Na het succes van Big brother wilde John de Mol met reality het land in. Dat werd De bus, met Jop en ‘zijn’ Antonette.
Televisie was altijd iets wat ergens anders gebeurde. In Hilversum, achter gesloten deuren, door mensen die daarvoor waren opgeleid, op vaste tijdstippen, via een zorgvuldig ingericht scherm dat de wereld op gepaste afstand hield. Dat was het contract tussen televisie en publiek, en het had decennialang standgehouden. In het najaar van 1999 liep het af.
Big brother verbrak dat contract als eerste. Veronica sloot tien gewone mensen op in een huis in Almere en liet camera’s dag en nacht draaien, zonder script, zonder presentator, zonder dramaturg. Nederland keek massaal, gemiddeld anderhalf miljoen mensen per aflevering. Het idee dat mensen op televisie bijzonder waren, verheven boven het gewone leven, bleek een illusie. Sylvana Simons, die een jaar later presentator van De bus zou worden, omschrijft het bondig: ‘Met de komst van reality-televisie werd de magie van televisie verbroken. De mensen thuis zagen opeens dat de mensen op het scherm gewone mensen waren, net als zijzelf.’
Na het eerste seizoen werd het Big brother-format aan 58 landen verkocht, en John de Mol kon zijn productiebedrijf Endemol datzelfde jaar voor 5,5 miljard euro verkopen aan het Spaanse Telefónica. Nederland was in die maanden het epicentrum van een wereldwijde realityrevolutie: Expeditie Robinson, Wie is de Mol?, Big brother en De bus kwamen allemaal uit dezelfde vruchtbare periode voort. SBS 6 wilde zijn eigen versie van dat succes en bedacht iets dat verder ging dan een huis. De achttien meter lange dubbeldekker zou honderd dagen door Nederland rijden terwijl het land meekeek, op televisie en via een livestream, die in een tijdperk van piepende inbelmodems en zonder YouTube toch vijfentwintig miljoen pageviews trok. Op Valentijnsdag 2000 ging de eerste aflevering de lucht in. Het werd het ruwste en meest onbeheersbare experiment uit al die jaren. Waar Big brother zijn kijkers naar Almere liet kijken, bracht De bus de televisie naar de kijker toe. ‘Je hoefde niet meer naar Hilversum,’ zegt Simons. ‘De bus stond bij wijze van spreken bij jou voor de deur.’
John de Mol, de bedenker van Big brother, was ondanks zijn volle agenda persoonlijk bij de productie betrokken. Simons was aanwezig toen hij besloot dat de kleur van de stoelen in De bus moest worden aangepast, een detail dat onbeduidend klinkt maar dat De Mol serieus nam, omdat subtiele details bepalen of een kijker thuis op de bank zich op zijn gemak voelt. ‘John de Mol was heel lang stil,’ herinnert Simons zich, ‘en zei daarna rustig dat de kleur moest worden aangepast. Ze waren blauw, maar ze moesten rood worden. De dag erna had De bus rode stoelen.’
De opzet leek op Big brother maar week op een cruciaal punt af. Bij Big brother nomineerden de bewoners zelf wie er moest vertrekken, waarna het publiek stemde. Bij De bus was het andersom: kijkers nomineerden via een betaalnummer wie ze weg wilden hebben, waarna de passagiers onderling stemden wie De bus moest verlaten. Dat verschil had vergaande gevolgen voor de sfeer aan boord. Wie rustig was sneuvelde als eerste. Wie herrie schopte bleef zitten. De bus beloonde het conflict en strafte de vrede.
‘De bus beloonde het conflict en strafte de vrede.’
Jop Nieuwenhuizen, destijds drieëntwintig jaar en barman van beroep, was aangemeld door zijn werkgever, een man die zo verslaafd was aan Big brother dat hij zijn personeel er graag over vertelde. Op een avond beweerde hij dat het zwaarst beveiligde huis van Nederland onneembaar was. Jop dacht daar anders over. Op een stormachtige avond reed hij naar Almere, wurmde zich door het prikkeldraad rond het huis, liet een tas met eten, drinken en een krant achter in de tuin en sloop er ongezien weer uit. Zijn werkgever zag daarin het bewijs dat Jop voor zoiets als realitytelevisie in de wieg was gelegd en meldde hem aan voor De bus. Jop zelf kon het niet zoveel interesseren. Als barman speelde zijn leven zich voornamelijk in de kleine uurtjes af, maar hij vulde braaf het aanmeldformulier in. Bij de psychologische test stond de vraag wat hij zou doen als zijn twee beste vrienden een onherstelbare ruzie kregen. ’Iedereen schreef dat hij zou proberen te bemiddelen,’ vertelt hij. ‘Ik schreef: er is altijd een vriend die je leuker vindt dan de ander. Die zet je aan zijn kant en samen scheld je de derde uit. Dan had ik tenminste nog één goede vriend over.’ Hij werd geselecteerd.
Antonette Sterrenburg, kapster uit Woudrichem, had zich aangemeld op de allerlaatste dag van de inschrijving als gevolg van een weddenschap met haar toenmalige vriend. ‘Die zei: jij durft je niet aan te melden,’ zegt ze. ‘Ik zei: natuurlijk durf ik dat wel.’ Later hoorde ze van de programmapsycholoog waarom ze werkelijk was geselecteerd. ‘Ik ben niet gekozen omdat ik zo’n uitgesproken type ben als Jop,’ zegt ze. ‘Ze hebben naar de mix gekeken, van wat goed bij elkaar past. Ik ben als stabiele factor gekozen.’
De bus reed het land in, stopte in steden en parkeerde op pleinen, en het publiek kon er omheen gaan staan, door het glas kijken en de passagiers aanspreken. Die nabijheid was de kracht van het programma, maar ook de kwetsbaarheid ervan. In Den Haag stond De bus op het dak van winkelcentrum MegaStores toen tientallen ADO-supporters door de hekken braken en bouwmaterialen gooiden. De dag erna werden er lawinepijlen afgevuurd vanuit een nabijgelegen flatgebouw. De rellen waren geen toeval: een stemsysteem dat herrieschoppers beloonde had een cast van uitgesproken typen opgeleverd, en die mix wekte ook buiten De bus sterke reacties op.
Binnen De bus bepaalde de tegenstelling tussen Jop en zijn medepassagier Šeki, de Bosnische Mirsad Balić, grotendeels de sfeer. Jop was de vrolijke barman die positieve energie in de groep bracht. Šeki was zijn tegenpool: luidruchtig, dominant en voortdurend in conflict met zijn medepassagiers. Doordat Šeki zo nadrukkelijk de negatieve pool vertegenwoordigde, stak Jops vrolijkheid er des te gunstiger bij af, wat hem bij het publiek in het voordeel stelde. Toen de lawinepijlen werden afgevuurd, stapte Jop de parkeerplaats op en schreeuwde naar de daders. Šeki was doodsbang en kroop onder zijn bed. ‘Hij had een grote bek, maar van die stoere man was niets meer over, ha!’ Antonette beleefde de nacht nuchterder. ‘Wij zijn voor onze veiligheid afgevoerd met ME-busjes,’ zegt ze, ‘maar wij hebben nooit gevoeld dat het echt gevaarlijk was. We gingen een nacht in een hotel slapen.’
Antonette had inmiddels een relatie gekregen met Jop, die haar dagelijks Jij bent de zon toezong terwijl honderdduizenden kijkers meekeken. ‘We vonden het niet zo erg om naar een hotel te gaan,’ lacht Jop. ‘We hebben de minibar geplunderd en de hele nacht geen oog dichtgedaan, als je begrijpt wat ik bedoel.’ Het was de eerste nacht dat ze samen waren zonder camera‘s op hen gericht, want die draaiden in De bus dag en nacht, ook in de slaapvertrekken. Ze hadden al vroeg ontdekt dat seks onder de dekens beelden opleverde die voor iedereen te zien waren. Het omgekeerde bleek de uitweg: wie zich boven de dekens bewoog, was zo expliciet in beeld dat SBS 6 de beelden niet kon uitzenden. ‘Dat vond ik wel creatief van ons,’ zegt Jop.
De productie stuurde De bus steeds vaker naar afgelegen locaties in België en Duitsland. Het programma dat was bedoeld om Nederland in te rijden, vluchtte langzaam het land uit. Šeki verliet De bus op 25 maart nadat SBS 6 hem had geconfronteerd met een anonieme tip over een crimineel verleden dat hij ontkende te hebben, en later bleek hij verward te zijn met een gelijknamige Bosniër. Weken later volgde Jop, nadat was gebleken dat hij een strafrechtelijke aantekening op zijn naam had verzwegen. Toch mocht hij terugkeren voor een optreden in de finale, nadat John de Mol daarop persoonlijk had aangedrongen. ‘Maar daar wilde ik wel geld voor hebben, want ik was het er niet mee eens dat ik De bus uit moest. De Mol heeft me trouwens keurig betaald.’ Op 5 juni 2000 won Antonette de finale en ontving een miljoen gulden. Na afloop scoorde Jop met Jij bent de zon, het liedje dat hij haar dagelijks in De bus had gezongen, een nummer één hit die Bon Jovi van de eerste positie in de hitlijsten stootte. Jop en Antonette zijn na het televisie-avontuur nog enige tijd samen geweest en zijn nu goede vrienden.
De bus liet meer na dan een programma doorgaans doet. De uitdrukking ‘toppie’ was door Jop in De bus zo populair gemaakt dat deze onlosmakelijk met hem werd verbonden. In september 2000 trad hij op in het Holland Heineken House in Sydney, tijdens de Olympische Spelen, en leerde daar Inge de Bruijn kennen. De avond voor haar finale op de honderd meter vlinderslag hebben ze, in Jops woorden, ‘een tongetje gedraaid’. De volgende ochtend won zij goud en riep in de euforie van haar overwinning: ‘Toppie joppie, die is binnen.’ Jop: ‘Blijkbaar zat ik nog in haar hoofd.’ Via De Bruijn denderde de uitdrukking het hele land door en belandde in de dikke Van Dale. In de jaren erna gaf Jop honderden optredens door het hele land. ‘Altijd met een Tena in mijn onderbroek, tegen het nadruppelen, want ik moest van de zenuwen altijd pissen vlak voor mijn optreden.’ In een café in Brabant waar hij regelmatig optrad, kleedde hij zich om in de naastgelegen snackbar. De eigenaar vernoemde zijn huissaus naar de beroemde gast: Toppie Joppie-saus, met Jops gezicht op de emmer. Later verdween zijn gezicht van de verpakking, maar de saus bleef: Joppiesaus is nog steeds een van de populairste sauzen van het land.
Voor de kandidaten zelf had de roem een keerzijde. ‘Dan hebben ze meegedaan,’ zegt Simons over de kandidaten van De bus, ‘en dan kwamen ze tot de conclusie: ik heb geen eigen leven meer. Ze werden o-ver-al aangesproken.’ De kandidaten verlangden uiteindelijk terug naar de anonimiteit. Antonette Sterrenburg bevestigt dat. Ze geeft tegenwoordig les op een mbo, haar studenten waren nog niet eens geboren toen De bus reed, maar op ouderavonden zeggen hun ouders nog weleens: ben jij niet…? ‘Het is me nooit gelukt om weer helemaal anoniem te worden,’ zegt ze. Jop Nieuwenhuizen staat daar anders in. Hij runt horecazaken in Zeist, staat geregeld achter zijn eigen bar en krijgt op TikTok dagelijks filmpjes van twintigers die zijn nummer één-hit Jij bent de zon hebben herontdekt. ‘Dat vind ik hartstikke leuk. En dat allemaal dankzij een inbraak bij Big brother,’ grapt hij.
Dit artikel komt uit VARAgids 15, 2026.