Peter Faber: ‘Bang voor de dood ben ik niet meer’

Peter Faber (76) is een van de grootste acteurs van ons land. Playboy spreekt hem over zijn moeilijke jeugd, zijn vijf huwelijken en zijn intense liefdesleven: “Als je ouder wordt duurt het langer voor je een orgasme krijgt, maar het vrijen zelf wordt ook orgastisch.”

Lees verder Peter Faber: ‘Bang voor de dood ben ik niet meer’

Aart Staartjes (1938 – 2020) over ‘De oude school’ van Willem Wilmink

Aart Staartjes, de peetvader van de Nederlandse kindertelevisie, is overleden. Hij bedacht en speelde in een aantal baanbrekende kinderseries, waaronder De Stratemakeropzeeshow, De Film van Ome Willem en Het Klokhuis. Het bekendst is hij als de nukkige Meneer Aart in Sesamstraat, een rol die hij meer dan dertig jaar heeft gespeeld. In de bundel Gedichten die mannen aan het huilen maken (2015) vertelde hij waarom het gedicht ‘De oude school’ van Willem Wilmink zoveel indruk op hem maakt.

Lees verder Aart Staartjes (1938 – 2020) over ‘De oude school’ van Willem Wilmink

Maarten Spanjer: ‘Waarom begint iedereen toch altijd over Jeroen Krabbé?’

Maarten Spanjer (66) schreef een boek met tragikomische verhalen over zijn jeugd. Playboy ging een nacht op pad met deze meesterverteller. “Waarom begint iedereen toch altijd over Jeroen Krabbé met me?”

Deel van het interview in het septembernummer van Playboy. (2019) Het gehele interview leest u hier.

Q1. Geluk is een herinnering is een bundeling tragikomische verhalen over je jeugd. Om welk verhaal moet je zelf het hardst lachen?
Dat zijn er meerdere, maar een van mijn favorieten is ‘Een zure appel’, een verhaal over de jongste broer van Karel Appel. Joop Appel was jeugdscheidsrechter bij de Amsterdamse Voetbalbond. De jongens met wie ik speelde waren altijd een beetje bang voor hem. Paul, een elftalgenoot, had op een dag al zijn moed bij elkaar geraapt en vroeg hem of hij zelf ook schilderde. Meneer Appel antwoordde toen nors: ‘Alleen plinten.’

Q3. Om welke cabaretiers moet je lachen?
Hans Teeuwen en Theo Maassen vind ik de grootste cabaretiers van dit moment. Daniël Arends en Peter Pannekoek vind ik ook erg goed. Youp van ’t Hek en Freek de Jonge zijn daarentegen een beetje in hun eigen val getrapt. Youp schopte altijd aan tegen mensen met dikke auto’s en grote huizen maar woont nu zelf in een gigantisch huis aan het Vondelpark. Dan verlies je je geloofwaardigheid. Freek maakte vroeger grappen over Wim Kan en zijn vrouw Corry Vonk, hij stak er de draak mee dat ze altijd samen waren, maar is nu zelf nog veel kleffer met zijn vrouw Hella. Dat is een Yoko Ono in het kwadraat. Verschrikkelijk. Freek denkt volkomen ten onrechte dat hij zijn succes aan haar te danken heeft. Zij maakte bijvoorbeeld die rare clownspakken waar hij vroeger in rond sprong. Ik kan je een ding vertellen: in die pakken lag het succes van zijn voorstellingen niet. Ik vind het heel apart dat zo’n intelligente man een groot deel van zijn succes ophangt aan zijn vrouw. Dat is een rare vorm van bescheidenheid die ik niet begrijp.

Q5. Je bent een ras-Amsterdammer. Wat vind je van het beleid van burgemeester Femke Halsema?
Ik volg de politiek niet echt, maar ik heb weleens de indruk dat ze de geschiedenis in wil gaan als de burgemeester die aan allerlei dingen een einde heeft gemaakt. Ze wil bijvoorbeeld een einde maken aan de raamprostitutie op de Wallen. Ze stelde voor om die vrouwen dan maar achter gesloten gordijnen te zetten. Hoe kom je erop? Volgens mij maak je het met die verboden alleen maar erger. Je kunt veel beter strenger handhaven.

Q6. Je bent naast schrijver ook acteur. Heb je alles uit je acteercarrière gehaald wat erin zat?
Dat denk ik niet, al denk ik ook niet dat er veel meer in zat. Ik zag acteren als een makkelijke manier om een boterham te verdienen, maar ik ben heel slecht in het vertolken van andermans teksten. Ik krijg ze maar niet in m’n kop. Nee, ik ben geen groot acteur. Regisseurs zagen mij ook niet een groot acteur en dan kom je dus in foute series terecht – daar heb ik er redelijk wat van gedaan. Als ik het script las dan zonk me de moed alweer in de schoenen. Wat een slechte tekst, dacht ik dan, en dan moest ik die onzin nog uit mijn hoofd leren ook!

Q7. In Spetters speelde je samen met de onlangs overleden Rutger Hauer. Hoe was het om met hem te werken?
Hij was een man van weinig woorden, een nuchtere Fries. Ik mocht hem wel. Het eerste wat ik dacht toen hij was overleden: Cruijff is dood, de koning van het voetbal, en nu is de koning van de film ook dood. Ik vind hem van dezelfde grootheid.

Q8. Wie is nu de grootst nog levende acteur van het land? Je grote vriend Jeroen Krabbé?
Waarom begint iedereen toch altijd over Jeroen Krabbé met me? Nou, heel even dan: naar aanleiding van de dood van Rutger Hauer mocht Krabbé aan tafel aanschuiven bij Jinek. Als een bekend persoon overlijdt is hij er altijd als de kippen bij. Hij vertelde bij die gelegenheid over de wel heel bijzondere  band die hij had met Rutger Hauer. Hou toch op. Ik durf te wedden dat hij hem in geen jaren heeft gesproken. Ik had in de jaren negentig een talkshow met Rijk de Gooyer en ik belde Rutger Hauer of hij die week bij ons te gast wilde zijn. Zonder nadenken stemde hij in. Na afloop vroeg ik hem waarom hij nooit in talkshows verschijnt, maar wel meteen bij ons aanschoof. Hij antwoordde lachend: ‘Nou, ik vind jullie wel grappige mannetjes en ik weet dat jullie een bloedhekel aan Jeroen Krabbé hebben, maar de publiciteit die jullie daarmee genereren laat ik graag aan jullie over.’ Hij kon die man ook niet uitstaan.

Q20. Waar leef jij van?

Nou, ik heb een periode goed verdiend, zowel met de commercials die ik samen met Rijk de Gooyer deed voor KPN als met Taxi. Rijk belde me eens toen het geld van de commercials weer was overgemaakt: ‘Heb je dat bombardement op je bankrekening al gezien?’ Eigenlijk leef ik daar nog steeds van. Ik heb ook nooit echt gek gedaan: ik heb niks met dure auto’s of dure kleding. Ik rijd wel rond op dure fietsen die ook regelmatig gestolen worden, maar dat is eigenlijk mijn enige uitspatting. Ik kan me bedruipen. Kijk, ik moet geen honderd worden, ook geen negentig, maar tachtig red ik misschien net. En ach, als je tachtig bent dan zit je ook maar met een lepel in je bordje pap te slaan, dan heb je toch niet zoveel meer nodig.

Johnny de Mol: ‘Ik weet niet of het medium televisie over tien jaar nog bestaat’

Het leven van Johnny de Mol (40) is de afgelopen jaren drastisch veranderd. Hij verliet de stad, trouwde met zijn grote liefde en werd vader van een zoon. In de voorstelling Hier is De Mol vertelt hij over dit kantelpunt in zijn leven. Playboy spreekt hem onder meer over zijn rock-‘n’-roll-verleden, de band met zijn vader en zijn avontuur met een shemale in Thailand.

Dit is slechts een deel van het interview. Lees het gehele stuk hier of in het augustusnummer van Playboy. (2019)

Q1. Je gaat vanaf september de theaters in met Hier is De Mol. Waarom wil je op een podium over je leven te vertellen?
Het is veel breder dan dat. Ik vertel inderdaad over mijn eigen leven, maar ook over mijn werkzaamheden voor Het Vergeten Kind en Stichting Movement on the Ground op Lesbos. Ik deed daar al best veel lezingen over en deze voorstelling is daar een uitvergroting van. De voorstelling is eigenlijk een pleidooi voor wat meer medemenselijkheid, zonder daarbij een belerende toon aan te slaan, want daar heb ik zelf ook een hekel aan. Alles gebeurt met een gezonde dosis humor en zelfspot. Na afloop van zo’n lezing hoorde ik vaak dat ik mensen aan het denken had gezet over de onverschilligheid waarmee ze bijvoorbeeld naar de vluchtelingenproblematiek keken. Daardoor kreeg ik het idee om een voorstelling te maken waarin ik nog meer tijd heb om bepaalde dingen uit te leggen, aangekleed met een waanzinnig vette band onder leiding van mijn neefje Julian Vahle en wat verhalen uit mijn rock-‘n’-roll-verleden, waarvan ik me trouwens nog steeds afvraag of ik ze wel moet vertellen.

Q2. Wat is het meest beschamende verhaal dat je in de voorstelling vertelt?
Het verhaal over mijn trip naar Thailand met Ben Saunders voor Waar is De Mol?  Voor de eerste draaidag gingen we nog even op stap met z’n tweeën en het enige wat ik me daarvan herinner is dat ik de volgende ochtend wakker werd en er iets in mijn rug prikte. Ik dacht dat het Ben’s ochtendlul was, maar het was Ben niet. Het was een dame. Bij dat verhaal hoort ook een tattoo en een verkeerd gezette tepelpiercing en nog wel meer dan dat. The Hangover is niets vergeleken bij wat wij hebben meegemaakt.

Q4. Je leven is de afgelopen jaren drastisch veranderd: je bent getrouwd, vader geworden en hebt Amsterdam verruild voor ‘t Gooi. Wat is voor jou persoonlijk de grootste verandering?
Lacht: Het is inderdaad wel een beetje game over met mijn vorige leven, dat is ook de jammerlijke conclusie van de voorstelling. Nee, als je het zo opsomt klinkt het heel drastisch, maar het is heel geleidelijk gegaan. De grootste verandering is natuurlijk dat ik voorheen uit mijn grachtenpand uit het raam liep te turen welk café nog open was, terwijl ik nu met mijn bonusdochter Kiki en haar vogelboek uit het raam zit te turen welk vogeltje er voorbij fladdert. Dat zijn wel twee uitersten. Ik ben ook wel klaar met dat vorige leven. Ik heb toen alles uit het leven gehaald wat erin zat, misschien nog wel meer, ik heb alles gedaan wat god verboden heeft, misschien zelfs nog wel wat dingetjes bij verzonnen… Nee, dat is helemaal goed. Daar kan ik tot in de lengte van dagen met een glimlach op mijn lippen aan terugdenken.

Q7. Ben je een betere vader dan je eigen vader?
Nou, mijn ouders (Willeke Alberti en John de Mol, red.) zijn uit elkaar gegaan toen ik één was. Het ergste wat een vader dan kan overkomen is dat je ex verliefd wordt op een ander (Søren Lerby, red.) en dan naar het buitenland verhuisd. Dat is gebeurd. Dus die vergelijking gaat niet helemaal op, maar hij is in ieder geval een fantastische opa. Ik ben pas op mijn zestiende bij mijn vader gaan wonen, iets wat ik ook uitvoerig behandel in het stuk. Hij is nu in ieder geval de allerbeste vader die ik me kan wensen en dan heb ik het puur over de relationele band.

Q19. Presenteer je over tien jaar nog programma’s op televisie?
Dat denk ik niet, maar dat komt ook omdat het telvisielandschap heel snel aan het veranderen is. Ik weet niet of het medium televisie over tien jaar nog bestaat. Ik zou wel verder willen gaan in het coachen van jongen mensen. Mensen in hun kracht zetten is een van de mooiste dingen die er zijn. Daar kunnen geen kijkcijfers tegenop. Een programma als Down met Johnny kan ik ook niet eeuwig blijven maken. Als iemand dat een keer van me over zou willen nemen, zou ik het heel leuk vinden om die persoon daarbij te helpen.

Q20. Zou je te zijner tijd je vader op willen volgen binnen Talpa?
Nee. Ik ben daar zakelijk niet sterk genoeg voor en ik zou daar ook geen zin in hebben. Elke dag naar kantoor en elke dag vergaderen… Dat lijkt me niet echt iets voor mij.

Rutger Hauer (1944 – 2019) over het gedicht dat hem ontroerde

Thuiskomst van de kinderen

M. VASALIS (1909 – 1998)

RUTGER HAUER

Gepubliceerd in bundel Gedichten die mannen aan het huilen maken. (2015)

Veel van de poëzie die ik lees, lees ik omdat mijn moeder het ook las. Vasalis was een van haar geliefde dichteressen. Ik bewonder haar en haar gedicht ‘Thuiskomst van de kinderen’ omdat het een onbeschrijfelijke warmte – die tussen een moeder en kind – zo prachtig omhelst in taal.

Thuiskomst van de kinderen

Als grote bloemen komen zij uit ‘t blauwe duister.
Onder de frisheid van de avondlucht
waarmee hun haren en hun wangen
licht zijn omhangen,
zijn zij zo warm. Gevangen
door ‘t sterke klemmen van hun zachte armen,
zie ik de volle schaduwloze liefde,
die op de bodem van hun diep-doorzichtige ogen leeft.
Nog onvermengd met menselijk erbarmen,
dat later komt – en redenen en grenzen heeft.

Hauer in het kort
Rutger Hauer (1944) is een van de bekendste acteurs van ons land. In 1969 verwierf hij landelijke bekendheid met zijn hoofdrol in de televisieserie Floris. In de jaren zeventig volgden hoofdrollen in Turks Fruit, Keetje Tippel en Soldaat van Oranje. In 1981 brak Hauer (‘Blond, blue eyes’) in de Verenigde Staten door met zijn rol in Nighthawks. Later volgden belangrijke rollen in filmklassiekers als Blade Runner, The Hitcher en Buffy The Vampire Slayer. Voor zijn rol in Escape from Sobibor won hij in 1988 – vooralsnog als enige Nederlander – een Golden Globe. Zijn carrière in Hollywood kreeg in 2003 opnieuw een impuls toen hij een rol kreeg aangeboden in Confessions of a Dangerous Mind, het regiedebuut van George Clooney. Rollen in kaskrakers als Batman Begins en Sin City werden aan zijn toch al imposante oeuvre toegevoegd. Voor het eerst sinds de jaren tachtig maakte Hauer ook weer zijn opwachting in Nederlandse filmproducties, waaronder Black Butterflies, De Heineken Ontvoering en Michiel de Ruyter. In 2013 werd hij benoemd tot Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw.

Frank Lammers: ‘Er wordt weinig gemaakt wat kloten heeft’

Frank Lammers (47) regisseert de rockopera Jumping Jack. Playboy spreekt de gezellige acteur over motorrijden, de nieuwe Netflix-serie Undercover en het filmklimaat in Nederland. ‘Er wordt weinig gemaakt wat kloten heeft.’

Interview uit met meinummer (2019) van Playboy. Lees het gehele interview hier.

Q1. Je regisseert de rockopera Jumping Jack over motorcoureur Jack Middelburg. Waarom precies over hem, niemand kent hem toch meer?
Nederland is best wel een motorsportland. Kijk naar iemand als Max Verstappen, wat hij allemaal losmaakt in het land. Kijk naar de Zwarte Cross – niet voor niets het grootste festival van Nederland. Kijk naar de TT in Assen, een van de grootste sportspektakels van het land, waar jaarlijks meer dan 100.000 mensen op afkomen. Toch hebben we al heel lang geen grote motorraces meer. De laatste drie grote motorcoureurs die we hebben gehad zijn Jack Middelburg, Boet van Dulmen en Wil Hartog. Jack Middelburg was in 1980 de laatste Nederlandse winnaar van de TT in Assen. Hij is dus met recht een legende. Daarnaast is het een charismatische man met een flamboyante levenswandel die zo ongeveer elk botje in zijn lijf weleens gebroken heeft en die – en daar verklap ik niets mee – niet heel fijn aan zijn eind is gekomen.

Q4. Je speelt een gezellige huisvader in de reclames voor de Jumbo, maar ook ’s werelds grootste xtc-handelaar in de nieuwe Netflix-serie Undercover. Zijn die rollen te combineren?
Ik heb daar van beide kanten nooit problemen mee gehad. Ik heb me altijd al in verschillende werelden bewogen. Ik vloog van het alternatieve toneelclubje op de middelbare school naar de lompheid van het voetbal en het elitaire van de tennis. Ik zat overal tussenin, maar was wel overal mezelf. Dat is namelijk wat ik goed kan: mezelf zijn.

Q9. Wat vind je van het huidige filmklimaat in ons land?
Er wordt weinig gemaakt wat kloten heeft, vind ik. Romantische komedies doen het commercieel goed, maar dat vind ik afschuwelijke films. Daarom werk ik graag in België. Daar worden nog films met een randje gemaakt. Neem een film als Rundskop. Had een Oscarnominatie. Zou in Nederland nooit gemaakt kunnen worden. Te zwart, te moeilijk, te heftig. Nederland houdt van makkelijk. Wij hebben Frans Bauer, zij hebben deus. Een van de beste dingen die ik ooit heb gemaakt is De Enclave, een serie over Srebrenica. Daar keken op primetime 15.000 mensen naar. Dat is minder dan niks. Het is een bekroonde serie, aan de kwaliteit lag het dus niet, maar mensen weigerden gewoon om ernaar te kijken. Ze wilden niet geconfronteerd worden met de ellende uit ons recente verleden.

Q10. Klopt het dat je ontdekt bent door Hollywood?
Ha, nou ja, ik loop daar sinds kort af en toe rond. Ik heb daar vorig jaar een film gemaakt, D-railed. Die gaat over een trein die onder water verdwijnt en dan komt er een monster en dat eet iedereen op. Hij is hier nog niet uit, maar hij draait al wel op verschillende filmfestivals. Er komt waarschijnlijk een nieuwe film aan, maar dat weet ik nog niet zeker. We’ll see what happens. Ik hoef ook niet zo nodig een carrière in Hollywood. Ik wil er best af en toe naartoe om een film te draaien, maar ik ga daar niet wonen. Amerikanen zijn wel leuke mensen om mee te werken. Ze zijn – zo is me opgevallen – heel erg complimenteus. Ik werkte samen met crewleden die ook samenwerken met Steven Spielberg. Ze kwamen naar me toe en zeiden: ‘I work with a lot of A-listers man, but you fucking knocked the ball out of the park.’ Dat is leuk om te horen. Als je iets goed doet, dan wordt dat ook benoemd. Hier zijn de mensen afgunstig. Wat dat betreft kunnen wij daar nog een hoop van leren.

Q16. Wat is het grootste nadeel van de roem?
Dat je overal wordt aangesproken. ‘Hé, Jumboooo!’ schreeuwen ze dan bijvoorbeeld. Ik kan daar zelf redelijk mee omgaan, maar mijn vrouw en dochter worden daar weleens gek van. Dat snap ik ook wel. Ik ga met carnaval ook niet meer naar Eindhoven. Dat gaat gewoon niet, dan word je helemaal gek. In die zin isoleert roem wel, al zou je denken dat juist het tegenovergestelde waar zou zijn.

Q17. Waarom wil je nooit vertellen hoeveel je verdient met de reclames voor Jumbo?
Omdat daarover praten alleen maar negativiteit oplevert. Ik schaam me nergens voor, ik denk ook dat ik krijg wat ik verdien, maar het roept alleen maar afgunst op. In Amerika krijg je complimenten als je op die manier je geld verdient als acteur, hier het tegenovergestelde.

Q18. Doe je weleens boodschappen bij de Albert Heijn? Nee.

 

Kim Holland over porno, monogamie en seks in een ministerskamer

Kim Holland wordt volgende maand vijftig. Playboy ging alvast op verjaardagsvisite bij de koningin van de polderporno. Ze mag dan een monogame relatie hebben en als actrice met pensioen zijn, haar sex drive blijft onverminderd. ‘Mijn streven is nog steeds om drie keer per dag sex te hebben.

Lees verder Kim Holland over porno, monogamie en seks in een ministerskamer

Annet Malherbe over haar museumfobie

Annet Malherbe (61) speelt in de voorstelling InVrede. Als tv-actrice werd ze bekend door onder meer Jiskefet en Gooische Vrouwen. Wat leest, luistert en ziet zij zoal in haar vrije tijd?

Verschenen in het aprilnummer van HP/De Tijd. (2019)
Lees het gehele interview hier.

Boeken
“Ik heb al een jaar een reader’s block. Ik heb wel een aantal boeken op mijn nachttafel liggen, maar die worden altijd vrijwel meteen weer neergelegd. Laatst begon ik in Mijn zusje, de seriemoordenaar, het debuut van de Nigeriaanse schrijfster Oyinkan Braithwaite. Het schijnt een goed boek te zijn, alleen ben ik niet verder gekomen dan de eerste drie bladzijden, die ik ook alweer vergeten ben. Ik zeg het je: het is echt een aandoening. Ik word wel graag voorgelezen. Mijn man (kunstenaar en regisseur Alex van Warmerdam – red.) leest mij nu voor het slapengaan voor uit Een huis vol – een geschiedenis van het dagelijks leven van Bill Bryson. Hij las gisteren bijvoorbeeld voor dat het helemaal niet vanzelfsprekend was dat mensen zich vroeger wasten. Ook vooraanstaande mensen wasten zich niet. Hij vertelde iets over een of andere koning die zich elfenhalf jaar niet had gewassen, maar ook zijn onderhemd niet had verwisseld of verschoond. Toen het uit moest, omdat er waarschijnlijk niet veel meer van over was, bleek dat hemd helemaal in zijn huid gegroeid te zijn. Hele repen vel werden meegetrokken. Ik ben dus echt dol op dat soort verhalen. Het kan mij niet goor genoeg.”

Beeldende kunst
“Ik heb een soort museumfobie. Ik vind het heel moeilijk om in een museum te zijn, omdat er gewoon te veel is om te zien. Een poos geleden waren we in het Prado in Madrid. Alex stond erop dat ik Las Meninas (de hofdames) zag van Velázquez. Ik heb in de enorme museumhal op een bankje gewacht terwijl hij het schilderij ging zoeken. Als acteur is het fantastisch om daar te zitten. Je ziet allemaal kleine dingen – bijvoorbeeld hoe iemand loopt of hoe iemand zijn jas uittrekt – die je later weer kunt gebruiken voor een rol. Na een tijdje kwam hij me halen en heeft hij me linea recta naar dat schilderij geleid. Het is inderdaad een prachtig schilderij. Ik heb het goed op me in laten werken en daarna zijn we weer vertrokken. Het Guggenheim in New York vind ik wel een prettig museum, omdat je in een krul omhooggaat. Je loopt niet van zaal naar zaal; je ziet waar je naartoe gaat. Je hebt ook maar één wand met schilderijen. De andere wand is open. Heel overzichtelijk.”

Theater
“Je vraagt wat ik vind van de #Metoobeschuldigingen aan het adres van Job Gosschalk en Ruut Weissman. Natuurlijk vind ik iedere ongewenste seksuele avance verwerpelijk. Ik weet dat er uiteindelijk maar één aanklacht is geweest tegen Job Gosschalk. Ruut Weissman is een ander verhaal. Een docent kan geen seksuele relatie hebben met een leerling. Dan is er altijd sprake van een machtsverhouding. Natuurlijk kan een docent verliefd worden op een leerling, dat mag van mij best, maar dan moet je wel stoppen met lesgegeven. Ik vind het trouwens verbazingwekkend hoe weinig aanklachten er zijn geweest in Nederland. Ik ken acteurs van wie ik in die periode dacht: jij zult wel zenuwachtig worden, maar ze zijn ermee weggekomen. Er zijn trouwens nog steeds mannen die hun handjes niet thuis kunnen houden. Ook nu nog worden er ongevraagd tongen naar binnen gestoken. De predatoren staan zichzelf vrijheden toe die nog steeds worden gedoogd. Even de hand langs de borst of tussen de benen. Jonge actrices durven daar misschien niet zo snel iets van te zeggen, omdat ze denken: heb ik dat wel goed gemerkt? Zolang mensen hun mond dichthouden, blijft dit doorgaan. Als ik nu getuige zou zijn, dan zou ik er ogenblikkelijk werk van maken. I don’t give a fuck. Zolang we er niets van zeggen, blijft dit doorgaan.”