Bart Chabot: ‘Ik heb volkomen schijt aan cancel culture’

Hij was altijd de vrolijke druktemaker die in elke televisieprogramma kwam opdraven, maar zijn broze gezondheid noopte hem een stapje terug te doen. Na onder meer een vierdelige biografie over Herman Brood, die deze maand exact twintig jaar geleden een eind aan zijn leven maakte, schrijft Bart Chabot (67) voor het eerst over zijn eigen leven. Playboy spreekt hem over zijn avonturen in de rock-’n-roll, zijn drang om nergens bij te willen horen en schrijven in tijden van wokeness: “Ik had misschien dingen kunnen schrijven die politiek-correcter waren, maar daar heb ik geen boodschap aan.”

Lees verder Bart Chabot: ‘Ik heb volkomen schijt aan cancel culture’

Lale Gül: ‘Multatuli wakkerde mijn liefde voor lezen en schrijven aan’

Lale Gül (23) debuteerde onlangs met de autobiografische roman Ik ga leven, waarin ze beschrijft hoe ze opgroeide in een streng-islamitisch gezin in Amsterdam-West. Wat leest, luistert en ziet de jonge schrijfster zoal in haar 
vrije tijd?

Lees verder Lale Gül: ‘Multatuli wakkerde mijn liefde voor lezen en schrijven aan’

Jean Pierre Rawie: ‘De enige poëzie die ik niet begrijp is die van eigentijdse Nederlanders’

Jean Pierre Rawie viert zijn zeventigste verjaardag met een nieuwe bundel (Een luchtbel in een vluchtige rivier) en de tentoonstelling Rawie en Pesapane – Poëzie in tekeningen in museum Huis van het boek in Den Haag. Wat leest, luistert en ziet deze flamboyante dichter in zijn vrije tijd?

Lees verder Jean Pierre Rawie: ‘De enige poëzie die ik niet begrijp is die van eigentijdse Nederlanders’

Kluun: ‘Ik wil gewoon weer 100.000 exemplaren verkopen van mijn nieuwe boek’

Raymond van de Klundert, beter bekend als Kluun, tovert de hoofdpersoon van Komt een vrouw bij de dokter weer tot leven in zijn nieuwe roman Familieopstelling. Playboy spreekt hem over het ‘meloenenmeisje’, monogamie en ouder worden: ‘Ik zie heus nog wel welke vrouw mooi is, maar het is gewoon not done om naar een meisje van 25 te lopen staren, laat staan dat je er iets mee zou hebben.’

Lees verder Kluun: ‘Ik wil gewoon weer 100.000 exemplaren verkopen van mijn nieuwe boek’

Harold Hamersma: ‘Bij ons thuis werd vroeger helemaal geen wijn gedronken’

Harold Hamersma (63) heeft meer dan dertig wijnboeken op zijn naam staan. Onlangs verscheen zijn eerste autobiografische boek: Onder de rook van de Heineken – Een jeugd in De Pijp.

Lees verder Harold Hamersma: ‘Bij ons thuis werd vroeger helemaal geen wijn gedronken’

Özcan Akyol: ‘Ik ben afgehaakt met het lezen van boeken van mijn generatiegenoten’

Özcan Akyol (35) schreef het Boekenweekessay Generaal zonder leger en presenteert in de Boekenweek het televisieprogramma Dwarse Denkers. Wat leest, luistert en leest hij in zijn vrije tijd?

Lees verder Özcan Akyol: ‘Ik ben afgehaakt met het lezen van boeken van mijn generatiegenoten’

Maarten ’t Hart over Multatuli, Charles Dickens en Theodor Fontane

Maarten ’t Hart (75) is de meest belezen man van Nederland. Door zijn leesverslaving heeft hij nooit tijd voor een bezoek aan een theater, een bioscoop of een concertzaal. In deze speciale editie van de maandelijkse rubriek ‘De culturele agenda van…’ vertelt de schrijver daarom welke boeken een blijvende indruk hebben achtergelaten en welke juist niet. “Ulysses van James Joyce wordt zwaar overschat.”

Lees verder Maarten ’t Hart over Multatuli, Charles Dickens en Theodor Fontane

Maarten Spanjer: ‘Waarom begint iedereen toch altijd over Jeroen Krabbé?’

Maarten Spanjer (66) schreef een boek met tragikomische verhalen over zijn jeugd. Playboy ging een nacht op pad met deze meesterverteller. “Waarom begint iedereen toch altijd over Jeroen Krabbé met me?”

Deel van het interview in het septembernummer van Playboy. (2019) Het gehele interview leest u hier.

Q1. Geluk is een herinnering is een bundeling tragikomische verhalen over je jeugd. Om welk verhaal moet je zelf het hardst lachen?
Dat zijn er meerdere, maar een van mijn favorieten is ‘Een zure appel’, een verhaal over de jongste broer van Karel Appel. Joop Appel was jeugdscheidsrechter bij de Amsterdamse Voetbalbond. De jongens met wie ik speelde waren altijd een beetje bang voor hem. Paul, een elftalgenoot, had op een dag al zijn moed bij elkaar geraapt en vroeg hem of hij zelf ook schilderde. Meneer Appel antwoordde toen nors: ‘Alleen plinten.’

Q3. Om welke cabaretiers moet je lachen?
Hans Teeuwen en Theo Maassen vind ik de grootste cabaretiers van dit moment. Daniël Arends en Peter Pannekoek vind ik ook erg goed. Youp van ’t Hek en Freek de Jonge zijn daarentegen een beetje in hun eigen val getrapt. Youp schopte altijd aan tegen mensen met dikke auto’s en grote huizen maar woont nu zelf in een gigantisch huis aan het Vondelpark. Dan verlies je je geloofwaardigheid. Freek maakte vroeger grappen over Wim Kan en zijn vrouw Corry Vonk, hij stak er de draak mee dat ze altijd samen waren, maar is nu zelf nog veel kleffer met zijn vrouw Hella. Dat is een Yoko Ono in het kwadraat. Verschrikkelijk. Freek denkt volkomen ten onrechte dat hij zijn succes aan haar te danken heeft. Zij maakte bijvoorbeeld die rare clownspakken waar hij vroeger in rond sprong. Ik kan je een ding vertellen: in die pakken lag het succes van zijn voorstellingen niet. Ik vind het heel apart dat zo’n intelligente man een groot deel van zijn succes ophangt aan zijn vrouw. Dat is een rare vorm van bescheidenheid die ik niet begrijp.

Q5. Je bent een ras-Amsterdammer. Wat vind je van het beleid van burgemeester Femke Halsema?
Ik volg de politiek niet echt, maar ik heb weleens de indruk dat ze de geschiedenis in wil gaan als de burgemeester die aan allerlei dingen een einde heeft gemaakt. Ze wil bijvoorbeeld een einde maken aan de raamprostitutie op de Wallen. Ze stelde voor om die vrouwen dan maar achter gesloten gordijnen te zetten. Hoe kom je erop? Volgens mij maak je het met die verboden alleen maar erger. Je kunt veel beter strenger handhaven.

Q6. Je bent naast schrijver ook acteur. Heb je alles uit je acteercarrière gehaald wat erin zat?
Dat denk ik niet, al denk ik ook niet dat er veel meer in zat. Ik zag acteren als een makkelijke manier om een boterham te verdienen, maar ik ben heel slecht in het vertolken van andermans teksten. Ik krijg ze maar niet in m’n kop. Nee, ik ben geen groot acteur. Regisseurs zagen mij ook niet een groot acteur en dan kom je dus in foute series terecht – daar heb ik er redelijk wat van gedaan. Als ik het script las dan zonk me de moed alweer in de schoenen. Wat een slechte tekst, dacht ik dan, en dan moest ik die onzin nog uit mijn hoofd leren ook!

Q7. In Spetters speelde je samen met de onlangs overleden Rutger Hauer. Hoe was het om met hem te werken?
Hij was een man van weinig woorden, een nuchtere Fries. Ik mocht hem wel. Het eerste wat ik dacht toen hij was overleden: Cruijff is dood, de koning van het voetbal, en nu is de koning van de film ook dood. Ik vind hem van dezelfde grootheid.

Q8. Wie is nu de grootst nog levende acteur van het land? Je grote vriend Jeroen Krabbé?
Waarom begint iedereen toch altijd over Jeroen Krabbé met me? Nou, heel even dan: naar aanleiding van de dood van Rutger Hauer mocht Krabbé aan tafel aanschuiven bij Jinek. Als een bekend persoon overlijdt is hij er altijd als de kippen bij. Hij vertelde bij die gelegenheid over de wel heel bijzondere  band die hij had met Rutger Hauer. Hou toch op. Ik durf te wedden dat hij hem in geen jaren heeft gesproken. Ik had in de jaren negentig een talkshow met Rijk de Gooyer en ik belde Rutger Hauer of hij die week bij ons te gast wilde zijn. Zonder nadenken stemde hij in. Na afloop vroeg ik hem waarom hij nooit in talkshows verschijnt, maar wel meteen bij ons aanschoof. Hij antwoordde lachend: ‘Nou, ik vind jullie wel grappige mannetjes en ik weet dat jullie een bloedhekel aan Jeroen Krabbé hebben, maar de publiciteit die jullie daarmee genereren laat ik graag aan jullie over.’ Hij kon die man ook niet uitstaan.

Q20. Waar leef jij van?

Nou, ik heb een periode goed verdiend, zowel met de commercials die ik samen met Rijk de Gooyer deed voor KPN als met Taxi. Rijk belde me eens toen het geld van de commercials weer was overgemaakt: ‘Heb je dat bombardement op je bankrekening al gezien?’ Eigenlijk leef ik daar nog steeds van. Ik heb ook nooit echt gek gedaan: ik heb niks met dure auto’s of dure kleding. Ik rijd wel rond op dure fietsen die ook regelmatig gestolen worden, maar dat is eigenlijk mijn enige uitspatting. Ik kan me bedruipen. Kijk, ik moet geen honderd worden, ook geen negentig, maar tachtig red ik misschien net. En ach, als je tachtig bent dan zit je ook maar met een lepel in je bordje pap te slaan, dan heb je toch niet zoveel meer nodig.