Harold Hamersma: ‘Bij ons thuis werd vroeger helemaal geen wijn gedronken’

Harold Hamersma (63) heeft meer dan dertig wijnboeken op zijn naam staan. Onlangs verscheen zijn eerste autobiografische boek: Onder de rook van de Heineken – Een jeugd in De Pijp.

Lees verder Harold Hamersma: ‘Bij ons thuis werd vroeger helemaal geen wijn gedronken’

Jasper Krabbé over Jan Wolkers, Jean-Michel Basquiat en Joep Beving

Jasper Krabbé (48) is kunstschilder. Vanaf 16 juni wordt werk van hem tentoongesteld in Museum de Fundatie in Zwolle. Wat leest, kijkt en luistert hij in zijn vrije tijd?

Interview in HP/De Tijd, juni 2018. Het gehele interview (vier pagina’s) vindt u hier.

BOEKEN
“Ik kreeg onlangs een boek binnen dat ik al heel lang wilde hebben, van de Collection Lambert in Avignon. Die geven altijd prachtig vormgegeven catalogi uit die visueel heel sterk zijn. Daar kun je een hele dag in bladeren en dan nog verveelt het je niet. Een ander soort kunstboek dat ik even wil noemen is de biografie van Jan Wolkers: Het litteken van de dood van Onno Blom. Je kunt je echt geen mooiere biograaf wensen als kunstenaar. Hij heeft het zo vanuit de persoon geschreven, met zoveel kleine details, dat je het idee krijgt dat je er zelf bij bent geweest. Wat mij verbaasde, is dat bijna al zijn werk autobiografisch is. Ik heb in het begin van mijn carrière, na het lezen van Kort Amerikaans, eens een schilderij gemaakt van een man die een tors omhelst, omdat ik dat zo’n mooi beeld vond uit dat boek. In zijn biografie las ik dat hij echt een beeld had waar hij iets voor voelde. Hij was misschien wel een animist ten voeten uit: hij bezielde de objecten waar hij van hield.”

BEELDENDE KUNST
“In de loop van de jaren heeft mijn smaak zich verder ontwikkeld. In mijn begintijd had ik bijvoorbeeld heel veel moeite met Jeff Koons. Ik weet nog dat het Stedelijk toen net Ushering in Banality had aangekocht. Ik vond dat echt een schande. Hij had dat beeld nota bene niet eens zelf gemaakt! Nu is mijn waardering voor hem totaal omgedraaid. Dat geldt niet voor Jean-Michel Basquiat: die bewonder ik al vanaf de tijd dat ik graffiti maakte. Er zijn bepaalde kunstenaars naar wie je altijd kunt terugkeren. Velázquez is er een van, Picasso uiteraard ook, maar Basquiat hoort wat mij betreft bij de allergrootsten. Wat ik echt een fantastisch schilderij vind, en waarvan ik ook elke keer zin krijg om het zelf te schilderen, is Hollywood Africans. Hij heeft zichzelf daarop met twee gabbers afgebeeld, met de schilder Toxic en de rapper Rammellzee, toen ze met z’n drieën voor het eerst in Los Angeles waren. Die guy heeft geen slecht schilderij gemaakt. Ik heb in Barbican Centre in Londen niet zo lang geleden de overzichtstentoonstelling Boom for Real gezien. Het is ongelooflijk om te zien welke ontwikkeling hij heeft doorgemaakt in zijn toch zo korte leven.”

MUZIEK
“Benjamin Clementine vind ik echt waanzinnig. Zijn debuutalbum At Least for Now is echt ongelooflijk. Zijn muziek zit een beetje tussen jazz, hiphop en soul in. Ik heb nog eens een portret van hem gemaakt. Hij heeft een supermooie kop met hele hoge jukbeenderen. Dat schilderij is later verkocht aan een kunstverzamelaar. Hij kende Benjamin Clementine niet, maar toen ik zijn muziek liet horen, was ook hij helemaal hooked. Joep Beving vind ik ook erg goed. Het is heel zeldzaam dat je zo geraakt wordt door een muzikant. Hij is echt een grote viking om te zien, maar als hij gaat spelen wordt het allemaal heel klein. Zijn eerste album Solipsism heeft hij thuis opgenomen. Je hoort zijn stoel kraken, je hoort kindjes buitenspelen. Hij heeft die geluiden er niet bewust ingestopt, het ging per ongeluk, omdat hij geen geld had om in een studio op te nemen. Het maakt zijn muziek nog intenser. Je luistert nog beter door die noise. Zijn mooiste nummer vind ik Sleeping Lotus, maar dat komt omdat mijn dochter Lotus heet.”

Eddy Posthuma de Boer: ‘Ik ben gezegend met twee geheugens’

Eddy Posthuma de Boer (1931) is al meer dan zestig jaar fotograaf. Hij bezocht meer dan tachtig landen en fotografeerde voor verschillende kranten en tijdschriften – onder meer voor de Haagsche PostAvenue en Time-Life. Hij publiceerde een groot aantal fotoboeken en had diverse tentoonstellingen. 

Lees verder Eddy Posthuma de Boer: ‘Ik ben gezegend met twee geheugens’

Mannen die huilen om poëzie: Ed van Thijn

Mannen huilen niet om poëzie. Of toch wel? In de bundel Gedichten die mannen aan het huilen maken vertellen meer dan zestig vooraanstaande Nederlandse en Vlaamse mannen welk gedicht hen de tranen naar de ogen jaagt. HP/De Tijd licht de komende weken enkele van deze ‘huilende mannen’ uit. Deze week: oud-PvdA-politicus Ed van Thijn (1934) over het gedicht Het lied der achttien dooden van Jan Campert. 

“Nog elke dag — de eerste acht versregels hangen in mijn studeerkamer — gaat dit gedicht mij door merg en been. Ik was zes toen de oorlog begon, tien toen ik in Kamp Westerbork door de Canadezen werd bevrijd. In die tussenliggende tijd heb ik achttien adressen gehad, waarvan drie in gevangenschap. Tijdens de kerstdagen van 1944 zat ik bijvoorbeeld in een huis van bewaring met drie volwassen medegevangenen in een cel. Naast onze cel was de dodencel, waarvan de radeloze geluiden soms tot ons doordrongen.”

“Ik heb de oorlog kunnen overleven dankzij een jeugdige verzetsgroep die 220 kinderen aan in totaal 1000 adressen heeft kunnen helpen. De verzetsgroep bestond uit veertien mannen en vrouwen die elke dag opnieuw hun leven waagden. Vier van hen hebben de bevrijding niet gehaald. Remco Campert, de zoon van Jan Campert, dichtte later in het gedicht ‘Iemand stelt de vraag’:

‘Verzet begint niet met grote woorden
maar met kleine daden
(-)
iemand stelt de vraag
iemand verzet zich
en dan nog iemand
en nog iemand
en nog’

De vraag die ik mij een leven lang heb gesteld, en nog: hoe is het mogelijk dat ik leef en zij niet meer?”

Het lied der achttien dooden
Jan Campert 1902 – 1943)

Een cel is maar twee meter lang
en nauw twee meter breed,
wel kleiner nog is het stuk grond,
dat ik nu nog niet weet,
maar waar ik naamloos rusten zal,
mijn makkers bovendien,
wij waren achttien in getal,
geen zal den avond zien.

O lieflijkheid van licht en land,
van Holland’s vrije kust,
eens door den vijand overmand
had ik geen uur meer rust.
Wat kan een man oprecht en trouw,
nog doen in zulk een tijd?
Hij kust zijn kind, hij kust zijn vrouw
en strijdt den ijdlen strijd.

Ik wist de taak die ik begon,
een taak van moeiten zwaar,
maar ’t hart dat het niet laten kon
schuwt nimmer het gevaar;
het weet hoe eenmaal in dit land
de vrijheid werd geëerd,
voordat een vloekbre schennershand
het anders heeft begeerd.

Voordat die eeden breekt en bralt
het miss’lijk stuk bestond
en Holland’s landen binnenvalt
en brandschat zijnen grond;
voordat die aanspraak maakt op eer
en zulk Germaansch gerief
ons volk dwong onder zijn beheer
en plunderde als een dief.

De Rattenvanger van Berlijn
pijpt nu zijn melodie, —
zoo waar als ik straks dood zal zijn,
de liefste niet meer zie
en niet meer breken zal het brood
en slapen mag met haar —
verwerp al wat hij biedt of bood
die sluwe vogelaar.

Gedenkt die deze woorden leest
mijn makkers in den nood
en die hen nastaan ’t allermeest
in hunnen rampspoed groot,
gelijk ook wij hebben gedacht
aan eigen land en volk —
er daagt een dag na elken nacht,
voorbij trekt iedre wolk.

Ik zie hoe ’t eerste morgenlicht
door ’t hooge venster draalt.
Mijn God, maak mij het sterven licht —
en zoo ik heb gefaald
gelijk een elk wel falen kan,
schenk mij dan Uw genâ,
opdat ik heenga als een man
als ’k voor de loopen sta.

De bundel ‘Gedichten die mannen aan het huilen maken’ is onder meer te koop via de website van AKO.

 

Ed van Thijn
Ed van Thijn

 

De executie van de foute jodin

Dit artikel is eerder gepubliceerd door HP/De Tijd.

Diverse kogels maakten 65 jaar geleden een eind aan het leven van Ans van Dijk, de Joodse lesbienne die minstens tientallen Joden de dood in heeft gejaagd. Hoe een slachtoffer een dader werd. Lees verder De executie van de foute jodin