De vloer op (2000-2020)

Bedenker Peter de Baan (80) en acteur Gijs Scholten van Aschat (66) blikken terug op twintig jaar improviseren in De vloer op.

Gijs en Pierre, jullie zijn tegen de tachtig. Acteren is er niet meer bij, het enige wat jullie nog doen is af en toe met Shakespeare-teksten optreden op avondjes, en het geheugen laat jullie regelmatig in de steek. Catherine Keyl heeft jullie uitgenodigd bij Omroep MAX, jullie bereiden dat voor in de kleedkamer, en over tien minuten is de uitzending.’ Meer krijgen de acteurs Gijs Scholten van Aschat en Pierre Bokma in 2006 niet mee van Peter de Baan, de regisseur van het improvisatieprogramma De vloer op, die elke opdracht bedenkt, uitspreekt en bepaalt wanneer een scène voorbij is. Voor een zaal vol publiek maken ze van een tafel en twee stoelen een kleedkamer, schuifelen erheen als oude mannen, zetten allebei een bril op en nemen het plan door: eerst de balkonscène, dan een stukje Othello, dan Hamlet. ‘Welk licht breekt door het raam? Het is het oosten en Julia is de zon,’ zegt de een, en vergeet de armbeweging, waarop de ander hem de les leest met de woorden die Hamlet tot zijn spelers spreekt, een instructie over acteren, opgezegd door een acteur die het niet meer kan: laat de regels dansen over je tong, ga niet schreeuwen zoals zoveel acteurs doen, en zaag niet de hele tijd met je armen door de lucht. Daarna repeteren ze de scène uit Othello waarin Jago zijn generaal jaloers maakt door alleen te herhalen wat die zelf zegt en steeds net niet uit te spreken wat hij weet. Gijs speelt Othello en vraagt telkens wat Pierre denkt. Pierre, als Jago, kan alleen nog ‘voor zover ik weet’ uitbrengen, tot geen van beiden meer weet wie aan de beurt is en Othello zijn wanhopige regel zegt: ‘Mijn God, je bent mijn echo.’ Die regel geldt nu ook voor de twee oude mannen die elkaar hun tekst nazeggen. Zestien minuten duurt het, langer dan enige andere scène van het programma, en de kijkers kozen het later tot hun favoriet. Dan klinkt de zin waarmee De Baan twintig jaar lang elke scène heeft afgesloten: ‘Oké, tot hier.’

Het programma ontstond eind jaren 90 uit geldgebrek bij de Humanistische Omroep, nu HUMAN. De Baan: ‘Directeur Bert Janssen belde met de vraag of ik wilde nadenken over televisiedrama dat heel weinig mocht kosten. Mijn eerste impuls, in datzelfde telefoongesprek, was: dan kun je maar één ding doen, en dat is improviseren. Improviseren is goedkoop. Je hebt geen locatie nodig, geen decor en geen dramaturg.’ Gespeeld werd er vanaf 1999 in het oude Bimhuis, het jazzpodium dat zijn naam ontleent aan de BIM, de Beroepsvereniging van Improviserende Musici, met publiek in de zaal. De naam van het programma is een toneelterm: na weken aan de repetitietafel zegt de regisseur dat ze ‘de vloer op gaan’. Zo eenvoudig bleef het. Recensent Herien Wensink schreef jaren later in de Volkskrant: ‘In al zijn eenvoud is De vloer op het enige echt geslaagde tv-format over theater.’

‘Mijn eerste impuls, in datzelfde telefoongesprek, was: dan kun je maar één ding doen, en dat is improviseren.’

Van 2000 tot 2020 begon elke scène zo: twee of drie acteurs kregen ter plekke een situatie en een dilemma, liepen de vloer op en moesten er zonder script iets van maken, tot de regisseur bepaalde dat het klaar was. Per opnameavond gaf De Baan acht opdrachten, waarvan er zes bruikbaar moesten zijn. ‘Er is geen enkel jaar geweest dat we dachten: vooruit, we hebben er nog één nodig. Veel vaker was het: wat zonde dat we die niet óók nog kunnen uitzenden.’ In twintig jaar speelden 78 acteurs ruim 460 scènes in 172 afleveringen. De namen van die 78, van Bokma, Peter Blok en Leopold Witte tot Huub Stapel, Katja Herbers en Johnny de Mol, vormen volgens De Baan ‘een lijst waar je u tegen zegt’. Drie van hen, Stefan de Walle, Saskia Temmink en Scholten van Aschat, waren er alle seizoenen bij. Kijkers geloofden niet altijd dat die acteurs echt improviseerden, zegt Scholten van Aschat. ‘Ze kwamen vaak naar me toe en zeiden dat het doorgestoken kaart was, terwijl de kern nu juist is dat je het niet weet en daardoor op dingen komt.’

De opdrachten verzinnen bleek het moeilijkst. ‘De eerste jaren hielpen bevriende schrijvers mee, maar de meesten hielden daar snel mee op, omdat ze het te moeilijk vonden. Een opdracht is namelijk niet het verhaal. De opdracht is zwanger van een verhaal, heb ik weleens pathetisch gezegd, maar het verhaal zelf moet je erin niet vertellen. Anders wordt het improviseren het navertellen van de opdracht, en dat is de klassieke fout.’ Sindsdien verzon De Baan ze zelf, zoals de opdracht voor Sophie van Winden en Yannick van de Velde: ‘Sophie, je hebt een Gouden Kalf gewonnen. Je bent getrouwd met Yannick. ’s Avonds kom je thuis en Yannick is woedend, omdat je hem niet genoemd hebt.’ ‘Zo’n opdracht verzin ik starend uit het raam. Ik heb zelf twee Gouden Kalveren gekregen, en bij het eerste vergat ik de producent te bedanken.’

Scholten van Aschat weet nog wat er in zijn hoofd gebeurde als hij zo’n opdracht kreeg. ‘Er flitst van alles door je heen. Je loopt naar de tafel en je gaat de rol vormgeven, want het jasje dat je kiest, bepaalt al wat voor figuur je wordt: met dat geruite jasje en dat brilletje word ik een sukkel, met die hoed een onbetrouwbaar type. En soms flitst er helemaal niets door je hoofd. Dan denk je: o mijn god, ik heb werkelijk geen idee, en hoop je maar dat de ander dat wel heeft.’ Wat hij van het programma leerde, legt hij uit met een voorbeeld. ‘In scripts wordt heel vaak verteld: dit is waar de scène over gaat, en dat speel je dan ook. Bij De vloer op leer je dat je tegen de bedoeling in moet spelen. Neem een man en een vrouw in een relatiecrisis. Daar wordt meestal een scène aan de keukentafel over geschreven: we hebben een probleem, ik hou niet meer van je, wat is er toch met ons huwelijk. Allemaal gelul. Het is veel interessanter om die twee samen boodschappen te laten doen. Ze staan bij de macaroni en de spaghetti. Hij: zullen we deze nemen? Zij: als jij dat wilt. Hij: hoezo, als ik dat wil? Zij: jij wil toch altijd die spaghetti? Hij: goed, maar wat wil jij dan? Zij: nee, neem maar wat jij wilt. Enzovoort. Die twee hebben duidelijk een enorm probleem met elkaar, maar er wordt met geen woord over gerept.’

Improviseren, zegt Scholten van Aschat, is leren vertrouwen op je talent. ‘Messi wist van tevoren nooit wat hij ging doen. Hij had zoveel talent dat zijn lichaam het overnam. Met spelen is het net zo: je hebt geen tijd om na te denken, dus je moet vertrouwen op iets dat komt. Soms komt het niet, en dan speel je een klotescène. Als je moe bent, is het zwart daarboven. Dan helpt het om de scène te beginnen met: luister eens even, ik heb helemaal geen zin in dit gesprek. Je benoemt waar je zelf tegenaan loopt, en opeens schiet je iets te binnen: ik had je dit niet willen vertellen, maar ik heb erectieproblemen, daar neem ik pillen voor, en daar word ik zo depressief van. Dan heb je een ingang.’ Zulke mislukkingen werden in de loop der jaren zeldzamer, zegt De Baan. Hoe kwam dat? ‘Ik kon steeds beter de chemie tussen de verschillende acteurs incalculeren. Met bijna al die acteurs had ik weleens een voorstelling, film of televisieprogramma gemaakt, dus ik kon het samenspel van tevoren inschatten.’ Ingrijpen tijdens een scène deed hij één keer, in het eerste jaar. ‘Toen wist ik: dat nooit meer. Als ik ingrijp, gaan ze doen wat ze denken dat ik bedoel.’ Afkappen deed hij als hij zag dat er geen einde meer kwam. ‘In het theater kun je een scène laten hangen, maar op televisie moet er een einde aan zitten.’

Een scène die De Baan te binnen schiet als hij er een mag kiezen, is die van Yannick van de Velde en Peter Blok. Van de Velde speelt een jongen van negentien die al een jaar of vier een geheime, seksueel geladen verhouding heeft met een vriend van zijn vader (Blok) en die komt vertellen dat hij ermee wil stoppen. ‘Peter probeert hem volledig aan zijn kant te krijgen. Dat is verschrikkelijk goor, terwijl hij het alleen met argumenten doet, niets seksueel geladens, alleen met liefde en aandacht. Je ziet aan Yannick dat hij die liefde verschrikkelijk nodig heeft. Je zou de scène bijna een instructie kunnen noemen voor hulpverleners die niet begrijpen waarom een jong iemand in zo’n verhouding terechtkomt en ermee instemt. Veel improvisaties worden gebruikt in het onderwijs, zelfs in het gevangeniswezen, en dat beschouw ik als een compliment.’

Op 29 augustus 2020 zond HUMAN de laatste aflevering uit, waarin De Walle, Temmink en Scholten van Aschat terugblikten. ‘Misschien was de koek wel op,’ zegt Scholten van Aschat. ‘Maar dit had echt niveau, en zulke programma’s, kwetsbaar en een beetje edgy, gaan er door de bezuinigingen allemaal uit. Het VPRO-gevoel, dat ook de Humanistische Omroep had, van laat ons gewoon televisie maken en vertrouw op onze kundigheid en smaak, verdwijnt. Als alles door het algoritme bepaald wordt, krijgen we steeds meer van hetzelfde.’ De Baan, inmiddels tachtig, noemt het ‘het leukste wat ik ooit heb gedaan’. Hij staat tijdens het telefoongesprek op een parkeerterrein in Roemenië, naast een begraafplaats, en ziet iets wat vroeger waarschijnlijk een opdracht was geworden. ‘Twee mannen zijn aan het werk met een betonkisting en een derde zit op een bankje toe te kijken. Ik fantaseer meteen dat hij kijkt hoe zijn eigen graf wordt klaargemaakt. En hij is niet tevreden.’

Dit artikel komt uit de VARAgids, (editie 38, 2026).