze dat the third act of life. Het lijkt me heel leuk om misschien iets in de media te gaan doen, of de stoute schoenen aan te trekken en iets aan ontwikkelingshulp te gaan doen. Ik weet het nog niet. Ik ben alleen te jong om de rest van mijn leven te doen wat ik nu doe, maar eigenlijk ook te oud om met iets heel nieuws te beginnen – al wil ik dat wel heel graag.

De versiertrucs van Victor Mids

Illusionist Victor Mids (30) haalt vanaf 17 maart weer de meest bizarre trucs uit in een nieuw seizoen van Mindf*ck en staat binnenkort in AFAS met een liveshow. Playboy vroeg hem naar trucs die we zelf kunnen toepassen.

Uit Playboy, maart 2018. Het gehele interview leest u hier.

Wat is je meest geslaagde truc van dit vierde seizoen van Mindf*ck?
Ik heb een heel groot experiment bedacht rondom subliminal messaging, het onbewust doorgeven van een boodschap in bijvoorbeeld een film. Ik heb filmkenner René Mioch in Tuschinski iets laten zien. Ik kan nog niet zeggen wat, alleen dat er meer tijd en werk en geld in is gestoken dan we ooit hebben gedaan. Mensen vragen mij weleens of het niet moeilijk is om elke keer weer nieuwe trucs te bedenken. Vergelijk het met het maken van een film: er verschijnen elke dag nieuwe films, terwijl je toch zou zeggen dat er maar een beperkt aantal verhaallijnen is te verzinnen. Zo werkt het ook bij illusies: het idee blijft vaak hetzelfde, maar in de manier waarop je dat idee presenteert kun je natuurlijk eindeloos variëren.

We hoorden dat je ook iets hebt uitgespookt met Rico Verhoeven?

Dat klopt. Met hem heb ik echt iets levensgevaarlijks gedaan – althans, voor mij dan. Ik kan verder nog niet veel over het experiment vertellen, behalve dat ik een soort roulette met hem heb gespeeld in een boksring. Het is oprecht het spannendste wat ik in mijn carrière tot nu toe gedaan heb. En wat ook heel tof is geworden is ons droomexperiment met Chantal Janzen. Ik ga haar op nationale televisie op magische wijze in slaap brengen.

Mislukt er eigenlijk weleens een truc?

Het gaat weleens niet zoals ik het had gewild, maar dat is vaak wel op een manier die ik later kan opvangen. Je kunt het vergelijken met een muzikant die een liedje op een gitaar speelt: soms speelt hij een verkeerd akkoord, maar dat betekent niet dat dan meteen het hele liedje is verpest. Heel soms gaat het zo erg mis dat ik het niet meer ongemerkt kan opvangen. In dit seizoen ga ik de straat op om al mind readend bij mensen hun bucketlist te achterhalen. Bij een man lukt me dat totaal niet. Ik had echt de indruk dat hij van vissen hield, maar hij haat vissen. Daarna ging ik het pad van het koken op, maar ook daar had hij niets mee. Op een gegeven moment maak ik er een lolletje van en ga ik allemaal dingen tegen hem roepen. Het lukte me in dit geval niet om zijn gedachten te doorgronden, maar ook dat zenden we gewoon uit.

In een interview zei je dat je vrij onzeker bent als je een mooie vrouw tegenkomt. Enerzijds ontfutsel je binnen no time het wachtwoord van een toevallige passant, maar anderzijds vind je het lastig om een vrouw om haar telefoonnummer te vragen. Hoe zit dat?

Ik denk dat iedere man zich onzeker kan voelen als hij een schone tegenkomt.

Heb jij voor jezelf – als iemand die de gedachtes van miljoenen mensen kan beïnvloeden – een manier gevonden om in zo’n geval je eigen gedachten te manipuleren?

Daar zijn heel veel trucs voor. Je tegen die onzekerheid verzetten is bijvoorbeeld het allerergste wat je kunt doen. Dan wordt het alleen maar erger. Als ik bijvoorbeeld voor een mooie vrouw sta en ik voel dat ik begin te stotteren, dan kan ik denken: ik begin te stotteren, dit hoort niet, ik moet hiermee ophouden. Daarmee verdwijnt die gedachte niet uit mijn hoofd. De kunst is dat je het stotteren opmerkt zonder daarover een oordeel te vellen: kijk mij hier nu stotteren tegenover haar. Als je dat doet, als je het stotteren gewoon erkent in plaats van het te ontkennen, merk je dat het meteen al een stuk minder wordt.

Heb je die kennis ook toegepast toen je je vriendin voor het eerst tegenkwam?

Lachend: Ja, ik heb haar wel geprobeerd te versieren met de kennis die ik in huis heb.

Wat is de beste truc om een vrouw te versieren?

Daar is natuurlijk nooit een techniek op te pinpointen: er bestaat niet zoiets als een magic button om een vrouw voor je te winnen. Er zijn wel wat technieken die je kunt gebruiken om het eerste contact voor jezelf iets makkelijker te maken. Wat bijvoorbeeld werkt in een eerste gesprek met een vrouw, is dat je interesse toont. Je vraagt, ik zeg maar wat, wat voor werk ze doet. Aan de bar kan het nogal een dooddoener zijn wanneer je vanuit het niets vraagt: ‘Wat doe je voor werk?’ Dat voelt zo plat. Terwijl als je zegt: ‘Hallo, ik ben Victor, en ik ben illusionist. Wat doe jij voor werk?’ Dan beginnen ze vanzelf wat te vertellen.

Met zo’n beroep is dat ook niet zo moeilijk.

Haha, dat is waar, maar het werkt echt. Het is wetenschappelijk aangetoond dat wanneer je eerst zelf antwoord geeft op de vraag die je gaat stellen, die persoon eerder geneigd is om iets over zichzelf te vertellen. Door het gebruik van dat soort kleine subtiliteiten lijkt het alsof zo’n conversatie op een natuurlijke manier verloopt. Het zijn de kleine inzichten die je helpen om goed over te komen op de ander.

Ben je eigenlijk al miljonair?

Natuurlijk niet. Maar over geld praat ik liever niet.

Je geeft het liever ook niet uit?

O jawel hoor, ik vind dat je jezelf af en toe best mag verwennen. Ik ga toevallig over een paar weken naar Bali en dan vlieg ik businessclass. Dat is iets wat ik nog niet eerder heb gedaan en wat ik in principe ook wel onbetaalbaar vind, maar ik geef mijn geld liever uit aan ervaringen dan aan spullen. Dat is ook wetenschappelijk aangetoond: je wordt gelukkiger van een ervaring dan van iets materieels. Denk maar eens aan de top tien van de gaafste dingen die je in je leven hebt gedaan, dan staat ‘het kopen van een duur horloge’ daar niet tussen. Terwijl je wel denkt: als ik geld heb dan koop ik een duur horloge. Dat is een veel kortstondiger geluk.

Tot slot: hoe zien jouw toekomstplannen eruit? Waar denk jij over tien jaar te staan?

Over tien jaar? Dan ben ik veertig. Ik hoop dat ik in ieder geval heel veel Mindf*ck-achtige programma’s heb mogen maken en daarmee wellicht de wereld over kan. En ik zou graag nog eens wetenschappelijk onderzoek willen doen naar hypnose. Dat vind ik nog steeds een fenomeen waar we veel te weinig over weten.