Minister Ingrid van Engelshoven: ‘Je merkt op dat ik alleen mannen noem als favoriete auteurs, dat klopt’

Ingrid van Engelshoven (54), minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, stuurt met haar beleid aan op meer diversiteit en inclusiviteit in de culturele sector. Maar hoe divers is haar eigen culturele smaak?

Lees verder Minister Ingrid van Engelshoven: ‘Je merkt op dat ik alleen mannen noem als favoriete auteurs, dat klopt’

Sylvana Simons: ‘Ik kan me zelden herkennen in een kunstwerk’

Sylvana Simons (48) is de oprichter van de politieke partij BIJ1 en gemeenteraadslid in Amsterdam. Wat leest, luistert en ziet ze in haar vrije tijd?

Vier pagina tellend interview uit het dubbeldikke zomernummer van HP/De Tijd, juli 2019. Lees het gehele interview hier.

BOEKEN
“Een van de boeken die de laatste tijd veel indruk op me heeft gemaakt, is The Hate U Give van Angie Thomas. Het is een waargebeurd verhaal over een zestienjarig meisje dat in een zwarte wijk woont maar naar een witte school gaat. In haar buurt wil ze niet te wit overkomen, op haar school juist niet te zwart. Die spagaat, waarin veel jonge zwarte meisjes verkeren, wordt heel inzichtelijk gemaakt. Het boek maakte zoveel indruk omdat het perspectief waaruit het is geschreven voor mij zo herkenbaar is; er zijn namelijk weinig boeken die geschreven zijn vanuit het perspectief van een zwarte vrouw. Het boek heeft ook een universeel thema, waarmee ik niet wil zeggen dat wij hier dezelfde problematiek hebben als in Amerika, maar etnisch profileren staat ook hier op de agenda. Vorig jaar heb ik de film ook gezien. Ik begon na twee minuten te huilen en dat is niet meer gestopt. De reacties die ik achteraf hoorde, van zowel zwarte mensen als niet-zwarte mensen, is dat het verhaal een perspectief biedt dat ze totaal niet kennen en duidelijk maakt waar je tegenaan loopt growing up black. Ik denk dat literatuur, en kunst in het algemeen, een onmisbaar middel is om de wereld om ons heen te begrijpen. Kunst is in die zin van onschatbare waarde voor een gezonde samenleving.”

THEATER
“Ik hou van dans, ik hou van stand-up comedy en ik hou van toneel. Als het om dans gaat vind ik alles geweldig. Ik ben zelf natuurlijk danseres geweest en ga daarom zo vaak als het uitkomt naar het Nationaal Ballet. Niet zo lang geleden was ik met een vriendin naar een uitvoering van Cinderella. Wat ik heel mooi vond, is dat ze heel innovatief waren geweest met het decor en de effecten. Het stuk kwam daardoor echt tot leven. Aan het eind van het jaar ga ik naar Alvin Ailey American Dance Theater in Rotterdam. Dat is echt een jeugddroom die uitkomt om hen een keer te zien. Alvin Ailey is zo ongeveer de standaard voor elke zwarte danser. Ze brengen klassiek, modern en jazz en hebben een kwaliteitslevel dat echt ongekend is. Daarbij is het een all black gezelschap wat een hele bijzondere dimensie toevoegt aan de voorstellingen die ze maken. We zijn het niet gewend om all black klassieke dans te zien, we zijn het niet gewend om die – ik ga het toch maar zeggen – fysieke zwartheid te zien. Ik kijk hier dus echt al een jaar naar uit. Ik hou ook erg van black stand up comedy: ik ben een enorme fan van Chris Rock en ik moet altijd lachen om Trevor Noah. Amy Schumer vind ik soms leuk, maar ik kan me niet altijd met haar identificeren. Wat ik niet leuk vind daar kijk ik ook niet naar. Het is voor mij sowieso lastig om iets negatiefs te zeggen, want alles wat ik zeg is uitlokking, dus als ik nu ga zeggen wie ik niet leuk vind dan weet ik zeker dat er een backlash komt. Dat gezegd hebbende: ik heb nog nooit moeten lachen om de oudejaarsconferences van Guido Weijers. Ik zou het heel gaaf vinden als een keer een zwarte cabaretier de oudejaars doet. Mo Hirsi, een vriend van me, heeft het afgelopen jaar in de theaters als eerste allochtoon een oudejaarsconference gedaan. Ik hoop dat hij landelijk ook een kans krijgt. Ik ga ten slotte ook graag naar toneel. Vanavond ga ik naar de voorstelling Black Memories van Danstheater AYA, een voorstelling over ons koloniaal verleden. Ik merk wel dat ik vaak stukken op zoek waar ik mezelf in kan herkennen. Dat betekent in de praktijk dat ik naar kleinere theaters moet en stukken zie die korter lopen dan bijvoorbeeld de stukken van Internationaal Theater Amsterdam, waar ik me als zwarte vrouw niet zo vaak in kan herkennen. Dat had ik met kunst ook lange tijd, totdat ik de tentoonstelling Black is Beautiful zag in de Nieuwe Kerk. Voor het eerst werd de focus gelegd op de zwarte mens in de Nederlandse schilderkunst. Ik ga graag naar musea, maar ik kan me zelden herkennen in een kunstwerk. Bij deze tentoonstelling was het voor het eerst dat ik dat wel kon.”

MUZIEK
“Er zijn misschien wel twintig artiesten waar ik al meer dan dertig jaar naar luister, maar er is niemand in het bijzonder waar ik fan van ben. Prince is wel een favoriet. Die heb ik leren kennen toen ik twaalf was en die luister ik nog steeds. Hij was niet alleen muzikaal innovatief, maar ook iemand die het belang van vrije geesten propageerde. Michael Jackson was ook een favoriet, maar daar luister ik niet meer actief naar sinds ik die documentaire heb gezien waarin hij wordt beschuldigd van kindermisbruik. Laatst liep ik in de supermarkt en toen hoorde ik op de achtergrond zijn nummer Pretty Young Thing. Daar luister je dan toch met andere oren naar. Aan de andere kant hoorde ik laatst ook een nummer van hem van toen hij een jaar of acht was, maar daar had ik minder moeite mee. Ik dacht: hier mag ik nog van genieten, want hier was hij nog onschuldig. R. Kelly is een heel ander verhaal. Dat was ook een favoriet van mij, maar daar ben ik helemaal klaar mee. Ook hij raakte in opspraak omdat hij seks zou hebben gehad met minderjarigen. In beide gevallen ben ik ervan overtuigd dat er grensoverschrijdend gedrag heeft plaatsgevonden. Dat doet in zekere zin niets af aan de kwaliteit van hun muziek, maar ik vind het moeilijk om met die kennis van die muziek te genieten.”

Hedy d’Ancona: ‘Architectuur is de moeder aller kunsten’

Sociologe, feministe en voormalig politica Hedy d’Ancona (81) is gastcurator van de tentoonstelling Vrouwen van Museum Gouda. Wat leest, kijkt en luistert zij in haar vrije tijd?

Verschenen in het dubbeldikke winternummer van HP/De Tijd. (2018) Het interview was al gedrukt toen haar levensgezel, kunstenaar Aat Veldhoen, die bij het gesprek aanwezig was en er ook veelvuldig in voorkomt, onverwacht overleed op 9 december 2018. Het gehele interview is hier te lezen.

BOEKEN
“Ik ben net jarig geweest en heb een onthutsende hoeveelheid heel dikke boeken gekregen. Ik ben nu een beetje aan het snuffelen waar ik eens in zal gaan beginnen. Ik denk dat het De eeuw van Gisèle wordt van Annet Mooij – de biografie van Gisèle van Waterschoot van der Gracht. Ik ben vooral benieuwd naar het verhaal van die twee kunstenaars die in de oorlog bij haar ondergedoken zaten: Wolfgang Frommel en Percy Gothein. Die mannen blijken minder onschuldig dan gedacht. Ze gebruikten hun onderduikadres onder meer om jonge knapen te misbruiken die zich wilden aansluiten bij hun ‘mannengemeenschap’. Gisèle stond dat allemaal toe, hoewel ook zij door hen werd uitgebuit. Ik kan ook niet wachten om te beginnen in de biografie van Remco Campert. Dat is bijna voor de lekker. Mirjam van Hengel heeft eerder een prachtig boek geschreven over Leo en Tineke Vroman. Ik moest daarbij heel erg denken aan het gedicht ‘De tuinman en de dood’ van Van Eyck. Leo vlucht in de oorlog naar Indië om niet opgepakt, afgevoerd en weggerukt te worden, maar belandt dan dáár in verschillende kampen. Aan de dood valt niet te ontkomen. Des te mooier is het als ze elkaar na de oorlog weer vinden en uiteindelijk nog bijna zeventig jaar van elkaar mogen genieten.”

BEELDENDE KUNST
“Kijken vereist enige oefening. Kleine kinderen kunnen heel goed kijken. Die kunnen soms uren naar iets onbenulligs als een lege fles kijken. Een beeldend kunstenaar kan dat ook. Aatje zit soms uren te kijken naar de mensen en de machines die hier nu op straat aan het werk zijn en maakt daar dan tekeningen van in zijn schetsboekje. Hij heeft me dat echt geleerd. Je leert de schoonheid van die dingen zien. In de trein kijk ik veel vaker uit het raam dan vroeger. In de avond zijn er vaak prachtige zonsondergangen te zien, maar niemand die het ziet, iedereen kijkt op zijn telefoon of ligt te soezen. Dan roept de conducteur om welk station we binnenrijden en denk ik: waarom zegt die man ook niet even dat we naar buiten moeten kijken? Want de lucht is wonderschoon. “Architectuur is de moeder aller kunsten. Ik heb sociale geografie gestudeerd en heb me daarna gespecialiseerd in zowel stadsgeografie als de sociologie van het wonen. Daar is mijn belangstelling voor architectuur ontstaan. Als minister van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur vond ik het een kunstuiting die we moesten stimuleren. Een gebouw is niet alleen voor degenen die het gebruiken, maar ook voor degenen die erlangs lopen, fietsen en rijden. Het is van ons allemaal. Na mijn ministerschap zat ik in het College Bouw Zorginstellingen. Daarin richtte men zich heel erg op de functionaliteit van die gebouwen. Dat is natuurlijk ook het belangrijkste, maar daardoor hoeft het nog geen saai en onaantrekkelijk gebouw te zijn. Streel de ogen en laat mensen zich er behaaglijk voelen. Ze zitten er al niet voor hun plezier. Een mooi gebouw kan troost bieden. Om dat te bevorderen hebben ze vier keer de Hedy d’Ancona-prijs voor excellente zorgarchitectuur uitgereikt. De eerste winnaar was revalidatiecentrum Groot Klimmendaal in Arnhem. Dat gebouw is van een grote schoonheid. Het is functioneel, maar het is ook mooi en innemend, een gebouw dat je omarmt.”

FILM
“Ik vind het laf van mezelf dat ik liever geen oorlogsfilms wil zien, dus af en toe dwing ik mezelf om dat toch te doen. Ik wil geen wegkijker zijn. In de negen uur durende documentaire Shoah van Claude Lanzmann komen mensen aan het woord die rondom de concentratiekampen woonden en niets hebben gezegd. Ze wisten wat er gebeurde, maar hielden zich gedeisd. Ik kan me dat niet voorstellen. Als je vindt dat iets niet deugt, dan zég je er wat van. “Neem het niet!” Die lijfspreuk heb ik overgenomen van Stéphane Hessel, verzetsstrijder en Holocaustoverlevende, die een geweldig essay over verzet heeft geschreven. Alles begint volgens hem met verontwaardiging. Je kunt nooit zeggen: daar kan ik niets aan doen. Dat kun je namelijk wél. Hij roept de jongere generaties op om in opstand te komen tegen de toenemende ongelijkheid in de wereld. Indignez-vous! Hij eindigt het pamflet met zijn woede over wat de Israëlische regering doet met de Palestijnen. En dan te bedenken dat hij in de negentig was toen hij dit schreef. Ik ben iets jonger, maar ik ben ook nog steeds verontwaardigd over dingen. En zo hoort dat ook. Als dat ooit stopt, dan kunnen ze me net zo goed inkuilen.”

 

Kajsa Ollongren: ‘Als André Hazes door het stadion schalt, krijg ik kippenvel’

Kajsa Ollongren (51) is minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Hiervoor was ze namens D66 wethouder en locoburgemeester in Amsterdam. Wat leest, kijkt en luistert ze in haar vrije tijd?

Verschenen in het decembernummer van HP/De Stijl. (2018)

(Selectie)

BOEKEN
“Ik heb de gewoonte om meerdere boeken tegelijk te lezen. Op mijn nachtkastje ligt op dit moment 1793 van de Zweedse schrijver Niklas Natt och Dag. Een prachtige achternaam trouwens, Natt och Dag. Het betekent letterlijk ‘nacht en dag’. Het boek is een kruising tussen een historische roman en een thriller. Het speelt zich af in 1793 in Stockholm. Er wordt een verminkt lijk opgevist, een romp en een hoofd zonder ogen, en een man krijgt de onmogelijke taak om uit te zoeken wie het slachtoffer en zijn moordenaar zijn. Verder zal ik niet te veel verklappen. Het is niet alleen een heel spannend en gruwelijk boek, het geeft ook een mooi tijdsbeeld, bijvoorbeeld van de extreme armoede die er toen heerste. En het is ook nog eens prachtig opgeschreven, in een rijke taal. Verder lees ik op dit moment in de onlangs verschenen biografie van Thorbecke, Thorbecke wil het van Remieg Aerts. Er staan veel dingen in die voor mij nieuw zijn. Over de relatie met zijn vader bijvoorbeeld. Zijn vader had grootse plannen met zijn zoon, maar mislukte zelf in alles. De jonge Thorbecke was uiteindelijk tot ver in zijn volwassenheid bezig om de problemen van zijn vader op te lossen.”

BEELDENDE KUNST
“Mijn ouders zijn enorme kunstliefhebbers. Hun hele huis hangt vol met kunst die ze in de loop der jaren verzameld hebben. Dat zijn niet per se werken van bekende kunstenaars die veel geld waard zijn, maar ze kopen iets omdat ze het mooi vinden. Ze hebben bijvoorbeeld een hele wand met prachtige etsen van José Calsina. Hij is niet beroemd, maar mijn ouders zijn bevriend met hem, we kwamen ook wel bij hem thuis, en hij maakte echt prachtig verfijnde werken. Zo hebben zij hun kunstcollectie opgebouwd en zo kijk ik ook naar kunst. Een kunstwerk hoeft niet per se van een grote kunstenaar te zijn om iets op te roepen. Een mooi voorbeeld: kort na het overlijden van Johan Cruijff liep ik over een van de grachten en zag in een etalage een prachtig waterverfportret van hem. Iedereen die langsliep bleef even kijken. Dat is toch hartstikke mooi? In mijn werkkamer hangt nu een schilderij uit de kunstcollectie van het Rijk – een schilderij van Steven Aalders uit Amsterdam. Het toeval wil dat in mijn vorige werkkamer ook een werk van hem hing, maar dat kwam uit het depot van het Stedelijk. Ik ben er dol op. Zijn werk lijkt wel een beetje op dat van Malevitsj en Mondriaan. Met een paar simpele lijnen en een beperkt aantal kleuren weten zijn schilderijen een enorme indruk te maken op de toeschouwer.”

FILM

“Ik ben muzikaal heel breed georiënteerd. Ik heb piano en saxofoon gespeeld. Ik speelde klassieke stukken, maar ik heb ook in bandjes gezeten en zelfs in een bigband. Als ik ooit weer meer tijd heb, lijkt het me leuk om zelf weer meer muziek te maken. Je verleert het namelijk niet. Als ik muziek luister, switch ik makkelijk van Bach naar Foo Fighters naar Anouk. Anouk vind ik geweldig. Ik heb net haar nieuwe album gehoord: Jij. Niet elk nummer spreekt me aan, maar het is wel echt een fantastische plaat. Het maakt niet uit wat ze maakt; als ze iets nieuws heeft, dan luister ik het.
Als ik hardloop, dan luister ik het liefst naar een beetje opzwepende muziek. Op een paar lekkere gitaarsolo’s schijn je beter te lopen. Spotify is wat dat betreft echt een uitkomst: je zet een hardrock-playlist aan en je gaat naar buiten. Soms hoor je een nummer waarvan je denkt: hé, dat ken ik, maar vaak hoor je het voor het eerst. Naar concerten ga ik heel weinig, moet ik eerlijk zeggen. Mijn vrouw is van oudsher Madonna-fan, dus ik ben weleens mee geweest naar een concert van haar, maar dan denk ik na een paar nummers toch: ik vind het leuker om dit thuis op te zetten. Daar hoef ik niet een hele avond voor naar Ziggo Dome. Ik ga wel iedere twee weken naar de thuiswedstrijden van Ajax. Ik krijg dan toch altijd kippenvel als Bloed, zweet en tranen van André Hazes door het stadion schalt. Het is ook mooi om te zien dat Dré junior nu bijna dezelfde status als zijn vader heeft bereikt.”

Het gehele interview leest u hier.

 

Theo Hiddema: ‘We leven in het decennium van de schijterigheid’

De markante strafrechtadvocaat Theo Hiddema (73) is sinds dit jaar ook Tweede Kamerlid. Welke boeken, films en andere kunstwerken hebben hem zoal beïnvloed?

Interview voor het kerstnummer van HP/De Tijd, 2017.

BOEKEN
“Ik kom van het platteland. Dat aardrijkskundige isolement leidt altijd een beetje tot beslotenheid van karakter. En als je dan ook nog een nakomertje bent, en je hebt alleen maar grote weiden en horizon om je heen, dan zoek je vertroosting. Dus ik begon pillen te lezen. De avonturen van Huckleberry Finn van Mark Twain vond ik schitterend. En Pieter Marits – Lotgevallen van een Transvaalschen boerenjongen van August Niemann, over een heldhaftige Zuid- Afrikaanse boer die tegen de Engelsen vocht. En P.G. Wodehouse. Als je die niet kent, dan moet je daar maar snel aan beginnen, want je leven is waardeloos als je die niet gelezen hebt. P.G. Wodehouse beschreef de Engelse hogere klasse. Vrijgezelle kasteelheren met immense vermogens die zich bij wijze van levensbesteding bezighielden met het fokken van kampioensvarkens – ik zeg maar wat. Maar zo verschrikkelijk humoristisch… Als ik mijzelf zou kunnen betrappen op enig gevoel voor humor, dan is het me door deze boeken aan komen waaien.”

MUZIEK
“Ik ben een allemansvriend. Ik sta open voor alle muzieksoorten. Van klassiek tot rock tot dance. Ik vind het zo jammer dat de gemeente in deze zone van Amsterdam een geluidsnorm heeft gesteld voor dancemuziek op rondvarende boten. Ja, je moet natuurlijk niet iedere dag van die muziek hebben, maar als er bijvoorbeeld Gay Pride was, vond ik het enig dat je in de verte dat gebonk hoorde aankomen. Dat gedreun resoneerde zo mooi tegen de gevels in de verte. De decibellen bouwden zich langzaam op – met de climax pal voor je deur. Een orgie van lawaai. Heerlijk. Maar dat mag niet meer van de ouwewijvenheren. (…) Duitse schlagers vind ik ook schitterend. Helene Fischer is een van mijn favorieten. De manier waarop ze met de Duitse taal omgaat, is buitenaards. Haar teksten zijn ware poëzie. En dan dat parelend stemgeluid. Ongekend prachtig. En ze mag er ook wezen. Het is een pretje om naar te kijken. Mijn favoriete nummer van haar is Wär’ heut’ mein letzter Tag. Ze bezingt hierin de immense liefde voor haar partner en die is allesomvattend. Als pardoes haar laatste dag zou aanbreken, dan zou dat geen probleem zijn, zingt ze, als hij maar bij haar is.”

FILM
“We leven in het decennium van de schijterigheid. Dat brengt met zich mee dat een heleboel kunstuitingen zich vrijwillig in dezelfde richting bewegen als de aanschouwers, en dan weet ik al dat ik daar niet door word geprikkeld. Vandaar ook dat ik die oude films kijk. Die zijn libertijns, onbekommerd. De films van komedielegendes W.C. Fields en Mae West zijn bijvoorbeeld totaal politiek incorrect. Heerlijk!
En wat kijk ik verder dan zoal? Te veel om op te noemen. Ik heb genoten van dat epos van Rainer Werner Fassbinder, Berlin Alexanderplatz. Les Choses de la vie van Claude Sautet vond ik een prachtige film, La terrazza met Vittorio Gassman ook. (…) Ik noem nog even Garrison Keillor, want je wilt de mensen toch ook vooruithelpen. Keillor heeft een vast theater in Saint Paul (Minnesota) waar wekelijks een show wordt opgevoerd met countryliedjes, hoorspelen, een detectiveserie à la Philip Marlowe van Raymond Chandler. Hij praat de boel aan elkaar en vertelt tussendoor achteloos wat verhaaltjes waarin hij het leven van de eenvoudige Midwest-bewoner beschrijft. Hij is een soort mengeling tussen Toon Hermans en Herman Finkers. De shows worden opgenomen en op meer dan vijfhonderd radiozenders uitgezonden. Ik luister er al meer dan dertig jaar naar. Robert Altman heeft, vlak voor hij stierf, nog een film over hem gemaakt: A Prairie Home Companion. Hij dacht: voor ik er niet meer ben, moet dit vastgelegd worden. Dit is uniek. Garrison Keillor speelt zichzelf. De countrysterren worden gespeeld door Meryl Streep, die prachtig kan zingen, Kevin Kline en Tommy Lee Jones. Gedurende de film ontwikkelen zich allerlei liefdesscènes en zie je wat er in zo’n theaterwereld gebeurt. Het is een prachtige film. Ik heb hem vier keer gezien. Een van de leukste verhalen die ik ooit heb gehoord is ‘The Wonder of Spring’. Het staat op Youtube. Keillor beschrijft daarin zijn eerste fysieke contact met een meisje. Hoe hij zich in een schoolbus tegen een meisje aandrukt omdat niemand naast hem wil zitten. Schitterend.”

Het gehele interview met Theo Hiddema is hier te lezen.