Olcay Gulsen: ‘Van types als Sylvana Simons gaan mijn haren rechtovereind staan’

In haar boek SuperOlcay doet Olcay Gulsen (38) uit de doeken hoe je met lef van niets naar de top komt. Ze kan het weten, als de vrouw die eigenhandig een mode-imperium uit de grond stampte. 20 vragen aan ‘de ultieme girlboss van Nederland.’

Uit Playboy, maart 2018. Het gehele interview leest u hier.

In je boek Superolcay vertel je over de grootste valkuil van mensen die van niets komen en opeens succes krijgen: overshinen. Hoe zag dat er bij jou uit?

Ik was al op jonge leeftijd redelijk snel succesvol en wilde dat heel erg laten zien aan iedereen. Ik vond mezelf wel wat. Ik kocht mooie klokken, dure auto’s, het was echt te cheesy voor woorden. Op een gegeven moment vierde ik zelfs mijn dertigste verjaardag op een afgehuurd jacht aan de Zuid-Franse kust met zogenaamd mijn beste vrienden, maar dat waren natuurlijk niet mijn vrienden. Als ik daar op terugkijk, vind ik dat echt een irritante houding van mezelf. Het is ook een beetje een dommige manier om indruk te maken. Zo’n feest op zo’n jacht heeft niets te maken met geluk of gezelligheid. Als ik nu op de bank zit met een paar echte vrienden dan is het pas écht gezellig. Daar hoef je geen dure champagne voor te drinken.

We lazen dat je in een huurhuis woont van €4.500 per maand. Waarom koop jij geen huis?

Omdat ik mijn hele leven al heel graag direct wil kunnen verhuizen. Dat is meer een psychisch dingetje. Ik heb een soort bindingsangst, met mensen en met plekken.

Wat is het duurste kledingstuk dat je bezit?

Ik denk dat het meeste geld in mijn tassencollectie is gaan zitten. Ik had er ontzettend veel, waar ik belachelijk veel geld aan had uitgegeven, maar toen er twee jaar geleden bij mij is ingebroken hebben ze alles meegenomen. Dat was echt heel zuur. Toen moest ik opnieuw beginnen. Ik nam me voor om er niet meer zoveel te kopen. Ik heb er nu een stuk of twintig, nog steeds veel te veel natuurlijk, die variëren tussen de €1.200 en €9.000.

6. Bij jou lijkt alles altijd zo vlekkeloos te verlopen. Gaat er ook weleens iets mis?
Natuurlijk. Ik heb een periode heel slecht in mijn vel gezeten. Tussen 2014 en 2016 had ik denk ik een burn-out, al zou ik dat nooit tegenover mezelf toe willen geven. Ik was helemaal klaar met de mode-industrie en de televisiewereld en heb toen echt twee jaar in de luwte geleefd. Och man, ik had het zo zwaar. Ik had mijn hele leven al mijn emoties uitgeschakeld. Ik had nooit gehuild, ik had me nooit kwetsbaar opgesteld, en toen gleed ik me toch uit en werd het twee jaar lang een groot jankfestijn. Ik voelde me zo slecht. Ik dacht ook echt dat ik er nooit uit zou komen. Achteraf gezien had ik hulp moeten zoeken, maar daar was ik toch te trots voor. Ik dacht dat ik het wel zelf kon en daarom heeft het ook zo lang geduurd.

In die periode was ik ook nog eens de gevierde vrouw. Dat matchte natuurlijk totaal niet met hoe ik me voelde. Ik dacht op een gegeven moment: ik boek gewoon een enkele reis naar een ver land en ik kom nooit meer terug. Al die ellende heeft me ook wel iets geleerd. Ik was altijd een schoft voor mensen die een burn-out hadden. Ik vond altijd dat ze zich niet zo aan moesten stellen. Ik kan natuurlijk nog steeds wel bedrijfseconomisch denken, ik bedoel: als jij een burn-out hebt en je contract loopt af, dan ga ik dat natuurlijk niet verlengen, maar ik ben niet meer de kille werkgever die ik ben geweest. Ik begrijp nu wat zoiets met je kan doen.

11 Je omschreef je vader in een oud interview eens als ‘een schizofreen, verslaafd aan heroïne en alcohol en gewelddadig tegen zijn hele gezin’. In het dankwoord van je nieuwe boek bedank je hem voor ‘zijn kleurrijke geest’. Wat is er de afgelopen jaren veranderd in jullie verhouding?

Ik ben ouder geworden. Dat is het denk ik. Ik was natuurlijk echt een rebel, ik schopte tegen alles en iedereen aan en daarbij het hardst tegen mezelf. Die drang heb ik nu minder. Ik zie nu heel goed in dat hij slachtoffer is van zijn ziekte en dat hij mijn jeugd niet bewust tot een hel heeft willen maken. Ik vind hem heel zielig en ik hou van hem – heel tegenstrijdig. Ik spreek hem nu een of twee keer per week en dat vind ik prettig.

12 Je moeder was ook niet de makkelijkste ouder, toch? Ze zegt onomwonden dat ze je eigenlijk had willen laten aborteren.

Ik weet niet meer hoe ze dat vertelde. Volgens mij heeft ze van kleins af aan al tegen mij gezegd dat ze liever had gewild dat ik doodgeboren was. Ik heb daar alleen nooit mee gezeten.

13 Heeft die moeilijke gezinssituatie jouw gedachten over het zelf stichten van een gezin beïnvloed?

Ik heb daar heel lang moeite mee gehad, maar meer door de ziekte van mijn vader. Schizofrenie is namelijk best wel een sterk genetisch bepaalde ziekte in onze familie. Mijn vader heeft het, zijn moeder had het, haar moeder had het ook… Ik dacht: misschien ben ik dan de lucky one die het niet krijgt, maar wat als mijn kind het wel krijgt? Omdat ik door mijn vader weet hoe erg het is om die ziekte te hebben. Nu sta ik daar anders in. Als ik de keuze had, dan zou ik wel een gezin willen stichten. Ook de angst dat ik daardoor misschien niet meer zoveel kan werken is nu weg. Ik was altijd zo gefixeerd op het zakelijk succes, maar nu denk ik: misschien is het krijgen van een kind wel het mooiste wat je kan overkomen.

14 Wat is op dit moment het grootste verdriet in je leven?

Mijn vader. Nog steeds. Als ik ergens wakker van word of ik heb een knoop in mijn maag, dan is dat altijd om die reden. Erg vind ik dat van mezelf. Ik kan er namelijk toch niets aan veranderen. Ik denk altijd wel dat ik alles kan veranderen, ik ben een supermens, dus ik kan toch ook wel mijn vader beter maken? Maar dat kan ik dus niet. En dan hoop ik altijd dat hij doodgaat. Dan heeft hij geen stemmen meer in zijn hoofd, hoeft hij geen drugs meer te scoren en is hij verlost van alle ellende. En dan voel ik me daar weer schuldig over.

15 Wat is het grootste misverstand dat over jou bestaat?

Dat ik arrogant ben. Ik ben zelfverzekerd, maar dat wordt vaak verward met arrogantie.

18 Je schrijft in je boek dat je een hekel hebt aan jonge allochtonen die blijven hangen in hun slachtofferrol. Wat bedoel je daar precies mee?

Nou ja, dat ze de buitenlandkaart spelen. Zo van: ‘Ja, ik word gediscrimineerd en daarom word ik niet aangenomen.’ Man, hou toch op. Je leeft in een land waarin alles kan en mag. Je kunt hier met veel inzet en hard werken iets bereiken, ook als je bent geboren in het verkeerde milieu. Ik ben wat dat betreft hartstikke trots op Nederland. Nederland staat voor mij gelijk aan vrijheid, maar die vrijheid wordt een beetje ingeperkt. We verdwalen ook echt in discussies.

Je mag niets meer zeggen, maar daar tegenover staan juist weer mensen die heel veel mogen zeggen en die daar ook gretig gebruik van maken. Van types als Sylvana Simons en die mannen van DENK gaan mijn haren recht overeind staan. Dat zijn zulke moemakers. Ik vind het walgelijk hoe ze een slachtofferrol op zich nemen met als enige doel om aandacht te krijgen. En die aandacht krijgen ze ook nog eens. Het is een soort vicieuze cirkel. Gelukkig zijn er ook nog steeds mensen die intelligente dingen zeggen, zoals golden boy Jesse Klaver, op wie ik vorig jaar ook gestemd heb. Dat is iemand in wie ik me politiek gezien wel kan vinden. Ook van vrouwen die zeggen dat ze minder kansen hebben dan mannen kan ik moedeloos worden. Vrouwen die er echt voor gaan, hebben ook veel kansen. Ik huiver dan ook altijd een beetje bij het woord feminist. Ik zou mezelf niet zo snel zo noemen – al ben ik het wel. Bij feministen denk ik toch altijd aan van die losgeslagen vrouwen met korte haren en tuinbroeken. Ik ben wat dat betreft meer een ‘vrouwelijke’ feminist.

19 Over de ontstaansgeschiedenis van Supertrash is altijd wat onduidelijkheid geweest. Quote plaatst bijvoorbeeld vraagtekens bij het feit dat het merk in Los Angeles zou zijn opgericht door een zekere Ava Riley en door jou zou zijn opgekocht. Zij stellen dat je het merk zelf hebt opgericht en dit verhaal alleen hebt verzonnen om het wat beter in de markt te zetten. Klopt dat?

Die verwarring is toch alleen maar leuk? Alles is een verhaal. En als er geen verhaal is dan moet je maar een verhaal maken. Ik heb veel gebluft, ik heb een beetje gelogen, ik heb interessant gedaan, ik heb mezelf beter voorgedaan dan ik was – het hoort er allemaal bij. En ik zou het morgen weer doen. Dat is onderdeel van de strategie. Je moet je best doen om een beetje op te vallen.

20 Waar hoop jij over tien jaar te staan?

Dan zit ik niet meer in de mode-industrie. Ik vind het een te gekke industrie, ik heb veel meegemaakt, veel geleerd, ik heb alles daarin wel bereikt, maar ik zou me ook wel weer eens op iets nieuws willen storten in een wereld waarin ik de regels nog niet ken. In Amerika noemen ze dat the third act of life. Het lijkt me heel leuk om misschien iets in de media te gaan doen, of de stoute schoenen aan te trekken en iets aan ontwikkelingshulp te gaan doen. Ik weet het nog niet. Ik ben alleen te jong om de rest van mijn leven te doen wat ik nu doe, maar eigenlijk ook te oud om met iets heel nieuws te beginnen – al wil ik dat wel heel graag.

Advertenties