Presentatoren Wendy van Dijk (55) en Matthias Scholten (57) blikken terug op het beruchtste spel van de jaren 90: Over de roooie.
Een meisje in bikini, maat XS, gooit een emmer water tegen de voorruit van een auto, klimt op de motorkap en lapt het glas met haar borsten. Iemand eet geblinddoekt crackers met hondenvoer erop, een teiltje binnen handbereik. Weer een ander laat zich door een wildvreemde naar de ‘erotische kapper’ sturen om zich onder de gordel te laten knippen.
Dit zijn zomaar wat taferelen uit Over de roooie, het dagelijkse straatspel waarmee de jonge commerciële zender SBS 6 zich in 1996 op de kaart zette. De zender was pas een jaar in de ether en mikte in die beginjaren op een jong en mannelijk publiek. Het programma draaide om één vraag: hoe ver gaat een gewoon mens voor duizend gulden? Twee presentatoren in felrode leren jasjes, Wendy van Dijk en Matthias Scholten, spraken op straat willekeurige voorbijgangers aan en daagden hen uit iets geks of vies te doen. Wie de opdracht volbracht, won duizend gulden, in de volksmond een ‘rooie rug’, al was dat biljet in werkelijkheid groen. Bij veel opdrachten zat een addertje onder het gras: de winnaar moest daarna zelf een paar andere voorbijgangers overhalen hetzelfde te doen – en die laatsten kregen er niets voor.
Voor Wendy van Dijk, nu een van de bekendste presentatoren van Nederland, was het de doorbraak bij het grote publiek. Daarvoor was ze danseres geweest, onder meer in de André van Duin revue. Begin jaren 90 kreeg ze haar eerste bekendheid als assistente bij Wie ben ik?, dat ze jaren later zelf zou presenteren op de zender waar ze ooit begon. Daarnaast speelde ze mee in de filmpjes van Booby trap, een Veronica-programma waarin nietsvermoedende mensen met verborgen camera’s in de maling werden genomen. Zelf presenteren had ze nooit gewild. ‘Ik keek op tegen presentatoren als Caroline Tensen en Ron Brandsteder,’ zegt ze, ‘en dacht echt: dat zou ik nooit kunnen.’ Televisieproducent John de Mol had haar in Booby trap opgemerkt en schreef haar een persoonlijke brief. Van Dijk dacht eerst dat het een grap was, maar de brief was echt en ze werd uitgenodigd voor een algemene screentest. Tegelijkertijd werd ze gevraagd om auditie te doen voor een nieuw straatspel. Ze toog naar Amstelveen, vroeg aan een voorbijganger om twee paar veters aan elkaar te knopen en dat vervolgens bij nog eens negen andere mensen te doen. ‘De auditie voor het straatspel lag eerder op zijn bureau dan de algemene screentest,’ zegt Van Dijk. Ze werd meteen aangenomen, mede dankzij Matthias Scholten, die had meegedacht over wie de vrouw naast hem zou worden.
Over de roooie werd haar leerschool. ‘Het was achteraf gezien een spoedcursus televisie maken,’ zegt Van Dijk. ‘Je werkte vijf dagen in de week aan een dagelijks programma dat prime time werd uitgezonden. Ik heb er heel veel geleerd.’ Met het team keek ze de opnames terug, onder anderen met producer Debbie de Jong, nu bekend van B&B vol liefde. ‘Zij zei: je enthousiasme mag wel ietsje minder. Daar had ze gelijk in. Ik was vaak degene die het hardst juichte en sprong als er duizend gulden werd gewonnen.’ Haar Amsterdamse accent liet ze door een logopedist bijschaven.
Matthias Scholten kwam van de andere kant. Hij had toerisme gestudeerd, werkte als entertainer in bungalowparken en begon op televisie bij het Schooltv-weekjournaal. In 1995 kwam hij bij SBS 6 binnen als voice-over van blooperprogramma’s; achter de schermen warmde hij het studiopubliek op en zwengelde hij het applaus aan. Als presentator had hij nog nooit voor de camera gestaan. ‘Ik wilde graag beroemd worden,’ zegt hij. Toen De Mol met dit programma kwam, hoefde hij niet lang na te denken. ‘Dit is het, dacht ik, dit is mijn doorbraak. Fans, geld en mijn naam in de VARAgids.’
Het programma werd met een klein kernteam gemaakt. Elke maandagochtend kreeg Scholten een schema voorgeschoteld: vandaag Enschede, morgen Breda, overmorgen Eindhoven, met meestal vijf opdrachten per dag. De kunst was niet om mensen over te halen, maar om iets te bedenken dat íemand zou weigeren. De eerste opdracht – een sinaasappel die van nek naar nek moest worden doorgegeven – was daarvoor te tam: niemand zei nee. Zo werd de lat steeds hoger gelegd. Telkens bleek iemand bereid verder te gaan dan de makers hadden gedacht. Toen de redactie er zeker van was dat niemand ooit de teennagels van een vreemde zou afbijten, deed iemand het toch. ‘Volgens mij heeft iemand zelfs ooit zijn eigen urine gedronken, maar het kan ook zijn dat ik dat verzonnen heb,’ zegt Scholten.
‘Volgens mij heeft iemand zelfs ooit zijn eigen urine gedronken’
In de eerste weken was het ploeteren. ‘Soms liep je uren rond om mensen voor één opdracht te vragen,’ zegt Van Dijk. ‘Niemand kende ons of ons programma.’ In korte tijd werd het programma razend populair. ‘Je kwam aan met dat rode jasje en je werd bedolven onder de mensen.’ Scholten herinnert zich drommen van twee- à driehonderd man, tot het verkeer stilstond. ‘We hadden zelfs strooikaarten met onze handtekening erop om uit te delen.’ Aan het eind van de middag trok de ploeg een woonwijk in. Dat was een ander onderdeel van het programma: van de vijf opdrachten die elke dag werden uitgezonden, werden er ook twee in de wijk opgenomen, bij de mensen thuis. In die huiskamers ontstonden de gekste opdrachten: je haar kammen met een vuile wc-borstel, of met een verfroller aardbeienjam tegen het plafond smeren en dan vier buren vinden die hetzelfde deden. ‘Matthias vond het vreselijk, de wijk in, maar ik genoot er altijd van,’ lacht Van Dijk.
Niet iedereen lachte mee. De pers was hard. De opkomst van de commerciële omroep had de toon op televisie in een paar jaar ruwer gemaakt, en de zorgen daarover bereikten in 1997 een hoogtepunt. Tv-criticus Ronald Ockhuysen van de Volkskrant schreef dat smakeloosheid op televisie een groter probleem was dan geweld, met Over de roooie als voorbeeld. Datzelfde jaar maakte Nederland zich zorgen over wat de televisie de jeugd liet zien: de Tweede Kamer debatteerde over geweld en grof vermaak op de buis, en de commerciële zenders stelden een gedragscode op om jonge kijkers te beschermen. Het werd rond acht uur ’s avonds uitgezonden, wanneer ook kinderen meekeken, die het volgens Scholten juist spectaculair vonden. ‘De kritiek was tekenend voor een ernstige maatschappij, waarin dit allemaal niet mocht,’ zegt hij.
Het zwaarste verwijt ging niet over de smaak, maar over de deelnemers zelf. ‘Er was veel kritiek dat wij mensen die het financieel niet goed hadden, zouden exploiteren,’ zegt Scholten. Hij vindt dat achteraf niet geheel onterecht. ‘Je weet niet hoe hard iemand dat geld nodig heeft. Ik kan me voorstellen dat het er denigrerend uitziet.’ Tegelijk zag hij dat die deelnemers, hoe gênant ook, in hun eigen buurt als helden werden binnengehaald. ‘Ze kregen hun fifteen minutes of fame. Vergeet ook niet dat YouTube en sociale media nog niet bestonden. Je werd er dus niet een leven lang door getekend.’
Van Dijk merkte pas later hoe ver ze ging. ‘Nou, iedereen werd gek,’ zegt ze. ‘Wij, maar het Nederlandse publiek ook. Er is volgens mij geen opdracht geweest die niet is uitgevoerd. We waren gewoon het spoor bijster.’ Bij een van de opdrachten werd eten gekauwd en door vijf mensen van mond tot mond doorgegeven. ‘Dat was echt te goor. Toen ik ermee bezig was, stond ik er bovenop, geen probleem, maar thuis keek ik deze opdracht terug, met een broodje smeerleverworst in mijn mond, en kon ik er niet meer naar kijken. Persoonlijk vond ik dit wel over de rand.’
Wie ook een grens trok, was de baas van SBS 6, Fons van Westerloo. Hij vond het programma onschuldig zolang niemand er de volgende dag onder leed. Toen een vrouw zich halfnaakt door een supermarkt liet jagen, greep hij in, ook na klachten van de desbetreffende supermarktketen. ‘Ik realiseerde me dat zij geen idee had wat haar na uitzending te wachten kon staan,’ schreef hij later. Hij liet er een regeling voor opstellen: deelnemers kregen voortaan een paar weken bedenktijd om hun uitzending alsnog tegen te houden. ‘Naast alle mooie dingen hebben we meer aan de futiliteit van de Nederlandse televisie bijgedragen dan wie ook,’ zegt hij. ‘Maar exploitatie was het niet.’
Het spel was nooit voor de lange duur bedoeld. ‘We zouden het eerst drie, vier maanden doen, maar het werd meteen een hit,’ zegt Scholten. Op het laatst draaide de ploeg zes dagen per week en kwam er een derde presentator bij, Renate Schutte. Na ongeveer anderhalf jaar was de rek eruit. Volgens SBS 6 was de zender niet voor de kritiek geweken, maar waren de ideeën uitgeput. Fox 8 kwam later met een nog grover programma, Een rug te ver, waarin deelnemers narcisbollen aten en in het ziekenhuis belandden.
Beide presentatoren kwamen goed terecht. Van Dijk werd een vaste waarde op televisie, met haar typetje Ushi en grote shows als The voice of Holland en X Factor. Scholten ruilde de straat in voor de directiekamer en klom op tot directeur Content bij RTL, de zender die in 2019 een remake van zijn oude straatspel uitzond, Wie is de Sjaak?
Met de blik van nu kijkt Wendy van Dijk er anders naar dan toen. Toch is ze trots gebleven. ‘Ik vind het nog altijd leuk om aan terug te denken, maar uiteindelijk liep het gigantisch uit de klauwen,’ benadrukt ze. Of ze op het juiste moment stopten, weet ze niet zeker. ‘We zijn net op tijd, of misschien net iets te laat, gestopt.’
Dit artikel komt uit VARAgids 26, 2026.