Terug in kleur

De erfgename van Schopenhauer wordt ze genoemd: de Vlaamse literaire sensatie Marijke Van Thielen. Nu haar bundel Zij nam het vlees de vierde druk nadert, bezoeken we haar op haar Spaanse berg.

Marijke Van Thielen (40) is een Vlaamse essayist en filosoof. In maart verscheen bij uitgeverij Fagus haar bundel Zij nam het vlees: essays over vergankelijkheid, het vrouwenlichaam en de dood, die de lezer geen enkele troost gunnen. Om de bundel aan de man te brengen, plaatst ze op Facebook bijna dagelijks een zwart-witfoto van zichzelf met sigaret, met een fragment uit het boek eronder. Het leverde haar miljoenen views, duizenden volgers en tientallen doodsbedreigingen op. Eind 2024 verhuisde ze met haar man Arjan Pronk, jarenlang bassist van de Sallandse dialectrockband Bökkers, naar een berg in Andalusië. Tien maanden later overleed hij aan alvleesklierkanker. Het was de tweede keer dat ze een geliefde verloor: ze was 24 toen haar eerste grote liefde stierf. Voor Playboy maakte ze met haar beste vriendin Manon A. Kroon foto’s in huis en in de boomgaard.

Hoe was de shoot?

“Ik had de eer en het genoegen om thuis plaatjes te schieten met mijn beste vriendin, dus het voelde veilig, bijna vertrouwd, bijna gezellig: op een zondagmiddag in de Andalusische zon in je blote kont door de boomgaard trimmen. Dat verschilt wel van andere zondagmiddagen. Zelfs als ik alleen ben, doe ik normaal een broekje aan.

“Ik denk dat mensen verwachtten dat ik de foto’s voor Playboy streng gestileerd zou maken, en zwart-wit, met de sigaret, zoals ik online alles doe. Het was fijn om met dat beeld te breken en een mens met kleur te laten zien, met intimiteit en humor erin. Dat is net het leuke van zo’n breuk, want ik heb een bloedhekel aan verwachtingen. Op deze foto’s ben ik de girl next door, maar dan op vakantie in Andalusië, met een borrel op.”

Waar komen dat zwart-wit en die sigaret vandaan?

“Ik ben zwart-wit gaan gebruiken vanaf het moment dat mijn man overleed, omdat het leven toen zijn kleur verloor. Zo laat ik zien dat hij er niet meer bij is. De sigaret kwam er bijna gelijktijdig bij. Roken is een eerbetoon aan Arjan, maar een sigaret staat ook symbool voor het leven, de dood, ziekte, verderf, een rebels karakter, en op een of andere manier voor kanker. Kanker reist met me mee. Die sigaret is dus luguberder dan hij lijkt.

“Tegelijk zijn die zwart-witprentjes op Facebook ook een middel. Ik maak ze omdat ik wil dat ze verder reiken dan mijn eigen kring, en ik heb gemerkt dat het algoritme aanslaat op suggestieve foto’s, maar je blokkeert zodra je te naakt gaat. Je bewandelt dus een fijne lijn: vrouwenlichamen verkopen nog steeds, alleen moet er ook een soort rebellie in zitten, een dreiging die in het plaatje zelf zit. Van de teksten eronder gaan die waarin ik mezelf belachelijk maak het hardst, en dat doe ik graag: het beeld van de serieuze literaire essayist, die met een pakje aan zichzelf gewichtig zit te vinden, vergroot ik uit tot een parodie. Je moet enerveren, maar geen boosheid opwekken, want dan reageren mensen met boze gezichtjes en haalt het algoritme de post naar beneden. Zo loopt mijn maandelijkse bereik in de miljoenen.”

Het boek dat je daarmee met succes onder de aandacht brengt, is een bundel filosofische essays. Wie koopt dat?

“Blijkbaar duizenden mensen, terwijl ik doodsbang was dat de eerste druk niet eens verkocht zou worden. Mijn enige doel was dat die boekjes weg zouden gaan. Toen kwam er een tweede druk, en daarna een derde. Inmiddels komt er waarschijnlijk ook een vierde. Holy shit. Mijn uitgever, Hans de Beukelaer, een heerlijke playboy, had het ook niet verwacht. Hans is een vakman die voor niemand buigt, en dat doe ik ook niet; we likken geen konten, ook niet bij elkaar. Hij heeft me alle vrijheid gegeven om het boek te maken en heeft niet lopen miepen.

“Ook de reacties uit de academische filosofie had ik niet zien aankomen, want ik ben geen academisch geschoold filosoof. Mensen van de filosofie noemen het een literair boek, mensen van de literatuur een filosofisch boek. Gek genoeg lezen ook veel muzikanten het, meestal uit de metalhoek, en je wilt niet weten hoeveel tattoo-artists mijn boek gekocht hebben. Ik durf dus een heel klein beetje te beweren dat ik schrijven weer cool maak. Maar mijn doelgroep is gewoon de witte man van middelbare leeftijd.”

Fragment. De fotoshoot plus bijbehorend interview staan in het novembernummer van Playboy. (2026)