Oek de Jong leest: Tournier, Dermoût en Claus

Dit artikel is eerder verschenen op literair weblog De Contrabas en op de website van HP/De Tijd.

Schrijvers lezen ook. Maar wat lezen ze eigenlijk? In navolging van Ernest Hemingway geven twintig vooraanstaande Nederlandse en Vlaamse literatoren een klein college literatuur. Wat moeten we absoluut gelezen hebben, en waarom? Deze week: Oek de Jong.

Oek de Jong (1952) bracht zijn jeugd door op het Friese en Zeeuwse platteland, respectievelijk in Dokkum en in Goes. Hij studeerde kunstgeschiedenis in Amsterdam, debuteerde in 1975 met het verhaal ‘De onbeweeglijke’ in Hollands Maandblad, maar brak pas met zijn roman Opwaaiende zomerjurken uit 1979 echt door bij het grote publiek. In 2012 verscheen zijn veelgeprezen magnum opus Pier en oceaan, dat in 2013 werd gelauwerd met de F. Bordewijk-prijs.

/Nachtkastje
Ik ben op dit moment op vakantie in Frankrijk, en heb bij me:
Yasunari Kawabata: Schoonheid en verdriet (1965), Joost ZwagermanAmericana (2013), Claude Debussy: Hartstochtelijk houd ik van muziek – Brieven vertaald en toegelicht door Lucas Bunge (2010) en Haruki Murakami: De kleurloze Tsukuru Tazaki en zijn pelgrimsjaren(2014).

/De Grote Drie
Wat zijn volgens u de drie beste romans ooit geschreven, en waarom?

> Michel Tournier – De elzenkoning (1970)
Een Franse garagehouder en automonteur raakt in 1940 in Duitse krijgsgevangenschap. Hij werkt als dwangarbeider in een krijgsgevangenkamp, weet te ontsnappen, wordt jachtopziener op het landgoed van Hermann Göring, een van de topnazi’s, en ten slotte, als de Russische troepen naderen vanuit het Oosten, werkt hij in een opleidingsinstituut voor SS-officieren. Door deze roman heb ik de nazi-ideologie het best begrepen, en ook wat het aantrekkelijke ervan is geweest. De linkshandige, reusachtig grote en liefst rauw vlees etende Abel Tiffauges is voor mij een van de  indrukwekkendste personages uit de wereldliteratuur. Dit boek vergeet je nooit meer.

> Maria Dermoût – De tienduizend dingen (1955)
Deze roman van Dermoût is, merk ik, nog altijd de grote Geheimtip van de Nederlandse literatuur. Dermoût bracht een aanzienlijk deel van haar leven door in Nederlands-Indië, als vrouw van een hoge ambtenaar, en begon pas op latere leeftijd te publiceren. De tienduizend dingen stond in de Verenigde Staten op de bestsellerlijst, Dermoût publiceerde verhalen in grote Amerikaanse tijdschriften als Esquire en Harpers Magazine. Toch bleef zij in Nederland een betrekkelijk onbekende. De tienduizend dingen speelt zich af op een eiland in de Molukken, op een oude specerijenplantage. De stijl van Dermoût is licht, subtiel, snel en betoverend. Dit is lezen als puur genot.

> Hugo Claus – Het verdriet van België (1983)
Het is in de eerste plaats vanwege de rijke en sappige taal dat ik van Claus’ meesterwerk houd. Tijdens het schrijven van Pier en oceaan heb ik er herhaaldelijk naar gegrepen, alleen maar om me door die taal te laten inspireren. De jonge Louis Seynaeve doorstaat de kwellingen en perversiteiten van een katholiek jongensinternaat en komt tot wasdom tijdens de Duitse bezetting. Het ‘verdriet van België’, dat is de immense schaal waarop er in de oorlogsjaren met de Duitsers is gecollaboreerd. Daar gaat de roman dus over, over die groezelige en beschamende collaboratie die alles en iedereen aantast. Maar het is ook de vaak hilarische geschiedenis van een Vlaamse familie tijdens de oorlog. Dit is de roman waar Claus het meest zijn best op heeft gedaan, het is zijn meest doorleefde roman, hij geeft hier het beste van wat hij te bieden heeft – en dat is ontzaglijk veel.

/De Grote Een
Ik heb natuurlijk van veel schrijvers geleerd. Louis Couperus beschouw ik als mijn eerste leermeester: op mijn twintigste was ik gefascineerd door zijn grote roman De boeken der kleine zielen. Ik herinner me dat ik toen voor het eerst naar de techniek van een roman keek.

Na Couperus zijn velen gevolgd. Ik heb geleerd van de Japanse schrijver Kawabata – tot mijn verbazing moet ik zeggen, want hoe kun je zo’n sterke affiniteit hebben met een schrijver uit zo’n totaal andere cultuur dan de onze? In Pier en oceaan zit een scène met een knipoog naar Kawabata: Abel die in een zomerhuis een meisje onder de douche ziet staan en in het douchewater een zweem rood bespeurt – ze is die nacht ontmaagd. Ik heb de licht perverse erotiek van Kawabata in mijn stijl opgenomen en ook de manier waarop hij voorwerpen, bijvoorbeeld een theekom, een rol laat spelen in een verhaal.

Het meest heb ik waarschijnlijk geleerd van graaf L. N. Tolstoj, oftewel Lev Tolstoj. Op vrij late leeftijd, eigenlijk, want ik was al in de veertig toen ik zijn hele oeuvre las. Tolstoj is grote meester van het realisme in de romankunst,. Door hem ben ik gaan beseffen wat de kracht is van het realisme en hoe dat in een roman in zijn werk gaat: de realiteit tegenwoordig stellen. Ik heb ook geleerd van de manier waarop hij scènes opbouwt en personages tot leven wekt. Er zijn waarschijnlijk maar weinig romanschrijvers die niet op de een of andere manier schatplichtig zijn aan de schrijver van Kinderjaren, de Sebastopol-vertellingen, De kozakken, Oorlog en vrede, Anna Karenina, Hadzji Moerat, De dood van Iwan Iljitsj en Opstanding. In mijn onlangs veschenen essay ‘Wat alleen de roman kan zeggen’ heb ik het uitvoerig over Tolstoj en de immense overtuigingskracht van zijn realisme. Ooit ga ik nog op bedevaart naar Jasnaja Polana, het landgoed waar deze Russische beer het grootste deel van zijn leven doorbracht.

/Leeslijst

Leeslijst-oek-de-Jong-handschrift-Pier-en-oceaan-HP-De-Tijd-writlit-nick-muller-rik-reimert

 

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s