Peter Faber: ‘Bang voor de dood ben ik niet meer’

Peter Faber (76) is een van de grootste acteurs van ons land. Playboy spreekt hem over zijn moeilijke jeugd, zijn vijf huwelijken en zijn intense liefdesleven: “Als je ouder wordt duurt het langer voor je een orgasme krijgt, maar het vrijen zelf wordt ook orgastisch.”

Verschenen in het aprilnummer van Playboy. (2020) Het gehele interview lees je hier.

Q1. Samen met Gerard Cox, Willibrord Frequin en Barry Stevens ben je een maand op reis geweest door Zuid-Amerika voor een nieuw seizoen Beter Laat Dan Nooit. Wat was voor jou het meest memorabele moment van die trip?
“Alles aan deze reis was fantastisch: de uitbundige ontvangst in Suriname, het slenteren over de marmeren stenen in Cuba, de fantastische dagen in Mexico en het carnaval in Brazilië. Ik ben net een kleuter die op schoolreisje gaat: ik geniet zelfs van de uren op Schiphol. Als ik met mijn kinderen op vakantie ga dan zorg ik dat ik vier tot vijf uur eerder op het vliegveld ben zodat we lekker in dat niemandsland kunnen ronddolen. Heerlijk vind ik dat.”

Q3. Jullie zijn eigenlijk vier kwajongens. Wat gebeurt er als de camera’s niet meer draaien? Drank en vrouwen?
“Ha! Je hebt gelijk als je zegt dat we eigenlijk nog kwajongens zijn. Het lijf wordt ouder, maar het jongetje daarin blijft tijdloos. Ik was gestopt met drinken, maar dat heb ik niet volgehouden. Gerard en Willibrord lusten hem wel dus ik ben gezellig mee gaan drinken. En wat betreft de vrouwen… We praten er veel over. In de verhalen is de een nog potenter dan de ander. We hebben ook ontzettend genoten van de Braziliaanse vrouwen, hoe ze dansen met die prachtige billen, maar dat is leuke als je allemaal ruim zeventigplus bent: het heeft een soort kinderlijke onschuld. Niemand haalt het in zijn hoofd om zo’n vrouw te versieren.”

Q5. Je bent tijdens de openhartoperatie klinisch dood geweest. Heeft die ervaring je leven veranderd?
“Bang voor de dood ben ik niet meer. Er is geen vagevuur, er is niets om voor te vrezen. Vijf dagen na de operatie werd ik pas weer bij kennis gebracht. Het eerste wat ik zag was een kast. Ik zag daarin al mijn films staan die ik zelf nooit had bewaard, alle cd’s van de musicals die ik had gedaan en een boek met alle interviews. Tranen liepen over mijn wangen. Ik zei tegen de verpleger: moet je eens kijken naar die kast, dat heeft mijn vrouw voor me geregeld. Hij trok de kast open en liet me allerlei ziekenhuisspullen zien. Het was gewoon een verbandkast. Ik bleek te hallucineren door de pijnstillers.

Q7. Het verhaal over je jeugd is bekend: je had een moeilijke jeugd – er was onder meer veel agressie binnen jullie gezin – en op je zestiende liep je weg van huis en leefde je op straat. Misschien een gekke vraag, maar hou je van je ouders?
“Ik vraag weleens aan een zaal waar ik optreedt: wie van jullie heeft voor zijn twaalfde van zijn ouders gehoord dat je uniek bent, dat je het meest waardevolle bent wat er ooit op de wereld is geweest? In een zaal van vierhonderd man zijn er misschien twintig die hun hand opsteken. In de gevangenissen waar ik kom voor mijn stichting zijn dat er misschien twee of drie. Wat je nooit hebt gehoord, zul je ook nooit uitdragen. In het vorige seizoen van Beter laat dan nooit heb ik door middel van het oplaten van een lampionnetje mijn ouders bedankt. Ik heb niets met die mensen, maar ik heb ze toch bedankt dat ze mij het leven hebben gegeven. Ik heb daar ook voor het eerst hardop gezegd: ik hou van jullie. En toen schoot ik helemaal vol. Ze hebben dat nooit tegen mij gezegd, hadden zelf ook een moeilijk leven, maar ik heb ze het vergeven.”

Q8. Wat is het zwartste moment uit je jeugd?
“Het gruwelijke wat ik ooit heb meegemaakt is toen ik op mijn veertiende voor het eerst naar de tandarts ging. Hij zou mijn gebit wel even gaan ‘saneren’ en begon opeens al mijn tanden eruit te trekken. Binnen een paar dagen had ik een tandeloze mond. Ik voel nog steeds een gigantische woede als ik aan die man denk. Door dat te doen beroof je iemand van zijn waardigheid, van zijn kracht. Je kunt niet meer bijten. Daar komt mijn aversie tegen instanties en autoriteit ook deels vandaan.”

Q9. Je bent enorm levenslustig. Vijf huwelijken, vijf kinderen, een enorm oeuvre, je verhuist om de paar jaar… Heeft iemand met zoveel energie ook genoeg energie in de opvoeding van zijn kinderen gestopt?
“Op mijn manier heb ik dat wel gedaan. Dat is het nadeel van mijn gebrek aan gestructureerde opvoeding: ik moest alles zelf uitvinden. Ik kon niet terugvallen op automatismen: hoe hebben mijn vader en mijn moeder dat gedaan? Ik heb nooit gezien hoe je een goede vader moet zijn. Daarom ben ik ook geen goede vader. Ik ben meer een beschikbare man. Mijn kinderen zijn altijd welkom bij me. Als ik in de krant lees dat iemand vijf keer getrouwd is, dan denk ik: waar ben je mee bezig. Maar die man ben ik. Ik heb er ook geen spijt van, want als ik het niet had gedaan dan waren die kinderen er niet geweest. Mijn grootste trots zijn mijn vijf kinderen en mijn vijf kleinkinderen.”

Q10. Je bent inmiddels acht jaar getrouwd met Rosanna. Zij woont in Londen. Bezoek je haar vaak?
“Never. Ik ben er een keer geweest, maar dat was een heel gedoe, dus zij komt altijd hier. Mijn levensstijl zorgt ervoor dat ik nooit een weekend weg kan. Ik heb mijn zoon of mijn dochter bij me of ik ben aan het werk. Daarom neemt mijn vrouw eens in de twee of drie maanden een week of anderhalve week vrij en dan komt ze hiernaartoe. Dan is het honeymoon.”

Q11. Mis je haar niet na een aantal weken?
“Nee. Ik heb het heerlijk als ik alleen ben, zij heeft het heerlijk als ze alleen is en we hebben het ook heerlijk als we bij elkaar zijn. Ons liefdesleven is heel uitbundig en heel intens. Als je ouder wordt duurt het langer voor je een orgasme krijgt, maar het vrijen zelf wordt daardoor ook bijna orgastisch. Elke aanraking geeft een tinteling. We zijn allebei verbaasd dat we elkaar zo weinig zien en toch zo’n heerlijk seksleven hebben.”

Q12. Heb je nog weleens sjans in de kroeg?
“Ik ontmoet nog regelmatig leuke vrouwen. Laatst nog op het terras bij mij om de hoek: ik had het heel gezellig met een schrijfster, een heel ondeugende vrouw. Nog een drankje, nog een knuffeltje. Die spanning is leuk, maar ik voel geen impuls om dan met haar mee naar huis te gaan. Ik ben wat dat betreft hartstikke monogaam.”

Q13. Was je vroeger een losbol?
“Tussen mijn huwelijken door, in de tijd dat ik soloprogramma’s in het theater deed, had ik in ieder stadje een ander schatje. Nu denk ik weleens: hoe deed ik dat toch? Je zei niet: ‘Kom, we gaan neuken.’ Je had oogcontact, maakte een praatje, ging mee naar huis en dan vrijen. Dat ging heel natuurlijk, maar het is moeilijk om uit te leggen hoe je dat nu deed.”