Laus Steenbeeke (65) is al ruim veertig jaar een van de meest productieve en veelzijdige acteurs van Nederland. Toch blijft hij voor velen een bekende onbekende. Dat verandert nu hij schittert als de eigenwijze boer Bats Ottink in de kijkcijferhit Woeste Grond.
Fragment. Het hele interview staat in de VARAgids, 29 juli 2025.
Hoe vaak hoor je: hé, bekend gezicht?
Hij verslikt zich bijna in een slok witte wijn. “Ha, ja, best wel vaak. Ik woon sinds een jaar of drie in Enschede en ben toch een beetje een regionale bezienswaardigheid geworden. Mensen verrekken soms bijna hun nek in het voorbijgaan. Of, als ik langs een terras loop, vergeten ze even te eten. Soms spreken ze me aan om te vragen waar ze me ook alweer van kunnen kennen. Ik noem dan mijn bekendste rollen: Het Klokhuis, Flodder, ‘t Schaep met de 5 Pooten. Als er dan nog geen belletje gaat rinkelen, zeg ik: dan ken je me vast uit de buurt.”
Vind je het vervelend dat je niet de bekendheid hebt van een acteur als Huub Stapel?
“Eigenlijk vind ik het prima zo. Als ik met Huub Stapel over straat loop, dan zijn alle ogen op hem gericht. Soms vraagt een mevrouw: ‘Bent u ook iemand?’ Dat vind ik dan wel geestig. Bekendheid zie ik als een bijkomstigheid van het vak. Als zich dat aandient, in welke gradatie dan ook, dan heb je daar mee te dealen, maar ik heb niet de ambitie om bekender te worden, nee.”
Je hebt ongelooflijk veel rollen gespeeld, zowel op televisie als op het toneel. Veel mensen zullen je kennen als ‘Hennie’ uit Flodder of ‘Huipie’ uit de series van ‘t Schaep. Op welke rol word je het vaakst aangesproken?
“Gek genoeg zijn dat de locatievoorstellingen die ik hier in de buurt speel; je staat dan toch voor zo’n duizend à vijftienhonderd mensen per avond. Ik vind het leuk dat mensen me daar mee complimenteren. Het doet mij meer dat mensen mij aanspreken op die voorstellingen dan op de dingen die ik op televisie heb gedaan. Iemand die naar het theater gaat, doet daar moeite voor. Hij of zij koopt een kaartje, neemt een avond vrij en kijkt anderhalf of twee uur met volle aandacht naar een groep acteurs. Televisie is wat dat betreft laagdrempeliger: je zet de televisie aan en je kijkt. Of niet.”
Ik neem aan dat je nu ook vaak wordt aangesproken op de soap Woeste Grond.
“Ja, je merkt echt dat het leeft. Mensen vragen: komt er al snel een nieuw seizoen, of: overleef je het? Want ik kreeg aan het einde van het eerste seizoen een hartaanval. ‘Ik heb echt een traantje gelaten’, zei laatst iemand tegen me. Mensen leven echt met de familie mee.”
Woeste Grond heeft dagelijks meer dan een miljoen kijkers en wordt dus beter bekeken dan ‘de moeder aller soaps’ Goede Tijden, Slechte Tijden. Wat is volgens jou het succes van de serie?
“In Twente vinden ze het heerlijk dat hun regio in beeld komt en dat er dialect gesproken wordt. In de rest van Nederland vinden kijkers het denk ik een verademing dat er nu eens een serie is die zich niet in Amsterdam, Rotterdam of Maastricht afspeelt. De intriges zijn natuurlijk heerlijk om te volgen, maar ook het inkijkje in het boerenleven is denk ik een onderdeel van het succes. Er is de laatste jaren door de stikstofproblematiek veel gezegd en geschreven over boeren, maar nu zie je dat levens eens van binnenuit. Ik ben geboren aan de rand van Borne. Onze buurman was een klein keuterboertje met een trekker en wat koeien, dus ik heb van jongs af aan al een goede indruk gehad van wat het boerenleven precies inhoudt. Het is geen baan, het is een levensvervulling. Daar heb ik enorm veel bewondering en waardering voor. Ik kan niet aan de gedachte wennen dat er op een dag alleen nog maar lege weilanden zullen zijn. Boeren horen gewoon bij het platteland.”