Liselotte Fleur – in de mode

HP/De Tijd Expo geeft jonge kunstenaars een podium om hun werk te tonen. Waarom? Omdat er veel moois wordt gemaakt én om uw ogen te verwennen. Deze week: fotografe Liselotte Fleur uit Rotterdam.

Liselotte Fleur (Rotterdam, 1991) studeerde in 2013 af aan de Willem de Kooning Academie in Rotterdam, afstudeerrichting: Fotografie. Gedurende haar studie volgde ze een semester aan de Accademia di Belli Arti di Brera in Milaan en trok ze met haar camera naar Rome en Parijs om haar netwerk te verbreden. Momenteel werkt ze als freelance mode- en portretfotografe.

Over haar werk
‘Ik zie fotografie als een gelegenheid om mijn eigen verhaal te vertellen. Daarbij ga ik op zoek naar kleine verrassingen, met als resultaat een fascinatie voor perfectie, onverwachte momenten en het omgaan met daglicht. Momenteel werk ik veel samen met modeontwerpers, labels en modellenbureaus.’

‘Ik probeer in mijn werk de balans te zoeken tussen de realiteit en de droomwereld. Het fijne van fotografie vind ik dat je zelf de regie in handen hebt. Daarnaast speelt schoonheid en het model een grote rol in mijn werk. Mijn scriptie ging dan ook over de relatie tussen het model en de fotograaf in de modefotografie – wat een bijzondere relatie is.’

‘Van mezelf weet ik dat ik steeds op zoek ben naar nieuwe uitdagingen en continu ideeën wil uitwerken, reizen wil maken en nieuwe creatieve mensen wil ontmoeten. Ik ben een rustig persoon, de fotografie zie ik als een soort uitlaatklep. Van een geslaagde samenwerking op een mooie locatie kan ik dan ook heel gelukkig worden.’

Meer werk van Liselotte Fleur vindt u hier.

1_liselottefleur_2014 - kopie2_liselottefleur_2014 - kopie3_liselottefleur_2014 - kopie4_liselottefleur_2014 - kopie5_liselottefleur_2014 - kopie6_liselottefleur_20137_liselottefleur_20138_liselottefleur_20139_liselottefleur_201410_liselottefleur_2014

‘Ain’t no love in the heart of the city’ van Bobby ‘Blue’ Bland

Dit artikel is eerder verschenen op de website www.nummervandedag.nl

Die andere B.B.

Als een schip op volle zee een zeemanspet verloor, dat wil zeggen: een kapitein of een andere officier, dan voer het schip het resterende deel van de reis in rouw; bovenin de mast werd een blauwe vlag gehesen, op de scheepsromp werd een blauwe rouwrand geschilderd.
Blue is de kleur van de rouw.
Blue is de kleur van de blues.
Blue is de kleur van Bobby Bland.
Bobby Bland is rauwe blues.

Meer lezen over ‘Ain’t no love in the heart of the city’ van Bobby ‘Blue’ Bland

Cees Nooteboom leest: Proust, Cervantes en Shikubu

Dit artikel is eerder verschenen op de website van HP/De Tijd.

Schrijvers lezen ook. Maar wat lezen ze eigenlijk? In navolging van Ernest Hemingway geven twintig vooraanstaande Nederlandse en Vlaamse literatoren een klein college literatuur. Wat moeten we absoluut gelezen hebben, en waarom? Cees Nooteboom sluit de rubriek af.

Het reizen heeft Cees Nooteboom (1933) altijd al in het bloed gezeten. Al in zijn jeugd trok hij liftend door Europa – in zijn debuutroman Philip en de anderen (1955) schrijft hij over deze omzwervingen. Een jaar later begon hij aan zijn carrière als reisjournalist. Eerst voor Het Parool, toen voor Elsevier en vanaf 1968 voor het tijdschrift Avenue. In 1980 brak Nooteboom pas echt door bij het grote publiek met zijn roman Rituelen. Zijn poëzie, gebundelde reisverhalen en romans werden in meer dan dertig talen vertaald. In 1992 ontving hij de prestigieuze Constantijn Huygens-prijs voor zijn gehele oeuvre, gevolgd door de P.C. Hooftprijs (2004) en de Prijs der Nederlandse Letteren (2009). Meer lezen over Cees Nooteboom leest: Proust, Cervantes en Shikubu

Herman Brusselmans leest: Reve, Salinger en Waterhouse

Dit artikel is eerder verschenen op literair weblog De Contrabas en op de website van HP/De Tijd.

Schrijvers lezen ook. Maar wat lezen ze eigenlijk? In navolging van Ernest Hemingway geven twintig vooraanstaande Nederlandse en Vlaamse literatoren een klein college literatuur. Wat moeten we absoluut gelezen hebben, en waarom? Deze week: Herman Brusselmans. Meer lezen over Herman Brusselmans leest: Reve, Salinger en Waterhouse

J.M.A. Biesheuvel leest: Bromfield, Shaw en Moravia

Dit artikel is eerder verschenen op literair weblog De Contrabas en op de website van HP/De Tijd.

Schrijvers lezen ook. Maar wat lezen ze eigenlijk? In navolging van Ernest Hemingway geven twintig vooraanstaande Nederlandse en Vlaamse literatoren een klein college literatuur. Wat moeten we absoluut gelezen hebben, en waarom? Deze week: J.M.A. Biesheuvel.

J.M.A. (Maarten) Biesheuvel (1939) studeerde Rechten aan de Rijksuniversiteit Leiden. In 1972 debuteerde hij met In de bovenkooi, achtentwintig verhalen over de zeeman Isaac, welk direct goed werd ontvangen door de literaire critici. Terugkerende thema’s in zijn werk zijn: zijn gereformeerde jeugd, angst en psychiatrische inrichtingen.

In 1985 ontving Biesheuvel de F. Bordewijk-prijs voor Reis door mijn kamer, in 2007 werd zijn gehele oeuvre bekroond met de prestigieuze P.C. Hooftprijs. De schrijver lijdt al enige tijd aan een manische depressie waardoor hij nauwelijks nog publiceert. Biesheuvel woont in Leiden, samen met zijn vrouw Eva Biesheuvel-Gütlich, in een houten huis genaamd ‘Sunny Home.’ Meer lezen over J.M.A. Biesheuvel leest: Bromfield, Shaw en Moravia

Ronald Giphart leest: Boccaccio, Brouwers en Palinurus

Dit artikel is eerder verschenen op de website van HP/De Tijd.

Schrijvers lezen ook. Maar wat lezen ze eigenlijk? In navolging van Ernest Hemingway geven twintig vooraanstaande Nederlandse en Vlaamse literatoren een klein college literatuur. Wat moeten we absoluut gelezen hebben, en waarom? Deze week: Ronald Giphart.

Ronald Giphart (1965) werkte in zijn studententijd als nachtportier in een Utrechts ziekenhuis. Tijdens dit werk schreef hij zijn debuutroman, Ik ook van jou, welk in 1992 verscheen. Daarna volgden romans als Giph, Phileine zegt sorry en Ik omhels je met duizend armen(De twee laatstgenoemde romans zijn, evenals zijn debuutroman, verfilmd.) Naast schrijver is Ronald Giphart ook columnist entheatermaker. Thans werkt hij aan de bloemlezing De Nederlandse Coming Of Age Literatuur in 100 en enige verhalen. Meer lezen over Ronald Giphart leest: Boccaccio, Brouwers en Palinurus

Jan Cremer leest: Curzio Malaparte

Dit artikel is eerder verschenen op de website van HP/De Tijd.

Schrijvers lezen ook. Maar wat lezen ze eigenlijk? In navolging van Ernest Hemingway geven twintig vooraanstaande Nederlandse en Vlaamse literatoren een klein college literatuur. Wat moeten we absoluut gelezen hebben, en waarom? Deze week: Jan Cremer.

Jan Cremer (1940) debuteerde op de kop af vijftig jaar geleden met Ik Jan Cremer. Enkele recensies van destijds:

> “Jan Cremer hoort in een kliniek thuis of in een tuchthuis. Dat een uitgeverij deze smeerlapperij laat zetten, drukken en in de handel brengen, is het erge.” J. van Doorne inTrouw.

> “Jan Cremer is de Douanier Rousseau van de schelmenroman. Zijn boek is een bandeloze ontploffing tussen autobiografie en mythomanie. Ik heb het in één ruk uitgelezen.”  Willem Frederik Hermans in Haagse Post.

> “Ik Jan Cremer is de egoïstische titel van een egoïstisch boek dat op naam staat van de al even egoïstische Jan Cremer.”  R. Boltendal in De Friese Koerier.

U ziet: de meningen over dit boek waren verdeeld. Maar intussen is Ik Jan Cremer wel een van de best verkochte Nederlandse boeken ooit: wereldwijd ging het boek bijna twaalf miljoen keer over de toonbank (of eronderdoor). Jan Cremer is, naast schrijver, ook beeldend kunstenaar met bij leven al een eigen museum. En olijfboer. Maar boven alles: Jan Cremer is Jan Cremer. Een fenomeen. Meer lezen over Jan Cremer leest: Curzio Malaparte

Manon Uphoff leest: Gogol, Burgess en Andersen

Deze artikelen zijn eerder verschenen op literair weblog De Contrabas en op de website van HP/De Tijd.

Schrijvers lezen ook. Maar wat lezen ze eigenlijk? In navolging van Ernest Hemingway geven twintig vooraanstaande Nederlandse en Vlaamse literatoren een klein college literatuur. Wat moeten we absoluut gelezen hebben, en waarom? Deze week: Manon Uphoff.

Manon Uphoff (1962) debuteerde in 1995 met de verhalenbundelBegeerte, welk onder meer werd genomineerd voor de AKO Literatuurprijs. Haar eerste roman Gemis (1997) werd genomineerd voor de Libris Literatuur Prijs. In 2002 ontving zij als eerste de C.C.S. Croneprijs voor haar gehele oeuvre, in 2012 de Opzij Literatuurprijs voor De ochtend valt. Haar meest recente werk dateert van vorig jaar: De zoetheid van geweld. Meer lezen over Manon Uphoff leest: Gogol, Burgess en Andersen

Abdelkader Benali leest: Kafka, Tolstoj en Calvino

Dit artikel is eerder verschenen op literair weblog De Contrabas en op de website van HP/De Tijd.

Schrijvers lezen ook. Maar wat lezen ze eigenlijk? In navolging van Ernest Hemingway geven twintig vooraanstaande Nederlandse en Vlaamse literatoren een klein college literatuur. Wat moeten we absoluut gelezen hebben, en waarom? Deze week: Abdelkader Benali.

Abdelkader Benali (1975) werd geboren in Marokko, maar verhuisde op vierjarige leeftijd naar Nederland. In 1997 debuteerde hij met de roman Bruiloft aan zee, en werd meteen al genomineerd voor de Libris Literatuur Prijs. Deze werd dat jaar gewonnen door Hugo Claus. In 2003 kreeg hij de prijs wel voor De langverwachte, zijn tweede roman. Naast schrijver van romans schrijft Benali onder meer artikelen voor het Vrij Nederland en De Groene Amsterdammer en presenteert hij televisieprogramma’s. Zijn laatst verschenen, veelbesproken roman Bad Boy is geïnspireerd op het leven van Badr Hari. Meer lezen over Abdelkader Benali leest: Kafka, Tolstoj en Calvino

Joost de Vries leest: Waugh, Roth en St Aubyn

Dit artikel is eerder verschenen op de website van HP/De Tijd.

Schrijvers lezen ook. Maar wat lezen ze eigenlijk? In navolging van Ernest Hemingway geven twintig vooraanstaande Nederlandse en Vlaamse literatoren een klein college literatuur. Wat moeten we absoluut gelezen hebben, en waarom? Deze week: Joost de Vries.

Joost de Vries (1983) is schrijver en journalist. Sinds 2007 is hij kunstredacteur bij De Groene Amsterdammer. De Vries schreef tot dusver twee romans: het veelgeprezen Clausewitz (2010) en De Republiek (2013). Elsbeth Etty noemde zijn debuutroman ‘de nieuwe Ontdekking van de Hemel’ en schreef: ‘Joost de Vries heet de troonopvolger van Harry Mulisch.’ The Post Online  bestempelde hem, tezamen met Thomas Heerma van Voss en Philip Huff, tot een van de nieuwe kroonprinsen van de Nederlandse literatuur. Meer lezen over Joost de Vries leest: Waugh, Roth en St Aubyn