Connie Palmen en Sven Ratzke: ‘Erotiek speelt altijd een rol, ook in onze vriendschap’

Volgens Montaigne is ware vriendschap een zeldzame verhouding waarin twee zielen samensmelten tot één. In deze rubriek proberen bekende en minder bekende boezemvrienden woorden te geven aan hun innige band. Deze keer: Connie Palmen en Sven Ratzke. ‘Er zijn mensen die doodsbang zijn voor ons.’

Verschenen in het juninummer van HP/De Tijd, 2025. Fotografie door Clemens Rikken.

hrijfster Connie Palmen (69) werkt momenteel aan haar nieuwe roman Johnnie Walker. Sven Ratzke (47) is zanger en entertainer. Hij staat dit najaar met Matangi in het theater met de voorstelling Dans op de Vulkaan. Ze leerden elkaar twaalf jaar geleden kennen na afloop van een voorstelling.

Connie: “Ik heb ooit geschreven dat je in de liefde niet valt op iemands talent, maar op iemands wond. Talent is namelijk wat iemand met zijn wond heeft gedaan, met zijn gebreken, met zijn tekortkomingen. In vriendschappen is dat niet anders. Toen ik twaalf jaar geleden na afloop van een voorstelling door mijn goede vriend Frans Weisz aan jou werd voorgesteld, begreep ik meteen waarom hij vond dat wij vrienden moesten worden. Ik herkende veel in wat je hebt gedaan met je tekortkomingen, om het zo maar te zeggen, zonder die kennen.”

Sven: “Frans was de matchmaker. Het was meteen aan toen we elkaar die avond spraken. Ik denk dat we daar wel een beetje hetzelfde in zijn: als we een klik voelen, dan gaan we er ook helemaal voor. Later hebben we elkaar heel goed leren kennen.”

Connie: “Ja, we wisten gevoelsmatig al veel van elkaar na die eerste kennismaking, maar het moest allemaal nog worden ingevuld. Je moet ook maar zien hoe zo’n vriendschap standhoudt: ik werk in de ochtend, jij werkt in de avond, dus veel tijd om elkaar te zien hebben we door ons werk niet.” 

‘Bij mij was het altijd: o, je bent vast homo, want je speelt altijd vrouwen.’

Sven Ratzke

Sven: “Dat is uiteindelijk helemaal goed gekomen. We spreken elkaar gelukkig vaak. Wat ik in jou waardeer, is dat je enorm eerlijk bent. We hebben in al die jaren nooit ruzie gehad. Het is wel dat ik soms denk: dat was niet zo fijn wat je zei, maar dan praten we dat de volgende dag uit. We hebben het bijvoorbeeld weleens over ons werk. Als ik ergens mee bezig ben, wil ik heel graag jouw mening horen. Ik herinner me dat je tijdens een etentje eens zei: nou, dat vind ik een slecht idee, dat moet je niet doen. Daar was ik natuurlijk helemaal ondersteboven van, want ik was er juist van overtuigd dat ik het wél moest doen. Dat was het ergste wat je op dat moment tegen mij kon zeggen. De volgende dag mailde je dat je het toch wel een goed idee vond.”

Connie: “Ja, uiteindelijk was dat het ook, ik was veel te absoluut in mijn oordeel. Jij corrigeert mij ook wel vanwege mijn tactloosheid. Ik schiet mezelf voortdurend in de voet met mijn af en toe onbehouwen commentaar. Ik herinner me een moment met de hoofdredacteur van dit opinieblad. Hij heeft zich een keer bij een optreden van jou in dronkenschap enorm misdragen, dus toen heb ik hem uitgemaakt voor ‘proleet’.”

Sven: “Je hield het netjes.”

Connie: “Ja, maar ik denk niet dat veel schrijvers dat tegen een hoofdredacteur van een tijdschrift zouden zeggen, want er is altijd het besef: hij zou weleens in de jury kunnen belanden van een literaire prijs of zoiets.”

Sven: “Je bent gewoon uitgesproken en dat is iets wat ik enorm waardeer. Ook tegen elkaar zijn we altijd eerlijk, omdat we gewoon het beste voor elkaar willen.”

Lees verder in het magazine of online.