Loes Luca over Hugo Borst, De Warme Winkel en Goran Bregovic

Loes Luca (1953) staat avond aan avond op de planken met het filmische toneelstuk Pilp Fuction, maar tussen de bedrijven door gaat ze graag naar de bioscoop, bezoekt ze een museum of draait ze plaatjes in haar eigen woonkamer, waar eigenlijk altijd wel mensen zijn.

Het gehele interview is te lezen op Blendle. Verschenen in het meinummer (2017) van HP/De Tijd.

BOEKEN
(…) “Mijn favoriete verhaal is De honderdjarige van Godfried Bomans. Als kind heb ik het eens helemaal uit mijn hoofd geleerd: ‘”’Is vader thuis?’, vroeg ik aan het oude mannetje, dat open deed. Hij knikte, en liet mij in een kamertje waar een nóg ouder mannetje zat, dat al bijna dood was. Haastig rukte ik een spreekhoorn van den wand en schreeuwde in zijn oor: ‘Wel gefeliciteerd!’” Ik heb het verhaal ook nog eens overgeschreven in een poëzieschriftje, dat ik als veertienjarige bijhield. Gedichten en verhalen die ik mooi vond schreef ik daarin op. Ik heb dat schriftje nog steeds. Er staan gedichten in van K. Schippers, Jules Deelder en Remco Campert, in een net meisjeshandschrift overgeschreven of met de typemachine overgetypt. Wat lees ik verder? Het dagboek van Hendrik Groen heb ik gelezen. Dat lees je zo weg. Een heerlijke mopperkont is dat. O! En Ma van Hugo Borst natuurlijk. Dat heb ik ook gelezen omdat ze me gevraagd hebben om zijn moeder te spelen in de op handen zijnde verfilming van het boek. Ik heb zelf een moeder van in de tachtig die er qua geheugen op achteruit gaat, dus ik heb wel feeling met de doelgroep. Of de film er ook daadwerkelijk komt, is nog even afwachten. Maar hoe langer ze wachten, hoe beter het is – er steeds minder schmink aan te pas te komen.”

THEATER
“Wat ik de laatste tijd allemaal heb gezien in het theater? Dan moet ik even mijn agenda pakken. Meestal ga ik kijken wat bevriende collega’s hebben gemaakt. De Warme Winkel speelt De Warme Winkel heb ik bijvoorbeeld gezien omdat Sofie Porro daarin meedanst, die ik in mijn hart heb gesloten nadat ik met haar heb samengewerkt. Het is een voorstelling over Pina Bausch. De dansers kunnen natuurlijk nooit wat de dansers van Pina Bausch kunnen, maar ze gaan wel zo tekeer dat ze – die keer dat ik kwam kijken – Sofie een arm uit de kom hebben gegooid. Dus die voorstelling moest toen even gestaakt worden. Ik ben ook naar De Marathon – de musical geweest. John Buijsman is daarin echt om op te vreten. Zo ontroerend. En ik ben ook naar Snorro, de gemaskerde held van het RO Theater geweest. Ik kende het verhaal al, ik heb in de versie gespeeld die zeven jaar geleden draaide, maar ik vond het toch weer heel leuk om te zien. Op sommige punten was de voorstelling beter, op sommige punten wat minder – maar dat doet er niet toe. Pieter Kramer heeft het geweldig geregisseerd.”

MUZIEK
“Ik vind het leuk om voor disc jockey te spelen als hier visite is. Ouderwets plaatjes draaien. Ik heb een hele kast vol muziek, allemaal op alfabetische volgorde, waarmee ik ze altijd aan het dansen weet te krijgen. Van Wilson Pickett tot The Ramblers en van Tino Rossi tot Roy Orbinson.”
“Mijn laatst aangeschafte plaat is er een van Wim Sonneveld. Die zie ik dan in een kringloopwinkel liggen en denk: die moet ik hebben. En wat heb ik nog meer gekocht? Eens even kijken. Yves Montand. The Beach Boys. Harry Belafonte, ha! Leuk voor mijn moeder. Bette Midler. Claude Nougaro. James Brown. O, Dr. John the Night Tripper! Die moeten mensen in huis hebben. En o! Goran Bregovic! Mijn lievelingsnummer is nummer vier op de cd Tales And Songs From Weddings And Funerals: Sex. Een soort moderne balkanmuziek is het. Daar kan ik niet stil bij blijven staan. En verder vind ik Ry Cooder zo geweldig omdat hij uit allerlei landen muzikanten heeft vergaard en daarmee nieuwe bandjes heeft geformeerd.”

De culturele agenda van… Annemarie Oster

In het jubileumnummer van HP/De Tijd (8 december 2015) geeft actrice, schrijfster en columnist Annemarie Oster (1942) haar culturele smaak prijs. Ze heeft het onder meer over beeldende kunst.

Oster: “Ik kom heel weinig in musea. Ook als ik in het buitenland ben, kun je me geen groter verdriet doen dan me mee te nemen naar een museum. Waarom? Omdat ik het altijd oervervelend vind om er geconfronteerd te worden met mijn medemensen. In de eerste plaats gaan ze altijd voor mijn neus staan. Dat krijg je als je niet zo groot bent. En dan die pretentieuze gezichten die ze trekken als ze naar een schilderij kijken. Bovendien houd ik er niet van om dingen te bekijken die nooit in mijn bezit zullen zijn. Daar ben ik veel te hebberig voor. Ik wandel ook nooit door een dure winkelstraat, omdat ik dan misschien kleren zie die ik graag wil hebben maar die ik niet kan betalen.

“Met moderne kunst heb ik he-le-maal niets. Het geklieder van Mark Rothko, Wassily Kandinsky en Kazimir Malevitsj vind ik ronduit schandelijk. De impressionisten vind ik wel heel erg mooi. Op instigatie van Jeroen Krabbé ben ik ooit eens naar Musée Marmottan Monet geweest. Daar hangen de beroemde vijverschilderijen van Claude Monet. Als je in Parijs bent: ga erheen. Iets dichter bij huis staat het Mauritshuis. Altijd als ik in Den Haag ben, moet ik even gaan kijken naar Gezicht op Delft van Johannes Vermeer. Een wonder. Hoe is het mogelijk dat iemand zoiets prachtigs heeft gemaakt? Datzelfde gevoel heb ik bij de portretten die Rembrandt in zijn latere jaren van zichzelf heeft geschilderd. Omdat ik zo van de oude Rembrandt houd, nam mijn man me mee naar de tentoonstelling Late Rembrandt in het Rijksmuseum, maar daar waren zo veel mensen dat het er gewoon stonk en ik na een paar minuten bijna kokhalzend het Museumplein op gerend ben.”

Het hele interview met Annemarie Oster leest u hier op Blendle. U kunt hier het hele tijdschrift inzien, of hier een voordelig (proef)abonnement afsluiten.

 

Jubileumconcert Liesbeth List
Annemarie Oster