Maarten Spanjer heeft sinds eind augustus een wekelijkse column in De Telegraaf. Elke zaterdag schrijft de 73-jarige schrijver en acteur, bekend van Taxi en van verhalenbundels als Eigen schuld en Geluk is een herinnering, over zijn ziekenhuistijd en over alles wat daarop volgde. Ik las het afgelopen jaar met hem mee.
Vorig jaar werd bij Spanjer blaas- en prostaatkanker vastgesteld. Hij werd geopereerd, zijn blaas en prostaat werden verwijderd en hij kreeg een plasstoma. Omdat wij enigszins bevriend waren, zat ik in de appgroep waarin zijn toenmalige vriendin familie en vrienden op de hoogte hield van de operatie en het herstel. Toen hij weer thuis was, zocht ik hem op. Hij was moe van de behandelingen, maar hij bleek in het ziekenhuis van alles te hebben meegemaakt en vertelde daar prachtig over. Ik zei tegen hem: dit moet je opschrijven. Zo ontstond het plan om zijn ziekenhuisbelevenissen, die grotendeels echt gebeurd zijn, op papier te zetten.
Voor het schrijven had hij in die eerste maanden de energie nog niet, en daarom deden we het aanvankelijk samen. Hij vertelde mij zijn verhalen, ik werkte ze uit tot een opzet voor een column, en die opzet herschreef hij vervolgens volledig in zijn eigen stijl. Die taakverdeling was al snel niet meer nodig: zodra hij aansterkte, ging hij weer helemaal zelf schrijven en werd ik meelezer en redacteur. Het afgelopen jaar spraken we om de twee à drie weken af, meestal bij hem thuis of op een terras, soms telefonisch. Hij las zijn nieuwe columns aan me voor, we bespraken wat er beter kon en daarna deed ik de eindredactie. Inmiddels liggen er 25 columns, stuk voor stuk ontzettend leuk geworden. Ik heb er met veel plezier aan gewerkt, en wie weleens met Maarten op een terras heeft gezeten, begrijpt dat elke afspraak een feest was.
De columns gaan over het leven in en na het ziekenhuis. Ze beschrijven de zusters die er hun eigen logica op na houden, het medische jargon waar een patiënt machteloos bij ligt te luisteren, de vrienden die aan zijn bed verschenen en het wennen aan de plasstoma. De eerste column heette dan ook Zeg maar ja tegen een plasstoma. In De Telegraaf vertelde Spanjer onlangs dat je in de eerste dagen na zo’n operatie, terwijl je op je kamer ligt bij te komen, vooral wordt teruggeworpen op dromen en herinneringen. Juist die dromen leverden misschien wel het mooiste materiaal op. Afgelopen zaterdag beschreef hij zijn grootste angst tijdens de zware nachten na de operatie: dat Freek de Jonge “met een clownsneus op als cliniclown zou verschijnen en na afloop geld wilde cashen, terwijl ik hem niet eens had besteld.”
Zijn columns zijn hier te lezen.