‘Zo bijzonder ben ik niet’ – ode aan de eigenzinnige oosterling

Dit interview is eerder verschenen op de website van HP/De Tijd.

De eigenzinnige oosterling is een uitstervend ras. Daarom brachten fotograaf Yke Ruessink en journalist Nico Hoffer (1950-2014) deze bijzondere mensen in beeld voor hun boek Zo bijzonder ben ik niet.

“Het idee ontstond tijdens het maken van een fotoboek over oude en vervallen kippenhokken in de Achterhoek,” vertelt Ruessink. “Maar de vrouw van mijn kompaan Hans Hendriks, met wie ik het boek maakte, merkte op dat we meer met de mensen achter de kippenhokken bezig waren dan met de kippenhokken zelf. En ze had gelijk. Vanaf toen, en dan heb ik het over de eerste maanden van 2009, ben ik begonnen met het opsporen en fotograferen van de personen voor dit boek.”

Samen met journalist Nico Hoffer, die vorige maand helaas overleed, trok hij door oostelijk Nederland om eigenzinnige oosterlingen in woord en beeld te portretteren. Soms kreeg hij een tip, soms spoorde hij ze zelf op. Ruessink: “Wat deze mensen zo bijzonder maakt, is dat ze dicht bij zichzelf staan. Doordat ze vaak alleen wonen in een omgeving waar weinig mensen wonen, zijn ze niet beïnvloed door buitenaf. Dat maakt ze zo authentiek.”

‘Dan besta je dus altijd’
Maar de authentieke oosterling sterft uit. Niemand is tegenwoordig meer verstoken van contact met anderen, met dank aan de komst van het internet en de smartphone. “Daarom is het ook zo waardevol om deze mensen, misschien wel de laatste generatie die zo leeft, voor het nageslacht vast te leggen,” zegt Ruessink.
Heeft de fotograaf ook iets opgestoken van deze mensen?
Jazeker. “Alle personen hebben een bijzondere indruk op me achtergelaten en mijn visie op het leven verrijkt. Ik vroeg bijvoorbeeld aan de oude hippie Trelo: ‘Wat is de zin van het leven?’ Hij antwoordde: ‘De zin ín het leven.’ Een ander zei: ‘Kun jij je herinneren dat je niet bestaan hebt? Nee? Dan besta je dus altijd.’ En: ‘Een mens leeft in de tijd die voor hem is bestemd.’ Mooi, niet?”

01 Arie DSC_0441

Arie-Kip-Kanarie (1940 – 2013) houdt van dieren, niet van mensen

Een prachtige kerel met een markante kop, wit haar en een uiterlijk dat aan Jan Wolkers doet denken. Daar houdt de vergelijking op. Arie is een man die het liefst zwijgt, zijn shaggie rookt, zijn pilsie drinkt en dan wat in zijn eentje wegpraat of wat bromt tegen zijn twee honden van wie er een – zo jammer – net aan ouderdom en kanker is gestorven.

02 Jopie DSC_5688

Jopie (1932 – 2013): ‘Ze moeten mij mijn gang laten gaan’

Kinderen? Nee, daar is Jopie nooit aan begonnen. “Ik vond, die familie Bosch, die had zo’n verschrikkelijk karakter. Altijd ruzie. Wat moesten daar voor kinderen uit tevoorschijn komen?” Ze kijkt weg. “We hebben het gered, zónder kinderen. Nooit spijt gehad.”

03 Hendrik DSC_2748-2

Hendrik- Jan Wassink (1925): markante boer in weidse bocht van de IJssel

Groot zijn z’n handen, krachtig is zijn stem. Borstelige, zware wenkbrauwen. Het haar, soms, als een fakkel rechtop. Hendrik-Jan Wassink (1925) zie je niet zomaar over het hoofd. Hij is waarlijk een markante kerel.

05 A&M _YK12331

Marietje (1931) en Annie (1932), echtgenote en zus van Broer.

Meer dan vijftig jaar wonen ze onder hetzelfde dak: Annie (82) en haar schoonzus Marietje (80). Vitaal en meestal blijmoedig. Ze kennen elkaar zo’n 75 jaar, van schools af aan, de Sint Theresiaschool in Rekken, pal tegen de Duitse grens. Hun eenvoudige, degelijke huis is keurig in tweeën gedeeld. Ieder heeft haar eigen voordeur, keuken, woonkamer, badkamer, slaapkamer, bijkeuken. Een fraai spiegelbeeld.

05 Jaap_YK26272

Jaap van den Born (1968): kleine reus die zijn bos niet uit wil

Geen huis gezien onderweg. Dan opeens ligt het daar, bijna lieflijk in een dal, omringd door heide, heide, struiken, struiken, bomen, bomen: het witte boerderijtje waar ooit de gebroeders Wouter en Jaap van Ark woonden. De gebroeders Van Ark, eeneiïge tweeling, bosarbeiders, verstoken van alle huiselijk gemak. En nu woont natuurmens Jaap van den Born er.

07 Trelo _YK16194
Trelo (1929): een leven lang kamperen

“Op dát moment voelde ik hoe haar geest overvloog, zo in één keer mijn hart binnen. Het was alsof haar hele wezen mij volledig vervulde. Sindsdien is ze bij me, overal waar ik ga. Ik mis Trees niet. Zij heeft mij geleerd te worden wie ik ben. Nu jij hier met mij praat, praat je ook met Trees. Ze ís hier, samen met mij. Daarom noem ik haar en mij liever in één naam: TreLo.”

08 speets _YK24326
Josina Margareta Speets (1915), pianolerares met een missie

Wat horen we daar? “Slaap kindje slaap, daar buiten loopt een schaap.” Is dat het eerste lied dat opkomt in het zo muzikale hart van een vrouw die op haar vierde viool begon te spelen, op haar zevende piano, uitgroeide tot een klassieke romantica met favoriete componisten als Mendelssohn, Schumann en Bach? Geen etudes, geen sonates? Ze lacht vriendelijk: “Slaap kindje slaap is het eerste liedje dat ik hoorde als kind op schoot bij moeder die me in slaap wiegde.”

09 gerard _YK22085
Blije danser en muzikant Gerard Bodewes (1921), metselaar

Zijn levensverhaal is zwaar. Het is het verhaal van een man die als klein kind zijn broertje en zijn zusje voor zijn ogen zag sterven. Een verhaal over een man die drie van zijn vijf kinderen aan de dood verloor. Toch zit er licht in dit verhaal. Gerard Bodewes vond redding. Redding bij zijn ‘enigste vriend’ Jezus Christus. Muziek die hem blij maakt, die hem doet stralen en lachen door alle narigheid heen.

04 Jans Bolman DSC_0720Jans van de Bolman (82-zaliger), paardenman voor het leven

In het vroege voorjaar van 2009 loopt fotograaf Yke Ruessink nieuwsgierig het erf op van Jans van de Bolman aan de Bolmanweg 2 in Epse. Hij heeft zijn camera om de nek. “Volluk!” Yke loopt de keuken binnen. Daar staat Jans van de Bolman – dan 82 jaar –  kromgebogen aan zijn tafel, een bord havermout voor zich. Jans keurt de fotograaf geen blik waardig. “Eerst ett’n,” is het enige wat hij zegt. Een paar maanden later is Jans van de Bolman dood, ingehaald door zijn tijd van leven.

Beeld: Yke Ruessink
Tekst: Nico Hoffer

Het boek ‘Zo bijzonder ben ik niet’ van fotograaf Yke Ruessink en journalist Nico Hoffer is hier te koop.

Liselotte Fleur – in de mode

HP/De Tijd Expo geeft jonge kunstenaars een podium om hun werk te tonen. Waarom? Omdat er veel moois wordt gemaakt én om uw ogen te verwennen. Deze week: fotografe Liselotte Fleur uit Rotterdam.

Liselotte Fleur (Rotterdam, 1991) studeerde in 2013 af aan de Willem de Kooning Academie in Rotterdam, afstudeerrichting: Fotografie. Gedurende haar studie volgde ze een semester aan de Accademia di Belli Arti di Brera in Milaan en trok ze met haar camera naar Rome en Parijs om haar netwerk te verbreden. Momenteel werkt ze als freelance mode- en portretfotografe.

Over haar werk
‘Ik zie fotografie als een gelegenheid om mijn eigen verhaal te vertellen. Daarbij ga ik op zoek naar kleine verrassingen, met als resultaat een fascinatie voor perfectie, onverwachte momenten en het omgaan met daglicht. Momenteel werk ik veel samen met modeontwerpers, labels en modellenbureaus.’

‘Ik probeer in mijn werk de balans te zoeken tussen de realiteit en de droomwereld. Het fijne van fotografie vind ik dat je zelf de regie in handen hebt. Daarnaast speelt schoonheid en het model een grote rol in mijn werk. Mijn scriptie ging dan ook over de relatie tussen het model en de fotograaf in de modefotografie – wat een bijzondere relatie is.’

‘Van mezelf weet ik dat ik steeds op zoek ben naar nieuwe uitdagingen en continu ideeën wil uitwerken, reizen wil maken en nieuwe creatieve mensen wil ontmoeten. Ik ben een rustig persoon, de fotografie zie ik als een soort uitlaatklep. Van een geslaagde samenwerking op een mooie locatie kan ik dan ook heel gelukkig worden.’

Meer werk van Liselotte Fleur vindt u hier.

1_liselottefleur_2014 - kopie2_liselottefleur_2014 - kopie3_liselottefleur_2014 - kopie4_liselottefleur_2014 - kopie5_liselottefleur_2014 - kopie6_liselottefleur_20137_liselottefleur_20138_liselottefleur_20139_liselottefleur_201410_liselottefleur_2014

‘Ain’t no love in the heart of the city’ van Bobby ‘Blue’ Bland

Dit artikel is eerder verschenen op de website www.nummervandedag.nl

Die andere B.B.

Als een schip op volle zee een zeemanspet verloor, dat wil zeggen: een kapitein of een andere officier, dan voer het schip het resterende deel van de reis in rouw; bovenin de mast werd een blauwe vlag gehesen, op de scheepsromp werd een blauwe rouwrand geschilderd.
Blue is de kleur van de rouw.
Blue is de kleur van de blues.
Blue is de kleur van Bobby Bland.
Bobby Bland is rauwe blues.

Meer lezen over ‘Ain’t no love in the heart of the city’ van Bobby ‘Blue’ Bland

Ronald Giphart leest: Boccaccio, Brouwers en Palinurus

Dit artikel is eerder verschenen op de website van HP/De Tijd.

Schrijvers lezen ook. Maar wat lezen ze eigenlijk? In navolging van Ernest Hemingway geven twintig vooraanstaande Nederlandse en Vlaamse literatoren een klein college literatuur. Wat moeten we absoluut gelezen hebben, en waarom? Deze week: Ronald Giphart.

Ronald Giphart (1965) werkte in zijn studententijd als nachtportier in een Utrechts ziekenhuis. Tijdens dit werk schreef hij zijn debuutroman, Ik ook van jou, welk in 1992 verscheen. Daarna volgden romans als Giph, Phileine zegt sorry en Ik omhels je met duizend armen(De twee laatstgenoemde romans zijn, evenals zijn debuutroman, verfilmd.) Naast schrijver is Ronald Giphart ook columnist entheatermaker. Thans werkt hij aan de bloemlezing De Nederlandse Coming Of Age Literatuur in 100 en enige verhalen. Meer lezen over Ronald Giphart leest: Boccaccio, Brouwers en Palinurus

Manon Uphoff leest: Gogol, Burgess en Andersen

Deze artikelen zijn eerder verschenen op literair weblog De Contrabas en op de website van HP/De Tijd.

Schrijvers lezen ook. Maar wat lezen ze eigenlijk? In navolging van Ernest Hemingway geven twintig vooraanstaande Nederlandse en Vlaamse literatoren een klein college literatuur. Wat moeten we absoluut gelezen hebben, en waarom? Deze week: Manon Uphoff.

Manon Uphoff (1962) debuteerde in 1995 met de verhalenbundelBegeerte, welk onder meer werd genomineerd voor de AKO Literatuurprijs. Haar eerste roman Gemis (1997) werd genomineerd voor de Libris Literatuur Prijs. In 2002 ontving zij als eerste de C.C.S. Croneprijs voor haar gehele oeuvre, in 2012 de Opzij Literatuurprijs voor De ochtend valt. Haar meest recente werk dateert van vorig jaar: De zoetheid van geweld. Meer lezen over Manon Uphoff leest: Gogol, Burgess en Andersen

Abdelkader Benali leest: Kafka, Tolstoj en Calvino

Dit artikel is eerder verschenen op literair weblog De Contrabas en op de website van HP/De Tijd.

Schrijvers lezen ook. Maar wat lezen ze eigenlijk? In navolging van Ernest Hemingway geven twintig vooraanstaande Nederlandse en Vlaamse literatoren een klein college literatuur. Wat moeten we absoluut gelezen hebben, en waarom? Deze week: Abdelkader Benali.

Abdelkader Benali (1975) werd geboren in Marokko, maar verhuisde op vierjarige leeftijd naar Nederland. In 1997 debuteerde hij met de roman Bruiloft aan zee, en werd meteen al genomineerd voor de Libris Literatuur Prijs. Deze werd dat jaar gewonnen door Hugo Claus. In 2003 kreeg hij de prijs wel voor De langverwachte, zijn tweede roman. Naast schrijver van romans schrijft Benali onder meer artikelen voor het Vrij Nederland en De Groene Amsterdammer en presenteert hij televisieprogramma’s. Zijn laatst verschenen, veelbesproken roman Bad Boy is geïnspireerd op het leven van Badr Hari. Meer lezen over Abdelkader Benali leest: Kafka, Tolstoj en Calvino

Elvis Peeters leest: Morante, Legatova en Kierkegaard

Dit artikel is eerder verschenen op literair weblog De Contrabas en op de website van HP/De Tijd.

Schrijvers lezen ook. Maar wat lezen ze eigenlijk? In navolging van Ernest Hemingway geven twintig vooraanstaande Nederlandse en Vlaamse literatoren een klein college literatuur. Wat moeten we absoluut gelezen hebben, en waarom? Deze week: Elvis Peeters.

Elvis Peeters (pseudoniem van Jos Verlooy, 1957) is een Vlaamse zanger en schrijver. Peeters debuteerde in 1992 met de verhalenbundel Het uur van de aap. In 1998 volgde de eerste roman: Spa. De vorig jaar verschenen roman Dinsdag werd genomineerd voor de Libris Literatuurprijs. Een aantal boeken uit het oeuvre van Elvis Peeters, waaronder Dinsdag, schreef Verlooy met zijn vrouw, Nicole van Bael. De jury van de Libris Literatuurprijs sprak van ‘een superieur schrijversduo’. Meer lezen over Elvis Peeters leest: Morante, Legatova en Kierkegaard

Barbara Trienen: ‘Mijn foto’s moeten rijmen met mijn gedichten’

Elke week geven we een jonge kunstenaar de kans om zijn of haar werk te tonen aan een groot publiek. Om je een idee te geven hoe de rubriek er ongeveer uit ziet, zie je hieronder een voorbeeld.

HP/De Tijd Expo
 geeft jonge kunstenaars een podium om hun werk te tonen. Waarom? Omdat er veel moois wordt gemaakt én om uw ogen te verwennen. Deze week: Barbara Trienen uit Goor. Meer lezen over Barbara Trienen: ‘Mijn foto’s moeten rijmen met mijn gedichten’

Jan Siebelink leest: Purdy, Huysmans en Bove

Dit artikel is eerder verschenen op literair weblog De Contrabas en de website van HP/De Tijd.

Schrijvers lezen ook. Maar wat lezen ze eigenlijk? In navolging van Ernest Hemingway geven twintig vooraanstaande Nederlandse en Vlaamse literatoren een klein college literatuur. Wat moeten we absoluut gelezen hebben, en waarom? Deze week: Jan Siebelink.

Jan Siebelink (1938) is een Nederlands schrijver en essayist. Voor de Haagse Post, en later voor HP/De Tijd, schreef hij essays over Franse schrijvers die hem intrigeerden. Deze publicaties zijn later gebundeld in De reptielse geest en De prins van nachtelijk Parijs. Siebelink verwierf landelijke bekendheid als schrijver van onder meer de romans NachtschadeDe overkant van de rivier (Ferdinand Bordewijk Prijs) en de bestseller Knielen op een bed violenIn april 2014 verschijnt zijn De blauwe nacht. Meer lezen over Jan Siebelink leest: Purdy, Huysmans en Bove

Christiaan Weijts leest: Reve, Houellebecq en Nabokov

Dit artikel is eerder verschenen op literair weblog De Contrabas en de website van HP/De Tijd.

Schrijvers lezen ook. Maar wat lezen ze eigenlijk? In navolging van Ernest Hemingway geven twintig vooraanstaande Nederlandse en Vlaamse literatoren een klein college literatuur. Wat moeten we absoluut gelezen hebben, en waarom? Deze week: Christiaan Weijts.

Christiaan Weijts (1976) publiceerde in 2006 zijn eerste roman: Art. 285b, die direct al werd genomineerd voor de AKO Literatuurprijs en de Gouden Uil. Verder verscheen van hem Via Cappello 23 (Gerard Walschapprijs) en De etaleur en is/was hij columnist bij nrc.next en De Groene Amsterdammer. In het voorjaar van 2014 verschijnt zijn nieuwste boek: Achternamiddagen, een bundel essays waarin hij, net als in deze rubriek, een klein college in literatuur geeft. Meer lezen over Christiaan Weijts leest: Reve, Houellebecq en Nabokov