Remco Campert leest: Thijssen, Nabokov en Queneau

Dit artikel is eerder verschenen op literair weblog De Contrabas en op de website van HP/De Tijd.

Schrijvers lezen ook. Maar wat lezen ze eigenlijk? In navolging van Ernest Hemingway geven twintig vooraanstaande Nederlandse en Vlaamse literatoren een klein college literatuur. Wat moeten we absoluut gelezen hebben, en waarom? Remco Campert trapt af.

Remco Campert (1929) is de éminence grise van de Nederlandse literatuur. Hij schreef klassiekers als Het leven is vurrukkullukHet gangstermeisje en Een liefde in Parijs. In zijn inmiddels meer dan zestig jaar durende carrière werd hij onder meer onderscheiden met de Reina Prinsen Geerligsprijs (1953), de P.C. Hooftprijs (1976) en de Gouden Ganzenveer (2011). Vorige maand verscheen zijn nieuwste roman: Hôtel du Nord. Lees verder Remco Campert leest: Thijssen, Nabokov en Queneau

Jan Terlouw: ‘De verfilming van Koning van Katoren is tamelijk desastreus’

De culturele smaak van oud-politicus en schrijver Jan Terlouw (82) en zijn vrouw Alexandra. 

BEELDENDE KUNST

‘Onze smaak in kunst – ik zeg ‘onze’ omdat mijn vrouw Alexandra en ik vaak samen van cultuur genieten – is in de vele huwelijksjaren naar elkaar toegegroeid. Ik hield altijd al wel van de impressionisten, maar door haar nog meer. De Waterlelies van Monet vinden we allebei prachtig. En de werken van Van Gogh, ook die gaan nooit vervelen. In het Kröller-Müller Museum hangt een prachtige collectie van zijn werk. En hoewel ik in mijn leven als politicus en natuurkundige veel heb gereisd en veel musea heb bezocht, blijft het Kröller-Müller Museum in Otterlo voor mij een van de mooiste musea ter wereld. De natuur, het gebouw, de collectie: alles klopt. Dat geldt ook voor het Guggenheim Museum in New York: in-druk-wek-kend. Een mooier gebouw dan dat bestaat er niet. Sprekend over Van Gogh: ik vind dat er kunstwerken zijn waarvan je na verloop van tijd mag zeggen: dat is mooi. Niet: dat vind ik mooi, nee, dat is mooi. Daar hoeft niet meer over gediscussieerd te worden. Gezicht op Delft van Vermeer is mooi, De Nachtwacht van Rembrandt is mooi. Die werken hebben in de loop der tijd bewezen dat ze van enorme waarde zijn voor veel mensen, die moeten gekoesterd worden.  Er is ook veel kunst waar ik niets mee heb. Het werk van Willem de Kooning bijvoorbeeld, dat roze met geel. Een nageboorte vind ik het.  En van Victory Boogie Woogie van Mondriaan raak ik ook niet opgewonden. Als ik dan hoor dat zo’n werk veertig miljoen waard is… Tja. Ik vind het wel decoratief en evenwichtig hoor, maar daar is ook alles mee gezegd.
‘Sommige kunst kan me woedend maken. Ik kwam een keer in Canada in een museum en daar lag, in een prachtige zaal, een lantaarnpaal. Ondersteboven. Meer niet. Razend word ik dan! Ook protesteer ik tegen dat rode vlak dat in het Stedelijk hangt, dat doek van Barnett Newman. Dat heeft een hoog ‘nieuwe kleren van de keizer-gehalte.’ Het is natuurlijk wel eens even apart om een schilderij te maken dat niets meer is dan een rood vlak, maar dan prijzen kunstcritici het vervolgens de hemel in. Wat een flauwekul, denk ik dan.
‘De laatste tentoonstelling die we samen hebben bezocht was de tentoonstelling ‘De Dode Zeerollen’ in het Drents Museum in Assen. De rollen zijn mooi om te zien, maar ze zijn vooral opmerkelijk – er is natuurlijk een hele geschiedenis aan verbonden. Mijn vrouw had de rollen al eerder gezien in Israël waar ze tentoongesteld liggen in een grote, glazen tafel waar je helemaal om heen kunt lopen. In Assen waren ze, ik denk vanwege de vereiste temperatuur en vochtigheidsgraad,  tentoongesteld in grote zwarte kasten met gedempt licht.  Ze zei na afloop van ons bezoek: ‘Ze hebben in Assen echt hun best gedaan om de teksten zo goed mogelijk te tonen. Ze hebben het museum er zelfs bijna voor verbouwd. Maar het gaat ten koste van de esthetiek. En daarin had ze wel een beetje gelijk.

MUZIEK
‘Wij luisteren thuis bijna nooit naar cd’s. En dat heeft verschillende redenen. De eerste is dat mijn vrouw daar niet tegen kan.  Als er muziek te horen is moet alles stilvallen. Zelf wil ze er niet eens bij lezen. Dan moet alle aandacht naar de muziek. En de tweede reden, en dat is voor mij meteen de belangrijkste reden, is dat we in ons dagelijks leven heel veel  livemuziek om ons heen hebben. Mijn vrouw speelt cello, mijn dochter is violiste en mijn schoonzoon is pianist. Zelf speel ik af en toe ook piano, maar alleen als er niemand thuis is. Ik kan er weinig van, in ieder geval niet opwekkend genoeg om aan anderen te laten horen.
‘Zoals ik al zei: muziek is altijd dichtbij. Ik treed zo eens in de paar weken op met het Orion Ensemble, het ensemble van mijn dochter Pauline, haar partner Leonard Leutscher en celliste Carla Schrijner. Het leukst vind ik het wanneer ik op mag treden als Joseph Haydn. Dan kleed ik me aan als de oude Haydn – pruik, jas, strik op mijn schoenen – en dan vertel ik een uur over zijn veelbewogen leven. Over zijn vele liefdes. Over zijn slechte huwelijk. Over zijn verdriet over de dood van zijn jonge vriend Mozart. En het trio illustreert zijn levensverhaal dan met die zeer gevarieerde muziek van hem. Soms, als ik tijdens de voorstelling even zit terwijl zij spelen, voelt het heel sterk of ik Joseph Haydn echt bén. Dan denk ik: ‘Wat mooi, wat mooi! Gossie, wat spelen jullie mijn muziek mooi zeg!’
‘In mijn jeugd luisterde ik wel naar jazz en dixieland, dat was in die tijd populair. Ella Fitzgerald, Louis Armstrong, Oscar Peterson – dat soort mensen. Dat is mooie, gevarieerde muziek. Opzwepende muziek ook. Nog steeds wordt het wat mij betreft op een feestje pas leuk als er dixieland wordt gedraaid. Ik vind dat de muziek van de afgelopen vijftig jaar een heel hoog trance-gehalte heeft. Eindeloze herhalingen en een eindeloze beat – heel veel hetzelfde. In alle muziek van na The Beatles hoor ik dat terug. Dan denk ik: oja, ik moet weer in slaap. Ik moet weer in trance. Of, ik kan het onvriendelijker zeggen: sáái. Ik vind het heel saaie muziek. Maar ik mag er niet over oordelen, ik weet er gewoon te weinig van af. En misschien heb ik ook wel een vooroordeel gekregen, want zodra ik een elektrische gitaar hoor denk ik al: saai. Dat zal dus aan mij liggen.’

FILM
‘Toen mijn vrouw en ik in Parijs woonden gingen we met enige regelmaat naar de film, maar in Nederland gaan we nog maar zelden. Life of Pi is denk ik de laatste film die ik in de bioscoop heb gezien. Verbluffend gemaakt, zo met die tijger in dat bootje. En mijn vrouw was helemaal weg van Il y a longtemps que je t’aime, een film over een vrouw die haar kind doodt omdat het anders een verschrikkelijk leven krijgt. Ik geloof dat het een verhaal van Philipe Claudel is. Mooi, vind ik ook.  Ik houd  ook van die lekkere grote-verhalen-films. The Guns of Navarone, een actiefilm, dat soort. Amadeus ook, de film over het leven van Mozart. De film Another year zagen we onlangs, een klein meesterwerk. Je kijkt bijna twee uur naar het wel en wee van een Engels gezin en er gebeurt zo ongeveer niets.  Maar het is zo geloofwaardig gespeeld en de teksten waren zo goed… Alles wat er werd gezegd was goed.
‘De kwaliteit van de Nederlandse film is lange tijd bedroevend geweest, vind ik. De enscenering en de beelden waren vaak wel goed hoor, daar niet van, maar het acteerwerk was niet best. Povere teksten ook.  Maar het wordt van lieverlee beter. Mijn boek Oorlogswinter is een paar jaar geleden verfilmd door Martin Koolhoven en dat heeft hij echt goed gedaan. Maar de verfilming van Koning van Katoren, uit 2012, is tamelijk desastreus. Ik herken niets van het boek in de film. De hele essentie is weg. Maar goed, daar moet je maar in berusten. Door die film gaan weer meer mensen je boek lezen – ik geloof dat er in het jaar dat de film uit kwam weer honderdduizend extra van zijn verkocht –  dus daar doe je het dan maar voor. Verder vind ik dat er erg slordig wordt gesproken in Nederlandse films. Duidelijk articuleren is niet onze kracht. Daarom bekijk ik een film ook het liefst op de televisie. Dan kan ik de ondertiteling in ieder geval aanzetten. Anders moet ik echt moeite doen om de film te volgen. Maar misschien is achteruitgang van mijn gehoor de oorzaak.’

LITERATUUR

‘Lezen is voor mij net zo gewoon als eten en drinken en ademhalen: het hoort gewoon bij het leven. Ik lees nooit niet. Er is altijd wel een boek waar ik in bezig ben. Op dit moment is dat Het Pauperparadijs van Suzanna Jansen, een boek over de bedelaarskolonie Veenhuizen. Maar daar ben ik pas in begonnen, daar kan ik nog niets zinnigs over zeggen. Het boek 1914 van Dirk Verhofstadt heb ik net uit. Een schrijver met een rijke inhoud. Hij schrijft in dit boek 365 stukjes over 365 dagen in België in het jaar 1914– het verschrikkelijke jaar 1914. Indrukwekkend. Ik lees de boeken van Verhofstadt graag.  Hij schrijft waardevolle boeken over geschiedenis, over Thomas Paine en paus Pius XII bijvoorbeeld. Ik lees graag boeken die over politiek en geschiedenis gaan en laten zien hoe de gedachten van de mens zich in de loop der tijd ontwikkelen Waarom zijn we geworden wie we zijn? Neem nu Thomas Moore. Dat is een groot filosoof geweest, een humanist ook, en toch zette hij potverdorie mensen op de brandstapel om geen andere reden dan dat ze een ander geloof hadden dan hij. Hoe is het mogelijk? Dat is heel interessant om je in te verdiepen.’
‘Ik lees veelal Nederlandstalige literatuur. Maar wat is literatuur? Hollands Glorie van Jan de Hartog  is gewoon een lekker boek, wel drie keer gelezen. En dat is vaak voor mijn doen. Maarten ’t Hart is ook een prima schrijver. Hij schrijft erudiet, onderhoudend en zeer geestig. Neem het boek Wie God verlaat heeft niets te vrezen. Geestig tot en met! En hij schrijft ook nooit onzin over wetenschap. Harry Mulisch was daar minder secuur in, vind ik. In De ontdekking van de hemel, een veel geprezen boek, zit een vreemde inconsequentie. Daar erger ik me dan aan. En het boek gaat over heel veel, maar liefde komt er pover af. In veel van zijn boeken trouwens. Maar hij was natuurlijk een groot schrijver.
‘Erwin Mortier schrijft prachtig. Als ik zijn werk lees denk ik: oh man, wat schrijf je prachtig, wat schrijf je een mooie zinnen. En dan heb ik er na tien bladzijdes genoeg van en zet ik het terug in de kast. Te literair vind ik het. Hij zou zich iets meer van het verhaal kunnen aantrekken en iets minder van de prachtige manier waarop hij het zegt. Het Diner van Herman Koch vond ik een knap boek, maar het wordt niet dierbaar omdat alle personages uiteindelijk onsympathiek zijn, en je moet toch affectie krijgen met minstens… iemand. Maar ik heb het wel uitgelezen – ik was toch benieuwd of het verhaal nog een wending zou nemen. En dat gebeurde.’

THEATER
‘We gaan af en toe naar een toneelvoorstelling – mijn vrouw vaker dan ik. Vaak kiest ze met onze dochter Sanne, die zo ongeveer naast de schouwburg in Deventer woont, aan het begin van het theaterseizoen al uit naar welke voorstellingen ze gaat en dan vraagt ze of ik mee wil of niet. Een enkele keer ga ik dan mee. De laatste twee voorstelling die ik heb gezien zijn het toneelstuk De Storm van William Shakespeare, uitgevoerd door het Nationale Toneel, en een toneelbewerking van Het Proces van Franz Kafka, uitgevoerd door Toneelgroep Oostpool. Allebei prachtig. Naar cabaret ga en kijk ik zelden. Ik moet er gewoon niet om lachen. Misschien een gebrek aan gevoel voor humor? Wim Sonneveld en Wim Kan vond ik wel geweldig. En niet te vergeten mijn goede vriend Seth Gaaikema, die onlangs is gestopt. Nostalgie. Daar ging ik voor naar de schouwburg. Maar op de huidige one man– of one woman-shows ben ik niet zo dol.
‘Als Commissaris van de Koningin in Gelderland ben ik vaak naar dansvoorstellingen van Introdans gaan kijken. Onlangs heb ik weer een voorstelling van de groep gezien, in theater Orpheus in Apeldoorn. Heel mooi. Ik zie de waarde van dans wel hoor, maar het heeft geen prioriteit bij mij. Voor musicals geldt hetzelfde. Vorig jaar kregen we twee kaartjes cadeau voor Soldaat van Oranje – de musical. Prachtig om een keer gezien te hebben, heel bijzonder met het draaiende toneel, maar grote kunst vond ik het niet. En dat pretendeert het ook niet te zijn hoor. De teksten vond ik niet sterk. En daar let ik juist op: ik ben nu eenmaal een man van het woord.’

Yvonne Kroonenberg

Uit het interview met Yvonne Kroonenberg voor HP/De Tijd, 16 april 2014.

“Niet zo lang geleden heb ik een cursus Mahler gevolgd bij Leo Samama. In het Concertgebouw. Ik leerde daar echt naar de muziek te luisteren en die te ontleden. Ik was op een middag, een paar uur voordat ik naar die cursus ging, uitgenodigd door een politieman om eens in Amsterdam-Noord te komen kijken. Ik wist niet wat ik zag: mensen die zó primitief zijn dat ze niet eens een gewone zin kunnen uitspreken. Ze slaken kreten, vaak op harde toon, omdat ze toch wel heel graag begrepen willen worden.”

(-)

“Deze week was ik in Assen en daar zag ik ze weer, die primitieve mensen. In de Action. Simpele mensen met van die klassieke Drentse koppen, maar met uitdrukkingsloze ogen. Ik liep daar rond en probeerde die mensen te begrijpen, op dezelfde manier als dat ik me probeer te verdiepen in het geestelijk leven van dieren. Want als taal niet je eerste vervoermiddel is om je te uiten, omdat het je gewoon niet gegeven is om een zinnetje te zeggen, dan beweeg je je op een heel andere manier door de wereld dan wij. En dan zit ik even later bij dat clubje in het Concertgebouw moeilijke dingen over Mahler te leren en dan denk ik, denkend aan wat ik een paar uur daarvoor had gezien: iedereen noemt zich ook maar mens tegenwoordig.”

Niet eerder deed een interview zoveel stof opwaaien als het vraaggesprek met schrijfster Yvonne Kroonenberg, waarin ze uitspraken doet over Drenthe en ‘primitieve mensen.’ Tientallen mails en telefoontjes, duizenden reacties op de sociale media en tal van berichten in lokale, regionale en landelijke media. Een greep uit de reacties op het interview vindt u hieronder.

Links:

Yvonne Kroonenberg over La Motte, Mahler en primitieve mensen in de Action (HP/De Tijd, 16 april 2014.)
Ivoren Toorenberg vindt u primitief en dierlijk (Johnny Quid op GeenStijl, 16 april 2014.)
Schokkend artikel Yvonne Kroonenberg (De Telegraaf, 16 april 2014.)
Boosheid na schokkend interview met Yvonne Kroonenberg (AD, 16 april 2014.)
Schrijfster Kroonenberg beledigt Assenaren (RTV Drenthe, 16 april 2014.)
Schrijfster: Mensen in Noord zijn zó primitief (AT5, 16 april 2014.)
Ivoren Toorenberg twittert over laaggeletterden (Johnny Quid op GeenStijl, 16 april 2014.)
Felle reacties op uitaltingen Yvonne Kroonenberg over Drenten (video) (RTV Drenthe, 17 april 2014.)
Yvonne Kroonenberg: ‘Iedereen noemt zich ook maar mens tegenwoordig’ (Jeanette Kras op Welingelichte Kringen, 17 april 2014.)
Drenten beledigt door uitspraken Yvonne Kroonenberg (Edwin van Sas in HP/De Tijd, 17 april 2014.)
Aangifte tegen schrijfster Yvonne Kroonenberg (RTV Drenthe, 17 april 2014.)
Yvonne Kroonenberg bedoelde het héél anders (Dagblad van het Noorden, 17 april 2014.)
Commissaris van de Koning Tichelaar woedend op Yvonne Kroonenberg (Asser Journaal, 17 april 2014.)
9 redenen waarom je in Assen meer lol hebt dan met Yvonne Kroonenberg (Mark Koster op The Post Online, 17 april 2014.)
Yvonne Kroonenberg heeft zeer primitieve PR (Johnny Quid op Geenstijl, 17 april 2014.)
Commotie in Drenthe na ‘belediging’ schrijfster (Trouw, 18 april 2014.)
Pharrell & Yvonne (€) (Gidi Heesakkers in de Volkskrant, 18 april 2014.)
Correct geciteerd in interview Yvonne Kroonenberg (Hoofdredacteuren Tom Kellerhuis en Edwin van Sas in HP/De Tijd, 19 april 2014.)
Yvonne Kroonenberg is de schuld van GeenStijl (Johnny Quid op GeenStijl, 19 april 2014.)
Yvonne Kroonenberg: ‘HP/De Tijd heeft mij lomp geciteerd’ (Ton Lankreijer op The Post Online, 19 april 2014.)
Is Yvonne Kroonenberg juist of niet juist geciteerd? (Coen Peppelenbos op Tzum, 20 april 2014.)
Dé tape: het spraakmakende interview met Yvonne Kroonenberg in HP/De Tijd (Youtube, 20 april 2014)
Yvonne Kroonenberg biedt excuses aan voor uitspraken in HP/De Tijd (Koffietijd, 25 april 2014.)

Daan Heerma van Voss – zelfportret

Dit interview is eerder verschenen op de website van HP/De Tijd.

“Daan Heerma van Voss verstaat de kunst van het vertellen van grote verhalen. Het Land 32 is daarvan het grote bewijs. Hier is een groot nieuw talent aan het woord.” Dixit A F.Th. van der Heijden. Eerstgenoemde reageert koeltjes op deze loftuiting: “Ik zie het niet echt als een compliment, meer als een aanmoediging.” Lees verder Daan Heerma van Voss – zelfportret

Een zomerherinnering van Leo Vroman

Dichter en wetenschapper Leo Vroman (1915) spendeerde in zijn jonge jaren de zomers in Zwitserland. Speciaal voor HP/De Tijdhaalt de oude meester vanuit zijn flat in het tropische Fort Worth warme herinneringen op aan deze vooroorlogse vakantietijd. Lees verder Een zomerherinnering van Leo Vroman

De onweerstaanbare aantrekkingskracht van Taalvoutjes

Mark Rutte die ‘vindt ik’ schrijft in een brief aan scholieren, een vlezige ‘Meat en Great’ met Zanger Rinus en een wel heel bijzondere aanbieding bij de drogist: ‘Witte Neus. Poeder. €6,99.’ De razend populaire Facebookpagina Taalvoutjes plaatst dagelijks van dit soort taalflaters, tot groot plezier van meer dan 160.000 likers. Wat anderhalf jaar geleden begon als een grap begint uit te groeien tot een heus imperium. “We kunnen het zelf ook nog steeds niet geloven.”

Inger Hollebeek en Vellah Bogle uit Amsterdam zijn elke dag nog verbaasd over de populariteit van hun Facebookpagina. De oud-collega’s, ooit werkzaam bij hetzelfde reismagazine, stuurden elkaar bij wijze van grap op Facebook allerhande taalfouten die ze in krant en tijdschrift aantroffen. Vrienden lazen deze vermakelijke berichten en zeiden: maak voor al die fouten eens een aparte communitypagina, zodat iedereen mee kan genieten van de immer hilarische taalfouten. En zo geschiedde.

150 inzendingen per dag
Binnen een mum van tijd waren de eerste honderd likes binnen. De tweehonderd likes volgden kort daarna. En nu, nog geen anderhalf jaar na de oprichting van de pagina, genieten meer dan 160.000 landgenoten dagelijks van de onweerstaanbare posts. En het einde is nog lang niet in zicht. “We staan er zelf ook nog steeds van te kijken, want dit succes hadden we natuurlijk nooit verwacht. Zeker niet in een tijd als deze, waarin vaak wordt gesproken over de verloedering van onze taal,” zegt Inger Hollebeek.

In het begin speurden de dames zelf naar grammaticale fouten en verhaspelingen, tegenwoordig krijgen ze zo’n 150 inzendingen per dag. “Uit het hele land worden fouten ingestuurd. Ook fouten die in een Brabantse weekkrant of in het Dagblad van het Noorden staan, kranten die wij niet lezen.” Hoeveel tijd de dames kwijt zijn om uit de honderden inzendingen wekelijks nog geen twintig (!) fouten te selecteren willen ze niet zeggen. Maar dat ze er druk mee zijn staat vast. “Je moet niet vergeten dat we ook nog een vaste baan hebben. We doen dit in onze vrije uren. Het is puur liefdadigheidswerk.”

Imperium
Toch zijn de dames druk doende de Facebookpagina uit te breiden met een nieuwe website. Daarop zal onder meer merchandise worden aangeboden. Een boekje met de meest grappige taalfouten die zijn ingestuurd, bijvoorbeeld. Of lesmateriaal. Inger Hollebeek: “We horen van leraren dat ze onze foto’s gebruiken om de kinderen te onderwijzen. Dat bracht ons op het idee om in de toekomst lesmateriaal te gaan maken. Daarin niet enkel de saaie basisregels van onze taal, maar ook tig grappige voorbeelden van hoe het niet moet. Van fouten leer je immers.”

Over de wilde plannen willen de dames nog niet al teveel vertellen; niets is nog zeker. Een fijne opsteker is wel de app die twee weken geleden is gelanceerd en inmiddels al bijna negentigduizend keer is gedownload. En de vernieuwde website die over een maand online gaat, waarop alle foto’s zijn gerubriceerd en gecategoriseerd zodat de taalvoutjes makkelijk zijn terug te vinden. “De mogelijkheden voor uitbreiding zijn eindeloos en de fascinatie voor taal is tijdloos. We zien wel wat er van komt. We hopen er natuurlijk ooit van te kunnen leven, maar zoals het nu gaat zijn we al hartstikke tevreden.”

 

Leo Vroman is jarig: ‘Ik heb geen leeftijd, leeftijden zijn kinderachtig’

Dichter en wetenschapper Leo Vroman is op 10 april jarig. En dat is hij al bijna honderd jaar. Speciaal voor HP/De Site schrijft Vroman over drie memorabele verjaardagen, verdeeld over drie fases in zijn leven. Lees verder Leo Vroman is jarig: ‘Ik heb geen leeftijd, leeftijden zijn kinderachtig’

Het slaapkamergesprek met Hella Haasse

Dit artikel is eerder gepubliceerd door HP/De Tijd.

De grande dame van de Nederlandse literatuur, Hella Haasse, is deze week om verschillende redenen weer in het nieuws. Ik moest denken aan de dag dat ik als zestienjarige jongen met haar op bed belandde. Lees verder Het slaapkamergesprek met Hella Haasse

Drs. P: ‘Taal is een geschenk’

Taalvirtuoos Drs. P (92) is sceptisch over het taalgebruik van tegenwoordig. Zijn wens voor 2012: dat de Nederlandse taal de aandacht krijgt waar ze recht op heeft. Want: “Men vindt verzorgd taalgebruik elitair, en dat is natuurlijk onvergééflijk.”

Voor de ingang van Hotel Pulitzer in Amsterdam zit een oude man een sigaar te roken. ‘Oud Kampen – Wilde Natura’ staat er op het houten doosje te lezen. Het is de 92-jarige Heinz Polzer, in Nederland beter bekend onder zijn artiestennaam Drs. P, die met zijn spottende oogopslag en ironische glimlach de voorbijgangers gadeslaat. Hij is gekleed in een keurig grijs pak met stropdas, een kledingcombinatie die hij naar eigen zeggen al sinds zijn kleuterjaren draagt.

We nemen plaats in de binnentuin van het hotel. Op de vraag wat hij wil drinken, antwoordt hij: “Een thé citron graag. Ik mag geen alcohol meer drinken van mijn vrouw, daar krijg ik ’s nachts krampen van in mijn buik.” Even later knijpt hij drie schijfjes citroen uit in een kop heet water. “Oh, Jesus!” galmt er opeens door de tuin, en de doctorandus veegt wat citroensap uit zijn oog.

Ik zou het graag met u hebben over de Nederlandse taal. Wat vindt u van de taal van tegenwoordig?
“Ik heb de indruk dat het Nederlands al een tijd aan het degenereren is. En dat is waarschijnlijk door die strekking van ‘doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg.’ Men vindt verzorgd taalgebruik elitair, en dat is natuurlijk onvergééflijk.”

Ironisch: “Elitair in deze democratische tijd, dat is natuurlijk smakeloos. Maar ik vind: als je een bepaald vak lief hebt, dan móet je elitair zijn. Niet jezelf doelbewust gaan verheffen boven anderen, neen, ik bedoel daarmee te zeggen dat je de taal de aandacht moet geven waar ze recht op heeft.”

Wanneer is de verloedering van de door u zo geliefde taal begonnen, is daar een beginpunt voor aan te wijzen?
“Dan moet ik even nadenken. Ik denk dat het bij Willem Kloos en consorten is begonnen, eind negentiende eeuw al, de generatie van de Tachtigers. Die rommelden maar wat aan met de taal. Dat waren van die nieuwlichters, die zeiden dat er een frisse wind moest gaan waaien. Dat keurige, intelligente Nederlands van onze voorgangers heeft afgedaan, vonden ze. Persoonlijk vind ik dat een taal die volwassen is, die een hele geschiedenis achter zich heeft, altijd respect verdient. Helaas kan ik niet voorkomen dat de taal in Nederland nog verder degenereert; het gebeurt, en dat is jammer. Een oplossing voor dit probleem bestaat niet.”

“Ik zal een voorbeeld geven van de verloedering. Kloos schreef ooit in een gedicht:

(…) Zeg eens, lust je ‘em
Dees donderende vuist? Doe maar of j’ kust hem!

Lust je ‘m en kust ‘m. Dat is zó armzalig, hè.”

Is alle poëzie van de afgelopen jaren dan zo verschrikkelijk?
“Ik heb poëzie eigenlijk altijd gemeden, en dan met name de Vijftigers, de generatie van Lucebert en Campert. Dat waren zulke revolutionairen, daar had ik intense argwaan tegen. Ze wierpen zich op als ‘de nieuwe stijl’, ‘de nieuwe generatie’, kortom: de totale omwenteling van de literatuur. Dat is nogal ambitieus.”

U zegt dat u poëzie altijd hebt gemeden, maar bent u zelf geen dichter?
“Wel, technisch gesproken schrijf ik natuurlijk gedichten, maar als me gevraagd wordt naar mijn beroep zeg ik: schrijver, en ik breng nummers ten gehore. Cabaretier of dichter klinkt zo artistiek.”

De Nederlandse taal is volgens u al meer dan honderd jaar aan het verloederen. Dat keurige en intelligente Nederlands, waar u zojuist over heeft verteld, wordt dat –uzelf niet meegerekend– nog gesproken?
“Gelukkig wel. Ik vind het werkelijk verheugend dat in Vlaanderen een woord als ‘verwittigen’ nog zeer achteloos wordt gebruikt. Het is een mooi, begrijpelijk woord. Een woord dat er mag zijn! Om nog een voorbeeld te geven: kijk eens naar een woord als ‘nochtans.’ Het is een woord met een functie, maar je hoort het in Nederland nergens meer. Niemand zal het ooit zeggen, en daar is helaas weinig aan te doen. Dat is wat mij dan ook zo behaagt aan Vlaanderen, dat zulke voorvaderlijke woorden daar nog altijd leven en hun werk verrichten. Dat doet mij een intens plezier.”

Kunt u zich nog herinneren wanneer u voor het eerst bewust in aanraking kwam met de Nederlandse taal?
“Ik herinner me dat ik in mijn prille jeugd, begin jaren twintig moet dat zijn geweest, de Nederlandse vertalingen van Jules Verne herhaaldelijk heb gelezen. Ik verlustigde mij aan het verzorgde, rijke en levende taalgebruik. Mijn lievelingsboek uit de serie van Jules Verne, Twintigduizend mijlen onder zee, was uit het Frans in het Nederlands vertaald door een zeer begenadigd schrijver die met zijn moedertaal ware wonderen kon verrichten. Ik vond het prachtig.”

“Er stonden naast tekst ook meesterlijke gravures in, die onderschriften hadden. Een onderschrift is me vanaf mijn jeugd bijgebleven, namelijk: ‘Een ontredderd vaartuig dat rechtstandig is gezonken.’ Het woord ‘ontredderd’ kende ik nog niet, maar ik kon de betekenis makkelijk aanvoelen. ‘Rechtstandig’ daarentegen was makkelijker te begrijpen. Deze plechtige taal inspireerde mij. Niet dat ik op deze manier ging schrijven, maar ik werd er wel door gevoed, door aangemoedigd. Taal is een geschenk dat je krijgt; als je goede taal leest of hoort word je verrijkt.”

Kortom: Taal is zuurstof.
“Ja, mooi! Heeft u dat zelf verzonnen?”

Nee.
“Nee?”

Dat heeft u zelf ooit eens geschreven.
“Ik? Goh, ik kijk ervan op! Maar om eerlijk te zijn: ik vind het práchtig! Taal ís zuurstof.”

Dit interview is eerder verschenen op de officieuze website van Drs. P.

Zie ook: Drs. P zingt Quartier Putain.