Muzikant Rinus Gerritsen (80) en dichter en schrijver Nico Dijkshoorn (66) leerden elkaar in 2014 kennen in het Haagse poppodium Paard.
Verschenen in het oktobernummer van HP/De Tijd, 2026. Fotografie door Clemens Rikken.
Rinus Gerritsen (Den Haag, 1946) was bassist van Golden Earring. Hij werkt op dit moment aan een nieuw soloalbum. Nico Dijkshoorn (Amsterdam, 1960) is dichter, schrijver, columnist en muzikant. Ze leerden elkaar kennen in 2014. Samen spelen ze in het hobbybandje The Wizards, en dit jaar verscheen Vrij, het eerste Nederlandstalige nummer van Gerritsen, met tekst en zang van Dijkshoorn.
Nico: “We hebben elkaar ontmoet bij Puur Gelul, een avond met spoken word en stand-up in Paard, het poppodium in Den Haag. Ik mocht die avond afsluiten met iets wat ik ter plekke schreef en jij vertelde een verhaal. Wat zo ontzettend innemend was: als mensen om jou begonnen te lachen, stond jij de hele tijd net zo hard mee te lachen.”
Rinus: “Ja, als je bij tante Bet op de verjaardag een verhaal vertelt, dan lach je toch ook mee met de rest? Zo zijn we met de Earring ook altijd geweest: geen act, gewoon Rinus en George en Cesar en Barry, vier jongens uit Den Haag, in plaats van een popartiest of zo.”
Nico: “Die verpletterende gewoonheid trof mij toen enorm. Ik dacht alleen maar: daar staat fucking Rinus Gerritsen. Jij bent na afloop blijven hangen, we raakten in gesprek, en jij zei: ik doe jamsessies bij Engels, de Haagse bluessociëteit, kom daar ook eens naartoe. Daar hebben we voor het eerst samen gespeeld, en daarna hebben we een bandje opgericht, The Wizards. Een beetje absurd natuurlijk: ik ben nu de frontman in een band van Rinus Gerritsen.”
Rinus: “Dat samenspelen ging hartstikke lekker. Bij jou voel ik hetzelfde als bij mezelf: dat je gewoon jezelf bent. Het gaat helemaal niet om techniek, het gaat erom dat je iemand raakt, dat je je emotie via je instrument door kan sluizen. Dat is ook waarom ik je heb gevraagd om voor mijn vorige plaat een tekst te schrijven, in het Nederlands, met humor erin.”
Nico: “Het is een obsessie van mij dat 96 procent van de mensen die een nieuw liedje schrijven met ‘ik’ begint. Na twee liedjes van een demoplaat weet ik het alweer: ik ben ongelukkig, ik heb mooie kleren gekocht, ik dit, ik dat. Totaal oninteressant, want iedereen leidt ongeveer hetzelfde marginale bestaan. Het wordt pas interessant als je in het hoofd van een ander kruipt. Waarom zou je geen liedje schrijven over een mosselboer?”
Lees het gehele interview hier.