Jan Maniewski was de kleinzoon van Willem Elsschot, die hem als baby tot hoofdpersoon maakte van Tsjip en De leeuwentemmer. Deze maand overleed hij op 92-jarige leeftijd.
Er zijn levens die al vanaf de wieg zijn geweven in de literatuur. Jan Maniewski droeg zijn hele leven de bijzondere last en het voorrecht van een literaire onsterfelijkheid die hem als baby ten deel was gevallen. Op 3 mei overleed hij op 92-jarige leeftijd, maar zijn naam zal voortleven in de klassiekers Tsjip (1934) en De leeuwentemmer (1940) van zijn grootvader Willem Elsschot (pseudoniem van Alfons de Ridder, 1882-1960).
Maniewski werd geboren op 23 februari 1933. Op 14 december van datzelfde jaar schreef Willem Elsschot aan zijn vriend Jan Greshoff dat hij de laatste hand legde aan zijn nieuwe boek Tsjip; zo snel werd de werkelijkheid omgezet in literatuur. In Tsjip vertelt Frans Laarmans – Elsschots alter ego – over het huwelijk van zijn dochter Adèle met de Poolse student Bennek Maniewski. Het stel trouwt na complicaties omdat Bennek katholiek is en Adèle niet, en verhuist naar Polen waar hun zoon Jan wordt geboren. De baby krijgt zijn bijnaam ‘Tsjip’ van zijn grootvader tijdens hun eerste ontmoeting in een tuin vol tjilpende mussen aan zee.
De leeuwentemmer beschrijft hoe het huwelijk van Jan’s ouders op de klippen loopt door hun verschillende achtergronden en opvattingen. Bennek is ambitieus en streng religieus, Adèle vrijer opgevoed en niet-kerkelijk. Als er een strijd om de voogdij ontstaat, houdt Bennek Jan in Polen. De driejarige jongen krijgt de bijnaam ‘Leeuwentemmer’ omdat hij zijn grootvader voortdurend vragen stelt over leeuwen – of die even groot zijn als de wereld, of misschien zelfs groter.
De werkelijkheid week slechts in details af van Elsschots verhaal. Toen zijn ouders scheidden werd de kleine Jan door zijn moeder ‘ontvoerd’ uit Polen. Dit familiedrama zou later een gelukkige uitkomst blijken: Jan ontkwam zo aan de verschrikkingen die Polen tijdens de Tweede Wereldoorlog zouden treffen.
Jan Maniewski was misschien wel het zeldzaamste literaire fenomeen: een personage dat terugschreef.
Zijn leven lang bleef hij bescheiden over zijn bijzondere positie in de literatuurgeschiedenis. “Ik heb nooit met mijn grootvader over zijn boeken gepraat. Niemand van zijn zestien kleinkinderen heeft dat ooit gedaan. De schrijver stond helemaal naast het gezin,” vertelde hij in 2021. Die scheiding tussen de privé-man en de schrijver was kenmerkend voor Willem Elsschot. “Hij was ook geen beroepsschrijver: hij had wel contact met een paar collega’s, maar stond eigenlijk buiten het literaire milieu. Hij schreef ook alleen wanneer hij daar een zekere noodzaak toe voelde. Daarnaast waren er de zaken. Hij was makelaar in publiciteit, wat in die tijd iets nieuws was en waar hij zeer goed in was.”
Pas in zijn tienerjaren las Maniewski het boek waarin hijzelf de hoofdrol speelde. Een gesprek daarover met zijn grootvader kwam er nooit. Na zijn jeugdjaren koos de beroemdste kleinzoon van de Nederlandse letteren voor een carrière in de geneeskunde. Hij studeerde aan vier universiteiten en werd een gerespecteerd internist, uiteindelijk diensthoofd in het Antwerpse AZ Sint-Elisabeth. Zijn grootvader maakte deze prestaties niet meer mee; Elsschot overleed in 1960, enkele maanden voordat Maniewski zijn diploma behaalde.
Naast zijn medische loopbaan bleef Maniewski betrokken bij het literaire erfgoed van zijn grootvader. Hij werd zelf auteur en schreef over de man die hem tot literair personage had verheven. Als lid van het onlangs opgeheven Willem Elsschot Genootschap bleef hij tot op het laatst betrokken bij de literaire nalatenschap. In de week voor zijn dood leverde hij aan ondergetekende nog een bijdrage voor een vriendenboek voor oud-uitgever en Elsschot-biograaf Vic van de Reijt.
Elsschot omschreef zijn tweeluik zelf eens als ‘een eenvoudige familiekroniek’, maar de kracht lag volgens critici in “de unieke combinatie van nuchtere zakelijkheid en nagenoeg niet te beheersen emotionaliteit”. Jan Maniewski was misschien wel het zeldzaamste literaire fenomeen: een personage dat terugschreef. Hij was zowel de geïnspireerde als de inspirator, de hoofdpersoon die zijn eigen verhaal opnieuw vertelde.