Bart Van Loo over Simenon, Charles Aznavour en Emile Claus


De culturele agenda van schrijver en conferencier Bart Van Loo. Gepubliceerd in HP/De Tijd, 4 november 2015.

BOEKEN

“Ik lees altijd en overal. Zelfs op het toilet. Dichtbundels zijn perfect om bij een doorsnee toiletbezoek door te bladeren. Zit ik wat langer, dan pak ik de brieven van Gustave Flaubert erbij. Meerdere bundelingen van zijn brieven zijn in het Nederlands verschenen, maar de mooiste blijft Haat is een deugd. Lees verder Bart Van Loo over Simenon, Charles Aznavour en Emile Claus

Zelfportret Frank Lammers: “Ik erger me aan een groot deel van de Nederlandse bevolking”

Frank Lammers (Mierlo, 1972) is acteur. Hij speelt de hoofdrol  in J. Kessels, de verfilming van de gelijknamige roman van P.F. Thomése en de openingsfilm van het Nederlands Film Festival in Utrecht, en maakt later dit jaar zijn regiedebuut met de speelfilm Of ik gek ben.

Wat is uw huidige gemoedstoestand?
Eh, nouja, mwah. Ik heb me weleens beter gevoeld. M’n moeder is ziek, heb ik net gehoord. Dus dat vind ik niet zo leuk.

(NB: niet lang na dit interview is de moeder van Frank Lammers overleden.)

Wie zijn uw helden?
Romario, omdat hij een briljant voetballer is. Ghandi, omdat hij moreel superieur is. En Martin Luther King. Die had lef.

Aan wie ergert u zich?
Aan een groot deel van de mensheid, vrees ik. Een zeer naar percentage. Zeker nu ik zie hoe er door de regering en een groot deel van de bevolking zo hardvochtig wordt omgegaan met de vluchtelingenproblematiek.

Bent u aantrekkelijk?
Ik ben een filmster, hallo.

Wat is uw grootste angst?
Dat mijn moeder doodgaat. En dat m’n kinderen iets overkomt.

Gelooft u in God?
Nee, maar als hij wel bestaat, dan bij dezen: excuses.

Bidt u weleens?
Ik geloof niet in God, maar als ik mijn dochter in bed leg doe ik met haar altijd een klein gebedje wat ik van mijn moeder heb geleerd: ‘Dank u lieve heertje, dank u lieve vrouwtje, dank u engeltje zoet, die mij vannacht bewaren moet, voor water en vuur in het kranken uur, nu tot in de dood, iedereen wordt groot, en nu ga je lekker bedje slapen.’

Hoe ontspant u zich?
Ik kijk graag sport, ik kaart graag en slapen vind ik ook heel lekker. De eerste twee weken van een vakantie slaap ik altijd. De hele dag.

Frank Lammers. Foto: Corbino
Frank Lammers. Foto: Corbino

Het hele Zelfportret met Frank Lammers leest u hier op Blendle. U kunt hier het hele tijdschrift inzien, of hier een voordelig (proef)abonnement afsluiten.

De culturele agenda van… Arnold Karskens

In de ZZP-special van HP/De Tijd, die vanaf vandaag in de winkels ligt, geeft oorlogsverslaggever Arnold Karskens zijn culturele smaak prijs. Hieronder vindt u enkele fragmenten uit het interview.

Lees verder De culturele agenda van… Arnold Karskens

Mannen die huilen om poëzie: Matthijs van Nieuwkerk

Mannen huilen niet om poëzie. Of toch wel? In de bundel Gedichten die mannen aan het huilen maken vertellen meer dan zestig vooraanstaande Nederlandse en Vlaamse mannen welk gedicht hen de tranen naar de ogen jaagt. HP/De Tijd licht de komende weken enkele van deze ‘huilende mannen’ uit. Deze week: DWDD-presentator Matthijs van Nieuwkerk(1960) over het gedicht Zelden heeft de sprong van een panter van Hans Faverey.

“Ik heb de poëzie van Hans Faverey veel proberen te lezen, met de nadruk op proberen. Ik heb echt mijn best gedaan, maar hij schrijft vaak in raadselen. Hij is geen allemansvriend, bepaald niet behaagziek. Maar ik volgde hem. Iedere bundel, iedere bespreking in de krant. En soms loonde het, dan was daar een klein kiertje waardoor ik dacht te zien wat hij me misschien wilde zeggen. Maar ook als ik met lege handen achterbleef waren er nog die rare, fraaie zinnen. Jazzmuziek. Klanken ontdaan van betekenis, het kon me niet zoveel schelen.”

“Faverey schreef Zelden heeft de sprong van een panter aan het eind van zijn te korte leven, wetende dat hij het niet ging winnen van de kanker. Hoe schrijft de dichter over zijn beul? Als een centaur die eerst zijn hoeven schraapt voor hij naar je toekomt, en in je veilige huis alles kort en klein schopt en slaat. Deze strofe, maar ook die schitterende eerdere strofe over de dolfijn die voor het schip uit zwemt, heb ik inmiddels vaak herlezen. En altijd lees ik hoe de dichter, met Magere Hein reeds aan tafel, deze weergaloze woorden vindt voor het zoete leven en de ongenode dood. De grootste ontroering in dit gedicht zit in die halve zin: ‘En zo zal het gebeuren.’ Daarna volgt de meedogenloze finale.”

Zelden heeft de sprong van een panter
Hans Faverey (1933 – 1990)

Zelden heeft de sprong van een panter
ook maar iets van dezelfde sprong door
dezelfde panter, wanneer niet zoals
gewild door die panter zelf.

De dolfijn die voor het schip uit zwemt
zwemt net zo lang voor het schip uit,
tot er geen sprake meer is van een
dolfijn die voor een schip uit zwemt.

En zo zal het gebeuren, dat je nauwelijks

merkt hoe je okselzweet van geur verandert,
dat het je ontgaat hoe de centaur eerst
zijn hoeven schraapt voor hij naar je
toe komt, en in je veilige huis alles
kort en klein schopt en slaat.

De bundel ‘Gedichten die mannen aan het huilen maken’ is onder meer te koop via de website van AKO.

Ma
Matthijs van Nieuwkerk

 

Rick Nieman over The Churchill Factor, Jeroen Krabbé en Joris Ivens

RTL-nieuwslezer Rick Nieman (1965) presenteert deze maand zijn romandebuut: Altijd Viareggio. Wat leest, luistert en ziet hij zoal?

BOEKEN
R1“Ik lees veel, ik denk zo’n dertig boeken per jaar. En dan met name Engelstalige non-fictie. Ik ben nu bezig in The Churchill Factor van Boris Johnson. Johnson, die naast burgemeester van Londen ook historicus en journalist is, vertelt hierin tal van smakelijke anekdotes over de door hem bewonderde Winston Churchill. Bijvoorbeeld over de laatste keer dat Churchill, die toen al achter in de tachtig was, van Amerika naar Engeland vloog. Ik weet het niet precies uit mijn hoofd, maar ze hadden ongeveer twee flessen cognac, zeven flessen witte wijn, een fles port en nog wat sterke drank aan boord gebracht voor het geval hij tijdens de vlucht dorst zou krijgen. Of hij alle flessen ook daadwerkelijk heeft aangeroerd weet ik niet, maar dat Churchill meerdere flessen drank per dag dronk staat vast. Right or Wrong van Tim Bell – of eigenlijk: Lord Bell – is ook een schitterend boek. Lord Bell is een van de oprichters van het wereldberoemde reclamebureau Saatchi & Saatchi en was jarenlang een van de belangrijkste reclameadviseurs van Margaret Thatcher. Hij is ook de bedenker van de kreet: ‘Labour Isn’t Working’, een kreet die ik overigens heel geestig vind maar waar The Iron Lady de humor niet van in kon zien. In dit boek kijkt hij terug op zijn tijd bij Thatcher. Heel interessant. En Augustus van John Williams moet ook iedereen lezen. Wat een fenomenaal boek is dát. Vanuit verschillende perspectieven – vrienden, familie, geliefden – wordt een beeld geschetst van het leven van de stichter van het Romeinse rijk. Het is allemaal verzonnen, want van Augustus is bijna niets bewaard gebleven, en toch komt die man tot leven. Heel knap gedaan.”

BEELDENDE KUNST
“Musea vind ik prachtig, ik kom er alleen te weinig. Neem bijvoorbeeld het Guggenheim Museum in New York. Alle dat prachtige ronde gebouw al, bijna zestig jaar geleden ontworpen door Frank Lloyd Wright. Dat moet je gezien hebben. De koepel die ze onlangs op Museum de Fundatie in Zwolle hebben geplaatst vind ik ook schitterend. Sacha (de Boer, zijn vrouw, red.) en ik hebben een vakantiehuis in de buurt van Zwolle. De Fundatie is echt een prachtig museum. De overzichtstentoonstelling Cremer in verf, 1954 – 2014 van Jan Cremer opent op 19 april aanstaande en ga ik zeker bezoeken. De laatste tentoonstelling die ik in De Fundatie heb gezien is Dum Vivimus Vivamus van Jeroen Krabbé, een tentoonstelling van diens kindertekeningen. Ik vind Jeroen Krabbé een hele aardige vent, maar dit ging mij wat te ver. Ik dacht alleen maar: dit is toch gewoon een kindertekening? Jij tekende toch ook gewoon een arm als een hark, net als ik? Kunst moet niet pretentieus worden. Vooral kunstenaars onderling of van die grachtengordeltypes hebben er een handje van om heel interessant over kunst te praten. ‘Oh, begrijp je de kunst van Marlène Dumas niet?’ Ik wil dan schreeuwen: ‘Nee! Leg het me uit! En wat is er zo bijzonder aan die vette lelijke oude vrouwen die Francis Bacon schildert?’ Ik begrijp dat niet.”
“Kunst wordt mooi als het de essentie van iets vat. Het zelfportret van Rembrandt van Rijn dat in de Frick-collectie is opgenomen – een schilderij dat hij als 52-jarige heeft geschilderd – maakt op mij een verpletterende indruk. Hoe die oude, wijze, zelfverzekerde man, toen nog niet vermoeid, met licht opgekrulde mondhoeken, je aanstaart. Fenomenaal. Bernini kon ook heel goed de essentie van iets vatten in zijn beelden. Kijk

R2
Pluto en Proserpina, Bernini

bijvoorbeeld eens naar het beeld Pluto en Proserpina.  Je ziet de hand van Pluto in het dijenvlees van Proserpina verdwijnen. Je vergeet heel even dat het keihard marmer is waar je naar staat te kijken. Mondriaan en de zijnen konden de essentie ook heel goed vatten. Vlak na de meest vernietigende oorlog die de geschiedenis tot dan toe had gekend, zochten kunstenaars begin jaren twintig naar een universele taal waardoor de mensheid samen zou komen. Heel erg idealistisch. Primaire kleuren, rechte lijnen – dat begrijpt iedereen, en zo ontstond het werk van die groep moderne kunstenaars. Rietveld, Van Doesburgh, Mondriaan, Malevich en Rothko: ik mag er graag naar kijken. Jeroen Henneman vind ik op dit moment een van de grootste kunstenaars van ons land. De wijze waarop hij de essentie van iets of iemand vat is heel erg goed. Heb je dat portret gezien dat hij van Leo Vroman heeft gemaakt, en dat binnenkort op zijn honderdste geboortedag wordt onthuld? Daarin zie je hoe goed Henneman is.”

FILM
La grande bellezza van regisseur Paolo Sorrentino is de beste film die ik in jaren heb gezien. Het gaat over de 65-jarige journalist Jep Gambardella (gespeeld door acteur Toni Servillo, red.) die zijn leven overdenkt. Ik word dit jaar vijftig, dus dan ga je automatisch de balans opmaken: wat heb ik tot nu toe gedaan, en wat wil ik nog gaan doen? Daar ben ik nog niet helemaal uit. Wat ik mooi vind aan deze film? Jep Gambardella ziet, ondanks dat hij alles heeft wat zijn hart begeert, ‘de grote schoonheid’ in de kleine dingen: in een lachend nonnenmeisje, in een hondje bij de fontein, in een avondwandeling langs de Tiber. Daar kunnen veel mensen nog wat van leren. Il Divo en La conseguenze dell’amore, twee andere films van Paolo Sorrentino met in de hoofdrol Toni Servillo, raad ik ook van harte aan.”

R3
Joris Ivens aan het werk

Platoon, JFK en Natural Born Killer van regisseur Oliver Stone zijn fenomenale films. Er was een tijdje dat ik alles van hem volgde, maar na zijn verschrikkelijk slechte film over het leven van George W. Bush ben ik een beetje op hem afgekickt. De films van de Nederlandse documentairemaker Joris Ivens zouden wel wat meer aandacht verdienen. Ivens was een van ’s lands grootste filmmakers aller tijden – maar ook communist, en daarom verguisd. The Spanish earth, een film over de Spaanse Burgeroorlog waar nota bene Ernest Hemingway de voice-over nog voor heeft ingesproken, is een klein meesterwerk. Zijn belangrijkste werk is samengebracht in de dvd-box Joris Ivens – Wereldcineast. Gaat dat zien. En waar ik oprecht nieuwsgierig naar ben is de film Bloed, zweet & tranen van regisseur Diederik Koopal, over het leven van volkszanger André Hazes. Hij is ook de regisseur van De Marathon, een komedie over vier vrienden op leeftijd die de marathon van Rotterdam lopen. Ik heb wel eens gezegd: ‘Als Diederik Koopal mijn roman nu eens zou kunnen verfilmen…’ Dat zou echt prachtig zijn.”

Rick_Nieman_op_grijs_0
Rick Nieman

 

 

Zelfportret: Maarten Heijmans

Dit artikel is eerder verschenen op de website van HP/De Tijd, 8 maart 2015.

Voor zijn vertolking van Ramses Shaffy in de televisieserie Ramses ontving acteur Maarten Heijmans (Amsterdam, 1983) vorig jaar een Gouden Kalf. Afgelopen maandag won de serie drie TV-beelden, waaronder een voor ‘beste hoofdrol.’

Naast zijn werk als acteur in het theater (Vaslav,Soldaat van Oranje en Maria Stuart) en op televisie (SpangaS, Het Klokhuis, de telefilm Het mooiste wat er is) is hij sinds vorige week ook officieel muzikant. In een uitverkocht TivoliVredenburg gaf hij met de première van Maarten Heijmans zingt Ramses Shaffy zijn allereerste concert ooit. Reden genoeg om hem eens te onderwerpen aan een ‘zelfportret’: een klassieke serie vragen, gebaseerd op de vermaarde questionnaire van Marcel Proust.

Wat is uw huidige gemoedstoestand?
Fijn vermoeid. De concerten die ik nu geef kosten veel energie, maar die energie wordt wel op een fijne manier besteed.

Wie zijn uw helden?
Jeff Buckley, Nina Simone, Rufus Wainwright, Pierre Bokma, Louis CK, Wim T. Schippers, Michael Jackson… Eigenlijk teveel om op te noemen.

Aan wie ergert u zich?
Aan mensen die niet eerlijk zijn. De reden dat ik mij daaraan erger is omdat ik dat zelf ook niet altijd eerlijk ben. Bijvoorbeeld: als ik moe ben en geen zin heb om met een vriend of een collega af te spreken, dan ga ik allerlei excuusjes verzinnen om niet te hoeven gaan. Ik kan natuurlijk ook gewoon zeggen: ‘Sorry, ik ben moe, ik heb geen zin.’ Maar dat doe ik dan niet. Dat vind ik niet eerlijk tegenover de ander.

Lijkt u op uw vader?
Ja. Mijn vader en ik leven allebei in ons hoofd. We zijn allebei best wel naar binnen gekeerd. Ik kan bijvoorbeeld allerlei scenario’s bedenken hoe iets zal gaan verlopen, in plaats van eerst maar eens af te wachten hoe iets zal zijn. Daardoor kan ik op voorhand verkeerde conclusies trekken – puur uit onzekerheid. Ook wel eens omdat ik bepaalde sociale interacties verkeerd interpreteer. ‘Die zegt dit dus dan zal-ie me wel oninteressant vinden’, terwijl dat dan helemaal niet zo is. Maar altijd in gedachten zijn heeft ook wel voordelen: je kunt je fantasie de vrije loop laten gaan.

Lijkt u op uw moeder?
Ik denk het wel. Mijn moeder kan ontzettend van de hak op de tak springen, is heel erg onafhankelijk en heeft altijd mensen om zich heen nodig. Ik ook. Al vind ik het wel moeilijk om ‘sociaal’ te zijn. Ik ben niet echt een goede vriend denk ik, iemand die veel belangstelling naar anderen toont. Ik heb niet zo’n gevoelige sociale radar. Dat heeft mijn moeder ook niet, maar dat wordt haar altijd vergeven omdat ze een heel goede inborst heeft. Dat hoop ik dan ook maar te hebben.

Wat zijn uw dagdromen?
Ik dagdroom constant over de meest onbenullige dingen. Over hoe het is om op een hoog gebouw te staan en daar dan vanaf te springen. Niet dat ik suïcidaal ben hoor, maar ik denk altijd: wat zou er allemaal kúnnen gebeuren? En ik heb altijd wel zelfverzonnen liedjes of melodietjes in mijn hoofd.

Wat is uw grootste angst?
Niet geaccepteerd te worden. Dat kan zijn op het werk: dat je bang bent dat je collega’s je slecht vinden. Die angst is er bij mij altijd en zal er ook altijd zijn. En in de privésfeer: dat je met iemand met wie je een connectie wil voelen, geen connectie voelt. Dat is ook een soort afwijzing.

Bidt u weleens?
Nee. Ik ben wel christelijk opgevoed, maar ik had al snel door: dat bidden is van oorsprong totaal iets anders geweest dan het nu is. Bidden is van oudsher meer iets van dankbaarheid tonen, stilstaan bij de dingen die je hebt. Bidden voor het eten vind ik om die reden dan ook heel mooi: even stilstaan bij het feit dat je eten hebt. Maar bidden in religieuze zin is juist ontzettend areligieus: je haalt jezelf naar voren, en vraagt een of andere kosmische kracht iets voor jou te doen. ‘Maak me beter’, of: ‘Geef mij die baan.’ Heel arrogant eigenlijk.

Heeft u ooit een mystieke ervaring gehad?
Ik denk dat je de hele dag door mystieke ervaringen beleeft. Het is maar net hoe je naar de dingen kijkt. Als ik op straat een eend zie lopen kan dat een hele mystieke ervaring zijn. Dat van alle dieren die er ooit zijn geweest uitgerekend díe eend daar loopt, dat vind ik een wondertje.

Bent u aantrekkelijk?
Ik merk dat ik, nu ik af en toe op televisie kom en wat prijzen heb gewonnen, aantrekkelijker word gevonden dan toen dat nog niet het geval was. Heel vreemd vind ik dat: zet iets op een podium, schijn er een lichtje op en het wordt vanzelf interessant. Ik merkte dat al op de middelbare school. Ik was altijd een beetje in mezelf gekeerd, ik was niet zo’n populaire jongen. Toen deed ik in de aula een keer mee aan een talentenjacht, ik ging breakdancen, en ineens vonden mijn klasgenoten me cool. Ik dacht: wat stom eigenlijk. Moet ik op een podium staan om cool gevonden te worden? Ben ik zonder dat podium niet leuk genoeg?

Wat is uw definitie van geluk?
Zonder enige vooroordelen en vooropgezette ideeën mezelf aan iets of iemand kunnen geven.

Waar schaamt u zich voor?
Onecht gedrag. Soms denk ik tijdens een optreden: is het eigenlijk wel echt wat ik doe? Speel ik wel goed, leef ik me wel goed genoeg in? Elke voorstelling schiet die gedachte wel een keer door mijn hoofd.

Bent u monogaam?
In principe wel.

Wanneer heeft u voor het laatst gehuild?
Vorige week, toen ik de openingsscène van het computerspel The Last of Us weer eens keek, waarin een vader zijn dochtertje van tien verliest. Ik heb het spel al twee keer uitgespeeld op de Playstation, maar toch raakte ik weer door die scène ontroerd.

Wat is uw grootste ondeugd?
Enorm veel tijd verspillen aan wezenloos internetten. De veiligheid opzoeken door niet te handelen, eigenlijk.

Hoe moedig bent u?
Dat weet ik niet, omdat ik gelukkig nog nooit in een situatie ben beland waarin dat werd getest. Ik denk wel dat je uiteindelijk minder moedig bent dan je aanvankelijk denkt.

Van wie heeft u het meest geleerd?
Van mijn vrienden. Omdat ik vind dat zij mooie karaktertrekken hebben: speelsheid, aan niets gehecht zijn, bewust zijn van het hier en nu en daardoor kunnen genieten van de dingen.

Welke eigenschap waardeert u in een vrouw?
Humor.

Welke eigenschap waardeert u in een man?
Openheid.

Als u iets aan uzelf kon veranderen, wat zou dat dan zijn?
Niets. Niet dat ik mezelf perfect vind, maar ik denk dat je veel gelukkiger word als je jezelf kunt accepteren zoals je bent. Anders ben je maar een plant die de hele tijd baalt dat-ie een plant is, en niet een bloem. Dan heb je een heel vervelend leven als plant.

Hoe ontspant u zich?
Ik probeer alles ontspannen te doen. Dat lukt niet altijd, maar ik blijf het proberen. Alles ontspannen willen doen leidt paradoxaal genoeg ook wel eens tot spanning: het willen bereiken van iets zit je eigenlijk altijd in de weg óm iets te bereiken.

Van wie houdt u het meest?
Op dit moment van mijn neefje van zeven maanden. Altijd als ik naar hem kijk zie ik mijn opa, mijn ouders, mijn zus en haar man in hem terug: mijn hele familie komt in hem samen. Dat er in zo’n heel nieuw blanco iemand al zo’n geschiedenis zit verpakt, dat ontroert me zeer.

Gelooft u in God?
Ik geloof niet in een God, maar wel in de reden waarom God ooit is bedacht. Namelijk: gestalte geven aan dat wat ons allemaal bindt, het mens-zijn. ‘Je staat niet alleen.’
Mensen zijn altijd op zoek naar houvast. In de sportschool krijg je een schema om je spieren te ontwikkelen, in de kerk krijg je een schema om het ‘wij-gevoel’ te kweken. Het probleem met religie alleen is dat het schema zelf het doel is geworden. Met het idee: ‘Mijn schema is beter dan dat van jou’ zet je mensen juist tegen elkaar op, in plaats van ze samen te brengen. 

Waaraan bent u het meest gehecht?
Aan niets. Hooguit aan mezelf en aan het leven zoals ik dat leef. Ik vind ‘hechten’ eigenlijk ook een negatief woord. Gehecht zijn aan iets remt je. Ouders zeggen bijvoorbeeld weleens: ‘Ik ben zo gehecht aan mijn kinderen.’ Ik vind dat een nare bijklank hebben: alsof je je kinderen niet los kunt laten, dat je er letterlijk een ‘gehecht’ bent. Een kind moet zijn eigen leven hebben. Je kunt gehecht zijn aan je kind en een slechte ouder zijn, maar je kunt ook onthecht van je kind zijn en er juist heel goed voor zorgen. Een goede ouder is niet gehecht aan een kind.

Welk leed heeft u anderen berokkend?
Liefdesverdriet, een onbetrouwbare vriend of collega zijn… Genoeg leed in ieder geval. Fysiek leed heb ik iemand nooit bezorgd. Oja, wel: ik heb een keer per ongeluk iemand zijn enkel gebroken. Dat vond ik verschrikkelijk.

Wat beschouwt u als uw grootste mislukking?
Ik geloof niet in mislukkingen. Je hebt mislukkingen juist nodig om als mens te groeien. Alles wat je hebt meegemaakt zorgt er voor dat je bent wie je nu bent.

Wanneer was u het gelukkigst?
Twee jaar geleden, toen ik in mijn eentje op een motor door Mongolië reed. Ik had net Ramses gedraaid, wat me heel gelukkig maakte, maar kwam ook net uit een lange en intensieve relatie, wat me weer heel verdrietig maakte. Tijdens die reis kwamen al die positieve en negatieve emoties samen. Ik kwam even heel dicht bij mezelf.

Wat is de beste plek om te wonen?
De plek waar je nu woont. Dat is altijd de beste plek om te wonen.

Wie hoopt u nooit meer terug te zien?
Er is niemand die ik nooit meer terug wil zien.

Hoe is ongeluk te vermijden?
Ongeluk is niet te vermijden. Dat is een wezenlijk onderdeel van het leven. Je kunt het hooguit omzeilen, door trouw te blijven aan jezelf.

Wat is uw devies?
Niet teveel zorgen maken.

Maarten Heijmans zingt Ramses Shaffy-speellijst:

08 maart 2015: Oosterpoort, Groningen.
12 maart 2015: Metropool, Hengelo.
15 maart 2015: Paradiso, Amsterdam.

Interview Maarten Heijmans Ramses Shaffy

De culturele agenda van… Art Rooijakkers

Wat leest, ziet en luistert Wie is de mol?-presentator Art Rooijakkers?

BOEKEN
“Drie boeken die ik de afgelopen weken heb gelezen zijn Efter van Hanna Bervoets, Oorlog en terpentijn van Stefan Hertmans en Kaddisj Voor Een Kut van Dimitri Verhulst. Efter las ik omdat ik nieuwsgierig was naar het werk van Hanna Bervoets, maar ook omdat ik het een interessant thema vind waar ze over schrijft. Het boek gaat uit van de hypothese dat verliefdheid in de toekomst als een kwaal wordt gezien, en dat het met een medicijn verholpen kan worden. Dat is een interessante gedachtegang vind ik, maar ook hopeloos kaal en klinisch als het werkelijkheid zou worden. Oorlog en terpentijn kijkt niet vooruit, maar kijkt juist nadrukkelijk achterom. Ik moet eerlijk zeggen dat ik het boek niet erg aanlokkelijk vond klinken om te lezen. Het begint al met die titel: OorlogTerpentijnOorlog en terpentijn. Dat klinkt toch een beetje als de titel van een goedkope bouquetroman. En daarbij vind ik het interessanter om te lezen waar de wereld naar toe gaat dan waar de wereld vandaan komt, totdat ik van mensen in mijn omgeving hoorde hoe prachtig en aangrijpend het was geschreven. Dan moet ik het natuurlijk ook lezen. Wat mij vooral is bijgebleven zijn de scènes over de loopgraven. Je ruikt de modder, je proeft het bloed. Hertmans heeft met dit boek een prachtig monument voor zijn grootvader opgericht. Kaddisj Voor Een Kut van Dimitri Verhulst is een gedeeltelijk autobiografische roman over het opgroeien in een kinderopvanghuis ergens in Vlaanderen. Heel rauw. Heel somber ook. Net als Godverdomse dagen op een godverdomse bol zou je dit boek alleen al voor de titel moeten lezen.”
“Een schrijver die ik ontzettend bewonder, is Bill Bryson. Samen met Paul Theroux behoort hij tot de beste reisboekenschrijvers ter wereld. Hij combineert heel veel kennis met een lichte toon en een voorliefde voor anekdotes. Toen ik voor de eerste keer naar Australië vloog las ik zijn boek over dat land: Down Under. De tranen rolden over mijn wangen van het lachen. Door hem kreeg ik nóg meer zin om het land te ontdekken. Hij schrijft bijvoorbeeld dat er in Australië eens een aardbeving werd waargenomen zonder voor- en naschokken, een soort freakaardbeving, waarvan het epicentrum ergens in de outback lag. Jaren later vond de Sarin-gasaanval plaats in de metro van Tokio. De aanslag werd geclaimd door een of andere Japanse sekte die, zo later bleek, een tijdje in Australië had vertoefd. Een wetenschapper las dat en ontdekte dat de sekte op precies dezelfde locatie was gehuisvest als waar een paar jaar eerder het epicentrum van die aardbeving lag. Het vermoeden is nu dat daar de vuile bom is afgegaan die ze wilden gebruiken voor de aanslag in Tokio. Bryson schrijft die anekdote op en concludeert droog: ‘Een land dat zo groot is dat er ongemerkt een kernbom kan ontploffen, dat moet wel een indrukwekkend land zijn.’ En dat klopt ook.”

Bedreigde_zwaan_Jan_Asselijn
De bedreigde zwaan, Jan Asselijn

BEELDENDE KUNST
“Of ik vaak naar een museum ga? Ik weet niet zo goed wat daar onder wordt verstaan. Ik denk dat ik gemiddeld wel eens in de drie à vier weken een museum bezoek – maar als ik op reis ben natuurlijk vaker. Is dat vaak? De laatst tentoonstelling die ik heb bezocht is de overzichtstentoonstelling van Marlène Dumas in het Stedelijk. Bijzonder om al dat werk bij elkaar te zien. Ik vind dat haar schilderijen op de een of andere manier iets beklemmends hebben, iets beangstigends zelfs ook. Het voelt alsof de portretten die ze maakt je heel indringend aankijken, je nakijken zelfs ook, terwijl je zelf in een soort leegte staart als je naar ze kijkt. In het Rijksmuseum kom ik ook graag. Ik word altijd weer geraakt door het schilderij De bedreigde zwaan van Jan Asselijn. De kracht van dat dier, dat uit het schilderij lijkt te vliegen… Je kunt niet door de eregalerij lopen zonder je door dat schilderij aangesproken te voelen. Een ander museum waar ik graag kom, is het CoBrA-museum in Amstelveen. Karel Appel en de zijnen zijn voor mijn gevoel een beetje de gabbers van de beeldende kunst. ‘Beuken! Knallen! Gaan!’ Die wil, om er in het benauwde Nederland van de jaren veertig en vijftig letterlijk en figuurlijk uit te spatten, spreekt me aan.”
“De beeldentuin van het Musée Rodin in Parijs is ontroerend mooi. De macht en de kracht van die beelden is zo groots dat het ons mensen overstijgt. Dat gevoel had ik ook toen ik eind vorig jaar de tentoonstelling  Zero: Countdown to Tomorrow, 1950s-60s in het Guggenheim in New York zag. Ergens in een zaal lag, heel geborgen, een groot vierkant van rood pigment. Dat riep op de een of andere manier een heel warm gevoel bij me op, een gevoel dat ik niet verklaren. Zoals je eigenlijk nooit kunt verklaren waarom kunst, in welke vorm dan ook, je raakt. Een museum dat wat mij betreft wel wat meer aandacht zou mogen krijgen, is Museum Van Loon aan de Keizersgracht in Amsterdam. Het museum dankt zijn naam aan de familie Van Loon, de laatste bewoners van het grachtenhuis en de oprichters van het museum. Willem van Loon was een van de oprichters van de VOC. Als je daar naar binnen loopt, loop je echt de geschiedenis in. Heel bijzonder om te zien hoe de gegoede burgerij van zeventiende eeuw aan de grachten van Amsterdam woonde, in een prachtig huis vol met spullen uit De Oost. Daar vlakbij ligt trouwens fotomuseum FOAM, dus een bezoek is ideaal te combineren. Beide musea heb je in een uurtje wel gezien.”

FILM
“De beste film die ik recent heb gezien is zonder twijfel Boyhood. Man, wat is dat een ontroerende film. Nooit eerder zag ik het verstrijken van de tijd zo mooi in beeld gebracht. De film vertelt het verhaal van een jongen die van zijn zesde tot zijn achttiende levensjaar wordt gevolgd – en dat gebeurt ook echt, want ze film is over een periode van twaalf jaar opgenomen. Je ziet de tijd dus echt vat krijgen op de hoofdpersonen. Sommige mensen vinden de film saai, omdat ze vinden dat er niets gebeurt. Dat klopt ook, want in het echte leven gebeurt er op dagelijkse schaal toch ook niets? Maar als je vandaag eens neemt, en deze datum volgend jaar weer, en dat jaar daarop weer, dan zie je dat je leven wel degelijk is veranderd. Dat heeft Linklater briljant in beeld gebracht.”
“Een andere film die iedereen moet zien, is Aanmodderfakker. Anders dan bijvoorbeeld het wat voorspelbare Pak van mijn hart of Alles is liefde is dit nu eens een film die met een soort niet-Hollandse branie is gemaakt. Het verhaal gaat over een ambitieloze dertiger die, als hij in contact komt met een ambitieus jongvolwassen meisje, in onvrede raakt over zijn levenshouding. Ik kan er verder niet veel over zeggen, je moet het gewoon zien. Dat de film drie Gouden Kalveren heeft gewonnen zegt denk ik wel genoeg. Een film waar ik veel van had verwacht maar die ik vond tegenvallen, was A most wanted man van Anton Corbijn. Ik weet niet of ik dit mag zeggen, maar ik vond het een saaie film. Het is wel goed gefilmd hoor, en ook Philip Seymour Hofman speelt een glansrol in wat zijn laatste film blijkt te zijn, maar ik had er meer van verwacht.”

Whiplash
Whiplash

Whiplash is een film die ik iedereen kan aanbevelen. Die film gaat over een jongen die op het conservatorium van New York zit en er echt alles voor over heeft om de beste jazzdrummer van de wereld te worden. Ik kan daar met lichte jaloezie en met de grootste bewondering naar kijken. Ik zou dat nooit kunnen: ik heb die toewijding en zelfdiscipline niet. De jongen in de film maakt het op een gegeven moment zelfs uit met zijn vriendin, alleen maar om meer tijd aan zijn instrument te kunnen besteden. The Wolf of Wall Street: zien. Dallas Buyers Club met in de hoofdrol een uitgemergelde Matthew McConaughey: zien. Zijn meest recente film, Interstellar, is ook zeer de moeite waard. Ik zag ‘m in iMax, ik zat te trillen in mijn stoel. Maar ik vond het af en toe ook wel edelkitsch hoor. Die vader die dan bij dat sterfbed even een gedicht citeert… Dat hoeft voor mij niet. Wat ik zo goed vind aan de films van regisseur Christopher Nolan is dat hij het altijd weet te presteren om een blockbuster te maken waar ook nog eens een gedachte achter zit. Dat vind ik tof. Dat is heel anders dan die eindeloze mind numbing The Hobbit die door regisseur Peter Jackson tot de laatste druppel wordt uitgewrongen. Er zit een eetscène in die film die wel drie kwartier duurt! Ik eet thuis nog sneller. Zijn Lord of the Rings-films heb ik wel gezien, maar The Hobbit trek ik echt niet. Veel te langdradig.”

THEATER

“Theater zit, van al deze subrubrieken, het minst op mijn radar. Toneelvoorstellingen bezoek ik naar mijn smaak te weinig. De laatste voorstelling die ik heb gezien is The Fountainhead van Toneelgroep Amsterdam. Dat was heel goed, zoals eigenlijk alle voorstellingen die ze maken goed zijn. Dans en ballet zijn not my cup of tea. Ik vind het ontzettend knap wat de dansers doen en ik ben ontzettend jaloers op hun ranke lijven, maar het is niet iets voor mij. Waar ik wel graag naar toe ga, is cabaret. Van alles. Ik ga net zo lief naar een comedyclub, naar de Amerikaanse stand upper Todd Barry in Boom Chicago bijvoorbeeld, als naar Stephen Merchant – die lange slungel die vaak samenwerkt met Ricky Gervais – in een uitverkochte grote zaal van TivoliVredenburg.”

Ronald Goedemondt
Ronald Goedemondt

“De beste cabaretier van Nederland? Ronald Goedemondt. Met afstand. Hij is heel scherp en ongelooflijk grappig. Martijn Koning vind ik ook heel tof. Omdat ik in Amsterdam geen kaartje kon krijgen, ben ik laatst naar het theater van Abcoude – of eigenlijk: de gymzaal van Abcoude – gereden om de nieuwste show van Martijn te zien. Wat mij toen echt opviel is dat een voorstelling bezoeken in een dorp heel anders dan een voorstelling bezoeken in de stad: iedereen in het publiek kent elkaar. Wat ik ontzettend grappig vond: Martijn begon op een gegeven moment een zin met: ‘Ik zat laatst naar xhamster te kijken…’ Eén man begon, in een voor de rest muisstille zaal, daar ontzettend hard om te lachen. Martijn zei toen heel ad rem: ‘Jij bent zó ontzettend de lul. Iedereen in het dorp weet nu: hij kijkt porno.’ Dit voorjaar ga ik zeker nog kijken bij de nieuwe shows van Henri van Loon en André Manuel, daar ben ik benieuwd naar. Naar een show van iemand als Youp van ’t Hek hoef ik dan weer niet zo nodig. Dat is meer iemand van de generatie van mijn ouders. Ik heb het gevoel dat hij niet per se mijn taal spreekt.”

MUZIEK
“Mijn muzieksmaak is heel breed. Van pop tot klassiek – er is eigenlijk niets wat ik niet leuk vind. Wat ik zoals luister? Even kijken. The Deaf, dat bandje van gitarist Spike, vind ik bijvoorbeeld heel erg tof. Beter dan Di-rect. De Jeugd van Tegenwoordig maakt heel lekkere hiphop. Toen ik vorig jaar in New York mijn eerste marathon liep en ik er na dertig kilometer bijna doorheen zat, zette ik De Formule op. Dat is zo’n lomp nummer, maar het heeft me die laatste kilometers echt voortgestuwd. Maar ook Beyoncé vind ik tof. Ik ben wel eens bij een concert van haar geweest, en dan zie je wat een goede performer ze eigenlijk is. Klassieke muziek luister ik ook graag. Neem het einde van ouverture 1812 van Tsjaikovksi: dat voel je, omdat ik kanonschoten in zijn verwerkt, in je buik. Dat vind je bij moderne muziek niet. En wat ik ook onweerstaanbare muziek vind, maar dan in de goede zin van het woord, zijn de liedjes die op het Spaanse radiostation Los Cuarenta Principales – de Top 40 – worden gedraaid. Spaanse zomermuzak. Een naam die me te binnen schiet is die van zangeres Paulina Rubio. Een bloedordinaire zangeres die zingt op de meest simpele deuntjes maar het werkt heel aanstekelijk.”

Paulina Rubio
Paulina Rubio

“Bijna alle muziek die ik luister, luister ik via Spotify. Vroeger, hoor de oude man, kocht ik nog wel eens een album maar dat is tegenwoordig niet meer nodig. Ik vind het dan ook helemaal niet erg om iets meer voor een concertkaartje te betalen, omdat ik weet dat dat de prijs is die tegenover het gratis downloaden staat. Ik snap de mensen dan ook niet die zeuren dat de concertkaartjes tegenwoordig zo duur zijn. Dat zijn namelijk dezelfde mensen die jaarlijks tientallen euro’s beparen omdat ze geen muziek meer hoeven kopen, maar het gratis downloaden. En vind je een ticket te duur: ga dan gewoon niet, en hou eens op met jammeren. Wat ik ook een pluspunt vind aan muziek luisteren via Spotify is dat je gebruik kunt maken van de ontdekkerfunctie waarmee je nieuwe muziek kunt ontdekken. Toen ik vroeger in een platenzaak werkte werd je door een collega of een klant wel eens geattendeerd op nieuwe muziek, maar nu heb je daar niemand meer voor nodig. De muziek van soullegende Bobby Hebb, die van de megahit Sunny, heb ik bijvoorbeeld via deze functie ontdekt. En de muziek van singer-songwriter Gregory Alan Isakov. Heel fijne muziek voor de koude wintermaanden.”
“Bruce Springsteen is, samen met Morrissey en Elvis Presley, mijn grote held. Niet alleen zijn muziek waardeer ik enorm, ook zijn hele levenshouding inspireert me. Hij draagt bij elk concert uit dat hij de leukste baan op aarde heeft, is totaal niet afgestompt en ook cynisme komt in zijn universum niet voor. ‘It ain’t no sin to be glad you’re alive’, zingt hij in Badlands. Wat het beste album van Springsteen is? Poe. Als purist dien je te zeggen Darkness on the Edge of Town, maar ik ben geen purist. Ik kies toch voor Born in the USA. Waarom? Omdat daar Bobby Jean op staat, het allermooiste nummer dat ooit is geschreven. En omdat het voor mij vertegenwoordigt waar Springsteen voor staat: positiviteit, passie, het vuur brandend houden. Ik was eens bij een concert van hem in Ierland waar hij dit album integraal speelde. Pal voor mij stond een man, type kantoorklerk. Je kent ze wel: kalend, met alleen de zijkanten van het hoofd nog een beetje haar, zijn geruite blouse in zijn spijkerbroek gestopt. Naast hem stond zijn vrouw met wie hij, vermoed ik, eens in de twee maanden seks heeft op een handdoek, omdat anders het beddengoed vies wordt. Zo’n stel. Daarnaast stond hun puberzoon, zo’n slungel met een doodongelukkige blik in zijn ogen en met ledematen die veel te lang zijn voor zijn lichaam. Het was duidelijk dat de man zijn vrouw en kind had meegenomen naar ‘papa’s muziek.’ De eerste paar nummer stonden ze voorzichtig enthousiast mee te doen met de muziek. Totdat Springsteen Dancing in the dark inzette, en die man letterlijk een halve meter in de lucht sprong, zijn vuist balde en heel hard ‘YEAH’ schreeuwde. Heel even werd hij weer die achttienjarige jongen die die vrouw had versierd. Heel even werd hij weer die jongen die op de achterbank van de auto voor het eerst aan d’r borsten mocht voelen. En zelfs die puberzoon, die daar een beetje ongelukkig stond te wezen, begon ook in beweging te komen. Hij voelde wat wij allemaal voelden: een soort collectief orgasme. Dat doet Bruce Springsteen.”

Art_Rooijakkers

Frits Thors (103): “Beatrix is voor mij nog steeds Trixie”

Op de vooravond van de abdicatie van koningin Beatrix haalt journalist en oud-nieuwslezer Frits Thors, ooit kind aan huis op paleis Soestdijk, herinneringen op aan het kleine prinsesje Beatrix. “Ze is niets veranderd.” De nieuwslezer met het spierwitte haar en de zwarte hoornen bril, zo zal Frits Thors door de vijftigplussers in ons land worden herinnerd. Al in 1965, toen hij nieuwslezer werd bij het NTS-Journaal, was hij een statige oude heer met een prachtig bronzen stemgeluid. Nu, in de leeftijd van 103 jaar, is hij dat nog steeds – zij het dat het bronzen stemgeluid door de tand des tijds ietwat is afgezwakt.

Lees verder Frits Thors (103): “Beatrix is voor mij nog steeds Trixie”