Practical joke

Cabarethistoricus en oud-cabaretier Jacques Klöters (78) over De Beste Grap.

Lees het gehele stuk in VARAgids 32/33, 2024.

“Vroeger hield ik van moppen. Ze werden bij ons veel verteld op verjaardagen. Er moet een moment geweest zijn dat dat ophield. Er worden nu veel minder moppen verteld dan vroeger. Stand-uppers vertellen geen moppen; humoristen vroeger wel. Herinner je je Jan Blaaser nog? Max Tailleur? Harry Touw? Waarom is de mop een gebied dat we verlaten hebben?

“Humor heeft iets onverklaarbaars. Waarom kun je niet lachen om iets waar een ander dubbel van ligt? Ik heb het niet over de slappe lach waar je in kunt schieten en waar een buitenstaander verbaasd naar kijkt. Nee, echte grappen van grappenmakers of moppen van moppentappers. Wat de een leuk vindt laat de ander onverschillig. We weten nog steeds niet waarom we lachen.

“Waardoor wel, daar zijn allerlei theorieën over ontstaan in de loop van de eeuwen. Freud schreef erover, Bergson deed er ook al zo geleerd over en tegenwoordig buigen humorwetenschappers zich over taalkundige modellen die uitgaan dat iets incongruents plotseling opgelost wordt en dan een lach veroorzaakt. Fijn om te weten, maar dat verklaart nog niet waarom de een wel om een incongruentie moet lachen en de ander niet. Waarom is het leuk om op het verkeerde been gezet te worden? “Ober heeft u kikkerbillen?” “Nee, ik loop altijd zo.”

“Eigenlijk is deze grap een woordspeling. Het hulpwerkwoord “hebben” wordt verkeerd begrepen. Hebben in de betekenis van ‘op de menukaart hebben’ en hebben als ‘zelf bezitten’. Zelf hou ik niet zo van woordspelingen. Wel als ze van zichzelf leuk of treffend zijn en de vernuftige vorm een extra plezier geeft. Wim Kan noemde Freek en Bram ooit ‘Preek en Dram’. Dat was leuk gevonden en ook wel een beetje waar.”