De onweerstaanbare aantrekkingskracht van Taalvoutjes

Mark Rutte die ‘vindt ik’ schrijft in een brief aan scholieren, een vlezige ‘Meat en Great’ met Zanger Rinus en een wel heel bijzondere aanbieding bij de drogist: ‘Witte Neus. Poeder. €6,99.’ De razend populaire Facebookpagina Taalvoutjes plaatst dagelijks van dit soort taalflaters, tot groot plezier van meer dan 160.000 likers. Wat anderhalf jaar geleden begon als een grap begint uit te groeien tot een heus imperium. “We kunnen het zelf ook nog steeds niet geloven.”

Inger Hollebeek en Vellah Bogle uit Amsterdam zijn elke dag nog verbaasd over de populariteit van hun Facebookpagina. De oud-collega’s, ooit werkzaam bij hetzelfde reismagazine, stuurden elkaar bij wijze van grap op Facebook allerhande taalfouten die ze in krant en tijdschrift aantroffen. Vrienden lazen deze vermakelijke berichten en zeiden: maak voor al die fouten eens een aparte communitypagina, zodat iedereen mee kan genieten van de immer hilarische taalfouten. En zo geschiedde.

150 inzendingen per dag
Binnen een mum van tijd waren de eerste honderd likes binnen. De tweehonderd likes volgden kort daarna. En nu, nog geen anderhalf jaar na de oprichting van de pagina, genieten meer dan 160.000 landgenoten dagelijks van de onweerstaanbare posts. En het einde is nog lang niet in zicht. “We staan er zelf ook nog steeds van te kijken, want dit succes hadden we natuurlijk nooit verwacht. Zeker niet in een tijd als deze, waarin vaak wordt gesproken over de verloedering van onze taal,” zegt Inger Hollebeek.

In het begin speurden de dames zelf naar grammaticale fouten en verhaspelingen, tegenwoordig krijgen ze zo’n 150 inzendingen per dag. “Uit het hele land worden fouten ingestuurd. Ook fouten die in een Brabantse weekkrant of in het Dagblad van het Noorden staan, kranten die wij niet lezen.” Hoeveel tijd de dames kwijt zijn om uit de honderden inzendingen wekelijks nog geen twintig (!) fouten te selecteren willen ze niet zeggen. Maar dat ze er druk mee zijn staat vast. “Je moet niet vergeten dat we ook nog een vaste baan hebben. We doen dit in onze vrije uren. Het is puur liefdadigheidswerk.”

Imperium
Toch zijn de dames druk doende de Facebookpagina uit te breiden met een nieuwe website. Daarop zal onder meer merchandise worden aangeboden. Een boekje met de meest grappige taalfouten die zijn ingestuurd, bijvoorbeeld. Of lesmateriaal. Inger Hollebeek: “We horen van leraren dat ze onze foto’s gebruiken om de kinderen te onderwijzen. Dat bracht ons op het idee om in de toekomst lesmateriaal te gaan maken. Daarin niet enkel de saaie basisregels van onze taal, maar ook tig grappige voorbeelden van hoe het niet moet. Van fouten leer je immers.”

Over de wilde plannen willen de dames nog niet al teveel vertellen; niets is nog zeker. Een fijne opsteker is wel de app die twee weken geleden is gelanceerd en inmiddels al bijna negentigduizend keer is gedownload. En de vernieuwde website die over een maand online gaat, waarop alle foto’s zijn gerubriceerd en gecategoriseerd zodat de taalvoutjes makkelijk zijn terug te vinden. “De mogelijkheden voor uitbreiding zijn eindeloos en de fascinatie voor taal is tijdloos. We zien wel wat er van komt. We hopen er natuurlijk ooit van te kunnen leven, maar zoals het nu gaat zijn we al hartstikke tevreden.”

 

Leo Vroman is jarig: ‘Ik heb geen leeftijd, leeftijden zijn kinderachtig’

Dichter en wetenschapper Leo Vroman is op 10 april jarig. En dat is hij al bijna honderd jaar. Speciaal voor HP/De Site schrijft Vroman over drie memorabele verjaardagen, verdeeld over drie fases in zijn leven. Lees verder Leo Vroman is jarig: ‘Ik heb geen leeftijd, leeftijden zijn kinderachtig’

Het slaapkamergesprek met Hella Haasse

Dit artikel is eerder gepubliceerd door HP/De Tijd.

De grande dame van de Nederlandse literatuur, Hella Haasse, is deze week om verschillende redenen weer in het nieuws. Ik moest denken aan de dag dat ik als zestienjarige jongen met haar op bed belandde. Lees verder Het slaapkamergesprek met Hella Haasse

Drs. P: ‘Taal is een geschenk’

Taalvirtuoos Drs. P (92) is sceptisch over het taalgebruik van tegenwoordig. Zijn wens voor 2012: dat de Nederlandse taal de aandacht krijgt waar ze recht op heeft. Want: “Men vindt verzorgd taalgebruik elitair, en dat is natuurlijk onvergééflijk.”

Voor de ingang van Hotel Pulitzer in Amsterdam zit een oude man een sigaar te roken. ‘Oud Kampen – Wilde Natura’ staat er op het houten doosje te lezen. Het is de 92-jarige Heinz Polzer, in Nederland beter bekend onder zijn artiestennaam Drs. P, die met zijn spottende oogopslag en ironische glimlach de voorbijgangers gadeslaat. Hij is gekleed in een keurig grijs pak met stropdas, een kledingcombinatie die hij naar eigen zeggen al sinds zijn kleuterjaren draagt.

We nemen plaats in de binnentuin van het hotel. Op de vraag wat hij wil drinken, antwoordt hij: “Een thé citron graag. Ik mag geen alcohol meer drinken van mijn vrouw, daar krijg ik ’s nachts krampen van in mijn buik.” Even later knijpt hij drie schijfjes citroen uit in een kop heet water. “Oh, Jesus!” galmt er opeens door de tuin, en de doctorandus veegt wat citroensap uit zijn oog.

Ik zou het graag met u hebben over de Nederlandse taal. Wat vindt u van de taal van tegenwoordig?
“Ik heb de indruk dat het Nederlands al een tijd aan het degenereren is. En dat is waarschijnlijk door die strekking van ‘doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg.’ Men vindt verzorgd taalgebruik elitair, en dat is natuurlijk onvergééflijk.”

Ironisch: “Elitair in deze democratische tijd, dat is natuurlijk smakeloos. Maar ik vind: als je een bepaald vak lief hebt, dan móet je elitair zijn. Niet jezelf doelbewust gaan verheffen boven anderen, neen, ik bedoel daarmee te zeggen dat je de taal de aandacht moet geven waar ze recht op heeft.”

Wanneer is de verloedering van de door u zo geliefde taal begonnen, is daar een beginpunt voor aan te wijzen?
“Dan moet ik even nadenken. Ik denk dat het bij Willem Kloos en consorten is begonnen, eind negentiende eeuw al, de generatie van de Tachtigers. Die rommelden maar wat aan met de taal. Dat waren van die nieuwlichters, die zeiden dat er een frisse wind moest gaan waaien. Dat keurige, intelligente Nederlands van onze voorgangers heeft afgedaan, vonden ze. Persoonlijk vind ik dat een taal die volwassen is, die een hele geschiedenis achter zich heeft, altijd respect verdient. Helaas kan ik niet voorkomen dat de taal in Nederland nog verder degenereert; het gebeurt, en dat is jammer. Een oplossing voor dit probleem bestaat niet.”

“Ik zal een voorbeeld geven van de verloedering. Kloos schreef ooit in een gedicht:

(…) Zeg eens, lust je ‘em
Dees donderende vuist? Doe maar of j’ kust hem!

Lust je ‘m en kust ‘m. Dat is zó armzalig, hè.”

Is alle poëzie van de afgelopen jaren dan zo verschrikkelijk?
“Ik heb poëzie eigenlijk altijd gemeden, en dan met name de Vijftigers, de generatie van Lucebert en Campert. Dat waren zulke revolutionairen, daar had ik intense argwaan tegen. Ze wierpen zich op als ‘de nieuwe stijl’, ‘de nieuwe generatie’, kortom: de totale omwenteling van de literatuur. Dat is nogal ambitieus.”

U zegt dat u poëzie altijd hebt gemeden, maar bent u zelf geen dichter?
“Wel, technisch gesproken schrijf ik natuurlijk gedichten, maar als me gevraagd wordt naar mijn beroep zeg ik: schrijver, en ik breng nummers ten gehore. Cabaretier of dichter klinkt zo artistiek.”

De Nederlandse taal is volgens u al meer dan honderd jaar aan het verloederen. Dat keurige en intelligente Nederlands, waar u zojuist over heeft verteld, wordt dat –uzelf niet meegerekend– nog gesproken?
“Gelukkig wel. Ik vind het werkelijk verheugend dat in Vlaanderen een woord als ‘verwittigen’ nog zeer achteloos wordt gebruikt. Het is een mooi, begrijpelijk woord. Een woord dat er mag zijn! Om nog een voorbeeld te geven: kijk eens naar een woord als ‘nochtans.’ Het is een woord met een functie, maar je hoort het in Nederland nergens meer. Niemand zal het ooit zeggen, en daar is helaas weinig aan te doen. Dat is wat mij dan ook zo behaagt aan Vlaanderen, dat zulke voorvaderlijke woorden daar nog altijd leven en hun werk verrichten. Dat doet mij een intens plezier.”

Kunt u zich nog herinneren wanneer u voor het eerst bewust in aanraking kwam met de Nederlandse taal?
“Ik herinner me dat ik in mijn prille jeugd, begin jaren twintig moet dat zijn geweest, de Nederlandse vertalingen van Jules Verne herhaaldelijk heb gelezen. Ik verlustigde mij aan het verzorgde, rijke en levende taalgebruik. Mijn lievelingsboek uit de serie van Jules Verne, Twintigduizend mijlen onder zee, was uit het Frans in het Nederlands vertaald door een zeer begenadigd schrijver die met zijn moedertaal ware wonderen kon verrichten. Ik vond het prachtig.”

“Er stonden naast tekst ook meesterlijke gravures in, die onderschriften hadden. Een onderschrift is me vanaf mijn jeugd bijgebleven, namelijk: ‘Een ontredderd vaartuig dat rechtstandig is gezonken.’ Het woord ‘ontredderd’ kende ik nog niet, maar ik kon de betekenis makkelijk aanvoelen. ‘Rechtstandig’ daarentegen was makkelijker te begrijpen. Deze plechtige taal inspireerde mij. Niet dat ik op deze manier ging schrijven, maar ik werd er wel door gevoed, door aangemoedigd. Taal is een geschenk dat je krijgt; als je goede taal leest of hoort word je verrijkt.”

Kortom: Taal is zuurstof.
“Ja, mooi! Heeft u dat zelf verzonnen?”

Nee.
“Nee?”

Dat heeft u zelf ooit eens geschreven.
“Ik? Goh, ik kijk ervan op! Maar om eerlijk te zijn: ik vind het práchtig! Taal ís zuurstof.”

Dit interview is eerder verschenen op de officieuze website van Drs. P.

Zie ook: Drs. P zingt Quartier Putain.

Leo Vroman: ‘Als Mitt Romney wint, emigreer ik’

Dit artikel is eerder verschenen op de website van HP/De Tijd.

Leo Vroman (1915) woont al meer dan zestig jaar in de Verenigde Staten. Speciaal voor HP/De Site schreef de dichter over het presidentiële debat van maandagnacht. “De tijd voor spelletjes is voorbij.” Lees verder Leo Vroman: ‘Als Mitt Romney wint, emigreer ik’

Drs. P over zijn tijd in de gevangenis van Scheveningen (Ben en Dolf)

Censuur is van alle tijden. Denk bijvoorbeeld aan landen als Libië en Syrië, waar je veroordeeld wordt als je negatieve of kwetsende berichten over de leider schrijft. Heinz Polzer, in Nederland beter bekend onder zijn artiestennaam doctorandus P, weet wat het is om in een land te leven zonder persvrijheid. In 1942 werd hij hier door de Duitse bezetters veroordeeld tot een gevangenisstraf van enkele maanden, wegens het schrijven van een verhaal over Dolf en Ben, een verwijzing naar Adolf Hitler en Benito Mussolini.

(Voor Campus Radio, Windesheim, 2011.)