Jeroen Smit: ‘De serie Succession heb ik opgevroten’

Journalist Jeroen Smit (61) duikt vanaf 17 november in een nieuw seizoen van Wat houdt ons tegen? weer in de wereld van de grote klimaatvervuilers. Wat leest, luistert en ziet hij in zijn vrije tijd?

Verschenen in het novembernummer van HP/De Tijd. (2024)

Boeken

“Terugkijkend zijn twee boeken erg belangrijk voor mijn eigen werk geweest. Freedom at Midnight van Larry Collins en Dominique Lapierre en Liar’s Poker van Michael Lewis. Het eerste boek gaat over de onafhankelijkheidsstrijd in India. Na mijn studie ben ik gaan reizen, onder meer naar India, waar ik dit boek ook heb gelezen. De wijze waarop het is geschreven trok me meteen aan. Het boek begint met Lord Mountbatten die achter in een auto zit op weg naar de Britse premiervan wie hij even later de opdracht krijgt om de laatste viceroy van India te worden. Het regent en het is mistig in Londen. De schrijvers reconstrueren wat er op dat moment in zijn hoofd omgaat. Dat vond ik fascinerend: je kunt, als je genoeg gedegen onderzoek doet, de suggestie wekken dat je erbij was. 

“Een jaar of vier later – ik was bij Het Financieele Dagblad aan de slag gegaan – las ik het boek Liar’s Poker van mijn grote voorbeeld Michael Lewis. Het gaat over de bank Salomon Brothers. Lewis schrijft van binnenuit hoe de wereld van deze zelfbenoemde masters of the universe eruitziet. Ik las het boek tijdens de lunchpauzes van mijn werk, op een bankje op het Amstelveld. In mijn beleving benadert Lewis het optimum tussen betrouwbare en toegankelijke journalistiek. En ik besloot: dat wil ik ook kunnen. Je schrijft over de bankenwereld, een ontzettend saai onderwerp, er wordt niet gemoord of gevreeën en er zijn geen spannende achtervolgingen, maar doet dat op zo’n manier dat het wél spannend wordt, zonder de feiten geweld aan te doen. De bankiers worden echte karakters. Je laat zo indringend zien wat geld met mensen doet. Lewis is daar de grootmeester in en is een belangrijke inspiratiebron geweest voor mijn latere boeken over Ahold en ABN Amro. 

“En verder? Ach, ik had hem natuurlijk meteen moeten noemen: Willem Elsschot. Kaas, Lijmen/Het been, ik geloof dat ik ze wel drie keer heb herlezen. Geweldig. Het laatste boek waarover ik ’s ochtends fantaseerde dat ik in de avond weer verder kon lezen was Nirwana van Tommy Wieringa. Een geweldig geschreven roman met een krachtige, inspirerende, razend actuele non-fictie-onderlaag. Het gaat over de wereld die mij ook zo bezighoudt, dat de mens verslaafd is aan meer, goedkoper, sneller, en als gevolg van die verslaving maar niet kan stoppen met het verbranden van olie, kolen en gas.”

Kunst

“We hebben lang geprobeerd onze kinderen – inmiddels 20, 19 en 14 – regelmatig mee te nemen naar een museum. Dat viel niet altijd mee. De laatste tentoonstelling die ik heb bezocht was samen met mijn vader: Aan ’t water in Museum More in Gorssel, met allemaal modern-realistische schilderijen rond het thema water. Mijn vader woont in Deventer, niet zo ver daarvandaan. Ik was er nog nooit geweest, maar wat een schitterend museum is dat. Het is gesticht door de in 2023 overleden miljardair Hans Melchers, wiens kunstverzameling de kern van de collectie vormt. Ik moest even denken aan het enorme Getty Museum in Los Angeles, ook gesticht door een miljardair met een enorme kunstcollectie. Melchers heeft duidelijk niet voor de goedkoopste deurklink gekozen. Nee, alles is met smaak uitgezocht.  ‘U wilt daar een raam? Technisch gezien wordt dat lastig.’ ‘Nou, zegt u maar wat het kost om daar tóch een raam te maken.’ Ik chargeer misschien een beetje, maar je merkt gewoon aan alles dat hij iets groots heeft willen neerzetten. Een visitekaartje voor de eeuwigheid. In grote steden als New York, Londen en zeker ook Parijs stikt het van dit soort musea. Mensen met geld organiseren zo hun onsterfelijkheid. Probleem is wel dat ze te rijk kunnen worden en daarmee een gevaar zijn voor de democratie. Deze week las ik in Forbes dat de 800 miljardairs in de Verenigde Staten twee keer zo rijk zijn geworden in de vier jaar dat Donald Trump president was: ze bezitten 6000 miljard dollar. Laat dat eens op je inwerken: 800 mensen, 6000 miljard. De tien rijkste wereldburgers zijn bezitten zo’n 1300 miljard. Ik misgun niemand succes of rijkdom, maar deze verdeling klopt gewoon niet, is ongezond. Als we zo doorgaan, zijn er in 2040 40.000 miljardairs en heeft de rest niks. Wie betaalt, bepaalt. Elon Musk roept zíjn 200 miljoen volgers op zíjn X op om op Trump te stemmen. Natuurlijk in de hoop zo die president in zijn zak te kunnen steken als het maar even nodig is.

“Ik heb nagedacht over kunst die me onuitwisbaar heeft geraakt en kwam uit bij een grote overzichtstentoonstelling van Joan Miró. Het was in Zürich, waar ik met een hele goede vriend was, ergens in de jaren negentig, ik weet niet meer in welk museum. Miró kende ik alleen maar van die gele, blauwe en rode komma’s. Een kunstenaar waarover je het grapje ‘dat kan mijn kind van vier ook’ zou kunnen maken. Ik realiseerde me toen op een fundamenteel niveau voor het eerst wat hieraan ten grondslag lag. Begin twintigste eeuw maakte Miró onvoorstelbaar mooie figuratieve schilderijen. Er is zo’n gezegde dat je jouw talent eerst 10.000 uur moet oefenen voordat het zich kan manifesteren. Dat is het mooie van een overzichtstentoonstelling: je ziet waar iemand vandaan komt en waar hij zich naartoe beweegt, waardoor zijn of haar werk betekenis krijgt. Dirigent Valeri Gergiev, die inmiddels wordt verguisd door zijn vriendschap met Poetin, heeft eens gezegd: pas als je een stuk tot in de finesses beheerst, als je het bij wijze van spreken op de automatische piloot kunt dirigeren, durf je er jouw eigen draai aan te geven. Volgens mijn vader, muzikant in hart en nieren, was Frank Sinatra zo’n fenomeen omdat hij – boordevol ervaring en zelfvertrouwen – het aandurfde om nét naast de noot te zingen. Dat durft bijna niemand, omdat het heel snel vals en vreselijk wordt. Dat is zo ontzettend spannend, als je die ruimte durft te betreden.” 

Lees hier de rest van het interview.