Patricia Steur en Louise Schiffmacher: ‘Jij had de knapste versie van Henk, ik de wijste’

Volgens Montaigne smelten in ware vriendschap twee zielen samen. In deze rubriek spreken bekende en minder bekende boezemvrienden over hun innige band. Deze keer: Patricia Steur en Louise Schiffmacher. ‘Ik geloof dat jij en ik elkaar in een vorig leven hebben gekend.’

Verschenen in het maartnummer van HP/De Tijd. (2026) Fotografie door Clemens Rikken.

Patricia Steur (Beverwijk, 1948) is fotografe. Onlangs verscheen haar retrospectief Hungry Eyes, een overzicht van bijna vijftig jaar fotografie. Louise Schiffmacher (Amsterdam, 1965) is kunstenares. Ze kennen elkaar sinds 1980. Patricia was getrouwd met tattoo-legende Henk Schiffmacher, Louise is dat nu.

Louise: “Ik was vijftien toen we elkaar ontmoetten, bij Ivar. Ivar was Dr. Rat, een Amsterdamse graffiti-rebel die destijds mijn vriendje was. Hij had een soort kraakwinkeltje en Henk en Patrice volgden hem al een tijdje; zij waren het hipste duo van de stad. Zij fotografeerde en hij schreef, allebei voor de Nieuwe Revu. Op een goede dag kwamen ze dat pandje binnen. Ik was sprieterig, kaal en vreselijk verlegen, dus ik klom op een kast om ze van een veilige afstand te bekijken. Ik was meteen verliefd op hen als stel. Mijn ouders waren gescheiden, dus ik was very impressed dat twee mensen zo goed konden samenwerken. Henk was heel stoer en Patrice was heel beeldig, charmant en lief.”

Patricia: “Ivar intrigeerde mij heel erg, want het was een jong gastje met een enorme uitstraling. Toen ik Louise voor het eerst ontmoette, dacht ik ook meteen: wauw. Dat is eigenlijk altijd zo gebleven.”

Louise: “Ivar is kort daarna overleden en zijn dood heeft me heel erg aangegrepen. Ik ging harder aan de drugs dan de bedoeling was; het ging de verkeerde kant op met me. Ik was van school af en zwierf als een punkratje door de stad, van kraakpand naar kraakpand, tot ik terechtkwam in Hanky Panky, de tattooshop van Henk, waar in die tijd zelfs nog een pooltafel stond. Mijn moeder was schilderes, dus we hadden thuis kunstboeken over exotische stammen en volkeren. Daar had ik weleens tatoeages in gezien, maar toen ik die tattooshop binnenkwam, ging er een hele wereld voor mij open. Ik wist meteen: hier hoor ik thuis.”

Patricia: “Ik heb in die tijd nog een hele mooie foto van jou gemaakt met die slang op je rug, die je toen net had laten tatoeëren. Dat was nog vóór je zelf ging tatoeëren.”

Louise: “Op een gegeven moment zat ik in de shop te tekenen. Henk zag dat en vroeg of ik wilde leren tatoeëren. Ik kon het niet geloven; ik had nooit gedacht dat ik dat zou kunnen. Hij zei dat ik een schetsboek vol moest tekenen en dan terug moest komen. Dat deed ik. Ik had er vreselijk mijn best op gedaan, al waren het helemaal geen echte tattoo-ontwerpen, veel te gedetailleerd, maar het was goed genoeg voor hem en ik heb uiteindelijk tweeënhalf jaar bij hem gewerkt. Dat was voor mij de redding.”

Patricia: “In die tijd werkten we veel samen. Ik fotografeerde, jij was mijn model. We hadden altijd ontzettende lol en we hadden maar één woord nodig om elkaar te begrijpen. Onze vriendschap was er meteen.”

Lees het gehele interview hier.