Volgens Montaigne is ware vriendschap een zeldzame verhouding waarin twee zielen samensmelten tot één. In deze rubriek proberen bekende en minder bekende boezemvrienden woorden te geven aan hun innige band. Deze keer: Jort Kelder en Yvo van Regteren Altena. ‘Lelijke kleding vind ik bij een vrouw toch erger dan bij een man.’
Verschenen in het dubbeldikke zomernummer van HP/De Tijd. (2025) Fotografie door Clemens Rikken.
Jort Kelder (1964) is journalist, columnist en presentator. Yvo van Regteren Altena (1958) is journalist en creëert parfums. Ze leerden elkaar in 1990 kennen op de redactie van Quote en schreven samen artikelen en boeken over ‘het verwende leven’. Op dit moment maken ze samen De Snobcast.
Jort: “Het enige beroep dat Yvo goed had kunnen uitoefenen is gigolo, en zelfs daar was hij te weinig ambitieus voor.”
Yvo: “Ik ben het geweest zonder het fysiek te verzilveren, laat ik het zo maar zeggen. Ik ben in mijn jonge jaren in de handen gevallen van een rijke Japanse weduwe die samen met de zus van modeontwerper Pierre Cardin in een fantastisch huis woonde naast het Elysée. Ze was een nazaat van de oprichter van de Bank of Tokyo en had net als ik een grote liefde voor klassieke pianomuziek en skiën. Ze financierde ieder jaar een Steinway voor het Busoni-concours. Ze had ook een fantastische kunstcollectie. De Picasso’s hingen overal – tot aan de wc aan toe.”
Jort: “Toen ik jou leerde kennen, eind 1990 op de redactie van Quote, reed je nog in een Fiatje. Je had in die tijd nog van dat lange bruine haar, waarvan iedereen dacht dat het geföhnd was, en zwierde over de redactie in een Allegri-regenjas en in een walm van Eau Sauvage. Jij bracht een Latijnse sfeer met je mee die ons, morsige journalisten, niet eigen was. Alles aan jou leek macho, maar je was gewoon een sissy.”
Yvo: “Mijn eerste indruk van jou was dat je wel een strijdlustige vogel was, iemand die veel directer was dan ik.”
Jort: “Ik ben vaak te dominant, maar jij bent vaak te aardig. Zoals je zelf altijd zegt: het is maar goed dat ik geen meisje ben, want ik kan heel moeilijk ‘nee’ zeggen. Als je naar Milaan vertrekt, moet je een extra koffer meenemen voor de Parmezaanse kazen die je voor je vrienden mee moet nemen, maar ik vraag me soms af of er ook niet een beetje misbruik wordt gemaakt van jouw zachte aard.”
Yvo: “Nee, want ik vind het niet erg om dat te doen. Wij lijken in niets op elkaar, maar toen ik jou voor het eerst zag, was het love at first sight. We hadden dezelfde belangstelling voor de wufte kant van het leven. Voor verfijning en aandacht voor detail. Voor esthetiek.”
Jort: “Esthetiek kun je niet uitleggen. Dat is het leuke ervan. Ik kan je niet uitleggen waarom ik een Jaguar E-Type Series 1 uit 1963 mooier vind dan de Series 3 (die ik zelf had) uit 1972, maar toch is het zo.”
Yvo: “Hiermee bezig zijn is voor mij de essentie van het bestaan.”
Jort: “Wat ons bindt, is de strijd tegen de wansmaak.”
Yvo: “Dat komt natuurlijk door onze opvoeding. Onze ouders hadden niets met materialisme.”
Jort: “Jij hebt het nog steeds over de Saab 95 met Travelsleeper waarmee jullie met vakantie gingen in de jaren zeventig. Ik heb ook zo’n jeugdtraumaatje: mijn vader, die stuurman was op de grote vaart, besloot op een fataal moment een gele Ford Taunus Station te kopen om aan al zijn collega’s te laten zien dat een mooie auto voor hem echt niet nodig was. Nou, dat is hem gelukt.”
Yvo: “Waar wij later over zijn gaan schrijven is wel degelijk een ontworsteling aan het eigen milieu.”
Jort: “De desinteresse voor geld en materiële zaken: dat is wat onze vaders met elkaar gemeen hadden. Ik weet nog dat we met ons gezin met vakantie gingen naar Amerika, maar dat mijn vader weigerde een creditcard te nemen, omdat hij dat ordinair vond. Hij wilde niet gezien worden met een American Express-kaart. Mijn pa was zo opzichtig anti-kapitalistisch… We waren de laatsten in het dorp die voetbal in kleur konden zien. Hij weigerde gewoon een kleurentelevisie te kopen, terwijl hij toch bepaald niet arm was.”
Lees verder in het magazine.