Drie mannen van het eerste uur (Twan Huys, Carel Kuyl en Ad van Liempt) over Nova, het eerste dagelijkse actualiteitenprogramma van Nederland.
Het was 4 oktober 1992, nog geen week na de allereerste uitzending, toen een El Al Boeing 747 neerstortte in de Bijlmermeer. Drieënveertig mensen kwamen om het leven. Voor het nieuwe actualiteitenprogramma Nova was het een vuurproef. De redacties van de NOS en de VARA, twee omroepen die elkaar traditioneel met argwaan bekeken, moesten nu als één team functioneren.
De verslaggeving van de Bijlmerramp werd het eerste bewijs dat dit gedurfde huwelijk tussen twee bloedgroepen kon slagen. Nova – de naam was een acroniem van NOS en VARA én tegelijk het Latijnse woord voor nieuw – bleek te werken.
De grondslag werd een jaar eerder gelegd, tijdens de Golfoorlog van 1991. Ad van Liempt, destijds redactiechef bij NOS-Laat en later eind- en hoofdredacteur van NOVA, herinnert het zich. Toen de oorlog uitbrak, gingen de actualiteitenrubrieken dag en nacht samen uitzenden. Op verkiezingsavonden gebeurde dat ook, maar nu voor langere tijd. ‘Na afloop van zo’n uitzending zeiden we tegen elkaar: waarom doen we dit niet altijd?’
Het idee was eenvoudig maar revolutionair. NOS-Laat en de VARA’s Achter het nieuws fuseerden tot één programma, zes avonden per week, later uitgebreid naar zeven. Het eerste dagelijkse actualiteitenprogramma in Nederland. Het Nederlandse omroepbestel had dat nooit eerder toegelaten, maar met de komst van het derde net ontstond er ruimte.
Op papier leek het een onmogelijke opgave. De NOS was naar opdracht een neutrale, gouvernementele omroep die zich weinig aantrok van kijkcijfers. De VARA daarentegen was openlijk progressief-links, met een scherpe nieuwsneus en oog voor wat het grote publiek bezighield.
‘We kwamen natuurlijk uit twee verschillende culturen,’ zegt Carel Kuyl, destijds chef buitenland bij Nova en later hoofdredacteur, die aan de wieg stond van zowel NOS-Laat, Nova als Nieuwsuur. ‘Je had op de redactie het NOS-smaldeel en het VARA-smaldeel. Dat ging redelijk snel goed, maar we hebben wel aan elkaar moeten wennen.’
Twan Huys, die in 1992 als jonge verslaggever bij het VARA-deel begon en later uitgroeide tot Amerika-correspondent en presentator, herinnert zich de cultuurverschillen. ‘Bij de VARA vonden ze de NOS wat braaf. Bij de NOS vonden ze de VARA wat ordinair, te veel gericht op sensatie.’ Hij herinnert zich een discussie over het nieuws van een buitenechtelijk kind van prins Bernhard. De NOS vroeg zich af: is dat wel nieuws? De VARA-club vond van wel. ‘Dat is trouwens meteen het enige geschil dat me is bijgebleven. Natuurlijk heb je onderling weleens een verschil in mening, maar dat heb je overal.’
Algauw bleken de twee omroepen elkaar goed aan te vullen. De VARA bracht een schat aan verslaggevers mee: Jan Eikelboom, Jan van Loenen en Jan Rijf, op de redactie ‘de drie Jannen’ genoemd. ‘Echte ouderwetse verslaggevers, die er met de camera op uittrokken en om tien uur hun item inleverden,’ zegt Van Liempt. ‘Daar had NOS-Laat er te weinig van.’
De VARA bracht ook Paul Witteman mee. Hij was het journalistieke geweten. Witteman, die bij Achter het nieuws als eerste onder gelijken functioneerde, werd het gezicht van de fusie. ‘Paul is één van de beste journalistieke presentatoren die we ooit gehad hebben,’ zegt Kuyl. Samen met Maartje van Weegen en Charles Groenhuijsen vormde Witteman het presentatietrio van het eerste uur.
Witteman zelf blikte in 2017 in de VARAgids al terug op de ontstaansgeschiedenis. ‘De NOS had besloten een actualiteitenrubriek te beginnen op Nederland 3: NOS-Laat. Dat was ook het thuisnet van de VARA. Toen zeiden Marcel van Dam en ik tegen elkaar: is dat niet een verspilling van krachten? Kunnen we praten over een samengaan? Bij Achter het nieuws vonden wij het een goed idee omdat je dan iedere dag kon uitzenden.’
De redactie van NOS-Laat was minder enthousiast, herinnerde Witteman zich. ‘Het heeft zeker een jaar geduurd voordat de scheidingsmuur tussen de twee rubrieken wegviel. Bij Achter het nieuws zaten mensen die snelle presentatie en reportages wilden en bij NOS-Laat waren ze gewend de diepte in te gaan en daar meer tijd voor te nemen. Dat conflicteerde enorm. Op het niveau van eindredacteuren bejegende men elkaar met diep wantrouwen. Maar uiteindelijk verbleekten die tegenstellingen omdat het gezamenlijk belang te groot was.’
Witteman speelde nog een cruciale rol: hij stond tussen de redactie en het omroepbestuur in. Wanneer de VARA-directie zich wilde bemoeien met de redactionele koers, hield Witteman dat tegen. ‘Ik schrijf de redactionele vrijheid volledig toe aan de positie van Paul Witteman,’ zegt Van Liempt. ‘Hij ging ertussen staan en weerde dat vakkundig af. Witteman beschikte over een zeldzaam gezag.’
De NOS bracht op haar beurt een rijke traditie van journalistieke vrijheid mee. Cruciaal was dat de NOS redactioneel eindverantwoordelijk bleef. ‘Ik denk dat het goed is geweest dat de hoofdredactie bij de NOS lag,’ zegt Kuyl. ‘Dat gaf het programma een stevige journalistieke traditie, en het haalde de druk eraf bij de VARA-collega’s – die hoefden zich niet meer bezig te houden met de progressieve signatuur die hun omroepdirectie graag zag.’
In die hoofdredactie werkte Witteman samen met Tom Kamlag, de eerste hoofdredacteur van NOVA (1992-1995), die eerder NOS Laat had opgezet. Na Kamlag zouden onder meer Ad van Liempt (1995-1997) en uiteindelijk Carel Kuyl (2003-2010) de hoofdredactie overnemen. Onder hun leiding groeide Novauit tot een hechte eenheid.
Cruciaal was de splitsing tussen de dagelijkse redactie en de onderzoeksredactie. Die laatste telde vier à vijf mensen die de tijd kregen om dingen goed uit te zoeken. ‘Die scheiding vond ik heel verstandig,’ zegt Kuyl. Al leidde het soms tot jaloezie. De dagelijkse redactie werkte zich suf, terwijl de onderzoeksredacteuren in alle rust aan hun verhalen zaten. ‘Dan werd er spottend gezegd: zo, hebben jullie weer lekker geresearcht op het terras?,’ zegt Van Liempt. Maar als ze een klapper hadden gemaakt en de opening van het journaal haalden, zat de hele redactie trots te kijken. ‘Dan merk je dat de extra inspanning beloond wordt.’
Naast de onderzoeksredactie had Nova nog een unieke afdeling: het last minute-team. Een vaste groep van vijf, zes mensen die zich bezighield met het onderwerp van de dag. ‘Dat is een redactie zoals die eigenlijk nergens bestaat,’ zegt Van Liempt. ‘Hun specialisme is: gedegen werk verrichten in waanzinnig tempo. Als de PVV om twee uur ’s middags ontploft, moet het last minute-team zorgen dat er ‘s avonds om tien uur een kwartier televisie klaarligt.’
Paul Vloon was daar goed in. Hij kon snel werken en was creatief. Vloon was ook het brein achter wat Van Liempt een van de meest verrassende items uit de Nova-geschiedenis noemt: de Mitsubishi-affaire. Het automerk had midden jaren negentig een reclamestunt waarbij je een auto kon winnen als je een advertentie uit de krant knipte en voor je raam hing. Vloon bedacht een plan: ze nodigden de directeur uit in de studio.
‘Die man had het gesprek tot in de puntjes voorbereid met zijn voorlichter,’ herinnert Van Liempt zich. ‘Rob Trip stelde met een stalen gezicht de eerste vraag: “Het moet toch wel een beroerde auto zijn dat je er zoveel reclame voor moet maken.” Daar hadden ze niet op gerekend. Die man begon te zweten en te stotteren. We zaten in de regie, ik had plaatsvervangende schaamte voor die man, maar we lachten ons ook suf.’
Nova bood als een van de weinige programma’s veel ruimte voor buitenlandverslaggeving. Twan Huys wilde als verslaggever naar oorlogsgebieden en crisisgebieden, en hij kreeg daarvoor de kans. De burgeroorlog in het voormalige Joegoslavië werd een obsessie. ‘Daar heb ik mijn tanden in gezet. Ik ben er drie jaar mee bezig geweest.’
Het dieptepunt kwam in juli 1995, bij de val van Srebrenica. Huys was in de buurt toen de enclave viel. ‘Ik kwam Jan Pronk tegen, toenmalig minister van Ontwikkelingssamenwerking, die het gebied heel goed kende. Een dag of twee na de val zei hij: daar vindt een bloedbad plaats en het is genocide. Toen hij dat zei, hebben we dat die avond uitgezonden.’
Het leidde tot woedende reacties in de politiek. Jaap de Hoop Scheffer, toen Tweede Kamerlid en buitenlandwoordvoerder voor het CDA, vond dat Pronk ver buiten zijn boekje trad. Huys werd juist wakker geschud. ‘Ik dacht: we hadden toch afgesproken dat dit nooit meer zou gebeuren na de Tweede Wereldoorlog?’ Vanaf dat moment liet hij het dossier niet meer los. Ad van Liempt, toen hoofdredacteur, steunde hem daarin volledig.
Tien dagen na de val van Srebrenica vertrok Dutchbat uit de enclave. Huys stond bij het militaire kamp Potočari en interviewde commandant Tom Karremans. Die vertelde dat hij bij het vertrek generaal Ratko Mladić had gesalueerd – de Servische bevelhebber die de genocide orkestreerde. ‘Ik stelde hem de vraag: vindt u het normaal om een massamoordenaar te salueren?’ Om Huys heen was verontwaardiging bij collega-journalisten. Waar had hij het over? ‘Zelfs onder collega’s was toen nog niet duidelijk wat de omvang was van die ramp.’ Huys wist het wel, onder meer dankzij zijn gesprek met Pronk.
Omdat Nova zes avonden per week uitzond, kon Huys doorgaan met zijn onderzoek. ‘Ik heb een week gehad dat ik iedere avond een scoop had. Op het ministerie van Defensie raakten ze volledig in paniek door onze berichtgeving.’ Ambtenaren en ministers traden af, uiteindelijk viel het kabinet-Kok II.
Ook de IRT-affaire werd door Nova aan het licht gebracht. De onderzoeksredactie deed uitgebreid onderzoek naar de werkwijze van de Interregionale Recherche Teams. ‘We hebben heel veel onthullingen gedaan over wat er allemaal in die IRT’s speelde,’ zegt Van Liempt. Het leidde tot de parlementaire enquête onder Maarten van Traa en een reorganisatie van het opsporingssysteem in Nederland. 9/11 was een ander belangrijk moment in de geschiedenis van het programma. ‘Het belangrijkste nieuwsmoment van mijn leven,’ zegt Huys. Die ochtend zag hij op televisie dat er een vliegtuig in een van de torens was gevlogen. Diezelfde dag nog regelde zijn toenmalige vriendin, nu zijn vrouw, een treinticket van Washington naar New York. ‘Eerst hebben we verslag gedaan van de inslag in het Pentagon. Diezelfde avond stonden we met de cameraman op Times Square.’ Drie weken lang zond Nova vanuit New York uit. In Nederland was Nova aanwezig wanneer het ertoe deed: de vuurwerkramp in Enschede, de moord op Pim Fortuyn, de moord op Theo van Gogh. Elke grote gebeurtenis werd op de voet gevolgd. De kijkcijfers waren fenomenaal: makkelijk meer dan een miljoen, soms zelfs het dubbele van wat Nieuwsuur nu haalt.
Op de werkvloer verliep alles prima, maar daarboven speelde omroeppolitiek een rol. Vera Keur, die in 1995 Marcel van Dam opvolgde als voorzitter van de VARA, wilde dat er een progressieve signatuur door het programma heen liep. Dat zorgde voor spanningen met de NOS, die redactioneel eindverantwoordelijk was.
Intussen liepen eind jaren 90 de kijkcijfers terug. Nova werd voorspelbaar en kreeg concurrentie van Barend & Van Dorp, de dagelijkse talkshow op RTL 4 die sinds 1999 een groot succes was. ‘Het ging niet goed,’ zegt Kuyl. ‘We waren weggezakt, qua kijkcijfers maar ook qua inhoud.’
Hoofdredacteur Rik Rensen zag een oplossing: hij wilde van Nova meer een praatprogramma maken, naar het voorbeeld van de commerciële concurrent. De opzet van één presentator in een studio zou veranderen in duopresentatie met publiek. Als nieuwe gezichten koos hij Felix Rottenberg en Matthijs van Nieuwkerk. Het probleem: de zittende presentatoren Rob Trip, Kees Driehuis en Margriet Vroomans waren nergens van op de hoogte. Begin 2003 maakten Rottenberg en Van Nieuwkerk in café Dudok, tegenover het Binnenhof, proefuitzendingen voor Nederland kiest, een verkiezingsspecial. ‘Iedereen was laaiend enthousiast. Het scoorde als een dolle.’ Maar toen de plannen uitlekten, meldden Trip, Driehuis en Vroomans zich ziek. Een deel van de redactie steunde de oude garde, een ander deel zag wel iets in de vernieuwing. Na een paar weken gaven Rottenberg en Van Nieuwkerk er de brui aan. Ook Rensen vertrok. ‘Dat was echt een heel akelige periode,’ zegt Kuyl. ‘De redactie stond tegenover elkaar.’ Het was het dieptepunt in de verstandhouding onderling.
Pas jaren later kwam de echte vernieuwing. Kuyl, inmiddels hoofdredacteur, zag een fundamenteel probleem: de VARA wilde een progressieve signatuur, maar dat verhoudt zich slecht tot neutrale journalistiek. Hij pleitte bij de raad van bestuur voor een radicale stap: een programma van de twee taakorganisaties NOS en NPS samen, zonder de VARA. Het vertrek van Vera Keur in 2009 maakte de weg vrij. ‘Zij had zich namelijk op alle mogelijke manieren tegen Nieuwsuur verzet.’
Op 4 september 2010 was de laatste uitzending van Nova. Achttien jaar had het programma bestaan. Twee dagen later begon Nieuwsuur. De winst van die overgang was volgens Kuyl niet alleen praktisch, maar ook principieel. Nieuwsuur werd een programma van de NOS en de NPS samen, zonder de VARA. ‘Voor de NOS was de samenwerking met de VARA altijd een beetje ongemakkelijk,’ zegt hij. ‘Met de komst van Nieuwsuur was dat afgelopen.’
Witteman keek terug met gepaste trots. ‘Ik ben er best trots op dat ik heb bijgedragen aan wat nu Nieuwsuur is. Als de VARA dat toen niet was begonnen, was het er waarschijnlijk nooit van gekomen. De andere omroepen zagen met lede ogen aan hoe Nova toonaangevend werd, maar hebben daar niet de conclusie uit getrokken dat ze zelf ook die kant op moesten. En dat geeft Nieuwsuur tot aan vandaag een monopolypositie.’
Nieuwsuur stond op de schouders van Nova. Huys en Kuyl gingen mee naar het nieuwe programma, maar het pionierstijdperk was voorbij. ‘Het voordeel van Nova was dat het gesmeed moest worden terwijl het gemaakt werd,’ zegt Huys. ‘Dat is altijd spannender dan wat erop volgt.’
Wat maakte Nova zo succesvol? Carel Kuyl wijst op drie factoren: inhoud, lef en het dagelijks uitzenden. Het lef ontbreekt een beetje bij Nieuwsuur, vinden zowel Kuyl als Huys. ‘Nieuwsuur is te veel een verlengde van het achtuurjournaal geworden,’ zegt een mild kritische Kuyl. ‘Het zou gebaat zijn bij het avontuurlijke van NOS-Laat en de beginjaren Nova.’ Huys merkt op dat de televisiewereld voorzichtiger is geworden. Door social media en polarisatie zijn leidinggevenden banger geworden voor ophef. ‘Ze kiezen sneller voor de veilige weg. De journalistieke verbeelding zou wel wat meer aan de macht mogen komen. Alles mocht en alles kon bij Nova. Dat heeft zoveel mooie journalistieke verhalen opgeleverd.’
Dit artikel komt uit VARAgids 7, 2026.