Frits Spits: ‘Wat goed is, dat blijft’

Frits Spits (74) presenteert elke zaterdag tussen 11.00 en 13.00 uur De Taalstaat op NPO Radio 1. Wat leest, luistert en ziet de éminence grise van de vaderlandse radio in zijn vrije tijd?

Verschenen in het juninummer van HP/De Tijd. Lees het gehele interview hier.

Boeken

“Ik ben een groot poëzieliefhebber, maar ik ben lange tijd niet zo ondersteboven geweest van een dichter als van Marieke Lucas Rijneveld. In zijn nieuwe bundel Komijnsplitsers schrijft hij hoe hij afscheid neemt van het meisje en een jongen wordt. Het is misschien niet het meest voor de hand liggende woord om poëzie mee te omschrijven, maar ik vind zijn gedichten lief. Ik heb twee regels voor je opgeschreven die me raakten. De eerste is uit het gedicht Angsttuimelaar: ‘Je hebt vrees om iemand te worden/ die de ander niet kan hebben./ Of erger nog: teleur te stellen/ met de gestalte die je aan gaat nemen./ Om de verkeerde mens om je/ beenderen te vormen.’ Dit gedicht gaat over de angst om te zijn wie hij is, maar om het dan zo op te schrijven, dat is toch hartverscheurend? De tweede is uit het gedicht Kwetsuren: ‘Hoe kunnen we iets teers bezitten als we zo/ grofgebouwd zijn, als we steeds maar over de randen van regels groeien.’ Ook zó mooi. Rijneveld heeft iets bovenaards. In taal, maar ook als mens. Ik kwam hem laatst tegen op het Boekenbal. Terwijl we stonden te praten, leek zijn gezicht doorschenen, transparant bijna, waardoor het leek alsof er een engel was neergedaald vanuit de hemel. Alleen de vleugels ontbraken.”

Muziek

“Heb je het het nieuwe album van Bløf gehoord? Daar staat een nummer op dat heet Wonderen zijn welkom. Dat is het Stairway to Heaven van Bløf. Niet alleen qua lengte, het duurt bijna tien minuten, maar ook omdat ik denk dat dit een van de beste nummers is die ze ooit hebben gemaakt. Ik heb het laatst op de radio gezegd: Polaroid is het beste Nederlandstalige popalbum sinds Niemand in de stad van De Dijk (uit 1988 – red.). Paskal Jakobsen is een geweldige zanger en Peter Slager schrijft steeds betere teksten.

“Dat Henny Vrienten dood is vind ik heel erg. Ik heb hem vanaf het begin van Doe Maar meegemaakt en stond op heel goede voet met hem. We hadden af en toe contact, onlangs nog zelfs. We hadden het altijd over muziek en poëzie. In zijn laatste jaren bracht hij drie soloplaten uit: En tochAlles is anders en Tussen de regels. Daar staan sommige van zijn beste nummers op. Op die laatste plaat staat een lied dat heet Museum van weemoed en gemis. Alleen dat is al bewijs van zijn vakmanschap en zijn poëtisch gevoel. Ik ben ooit bij hem thuis geweest en daar liet hij me zijn boeken zien: alleen aan poëzie had hij al veertigduizend bundels. Hij ging vaak naar het Waterlooplein, boekjes verkopen aan de handelaren die daar staan, en daarna bij diezelfde handelaren weer op zoek naar nieuwe bundels. Soms zei die handelaar dan: ‘Maar meneer Vrienten, deze bundel heeft u hier laatst ingeleverd en nu koopt u hem terug.’ Dat deerde hem niet. Hij kon veel gedichten uit het blote hoofd citeren. Hij zei altijd: een gedicht is heel anders dan een liedtekst. Over een gedicht kun je nadenken: dat daalt neer op papier en dan moet je raden naar de betekenis, maar meestal voel je die wel. Bij een liedtekst moet die betekenis direct overkomen. Ik vind het knap als er tekstschrijvers zijn die dat kunnen, en hij was er daar zeker een van. Een bijzondere man.

“Thuis draai ik soms Bat Out of Hell van Meatloaf, dat is lekkere muziek als je een beetje tempo wilt maken, maar ook Hello van Lionel Richie vind ik nog steeds mooi, net als Make You Feel My Love van Adele. Het meest luister ik toch nog steeds naar Nederlandstalige muziek. Vanmorgen was ik muziek aan het uitzoeken voor mijn uitzending van zaterdag en hoorde ik Laat me niet alleen in de beroemde vertaling van Ernst van Altena door Beatrice van der Poel. Het is een vertaling van Ne me quitte pas van Jacques Brel, eerder onder meer vertolkt door Liesbeth List. Van der Poel zingt dat nummer echt fan-tas-tisch. Je denk: dit kan niet, maar het kan dus wel. Ik moet nu ik je dit vertel ineens denken aan Ik drink van Ramses Shaffy, ook zo’n tranentrekker en ook een vertaling trouwens, gemaakt door Boudewijn Spitzen. (Het origineel, La chanson de Paul, werd gezongen door Serge Reggiani – red.) De makers van de twee originelen zijn allang dood, Shaffy ook trouwens, maar hun liedjes worden toch nog steeds gedraaid. Je kunt daarom wel stellen: wat goed is, dat blijft. Ware kunst overleeft de kunstenaar. Of de muziek van nu de tijd overleeft, weet je niet. Dat kun je pas over een jaar of dertig zeggen. Er zijn wel ontzettend veel nieuwe talenten waar ik veel van verwacht. S10 vind ik heel goed. De diepte vind ik echt een mooi liedje met onverwachte zinnetjes. Thyrza viel me op door haar liedje Soldaat. Ze heeft een prachtige stem en schrijft gevoelige teksten. Onweer van Juliet is ook zo’n nummer dat je meteen nog een keer wilt luisteren. Ik vind haar muziek heel bijzonder, ook op melodisch vlak, want bij een liedje gaat het niet alleen om de tekst maar ook om de muziek; de tekst moet een goede bedding krijgen.”