Zelfportret Frank Lammers: “Ik erger me aan een groot deel van de Nederlandse bevolking”

Frank Lammers (Mierlo, 1972) is acteur. Hij speelt de hoofdrol  in J. Kessels, de verfilming van de gelijknamige roman van P.F. Thomése en de openingsfilm van het Nederlands Film Festival in Utrecht, en maakt later dit jaar zijn regiedebuut met de speelfilm Of ik gek ben.

Wat is uw huidige gemoedstoestand?
Eh, nouja, mwah. Ik heb me weleens beter gevoeld. M’n moeder is ziek, heb ik net gehoord. Dus dat vind ik niet zo leuk.

(NB: niet lang na dit interview is de moeder van Frank Lammers overleden.)

Wie zijn uw helden?
Romario, omdat hij een briljant voetballer is. Ghandi, omdat hij moreel superieur is. En Martin Luther King. Die had lef.

Aan wie ergert u zich?
Aan een groot deel van de mensheid, vrees ik. Een zeer naar percentage. Zeker nu ik zie hoe er door de regering en een groot deel van de bevolking zo hardvochtig wordt omgegaan met de vluchtelingenproblematiek.

Bent u aantrekkelijk?
Ik ben een filmster, hallo.

Wat is uw grootste angst?
Dat mijn moeder doodgaat. En dat m’n kinderen iets overkomt.

Gelooft u in God?
Nee, maar als hij wel bestaat, dan bij dezen: excuses.

Bidt u weleens?
Ik geloof niet in God, maar als ik mijn dochter in bed leg doe ik met haar altijd een klein gebedje wat ik van mijn moeder heb geleerd: ‘Dank u lieve heertje, dank u lieve vrouwtje, dank u engeltje zoet, die mij vannacht bewaren moet, voor water en vuur in het kranken uur, nu tot in de dood, iedereen wordt groot, en nu ga je lekker bedje slapen.’

Hoe ontspant u zich?
Ik kijk graag sport, ik kaart graag en slapen vind ik ook heel lekker. De eerste twee weken van een vakantie slaap ik altijd. De hele dag.

Frank Lammers. Foto: Corbino
Frank Lammers. Foto: Corbino

Het hele Zelfportret met Frank Lammers leest u hier op Blendle. U kunt hier het hele tijdschrift inzien, of hier een voordelig (proef)abonnement afsluiten.

Zelfportret Dick Matena: ‘Ik leef in een wereld die niet meer de mijne is’

Hij leerde het vak in de tekenstudio van Marten Toonder, waar hij – eerst als volontair, later in vaste dienst en als freelancer – mee mocht tekenen aan onder meer de dagelijkse strip van Tom Poes.

In weekblad Prinses publiceerde striptekenaar Dick Matena (1943) voor het eerst een strip onder eigen naam: Polletje Pluim. In de jaren daarna werkte hij onder meer mee aan stripverhalen in weekblad Pep (De Argonautjes, Ridder Roodhart) en de Donald Duck (De Grote Boze Wolf, Tokkie Tor). Eind jaren zeventig krijgt hij internationale bekendheid door zijn nieuwe, realistische manier van tekenen waarmee hij beeldverhalen als Mythen heeft vormgegeven. Diezelfde stijl is terug te vinden in het werk waar we hem tegenwoordig vooral van kennen: zijn ‘verstrippingen’ van romans als De Avonden van Gerard Reve, Kaas van Willem Elsschot en Kort Amerikaans van Jan Wolkers.

Dit jaar zit hij 55 jaar in het vak. Museum Meermanno in Den Haag stelde een overzichtstentoonstelling samen: Dick Matena. Getekend leven. De tentoonstelling geeft in ruim tweehonderd originele tekeningen, schetsen en brieven een beeld van de omvangrijke carrière van ‘s lands bekendste striptekenaar.

Reden voor HP/De Tijd om Dick Matena te onderwerpen aan ‘zelfportret’: een klassieke serie vragen, gebaseerd op de vermaarde questionnaire van Marcel Proust.

Wat is uw huidige gemoedstoestand?
Na een hartinfarct, hartstilstand en hartoperatie is mijn gemoedstoestand: chronisch onrustig en bij vlagen wanhopig. De mentale nasleep is heviger dan de fysieke.

Wie zijn uw helden?
Helden heb ik teveel om op te noemen. In de sport, in de kunst, in het sociale leven – ik ben erg goed in bewonderen. Om er willekeurig een paar te noemen: Hans G. Kresse (de tekenaar van Eric de Noorman), de jonge Elvis en Olivier B. Bommel.

Aan wie ergert u zich?
Aan zelfingenomen mensen die alles wat ze overkomt aan roem, geld en succes vanzelfsprekend vinden. Dat is een eigenschap die vooral bij tv-diva’s veel voorkomt.

Lijkt u op uw vader?
Qua uiterlijk niet. Ik geloof sowieso ook dat je eerder gevormd wordt door het tijdsgewricht waarin je leeft en wat daarin gebeurt, dan door opvoeding en overerving. Al ontken ik het bestaan van genen natuurlijk niet.

Lijkt u op uw moeder?
Qua uiterlijk wel. Voor de rest: zie mijn vorige antwoord. Al vrees ik dat in dit geval via opvoeding een aantal van haar fobieën en angsten ook de mijne geworden zijn. Of via haar genen, vooruit dan maar.

Wat zijn uw dagdromen?
Dagdromen doe je als je jong bent en alles nog mogelijk is. Op mijn tweeënzeventigste kan ik moeilijk nog mijmeren over een toekomst die al geruime tijd achter me ligt.

Wat is uw grootste angst?
Laat ik ‘t maar op doodsangst houden. Want het is toch de angst voor het sterven dat je in leven houdt – je zelfs aan het leven doet vastklampen, ook al lijkt dat leven totaal uitzichtloos.

Bidt u weleens?
Net als iedereen roep ik God weleens aan. ‘Godallemachtig!’ ‘God sta me bij!’ Of: ‘Dat God je moge helpen, mij ontbreekt daarvoor de tijd!’ Als dat bidden is, dan bid ik regelmatig.

Heeft u ooit een mystieke ervaring gehad?
Nee. Ik ben even klinisch dood geweest, maar herinner me geen bijna-doodervaring. Geen tunnel met aan het eind een helder licht waar overleden dierbaren me hartelijk welkom heetten of zoiets. Alleen maar diepe duisternis, helaas.

Bent u aantrekkelijk?
Ooit geweest, toen de wereld jong was en iedereen mooi. Nu maak ik mezelf graag wijs dat ik van binnen mooi ben: geestig, aardig en charmant.

matena

Wat is uw definitie van geluk?
Gelukkig ben je altijd later, nooit op het moment zelf. Geluk is voor de weemoedigen. Geluk is voor zangers en dichters die nostalgisch kunnen wegdromen over vroeger en daar mooie teksten over schrijven, zodat wij die momenten van geluk ook nog even terug kunnen halen.

Waar schaamt u zich voor?
Toen ik jong was schaamde ik me voor alles. Van lieverlee werd dat minder en minder, en nu ik oud ben schaam ik me voor bijna niets meer. En een weekje in een ziekenhuis doet dat ‘bijna’ ook nog verdwijnen.

Bent u monogaam?
Ja, maar dat is ook niet zo moeilijk. De vrouw met wie ik al 41 jaar getrouwd ben, ziet er nog altijd uit als een filmster. Ze is lief als een engel en sexy is ze ook nog. Waarom dan vreemdgaan?

Wanneer heeft u voor het laatst gehuild?
Gisteren.

Hoe moedig bent u?
Wanneer ben je moedig? Een man, ik vond hem altijd een watje, sprong zijn zoon achterna toen die plots in de kolkende zee was verdwenen. Zou ik hem dat nadoen? Geen idee. Helaas zijn ze allebei verdronken. Voor zo’n man neem ik mijn hoed af.

Van wie heeft u het meest geleerd?
Er is altijd wel iemand van wie je iets opsteekt. Van je ouders, van leraren, van mensen die je al jaren kent, maar een opmerking van een toevallige passant kan ook blijven hangen. Ik kan onmogelijk een specifiek iemand noemen.

Welke eigenschap waardeert u in een vrouw?
Humor, gevatheid, ironie, intelligentie en dat gecombineerd met alles wat een vrouw fysiek aantrekkelijk maakt. (Kwijl, kwijl.)

Welke eigenschap waardeert u in een man?
Alles wat ik ook waardeer in een vrouw, maar dan zonder ‘alles wat een vrouw fysiek aantrekkelijk maakt’ natuurlijk.

Als u iets aan uzelf kon veranderen, wat zou dat dan zijn?
Mezelf een kop geven die mooi oud wordt. Zoals Gregory Peck die vroeger had, Sean Connery die nu heeft en, vrees ik, George Clooney die in de toekomst krijgt.

Hoe ontspant u zich?
Vroeger was dat met drank. En dan doordrinken tot net dat ene glas teveel, en ontspanning oversloeg in agressie.  Nu ik niet meer drink kom ik tot rust met obligate dingen: een boek, een film, televisiekijken en muziek.

Van wie houdt u het meest?
Van mijn vrouw en kinderen natuurlijk, en van mijn vrienden. En abstracter: van hen die mijn leven verrijkt hebben. Tekenaars, schilders, schrijvers, dichters, zangers – kunstenaars in het algemeen. En daar horen ook enkele topsporters bij, Johan Cruijff en Eddy Merckx in het bijzonder.

Gelooft u in God?
Dat zou ik graag willen. Leven en sterven zouden dan een stuk prettiger en makkelijker zijn.

Waaraan bent u het meest gehecht?
Nog altijd aan het leven en aan alles en iedereen die me dierbaar is, ook al sta ik met één been in de jaren vijftig en met het andere in het graf, in een wereld die niet van mij is maar van mijn kinderen en kleinkinderen.

Welk leed heeft u anderen berokkend?
Veel leed waar ik waarschijnlijk geen weet van heb, want onbewust doe je veel kwaad. Waar ik zelf het meest onder lijdt is het leed dat ik mijn kinderen uit mijn eerste huwelijk berokkend heb nadat ik scheidde van hun moeder, hoe onvermijdelijk die scheiding ook was. We hebben hen een jeugd ontroofd en dat is nooit meer goed te maken, helaas.

Wat beschouwt u als uw grootste mislukking?
Mijn eerste huwelijk.

Wanneer was u het gelukkigst?
Als ik terugkijk: tussen mijn dertigste en mijn vijftigste. Toen mijn kinderen nog klein waren, mijn werk floreerde, mijn tweede huwelijk gelukkig was en het leven in het algemeen goed.

Wat is de beste plek om te wonen?
Ik heb het in een aardig huis in een bos altijd het meest naar mijn zin gehad, maar mijn vrouw gedijt het best in Amsterdam. Een compromis zou dan zijn een huis in een Amsterdams bos, maar ja: vind dat maar eens.

Wie hoopt u nooit meer terug te zien?
Ik ontmoet dagelijks mensen bij wie ik denk: hopelijk zie ik hem of haar nooit meer terug. Maar als ik dan ‘s avonds naar bed ga, ben ik alweer vergeten wie het waren. Ik heb geen specifieke personen die ik nooit meer terug hoop te zien. Met het klimmen der jaren neemt de rancune af, merk ik.

Hoe is ongeluk te vermijden?
Ongeluk is niet te vermijden. Kleine en grote ongelukken, ze horen erbij en ze overkomen vroeg of laat iedereen. Ik heb mensen gekend die uitgesproken zondagskinderen waren, voor het geluk geboren, en die op het laatst van hun leven in een poel van ellende terechtkwamen omdat ze ook nog eens het ‘geluk’ hadden stokoud te worden, te oud zelfs, en uiteindelijk na een prachtig leven diep ongelukkig stierven.

Wat is uw devies?
Geen. Ik hou niet zo van tegeltjeswijsheden.

De tentoonstelling ‘Dick Matena. Getekend leven’ is tot en met 27 september 2015 te zien in Museum Meermanno in Den Haag. Meer informatie vindt u hier.

Dick Matena. Foto: Ringel Goslinga

 

Zelfportret Bennie Jolink: ‘Bekende Nederlanders, dat zijn publiciteitsgeile narcisten’

Exact veertig jaar geleden, op Hemelvaartsdag 1975, gaf hij zijn allereerste optreden ooit. Bennie Jolink, voorman van de Achterhoekse band Normaal, legde die dag de basis voor wat later de dialectpop zou worden genoemd. Nu, veertig jaar en talloze hits later, vindt hij het welletjes geweest. Zijn gezondheid laat het niet langer toe om nog veel op het podium te staan. Met onder meer een jubileumconcert, de 4CD-box 40 Joar Høken, een documentaire en een laatste ‘veldtocht’ nemen hij en zijn band afscheid van hun ‘anhangers’.

Voor HP/De Tijd reden om Bennie Jolink (1946) te onderwerpen aan een zelfportret: een klassieke serie vragen, gebaseerd op de vermaarde questionnaire van Marcel Proust.

Lees verder Zelfportret Bennie Jolink: ‘Bekende Nederlanders, dat zijn publiciteitsgeile narcisten’

Zelfportret: Maarten Heijmans

Dit artikel is eerder verschenen op de website van HP/De Tijd, 8 maart 2015.

Voor zijn vertolking van Ramses Shaffy in de televisieserie Ramses ontving acteur Maarten Heijmans (Amsterdam, 1983) vorig jaar een Gouden Kalf. Afgelopen maandag won de serie drie TV-beelden, waaronder een voor ‘beste hoofdrol.’

Naast zijn werk als acteur in het theater (Vaslav,Soldaat van Oranje en Maria Stuart) en op televisie (SpangaS, Het Klokhuis, de telefilm Het mooiste wat er is) is hij sinds vorige week ook officieel muzikant. In een uitverkocht TivoliVredenburg gaf hij met de première van Maarten Heijmans zingt Ramses Shaffy zijn allereerste concert ooit. Reden genoeg om hem eens te onderwerpen aan een ‘zelfportret’: een klassieke serie vragen, gebaseerd op de vermaarde questionnaire van Marcel Proust.

Wat is uw huidige gemoedstoestand?
Fijn vermoeid. De concerten die ik nu geef kosten veel energie, maar die energie wordt wel op een fijne manier besteed.

Wie zijn uw helden?
Jeff Buckley, Nina Simone, Rufus Wainwright, Pierre Bokma, Louis CK, Wim T. Schippers, Michael Jackson… Eigenlijk teveel om op te noemen.

Aan wie ergert u zich?
Aan mensen die niet eerlijk zijn. De reden dat ik mij daaraan erger is omdat ik dat zelf ook niet altijd eerlijk ben. Bijvoorbeeld: als ik moe ben en geen zin heb om met een vriend of een collega af te spreken, dan ga ik allerlei excuusjes verzinnen om niet te hoeven gaan. Ik kan natuurlijk ook gewoon zeggen: ‘Sorry, ik ben moe, ik heb geen zin.’ Maar dat doe ik dan niet. Dat vind ik niet eerlijk tegenover de ander.

Lijkt u op uw vader?
Ja. Mijn vader en ik leven allebei in ons hoofd. We zijn allebei best wel naar binnen gekeerd. Ik kan bijvoorbeeld allerlei scenario’s bedenken hoe iets zal gaan verlopen, in plaats van eerst maar eens af te wachten hoe iets zal zijn. Daardoor kan ik op voorhand verkeerde conclusies trekken – puur uit onzekerheid. Ook wel eens omdat ik bepaalde sociale interacties verkeerd interpreteer. ‘Die zegt dit dus dan zal-ie me wel oninteressant vinden’, terwijl dat dan helemaal niet zo is. Maar altijd in gedachten zijn heeft ook wel voordelen: je kunt je fantasie de vrije loop laten gaan.

Lijkt u op uw moeder?
Ik denk het wel. Mijn moeder kan ontzettend van de hak op de tak springen, is heel erg onafhankelijk en heeft altijd mensen om zich heen nodig. Ik ook. Al vind ik het wel moeilijk om ‘sociaal’ te zijn. Ik ben niet echt een goede vriend denk ik, iemand die veel belangstelling naar anderen toont. Ik heb niet zo’n gevoelige sociale radar. Dat heeft mijn moeder ook niet, maar dat wordt haar altijd vergeven omdat ze een heel goede inborst heeft. Dat hoop ik dan ook maar te hebben.

Wat zijn uw dagdromen?
Ik dagdroom constant over de meest onbenullige dingen. Over hoe het is om op een hoog gebouw te staan en daar dan vanaf te springen. Niet dat ik suïcidaal ben hoor, maar ik denk altijd: wat zou er allemaal kúnnen gebeuren? En ik heb altijd wel zelfverzonnen liedjes of melodietjes in mijn hoofd.

Wat is uw grootste angst?
Niet geaccepteerd te worden. Dat kan zijn op het werk: dat je bang bent dat je collega’s je slecht vinden. Die angst is er bij mij altijd en zal er ook altijd zijn. En in de privésfeer: dat je met iemand met wie je een connectie wil voelen, geen connectie voelt. Dat is ook een soort afwijzing.

Bidt u weleens?
Nee. Ik ben wel christelijk opgevoed, maar ik had al snel door: dat bidden is van oorsprong totaal iets anders geweest dan het nu is. Bidden is van oudsher meer iets van dankbaarheid tonen, stilstaan bij de dingen die je hebt. Bidden voor het eten vind ik om die reden dan ook heel mooi: even stilstaan bij het feit dat je eten hebt. Maar bidden in religieuze zin is juist ontzettend areligieus: je haalt jezelf naar voren, en vraagt een of andere kosmische kracht iets voor jou te doen. ‘Maak me beter’, of: ‘Geef mij die baan.’ Heel arrogant eigenlijk.

Heeft u ooit een mystieke ervaring gehad?
Ik denk dat je de hele dag door mystieke ervaringen beleeft. Het is maar net hoe je naar de dingen kijkt. Als ik op straat een eend zie lopen kan dat een hele mystieke ervaring zijn. Dat van alle dieren die er ooit zijn geweest uitgerekend díe eend daar loopt, dat vind ik een wondertje.

Bent u aantrekkelijk?
Ik merk dat ik, nu ik af en toe op televisie kom en wat prijzen heb gewonnen, aantrekkelijker word gevonden dan toen dat nog niet het geval was. Heel vreemd vind ik dat: zet iets op een podium, schijn er een lichtje op en het wordt vanzelf interessant. Ik merkte dat al op de middelbare school. Ik was altijd een beetje in mezelf gekeerd, ik was niet zo’n populaire jongen. Toen deed ik in de aula een keer mee aan een talentenjacht, ik ging breakdancen, en ineens vonden mijn klasgenoten me cool. Ik dacht: wat stom eigenlijk. Moet ik op een podium staan om cool gevonden te worden? Ben ik zonder dat podium niet leuk genoeg?

Wat is uw definitie van geluk?
Zonder enige vooroordelen en vooropgezette ideeën mezelf aan iets of iemand kunnen geven.

Waar schaamt u zich voor?
Onecht gedrag. Soms denk ik tijdens een optreden: is het eigenlijk wel echt wat ik doe? Speel ik wel goed, leef ik me wel goed genoeg in? Elke voorstelling schiet die gedachte wel een keer door mijn hoofd.

Bent u monogaam?
In principe wel.

Wanneer heeft u voor het laatst gehuild?
Vorige week, toen ik de openingsscène van het computerspel The Last of Us weer eens keek, waarin een vader zijn dochtertje van tien verliest. Ik heb het spel al twee keer uitgespeeld op de Playstation, maar toch raakte ik weer door die scène ontroerd.

Wat is uw grootste ondeugd?
Enorm veel tijd verspillen aan wezenloos internetten. De veiligheid opzoeken door niet te handelen, eigenlijk.

Hoe moedig bent u?
Dat weet ik niet, omdat ik gelukkig nog nooit in een situatie ben beland waarin dat werd getest. Ik denk wel dat je uiteindelijk minder moedig bent dan je aanvankelijk denkt.

Van wie heeft u het meest geleerd?
Van mijn vrienden. Omdat ik vind dat zij mooie karaktertrekken hebben: speelsheid, aan niets gehecht zijn, bewust zijn van het hier en nu en daardoor kunnen genieten van de dingen.

Welke eigenschap waardeert u in een vrouw?
Humor.

Welke eigenschap waardeert u in een man?
Openheid.

Als u iets aan uzelf kon veranderen, wat zou dat dan zijn?
Niets. Niet dat ik mezelf perfect vind, maar ik denk dat je veel gelukkiger word als je jezelf kunt accepteren zoals je bent. Anders ben je maar een plant die de hele tijd baalt dat-ie een plant is, en niet een bloem. Dan heb je een heel vervelend leven als plant.

Hoe ontspant u zich?
Ik probeer alles ontspannen te doen. Dat lukt niet altijd, maar ik blijf het proberen. Alles ontspannen willen doen leidt paradoxaal genoeg ook wel eens tot spanning: het willen bereiken van iets zit je eigenlijk altijd in de weg óm iets te bereiken.

Van wie houdt u het meest?
Op dit moment van mijn neefje van zeven maanden. Altijd als ik naar hem kijk zie ik mijn opa, mijn ouders, mijn zus en haar man in hem terug: mijn hele familie komt in hem samen. Dat er in zo’n heel nieuw blanco iemand al zo’n geschiedenis zit verpakt, dat ontroert me zeer.

Gelooft u in God?
Ik geloof niet in een God, maar wel in de reden waarom God ooit is bedacht. Namelijk: gestalte geven aan dat wat ons allemaal bindt, het mens-zijn. ‘Je staat niet alleen.’
Mensen zijn altijd op zoek naar houvast. In de sportschool krijg je een schema om je spieren te ontwikkelen, in de kerk krijg je een schema om het ‘wij-gevoel’ te kweken. Het probleem met religie alleen is dat het schema zelf het doel is geworden. Met het idee: ‘Mijn schema is beter dan dat van jou’ zet je mensen juist tegen elkaar op, in plaats van ze samen te brengen. 

Waaraan bent u het meest gehecht?
Aan niets. Hooguit aan mezelf en aan het leven zoals ik dat leef. Ik vind ‘hechten’ eigenlijk ook een negatief woord. Gehecht zijn aan iets remt je. Ouders zeggen bijvoorbeeld weleens: ‘Ik ben zo gehecht aan mijn kinderen.’ Ik vind dat een nare bijklank hebben: alsof je je kinderen niet los kunt laten, dat je er letterlijk een ‘gehecht’ bent. Een kind moet zijn eigen leven hebben. Je kunt gehecht zijn aan je kind en een slechte ouder zijn, maar je kunt ook onthecht van je kind zijn en er juist heel goed voor zorgen. Een goede ouder is niet gehecht aan een kind.

Welk leed heeft u anderen berokkend?
Liefdesverdriet, een onbetrouwbare vriend of collega zijn… Genoeg leed in ieder geval. Fysiek leed heb ik iemand nooit bezorgd. Oja, wel: ik heb een keer per ongeluk iemand zijn enkel gebroken. Dat vond ik verschrikkelijk.

Wat beschouwt u als uw grootste mislukking?
Ik geloof niet in mislukkingen. Je hebt mislukkingen juist nodig om als mens te groeien. Alles wat je hebt meegemaakt zorgt er voor dat je bent wie je nu bent.

Wanneer was u het gelukkigst?
Twee jaar geleden, toen ik in mijn eentje op een motor door Mongolië reed. Ik had net Ramses gedraaid, wat me heel gelukkig maakte, maar kwam ook net uit een lange en intensieve relatie, wat me weer heel verdrietig maakte. Tijdens die reis kwamen al die positieve en negatieve emoties samen. Ik kwam even heel dicht bij mezelf.

Wat is de beste plek om te wonen?
De plek waar je nu woont. Dat is altijd de beste plek om te wonen.

Wie hoopt u nooit meer terug te zien?
Er is niemand die ik nooit meer terug wil zien.

Hoe is ongeluk te vermijden?
Ongeluk is niet te vermijden. Dat is een wezenlijk onderdeel van het leven. Je kunt het hooguit omzeilen, door trouw te blijven aan jezelf.

Wat is uw devies?
Niet teveel zorgen maken.

Maarten Heijmans zingt Ramses Shaffy-speellijst:

08 maart 2015: Oosterpoort, Groningen.
12 maart 2015: Metropool, Hengelo.
15 maart 2015: Paradiso, Amsterdam.

Interview Maarten Heijmans Ramses Shaffy

Schrijver Gustaaf Peek: ‘Dit blijkt wellicht mijn openhartigste interview ever’

Zijn vierde roman Godin, held kwam een maand geleden uit en wordt alom bejubeld. Het Parool gaf het boek vijf sterren, het NRC Handelsblad vier sterren en en passant werd het boek ook nog eens tot boek van de maand verkozen in De Wereld Draait Door.

Reden voor ons om schrijver Gustaaf Peek (1975) te onderwerpen aan een zelfportret – een maandelijkse serie vragen, gebaseerd op de vermaarde questionnaire van Marcel Proust. Peek, na afloop van het interview: “Dit blijkt wellicht mijn openhartigste interview ever.”

(Eerder verschenen op de website van HP/De Tijd.)

Wat is uw huidige gemoedstoestand?
Contemplatief en wat onrustig.

Wie zijn uw helden?
Mijn vrouw, Maria Hermes. Dat is mijn allergrootste held. Ik vind haar heel moedig en heel geweldig en ik vind het ongelooflijk fijn dat ze bestaat.

Aan wie ergert u zich?
Kooplui en dominees.

Lijkt u op uw vader?
Hopelijk steeds minder. Ik denk dat het onvermijdelijk is om op je vader te lijken, maar ik heb hem er hopelijk toch flink uitgekregen. Niet omdat het een overdreven nare man was, maar ik wil veel liever mijn eigen persoon zijn.

Lijkt u op uw moeder?
Dat is eigenlijk een vraag waar ik pas de laatste jaren bewuster over nadenk. Ik ben altijd in een mentaal gevecht geweest met mijn vader, dus hij heeft onevenredig veel aandacht gehad in mijn persoonlijke groei. Natuurlijk zijn er zaken die ik van mijn moeder heb overgenomen. Het zorgzame, het flegmatische af en toe… Maar dat ben ik allemaal nog aan het ontdekken, daar ben ik nog niet helemaal uit. Eigenlijk pas sinds mijn vader is overleden, nu iets meer dan twee jaar geleden, is daar ruimte voor. Pas toen kon ik afstand nemen tot mijn geschiedenis. In zekere zin hadden we op een bepaalde manier jaren geleden al afscheid genomen van elkaar, maar toen-ie overleed was onze geschiedenis samen ook daadwerkelijk afgelopen. En dat gaf mij ruimte om over mezelf na te denken.

Wat zijn uw dagdromen?
Eindeloze dagen van lezen, eten en vrijen. Schrijven komt in mijn gewone dagdromen, die neigen naar hedonisme, niet voor. Een dagdroom zie ik meer als een escapisme – iets heel anders dan de serieuze, stuwende, opwekkende schrijversdromen die ik ook heb.

Wat is uw grootste angst?
Pijn en dood van mijn dierbaren, vooral van mijn vrouw en mijn dochter. Daar moet ik niet aan dénken. Dat is mijn allergrootste angst.

Bidt u weleens?
Nee, nooit.

Heeft u ooit een mystieke ervaring gehad?
Nee. Ik geloof ook niet in ‘mystiek’. Iets toeschrijven aan ‘mystiek’ kan sommige mensen misschien helpen om orde te scheppen in de werkelijkheid, die zeer chaotisch en angstaanjagend is, maar wie zich bewust is van die chaos wordt vanzelf al rustiger.

Bent u aantrekkelijk?
Ik ben oké.

Wat is uw definitie van geluk?
Een heerlijk nu.

Waar schaamt u zich voor?
Iets heel plats waar ik me altijd voor schaam is mijn Frans. Ik zou veel beter Frans willen spreken. Ik ben bijna elk jaar wel in Frankrijk te vinden en elk jaar hoor ik mezelf weer schutteren. En elk jaar neem ik me voor om er iets aan te doen, maar dat lukt me maar niet.

Bent u monogaam?
Ja, dat ben ik.

Wanneer heeft u voor het laatst gehuild?
Echt hardop huilen doe ik niet vaak, maar het overkomt me wel met enige regelmaat dat ik tranen in mijn ogen krijg. De laatste keer dat dat gebeurde was deze zomer, toen mijn dochtertje van vier afscheid nam van de crèche. Dat werd ineens best emotioneel. Het was allemaal zo lief. Er werd gezoend en gezwaaid en gezongen… Ja, dat deed me wel wat.

Hoe moedig bent u?
Ik weet pas hoe moedig ik ben als ik word getest. En dat is nog niet voorgekomen. Ik hoop er het beste van, maar ik heb nog geen concreet bewijs van mijn moed.

Van wie heeft u het meest geleerd?
Onvermijdelijk van mijn ouders, van verschillende docenten, van mijn vrouw, van mijn dochter, van mijn vrienden… Ik ben sowieso iemand die altijd zoveel mogelijk wil leren. Ik probeer altijd met een extra brok kennis weg te komen uit een sociale situatie, of een film, of een boek… Ik zie mijn tijd op aarde dan ook als één lange leergang: wat ik ook doe, op een bepaalde manier ga ik eigenlijk altijd naar school.

Welke eigenschap waardeert u in een vrouw?
Creativiteit.

Welke eigenschap waardeert u in een man?
Empathie.

Als u iets aan uzelf kon veranderen, wat zou dat dan zijn?
Ik zou wel wat minder ongeduldig willen zijn, wat meer kalmte willen hebben. Kalmte zorgt namelijk voor reflectie, en reflectie zorgt weer voor betere oplossingen. Van ongeduld gaan dingen alleen maar sneller stuk.

Hoe ontspant u zich?
Lezen, samen eten, drinken, kunst, vrijen, reizen.

Van wie houdt u het meest?
Van mijn vrouw en dochter.

Gelooft u in God?
Nee.

9789021456829_mi_tb_1Waaraan bent u het meest gehecht?
Weer mijn vrouw en dochter. Zonder hen gaat het leven niet.

Welk leed heeft u anderen berokkend?
Mijn vader dacht waarschijnlijk altijd dat ik hem zat te fucken, terwijl dat helemaal niet zo was. Kijk, mijn vader is altijd erg ongelukkig geweest met wat ik deed, het schrijven. Hij probeerde mij dan ook altijd wijs te maken dat het schrijven niet goed voor me was, dat het hem pijn deed, dat ik hem teleurstelde… Dat was heel vervelend. Maar ik ging door met wat ik deed, en uiteindelijk zijn we als half-vreemden uit elkaar gegaan. Dus mijn vader zal het gevoel hebben gehad dat ik hem enorm veel leed heb berokkend, terwijl ik hem nooit wilde kwetsen. Het is juist andersom: door zijn onfatsoenlijke houding heeft hij mij oneindige malen meer gekwetst dan ik hem.

Wat beschouwt u als uw grootste mislukking?
Toen ik jong was, was ik ervan overtuigd dat ik een knappe ingenieur zou worden. Ik dacht dat ik een zeer technisch begaafd figuur was, maar toen ik in de brugklas kwam bleek wiskunde mij totaal niet te liggen.

Wanneer was u het gelukkigst?
In de winter van 2007, toen mijn vrouw en ik net wat hadden, en we over het bruggetje bij Hotel De l’Europe liepen. Het was koud, we keken uit over de Amstel. Ik tilde haar op en zwierde haar rond. Toen was ik echt heel gelukkig. Op dat moment is de zon echt in mij op gegaan.

Wat is de beste plek om te wonen?
Bij mijn vrouw en dochter, en als ik dan een plaats moet kiezen: Amsterdam. Ik voel me hier belachelijk thuis.

Wie hoopt u nooit meer terug te zien?
Oude incarnaties van mezelf. Ik moet er niet aan denken om mijn achttienjarige zelf tegen te komen, of mijn vijfentwintigjarige zelf tegen te komen. Niet dat ik de persoon die ik ooit was uit mijn geschiedenis wil snijden, maar die persoon is gewoon klaar. Wat ze goed deden wil ik nu ook nog steeds goed doen, maar wat ze fout deden wil ik achter me laten.

Hoe is ongeluk te vermijden?
Ik denk dat je het grote ongeluk niet kunt vermijden, je kunt alleen hopen dat overmacht je zo laat mogelijk bezoekt.

Wat is uw devies?
Laat zien wie je bent.

Gustaaf Peek. Foto: Maria Hermes.
Gustaaf Peek. Foto: Maria Hermes.

Kunstenaar herman de vries: ‘Ik heb mijn leven te danken aan lsd’

Hij schrijft zijn naam zelf altijd zonder hoofdletters, om ‘hiërarchieën te vermijden’. herman de vries (Alkmaar, 1931) is al meer dan zestig jaar actief als kunstenaar. In 1953 begint hij zich, als plantkundige van de Plantenziektekundige Dienst in Wageningen, bezig te houden met het maken van collages van gevonden materiaal. Blaadjes, steentjes, flarden van posters. Lees verder Kunstenaar herman de vries: ‘Ik heb mijn leven te danken aan lsd’

Daan Heerma van Voss – zelfportret

Dit interview is eerder verschenen op de website van HP/De Tijd.

“Daan Heerma van Voss verstaat de kunst van het vertellen van grote verhalen. Het Land 32 is daarvan het grote bewijs. Hier is een groot nieuw talent aan het woord.” Dixit A F.Th. van der Heijden. Eerstgenoemde reageert koeltjes op deze loftuiting: “Ik zie het niet echt als een compliment, meer als een aanmoediging.” Lees verder Daan Heerma van Voss – zelfportret