Rob Kemps (Snollebollekes): ‘Ik hou helemaal niet van feesten’

Rob Kemps (34) is de uitbundig geklede en gekapte zanger van Snollebollekes. Deze maand staat hij vier avonden in een uitverkocht Gelredome. Playboy daalde af naar het zuiden des lands en sprak hem onder meer over het succes van de carnavalskraker Links/rechts, zijn liefde voor het chanson en de misverstanden die over hem bestaan. ‘Ik hou helemaal niet van feesten.’

Lees verder Rob Kemps (Snollebollekes): ‘Ik hou helemaal niet van feesten’

Stefano Keizers: ‘Ik ben de best functionerende junk van Nederland’

Stefano Keizers (pseudoniem van Gover Meit, 1987) werd bekend door zijn spraakmakende verkleedpartijen in De Slimste Mens. Inmiddels heeft de cabaretier zijn eigen televisieprogramma en staat hij met zijn tweede voorstelling in het theater. Playboy spreekt hem over de druk van zo’n tweede voorstelling, zijn lavalampen van zelf gefabriceerd slijm en zijn drugsgebruik: ‘Ik ben de best functionerende junk van Nederland.’

Lees verder Stefano Keizers: ‘Ik ben de best functionerende junk van Nederland’

Philippe Geubels is een wandelende medische encyclopedie

Uit: Playboy 02, 2019. Lees het artikel hier.

Op de persdag van de nieuwe medische quiz Is er een dokter in de zaal (vanaf donderdag 24 januari op RTL4) was presentator Philippe Geubels zelf ziek. ‘Ik heb tussen de interviews door staan overgeven.’ O, ironie. Een paar dagen later is de Vlaming, bekend van zijn lijzige stem en droge humor, weer in betere gezondheid. Al is dat bij hem ook maar relatief. Geubels bedacht het programma, omdat hij zelf een wandelende medische encyclopedie is. Hij leest voor zijn plezier bijsluiters van medicijnen en heeft altijd een doos met pillen op zak. ‘Noem maar iets en ik heb het bij me.’ Diarreeremmers? ‘Zit erin.’ Hoesttabletten? ‘Ook.’ Niets laat hij aan het toeval over. Een chronische man flu is het niet, zegt hij zelf, hij is écht ziek. Het afgelopen jaar had hij onder meer een zware buikgriep en een langdurige pijn in zijn hoofd. ‘Ik denk dan wel meteen dat er een tumor in m’n kop zit.’ Toen de dokter voor de zoveelste keer zei dat hij niets had, dat hij een hypochonder is, antwoordde Geubels: ‘Dan heb ik dat toch?’ Hij is overigens niet de enige die bang is om ziek te worden. Ook Jörgen Raymann, Dennis Quaid en Hugh Jackman worden bestempeld als hypochonder. Naast hypochondrie heeft de kale komiek ook last van agorafobie (pleinvrees) en heeft hij een angst voor oneven getallen. ‘Al is dat misschien meer een dwangneurose. Als ik het volume van de tv harder zet, zet ik hem altijd op een even getal. Ik woon ook op een even nummer. Als ik in een hotel een oneven kamernummer krijg dan zal ik niet vragen of ik van kamer mag veranderen, maar het zit me dan toch niet lekker.’ En is hij weleens bang geweest voor vrouwen? ‘Ik ben nu een paar jaar getrouwd, dus die angst wordt alleen maar erger.’

 

De smaak van… Steven Brunswijk

Verschenen in Playboy 02 2019.

Steven Brunswijk (35) toert met de theatervoorstelling Van Slaaf tot Meester door het land.

Sushi of stamppot?
Stamppot.

Een week zonder seks of een week zonder Instagram?
Een week zonder Insta, uiteraard.

Expeditie Robinson of Wie is de Mol?
Expeditie Robinson. Dat is een stuk zwaarder dan Wie is de Mol, zowel geestelijk als lichamelijk.

Dikste wagen?
Een Rolls Royce Ghost.

Dikste horloge?
Ik verzamel horloges (Armani, Diesel, Hugo Boss) maar ik heb geen favoriet. Ik vind ze allemaal wel gaaf.

Wie zou je weleens naakt in Playboy willen zien?
Eva Mendes. Ik zag haar voor het eerst in Out of Time en vond het meteen een hele mooie vrouw.

Favoriete artiest:
Dave Chappelle. Dat is eigenlijk ook een artiest, toch? Ik snijd in mijn theatershow onderwerpen aan die je niet grappig mag vinden. Slavernij bijvoorbeeld. Chappelle doet dat ook. Hij is daar echt een meester in.

Mijn guilty pleasure is:
Geen idee, ik geniet intens van alles wat ik doe.

Ik geef veel geld uit aan:
Mijn vrouw en kinderen.

Mijn duurste kledingstuk is:
Ik heb een paar Lammy Coats.

Geert Wilders of Thierry Baudet?
Ik ben van allebei geen fan, maar dan kies ik toch voor Geert Wilders. Hij gaat soms ver, hij is soms ook wel racistisch, maar je weet tenminste wat hij wil. Baudet speelt het slimmer en sluwer. Ik weet niet zo goed wat hij precies wil.

Dit is mijn meest bijzondere ervaring met drugs:
Drugs is voor losers.

Dit staat er op mijn strafblad:
Een voorwaardelijke taakstraf in mijn tijd als horecaportier. Eén jongen wilde niet naar buiten, dus ik hielp hem een handje. Daarna kwam hij op me afrennen. Hij wilde op me spugen, dus ik steek mijn hand naar voren, want ik heb liever dat hij op mijn hand spuugt dan in mijn gezicht. Hij zei later dat ik hem heb geslagen, wat natuurlijk echt onzin is. De rechter oordeelde dat ik hem wél had geslagen, maar alleen op grond van die hand die ze op de camerabeelden had gezien. Die straf was dus totaal onterecht.

Dit geheim weet niemand van me, maar ga ik nu verklappen aan Playboy:
Ik ben gek van tekenfilms. Met name van anime uit Japan. Death Note, Dragon Ball, Shingeki… Mensen onderschatten tekenfilms. Denken al snel dat het alleen iets voor kinderen is. Ik keek laatst dus naar Death Note en dat is by far de spannendste serie die ik ooit heb gezien. Daar kan geen Netflix of HBO tegenop.

Hier kun je me ’s nachts voor wakker maken:
Heineken 0.0.

Brabander of Nederlander?
Brabander.

Deze persoon mag wat mij betreft direct van televisie verdwijnen:
Özcan Aklul. Die mafjoekel zei een keer dat hij niet snapt waarom ik een podium krijg op de publieke zender, dat ik geen talent heb. Als ik echt niets zou kunnen dan had ik nu geen volle theaterzalen. Die gek kan trouwens door zijn geschreeuw zijn eigen land niet meer in. Ik kan nog wel gewoon naar Suriname.

Veronica Inside of Studio Sport?
Veronica Inside.

Deze game speel ik het liefst:
Pro Evolution Soccer.

Met deze overleden persoon zou ik nog weleens een drankje willen doen:
Michael Jackson. The King of Pop. Ik zou wel een avond met hem willen doorzakken en het dan niet over de showbusiness hebben of over al die aanklachten, maar gewoon eens vragen: hoe gaat het nu met je? En gewoon een avond slap met hem ouwehoeren.

Dit is mijn grootste angst:
Dat er iets met mijn kinderen gebeurt.

Freek en Hella de Jonge: ‘Als het ons niet bevalt, dan zijn we weg’

Freek (74) en Hella de Jonge (69) wonen zes weken in het Groninger Museum voor de expositie Het Volle Leven. Aan de hand van hun kunstcollectie vertellen ze over hun decennialange samenwerking. Hoe heeft hun culturele smaak zich door de jaren heen ontwikkeld?

Lees het gehele interview in het septembernummer van HP/De Tijd. (2018) 

BOEKEN
Hella: “Freek leest bijna nooit een boek helemaal uit. De boeken die ik lees, vat ik voor hem samen, zodat hij ze niet meer hoeft te lezen. En de boeken waarin hij niet verder leest, maar die wel goed zijn, lees ik uit en vat ik ook voor hem samen.”
Freek: “Jij leest dus eigenlijk ook voor mij. Het belangrijkste boek van de laatste tijd is Leerschool van Tara Westover. Het gaat over een meisje dat opgroeit in een mormoons milieu waarin allerlei sektarische regels gelden. Een daarvan is dat ze niet naar school mogen. Alles wat van de staat komt, deugt volgens haar ouders namelijk niet.”
Hella: “Ze leven ook heel sterk met het idee dat de wereld ten onder gaat en dat zij zullen overleven.”
Freek: “Ja. Zij vinden dat ze zuiver leven. Ik zei meteen tegen jou: dit moet je lezen. Jij bent in gelijke mate, zij het op een andere manier, ook getraumatiseerd in je jeugd. Dat zeg ik goed, toch?”
Hella: “Ja. Daarom vond ik het ook zo goed. Ik zag veel van mijn eigen jeugd terugkomen in dat boek. Jij hebt ooit eens gezegd dat Brief aan mijn moeder van Ischa Meijer je geleerd heeft hoe ik in elkaar steek. Het boek van Tara Westover had datzelfde effect op mij. Ik zag opeens hoe mijn vader macht op mij uitoefent, want hij leeft nog steeds, en dat het heel moeilijk is om je daaraan te ontworstelen.”
Freek: “Brief aan mijn moeder gaat heel erg over de worsteling van de overlevenden van de Holocaust en dan vervolgens…”
Hella: “De hardheid van de overlevenden.”
Freek: “Die hardheid inderdaad, en hoe ze met zo’n verleden hun kinderen probeerden op te voeden en daar zowel bij Ischa als bij jou niet in zijn geslaagd. Dat is natuurlijk op allerlei manieren wel te billijken, maar voor de kinderen is dat heel hard geweest. Ischa is niet veel ouder dan vijftig geworden. Hij is ook echt aan die moeilijke jeugd ten onder gegaan. Jij bent bijna zeventig en worstelt ook nog steeds met je vader (de inmiddels 95-jarige Eli Asser, red.) en de rest van de familie. Omgekeerd heb jij mij denk ik wel beter leren begrijpen door Knielen op een bed violen van Jan Siebelink.”
Hella: “Hmmm, nee. Ik vond dat wel een geweldig boek maar ik betrok dat verhaal nu niet per se op jou. Boeken zijn voor mij wel het belangrijkste hulpmiddel om het leven te leren begrijpen. Op mijn 24ste, kort na de dood van onze zoon, las ik het dagboek van Etty Hillesum. Dat gaf me toen heel veel troost. Ik verkeerde in die tijd in redelijk erbarmelijke omstandigheden. Als je dan zo’n boek in handen krijgt en ziet dat er mensen zijn die in veel erbarmelijker omstandigheden het hoofd boven water hebben gehouden, dan is het veel makkelijker om te denken: ik moet niet klagen, ik moet door.”

THEATER

Hella: “Naar opera moet je wel leren kijken. Twintig jaar geleden had ik niet zo opgetild kunnen worden door de muziek en het acteren als nu. Jij ook niet.”
Freek: “Er zit zoveel meer in opera dan in een gewoon toneelstuk. Maar je hebt gelijk. Je smaak ontwikkelt zich natuurlijk ook. Ik luister nu bijvoorbeeld ook veel meer naar klassieke muziek dan vroeger.”
Hella: “Dat heeft misschien met onze leeftijd te maken. We willen steeds minder rotzooi en zijn steeds meer op zoek naar het abstracte. Klassieke muziek is veel abstracter dan popmuziek. Ballet is veel abstracter dan toneel.”
Freek: “Dat klopt, terwijl opera nu juist natuurlijk niet erg sterk is met het weglaten van dingen.”
Hella: “Dat is waar.”
Freek: “Ik weet niet of het komt omdat je het vak zelf beoefent, maar over het algemeen moet een toneelstuk wel aan hele hoge eisen voldoen om ons te verrassen. Geheel in de geest van de tijd zitten we een beetje zapperig op de stoel. Als het ons niet bevalt, dan zijn we weg. En dat gebeurt redelijk vaak moet ik zeggen. Ook bij cabaret. Dat komt toch door de strengheid van de normen waaraan ik zelf wens te beantwoorden…”
Hella: “En die je bij anderen niet terugziet.”
Freek: “Nee. Ik heb ze nog niet gezien die de normen hoger hebben liggen dan ik. De meeste cabaretiers vinden het al een hele prestatie om zeventig minuten op het toneel te staan.”
Hella: “Ik ga niet zo graag naar cabaret. André van Duin is wel iemand waar ik vreselijk om kan lachen. Hij ís gewoon leuk. Net als jij.”
Freek: “Kees van Kooten noemt dat ‘natuurleuk’. Herman Finkers heeft dat, Jochem Myjer heeft dat, Brigitte Kaandorp heeft dat…”
Hella: “Je wordt ermee geboren of niet. Mijn vader vind ik bijvoorbeeld niet leuk. Die probeert leuk te zijn. Jij maakt cabaret omdat het je roeping is. Cabaret waarin allerlei ordinaire grapjes worden gemaakt, dat doorspekt is met flauwiteiten en vrouwonvriendelijke humor heeft niets met een roeping te maken. Dat heeft ook niets met cabaret te maken. Ik vind dat soort cabaretiers altijd heel pijnlijk om te zien.”
Freek: “Nu hebben we er wel weer genoeg over gezegd.”

MUZIEK

Hella: “Buiten Het Concertgebouw gaan we ook wel naar popconcerten. We zijn laatst naar Kensington in de Johan Cruijff Arena geweest, maar dat was te massaal.”
Freek: “Bij Jay Z en Beyoncé zijn we weggelopen. De muziek was veel te hard en de artiesten veel te onzichtbaar. Dat is natuurlijk het toppunt van marketing: de mensen komen naar buiten en zeggen dat ze een geweldige avond hebben gehad, terwijl ze in wezen twee uur zijn gemarteld.”
Hella: “Ed Sheeran hebben we niet eens gehaald. We dachten: we blijven lekker thuis.”
Freek: “Het samenzijn is de kick. De muziek is bijzaak. Bij die grote stadionconcerten worden bij voorbaat al oordoppen uitgedeeld. Dat is natuurlijk waanzin. Zet gewoon het geluid twintig decibel zachter.”
Hella: “Laatst zagen we Lavinia Meijer en Remy van Kesteren in Paradiso. Dan word je gewoon naar de hemel getrokken.”
Freek: “Er waren vijftig kaarten verkocht voor die avond.”
Hella: “Ik hou ook heel erg van Natalie Merchant. Als ik dood ben mogen ze Motherland wel draaien.”
Freek: “Jij wilt dan toch ook Bridge over Troubled Water van Simon & Garfunkel gedraaid hebben?”
Hella: “Ja, die ook. Graag veel tearjerkers. En jij? We moeten die nummers eigenlijk even opschrijven en aan elkaar geven.”
Freek: “What’ll I Do van Kate en Anna Mcgarrigle. En die ene van Procol Harum.”
Hella: “We moeten onze euthanasieverklaring ook nog regelen.”
Freek: “A Salty Dog. En ik wil ook graag een video maken waarin ik de nummers zelf aankondig. Daar moeten we maar eens even een keer voor gaan zitten.”

Freek en Hella de Jonge ontvangen Nick Muller op dinsdag 18 september om met hem verder te praten over kunst. Plaats: Groninger Museum. Aanvang: 13.00 uur.

 

 

Javier Guzman: ‘Ik heb me lange tijd verantwoordelijk gevoeld voor de dood van mijn vader’

Interview voor Playboy. November 2017.

In zijn nieuwe voorstelling Ga-Bie-Jer maakt Javier Guzman (40) korte metten met zijn driftkikkerimago. Hij stelt zich voor als de verlegen en bescheiden man die hij eigenlijk meent te zijn. Maar vals bescheiden is hij niet: dat hij tot ’s lands beste cabaretiers behoort, durft hij best te erkennen.

1. Reken jij jezelf tot de tien beste cabaretiers van Nederland?

Het is dat anderen het zoveel gezegd hebben, zowel critici als publiek, dat ik wel durf te zeggen dat ik tot de top tien behoor. Een aantal jaren geleden was ik van management veranderd en stond ik opeens tegenover een van de beste theaterboekers van Nederland. Hij keek me aan en zei: ‘Je weet nu wel tot welke categorie je behoort?’ Ik antwoordde zonder valse bescheidenheid: ‘Ik denk dat ik wel tot de vijftig beste cabaretiers van Nederland behoor.’ Hij keek me beduusd aan. ‘Vijftig? Je staat op dit moment in de top vijf van beste cabaretiers van ons land!’ Toen pleurde de tonic uit m’n poten. Ik was alleen maar bezig met spelen. Ik had daar totaal geen zicht op.

2. Zou je iets aan jezelf willen veranderen?

Ik zou me minder schuldig willen voelen. Ik voel me altijd schuldig. Over alles. Ik hoop dat ik het niet alleen op het toneel maar ook privé fijn zal hebben. Ik heb het nu fijner dan ik lange tijd heb gehad. Ik heb een hele lieve vriendin en ben steeds beter in balans. Ik heb het gevoel dat ik op een kantelpunt in mijn leven sta: ik vind steeds meer innerlijke rust, ik weet mijn tijd steeds beter in te delen en wordt steeds gelukkiger.

3. Wat is op dit moment het grootste verdriet in je leven?

De zelfmoord van mijn vader. In het laatste gesprek dat we hadden kregen we ruzie. Ik onderhield hem financieel en zei dat ik daar even mee zou stoppen. Dat het voor hem tijd werd om op eigen benen te gaan staan. En toen zei hij: ‘Dat kun je wel doen, maar dan maak ik er een eind aan.’ Ik dacht dat het gewoon bluf was. Want dat deed hij wel vaker. Bluffen. Maar dit was een van de weinige keren dat hij dat niet deed. Ik heb me lange tijd verantwoordelijk gevoeld voor zijn dood. En nog steeds. Daar komt dat altijd aanwezige schuldgevoel ook vandaan, denk ik.

4. In je voorstelling Ga-Bie-Jer stel je jezelf ‘opnieuw voor aan het publiek’. Wat is de grootste misvatting die onder dat publiek er over jou bestaat?

Na lang aarzelen: “Dat ik op het toneel net zo ben als in het echt. Ik denk dat mensen verwachten dat ik in het dagelijks leven een nietsontziende rauwdouwer ben, maar eigenlijk ben ik een heel bescheiden en verlegen man. Ik ben wel een enfant terrible maar dat zit hem niet in fysieke agressie”

5. Hoe kan het dan dat je meermaals in het nieuws bent geweest met vechtpartijen?

Dat berust allemaal op een misvatting. Van het eerste incident waarmee ik het nieuws haalde, die vechtpartij op de Zeedijk, was ik niet de agressor. Mijn broer en ik werden tot pulp geslagen en wij sloegen terug. Ik kreeg wel van alle kanten de schuld in de schoenen geschoven. Als ik al vecht, dan vecht ik voor mijn vrijheid. Ik ben nog nooit een vechtpartij begonnen. En de keren dat ik agressief was en iets moest het ontgelden, dan waren dat tafels en stoelen. Geen mensen.

6. Toch kwam je in 2013 weer in het nieuws omdat je cabaretier Martijn Koning bij zijn huis met een stroomstootwapen zou hebben bedreigd. Is dat dan verzonnen?

Lees het antwoord op deze vraag op Blendle.

 

Hans Dorrestijn over Lars Jonsson, Stella Bergsma en Bartók

Op dit moment werkt hij aan een nieuwe theatervoorstelling en zit hij midden in de opnames voor een nieuw seizoen van het humoristische natuurprogramma Baardmannetjes. Op 19 juni eert het Amsterdam Kleinkunst Festival hem met een speciale avond in het Delamar Theater. Wat leest, luistert en ziet Hans Dorrestijn (76) als hij niet met cabaret of ornithologie bezig is? Een voorproefje.

BOEKEN
(…)
“Vroeger vond ik boeken over de natuur geen literatuur, maar daar ben ik van teruggekomen. De vlucht van de hommel van Dave Goulson vind ik bijvoorbeeld een meesterwerk. Goulson is een wetenschapper die zich met bijen bezighoudt en daar heel aanstekelijk over kan schrijven: hij weet beschrijvingen uit zijn jeugd te verweven met een informatief relaas over de bij. Je moet het maar kunnen. Ik ben op dit moment bezig in Schol in de Noordzee – Een biografie van de platvis en de Nederlandse visserij van Roelke Posthumus en Adriaan Rijnsdorp. Het boek staat vol met wetenschappelijke feiten. Meestal wordt dat ontzettend saai, maar zij verstaan de kunst om relatief veel droge informatie over de schol op een aantrekkelijke manier te brengen. Ik las gisteren dat de schol tot de zeventiende eeuw ‘de pladijs’ werd genoemd. Dat vind ik dan toch leuk om te weten. Lars Jonsson kan dat ook heel goed: droge informatie niet droog opschrijven. Neem zijn Vogels van Europa. Daarin worden alle vogels die hier voorkomen op een heel exacte manier beschreven, terwijl er toch gevoel in die beschrijvingen wordt gelegd. Neem de beschrijving van de barmsijs: ‘Grijs en bruin met pluizig kleed en iets toegeknepen ogen. Heeft korte, spitse, strogele snavel. Kleine zwarte kinvlek en een rode voorhoofds- en kruinvlek. Kleed: variabel. Mannetjes vaak met roze zweem op borst en flanken. In zomer karmijnrode borst en voorhoofd.’ Dat is toch prachtig? Toevallig heb ik in deze beschrijving een taalkundige fout ontdekt. Je zegt namelijk niet: karmijnrode voorhoofd. Dat is een verkeerde samentrekking. Maar dit terzijde.”
“O, en ik moet je nog even iets vertellen. Op het Boekenbal heb ik Stella Bergsma ontmoet. Ken je haar? Ik was moe en vroeg of ik naast haar mocht komen zitten. Dat mocht. En ik zou bijna niet met haar durven praten, want ze zag eruit als een gravin, ze had iets statigs en iets koels, maar op een gegeven moment vroeg ik dan toch maar waarom ze daar was. Ze antwoordde: ik heb net een roman gepubliceerd. Dat bleek Pussy album te zijn. Ik ga echt niet alle debuten lezen, maar ik had een voorgevoel dat dit een heel goed boek moest zijn. Ik heb het de week daarna meteen gekocht, want ik wilde niet dat ze het me zou geven, en ben steil achterovergeslagen. Baf. Mijn voorgevoel was goed. Die meid heeft op Willem Frederik Hermans-achtige wijze een geweldige downperiode in haar leven beschreven na een mislukte liefde. Ik heb me kapotgelachen, maar ben ook ontroerd geweest. En nu propageer ik dit boek. Omdat ik vind dat iedereen het moet lezen.”

BEELDENDE KUNST
“Ik ga al net zo weinig naar het museum als naar het theater, hoewel ik er bijna altijd mee bezig ben. Ik heb stapels kunstboeken waar ik graag in blader. Ik heb ook alle boeken van Joost Zwagerman op dat gebied met veel plezier gelezen. Americana bijvoorbeeld, met stukken over Rothko, Warhol, Pollock… Neem nu eens Jackson Pollock. Zie jij meteen dat dat geweldig is? Ik niet, maar Zwagerman wel. Hij is zeer overtuigend als hij daarover schrijft. Ik geloof hem meteen. Daaraan kan ik zien dat ik op dat gebied niets ben. In het herkennen van goede poëzie ben ik beter. Van een gedicht van Lucebert, waarvan anderen zeggen: wat staat daar in hemelsnaam, kan ik meteen de grootsheid zien. Omdat ik mezelf daarin heb geoefend. Maar als ik niet schoolgegaan was en niet allerlei artikelen had gelezen over het surrealisme, het dadaïsme en de experimentelen, dan was ik niet op eigen houtje tot de conclusie gekomen dat Lucebert een grote jongen is. In de moderne kunst vertrouw ik mezelf dus nog niet. De tekeningen van Lucebert vind ik niet heel mooi. Karel Appel snap ik ook niet zo goed. Ik zie het niet. Rik Wouters vind ik dan wel weer echt heel goed. Maartse sneeuw vind ik een van de allergrootste meesterwerken uit de kunstgeschiedenis van de Lage Landen. In het Kröller-Müller Museum, waar ook beelden van Rik Wouters staan, ben ik misschien wel twintig keer geweest. Met die mooie beeldentuin en die natuur eromheen… Ik heb daar de grote lijster nog voor het eerst gezien.”

(…)

MUZIEK
“Ik luister graag naar klassieke muziek en dan met name naar Stravinsky, wat ik vrij lichte muziek vind, maar ik luister ook graag naar het enorm strenge werk van Bartók. Twee tegenpolen zijn het. Een keer heeft Stravinsky een uitstapje gemaakt naar wat zwaardere muziek, toen hij in zijn Movements for Piano and Orchestra het twaalftoonstelsel even heeft omhelsd. Ik ben blij dat hij dat niet vaker heeft gedaan. Ik luister ook geregeld naar barokcomponisten als Vivaldi, Corelli en de hele troep. Ik ben er zelfs een beetje op aan het studeren. Ik wil namelijk zo graag het onderscheid tussen die componisten kunnen horen. Ik droom weleens dat ik in een quiz zit, dat ik dan een geluidsfragment hoor en nonchalant roep: ‘Dit moet van Locatelli zijn.’ Dat is mijn geheime ideaal. Maar het lukt alleen nog niet echt. Ik heb daar een veel te slecht geheugen voor.
“Laatst schoot ik een keer vol bij een klassiek stuk. Merkwaardig genoeg was dat bij een heel amateuristische opname van een deel uit de Matthäus Passion. Een amateuristisch vrouwenkoor begon te zingen en baf, ik zeilde zo weg. Raar is dat: ik heb uitvoeringen die wel tien keer zo goed zijn en waar ik het droog bij houd. Dat is dan blijkbaar te perfect. Juist die imperfectie van deze uitvoering maakte het zo menselijk. Bach vind ik echt onbegrijpelijk goed – o, o, o. Ik ben nu weer de Partita’s aan het spelen en die vervelen nooit. Wat een grootsheid. Ik snap niet hoe hij dat allemaal heeft kunnen componeren. Toen hij een jaar of vijftig was – hij was dus al behoorlijk lang bezig – vroeg iemand aan hem: hoe kunt u dit allemaal gecomponeerd hebben? En toen zei hij: ‘Ich habe fl eißig seyn müssen.’ Ik heb hard moeten werken.”

(…)

Lees het gehele interview met Hans Dorrestijn in het juninummer van HP/De Tijd (2017) of op Blendle.

Jörgen Raymann: ‘Nederland zou baat hebben bij een milde dictatuur’

Na jaren van succes belandde Jörgen Raymann (50) vorig jaar in een zwart gat. Hij kreeg tegenslag op tegenslag te verduren, maar krabbelde weer op en schreef er een boek over: Raymann zoekt raad. Twintig vragen aan de rasoptimist.

Het gehele interview met Jörgen Raymann leest u in Playboy #6, 2017 of op Blendle.

1. In je boek Raymann zoekt raad vertel je wat volgens jou de beste manier is om gelukkig te worden en positief in het leven te staan. Wat is de beste raad die jij zelf hebt gehad?
Zoals de Chinezen zeggen: ‘Als je haast hebt, ga dan even zitten.’ Toen mijn oudere zus Peggy in 1985 overleed, heb ik geen tijd genomen om haar dood te verwerken. Dat kwam later als een boemerang in mijn gezicht terug. Neem je tijd om een heftige gebeurtenis te verwerken, en ga dan pas verder.

5. In welke auto rijd je?
Ik rijd nu in een heel mooie tweedehands Volvo XC60. Hiervoor reed ik een Porsche Cayenne, maar die heb ik moeten verkopen.

7. Een paar jaar geleden stopte je met je typetje Tante Es. Stak het dat zij eigenlijk populairder was dan jijzelf?

Helemaal niet. Ik maak me geen illusies: Tante Es is altijd populairder geweest dan ik. De koek was gewoon op. In het begin, als ik dan de jurk aantrok, nam ze me helemaal over. Dan was ik Tante Es. Op een gegeven moment werd dat gevoel minder en daarom ben ik met haar gestopt. Maar ik ben haar dankbaar voor alle successen die ze me heeft gegeven. Die Porsche Cayenne had ik aan haar te danken.

8. Je noemde jezelf eens de excuusneger van de NPO. Had jij als je blank was geweest ook 16 jaar lang een latenightshow gehad bij de publieke omroep?
Ik ben ooit aangenomen bij de NPS omdat ze een donkere presentator zochten. Het was in de tijd dat diversiteit nodig werd op de televisie en ze moesten bij de publieke omroep een zwart programma maken. In die zin kun je zeggen dat ik een excuuszwarte was. Maar ik dacht ook: in het leven moet je soms opportuun zijn zonder je principes overboord te gooien. Ik ben toevallig om mijn huidskleur aangenomen, maar ik denk ook dat ik bewezen heb dat ik wat kan. Anders hadden ze me na een seizoen wel de laan uitgestuurd.

17. ‘Ik denk dat ik na mijn vijftigste wel de politiek in wil,’ zei je in een van je allereerste interviews. Je werd vorig jaar 50. Wat is er over van die ambitie?(Lachend) Als je jong bent zeg je wel vaker stomme dingen. Ik geloof dat de oplossing niet meer uit de politiek komt. Politici kunnen geen idealen meer hebben: als je met elkaar wilt regeren, moet je veel van je idealen opzij zetten. En dat werkt voor mij niet. (Spottend) Weet je wat Nederland nodig heeft? Een milde vorm van dictatuur. Een sterke leider die zegt: geen gelul, we gaan het zo doen. Iemand die niet links is en niet rechts en iedereen gelijk behandelt. Discrimineer je vrouwen, autochtonen of allochtonen? Dan moet je naar een heropvoedingskamp. Misschien moeten we dan ook een andere staatsinrichting overwegen, met een Ministerie van Geluk en een Ministerie van Wederzijds Begrip en een Ministerie van Bruggen Bouwen. Die ministerspost wil ik dan wel bekleden. Even zonder dollen: ik denk dat je op die manier een land heel aardig kunt leiden. Pas dan zou politiek voor mij werken.