De Tweede Kamerfractie van de SP wil van de minister van Onderwijs weten waarom Universiteit Leiden nevenactiviteiten van hoogleraar rechtsfilosofie Andreas Kinneging niet openbaar heeft gemaakt. Kamerlid Sandra Beckerman heeft een uitgebreide set Kamervragen ingediend met het verzoek aan de minister om opheldering te verschaffen. Ook wil ze dat de minister met de universiteit in gesprek gaat over betalingen die via de privérekening van Kinneging liepen.
Verschenen op de website van HP/De Tijd, 19 februari 2026.
Aanleiding is de berichtgeving in HP/De Tijd dat Universiteit Leiden de activiteiten van de rechtsfilosoof, waaronder lezingen voor de Hongaarse denktanks Századvég en Mathias Corvinus Collegium, die beide een politieke aan de regering van Viktor Orbán gelieerde doelstelling hebben, buiten het verplichte register houdt. Rector Sarah de Rijcke bestempelt ze als werk dat Kinneging “uit hoofde van zijn functie” verricht, waardoor publicatie in het openbare register volgens haar niet vereist is. Ook wil Beckerman weten waarom Kinnegings voorzitterschap van ANBI-stichting Famula Boni ten onrechte niet is opgenomen in het verplichte register voor nevenfuncties.
Beckerman noemt de handelwijze van de universiteit “zeer onverstandig.” De afgelopen jaren is er meermalen discussie ontstaan over het niet of onvolledig registreren van nevenfuncties, en zijn de regels aangescherpt. Toch ziet het SP-Kamerlid telkens hetzelfde patroon. “Keer op keer zien we voorbeelden waarbij de regels worden verbogen om het niet naleven ervan goed te praten,” aldus Beckerman. “Openheid over (commerciële) nevenfuncties is cruciaal voor het academisch debat en het vertrouwen in de wetenschap.”
‘Keer op keer zien we voorbeelden waarbij de regels worden verbogen om het niet naleven ervan goed te praten.’
Sandra Beckerman, Tweede Kamerlid SP
In haar Kamervragen aan demissionair minister Gouke Moes (BBB) wil Beckerman weten of de redenering van rector De Rijcke stand houdt, of universiteiten deze constructie vaker toepassen om het register te omzeilen, en waarom eerder aangenomen beleid op dit punt zo weinig lijkt op te leveren. In oktober diende ze mede een motie in die met ruime meerderheid werd aangenomen, waarin de regering werd opgeroepen harde afspraken te maken met universiteiten over de registratie van nevenfuncties. Hoeveel overtredingen sindsdien zijn aangepakt, wil ze nu van de minister weten.
Naast de nevenfunctiekwestie maakt Beckerman zich ook zorgen over de twee promovendi die op verzoek van Kinneging werkzaamheden voor Forum voor Democratie verrichtten, terwijl de vergoeding daarvoor op zijn privérekening werd gestort. Beckerman spreekt uit eigen ervaring: het slagen van haar eigen promotietraject had voor een aanzienlijk deel te maken met de goede match met haar promotor en copromotor. “Het cruciale punt zit in de afhankelijkheidsrelatie. Je bent als promovendus kwetsbaar,” aldus Beckerman. “Maar juist vanwege de afhankelijke positie van promovendi is transparantie hierover cruciaal. Zeker ook over de betalingen.” Universiteit Leiden zou die transparantie moeten opleggen, en Beckerman zou het wenselijk vinden als de minister met de universiteit over beide zaken in gesprek gaat.
De vragen zijn gericht aan demissionair minister Moes, maar worden mogelijk beantwoord door zijn opvolger. Rianne Letschert, tot voor kort collegevoorzitter van de Universiteit Maastricht, is beoogd minister van OCW in het aankomende kabinet-Jetten, dat op 23 februari wordt beëdigd.