Op goed geluk!

VARAgids tv-encyclopedie: waarom John de Mol een actrice zonder presentatie-ervaring vroeg voor datingprogramma Op goed geluk – en daarmee een nieuw tv-genre in Nederland introduceert.

Verschenen in de VARAgids, 13 januari 2026.

Het is 1987. De telefoon gaat en Carry Tefsen neemt op. Aan de lijn is John de Mol, die vraagt of ze het eerste datingprogramma van Nederland wil presenteren. Tefsen, op dat moment een van de bekendste actrices van het land, is verbaasd. “Ik had geen enkele ervaring met presenteren, en eerlijk gezegd ook geen behoefte om die ervaring op te doen.” De Mol legt uit waarom hij juist haar wil: in Engeland is Blind Date een grote hit, gepresenteerd door zangeres Cilla Black, een vrouw met rood haar en een vlotte babbel die geliefd is bij het publiek. “Net zo’n type dus als ik,” zegt Tefsen. “Doordat ik ouder was dan de kandidaten, zou ik bovendien geen concurrentie vormen voor de vrouwen die meededen.” Ze twijfelt even en denkt dan: God zegen de greep, ik doe het.

Nederland kent in die tijd nog maar twee televisiezenders en voor veel jongeren is een buitenlandse vakantie een onbetaalbare luxe. In die wereld ontstaat het succes van Op goed geluk. Het idee was via een omweg bij De Mol terechtgekomen, nadat Jan Meulendijks en Bart Vos contact hadden gelegd met het Britse Talbot Television om het format naar Nederland te halen. Wim Dröge, producent bij de TROS, werd gevraagd om mee te doen en reisde met De Mol naar Engeland om bij de opnames te kijken. “Ik dacht meteen: dit kunnen wij ook maken.”

Dat De Mol bij Tefsen uitkwam, was volgens Dröge geen toeval. Ze was onsterfelijk populair als Mien Dobbelsteen in Zeg ‘ns Aaa, de sitcom die wekelijks miljoenen kijkers trok, soms zelfs meer dan acht miljoen in een land met vijftien miljoen inwoners. “Als je een kaart stuurde met alleen ‘mevrouw Dobbelsteen’ op de envelop, dan kwam die gewoon aan bij de VARA,” herinnert Dröge zich. “Zó populair was ze.”

Op 10 oktober 1987 ging de eerste aflevering de lucht in. Het format was simpel: een vrijgezel zat naast een grote waaier waarachter drie kandidaten verborgen zaten, stelde drie vragen en moest op basis van de antwoorden de leukste kandidaat eruit pikken. De vragen kenden de kandidaten van tevoren, en ook de antwoorden werden zorgvuldig voorbereid. “Een kandidaat die geen tv-ervaring heeft, kun je niet zomaar voor de leeuwen gooien,” legt Dröge uit. “Dan komt er geen zinnig antwoord uit.” De productie had daar een ingenieuze techniek voor ontwikkeld: een redacteur besprak de vragen met de kandidaat en stuurde subtiel naar een leuk antwoord, zó dat de kandidaat het gevoel had het zelf bedacht te hebben. “Dan kwam ik binnen en zei: ‘Vertel dat antwoord nog eens.’ Die kandidaat vertelde me dan zijn of haar antwoord en had op dat moment het idee dat hij of zij het zelf verzonnen had.”

Thuis kon je meekijken, je verkneukelen, je ergeren aan de keuze die werd gemaakt. Pas wanneer Tefsen haar inmiddels legendarische kreet ‘Op goed geluk!’ uitriep en de waaier omhoog klapte, zagen de potentiële partners elkaar voor het eerst. Het stel kreeg een twee- of driedaagse reis naar een romantische stad of exotisch strand aangeboden, voor velen de voornaamste reden om mee te doen. Een meereizende fotograaf maakte een fotoverslag van de vakantie. Na terugkomst werden ze apart geïnterviewd over hun ervaringen. Die interviews werden uitgetypt, waarna Dröge en regieassistent Renée Paton zochten naar zinnetjes die leuk op elkaar pasten. “Als zij zei: ‘Ik vond het heel aardig, ik ga hem zeker nog zien,’ en hij zei: ‘Nou, ik denk niet dat we elkaar ooit nog tegenkomen’, dan monteerden we die natuurlijk na elkaar.” In de volgende aflevering kwamen de stellen terug in de studio om de beelden en het gemonteerde interview te bekijken. “Dat nagesprek was altijd het meest spicy onderdeel van het programma. Wij waren altijd op zoek naar tegenstellingen.”

Op goed geluk werd meteen een succes. Op zaterdagavond keken drie tot vier miljoen mensen. Achter de schermen was er echter twijfel. Dröge: “Hoe zal ik het zeggen… Carry was geen goede presentatrice, maar ze had ook geen enkele ervaring, dus dat konden we haar niet kwalijk nemen. We twijfelden of we met haar door moesten gaan.” De productie besloot een enquête te houden onder de kijkers. Uit de antwoorden bleek dat mensen haar inderdaad niet zo sterk vonden als presentatrice, maar wél ontzettend sympathiek. “Ze waren zó op haar gesteld dat we dachten: wat maakt het uit, laten we haar houden. Carry is gewoon een ontzettend lief mens, en dat had het programma nodig. In die zin was ze geknipt voor die rol.”

Voor Tefsen was dit de enige presentatieklus in haar lange carrière. Ze presenteerde op geheel eigen wijze: zo weigerde ze bijvoorbeeld om spiekbriefjes te gebruiken. “Tegenwoordig loopt elke presentator met kaartjes in zijn hand, maar dat wilde ik absoluut niet. Net zo goed als dat je op toneel je tekst niet gaat staan oplezen, vond ik dat bij presenteren ook niet kunnen.” Dat vergde wel enige voorbereiding, want er werden twee afleveringen per dag opgenomen en elke kandidaat had andere hobby’s en achtergronden. “De een deed aan vissen, de ander aan basketbal. Al die informatie moest ik paraat hebben.” Wat ze zich ook nog goed herinnert: ze mocht geen broek dragen van de productie. “Een dame diende zich vrouwelijk te kleden, vond men in die tijd.”

Maar hoe kwamen ze in dat internetloze tijdperk eigenlijk aan al die kandidaten? Na een oproep op televisie stroomden duizenden reacties binnen van mensen die een foto en een verhaaltje over zichzelf opstuurden. “Die werden allemaal door ons kleine team gelezen, waarna we grof selecteerden,” zegt Dröge. Bij de audities was hij kieskeurig: kandidaten moesten sociaal vaardig zijn, een beetje verbaal, een beetje intelligent, en ook aantrekkelijk. Niet per se knap, maar ze moesten iets hebben waardoor je graag naar ze keek. Wie door was, hoorde dat meteen. “Ik vond het zielig om mensen een week in spanning te laten, terwijl ze al aan hun hele omgeving hadden verteld dat ze meededen aan Op goed geluk.”

Belangrijker nog was de ethische grondslag, want Dröge selecteerde ook op weerbaarheid. “Ik vond het belangrijk dat deelnemers de dag erna op straat complimenten zouden krijgen, niet dat mensen zouden zeggen: kijk, daar loopt die gekke jongen van televisie.” Die houding stond haaks op wat later in reality-tv gemeengoed zou worden. “Op goed geluk was bedoeld om plezier te maken, niet om mensen af te zeiken. Veel datingprogramma’s die later kwamen, hadden iets vileins, iets gemeens. Dat had dit programma totaal niet.”

Zijn er relaties uit het programma voortgekomen? Tefsen herinnert zich één stel dat trouwde en twee kinderen kreeg. “Eens in de zoveel tijd kom ik ze tegen. Die jongen had later zakelijk iets met mijn zoon te maken en zei: ik heb bij je moeder in het programma gezeten, en daar ook mijn vrouw ontmoet.” Dröge veronderstelt dat het resultaat ‘nul’ is geweest. “Volgens mij heeft geen enkele relatie uit het programma zelf standgehouden.” De meeste vonken sprongen achter de schermen over, waar kandidaten op elkaar wachtten voordat de opnames begonnen. Later maakte de productie ook afleveringen met oudere kandidaten, maar dat werd geen succes. Tefsen: “Als je wat ouder bent, ben je veel kritischer. Zo’n reisje vind je leuk, maar dat kun je ook zelf wel regelen.”

Na vijf seizoenen en zestig afleveringen stopte het programma in 1992. De TROS vond het mooi geweest, en Tefsen had het ook wel gezien. “Zo gaat dat: je doet iets een paar jaar en gaat dan weer verder.” Ze had het in die periode ook belachelijk druk, met Zeg ‘ns Aaa, Op goed geluk én theatervoorstellingen tegelijk, plus drie kinderen thuis.

Op goed geluk legde de basis voor een heel genre op de Nederlandse televisie. Direct daarna startte de TROS met Blind Date, gepresenteerd door Bert Kuizenga, en later volgden Boer zoekt Vrouw, First Dates, B&B Vol Liefde en tientallen varianten die allemaal schatplichtig zijn aan dat eerste experiment uit 1987. “Wij stonden aan de vooravond van een explosie aan datingprogramma’s,” zegt Dröge. “Reality-tv bestond nog niet, er waren geen emotionele confrontaties, geen onthullingen, geen drama. Het was allemaal nieuw wat we deden.”

In 2018 en 2020 kwamen er remakes bij RTL, eerst met Gordon, later met Paul de Leeuw. Tefsen, inmiddels 87, heeft er weinig van gezien. “Bij de remake gingen de stellen niet meer naar het buitenland, waardoor het leukste aspect weg was.” Ze kijkt sowieso niet naar hedendaagse datingprogramma’s, omdat ze het voyeuristisch vindt. “Mensen die hun hart en ziel blootleggen, en dan staat heel Nederland erover te roddelen bij de koffieautomaat… Nee, dat is niets voor mij.” Over Boer zoekt Vrouw leest ze wel eens wat in de bladen. “Dan krijgt zo’n boer de zenuwen van de vrouwen op zijn boerderij en dan denk ik: dat hoef ik allemaal niet te weten.”

Als Dröge terugkijkt naar de oude afleveringen, is hij kritisch over zijn eigen werk. Het decor was “van lelijk bordkarton, de teksten braaf en gekunsteld, de humor flauwtjes, de vragen voorspelbaar.” Hij zwijgt even en zegt dan: “Het was onbeholpen, ja. Maar het was wel het eerste datingprogramma van Nederland, en bovenal: het was oprecht. Daarom kijk ik er met trots op terug.”