Theo Loevendie: ‘Ik ben een maniakale leerling’

Componist Theo Loevendie viert zijn negentigste verjaardag met twee concerten in zijn stamkroeg Café Welling en een uitverkocht concert in het Bimhuis. HP/De Tijd onderwerpt hem aan een Zelfportret: een vaste serie vragen, gebaseerd op de beroemde questionnaire van Marcel Proust.

Lees verder Theo Loevendie: ‘Ik ben een maniakale leerling’

Eddy Posthuma de Boer: ‘Ik ben gezegend met twee geheugens’

Eddy Posthuma de Boer (1931) is al meer dan zestig jaar fotograaf. Hij bezocht meer dan tachtig landen en fotografeerde voor verschillende kranten en tijdschriften – onder meer voor de Haagsche PostAvenue en Time-Life. Hij publiceerde een groot aantal fotoboeken en had diverse tentoonstellingen. 

(Gepubliceerd op de website van HP/De Tijd – 14 december 2017.)

Tot en met eind december zijn op De Kring in Amsterdam foto’s te zien die hij in de jaren zestig op de kunstenaarssociëteit maakte. Reden voor HP/De Tijd om hem te onderwerpen aan een ‘zelfportret’: een klassieke serie vragen, gebaseerd op de vermaarde questionnaire van Marcel Proust.

Wat is uw huidige gemoedstoestand?
Die is redelijk optimistisch. Ik ben wel beducht voor de dingen die kunnen gebeuren, maar ik laat me er niet door van de wijs brengen.

Wie zijn uw helden?
Dat zijn een paar fotografen. In de eerste plaats is dat André Kertész die samen met een groep andere fotografen in het interbellum vanuit hun geboorteland Hongarije naar Duitsland zijn gevlucht, en vanuit daar weer zijn doorgetrokken naar steden als Parijs en New York. Zij zijn de oerbron van de journalistieke fotografie. En daarnaast Henri Cartier-Bresson en de gebroeders Friedmann, beter bekend als Robert en Cornell Capa. Zij hebben mij geïnspireerd in wat ik wilde doen als fotograaf.

‘Als ik naar mijn ringvinger kijk, denk ik: dat is de vinger van mijn moeder.’

Aan wie ergert u zich?
Ik erger me nog steeds aan een onderwijzer op de lagere school. Dat was een vreselijke man. Op zaterdag stond hij in zijn WA-uniform voor de klas omdat hij ’s middags moest marcheren. En die man had een vreselijk gedrag. Als je te hard praatte met je buurman dan moest je op het podium komen en dan sloeg-ie ons met de koppen tegen elkaar. In de laatste oorlogsdagen heeft hij zich op een motorfiets tegen een betonnen wand gereden. Toen ik dat hoorde, dacht ik: zo, die is er niet meer.

Lijkt u op uw vader?
Zoals ze weleens zeggen: van boven lijk ik op mijn moeder en van onder op mijn vader. Nee, ik draag de familienaam, maar verder lijk ik in weinig op hem. Het was een goudeerlijke man, maar fanatisch links. En dat ben ik niet.

Lijkt u op uw moeder?
Als ik naar mijn ringvinger kijk, denk ik: dat is de vinger van mijn moeder. Mijn nagels zijn de nagels die mijn moeder had. Ik heb ook het karakter van mijn moeder. Zij was altijd optimistisch en zeer creatief. Als ik zie hoe zij altijd aan het borduren was en aan het knippen en plakken en wat dan ook. Dat heb ik van haar. Altijd iets bedenken en altijd iets maken.

‘Mijn grootste angst? Dat iemand een atoombom gooit.’

Wat zijn uw dagdromen?
Ik ben zeer tevreden met wat ik heb en wie ik ben. Als je op mijn leeftijd bent dan kijk je meer op het leven terug dan vooruit. Ik heb die dagdromerij dus niet meer nodig.

Wat is uw grootste angst?
Dat iemand een atoombom gooit.

Bidt u weleens?
Nee, nooit. Ik ben opgegroeid met de De amusante Bijbel van Léo Taxil, waarin God op een wolk werd afgebeeld en belachelijk werd gemaakt. Mijn vader en mijn moeder waren allebei niet gelovig.

Heeft u ooit een mystieke ervaring gehad?
Nee. Ik heb in Lourdes en Banneux gefotografeerd, en in wel meer van die bedevaartsoorden, en daar kom je mensen tegen die iedere dág een mystieke ervaring hebben. Mij is dat nooit overkomen. Daar ben ik teveel realist voor.

‘Geluk is een kort moment.’

Bent u aantrekkelijk?
Nee. Mijn broer was een leuke en mooie jongen, daar zaten de meiden achteraan, die kon overal terecht. Ik was een verlegen en bescheiden jongen met rood haar en sproeten – nou, dan weet je het wel. Een mooie jongen heeft niemand mij ooit gevonden.

Wat is uw definitie van geluk?
Geluk is een kort moment. Je kunt niet de hele dag gelukkig zijn. Laat staan een hele week of een heel jaar. Mijn laatste moment van geluk was afgelopen zondagmiddag bij de presentatie van het boek van mijn jongste dochter Eva: Voer voor vrienden. Ik was zo trots en er waren zoveel leuke mensen en de hele familie was bij elkaar – ja, dat was een geluksmoment.

Waar schaamt u zich voor?
Voor het gedrag van andere mensen. Ik ben eens in Zaïre op reportage geweest en toen ben ik op straat vijf keer gearresteerd. Dat kwam door de corruptie. Dan schaam ik me dat zo’n land zo slecht bestuurd wordt en daardoor zo’n slechte mentaliteit heeft.

Bent u monogaam?
Ja. Ik ben meer dan 55 jaar getrouwd met Henriette. Voor ons beiden is dat huwelijk fantastisch. We hebben geen behoefte aan iets of iemand anders.

Wanneer heeft u voor het laatst gehuild?
Ik heb dit najaar vier vrienden begraven. Bij drie moest ik huilen. Op onze leeftijd gebeurt het nog weleens dat je naar een begrafenis moet. Het is niet alleen de begrafenis die de emoties aanwakkeren, maar vooral het idee dat je voorgoed afscheid van iemand moet nemen. Iemand die ongeveer even oud is als jij en die je al je hele leven kent. Dan denk je onwillekeurig weleens: ik behoor ook tot de doelgroep.

‘Mannen hebben de eigenschap zorgzaamheid niet.’

Hoe moedig bent u?
Laat ik het zo zeggen: ik ben nogal wilskrachtig en daadkrachtig. Ik wil heel veel en om dat te kunnen doen moet je daadkracht tonen. Dat heb ik in mijn journalistieke leven altijd wel gehad. Misschien kun je dat onder het noemertje ‘moedig’ zetten. Maar ik ben niet iemand die in de gracht springt om een ander te redden. Dat moeten andere mensen maar doen.

Van wie heeft u het meest geleerd?
Ik denk van mijn vrouw. Mijn ouders waren eenvoudige mensen en door mijn vak kom je soms in situaties terecht waarin je je netjes moet gedragen en aan ongeschreven regels moet houden. Ik heb dat allemaal van mijn vrouw moeten leren.

Welke eigenschap waardeert u in een vrouw?
Zorgzaamheid vind ik iets fantastisch aan vrouwen. Die eigenschap hebben mannen niet. Dat heeft waarschijnlijk toch te maken met dat oerinstinct: de mannen gaan op jacht terwijl de vrouwen voor de kinderen zorgen. Ik merk die zorg in alles. Dan ziet mijn vrouw bijvoorbeeld weer een vlek in mijn trui die ik zelf helemaal niet had gezien en dan gaat ze dat schoonmaken.

Als u iets aan uzelf kon veranderen, wat zou dat dan zijn?
Dat ik fysiek weer zo zou zijn als dertig jaar geleden. Op mijn leeftijd heb je een beetje van dit en een beetje van dat en dat vind ik zo stom… Het mag niet ophouden bij mij. Ik heb zo’n leuk beroep en er is zoveel te zien en te doen in de wereld en dat blijft ook zo – dat geef je dan weer door aan andere generaties. Ik ben zo nieuwsgierig hoe de wereld er over twintig jaar uit zal zien en ik kan het bijna niet verkroppen dat ik er dan waarschijnlijk niet meer ben.

Hoe ontspant u zich?
Ik heb geen reden om te ontspannen, want ik doe alles wel ontspannen. Maar ik vind het wel prettig als ik ’s avonds om elf uur alles uit heb gedaan nog even wat te lezen in bed. Dat is voor mij bijna een soort meditatief moment. Ik bedenk of ik een nuttige dag heb gehad en zo nee, dan denk ik: morgen verder, hè, en vergeet het niet. En dan laat ik de dag los en val ik rustig in slaap.

Van wie houdt u het meest?
Van mijn vrouw en mijn twee dochters. Dat is lijfelijk en dat is verstandelijk en dat is meelevend en als er wat nieuws is dan bellen we gauw. Zij staan het dichtste bij.

Gelooft u in God?
Nee.

Waaraan bent u het meest gehecht?
Aan m’n dagelijks leven. Het bezig zijn in mijn studio met name. Ik werk eigenlijk nog steeds zeven dagen per week. Soms ben ik afgeleid of moet ik ergens naartoe, maar meestal ben ik hier bezig. Ik werk hard, maar besteed ook veel aandacht aan familie en vrienden. Je kunt ook niet zonder ze.

Welk leed heeft u anderen berokkend?
Ik geloof niet dat ik een schoon geweten heb, maar ik ben me ook niet bewust van het leed dat ik anderen berokkend heb. Ik heb weleens ‘klootzak’ tegen iemand geroepen, dat hebben we allemaal weleens, maar ik heb geen leed veroorzaakt door bijvoorbeeld met mijn auto een kind dood te rijden. Er zijn mensen die dat is overkomen, die ongewild veel leed hebben veroorzaakt, maar mij is dat godzijdank bespaard gebleven.

Wat beschouwt u als uw grootste mislukking?
Ik heb weleens dingen gemist in de journalistiek. Ik was in 1962 in Moskou voor een reportage. Toen ik terug op de redactie was, zei mijn chef: ‘Je hebt de begrafenis van Pasternak toch wel meegepakt?’ Dat had ik dus helemaal gemist. Jammer, want hij werd begraven in een open kist, dat deden ze in die tijd in de Sovjet-Unie. Dat vind ik dan een miskleun. Dat is later nog een paar keer gebeurd.

‘Het noodlot kun je niet bestellen of afwijzen – het overkomt je’

Wanneer was u het gelukkigst?
Bij de geboortes van mijn dochters. Dat vond ik fantastisch. En ik heb ook nog eens een onbestemd geluksgevoel gehad… Ik liep in het Alameda Park in Santa Barbara, ik ging op een bankje zitten en toen overviel me een onbestemd geluksgevoel dat ik nog nooit eerder had gevoeld. Het was een soort tevredenheid: ik zat daar aan de andere kant van de wereld in zo’n lief en aardig park en alles was goed. Een soort muzisch gevoel. Ik ben gelukkig gezegend met twee geheugens: mijn eigen geheugen is nog aardig in orde, alhoewel ik af en toe een beetje slijtage wel merk, maar mijn andere geheugen is mijn archief. En die twee geheugens triggerenelkaar. Het een herinnert me aan dit, het ander aan dat. Dat moment in het park zal ik nooit vergeten, maar als ik wil weten hoe het daar ook alweer was, hoef ik maar een doos open te trekken en de foto’s tevoorschijn te halen.

Wat is de beste plek om te wonen?
Amsterdam. We hebben een huisje in Frankrijk, en ik waardeer de stilte daar en de schone lucht, maar ik ben echt een jongen van de stad. Ik wil rumoer om mij heen hebben.

Hoe is ongeluk te vermijden?
Het noodlot kun je niet bestellen of afwijzen – het overkomt je. Het enige wat je kunt doen is alert blijven. Iedere dag alert blijven. Ik ben in Bogotá een keer in elkaar geslagen door twee jongens die m’n camera wilden hebben. Dat was mijn eigen schuld. Ik was niet alert genoeg. Ik had beter niet met hen op kunnen lopen, maar de nieuwsgierigheid overheerst dan toch altijd.

Wat is uw devies?
Carpe diem.

De expositie is nog tot en met eind december te zien op sociëtiet De Kring in Amsterdam. Meer informatie vindt u hier.

Stefan Hertmans: ‘Godsdienstoorlogen zijn de grootste stommiteit van de mensheid’

Toen hij van het CPNB de vraag kreeg om het Poëziegeschenk 2016 te schrijven, voelde hij zich tot de orde geroepen om eindelijk weer eens te gaan dichten.

Want Stefan Hertmans (Gent, 1951) was de laatste jaren vooral schrijver. Natuurlijk – hij had al een omvangrijk oeuvre literaire en essayistische teksten op zijn naam staan en werd daarvoor door velen geroemd, maar het verschijnen van zijn roman Oorlog en terpentijn(2013) veranderde veel. Het boek werd een regelrechte bestseller en werd overladen met literaire prijzen, waaronder de AKO Literatuurprijs en de Libris Literatuurprijs.

Dat boek maakte ook dat hij aan poëzie niet meer toekwam. Meer dan dertig jaar was poëzie ‘een constante ondertoon in mijn leven’, maar de succesroman verstoorde dat. “Ik merkte dat de stroom opdrogde, dacht dat de poëzie mij had verlaten omdat ik het te druk had”, zei hij daarover in een interview met Cultureel Persbureau. Vijf jaar na zijn laatste dichtbundel verschijnt deze week zijn nieuwe bundel, het Poëziegeschenk: Neem en lees.

Reden voor HP/De Tijd om hem te onderwerpen aan een ‘zelfportret’ – een maandelijkse serie vragen, gebaseerd op de beroemde questionnaire van Marcel Proust. 

Wat is uw huidige gemoedstoestand?
Ik ben heel rustig en tevreden met wat ik doe.

Wie zijn uw helden?
Ik houd niet van het begrip helden. Iemand een held noemen is hem buiten de gemeenschap plaatsen, hem op een voetstuk zetten. Iemand die een kind uit een brandend huis redt is geen held maar een mens die op dat moment zijn verantwoordelijkheid herkent. Als je die persoon een held noemt lijkt het of hij over bijzondere kwaliteiten beschikt die u en ik niet hebben, maar dat is niet waar. Ook wij kunnen een zometeen naar buiten lopen en iemand uit de ijskoude gracht redden.

Aan wie ergert u zich?
Ik erger me aan een boel mensen. Aan arrogantie, aan mensen die op sociale media voortdurend verzuurd hun cynische kritiek spuien en aan het gebrek aan verantwoordelijkheid. Bijvoorbeeld in het verkeer. Daar zie je de mens op zijn slechtst.

Lijkt u op uw vader?
Fysiek zie ik zelf weinig gelijkenissen, maar buitenstaanders zeggen weleens dat ik veel weg heb van mijn vader. Ik denk dat we dezelfde lichaamshouding hebben. En we proberen allebei onder alle omstandigheden onszelf te blijven. Een heel belangrijke eigenschap vind ik dit. Ik ben van de generatie – begin jaren zeventig gaan studeren – die een zogenaamde vadermoord wilde plegen. En dat heb ik ook gedaan, maar mijn vader heeft dat altijd aanvaard en heeft daar altijd met begrip op gereageerd. Nu ik ouder ben en zelf een zoon heb, heb ik dat meer leren bewonderen.

Lijkt u op uw moeder?
Ik leek tot mijn dertigste, vijfendertigste levensjaar fysiek heel erg op mijn moeder.

Wat zijn uw dagdromen?
Mijn dagdromen gaan bijna altijd over mijn huis in een klein dorpje in het zuiden van Frankrijk, waar ik veel meer tijd door zou willen brengen dan nu het geval is.

Wat is uw grootste angst?
Verdrinken. Het is voor mij een gruwelijk idee om te bedenken hoe groot de ruimte water is waarin je kunt verdrinken. Een keer ben ik bijna verdronken, toen ik met een jetski op Lake Powell in Arizona voer en in een hagelstorm terechtkwam.

Bidt u weleens?
Nee, niet meer. En dat is heel lastig als je gelovig bent opgevoed. Ik geloof dat het de Franse filosoof Georges Bataille was die zei: ‘Waar God zat zit nu een gat.’ En dat is waar: wanneer je gelovig bent opgevoed maar op een gegeven moment van je geloof valt, blijf je ergens een gemis voelen. En soms, als je heel bang of bezorgd bent, heb je de neiging om te bidden. Maar dat heeft geen zin. Je moet gewoon proberen rustig te blijven, want er is niemand die voor je kan zorgen. Bidden is voor veel mensen een soort EHBO-kistje. Zelden zullen mensen het bidden gebruiken om te danken voor wat goed is gegaan. Nee, ze vragen: help mij dat het goed zal gaan. Dat soort misbruik van het gebed, door het alleen te doen wanneer je iets nodig hebt, is voor mij de reden geweest om dat bidden heel snel af te leren.

Bent u aantrekkelijk?
Dat moet u aan de mensen vragen die mij kennen. Ik probeer mijzelf wel altijd bijzonder goed te verzorgen. Ik houd niet van onfrisse mensen. Een goede verzorging is de eerste voorwaarde voor aantrekkelijkheid. Iemand die je heel aantrekkelijk vindt maar plots uit zijn bek stinkt is niet meer aantrekkelijk. En daarbij: hij of zij toont geen zelfrespect. Ook dat is niet bepaald aantrekkelijk.

Wat is uw definitie van geluk?
In evenwicht zijn, zowel mentaal als lichamelijk. Geluk is voor mij nu ik ouder word niet meer het extatische, maar het rustig worden. Volledig in harmonie zijn met jezelf. Veel mensen denken dat geluk is wat je doet, maar geluk is juist hoe je iets doet.

Waar schaamt u zich voor?
Ik heb heel ongerichte onzekerheden over kleine details die anderen niet zien, maar waardoor ik mezelf soms afschuwelijk vind. Ik noem dat zelf: my own narcistic hell. Ik heb het bijvoorbeeld moeilijk op vernissages waar veel mensen zijn. Je moet dan met veel mensen een praatje maken, je hopt van het ene gesprek naar het andere, en hebt niet genoeg tijd en concentratie om een goed gesprek te voeren. Ik heb dan het gevoel dat ik tekortschiet tegenover mijn gesprekspartners. Het is belachelijk, het is kinderachtig, maar daar schaam ik me voor. Schaamte is egoïsme. Het is de achterkant van narcisme.

Bent u monogaam?
Ik ben van nature denk ik niet echt monogaam, maar ik ben heerlijk getrouwd met een bijzondere vrouw en ik ben haar trouw.

Wanneer heeft u voor het laatst gehuild?
Eergisteren bij het zien van de film La Vie d’Adèle, over een meisje van achttien dat verliefd wordt op een rijpere vrouw en haar ook weer verliest. Ik huilde geen tranen met tuiten, maar ik voelde wel dat ik helemaal volschoot en toch even in mijn ogen moest vegen.

Hoe moedig bent u?
Moed is iets dat getest moet worden. Maar ik denk wel dat ik altijd probeer op te komen voor dat wat ik mezelf als doel heb gesteld. En dat is een eerste vereiste van moed. Ik ben heel lang leraar geweest, heb studenten gehad die om een uur ’s nachts bij mij thuis op de wc een spuit in hun arm zetten en die dan drie uur lang wakker gehouden moesten worden omdat ze niet mochten wegzinken. In zo’n heftige situatie moet je op de weg proberen te blijven. Recht voor je uit kijken en denken: dit moet ik nu doen. Je verantwoordelijkheid nemen. Pas achteraf kunnen mensen dan zeggen: dat was moedig van hem. Maar daar sta je op dat moment niet bij stil.

Van wie heeft u het meest geleerd?
Van een leraar literatuur, die een wonder was wat betreft lesgeven. Iedereen werd betoverd door de manier waarop hij kon spreken. Hij ging van Monteverdi naar Baudelaire naar Bertolucci en gaf voor de vuist weg twee uur lang de meest fantastische colleges. Toen ik een jonge leraar was dacht ik: dit wil ik ook ooit zo kunnen. Ik wil zoveel rijkdom opdoen dat ik die met dezelfde bevlogenheid door kan geven aan mijn studenten. Van die man heb ik een vorm van generositeit geleerd.

Welke eigenschap waardeert u in een vrouw?
Intelligentie. En dat zij iets mannelijks heeft waardoor zij haar vrouwelijkheid kan relativeren.

Welke eigenschap waardeert u in een man?
Hetzelfde, maar dan andersom.

Als u iets aan uzelf kon veranderen, wat zou dat dan zijn?
Niets. Het is niet dat ik zo bijzonder tevreden ben met mezelf, maar ik vind dat je jezelf moet accepteren zoals je bent. Het enige dat ik misschien zou willen is opnieuw twintig jaar jonger zijn. Dat zou ik wel fijn vinden.

Hoe ontspant u zich?
Door te lezen, door muziek te luisteren of door te koken.

Van wie houdt u het meest?
De manier waarop ik van mijn vrouw houd is de manier waarop ik van haar het meeste houd, de manier waarop ik van mijn twee kinderen houd is de manier waarop ik van hen het meeste houd en de manier waarop ik van mijn vader houd is de manier waarop ik van hem het meeste houd.

Gelooft u in God?
Niet meer. Het is voor mij inmiddels onmogelijk om, met wat we inmiddels uit de wetenschap weten, me voor te stellen dat iemand aan het begin daarvan zou hebben gestaan. Dat is voor mij een interpretatie die tegen de feiten ingaat. Niemand kan ook bewijzen of er een opperwezen is of niet. Mensen maken elkaar al duizenden jaren dood om iets wat ze nooit kunnen bewijzen. Dat is de grootste stommiteit van de mensheid. Wel geloof ik dat de mens kan opgaan in iets groters – in een gemeenschapsgevoel, in ontroering, in schoonheid – maar daar heb ik geen God voor nodig.

Waaraan bent u het meest gehecht?
Ik ben heel erg gehecht aan kleine voorwerpen die ik al heel lang heb en altijd bij me steek: een zakmes dat ik dertig jaar geleden heb gekocht, een opschrijfboekje, een pen. Het geeft me een soort rust. Waar ter wereld ik ook ben heb ik het gevoel dat ik alles bij me heb.

Welk leed heeft u anderen berokkend?
Liefdesverdriet. Er kunnen momenten zijn dat je plots iemand in je herinnering weer voor je ziet en dat je denkt: God, wat ben ik hard geweest voor die persoon. Pas wanneer je zelf in zo’n situatie zit weet je wat je die persoon hebt aangedaan.

Wat beschouwt u als uw grootste mislukking?
Dat ik geen muzikant ben geworden. Ik heb wel muziek gemaakt maar ik had niet voldoende talent om door te gaan in de muziek, terwijl ik een broer heb die een fantastisch muzikant is.

Wanneer was u het gelukkigst?
Op het moment dat de meeste mensen hun midlifecrisis beleven, zo tussen hun negenendertigste en vijfenveertigste, was ik misschien wel het gelukkigst. Maar ik ben in principe nog steeds gelukkig. Je wordt alleen wat melancholischer als je ouder wordt: de jaren op je bankrekening smelten weg. Je hebt meer achter je dan voor je liggen. De eindigheid van dingen komt opeens ook heel dichtbij. Het euforische geluk dat je in het midden van je leven hebt, wanneer je het idee hebt dat er nog een eindeloos leven voor je ligt, is weg. Ik ben ook veel angstiger dan vroeger. Ik vind het niet meer vanzelfsprekend dat de dingen goed gaan. Ik ben als de dood dat er iets gebeurt met mijn zoon, mijn dochter, mijn kleindochter, mijn vader. Om helemaal onbezorgd gelukkig te zijn moet je naïef zijn, en dat ben ik niet meer.

Wat is de beste plek om te wonen?
Ik woon op een ontzettend fijne plek, een beetje buitenaf, net onder Brussel.

Wie hoopt u nooit meer terug te zien?
Ik heb onlangs de trieste moed moeten hebben om iemand die ik bijzonder graag zag als vriend uit mijn leven te schrappen. Keer op keer werd ik door hem verraden en gekwetst. Toen ik besloot dat de maat vol was heb ik hem opgebeld, hem vijf minuten verrot gescholden en zonder zijn antwoord af te wachten de hoorn op de haak gegooid. Ik zit daar vreselijk mee, maar het is zuiver op de graat. Het was de enige manier om hem kenbaar te maken dat hij mij pijn deed.

Hoe is ongeluk te vermijden?
Ongeluk kun je niet vermijden, hoe goed je ook uit je doppen kijkt. Het zal je altijd van achteren aanvallen.

Wat is uw devies?
Heb niet teveel deviezen, pas je aan de situatie aan.

Het Poëziegeschenk ‘Neem en lees’ van Stefan Hertmans wordt tijdens de Poëzieweek (28 januari tot en met 3 februari 2016) door boekwinkels aan klanten cadeau gedaan bij aankoop van € 12,50 of meer aan poëziebundels.

Hertmans-De-Liefde-©Marc-Brester-1

Zelfportret Eefje de Visser: ‘Paddo’s brengen me terug naar mijn kindertijd’

Na haar succesvolle debuutalbum De Koek (2011) en het eveneens lyrisch ontvangen Het is (2013) presenteert singer-songwriter Eefje de Visser (1986) op vrijdag 8 januari haar derde album: Nachtlicht.

De Volkskrant noemt het een ‘wonderschoon, modern popalbum’ en roemt haar dromerige muziek en poëtische mijmeringen. 3voor12 noemt het een van de tien meest veelbelovende platen van 2016. Vanaf aanstaande zondag trekt ze met de gelijknamige clubtour door het land om haar nieuwe repetoire de wereld in te sturen. Reden voor HP/De Tijd om haar te onderwerpen aan een ‘zelfportret’ – een maandelijkse serie vragen, gebaseerd op de beroemde questionnaire van Marcel Proust.

Wat is uw huidige gemoedstoestand?
Tevreden, omdat de plaat af is en ik een leuke tijd tegemoet ga denk ik. En omdat ik koffie voor m’n neus heb staan.

Wie zijn uw helden?
Lastig, maar als ik er drie moet noemen: Fiona Apple, Frank Ocean en Christine and The Queens.

Aan wie ergert u zich?
Aan mensen die heel dwingend zijn in hun mening. Mensen die geen begrip hebben voor mensen die een andere mening hebben, die willen dat jij denkt wat zij ook denken.

Lijkt u op uw vader?
Als mensen mijn vader zien, dan zien ze meteen dat ik zijn dochter ben. Ik, en al mijn broers en zussen eigenlijk, hebben hetzelfde donkere haar, dezelfde donkere wenkbrauwen, dezelfde ogen en – ook hele leuk – dezelfde neus.

Lijkt u op uw moeder?
Qua gezicht lijk ik dus op mijn vader, maar qua figuur op mijn moeder. En ik heb ook wel haar introverte kant denk ik.

Wat zijn uw dagdromen?
Ik dagdroom veel over mijn nieuwe tournee, wat ik ga doen, hoe het decor er uit gaat zien, hoe het licht er uit gaat zien, wat de volgorde van mijn liedjes gaat zijn en hoe dat dan allemaal samen gaat komen. Ik stel me dan altijd voor dat ik in het publiek sta en mezelf zie spelen.

Wat is uw grootste angst?
Eenzaamheid. Ik kan op zich goed alleen zijn, maar ik heb ook graag mensen om me heen.

Bidt u weleens?
Ik geloof dat het wel goed is om af en toe stil te staan bij wat je hebt, maar ik ben daar een beetje te ongeduldig voor, ik kan daar de rust niet voor vinden. Maar ik neem me wel voor om dat meer te gaan doen. Ik vind het belangrijk dat wanneer je ouder wordt, je ook wijzer wordt. En bezinning – je kunt dat bidden noemen – helpt daarbij.

Heeft u ooit een mystieke ervaring gehad?
Ik vind het gebruik van paddo’s altijd wel een soort van iets mystieks hebben. Het is dan net alsof je alles weer voor het eerst ziet, als een kind die de wereld ontdekt. Toen ik na gebruik naar mijn gitaar keek, zag ik de houtnerfjes, de vorm, de kleur. Alsof ik hem nog nooit eerder had gezien. Alles was opeens heel intens. Het is jammer dat er zo’n taboe rust op bepaalde drugs, en dat er zoveel vooroordelen zijn over het gebruik van drugs, omdat het gebruik van bepaalde drugs ook iets spiritueels kan hebben. Alcohol – een drug dat algemeen getolereerd wordt – heeft daarentegen vaak alleen maar een nare uitwerking op mensen.

Bent u aantrekkelijk?
Ik denk dat ik als ik goed in mijn vel zit wel aantrekkelijk kan zijn. Maar dat geldt voor iedereen. Ik val dan ook niet per se op knappe mannen, maar mannen die chill zijn met zichzelf en hun omgeving.

Wat is uw definitie van geluk?
Jezelf en de mensen om je heen accepteren.

Waar schaamt u zich voor?
Voor uitspraken die ik doe in interviews. Je moet tijdens een interview altijd denken: ga ik eerlijk antwoord geven op deze vraag of lul ik er een beetje omheen? Toen het een tijdje niet zo goed met me ging heb ik daar veel teveel over gezegd, terwijl ik achteraf dacht: dit wilde ik helemaal niet vertellen. Ik zou liever alleen maar muziek willen maken zonder daarover (of over mezelf) te apraten.

Bent u monogaam?
Jaaa. Behoorlijk.

Wanneer heeft u voor het laatst gehuild?
Deze week ergens denk ik. Waarom dat was? Goh. Ik denk dat ik ruzie had gehad. Met m’n vriendje.

Hoe moedig bent u?
Als ik zie dat iemand in mijn omgeving onrecht wordt aangedaan dan bemoei ik me daar wel mee. Ik moet zeggen dat ik verder vrij ongedisciplineerd ben en soms weinig ruggengraat heb – in die zin ben ik helemaal niet moedig.

Van wie heeft u het meest geleerd?
Muzikaal gezien van mijn ome Ruud. Hij heeft me veel verteld over arrangementen en sound en is streng geweest op mijn gitaarspel. Ome Ruud zat samen met mijn vader en moeder in een band en heeft heel veel supermooie liedjes geschreven die zo de wereld over hadden gekund, liedjes in de stijl van Neil Yong en Crosby, Still & Nash, maar ze zijn nooit uitgebracht. Daar is hij te eigenwijs voor.

Welke eigenschap waardeert u in een vrouw?
Gezelligheid. Een beetje een kakelkontje, daar hou ik wel van.

Welke eigenschap waardeert u in een man?
Authenticiteit. Dat ze zichzelf zijn, zonder zich aan te passen.

Als u iets aan uzelf kon veranderen, wat zou dat dan zijn?
Ik zou wel wat meer discipline willen hebben, wat minder willen lanterfanten. Ik heb mijn school niet afgemaakt, heb allerlei plannen gehad waar ik nooit iets mee heb gedaan. Als ik iets strenger voor mezelf ben kan ik meer muziek gaan maken en meer uit het leven halen.

Hoe ontspant u zich?
Ik ga superveel zwemmen en naar de sauna, dat vind ik fantastisch. Ook omdat je daar geen telefoon mee naar toe kunt nemen.

Van wie houdt u het meest?
Ik denk van mijn vriendje, Pieterjan.

Gelooft u in God?
Niet echt, maar ik ben er soms wel mee bezig. Ik ben niet gelovig opgevoed, heb het geloof ook een tijdje totale onzin gevonden, maar nu merk ik dat het spirituele me wel trekt. Het idee dat alles en iedereen met elkaar in verbinding staat vind ik een aantrekkelijke gedachte. Het is zonde om het spirituele gedeelte uit je leven te bannen door alleen maar rationeel naar alles te kijken.

Waaraan bent u het meest gehecht?

Ik heb een heel goede vriend waar ik ook wel mee samen ben geweest, Marcel. Dat is iemand die veel voor me heeft betekent of nog steeds veel voor me betekent, ook al zijn we niet meer samen.

Welk leed heeft u anderen berokkend?
Ik ben soms wel egoïstisch geweest. Dat ik teveel met mijn eigen carrière bezig ben geweest en teveel in mijn eigen wereldje leef. In de liefde heeft me dat wel eens in de weg gestaan.

Wat beschouwt u als uw grootste mislukking?
Ik heb wel dingen gedaan die ik anders zou doen, maar die zie ik niet echt als mislukkingen. Ik heb ooit muziek gemaakt die ik nu niet meer zou maken en waar ik toen misschien ook niet achterstond, maar dat zie ik niet als een mislukking. Niemand kan nooit ergens spijt van hebben.

Wanneer was u het gelukkigst?
De afgelopen twee jaar. Niet alleen omdat ik van m’n muziek kon gaan leven en veel met muziek bezig ben geweest, maar ook omdat ik emotioneler ben geworden. Ik huil veel sneller, maar leuke dingen komen ook meer binnen.

Wat is de beste plek om te wonen?
Gent. Mijn vriend woont daar, ik ben daar dus veel, en het is een heel leuke stad om te wonen. De mensen zijn daar heel erg trots op hun tolerante, linkse mentaliteit, en dat vind ik wel leuk. De Bourgondische cultuur – veel eten, drinken en feesten – spreekt me ook aan en het is ook nog eens een heel mooie oude stad.

Wie hoopt u nooit meer terug te zien?
De trainer van onze hond Tobias. Toen onze hond weer eens niet wilde luisteren op hondencursus trok ze hem via zijn riem omhoog en liet hem heel lang spartelen in de lucht.

Hoe is ongeluk te vermijden?
Ik denk dat ongeluk niet te vermijden is, maar om toch een antwoord te geven: door niet te doen wat andere mensen willen dat je doet.

Wat is uw devies?
Wees tolerant naar elkaar.

Het album Nachtlicht van Eefje de Visser is hier te bestellen. Een complete speellijst van de gelijknamige clubtour vindt u hier.

Eefje de Visser

Domien Verschuuren: ‘Ik zoek graag de grenzen op binnen mijn relatie’

Domien Verschuuren (1988) is sinds 2006 radio-dj bij NPO 3FM en presenteert onder meer het avondprogramma Dit is Domien! Van vrijdag 18 december tot en met donderdag 24 december zit hij samen met collegae Giel Beelen en Paul Rabbering opgesloten in het Glazen Huis in Heerlen, om namens 3FM Serious Request geld op te halen voor het Rode Kruis.

Reden voor HP/De Tijd om hem te onderwerpen aan een ‘zelfportret’ – een maandelijkse serie vragen, gebaseerd op de beroemde questionnaire van Marcel Proust.

Wat is uw huidige gemoedstoestand?
Een beetje gestrest. Ik heb vorige week mijn huis verkocht, ben verhuisd naar een tijdelijke tussenwoning, heb een nieuw huis gekocht – waar ook nog allerlei dingen voor geregeld moeten worden – en hop op dit moment van afspraak naar afspraak voor 3FM Serious Request. Alles lijkt nu bij elkaar te komen.

Wie zijn uw helden?
Mijn ouders. Dat is vooral vanwege de manier waarop ik opgevoed ben. Ik kreeg ontzettend veel vrijheid en werd in alles wat ik deed gesteund. Dankzij hen leid ik nu het leven waarvan ik altijd had gedroomd. Maar ook vanwege de manier waarop zij omgaan met het leven en alle pieken en dalen die daar bij horen.

Aan wie ergert u zich?
Aan mensen die dingen niet vanuit hun hart doen, maar vanuit een gedachte om daar zelf beter van te worden, of daar een bepaalde status mee te krijgen. Wat ik heel heftig vind zijn BN’ers die zich niet inzetten voor één goed doel, maar voor dertig goede doelen. Dan vraag ik me af: doe je dat omdat al die dertig goede doelen je in het hart raken, of omdat je weet dat je in naam van dat goede doel weer even met je bek in RTL Boulevard terechtkomt?

Lijkt u op uw vader?
Ja en nee. Ik heb wel de drift van mijn vader overgenomen, en ook de wilskracht om iets te laten slagen. Al heeft hij daar meer geduld voor dan ik.

Lijkt u op uw moeder?
Ik schijn de ogen en de neus van mijn moeder te hebben. En ook qua karakter lijk ik wel op haar. Mijn moeder kan heel snel een mening over iets of iemand hebben en dat dan op een heel sarcastische manier verwoorden. Daar heb ik ook wel een handje van.

Wat zijn uw dagdromen?
De enige dagdroom die ik heb, zeker in dit soort weken waarin ik heel erg druk ben, is dat ik denk: wat als ik mezelf nu laat verdwijnen? Dat ik vandaag besluit alles achter me te laten en gewoon voor drie maanden, zonder telefoon of pc of wat dan ook, naar Nieuw-Zeeland te vertrekken. Maar tegelijkertijd weet ik ook van mezelf dat ik dat nooit zou doen. Daar ben ik een veel te grote control freak voor.

Wat is uw grootste angst?
Om een van mijn ouders te verliezen. Dat is het enige waar ik niet over wil nadenken en ook niet over kán nadenken. Dat is een te surrealistisch idee. Mijn vader heeft vijf jaar geleden een herseninfarct gehad waardoor hij rechtszijdig verlamd is geraakt. Mijn moeder zorgt nu voor hem. Na dat infarct is alles veranderd: opeens werd hun vergankelijkheid onderstreept en kwam voor het eerst het besef dat ze er op een dag niet meer zullen zijn. Dat idee hangt als een soort grijs wolkje boven mijn leven.

Bidt u weleens?
Nooit. Ik ben overtuigd atheïst.

Heeft u ooit een mystieke ervaring gehad?
Nee. Maar een jaar of twaalf geleden kreeg ik van mijn toenmalige vriendin een klavertje drie uit Ierland, dat is daar het symbool voor geluk. Dat geplastificeerde blaadje heb ik al die tijd in mijn portemonnee gehad. Ik durfde hem al die tijd niet weg te gooien. Bang voor ongeluk. Maar twee maanden geleden kocht ik een nieuwe portemonnee en besloot ik hem toch in de prullenbak te gooien. En zie: ik ben er nog.

Bent u aantrekkelijk?
Als je me dit tien jaar geleden had gevraagd had ik volmondig ‘nee’ geantwoord, maar nu zou ik zeggen: ik vind mezelf wel aantrekkelijker dan ik me ooit wel eens heb gevonden. Doordat radio steeds meer televisie wordt en je constant – bijvoorbeeld op Facebook en Twitter – op je uiterlijk wordt beoordeeld, word je je daar ook steeds meer bewuster van. En als je maar vaak genoeg hoort dat je er leuk uit ziet dan ga je dat uiteindelijk vanzelf geloven.

Wat is uw definitie van geluk?
Iedere dag kunnen doen wat je wilt doen en dat kunnen doen met diegenen met wie je dat wilt doen.

Waar schaamt u zich voor?
Ik schaam me het meest voor mijn korte lontje. Ik kan in een split-second omslaan van supervrolijk naar bloedchagrijnig omdat iets me niet aanstaat: van een vastgelopen computer tot een koud geworden kop koffie.

Bent u monogaam?
Ik ben monogaam, maar ik vind aandacht van vrouwen en daarin de grens opzoeken wel interessant. Afgelopen zomer zijn mijn vriendin Caroline en ik even uit elkaar geweest, omdat acht jaar een monogame relatie hebben met dezelfde vrouw me ontzettend begon te benauwen. Ik dacht: ik ben 27 jaar, als ik van vrouwelijke aandacht wil genieten moet ik dat nu doen, en niet als ik veertig ben. Maar ik kwam er toen al snel achter: vrijgezel zijn is niets voor mij. Er zwemmen ongetwijfeld nog veel meer vissen in de zee, maar ik heb nu beet en die vis moet ik bij me houden. Daar word ik het gelukkigst van. Maar dat neemt niet weg dat ik flirten nog steeds heel erg leuk vind. Mijn vriendin trouwens ook.

Wanneer heeft u voor het laatst gehuild?
Een week geleden. In ons oude appartement. Mijn vriendin en ik waren daar voor een laatste keer samen om de sleutels in te leveren. Ik deed nog een laatste rondje door het leeggehaalde huis en zag mijn vriendin op het balkon staan. Toen ik naar haar toe liep zag ik dat ze aan het huilen was, en toen schoot ik ook vol.

Hoe moedig bent u?
Niet. Ik denk dat ik alleen moedig ben op het moment dat het moet. Als ik iemand uit een brandend huis zou moeten redden dan zou ik dat doen.

Van wie heeft u het meest geleerd?
Ik heb van heel veel mensen heel veel geleerd. Ik heb van mijn ouders heel veel geleerd, ik heb van mijn vriendin heel veel geleerd en op zakelijk gebied heb ik heel veel van Michiel Veenstra geleerd. Toen hij bij de radio kwam heeft hij me onder zijn vleugels genomen.

Welke eigenschap waardeert u in een vrouw?
Eerlijkheid.

Welke eigenschap waardeert u in een man?
Vriendschap. En in het verlengde daarvan: loyaliteit.

Als u iets aan uzelf kon veranderen, wat zou dat dan zijn?
Mijn onzekerheid wegnemen. Ik ben minder onzeker dan ik ben geweest, maar er blijft altijd een sublaag in je geweten zitten dat altijd onzeker is. En dat vind ik heel irritant. Soms komt dat op de meest onbenullige momenten naar boven, bijvoorbeeld als je op een zomerse zaterdagmiddag in je eentje een plekje moet zoeken op een vol terras.

Hoe ontspant u zich?
Dat vind ik moeilijk. Ik sta 24 uur per dag aan en kijk constant op mijn laptop, telefoon en check continu mijn mail, twitter en whatsapp. Maar als ik echt wil ontspannen leg ik mijn telefoon aan de kant, wat al een vrij groot probleem is, en ga ik een serie kijken.

Van wie houdt u het meest?
Van mijn ouders.

Gelooft u in God?
Nee.

Waaraan bent u het meest gehecht?
Ik zou bijna zeggen: aan mezelf, maar dat klinkt zo narcistisch. Maar ik weet van mezelf wat ik aan mezelf heb en hoe ik met mezelf om moet gaan, en dat vind ik best wel comfortabel.

Welk leed heeft u anderen berokkend?
Binnen mijn relatie heb ik echt wel domme dingen gedaan. Het meest recente voorbeeld is die break-up, waar ik mijn vriendin heel veel pijn me heb gedaan. En door dat korte lontje kan ik soms ook echt onmogelijk tegen haar zijn. Om niets.

Wat beschouwt u als uw grootste mislukking?
Mijn studententijd in Tilburg. Daar heb ik namelijk helemaal niets mee gedaan. Ik heb daar geen vrienden gemaakt, heb me niet aangesloten bij een studentenvereniging en heb niet de moeite genomen om de stad te leren kennen. Ik heb, doordat ik zo snel mogelijk naar Hilversum wilde, de vrije periode van mijn studentenjaren weggeflikkerd en daar heb ik echt heel veel spijt van.

Wanneer was u het gelukkigst?
Nu. Ik zit op dit moment wel in de gelukkigste periode van mijn leven, denk ik. En dat geluk zit in kleine momenten: een diner met mijn ouders, mijn vriendin en mijn zusje bijvoorbeeld. Of een leuk moment op de radio. Of met m’n vrienden een avond in de kroeg hangen.

Wat is de beste plek om te wonen?
Ik ben niet zo’n globetrotter, maar als ik het dan dicht bij mezelf moet houden: Utrecht. Mijn vriendin en ik betrekken daar over zes maanden een nieuwe koopwoning en ik hoop dat dat de beste plek is om te wonen.

Wie hoopt u nooit meer terug te zien?
Dat zou ik oprecht niet weten. Ik koester jegens niemand zo’n wrok dat ik die persoon nooit meer hoef te zien.

Hoe is ongeluk te vermijden?
Niet.  

Wat is uw devies?
Zorg voor je eigen geluk, zonder dat je anderen daardoor uit het oog verliest.

Domien Verschuuren
Domien Verschuuren

Zelfportret Pieter Steinz: ‘Ik ben bang voor pijn, niet voor de dood’

Pieter Steinz (1963) werkte meer dan twintig jaar als redacteur en literair recensent bij NRC Handelsblad en was sinds 2012 directeur van het Nederlands Letterenfonds, maar trok zich terug toen in 2013 de agressieve spierziekte ALS bij hem werd geconstateerd.

Van zijn hand verschenen onder meer de veelgeprezen bestsellers Dracula heeft echt geleefd, Made in Europe, en (met zijn dochter Jet) Steinz – gids voor de wereldliteratuur. Zijn laatste boek is het vorige week verschenen Lezen met ALS – Literatuur als levensbehoefte, waarin hij het verloop van zijn ziekte verbindt met boeken die hij (her)las.

Reden voor HP/De Tijd om hem te onderwerpen aan een ‘zelfportret’ – een maandelijkse serie vragen, gebaseerd op de beroemde questionnaire van Marcel Proust.

Wat is uw huidige gemoedstoestand?
Berustend maar opgewekt.

Wie zijn uw helden?
Paul McCartney om zijn virtuoze composities, Monty Python om hun absurdistische meesterwerken, René Goscinny om zijn humoristische scenario’s, George Orwell om zijn combinatie van maatschappijkritiek en literaire verbeeldingskracht en Woody Allen om zijn films vol kippenvel en tranen. En Mandela en Gandhi natuurlijk.

Aan wie ergert u zich?
Hufters en stomkoppen.

Lijkt u op uw vader?
Alleen in mijn liefde voor literatuur en reisgidsen.

Lijkt u op uw moeder?
Weinig, maar ik lijk wel veel op haar vader, mijn opa. Van hem heb ik een calvinistische inborst en een groot rechtvaardigheidsgevoel. Uiterlijk ben ik de afgelopen twee jaar ook steeds meer op hem gaan lijken.

Wat zijn uw dagdromen?
Dezelfde als die van andere ALS-patiënten: slapen zonder masker, praten zonder iPad, eten zonder sonde, wandelen zonder rolstoel, seks zonder beperkingen.

Wat is uw grootste angst?
Dat er iets ergs met mijn vrouw en kinderen gebeurt.

Bidt u weleens?
Nooit. Ik ben belijdend atheïst.

Heeft u ooit een mystieke ervaring gehad?
Niets dat niet aan het toeval kan worden geweten.

Bent u aantrekkelijk?
Een stuk minder dan een paar jaar geleden, qua uiterlijk dan.

Wat is uw definitie van geluk?
Een staat van tevredenheid met wat je hebt en wat je kunt.

Waar schaamt u zich voor?
Voor de aftakeling van mijn lichaam.

Bent u monogaam?
Sinds 1984.

Wanneer heeft u voor het laatst gehuild?
Een paar maanden geleden, bij het zien van Woody Allens Midnight in Paris.

Hoe moedig bent u?
Ik ben bang voor pijn, niet voor de dood. Maar ik zou mezelf geen held durven noemen.

Van wie heeft u het meest geleerd?
Van mijn vrouw, Claartje.

Welke eigenschap waardeert u in een vrouw?
Schoonheid, trouw, eerlijkheid, daadkracht, intelligentie, gevoel voor stijl en humor.

Welke eigenschap waardeert u in een man?
Trouw, eerlijkheid, eruditie, gevoel voor humor.

Als u iets aan uzelf kon veranderen, wat zou dat dan zijn?
Geen ALS meer.

9200000040491590Hoe ontspant u zich?
Als ik te moe ben voor een boek lees ik een Asterix, een Lucky Luke of zelfs een oude Suske en Wiske. Ben ik te moe voor een goede film, kijk ik naar Ik vertrek, Bed & Breakfast, Rail Away of een ander pretentieloos programma.

Van wie houdt u het meest?
Van mijn vrouw en mijn kinderen

Gelooft u in God?
Nee, maar ik geloof wel dat er niets is.

Waaraan bent u het meest gehecht?
Aan de vijftig fotoboeken waarin ik mijn verleden heb vastgelegd.

Welk leed heeft u anderen berokkend?
Op school heb ik wel eens iemand gepest, als journalist heb ik mensen in verlegenheid gebracht, als literair criticus heb ik vernietigende recensies geschreven, als chef heb ik medewerkers de wacht aangezegd.

Wat beschouwt u als uw grootste mislukking?
Ik heb met moeite en na vijf examens mijn rijbewijs gehaald, daarna zonder plezier en enig talent een jaar of tien gereden, en uiteindelijk geen stuur meer aangeraakt.

Wanneer was u het gelukkigst?
Tussen mijn veertigste en mijn vijftigste, met opgroeiende kinderen, mooie banen en geweldige reizen.

Wat is de beste plek om te wonen?
Bij de bossen en aan zee. Met Haarlem kom je een heel eind, zeker als je een tuin hebt.

Wie hoopt u nooit meer terug te zien?
Hufters en stomkoppen.

Hoe is ongeluk te vermijden?
Dat kan niet. Je kunt er het best mee leren leven.

Wat is uw devies?
Grace under pressure.

_MG_0011

Zelfportret Frank Lammers: “Ik erger me aan een groot deel van de Nederlandse bevolking”

Frank Lammers (Mierlo, 1972) is acteur. Hij speelt de hoofdrol  in J. Kessels, de verfilming van de gelijknamige roman van P.F. Thomése en de openingsfilm van het Nederlands Film Festival in Utrecht, en maakt later dit jaar zijn regiedebuut met de speelfilm Of ik gek ben.

Wat is uw huidige gemoedstoestand?
Eh, nouja, mwah. Ik heb me weleens beter gevoeld. M’n moeder is ziek, heb ik net gehoord. Dus dat vind ik niet zo leuk.

(NB: niet lang na dit interview is de moeder van Frank Lammers overleden.)

Wie zijn uw helden?
Romario, omdat hij een briljant voetballer is. Ghandi, omdat hij moreel superieur is. En Martin Luther King. Die had lef.

Aan wie ergert u zich?
Aan een groot deel van de mensheid, vrees ik. Een zeer naar percentage. Zeker nu ik zie hoe er door de regering en een groot deel van de bevolking zo hardvochtig wordt omgegaan met de vluchtelingenproblematiek.

Bent u aantrekkelijk?
Ik ben een filmster, hallo.

Wat is uw grootste angst?
Dat mijn moeder doodgaat. En dat m’n kinderen iets overkomt.

Gelooft u in God?
Nee, maar als hij wel bestaat, dan bij dezen: excuses.

Bidt u weleens?
Ik geloof niet in God, maar als ik mijn dochter in bed leg doe ik met haar altijd een klein gebedje wat ik van mijn moeder heb geleerd: ‘Dank u lieve heertje, dank u lieve vrouwtje, dank u engeltje zoet, die mij vannacht bewaren moet, voor water en vuur in het kranken uur, nu tot in de dood, iedereen wordt groot, en nu ga je lekker bedje slapen.’

Hoe ontspant u zich?
Ik kijk graag sport, ik kaart graag en slapen vind ik ook heel lekker. De eerste twee weken van een vakantie slaap ik altijd. De hele dag.

Frank Lammers. Foto: Corbino
Frank Lammers. Foto: Corbino

Het hele Zelfportret met Frank Lammers leest u hier op Blendle. U kunt hier het hele tijdschrift inzien, of hier een voordelig (proef)abonnement afsluiten.

Zelfportret Dick Matena: ‘Ik leef in een wereld die niet meer de mijne is’

Hij leerde het vak in de tekenstudio van Marten Toonder, waar hij – eerst als volontair, later in vaste dienst en als freelancer – mee mocht tekenen aan onder meer de dagelijkse strip van Tom Poes.

In weekblad Prinses publiceerde striptekenaar Dick Matena (1943) voor het eerst een strip onder eigen naam: Polletje Pluim. In de jaren daarna werkte hij onder meer mee aan stripverhalen in weekblad Pep (De Argonautjes, Ridder Roodhart) en de Donald Duck (De Grote Boze Wolf, Tokkie Tor). Eind jaren zeventig krijgt hij internationale bekendheid door zijn nieuwe, realistische manier van tekenen waarmee hij beeldverhalen als Mythen heeft vormgegeven. Diezelfde stijl is terug te vinden in het werk waar we hem tegenwoordig vooral van kennen: zijn ‘verstrippingen’ van romans als De Avonden van Gerard Reve, Kaas van Willem Elsschot en Kort Amerikaans van Jan Wolkers.

Dit jaar zit hij 55 jaar in het vak. Museum Meermanno in Den Haag stelde een overzichtstentoonstelling samen: Dick Matena. Getekend leven. De tentoonstelling geeft in ruim tweehonderd originele tekeningen, schetsen en brieven een beeld van de omvangrijke carrière van ‘s lands bekendste striptekenaar.

Reden voor HP/De Tijd om Dick Matena te onderwerpen aan ‘zelfportret’: een klassieke serie vragen, gebaseerd op de vermaarde questionnaire van Marcel Proust.

Wat is uw huidige gemoedstoestand?
Na een hartinfarct, hartstilstand en hartoperatie is mijn gemoedstoestand: chronisch onrustig en bij vlagen wanhopig. De mentale nasleep is heviger dan de fysieke.

Wie zijn uw helden?
Helden heb ik teveel om op te noemen. In de sport, in de kunst, in het sociale leven – ik ben erg goed in bewonderen. Om er willekeurig een paar te noemen: Hans G. Kresse (de tekenaar van Eric de Noorman), de jonge Elvis en Olivier B. Bommel.

Aan wie ergert u zich?
Aan zelfingenomen mensen die alles wat ze overkomt aan roem, geld en succes vanzelfsprekend vinden. Dat is een eigenschap die vooral bij tv-diva’s veel voorkomt.

Lijkt u op uw vader?
Qua uiterlijk niet. Ik geloof sowieso ook dat je eerder gevormd wordt door het tijdsgewricht waarin je leeft en wat daarin gebeurt, dan door opvoeding en overerving. Al ontken ik het bestaan van genen natuurlijk niet.

Lijkt u op uw moeder?
Qua uiterlijk wel. Voor de rest: zie mijn vorige antwoord. Al vrees ik dat in dit geval via opvoeding een aantal van haar fobieën en angsten ook de mijne geworden zijn. Of via haar genen, vooruit dan maar.

Wat zijn uw dagdromen?
Dagdromen doe je als je jong bent en alles nog mogelijk is. Op mijn tweeënzeventigste kan ik moeilijk nog mijmeren over een toekomst die al geruime tijd achter me ligt.

Wat is uw grootste angst?
Laat ik ‘t maar op doodsangst houden. Want het is toch de angst voor het sterven dat je in leven houdt – je zelfs aan het leven doet vastklampen, ook al lijkt dat leven totaal uitzichtloos.

Bidt u weleens?
Net als iedereen roep ik God weleens aan. ‘Godallemachtig!’ ‘God sta me bij!’ Of: ‘Dat God je moge helpen, mij ontbreekt daarvoor de tijd!’ Als dat bidden is, dan bid ik regelmatig.

Heeft u ooit een mystieke ervaring gehad?
Nee. Ik ben even klinisch dood geweest, maar herinner me geen bijna-doodervaring. Geen tunnel met aan het eind een helder licht waar overleden dierbaren me hartelijk welkom heetten of zoiets. Alleen maar diepe duisternis, helaas.

Bent u aantrekkelijk?
Ooit geweest, toen de wereld jong was en iedereen mooi. Nu maak ik mezelf graag wijs dat ik van binnen mooi ben: geestig, aardig en charmant.

matena

Wat is uw definitie van geluk?
Gelukkig ben je altijd later, nooit op het moment zelf. Geluk is voor de weemoedigen. Geluk is voor zangers en dichters die nostalgisch kunnen wegdromen over vroeger en daar mooie teksten over schrijven, zodat wij die momenten van geluk ook nog even terug kunnen halen.

Waar schaamt u zich voor?
Toen ik jong was schaamde ik me voor alles. Van lieverlee werd dat minder en minder, en nu ik oud ben schaam ik me voor bijna niets meer. En een weekje in een ziekenhuis doet dat ‘bijna’ ook nog verdwijnen.

Bent u monogaam?
Ja, maar dat is ook niet zo moeilijk. De vrouw met wie ik al 41 jaar getrouwd ben, ziet er nog altijd uit als een filmster. Ze is lief als een engel en sexy is ze ook nog. Waarom dan vreemdgaan?

Wanneer heeft u voor het laatst gehuild?
Gisteren.

Hoe moedig bent u?
Wanneer ben je moedig? Een man, ik vond hem altijd een watje, sprong zijn zoon achterna toen die plots in de kolkende zee was verdwenen. Zou ik hem dat nadoen? Geen idee. Helaas zijn ze allebei verdronken. Voor zo’n man neem ik mijn hoed af.

Van wie heeft u het meest geleerd?
Er is altijd wel iemand van wie je iets opsteekt. Van je ouders, van leraren, van mensen die je al jaren kent, maar een opmerking van een toevallige passant kan ook blijven hangen. Ik kan onmogelijk een specifiek iemand noemen.

Welke eigenschap waardeert u in een vrouw?
Humor, gevatheid, ironie, intelligentie en dat gecombineerd met alles wat een vrouw fysiek aantrekkelijk maakt. (Kwijl, kwijl.)

Welke eigenschap waardeert u in een man?
Alles wat ik ook waardeer in een vrouw, maar dan zonder ‘alles wat een vrouw fysiek aantrekkelijk maakt’ natuurlijk.

Als u iets aan uzelf kon veranderen, wat zou dat dan zijn?
Mezelf een kop geven die mooi oud wordt. Zoals Gregory Peck die vroeger had, Sean Connery die nu heeft en, vrees ik, George Clooney die in de toekomst krijgt.

Hoe ontspant u zich?
Vroeger was dat met drank. En dan doordrinken tot net dat ene glas teveel, en ontspanning oversloeg in agressie.  Nu ik niet meer drink kom ik tot rust met obligate dingen: een boek, een film, televisiekijken en muziek.

Van wie houdt u het meest?
Van mijn vrouw en kinderen natuurlijk, en van mijn vrienden. En abstracter: van hen die mijn leven verrijkt hebben. Tekenaars, schilders, schrijvers, dichters, zangers – kunstenaars in het algemeen. En daar horen ook enkele topsporters bij, Johan Cruijff en Eddy Merckx in het bijzonder.

Gelooft u in God?
Dat zou ik graag willen. Leven en sterven zouden dan een stuk prettiger en makkelijker zijn.

Waaraan bent u het meest gehecht?
Nog altijd aan het leven en aan alles en iedereen die me dierbaar is, ook al sta ik met één been in de jaren vijftig en met het andere in het graf, in een wereld die niet van mij is maar van mijn kinderen en kleinkinderen.

Welk leed heeft u anderen berokkend?
Veel leed waar ik waarschijnlijk geen weet van heb, want onbewust doe je veel kwaad. Waar ik zelf het meest onder lijdt is het leed dat ik mijn kinderen uit mijn eerste huwelijk berokkend heb nadat ik scheidde van hun moeder, hoe onvermijdelijk die scheiding ook was. We hebben hen een jeugd ontroofd en dat is nooit meer goed te maken, helaas.

Wat beschouwt u als uw grootste mislukking?
Mijn eerste huwelijk.

Wanneer was u het gelukkigst?
Als ik terugkijk: tussen mijn dertigste en mijn vijftigste. Toen mijn kinderen nog klein waren, mijn werk floreerde, mijn tweede huwelijk gelukkig was en het leven in het algemeen goed.

Wat is de beste plek om te wonen?
Ik heb het in een aardig huis in een bos altijd het meest naar mijn zin gehad, maar mijn vrouw gedijt het best in Amsterdam. Een compromis zou dan zijn een huis in een Amsterdams bos, maar ja: vind dat maar eens.

Wie hoopt u nooit meer terug te zien?
Ik ontmoet dagelijks mensen bij wie ik denk: hopelijk zie ik hem of haar nooit meer terug. Maar als ik dan ‘s avonds naar bed ga, ben ik alweer vergeten wie het waren. Ik heb geen specifieke personen die ik nooit meer terug hoop te zien. Met het klimmen der jaren neemt de rancune af, merk ik.

Hoe is ongeluk te vermijden?
Ongeluk is niet te vermijden. Kleine en grote ongelukken, ze horen erbij en ze overkomen vroeg of laat iedereen. Ik heb mensen gekend die uitgesproken zondagskinderen waren, voor het geluk geboren, en die op het laatst van hun leven in een poel van ellende terechtkwamen omdat ze ook nog eens het ‘geluk’ hadden stokoud te worden, te oud zelfs, en uiteindelijk na een prachtig leven diep ongelukkig stierven.

Wat is uw devies?
Geen. Ik hou niet zo van tegeltjeswijsheden.

De tentoonstelling ‘Dick Matena. Getekend leven’ is tot en met 27 september 2015 te zien in Museum Meermanno in Den Haag. Meer informatie vindt u hier.

Dick Matena. Foto: Ringel Goslinga

 

Zelfportret Bennie Jolink: ‘Bekende Nederlanders, dat zijn publiciteitsgeile narcisten’

Exact veertig jaar geleden, op Hemelvaartsdag 1975, gaf hij zijn allereerste optreden ooit. Bennie Jolink, voorman van de Achterhoekse band Normaal, legde die dag de basis voor wat later de dialectpop zou worden genoemd. Nu, veertig jaar en talloze hits later, vindt hij het welletjes geweest. Zijn gezondheid laat het niet langer toe om nog veel op het podium te staan. Met onder meer een jubileumconcert, de 4CD-box 40 Joar Høken, een documentaire en een laatste ‘veldtocht’ nemen hij en zijn band afscheid van hun ‘anhangers’.

Voor HP/De Tijd reden om Bennie Jolink (1946) te onderwerpen aan een zelfportret: een klassieke serie vragen, gebaseerd op de vermaarde questionnaire van Marcel Proust.

Lees verder Zelfportret Bennie Jolink: ‘Bekende Nederlanders, dat zijn publiciteitsgeile narcisten’