Recensie in Meander Magazine

Recensie van Joop Leibbrand (1943 – 2015) op de website van Meander Magazine, een site ‘met en over literatuur, tegenwoordig geheel gewijd aan poëzie.’

Quote: “Ik moet zeggen dat de bloemlezing waarover ik toen zij werd aangekondigd nogal sceptisch was, mij zeer meeviel. Er wordt weinig gehuild en er is weinig ijdel vertoon. (-) Gedichten die mannen aan het huilen maken is een bloemlezing om veel plezier aan te beleven. In ieder geval is het niveau opmerkelijk hoog.”

Lees de gehele recensie hier.

‘Gedichten die mannen aan het huilen maken’ vanaf nu overal te koop

Hoera! De bundel Gedichten die mannen aan het huilen maken is vanaf nu overal te koop.

Tip: wil je een boek via internet kopen, dan zou je dat kunnen doen via de webshop van je lokale boekhandel. Dan betaal je evenveel als wanneer je het boek via bol.com bestelt, maar dan verdient die lieve boekhandelaar uit je dorp of stad er ook nog iets aan.

Ook boekhandel Raadgeep & Berrevoets, al bijna honderdtachtig jaar gevestigd in het hart van mijn woonplaats Doetinchem, heeft een webshop waar je bijvoorbeeld onderstaand boek kunt bestellen.

11218537_10200468946883614_7055775662895332807_n (1)

Humo: voorpublicatie ‘Gedichten die mannen aan het huilen maken’

In de nieuwe editie van Humo (dinsdag 12 mei 2015) staat een voorpublicatie (vier pagina’s) van de bundel Gedichten die mannen aan het huilen maken, die op woensdag 13 mei 2015 in Nederland en Vlaanderen zal verschijnen.

In het blad, dat al jaren als een van de populairste tijdschriften van België geldt, staan onder meer de bijdragen van Herman Brusselmans, Herman Koch en Matthijs van Nieuwkerk voorgepubliceerd. Het volledige artikel lezen kan via Blendle.

De bundel Gedichten die mannen aan het huilen maken is hier te bestellen.

Lees ook:
Meer nieuws over dit boek.

H10 C1 C2

1357139
Foto: humo.be

Remco Campert schrijft nawoord voor Gedichten die mannen aan het huilen maken

Remco Campert (Den Haag, 1929) heeft het nawoord geschreven voor de bundel Gedichten die mannen aan het huilen maken. Campert, die later dit jaar de prestigieuze Prijs der Nederlandse Letteren ontvangt, is een van de grootste naoorlogse dichters van ons land. We zijn dan ook ontzettend vereerd dat juist hij de afsluitende bijdrage aan het boek heeft geleverd.

In de bundel geven ruim zestig vooraanstaande Nederlandse en Vlaamse mannen prijs welk gedicht hen ontroert. Onder meer Dries van Agt, André Kuipers en Matthijs van Nieuwkerk vertellen welk gedicht hen tranen in de ogen bezorgt. Vorig jaar schreef Remco Campert in zijn column in de Volkskrant al over de bundel.

De bundel Gedichten die mannen aan het huilen maken verschijnt op vrijdag 15 mei 2015. Het boek alvast reserveren kan hier. Je kunt me ook een mail sturen, dan hou ik een exemplaar voor je apart. 

Lees ook:
Nieuws over dit boek

Zelfportret

Eens in de zoveel tijd onderwerpen we op de website van HP/De Tijd een interessant persoon aan een ‘zelfportret’ – een vaste serie vragen, gebaseerd op de beroemde questionnaire van Marcel Proust.

>2018
28 juni 2018: Jan Sierhuis

>2017
14 december 2017: Eddy Posthuma de Boer
09 mei 2017: Mies Bouwman

>2016
28 januari 2016: Stefan Hertmans
07 januari 2016: Eefje de Visser

> 2015
18 december 2015: Domien Verschuuren
7 september 2015: Pieter Steinz
1 september 2015: Frank Lammers
25 juni 2015: Dick Matena
14 mei 2015: Bennie Jolink
09 maart 2015: Maarten Heijmans

> 2014
10 november 2014: Gustaaf Peek
22 september 2014: herman de vries
25 augustus 2014: Thomas Azier
14 mei 2014: Jett Rebel
21 maart 2014: Armando
27 februari 2014: Daan Heerma van Voss
19 januari 2014: Klaas Gubbels

Stephen Hawking

10364002_4192991080464_1596507084322499054_n
Stephen Hawking en Nick Muller. Utrecht, 23 mei 2014.

Op 23 mei 2014 was Stephen Hawking – volgens velen een van de briljantste natuurkundigen aller tijden –  in Utrecht om op de Natuurkunde Olympiade PLANCKS een lezing te geven. Ik was een van de vijfhonderd mazzelaars die bij de lezing aanwezig mochten zijn en kreeg aan het eind van de bijeenkomst zelfs de gelegenheid om deze bijzondere man te ontmoeten. Een vraag stellen lukte niet – Hawking praat via een spraakcomputer en een spontane vraag beantwoorden kost teveel inspanning. Toen ik als een ware groupie vroeg of ik met hem op de foto mocht, knipperde hij met zijn ogen. ‘Stephen says it is okay’, zei zijn verpleger. Ik was zo blij met de foto dat ik er pas thuis achterkwam dat ik mijn gulp open heb staan en mijn overhemd heel raar in mijn broek zit gepropt.

Bericht op nos.nl:

Stephen Hawking spreekt in Utrecht

De wereldberoemde wetenschapper Stephen Hawking houdt vandaag een lezing in Utrecht. Publieke optredens zijn door zijn ziekte schaars geworden. Hawking lijdt aan ALS.

Hawking ging in op een uitnodiging van Nederlandse studenten. Hij houdt de lezing in het kader van de Natuurkunde Olympiade PLANCKS, waaraan 34 teams uit 14 landen meedoen. Het symposium start vanmiddag in het Beatrix Theater in Utrecht. De 500 kaarten waren binnen één minuut uitverkocht.

Zwarte gaten

Hawking verwierf wetenschappelijke wereldroem in de jaren 60 en 70, door zijn nieuwe visie op zwarte gaten en de ontstaanswijze van het heelal. “Hij was de eerste die de twee pijlers van de moderne natuurkunde, relativiteit en kwantumtheorie, op een gedurfde manier combineerde”, zegt Sander Bais, emeritus hoogleraar Natuurkunde aan de Universiteit van Amsterdam.

“Veel mensen zullen wel eens gehoord hebben van zwarte gaten. Die ontstaan als een zware ster instort door zijn eigen zwaartekracht. Er vormt zich dan een horizon rond een punt waar alle massa zich samentrekt. De theorie zei dat er niets maar dan ook niets uit een zwart gat kon komen, geen deeltjes, geen licht, geen informatie, niets.” En hier zorgde Hawking voor een radicaal keerpunt, aldus Bais. “Hij liet zien dat zwarte gaten helemaal niet zwart zijn, maar straling uitzenden. Daardoor verliezen ze steeds meer energie tot dat ze volledig verdampen. Die inzichten zorgen wereldwijd voor diepzinnige wetenschappelijk discussie.”

Verlamd
Hawkings lezingen klinken wat monotoon omdat hij spreekt via een spraakcomputer. “Die spraakcomputer stuurt hij aan met zijn pupillen”, verduidelijkt Bais. Op zijn 17de stelden artsen bij Hawking de diagnose Amyotrofische Laterale Sclerose (ALS). Een ziekte die de signaaloverdracht van zenuwcellen aantast, met spierverlamming als gevolg. De overlevingsprognose is gemiddeld drie tot vijf jaar.

Maar met de ziektevorm die Hawking trof, heeft hij inmiddels de leeftijd van 72 jaar bereikt. En nog steeds deelt hij zijn wetenschappelijke kennis graag met publiek, wanneer zijn gezondheidstoestand dat toelaat.

“Fysiek is Hawking totaal beperkt, zegt Bais. “Hij zit in een rolstoel en kan alleen zijn oog nog bewegen.” Het precieze thema van de lezing is zelfs voor de organisatie nog een verrassing, maar de overweldigende belangstelling verbaast Bais niets. “Hawking is de verpersoonlijking van denkkracht. Hij legt zo veel rust en efficiëntie in zijn taal en hij vertelt zo veel met zo weinig woorden. Ik bewonder hem om dat vermogen, om die kracht.”

Het meisje en de moordenaar: Laura Cnossen fotografeert Richard Klinkhamer

HP/De Tijd Expo geeft jonge kunstenaars een podium om hun werk te tonen. Waarom? Omdat er veel moois wordt gemaakt én om uw ogen te verwennen. Deze week: Laura Cnossen uit Utrecht.

Laura Cnossen (Oosterwolde, 1993) is derdejaars student Fotografie aan de Hogeschool voor de Kunsten in Utrecht. Op dit moment werkt ze, naast andere (school)opdrachten, aan het project over schrijver-moordenaar Richard Klinkhamer.

Over haar werk
“De eerste vraag die mensen aan mij stellen als ik zeg dat ik regelmatig bij Richard Klinkhamer op bezoek ga, is: ‘Ben je dan niet bang?’ Nee, ik ben niet bang. Ik ben ervan overtuigd dat de moord op zijn vrouw Hannie (Richard Klinkhamer vermoordde zijn vrouw Hannie in 1991, begroef haar in de tuin en schreef er het boek Woensdag gehaktdag over – NM) een incident is geweest. Er was ruzie, de emoties liepen hoog op en toen gebeurde het. Meer niet. Ik heb niets van hem te vrezen. Hij vindt het altijd een feestje als ik bij hem op bezoek ga. Laatst zei hij wel dat als ik een man was geweest hij me allang had weggestuurd. Nu heeft hij, zo zei hij het tenminste, ook nog iets leuks om naar te kijken. Dat is de reden dat hij me tolereert in zijn leven denk ik. Hij krijgt niet vaak bezoek, dus altijd als ik kom is het feest.”

“Ik ken Richard Klinkhamer via fotografe Ilvy Nijokiktjien. Ik heb meegewerkt aan haar fotoboek Slagroomtaart en slingers, waarin ze honderd verjaardagen portretteert. Ik ging uit nieuwsgierigheid mee. In eerste instantie was ik nogal overweldigd door zijn huis: overal hangen foto’s, het is als het ware een grote collage. Hij was wel ontzettend aardig tegen ons, hij was blij met ons bezoek. Dat is hij nog steeds, iedere keer dat ik hem bezoek. Sinds afgelopen zomer hebben we bijna iedere week contact. Soms ga ik bij hem langs om foto’s te maken, soms spontaan een paar uurtjes om wat met hem te praten. Richard Klinkhamer schrijft nog steeds. Het eerste wat hij doet als ik bij hem kon is zijn laatst geschreven korte verhaal aan mij voorlezen. Na eentje vraagt hij altijd: “Je hebt wel even tijd toch?”, en dan komt de volgende. Laatst zaten we in de trein naar Rotterdam – we gingen kijken naar de tentoonstelling van Ilvy’s verjaardagen – en heeft hij mij een verhaal voorgelezen over zijn jeugd. Hij had het over kokosmatten, zwijntjesjagers. Hij zag aan me dat ik bepaalde woorden niet begreep – ik wist bijvoorbeeld niet dat een zwijntjesjager een fietsendief is. Daar heeft hij later ook nog weer een verhaal over geschreven: hoe hij aan mij kon zien dat ik bepaalde woorden niet begreep, omdat ik dan mijn wenkbrauw optrok.”

“In eerste instantie ben ik hem fotograferen omdat ik hem interessant vind. Hij leeft als een soort kluizenaar, gaat geen banden meer aan met mensen zodat hij na zijn overlijden ook niemand achterlaat. Ik wilde weten hoe hij leeft, hoe hij boodschappen doet, hoe hij de was doet… Ik wilde hem kortom beter leren kennen. Ik heb hem ook geportretteerd met een grootformaatcamera uit de jaren dertig. Ik hoop dat deze portretten, in combinatie met de foto’s van Richard Klinkhamer in het vreemdelingenlegioen en de foto’s van zijn interieur, de kijker aanzetten om zelf in te vullen wie de man is naar wie je kijkt. Ik vind dat hij dat verdient. Het is natuurlijk verschrikkelijk wat er is gebeurd, maar niet alle mensen zijn alleen maar goed of alleen maar slecht. Samen met Job van Rijn en Tom Jager heb ik een (nog niet gepubliceerd) boek gemaakt over hem gemaakt: De straat weet het wel, verwijzend naar een briefje dat hij kreeg toen hij in zijn huidige huis in de Jordaan kwam wonen. Daarop staat: ‘Wij zijn niet bang de straat weet het wel en zijn op onze hoede moet je nog een schep hebben voor het volgende slachtoffer we weten wie er woont en zijn er niet blij mee.’ Het boek is af, maar ik ben nog niet klaar. In principe ga ik door tot hij overlijdt; het lijkt me prachtig om zijn gezicht door de jaren heen te zien veranderen. Het zou mooi zijn als er aan het einde een verloop te zien is van zijn oude dagen. Tot die tijd blijf ik wekelijks contact met hem houden. En bang hoef ik niet te zijn, want: ‘De straat weet het wel.’”

Meer werk van Laura Cnossen vindt u hier.

HP1HP2HP3HP4HP5HP6HP8HP9HP10HP7

Fotoserie: doorlopend portret van een eetstoornis

HP/De Tijd Expo geeft jonge kunstenaars een podium om hun werk te tonen. Waarom? Omdat er veel moois wordt gemaakt én om uw ogen te verwennen. Deze week: Barbara Michelle Edelman uit Utrecht.

Barbara Michelle Edelman (Woerden, 1988) zit in het tweede jaar van haar studie aan de Fotoacademie in Amsterdam, afstudeerrichting: autonome fotografie. Deze studie is in feite een vervolgopleiding: in 2013 studeerde ze af als all-round stylist aan de Akademie Vogue in Amsterdam.

Over haar werk
“In mijn werk onderzoek ik de relatie tussen het lichaam als object en de emotie die daarmee verbonden is. Wat zich van binnen afspeelt komt vaak pas tot uiting als een grens is overschreden. De sociale druk en de heersende norm van presteren in de huidige maatschappij is nauw verbonden met onze eigenwaarde. We passen ons constant aan, wat maakt dat we steeds meer onze grenzen naar perfectie verleggen. De onderliggende boodschap is verborgen achter esthetische beelden, de zachte tinten maskeren onze werkelijkheid.

“Ik heb gekozen om hieronder beelden te tonen uit twee verschillende fotoseries. De fotoserie ‘Hunger’ is een doorlopend zelfportret over mijn eigen naakte waarheid. In dit project laat ik zien wat het betekent om op te groeien met een eetstoornis. Ik herinner mij de eerste keer nog dat ik de innerlijke stem hoorde die me verleidde om over mijn grenzen heen te gaan. Geleidelijk aan ontstond er een vervormd lichaamsbeeld en ontwikkelde ik een angst voor eten. Door mijn gevoelens te verbeelden ontdek ik de patronen en handelingen waaraan ik me jaren krampachtig heb vastgehouden.

“De serie ‘For those who will never know’ gaat over het intense verlangen om jezelf te verbergen. Zeker wanneer je in een onzichtbare cirkel van ontkenning blijft hangen, wetende dat iets diep van binnen je aandacht verdient en moet worden geheeld. In dat geval moet je naar jezelf luisteren: niet luisteren naar je gevoel is de meest trieste manier om jezelf in de steek te laten.”

Meer werk van Barbara Michelle Edelman vindt u hier.

For those who will never know - I

For those who will never know - II

For those who will never know - III

For those who will never know - IV

For those who will never know - V

Hunger - I

Hunger - II

Hunger - III

Hunger - IV

Hunger - V

Flaporen als achtste schoonheid – een fotoserie van Caitlin Sas

HP/De Tijd Expo geeft jonge kunstenaars een podium om hun werk te tonen. Waarom? Omdat er veel moois wordt gemaakt én om uw ogen te verwennen. Deze week: Caitlin Sas uit Beneden-Leeuwen.

Caitlin Sas (Dreumel, 1989) studeerde in 2014 af aan de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten in Den Haag, afstudeerrichting: fotografie. In datzelfde jaar verscheen het fotoboek Anders kijken, met daarin portretten van jonge mensen met albinisme. De Volkskrant riep het boek uit tot een van de mooiste fotoboeken van 2014. Momenteel werkt Sas aan het fotoproject ‘De 8ste schoonheid’, een serie over jonge mensen met flaporen.

Over haar werk
“In de hedendaagse wereld lijkt het streven naar uiterlijke perfectie één van de belangrijkste dingen. Miljoenen mensen maken iedere dag selfies, in de hoop dat mensen hun waardering erover uitspreken in de vorm van likes, hearts of comments. Met mijn foto’s wil ik op een positieve manier een bepaalde, vaak negatief ervaren aandoening, onder de aandacht brengen. Ook wil ik de maatschappij een spiegel voorhouden, zodat mensen zien dat schoonheid vaak in onze ‘imperfectie’ zit. De foto’s die ik heb geselecteerd voor dezeExpo zijn afkomstig uit twee van mijn projecten: de eerste zeven zijn gemaakt voor het project ‘Anders kijken’, de laatste drie voor het project ‘De 8ste schoonheid’.”

Anders kijken
“Het pigment melanine zorgt voor de kleur van onze ogen, onze huid en ons haar. Mensen met albinisme hebben dat pigment van nature niet. Een albino is iemand met te weinig pigment en heeft daarom vaak een lichte huid, oog- en haarkleur. Hun ogen zijn vaak overgevoelig voor licht en hun zicht is zeer beperkt. De huid verbrandt sneller en soms maken hun lichtschuwe ogen onwillekeurige bewegingen. Mijn fascinatie voor de elegantie van een albino heb ik vastgelegd in dit werk.”

De 8ste schoonheid
“Een bleke huid, een moedervlek boven je lip, kuiltjes in je wangen, sproeten… Deze uiterlijke kenmerken behoren tot de zeven schoonheden. Omdat deze schoonheden door de drager vaak ervaren worden als een ‘imperfectie’ werden deze in de zestiende eeuw daarom als iets moois of speciaals bestempeld, om de persoon die zo’n imperfectie heeft een beter zelfbeeld te geven. Daarom werd elk van deze ‘imperfecties’ gerekend tot een van de zeven schoonheden. Om deze reden zouden flaporen daar ook toe moeten behoren, als een achtste schoonheid.”

Meer werk van Caitlin Sas vindt u hier.


ANDERS KIJKEN
ccm-20131117-1734ANDERS KIJKENANDERS KIJKEN
ANDERS KIJKENPortretANDERS KIJKENPortret

 

ANDERS KIJKEN8steschoonheid-9471

Expo: de menselijke dieren van illustrator Ferdy Remijn

HP/De Tijd Expo geeft jonge kunstenaars een podium om hun werk te tonen. Waarom? Omdat er veel moois wordt gemaakt én om uw ogen te verwennen. Deze week: Ferdy Remijn uit Rotterdam.

Ferdy Remijn (Kattendijke, 1986) studeerde in 2014 af aan de Willem de Kooning Academie in Rotterdam, afstudeerrichting: Illustratie. Sindsdien werkt hij als freelance-illustrator.

Over zijn werk
“Ik teken en schilder hyperrealistische dieren die soms menselijke karakteristieken vertonen. Alles wat ik doe is met de hand getekend, ik hou van het tastbare en het priegelen met zwarte fineliners om de juiste texturen neer te zetten. Omdat mijn illustraties ontzettend gedetailleerd zijn maak ik gebruik van collages die bestaan uit verschillende foto’s. Vaak biedt het beeldmateriaal inspiratie voor een nieuw werk, soms zijn het ideeën die ineens te binnen schieten. Ik vind het belangrijk dat mijn dieren een bepaalde levendigheid bewaken, alsof ze ieder moment met hun ogen kunnen knipperen. Het moet lijken alsof ze elk moment uit het papier kunnen springen.”

Meer werk van Ferdy Remijn vindt u hier.

Animal_typeface_-_Ferdy_Remijn_2013

 

Asian_elephant_-_Ferdy_Remijn_2014

 

Gloom_-_Ferdy_Remijn_2014

 

Hyperrealism_ant_-_Ferdy_Remijn_2013

 

I_like_your_beard_-_Ferdy_Remijn_2014

 

Kubism_polar_bears_-_Ferdy_Remijn_2013

 

Lagune_nautilus_-_Ferdy_Remijn_2014

 

Night_meeting_-_Ferdy_Remijn_2014

 

The_arrival_-_Ferdy_Remijn_2014

 

Young_wolf_-_Ferdy_Remijn_2013