Boekentips 2019: Pfeijffer, Bryson en Gombrich

Ik lees niet zoveel als Maarten ’t Hart, die las soms vijf boeken per dag, maar aan gemiddeld drie boeken per week kom ik wel. Dat zijn jaarlijks toch zo’n 150 boeken. Hieronder staan daarom in willekeurige volgorde elf boeken die dit jaar een blijvende indruk hebben achtergelaten.

20191Grand Hotel Europa (2018)
Ilja Leonard Pfeijffer (1968)
De Arbeiderspers
552 pagina’s

Wat mij betreft de roman van het afgelopen jaar, van het afgelopen decennium, van de afgelopen eeuw. (De eenentwintigste dan.) Ilja Leonard Pfeijffer heeft met Grand Hotel Europa een vuistdik meesterwerk geschreven over de belangrijkste thema’s van deze tijd. Ik moest na het lezen van dit boeken denken aan het gedicht Der Leser van Rainer Maria Rilke, over een jongen die een boek leest en daarna totaal anders naar de wereld kijkt waarin hij rondloopt. Dat gevoel herken ik. Opeens werd onder woorden gebracht wat ik eigenlijk al wist maar waar ik me nog niet bewust van was: Europa is het recreatiepark van de wereld. We verkopen onze ziel aan de toerist, maar voor hoe lang nog? Als we niet oppassen wordt het massatoerisme onze ondergang. (Kijk naar de zinkende spookstad Venetië.)
Dat gevaar zien we alleen nog niet. Het massatoerisme wordt overal gepropageerd, terwijl we aan de andere kant niet weten wat we met de vluchtelingen aan moeten. Pfeijffer heeft het over het verschil tussen ‘gewenste migranten’ en ‘niet-gewenste migranten.’ “Toerisme vormt een ongemakkelijk contrast met de andere vorm van migratie die het gevolg is van de globalisering en die we zonder reserve als problematisch beschouwen. Terwijl we onze grenzen zo gastvrij mogelijk openen voor buitenlanders die komen om hun geld uit te geven, willen we ze sluiten voor buitenlanders die komen om geld te verdienen.” (p. 115) Enfin, dit is slechts een van de dingen die me bij zijn gebleven. Het boek is zo rijk dat het niet te doen is om daar in een paar woorden iets zinnigs over te zeggen. Je moet het gewoon gaan lezen.

20192Het lichaam (2019)
Bill Bryson (1951)
Atlas Contact
448 pagina’s

Ik moet tot mijn schaamte bekennen dat mijn kennis over het menselijk lichaam niet bijster groot is. Wat doen lymfeklieren bijvoorbeeld, waarvoor dient de huig en hoe werken je hersenen? Bill Bryson legt het allemaal uit in zijn boek Het lichaam – een reisgids. Op lichtvoetige wijze behandelt hij elk aspect van het menselijk lichaam.
Ik viel van de ene verbazing in de andere. Wie wist bijvoorbeeld dat-ie zo’n 100.000 kilometer aan bloedvaten door zijn lijf heeft lopen? Ik niet. Of dat het menselijk lichaam zo’n zes miljard kilometer aan DNA-strengen bevat? Dat is bijna zeventig keer heen en terug naar de zon! Het lichaam is een wonder.

20193De som van misverstanden: over het lezen van boeken (1978)
Maarten ’t Hart (1944)
Singel Uitgevers
228 pagina’s

Maarten ’t Hart heeft een leesverslaving. Ik interviewde hem daar onlangs over voor HP/De Tijd. In het boek De som van misverstanden: over het lezen van boeken legde hij ruim veertig jaar geleden al uit dat hij het als kleuter al niet kon nalaten om andere kinderen zijn mening over door hem gelezen boeken op te dringen. Als ze daarna toch op hun eigen oordeel af wilden gaan, sloeg hij ze met een kinderboek waar hij niet van hield op hun kop. Dit boek bevat verder dertien essays over door hem geliefde schrijvers als J. van Oudshoorn, Henry Roth en William Faulkner.

20194White Fang (1906)
Jack London (1876 – 1916)
SC Active Business Development
216 pagina’s

Een klassieker uit de wereldliteratuur. White Fang is een wolfshond (half wolf, half hond) die wordt geboren in Yukon ten tijde van de Goudkoorts in Klondike. Het verhaal wordt grotendeels vanuit zijn perspectief verteld. White Fang heeft een zwaar leven, groeit op in een wrede omgeving waar honger en gevaar aan de orde van de dag zijn. Hij laat zich temmen, wordt gedomesticeerd door een indianenstam, die hem uiteindelijk voor enkele flessen drank verkopen aan een wrede man die hem inzet voor hondengevechten. Zijn leven lijkt uitzichtloos, tot hij wordt gered door een jonge goudzoeker.

20195Conversaties (2011)
Jan Siebelink (1938)
De Bezige Bij
282 pagina’s

Veel mensen kennen Jan Siebelink van zijn bestseller Knielen op een bed violen, maar wat minder bekend is, is dat hij in de jaren tachtig en negentig voor de Haagsche Post en later HP/De Tijd schreef over zijn literaire helden. Het zijn prachtige portretten over schrijvers als Milan Kundera, Julien Gracq en Stéphane Mallarmé. Het zal de kenners niet verbazen dat Tegen de keer van J.-K. Huysmans in zo ongeveer elk stuk terugkomt. Persoonlijk vind ik het stuk over de biografie die Jean-Paul Sartre over Gustave Flaubert schreef het sterkst. Siebelink weet het drieduizend pagina tellende boek treffend samen in de volgende zin: “Flauberts leven was een nederlaag, het oeuvre is zijn overwinning.”

20196De Bourgondiërs (2019)
Bart Van Loo (1973)
De Bezige Bij
560 pagina’s

Filips de Stoute, Jan zonder Vrees, Maria van Bourgondië: ik had er wel eens van gehoord, maar daar was dan ook alles mee gezegd. Bart van Loo vult met zijn boek dat gat in mijn kennis op. De titel en de ondertitel (De Bourgondiërs – Aartsvaders van de Lage Landen) verklaren eigenlijk al waarom dit boek zo interessant is om te lezen. Niet Willem van Oranje, maar Filips de Goede moet gezien worden als onze stamvader. Al in de veertiende eeuw legde hij de kiem voor het huidige Nederland. Bart van Loo weet met zijn gouden pen de al vele honderden jaren tot stof geworden hertogen en hertoginnen tot leven te wekken. Zo beschrijft hij ergens het verloop van het Banket van de Fazant. Filips de Goede had dit banket georganiseerd om in een plechtige eed zijn intentie kenbaar te maken om op kruistocht te gaan. Kosten noch moeite werden gespaard. Zo was er bijvoorbeeld een kasteel nagebouwd dat vanuit de torens drank spoot in een slotgracht. De ontelbare gangen bestonden elk uit bijna vijftig gerechten die door de gasten met de beste wijnen werden weggespoeld. Honderden herten, hazen, koeien, varkens, schapen, eenden, kippen en zwanen werden verorberd. Ze leefden kortom als echte Bourgondiërs.

201911A room of one’s own (1929)
Virginia Woolf (1882 – 1941)
Penguin Books
144 pagina’s

Negentig jaar geleden schreef Virginia Woolf een essay over de plaats van vrouwen in de literatuur. Waarom schrijven zo weinig vrouwen boeken? Het antwoord: omdat een vrouw geld en een eigen kamer voor zichzelf moet hebben om te kunnen schrijven. Woolf schreef dit klassieke essay in de nasleep van de eerste feministische golf. In die negentig jaar is er veel veranderd, maar nog steeds worden vrouwelijke auteurs stelselmatig lager gewaardeerd dan mannen. Corina Koolen promoveerde vorig jaar op de ongelijkheid tussen man en vrouw in het literaire veld. “Romans van vrouwen worden beschouwd als niet goed genoeg”, zegt Koolen daarover in Trouw. Ongeveer veertig procent van de literaire romans wordt geschreven door vrouwen, terwijl grofweg driekwart van de grote prijzen naar mannelijke auteurs gaan. We zijn er dus nog lang niet. Daarom is dit boek nog steeds actueel.

20197De meeste mensen deugen (2019)
Rutger Bregman (1988)
De Correspondent
528 pagina’s

Waarom gaan we altijd uit van het slechte van de mens? De mens handelt evolutionair gezien meestal vanuit het goede, bepleit historicus Rutger Bregman. Hij maakt korte metten met de vernistheorie: de theorie dat onze beschaving slechts een laagje vernis is. Ook de meest primitieve mensen waren al geneigd het goede te doen en in geval van nood laat de mens niet het slechtste – zoals vaak wordt gedacht – maar het beste van zichzelf zien. Met talloze voorbeelden en wetenschappelijke bewijzen toont hij dit aan. Precair wordt het als Auschwitz ter sprake komt. Als de mens van nature goed is, waarom is er dan zoiets als de Holocaust? Bregman beweert dat de slechteriken (de nazi’s bijvoorbeeld) ook vanuit het goede handelen. Ze willen hun eigen land en volk vooruithelpen. Door leugens, manipulatie en indoctrinatie wordt hen voorgehouden dat zij daarmee aan de goede kant van de geschiedenis staan. Dat vond ik een beetje kort door de bocht. Zo kun je alles wel in je eigen voordeel uitleggen. Verder vind ik het een heel overtuigend relaas – het geeft in ieder geval stof tot nadenken.

20198Dagboek van een gek (1835)
Nicolaj Gogol (1809 – 1852)
Astoria Uitgeverij
173 pagina’s

Dagboek van een gek is het verhaal van een onbeduidende ambtenaar die verteerd wordt door de onbeantwoorde liefde voor een vrouw en daardoor gek wordt. In zijn zogenaamde dagboek zien we dat hij langzaam de controle over de werkelijkheid verliest – hij denkt op een gegeven moment dat hij de koning is van Spanje – en belandt achter slot en grendel. Gogol beschrijft dit proces magistraal. Ik dacht tijdens het lezen: waarom moet iemand die denkt dat hij een koning is achter slot en grendel? Wie doet hij daarmee kwaad? Als je niet in een mal past dan lig je eruit – al was dat vroeger misschien nog wel minder het geval dan tegenwoordig. Laten we de paradijsvogels wat meer omarmen. Een gek is vaak zo gek nog niet.

201909Ik bestaat uit twee letters (2018)
A.H.J. Dautzenberg (1968)
De Arbeiderspers
720 pagina’s

Anton Dautzenberg hield in zijn vijftigste levensjaar een dagboek bij. Dat resulteerde in het ruim zevenhonderd pagina tellende Ik bestaat uit twee letters, deel 298 uit de Privédomein-reeks. Het was het eerste boek dat ik van hem las. Van de schrijver wist ik niet veel: ik wist dat hij een nier had gedoneerd aan een onbekende, dat hij lid was geweest van pedofielenvereniging Martijn en dat hij samenwerkte met ‘fraudeprofessor’ Diederik Stapel. In dit boek vecht hij tegen de karikatuur die altijd van hem wordt gemaakt. Hij komt op mij over als iemand die niet altijd met de stroom mee drijft, die soms keuzes maakt die je zelf misschien niet zou maken, maar dat altijd doet vanuit een diepe compassie met de medemens.
Het boek werkt verslavend: je hebt het idee dat je dingen leest die je eigenlijk niet mag lezen. Over de stroeve verhouding met zijn moeder, zijn tweelingbroer en diens kinderen, over intieme details tussen hem en zijn vriendin, bijvoorbeeld een remspoor in zijn onderbroek waar zij een opmerking over maakt, over de dood van oud-uitgever Theo Sontrop. Dautzenberg spaart daarbij niemand. Ik ben benieuwd hoe zijn vrieden en familie op dit boek hebben gereageerd.

201910Eeuwige schoonheid (1996)
E.H. Gombrich (1909 – 2001)
Van Holkema en Warendorf
688 pagina’s

E.H. Gombrich loodst ons in dit standaardwerk door de geschiedenis van de (voornamelijk westerse) kunst. Van de  grottekeningen in Lascaux (15.000 – 10.000 v. Chr.) tot een stilleven van Giorgio Morandi uit 1966 – en dat in nog geen zevenhonderd pagina’s. De kunst van na de jaren zestig wordt in mijn uitgave nog niet meegenomen. Het boek is rijk geïllustreerd en in heldere taal geschreven. Je leert niet alleen de bredere context van je favoriete kunstwerken kennen, maar krijgt er ook een hoop nieuwe favorieten bij. Een daarvan is voor mij Een jonge haas van Albrecht Dürer uit 1506. Het is de enige haas ter wereld die er na meer dan vijfhonderd jaar nog steeds jong uitziet, alsof-ie gisteren op papier is gezet.

De 12 best gelezen interviews van 2019

Deze interviews zijn dit jaar het meest gelezen op deze website.

12. Sylvana Simons: ‘Ik kan me zelden herkennen in een kunstwerk’
Sylvana Simons over haar kunstbeleving. “Ik zou het heel gaaf vinden als een keer een zwarte cabaretier de Oudejaars doet.”

11. Jules Deelder: ‘Lang leve de dichter, maar waarvan?’
Op pad met Jules Deelder. Oesters en gin in overvloed. Deelder: “Is dat een parel of een tumor? Je weet ‘t maar nooit met die oesters. Het blijft een beetje een rare rochel.”

10. Maarten Spanjer over rentenieren: ‘Ik moet geen honderd worden, ook geen negentig, maar tachtig red ik misschien net’
Maarten Spanjer (66) schreef een boek met tragikomische verhalen over zijn jeugd. Ik ging een nacht op pad met deze meesterverteller. “Waarom begint iedereen toch altijd over Jeroen Krabbé met me?”

9. Danny Vera heeft nooit een hit gehad maar altijd volle zalen
Danny Vera heeft het meest succesvolle jaar uit zijn carrière achter de rug. Hij had zijn eerste echte hit (Rollercoaster) en speelde onder meer in AFAS Live. Begin dit jaar, voordat het grote succes hem ten deel viel, sprak ik hem over zijn carrière tot nu toe.

8. Kaj Gorgels: ‘Zelfoverschatting is een groot probleem in medialand’
Televisietalent Kaj Gorgels (28) presenteerde dit jaar onder meer Temptation Island VIPS en Expeditie Robinson. In dit interview vertelt hij onder meer over zijn haat-liefdeverhouding met de wereld van influencers en presentatoren: “Zelfoverschatting is een probleem dat veel mensen in de mediawereld hebben.”

7. Jan Cremer: ‘Het feminisme is aan mij voorbijgegaan’
Groot interview met Jan Cremer voor Playboy, onder meer over de verfilmingspogingen van zijn bestseller Ik Jan Cremer, zijn weerzin tegen fatsoensrakkers en zijn literaire aspiraties: ‘Ik schrijf begrijpbare porno voor het volk.’

6. Kim Holland: ‘Mijn streven is nog steeds om drie keer per dag sex te hebben’
Kim Holland werd dit jaar vijftig. Ik mocht op verjaardagsvisite bij de koningin van de polderporno. Het werd een gedenkwaardig gesprek.

5. Maarten ’t Hart over Multatuli, Charles Dickens en Theodor Fontane
Maarten ’t Hart (75) is de meest belezen man van Nederland. Voor het winternummer van HP/De Tijd maakte ik een acht pagina tellend interview met hem over zijn leesverslaving. ’t Hart: “Ik heb mijn hele leven verlezen.”

4. Rutger Hauer over het gedicht dat hem ontroerde 
Rutger Hauer (1944 – 2019) was een van de bekendste acteurs van ons land. In 2015 vertelde hij in de bundel Gedichten die mannen aan het huilen maken welk gedicht hem de tranen naar de ogen jaagt.

3. Johnny de Mol: ‘Ik weet niet of het medium televisie over tien jaar nog bestaat’ 
Het leven van Johnny de Mol (40) is de afgelopen jaren drastisch veranderd. Hij verliet de stad, trouwde met zijn grote liefde en werd vader van een zoon. In dit interview vertelde hij onder meer over zijn rock-‘n’-roll-verleden, de band met zijn vader en zijn avontuur met een shemale in Thailand.

2. Pierre Bokma: ‘Het toneel is aan het verdwijnen’
Pierre Bokma zegt dat het toneel gaat verdwijnen. Een van de oorzaken daarvoor zijn mensen zoals Arjen Lubach: “Lubach mag van mij best de theaters in, maar ik vind hem vermoedelijk op televisie honderd keer beter. Die mensen nemen de zuurstof weg voor de toneelcultuur.”

1. Raymond van Barneveld: ‘Ik speel alleen nog om een paar centen te verdienen’
Raymond van Barneveld (52) liet zijn laatste jaar als darter optekenen in het boek Game Over. Een gedroomd afscheid werd het niet voor de vijfvoudig wereldkampioen: onder meer zijn scheiding, een overval en tegenvallende prestaties gooiden roet in het eten. “Dit is het meest rampzalige jaar uit mijn leven geworden. Het is een grote nachtmerrie.”

Maarten ’t Hart over Multatuli, Charles Dickens en Theodor Fontane

Maarten ’t Hart (75) is de meest belezen man van Nederland. Door zijn leesverslaving heeft hij nooit tijd voor een bezoek aan een theater, een bioscoop of een concertzaal. In deze speciale editie van de maandelijkse rubriek ‘De culturele agenda van…’ vertelt de schrijver daarom welke boeken een blijvende indruk hebben achtergelaten en welke juist niet. “Ulysses van James Joyce wordt zwaar overschat.”

Lees verder Maarten ’t Hart over Multatuli, Charles Dickens en Theodor Fontane

Jules Deelder: ‘Ik ben misschien wel de enige échte dichter in Nederland’

Jules Deelder viert dit weekend zijn vijfenzeventigste verjaardag. Onder het genot van een goed vaderlandse oester en een fles van zijn eigen autobiografische gin spraken we de dichter annex nachtburgemeester over dit heugelijke feit. ‘Ik voel me op geen enkele manier een bejaarde. Voor jezelf ben je nog steeds die teringaap met die grote muil.’

Verschenen op de website van HP/De Tijd. (22 november 2019)

 

Jules, je wordt vijfenzeventig. Wat vind je daarvan?
“Dat vind ik ongehoord. Vijfenzeventig! Dat was vroeger een grijsaard. Ik ben laatst nog met mijn bandje naar zo’n bejaardentehuis geweest en dat was léuk. Eèèèècht. Daar zaten allemaal mensen die jonger waren dan ik, maar die zie ik dan toch als oude mensen. Het begrip van leeftijd is relatief. Ik denk nog steeds in termen van ‘jongens’ en ‘meisjes’ en ik vind het nog steeds vreemd als mensen ‘meneer’ tegen me zeggen. Voor jezelf ben je nog steeds die teringaap met die grote muil.”

Je kunt wel denken dat je de eeuwige jeugd hebt, maar je had zelf ook in een bejaardentehuis kunnen zitten.
“Ja, in die zorgdingen denk ik… Godverdomme, dan voel ik dat ik daar zo weinig mee te maken heb, terwijl aan de andere kant, als je natuurlijk realistisch bent, je hebt de leeftijd van een bejaarde. Het is logisch dat mensen je dan ook zo zien. Voor mijzelf geldt dat helemaal niet. Ik voel me op geen enkele manier een bejaarde. Ik leef niet met het idee dat ik al vijfenzeventig jaar achter de rug heb. Je moet iedere dag opnieuw beginnen. Dat is het eigenlijk. Je bent nooit ouder dan een dag.”

Hoe oud hoop je te worden?
“Negenennegentig. Je moet altijd voor het uiterste gaan, nooit in het midden eindigen. Ik ben te oud om jong te sterven en te jong om oud dood te gaan. Ik zal het wel zien. Uiteindelijk komt Magere Hein, altijd onverwacht en je ken niet voor hem weglopen. Dat ben ik ook helemaal niet van plan. Als ze ergens een bobbeltje vinden… Hallo, ik ben vijfenzeventig, ik dien mijn tijd wel uit. Dan ga ik gewoon daaraan dood, weet je wel. Moet je dan nog aan behandelingen beginnen zodat je uiteindelijk nog een jaar langer in ellende door kunt leven? Pleurt lekker op. Ik heb altijd gedacht: dokters, goed dat ze er zijn, maar ik blijf er liever verre van.”

Zou je honderdvijftig willen worden?
“Als het net zo ongemerkt voorbij gaat als de eerste vijfenzeventig jaar dan wil ik dat best wagen. Maar als realist moet je ervan uitgaan dat je hooguit nog tien jaar hebt.”

Uiteindelijk komt Magere Hein, altijd onverwacht en je ken niet voor hem weglopen.

Heb je nog ambities?
Lachend: “Sparta kampioen zien worden. Dat zou ik nog wel een keer mee willen maken. En al die 1944 genummerde flessen Deelder Hard Gin verkopen, ha!”

Heb je je beste gedicht al geschreven?
“Nee, maar er zijn wel een aantal gedichten die bij gebrek aan beter als beste gedicht kunnen worden gekenschetst. Daar valt niet aan te twijfelen. Op een gegeven moment weet je: ik weet niet hoe ik er op gekomen ben, ik begrijp ook geen tering van wat er staat, maar een ding is zeker: dit is wel een goed gedicht. Wat ik bijvoorbeeld heel goed vind, is Aan de Maas:

Aan de Maas gezeten
turend in het zwerk
Het stadsgeraas geweken
ontstijgt men aan zichzelf
Op hoger plan gekomen
wiekend door de lucht
de zwaartekracht te boven
vindt men een ander terug
O vogel van verlangen
wiegend op de wind
verlos ons van elkander
en van elkaars gewicht

Je hebt nooit een grote literaire prijs ontvangen. Hoe komt dat?
“Nou, ja, omdat ik in sommige gedichten natuurlijk ook min of meer de draak steek met de hele literatureluur. Dat kunnen die gasten (uit de literaire jury’s – red.) niet hebben. Ik ben een echte dichter. Ik schreef mijn eerste gedicht al toen ik nog nooit een gedicht had gelezen. Er zijn een heleboel dichters die beweren dat ze dichter zijn maar die het niet echt zijn. Die pleuren een boekenkast omver, lezen al die boeken en dan gaan ze gedichten schrijven. Ik ben daarom misschien nog wel de enige échte dichter die nog tekenen van leven vertoond in Nederland.”

Ik dacht vorig jaar: nu is de P.C. Hooftprijs voor Jules Deelder, maar het werd Nachoem M. Wijnberg.
“Ik dacht dat ze ‘m misschien zouden geven toen ik zeventig werd, maar toen hij ging naar een of andere truttebol. Ach, dat gedoe om die prijzen, dat is een beetje gehuppel hier beneden. Maar goed, je bent ook een mens, dus je vertoont ook menselijke zwakheden. Ik zou die prijs daarom best wel willen hebben, maar nu zijn ze te laat. Eens in de drie jaar, dat is ook weer zo royaal, eens in de drie jaar wordt die prijs vergeven aan een dichter. De andere jaren gaat hij naar proza of naar essay. Wie kreeg hem vorig jaar ook alweer?”

Bas Heijne.
“Oja. Bassie Heijne. Ik dacht al: waar blijven ze zolang. Dat is zo’n oliebol waar ik nog nooit een letter van heb gelezen en ik weet ook zeker dat ik daar niet aan moet beginnen. Dat wordt nog steeds serieus genomen, die essayisten. Heijne is een of andere lul waaraan het leven volkomen aan voorbij is gegaan en die dan ook wat opschrijft. Maar zijn collega’s, die al die boekenkasten doorspitten en er ook geen kloten van begrijpen, vinden dat natuurlijk prachtig en geven hem die prijs. Ik weet zeker dat ik hem de volgende keer ook niet krijg. Die baardaap, hoe heet-ie ook alweer, Ilja Leonard Pfeijffer, is ongetwijfeld de volgende dichter die hem krijgt. Dat staat voor mij zo vast als een huis.”

Ilja Leonard Pfeijffer is ook geen echte dichter?
“Die gozer is natuurlijk woordvaardig, dat valt niet te ontkennen, maar hij werd al een literair wonderkind genoemd voor hij ook maar een drol had geschreven. De meeste dichters schrijven niet voor het publiek, want ze begrijpen al: dat publiek weet er niets van, maar voor de recensenten. Ze schrijven voor de literaire critici want dat zijn de mensen die de prijzen vergeven. De literaire wereld is een ontzettend gesloten, marginaal wereldje.”

Word jij over vijftig jaar nog gelezen?
“Dat zal blijken. Ook al ben je er zelf niet meer, je zult het vast op de een of andere manier te weten komen.”

Hoe dan?
“Langs een andere weg dan de logische. Alles houdt verband met alles, nietwaar?”

Er is leven na de dood?
“Het eeuwige leven speelt zich overal af, zowel voor als na de dood. Als ik doodga dan gaat het leven gewoon door. Dat is leven na de dood. Ik geloof niet in een persoonlijk voortbestaan na de dood. Als je nu meneer Jansen bent en je gaat dood en je blijft meneer Jansen, dat zou toch lichtelijk teleurstellend zijn. Nee, ik geloof in een energie die blijft voortbestaan. Je lichaam pleuren ze in een kachel en wordt verbrand, maar er gaat geen atoom van verloren. Je lichaam gaat gewoon over in een andere toestand. De ziel is niet meetbaar, maar als je een dooie ziet, of je hem nu kent of niet, dan zie je dat hij geen kloten te maken heeft met de persoon die hij of zij was. De ziel is eruit. Zou dat dan wel verloren gaan? Dat maak je mij niet wijs. Die energie gaat ook over in een andere toestand.”

Een beetje dichter dicht zijn eigen grafschrift. Heb jij er al een?
“Daar heb ik nog niet over nagedacht, maar ‘Beter opgebrand dan uitgedoofd’ is wel een aardige.”

Jules Deelder viert zijn vijfenzeventigste verjaardag aanstaande zondag in De Doelen in Rotterdam. Ook verschijnt er een nieuwe dichtbundel en bracht hij 1944 genummerde flessen van zijn eigen autobiografische gin op de markt.

Deelder Hard Gin: hallucinerende kruiden en een vleugje absint

Jules Deelder viert zijn vijfenzeventigste verjaardag met de lancering van ’s wereld eerste autobiografische gin. Playboy had de eer om in het bijzijn van de dichter annex nachtburgemeester te proeven van dit zinsbegoochelende vocht. Deelder: “Het is niet zo dat je Jeanne d’Arc al na een glaasje ziet verschijnen, maar na een fles is die kans al aanzienlijk groter.”

Lees verder Deelder Hard Gin: hallucinerende kruiden en een vleugje absint

De smaak van… Eddy Zoëy

Eddy Zoëy (52) is presentator, kunstenaar en muzikant. Hij is sinds kort een van de vaste presentatoren van RTL Boulevard.

Verschenen in het novembernummer van Playboy. (2019)

Sushi of stamppot?
Als ik het zelf moet maken dan wint de stamppot het glorieus van de sushi. Maar ik kan we ’n hele goede sushi bestéllen.

Jesse Klaver of Thierry Baudet?
Allebei niet. Ik zit meestal in het middengebied of een beetje links van het midden.

Beau van Erven Dorens of Eva Jinek?
Ik word van beide enthousiast, dus hoop dat ze elkaar gaan afwisselen op RTL4.

Nooit meer muziek maken of nooit meer schilderen?
Wat een moeilijke vraag. Als ik moet kiezen tussen blind of doof, dan kies ik voor blind, want ik zou niet zonder muziek kunnen. Blind kunst maken lijkt me erg moeilijk, alhoewel: misschien levert het wel iets waanzinnigs op.

Welke kunstenaars inspireren je?
Grafisch ontwerpers als Neville Brody en David Carson, maar ook pop-artists als Keith Haring en Richard Hamilton. Doe daar een beetje Jackson Pollock bij en we zijn compleet.

Naar welke artiest luister je op dit moment het meest?
Miles Davis en Frank Zappa staan al jaren standaard in mijn afspeellijst. Van de laatste jaren vind ik TV Noise, Foals en Electric Guest te gek.

Wat is de vetste auto ter wereld?
Aston Martin DB5. Ik heb zelf een Aston Martin V8 Saloon gehad – die ene die Timothy Dalton in zijn Bond-film reed – maar die heb ik verkocht. Die werd zoveel geld waard dat ik er niet meer in durfde te rijden.

Wat is het dikste horloge ter wereld?
I couldn’t care less. Doe mij een fitbit en ik ben happy.

Wie is de meest sexy bekende vrouw?
Haley Bennett, actrice en gezicht van het parfummerk Chloé.

Om welke film heb je het laatst gehuild?
Ik ben niet zo’n jankerd als het op films aankomt.

Waar schaam je je voor?
I don’t… Ik geneer me niet zo snel.

Met welke overleden persoon zou je nog weleens een borrel willen drinken?
Marilyn Monroe.

Wat staat er op je strafblad?
Ik heb ’n vinkje staan achter Openbare Ordeverstoring. Ik heb voor een televisieprogramma ooit gedaan alsof er een leeuw uit het circus was ontsnapt. Dat was dusdanig geloofwaardig dat het héle Utrechtse politieapparaat is uitgerukt. Dat vinkje is inmiddels verjaard. Gelukkig maar, want als je de Uk of USA in wilt dan wordt die aantekening niet zo amusant bevonden.

Wat is je meest memorabele ervaring met drugs?
Niet. Ik doe geen drugs en vind mezelf daarom juist géén loser.

Welk drankje drink je het liefst?
Single Malt Scotch van het merk Laphroaig.

Wat is de vreemdste plek waar je ooit seks hebt gehad?
Ik moet daar zolang over nadenken dat ik vrees dat ’t allemaal niet zo spectaculair is…

Nu we er toch zijn of Take Me Out?
Nu we er toch zijn is me qua herinneringen dierbaarder, maar Take Me Out zou ik makkelijker opnieuw maken.

Stiekem ben ik verslaafd aan…
Gitaren. Ik heb er zo’n 25. Er gaat geen dag voorbij zonder te spelen. Welke gitaar nog op mijn verlanglijst staat? Een Gibson 335, wine-red, met Bigsby-tremolo, zoals Chuck Berry ‘m had in de 60’s.

Als ik een miljoen had, dan kocht ik meteen…
Een échte Alberto Giacometti bij veilinghuis Christies.

Wat is je grootste miskoop?
M’n automatische hek. Het is een mooie eikenhouten poort, maar wat gáát-ie moeilijk open in de winter. De helft van de tijd moet ik toch m’n auto uit om hem handmatig te openen. Dat was nou juist niet de bedoeling…

Heb je een guilty pleasure?
Films als Misfit en Misfit 2. Ik speel er zelf in mee, maar ik kijk zelf ook graag naar teen movies.

Dit nummer mogen ze draaien op m’n begrafenis…
Elusive van Scott Matthews.

Het grootste misverstand dat over mij bestaat, is…
Dat ik de hits voor Romeo alléén geschreven zou hebben. Coming Home en Secret Love heb ik samen gemaakt met Jay Vandenberg en de jongens van Romeo. De liedjes van Chipz! (daar zit toch ook weer een nummer 1-hit tussen) heb ik samen met Jay Vandenberg gemaakt. Eigen liedjes zoals Bijna zijn wel honderd procent van mezelf, zowel qua muziek als tekst.

Eddy Zoëy of Eddy Morsink?
Dat is voor mij hetzelfde.

Wat deed je de afgelopen jaren?
Een hele hoop. Content produceren en presenteren voor zenders als FOX, National Geographic, en RTV Utrecht, maar ook voor NPO, RTL en SBS. Plus: muziek maken, theater maken, voice-overs en stemmen voor animaties inspreken, regisseren, schilderen en schrijven. Heel gevarieerd dus.

Raymond van Barneveld over zijn afscheid, depressie en Michael van Gerwen

Raymond van Barneveld (52) liet zijn laatste jaar als darter optekenen in het boek Game Over. Een gedroomd afscheid werd het niet voor de vijfvoudig wereldkampioen: onder meer zijn scheiding, een overval en tegenvallende prestaties gooiden roet in het eten. “Dit is het meest rampzalige jaar uit mijn leven geworden. Het is een grote nachtmerrie.”

Deel van het interview uit het novembernummer van Playboy. Het gehele interview is hier te lezen.

Q1. Game Over verhaalt over je laatste jaar als darter. Een scheiding, een overval, tegenvallende prestaties – je hebt het niet makkelijk gehad. Wat vond je zelf het moeilijkst om terug te lezen?
Ik moet eerlijk zeggen dat ik nog niets heb teruggelezen. Kijk, het idee was om mij dit laatste jaar te laten volgen. Ik had natuurlijk niet kunnen voorspellen dat ik zoveel voor mijn kiezen zou krijgen. Privé is er veel gebeurd: ik lig in scheiding, mijn ex-vrouw werd thuis overvallen, mijn stiefzoon ontspoorde… Natuurlijk ga je daar dan ook niet beter door spelen. Dit laatste jaar had een fantastische afsluiting moeten worden, maar het is het meest rampzalige jaar uit mijn leven geworden. Het is een grote nachtmerrie. En die duurt nog steeds voort. Ik zeg je heel eerlijk: voor mij mag het zo snel mogelijk afgelopen zijn. Het vele reizen, elke keer maar weer omgaan met verlies, het breekt me allemaal op. Mijn afscheidsavond is op 8 februari 2020 in Ziggo Dome. Dan stop ik ook echt.

Q3. Kreeg je in deze moeilijke periode steun van collega’s of van de dartbond?
Natuurlijk niet. Het interesseert mensen geen reet wat je is overkomen. Ze lachen je gewoon uit als je niet meer presteert. Na de overval op mijn ex-vrouw wilde ik er voor haar zijn. Ik heb bijna twee maanden amper wat gegooid. Dan hoor je van de PDC: hij komt niet opdagen, hij maakt er een zooitje van, hij is lui. What the fuck, mensen. Mijn vrouw is overvallen! Ze hebben niet een keer gevraagd hoe het met me gaat. Je moet het zelf maar zien op te lossen, als je maar geld in het laatje blijft brengen. Alles bij elkaar zakt de moed je weleens in de schoenen. Ik moet me er echt toe zetten om m’n pijlen op te pakken en een paar uur te gaan trainen.

Q7. Vind je darten nog leuk?
Nee, al lang niet meer. Ik speel alleen nog om een paar centen te verdienen.

Q8. Michael van Gerwen is op dit moment de koning van het darts. Heb je moeite met zijn succes?
Ik gun het hem van harte, maar ik had er nooit bij stilgestaan dat er in ons land zo snel iemand op zou staan die hetzelfde zou gaan doen als ik. Hij heeft inmiddels al meer dan honderd PDC-titels en hij blijft maar doorgaan. Natuurlijk, hij kan nooit meer de eerste wereldkampioen worden, maar is dat belangrijk? Feyenoord won als eerste de Europa Cup 1. Ajax won hem vier keer. Daarom hebben ze het altijd over Ajax en nooit over Feyenoord. Ik koop er ook niets voor. Van Gerwen won een half miljoen, ik won destijds 32.000 pond. Wat heb jij liever? Door dat prijzengeld gooi je natuurlijk ook wel lekker. Van Gerwen is financieel onafhankelijk. Ik niet. Ik moet nog maar zien hoe dat volgend jaar gaat. Ik kan niet rustig achterover gaan leunen.

Q9. Krijg je genoeg erkenning van hem?
Elke darter heeft een idool gehad. Mijn idolen waren Bob Anderson en Eric Bristow. Michael heeft nooit een idool gehad. Hij zegt dat hij niet door mij is begonnen met darten, hij vindt dat hij door zichzelf is begonnen. Dat kan. Hij moet alleen niet vergeten dat ik de weg wel voor hem heb geasfalteerd. Ik heb altijd op een onverharde weg met kuilen en stenen moeten rijden.

Q12. Vind je het vervelend als mensen je met ‘Barney’ aanspreken?
Ja. Daar heb ik eigenlijk helemaal niks mee. Als het een keer per ongeluk gebeurt dan vind ik dat niet zo erg, maar als ze me met die naam op straat naroepen dan kijk ik niet eens om. Dan zullen ze me wel weer arrogant vinden, maar zo heet ik niet. Ik heet gewoon Raymond van Barneveld.

Q20. Ben je bang om straks in een zwart gat te vallen?
Ja, dat is een hele goede vraag. Ik leg de lat natuurlijk heel hoog voor mezelf. Ik zal goed in de spiegel moeten kijken en mezelf de komende weken afvragen: Raym, wat wil je nou, wat is nu realistisch. Kun je genoegen nemen met een prachtig boek en een mooi afscheid of ga je dat allemaal aan de kant schuiven en verbitterd raken als het niet gaat zoals je wilt? Ik denk dat ik dat moet zien te voorkomen, daar is het leven veel te mooi voor. Ik heb een fantastische vriendin, prachtige kinderen en ontzettend veel lieve vrienden om me heen. Het wordt nu gewoon eens tijd om daar iets mee te gaan doen. De komende weken is het erop of eronder. Ga je naar een mooie kwartfinale, halve finale of zelfs finale dan valt er goed mee te leven, maar als ik er in de eerste of tweede ronde al uitvlieg dan wordt het zwaar.

Game Over van Jasper Boks verschijnt op 18 november 2019. Kaarten voor Barney Dome (de grootse afscheidsavond op 8 februari 2020) zijn te koop via http://www.ziggodome.nl.

Inez Weski over Doctor Zhivago, Francisco Goya en Midnight Cowboy

Mr. Inez Weski is een van ’s lands bekendste strafrechtadvocaten en werkt zeven dagen per week. Wat leest, luistert en ziet ze op de spaarzame momenten dat ze niet aan het werk is?

Verschenen in het novembernummer van HP/De Tijd. (2019) Lees het gehele interview hier.

BOEKEN
“Ik mag graag leesadvies geven. Drie boeken die ik vaak aanraad zijn
Dagboek van een gek van Nicolaj Gogol, Doctor Zhivago van Boris Pasternak en White Fang van Jack London. Dagboek van een gek is het verslag van een ambtenaar die door vreselijk liefdesverdriet opgenomen wordt in een psychiatrische inrichting. Door een dagboek bij te houden wil hij bewijzen dat hij niet krankzinnig is, maar omdat hij schrijft over allerlei waanvoorstellingen die hij heeft, bereikt hij juist het tegenovergestelde. Het boek gaat over leven in de wanen. Dat zie je misschien ook bij Het proces van Franz Kafka. Het verhaal is bekend: een man wordt zonder reden gearresteerd en raakt verwikkeld in een bizar juridisch proces. Er zijn verschillende interpretaties van dit verhaal mogelijk, maar mijn interpretatie is dat het proces helemaal in his mind speelt, het is een waanproces. Er zijn allerlei aanwijzingen die daarop wijzen.”
“Ik hou van verhalen over het harde leven, over de wisselwerking tussen mensheid en natuur, over onderlinge strijd en survival of the fittest. Doctor Zhivago verhaalt over de diepe tegenstellingen en sociale tragiek in Rusland in de periode tussen de Russische Revolutie en de Tweede Wereldoorlog. Ook de film vind ik prachtig. Omar Sharif, met die grote vochtige ogen en besneeuwde wimpers, brengt de diepe droefenis van dat verhaal fantastisch tot uiting. White Fang gaat ook over het harde leven. Het boek gaat over het ruwe leven van goudzoekers tijdens de Goudkoorts van Klondike. Honderdduizend mannen reisden in 1896 af naar Canada; van die meute kwamen zeventigduizend op de heenweg al om. Ik heb dit boek eens aangehaald in een strafzaak om aan te geven hoe zo’n bewustzijnsvernauwende goudkoorts de labiliteit van de mens in de hand werkt. Ik haalde de passage aan waarin de schrijver vertelt hoe de mannen hun paarden behandelden: ‘Men shot them, worked them to death and when they were gone, went back to the beach and bought more … Their hearts turned to stone—those which did not break—and they became beasts, the men on the Dead Horse Trail.’ De goudkoorts brandde kortom hun laatste restje geweten weg.”

BEELDENDE KUNST
“Mijn favoriete kunstenaar is Goya. Zijn werk heeft een enorme impact op mij gehad. Zijn schilderijen laten de systematische gewetenloosheid van de mensen zien. Binnenplaats met krankzinnigen blijft me daarom raken. Ik ben ook een groot bewonderaar van de surrealisten. De liefde voor het surrealisme begon denk ik rond mijn tiende. Ik herinner mij uit die tijd ook het zien van een grote Dalí-tentoonstelling in Rotterdam. Zijn zachte horloges staan me daar het meest van bij. In ons eigen land hebben we natuurlijk Carel Willink. Het surrealisme is in feite een escape uit de werkelijkheid, maar tegelijkertijd een sublimatie van het realisme. Daarom voel ik me er misschien wel zo door aangetrokken, maar ook de schoonheid van de werken spreekt me aan. Dat geldt ook voor de werken van M.C. Escher. Als je die werken van hem bekijkt dan is dat wel meer dan alleen een grafisch wonderstukje. Vorig jaar ben ik me voor een project in zijn leven gaan verdiepen en opeens snapte ik zijn werk veel beter. Escher en zijn familie waren namelijk voortdurend op de vlucht voor het gevaar. Dat zie je terug aan zijn werk: door middel van die systematische tekeningen leek hij orde te willen brengen in de chaos van zijn leven.”

FILM
Of Mice and Men en Midnight Cowboy vind ik twee icoon-achtige films. Of Mice and Men, naar het boek van John Steinbeck, zag ik als kind. De film gaat over twee seizoenarbeiders – twee broers – die rondreizen in de hoop op een beter leven. Onderweg vertellen ze elkaar wat ze allemaal gaan doen als ze eenmaal een eigen boerderij hebben gevonden. Het noodlot reist helaas met hen mee, want Lennie, de minst snuggere van de twee, vermoordt in al zijn domme kracht en liefde per ongeluk een vrouw en vindt daardoor zelf ook de dood. Midnight Cowboy gaat ook over twee losers die op zoek zijn naar een beter leven. Het betreft een cowboy (Jon Voight) die naar de grote stad trekt en als het ware wordt opgeslokt door het consumentisme van New York. Dan komt hij in aanraking met een sjaggeraar met een moeilijke voet (Dustin Hoffman). Ze dromen allebei van een beter leven en vertrekken met een bus naar het warme zuiden. En dan komt het Lennie-moment. In de laatste scène zitten ze in de bus. Jon Voight is aan het vertellen wat ze allemaal in het zuiden gaan doen. Als hij op een gegeven moment naar rechts kijkt, ziet hij dat Dustin Hoffman dood naast hem zit. Dat beeld en die boodschap vergeet je nooit meer. Eigenlijk geldt dat voor alle kunstvormen: de beelden en de boodschappen zetten zich in je hersenen en sturen je de rest van je leven in je emoties. Als je kinderen dat ontzegt, dan ontneem je ze eigenlijk een basis voor het denken.”