Jörgen Raymann: ‘Ik was een arrogante lul geworden’

Na tien jaar afwezigheid is Jörgen Raymann (60) terug op televisie én in het
theater: dit voorjaar begeleidde hij een nieuwe generatie comedians in het
sketchprogramma Die Andere Late Night op NPO 3, en vanaf het najaar viert
hij zijn zestigste verjaardag, zijn bigi yari, met een gloednieuwe voorstelling.

Verschenen in het septembernummer van Playboy, 2026.

Jörgen Raymann leek voorgoed van de buis. De man die met Raymann is Laat jarenlang de zondagavond bezat, kwam na 2016 met plan na plan bij de NPO en kreeg keer op keer nul op het rekest. Dit jaar is hij ineens overal: dit voorjaar op NPO 3 tussen een nieuwe generatie comedians in het sketchprogramma Die Andere Late Night, vanaf het najaar in het theater, waar hij zijn bigi yari viert, zijn zestigste verjaardag. Een triomftocht, zou je denken, maar de titel van zijn nieuwe voorstelling zegt iets anders.

Je voorstelling heet Bigi Yari: Welkom thuis, waar niemand op je zit te wachten. Ben je zelf bang dat er niemand meer op jou zit te wachten?

‘Het is de gerede angst van iedereen in mijn vak. Je bent altijd afhankelijk van mensen die naar jou willen komen kijken, en als niemand meer op je zit te wachten, is dat het einde van wie je bent. Ik ben ook nooit zo’n kunstenaar geweest die zegt: ik maak mijn kunst voor mezelf, en de rest moet het maar weten. Iedereen wil gezien en gehoord worden, en in de kunsten is die drang het grootst, want anders kies je dat vak niet. In mijn lezingen heb ik het altijd over de vijf g’s op de werkvloer: mensen willen gezien worden, gehoord worden, geïnspireerd raken, gezond zijn en gelukkig zijn. Die eerste twee zijn voor ieder werkend mens essentieel. Wat voor werk je ook doet, je wilt dat het iets bijdraagt.’

In 2016 stopte de NPO met je programma’s. Je zegt dat dat de beslissing van één persoon was. Wie?

‘Ik ga geen namen noemen, maar zo werkt het wel: er verschuift iemand op een stoel en ineens passen jouw plannen niet meer in het profiel. Ik kwam steeds met nieuwe concepten, en alles werd afgewezen. Je krijgt keer op keer nul op het rekest, en op een dag begrijp je dat het niet aan die plannen ligt maar aan jou. Je kunt je nergens tegen verweren, want officieel is er niets gebeurd. Ik deed ook geen theater meer. Net toen ik met Paul de Leeuw en Simone Kleinsma in de musical Hello, Dolly! stond, gingen door corona alle theaters dicht, vlak voordat ik mijn première zou hebben. Dan val je in een gat en denk je: ben ik nog wel relevant?’

Wat trof je aan toen je in dat gat naar jezelf keek?

‘Iemand die niet altijd even aangenaam was. Je gaat denken dat je heel belangrijk bent, omdat iedereen dat de hele dag zegt. Je doet een tv-opname, jij vindt hem kut, de hele ploeg roept: geweldig. Op den duur denk je: als ik een scheet laat, vindt iedereen dat de kamer er beter door ruikt.’

Was er in die jaren niemand in je omgeving die ingreep?

‘Nee, al zou ik de mensen om mij heen geen ja-knikkers willen noemen. Wie voor zijn brood afhankelijk is van jouw optreden, is nu eenmaal eerder geneigd coulant te zijn. Ik had één vriend die daar dwars doorheen ging, mijn medeschrijver Simon van der Ben. Simon zei keihard: nee, dit is niet goed, en hij benoemde ook mijn divagedrag. Ik was een arrogante lul geworden, iemand die het vanzelfsprekend vond dat een hele ploeg voor hem rende. Pas toen ik mezelf moest resetten, zag ik in dat hij op heel wat punten gelijk had gehad.’

Is die reset gelukt?

‘Het heeft me veel goeds gebracht dat ik die populariteit een tijd kwijt was. Het belang ligt er niet in dat iedereen moet weten wie Jörgen Raymann is, maar dat Jörgen Raymann gelukkig is met wat hij doet. Vroeger werd ik gelukkig van mijn vrouw die tickets naar Londen had gekocht om te shoppen. Nu word ik gelukkig van: schat, ik heb een pizza gehaald en een flesje wijn van de Appie, en we gaan vanavond The Big Bang Theory bingewatchen. Het heeft ongetwijfeld ook met leeftijd te maken, want als dit interview verschijnt, ben ik net 60 geworden, en het haantjesgedrag van vroeger is helemaal verdwenen. Je ziet op een gegeven moment hoe vergankelijk populariteit is: ze gaat net zo snel weg als ze gekomen is.’

Op je hoogtepunt verdiende je een miljoen per jaar. Toen je programma stopte, liepen je schulden op tot anderhalf miljoen euro en moest je van de bank je villa en je Porsche verkopen. Waar bleef al dat geld?

‘In elk geval niet in dure horloges, en zelfs mijn auto’s zette ik altijd netjes in de financiering. Het duurste wat ik ooit heb gedaan, was tijdens een uitje naar Londen een pak van Tom Ford kopen van 1.200 pond, waarna we ook nog naar Barbra Streisand in de O2 Arena zijn geweest, met kaarten van samen 2.000 pond. Dat was werkelijk mijn grootste uitspatting. Verder heb ik vooral heel veel gedeeld: iedereen mocht mee-eten, mensen meenemen op vakantie, en wie iets nodig had, kon altijd bij mij terecht. Daar is al dat geld naartoe gegaan. Daarbovenop ook nog slecht financieel advies, en de grootste fout die ik heb gemaakt: ik had geen zicht op mijn eigen geld, liet dat door anderen beheren. Ik zeg niet dat ik belazerd ben, maar als je geen overzicht hebt en denkt dat het nooit ophoudt, ga je nat.’

En nu, heb je financieel weer rust gevonden?

‘Nu heb ik rust, al klotst het geld zeker niet tegen de plinten. Ik woonde ooit op 700 vierkante meter, en tegenwoordig wonen we met z’n tweeën op iets minder dan 100, gelukkiger dan we ooit in dat grote huis zijn geweest. Vroeger dacht ik dat ik na mijn 55ste zou stoppen met werken; er zijn inmiddels vijftien werkende jaren bij gekomen, en ik ben er geen dag minder gelukkig om. Wat ik nu doe, is ervoor zorgen dat ik na mijn 70ste met een gerust hart met pensioen kan gaan en gewoon leuke dingen kan doen met mijn vrouw.’

Bij Die Andere Late Night werkte je met een nieuwe generatie comedians. Hoe was dat?

‘Het grote verschil is de belevingswereld. Zij kijken vanuit Gen Z naar de wereld, ik vanuit Gen X. De muziek waar zij naar luisteren, de series die ze kijken, de mensen die ze online volgen: ik heb er werkelijk geen idee van. Misschien was ik ook een beetje blasé geworden. Bij sommige van hun grappen dacht ik: dit heb ik allemaal al gehoord, dit heb ik allemaal al gezien. Tot ik mezelf de ruimte gaf om er met andere ogen naar te kijken, en dan is het toch gewoon grappig. Ik heb veel van ze geleerd.’

Lees het gehele interview in de Playboy.