Jules Deelder: ‘Ik ben misschien wel de enige échte dichter in Nederland’

Jules Deelder viert dit weekend zijn vijfenzeventigste verjaardag. Onder het genot van een goed vaderlandse oester en een fles van zijn eigen autobiografische gin spraken we de dichter annex nachtburgemeester over dit heugelijke feit. ‘Ik voel me op geen enkele manier een bejaarde. Voor jezelf ben je nog steeds die teringaap met die grote muil.’

Verschenen op de website van HP/De Tijd. (22 november 2019)

 

Jules, je wordt vijfenzeventig. Wat vind je daarvan?
“Dat vind ik ongehoord. Vijfenzeventig! Dat was vroeger een grijsaard. Ik ben laatst nog met mijn bandje naar zo’n bejaardentehuis geweest en dat was léuk. Eèèèècht. Daar zaten allemaal mensen die jonger waren dan ik, maar die zie ik dan toch als oude mensen. Het begrip van leeftijd is relatief. Ik denk nog steeds in termen van ‘jongens’ en ‘meisjes’ en ik vind het nog steeds vreemd als mensen ‘meneer’ tegen me zeggen. Voor jezelf ben je nog steeds die teringaap met die grote muil.”

Je kunt wel denken dat je de eeuwige jeugd hebt, maar je had zelf ook in een bejaardentehuis kunnen zitten.
“Ja, in die zorgdingen denk ik… Godverdomme, dan voel ik dat ik daar zo weinig mee te maken heb, terwijl aan de andere kant, als je natuurlijk realistisch bent, je hebt de leeftijd van een bejaarde. Het is logisch dat mensen je dan ook zo zien. Voor mijzelf geldt dat helemaal niet. Ik voel me op geen enkele manier een bejaarde. Ik leef niet met het idee dat ik al vijfenzeventig jaar achter de rug heb. Je moet iedere dag opnieuw beginnen. Dat is het eigenlijk. Je bent nooit ouder dan een dag.”

Hoe oud hoop je te worden?
“Negenennegentig. Je moet altijd voor het uiterste gaan, nooit in het midden eindigen. Ik ben te oud om jong te sterven en te jong om oud dood te gaan. Ik zal het wel zien. Uiteindelijk komt Magere Hein, altijd onverwacht en je ken niet voor hem weglopen. Dat ben ik ook helemaal niet van plan. Als ze ergens een bobbeltje vinden… Hallo, ik ben vijfenzeventig, ik dien mijn tijd wel uit. Dan ga ik gewoon daaraan dood, weet je wel. Moet je dan nog aan behandelingen beginnen zodat je uiteindelijk nog een jaar langer in ellende door kunt leven? Pleurt lekker op. Ik heb altijd gedacht: dokters, goed dat ze er zijn, maar ik blijf er liever verre van.”

Zou je honderdvijftig willen worden?
“Als het net zo ongemerkt voorbij gaat als de eerste vijfenzeventig jaar dan wil ik dat best wagen. Maar als realist moet je ervan uitgaan dat je hooguit nog tien jaar hebt.”

Uiteindelijk komt Magere Hein, altijd onverwacht en je ken niet voor hem weglopen.

Heb je nog ambities?
Lachend: “Sparta kampioen zien worden. Dat zou ik nog wel een keer mee willen maken. En al die 1944 genummerde flessen Deelder Hard Gin verkopen, ha!”

Heb je je beste gedicht al geschreven?
“Nee, maar er zijn wel een aantal gedichten die bij gebrek aan beter als beste gedicht kunnen worden gekenschetst. Daar valt niet aan te twijfelen. Op een gegeven moment weet je: ik weet niet hoe ik er op gekomen ben, ik begrijp ook geen tering van wat er staat, maar een ding is zeker: dit is wel een goed gedicht. Wat ik bijvoorbeeld heel goed vind, is Aan de Maas:

Aan de Maas gezeten
turend in het zwerk
Het stadsgeraas geweken
ontstijgt men aan zichzelf
Op hoger plan gekomen
wiekend door de lucht
de zwaartekracht te boven
vindt men een ander terug
O vogel van verlangen
wiegend op de wind
verlos ons van elkander
en van elkaars gewicht

Je hebt nooit een grote literaire prijs ontvangen. Hoe komt dat?
“Nou, ja, omdat ik in sommige gedichten natuurlijk ook min of meer de draak steek met de hele literatureluur. Dat kunnen die gasten (uit de literaire jury’s – red.) niet hebben. Ik ben een echte dichter. Ik schreef mijn eerste gedicht al toen ik nog nooit een gedicht had gelezen. Er zijn een heleboel dichters die beweren dat ze dichter zijn maar die het niet echt zijn. Die pleuren een boekenkast omver, lezen al die boeken en dan gaan ze gedichten schrijven. Ik ben daarom misschien nog wel de enige échte dichter die nog tekenen van leven vertoond in Nederland.”

Ik dacht vorig jaar: nu is de P.C. Hooftprijs voor Jules Deelder, maar het werd Nachoem M. Wijnberg.
“Ik dacht dat ze ‘m misschien zouden geven toen ik zeventig werd, maar toen hij ging naar een of andere truttebol. Ach, dat gedoe om die prijzen, dat is een beetje gehuppel hier beneden. Maar goed, je bent ook een mens, dus je vertoont ook menselijke zwakheden. Ik zou die prijs daarom best wel willen hebben, maar nu zijn ze te laat. Eens in de drie jaar, dat is ook weer zo royaal, eens in de drie jaar wordt die prijs vergeven aan een dichter. De andere jaren gaat hij naar proza of naar essay. Wie kreeg hem vorig jaar ook alweer?”

Bas Heijne.
“Oja. Bassie Heijne. Ik dacht al: waar blijven ze zolang. Dat is zo’n oliebol waar ik nog nooit een letter van heb gelezen en ik weet ook zeker dat ik daar niet aan moet beginnen. Dat wordt nog steeds serieus genomen, die essayisten. Heijne is een of andere lul waaraan het leven volkomen aan voorbij is gegaan en die dan ook wat opschrijft. Maar zijn collega’s, die al die boekenkasten doorspitten en er ook geen kloten van begrijpen, vinden dat natuurlijk prachtig en geven hem die prijs. Ik weet zeker dat ik hem de volgende keer ook niet krijg. Die baardaap, hoe heet-ie ook alweer, Ilja Leonard Pfeijffer, is ongetwijfeld de volgende dichter die hem krijgt. Dat staat voor mij zo vast als een huis.”

Ilja Leonard Pfeijffer is ook geen echte dichter?
“Die gozer is natuurlijk woordvaardig, dat valt niet te ontkennen, maar hij werd al een literair wonderkind genoemd voor hij ook maar een drol had geschreven. De meeste dichters schrijven niet voor het publiek, want ze begrijpen al: dat publiek weet er niets van, maar voor de recensenten. Ze schrijven voor de literaire critici want dat zijn de mensen die de prijzen vergeven. De literaire wereld is een ontzettend gesloten, marginaal wereldje.”

Word jij over vijftig jaar nog gelezen?
“Dat zal blijken. Ook al ben je er zelf niet meer, je zult het vast op de een of andere manier te weten komen.”

Hoe dan?
“Langs een andere weg dan de logische. Alles houdt verband met alles, nietwaar?”

Er is leven na de dood?
“Het eeuwige leven speelt zich overal af, zowel voor als na de dood. Als ik doodga dan gaat het leven gewoon door. Dat is leven na de dood. Ik geloof niet in een persoonlijk voortbestaan na de dood. Als je nu meneer Jansen bent en je gaat dood en je blijft meneer Jansen, dat zou toch lichtelijk teleurstellend zijn. Nee, ik geloof in een energie die blijft voortbestaan. Je lichaam pleuren ze in een kachel en wordt verbrand, maar er gaat geen atoom van verloren. Je lichaam gaat gewoon over in een andere toestand. De ziel is niet meetbaar, maar als je een dooie ziet, of je hem nu kent of niet, dan zie je dat hij geen kloten te maken heeft met de persoon die hij of zij was. De ziel is eruit. Zou dat dan wel verloren gaan? Dat maak je mij niet wijs. Die energie gaat ook over in een andere toestand.”

Een beetje dichter dicht zijn eigen grafschrift. Heb jij er al een?
“Daar heb ik nog niet over nagedacht, maar ‘Beter opgebrand dan uitgedoofd’ is wel een aardige.”

Jules Deelder viert zijn vijfenzeventigste verjaardag aanstaande zondag in De Doelen in Rotterdam. Ook verschijnt er een nieuwe dichtbundel en bracht hij 1944 genummerde flessen van zijn eigen autobiografische gin op de markt.

Deelder Hard Gin: hallucinerende kruiden en een vleugje absint

Jules Deelder viert zijn vijfenzeventigste verjaardag met de lancering van ’s wereld eerste autobiografische gin. Playboy had de eer om in het bijzijn van de dichter annex nachtburgemeester te proeven van dit zinsbegoochelende vocht. Deelder: “Het is niet zo dat je Jeanne d’Arc al na een glaasje ziet verschijnen, maar na een fles is die kans al aanzienlijk groter.”

Meer lezen over Deelder Hard Gin: hallucinerende kruiden en een vleugje absint

De smaak van… Eddy Zoëy

Eddy Zoëy (52) is presentator, kunstenaar en muzikant. Hij is sinds kort een van de vaste presentatoren van RTL Boulevard.

Verschenen in het novembernummer van Playboy. (2019)

Sushi of stamppot?
Als ik het zelf moet maken dan wint de stamppot het glorieus van de sushi. Maar ik kan we ’n hele goede sushi bestéllen.

Jesse Klaver of Thierry Baudet?
Allebei niet. Ik zit meestal in het middengebied of een beetje links van het midden.

Beau van Erven Dorens of Eva Jinek?
Ik word van beide enthousiast, dus hoop dat ze elkaar gaan afwisselen op RTL4.

Nooit meer muziek maken of nooit meer schilderen?
Wat een moeilijke vraag. Als ik moet kiezen tussen blind of doof, dan kies ik voor blind, want ik zou niet zonder muziek kunnen. Blind kunst maken lijkt me erg moeilijk, alhoewel: misschien levert het wel iets waanzinnigs op.

Welke kunstenaars inspireren je?
Grafisch ontwerpers als Neville Brody en David Carson, maar ook pop-artists als Keith Haring en Richard Hamilton. Doe daar een beetje Jackson Pollock bij en we zijn compleet.

Naar welke artiest luister je op dit moment het meest?
Miles Davis en Frank Zappa staan al jaren standaard in mijn afspeellijst. Van de laatste jaren vind ik TV Noise, Foals en Electric Guest te gek.

Wat is de vetste auto ter wereld?
Aston Martin DB5. Ik heb zelf een Aston Martin V8 Saloon gehad – die ene die Timothy Dalton in zijn Bond-film reed – maar die heb ik verkocht. Die werd zoveel geld waard dat ik er niet meer in durfde te rijden.

Wat is het dikste horloge ter wereld?
I couldn’t care less. Doe mij een fitbit en ik ben happy.

Wie is de meest sexy bekende vrouw?
Haley Bennett, actrice en gezicht van het parfummerk Chloé.

Om welke film heb je het laatst gehuild?
Ik ben niet zo’n jankerd als het op films aankomt.

Waar schaam je je voor?
I don’t… Ik geneer me niet zo snel.

Met welke overleden persoon zou je nog weleens een borrel willen drinken?
Marilyn Monroe.

Wat staat er op je strafblad?
Ik heb ’n vinkje staan achter Openbare Ordeverstoring. Ik heb voor een televisieprogramma ooit gedaan alsof er een leeuw uit het circus was ontsnapt. Dat was dusdanig geloofwaardig dat het héle Utrechtse politieapparaat is uitgerukt. Dat vinkje is inmiddels verjaard. Gelukkig maar, want als je de Uk of USA in wilt dan wordt die aantekening niet zo amusant bevonden.

Wat is je meest memorabele ervaring met drugs?
Niet. Ik doe geen drugs en vind mezelf daarom juist géén loser.

Welk drankje drink je het liefst?
Single Malt Scotch van het merk Laphroaig.

Wat is de vreemdste plek waar je ooit seks hebt gehad?
Ik moet daar zolang over nadenken dat ik vrees dat ’t allemaal niet zo spectaculair is…

Nu we er toch zijn of Take Me Out?
Nu we er toch zijn is me qua herinneringen dierbaarder, maar Take Me Out zou ik makkelijker opnieuw maken.

Stiekem ben ik verslaafd aan…
Gitaren. Ik heb er zo’n 25. Er gaat geen dag voorbij zonder te spelen. Welke gitaar nog op mijn verlanglijst staat? Een Gibson 335, wine-red, met Bigsby-tremolo, zoals Chuck Berry ‘m had in de 60’s.

Als ik een miljoen had, dan kocht ik meteen…
Een échte Alberto Giacometti bij veilinghuis Christies.

Wat is je grootste miskoop?
M’n automatische hek. Het is een mooie eikenhouten poort, maar wat gáát-ie moeilijk open in de winter. De helft van de tijd moet ik toch m’n auto uit om hem handmatig te openen. Dat was nou juist niet de bedoeling…

Heb je een guilty pleasure?
Films als Misfit en Misfit 2. Ik speel er zelf in mee, maar ik kijk zelf ook graag naar teen movies.

Dit nummer mogen ze draaien op m’n begrafenis…
Elusive van Scott Matthews.

Het grootste misverstand dat over mij bestaat, is…
Dat ik de hits voor Romeo alléén geschreven zou hebben. Coming Home en Secret Love heb ik samen gemaakt met Jay Vandenberg en de jongens van Romeo. De liedjes van Chipz! (daar zit toch ook weer een nummer 1-hit tussen) heb ik samen met Jay Vandenberg gemaakt. Eigen liedjes zoals Bijna zijn wel honderd procent van mezelf, zowel qua muziek als tekst.

Eddy Zoëy of Eddy Morsink?
Dat is voor mij hetzelfde.

Wat deed je de afgelopen jaren?
Een hele hoop. Content produceren en presenteren voor zenders als FOX, National Geographic, en RTV Utrecht, maar ook voor NPO, RTL en SBS. Plus: muziek maken, theater maken, voice-overs en stemmen voor animaties inspreken, regisseren, schilderen en schrijven. Heel gevarieerd dus.

Raymond van Barneveld over zijn afscheid, depressie en Michael van Gerwen

Raymond van Barneveld (52) liet zijn laatste jaar als darter optekenen in het boek Game Over. Een gedroomd afscheid werd het niet voor de vijfvoudig wereldkampioen: onder meer zijn scheiding, een overval en tegenvallende prestaties gooiden roet in het eten. “Dit is het meest rampzalige jaar uit mijn leven geworden. Het is een grote nachtmerrie.”

Deel van het interview uit het novembernummer van Playboy. Het gehele interview is hier te lezen.

Q1. Game Over verhaalt over je laatste jaar als darter. Een scheiding, een overval, tegenvallende prestaties – je hebt het niet makkelijk gehad. Wat vond je zelf het moeilijkst om terug te lezen?
Ik moet eerlijk zeggen dat ik nog niets heb teruggelezen. Kijk, het idee was om mij dit laatste jaar te laten volgen. Ik had natuurlijk niet kunnen voorspellen dat ik zoveel voor mijn kiezen zou krijgen. Privé is er veel gebeurd: ik lig in scheiding, mijn ex-vrouw werd thuis overvallen, mijn stiefzoon ontspoorde… Natuurlijk ga je daar dan ook niet beter door spelen. Dit laatste jaar had een fantastische afsluiting moeten worden, maar het is het meest rampzalige jaar uit mijn leven geworden. Het is een grote nachtmerrie. En die duurt nog steeds voort. Ik zeg je heel eerlijk: voor mij mag het zo snel mogelijk afgelopen zijn. Het vele reizen, elke keer maar weer omgaan met verlies, het breekt me allemaal op. Mijn afscheidsavond is op 8 februari 2020 in Ziggo Dome. Dan stop ik ook echt.

Q3. Kreeg je in deze moeilijke periode steun van collega’s of van de dartbond?
Natuurlijk niet. Het interesseert mensen geen reet wat je is overkomen. Ze lachen je gewoon uit als je niet meer presteert. Na de overval op mijn ex-vrouw wilde ik er voor haar zijn. Ik heb bijna twee maanden amper wat gegooid. Dan hoor je van de PDC: hij komt niet opdagen, hij maakt er een zooitje van, hij is lui. What the fuck, mensen. Mijn vrouw is overvallen! Ze hebben niet een keer gevraagd hoe het met me gaat. Je moet het zelf maar zien op te lossen, als je maar geld in het laatje blijft brengen. Alles bij elkaar zakt de moed je weleens in de schoenen. Ik moet me er echt toe zetten om m’n pijlen op te pakken en een paar uur te gaan trainen.

Q7. Vind je darten nog leuk?
Nee, al lang niet meer. Ik speel alleen nog om een paar centen te verdienen.

Q8. Michael van Gerwen is op dit moment de koning van het darts. Heb je moeite met zijn succes?
Ik gun het hem van harte, maar ik had er nooit bij stilgestaan dat er in ons land zo snel iemand op zou staan die hetzelfde zou gaan doen als ik. Hij heeft inmiddels al meer dan honderd PDC-titels en hij blijft maar doorgaan. Natuurlijk, hij kan nooit meer de eerste wereldkampioen worden, maar is dat belangrijk? Feyenoord won als eerste de Europa Cup 1. Ajax won hem vier keer. Daarom hebben ze het altijd over Ajax en nooit over Feyenoord. Ik koop er ook niets voor. Van Gerwen won een half miljoen, ik won destijds 32.000 pond. Wat heb jij liever? Door dat prijzengeld gooi je natuurlijk ook wel lekker. Van Gerwen is financieel onafhankelijk. Ik niet. Ik moet nog maar zien hoe dat volgend jaar gaat. Ik kan niet rustig achterover gaan leunen.

Q9. Krijg je genoeg erkenning van hem?
Elke darter heeft een idool gehad. Mijn idolen waren Bob Anderson en Eric Bristow. Michael heeft nooit een idool gehad. Hij zegt dat hij niet door mij is begonnen met darten, hij vindt dat hij door zichzelf is begonnen. Dat kan. Hij moet alleen niet vergeten dat ik de weg wel voor hem heb geasfalteerd. Ik heb altijd op een onverharde weg met kuilen en stenen moeten rijden.

Q12. Vind je het vervelend als mensen je met ‘Barney’ aanspreken?
Ja. Daar heb ik eigenlijk helemaal niks mee. Als het een keer per ongeluk gebeurt dan vind ik dat niet zo erg, maar als ze me met die naam op straat naroepen dan kijk ik niet eens om. Dan zullen ze me wel weer arrogant vinden, maar zo heet ik niet. Ik heet gewoon Raymond van Barneveld.

Q20. Ben je bang om straks in een zwart gat te vallen?
Ja, dat is een hele goede vraag. Ik leg de lat natuurlijk heel hoog voor mezelf. Ik zal goed in de spiegel moeten kijken en mezelf de komende weken afvragen: Raym, wat wil je nou, wat is nu realistisch. Kun je genoegen nemen met een prachtig boek en een mooi afscheid of ga je dat allemaal aan de kant schuiven en verbitterd raken als het niet gaat zoals je wilt? Ik denk dat ik dat moet zien te voorkomen, daar is het leven veel te mooi voor. Ik heb een fantastische vriendin, prachtige kinderen en ontzettend veel lieve vrienden om me heen. Het wordt nu gewoon eens tijd om daar iets mee te gaan doen. De komende weken is het erop of eronder. Ga je naar een mooie kwartfinale, halve finale of zelfs finale dan valt er goed mee te leven, maar als ik er in de eerste of tweede ronde al uitvlieg dan wordt het zwaar.

Game Over van Jasper Boks verschijnt op 18 november 2019. Kaarten voor Barney Dome (de grootse afscheidsavond op 8 februari 2020) zijn te koop via http://www.ziggodome.nl.

Inez Weski over Doctor Zhivago, Francisco Goya en Midnight Cowboy

Mr. Inez Weski is een van ’s lands bekendste strafrechtadvocaten en werkt zeven dagen per week. Wat leest, luistert en ziet ze op de spaarzame momenten dat ze niet aan het werk is?

Verschenen in het novembernummer van HP/De Tijd. (2019) Lees het gehele interview hier.

BOEKEN
“Ik mag graag leesadvies geven. Drie boeken die ik vaak aanraad zijn
Dagboek van een gek van Nicolaj Gogol, Doctor Zhivago van Boris Pasternak en White Fang van Jack London. Dagboek van een gek is het verslag van een ambtenaar die door vreselijk liefdesverdriet opgenomen wordt in een psychiatrische inrichting. Door een dagboek bij te houden wil hij bewijzen dat hij niet krankzinnig is, maar omdat hij schrijft over allerlei waanvoorstellingen die hij heeft, bereikt hij juist het tegenovergestelde. Het boek gaat over leven in de wanen. Dat zie je misschien ook bij Het proces van Franz Kafka. Het verhaal is bekend: een man wordt zonder reden gearresteerd en raakt verwikkeld in een bizar juridisch proces. Er zijn verschillende interpretaties van dit verhaal mogelijk, maar mijn interpretatie is dat het proces helemaal in his mind speelt, het is een waanproces. Er zijn allerlei aanwijzingen die daarop wijzen.”
“Ik hou van verhalen over het harde leven, over de wisselwerking tussen mensheid en natuur, over onderlinge strijd en survival of the fittest. Doctor Zhivago verhaalt over de diepe tegenstellingen en sociale tragiek in Rusland in de periode tussen de Russische Revolutie en de Tweede Wereldoorlog. Ook de film vind ik prachtig. Omar Sharif, met die grote vochtige ogen en besneeuwde wimpers, brengt de diepe droefenis van dat verhaal fantastisch tot uiting. White Fang gaat ook over het harde leven. Het boek gaat over het ruwe leven van goudzoekers tijdens de Goudkoorts van Klondike. Honderdduizend mannen reisden in 1896 af naar Canada; van die meute kwamen zeventigduizend op de heenweg al om. Ik heb dit boek eens aangehaald in een strafzaak om aan te geven hoe zo’n bewustzijnsvernauwende goudkoorts de labiliteit van de mens in de hand werkt. Ik haalde de passage aan waarin de schrijver vertelt hoe de mannen hun paarden behandelden: ‘Men shot them, worked them to death and when they were gone, went back to the beach and bought more … Their hearts turned to stone—those which did not break—and they became beasts, the men on the Dead Horse Trail.’ De goudkoorts brandde kortom hun laatste restje geweten weg.”

BEELDENDE KUNST
“Mijn favoriete kunstenaar is Goya. Zijn werk heeft een enorme impact op mij gehad. Zijn schilderijen laten de systematische gewetenloosheid van de mensen zien. Binnenplaats met krankzinnigen blijft me daarom raken. Ik ben ook een groot bewonderaar van de surrealisten. De liefde voor het surrealisme begon denk ik rond mijn tiende. Ik herinner mij uit die tijd ook het zien van een grote Dalí-tentoonstelling in Rotterdam. Zijn zachte horloges staan me daar het meest van bij. In ons eigen land hebben we natuurlijk Carel Willink. Het surrealisme is in feite een escape uit de werkelijkheid, maar tegelijkertijd een sublimatie van het realisme. Daarom voel ik me er misschien wel zo door aangetrokken, maar ook de schoonheid van de werken spreekt me aan. Dat geldt ook voor de werken van M.C. Escher. Als je die werken van hem bekijkt dan is dat wel meer dan alleen een grafisch wonderstukje. Vorig jaar ben ik me voor een project in zijn leven gaan verdiepen en opeens snapte ik zijn werk veel beter. Escher en zijn familie waren namelijk voortdurend op de vlucht voor het gevaar. Dat zie je terug aan zijn werk: door middel van die systematische tekeningen leek hij orde te willen brengen in de chaos van zijn leven.”

FILM
Of Mice and Men en Midnight Cowboy vind ik twee icoon-achtige films. Of Mice and Men, naar het boek van John Steinbeck, zag ik als kind. De film gaat over twee seizoenarbeiders – twee broers – die rondreizen in de hoop op een beter leven. Onderweg vertellen ze elkaar wat ze allemaal gaan doen als ze eenmaal een eigen boerderij hebben gevonden. Het noodlot reist helaas met hen mee, want Lennie, de minst snuggere van de twee, vermoordt in al zijn domme kracht en liefde per ongeluk een vrouw en vindt daardoor zelf ook de dood. Midnight Cowboy gaat ook over twee losers die op zoek zijn naar een beter leven. Het betreft een cowboy (Jon Voight) die naar de grote stad trekt en als het ware wordt opgeslokt door het consumentisme van New York. Dan komt hij in aanraking met een sjaggeraar met een moeilijke voet (Dustin Hoffman). Ze dromen allebei van een beter leven en vertrekken met een bus naar het warme zuiden. En dan komt het Lennie-moment. In de laatste scène zitten ze in de bus. Jon Voight is aan het vertellen wat ze allemaal in het zuiden gaan doen. Als hij op een gegeven moment naar rechts kijkt, ziet hij dat Dustin Hoffman dood naast hem zit. Dat beeld en die boodschap vergeet je nooit meer. Eigenlijk geldt dat voor alle kunstvormen: de beelden en de boodschappen zetten zich in je hersenen en sturen je de rest van je leven in je emoties. Als je kinderen dat ontzegt, dan ontneem je ze eigenlijk een basis voor het denken.”

Tim Oliehoek: ‘Er is bijna geen filmindustrie in Nederland’

Tim Oliehoek (40) maakte een serie over het leven van de beruchte crimineel Stanley Hillis. Playboy spreekt de gelauwerde regisseur over zijn eigen favoriete series, zijn Hollywood-plannen en het dorre filmlandschap in Nederland. “Ik zou willen dat mensen eens wat vaker naar een onbekende film gaan.”

Verschenen in het oktobernummer van Playboy. Lees het gehele interview hier.

Q1. Je bent de regisseur van Stanley H. – een serie over de beruchte crimineel Stanley Hillis. Wat fascineert je zo aan hem?
Als filmmaker vind ik het contrast in zijn persoonlijkheid heel interessant. Hij kan bij mensen langsgaan om ze af te persen en zich op hetzelfde moment ergeren aan een deur die niet goed sluit. Dan vraagt hij om een schroevendraaier en gaat hij die deur repareren. Dat vind ik een bizar gegeven. Eigenlijk kende ik hem voordat ik met deze serie begon alleen van naam. Ik wist dat hij in hetzelfde rijtje hoort als Willem Holleeder en Dino Soerel, maar het verhaal erachter kende ik niet. Dat gaan we in de serie vertellen: hoe hij zichzelf van kleine boef opwerkte tot een van de grootste criminelen van het land. Ik ben van mening dat iedereen stiekem een slechte kant heeft, alleen houden onze normen en waarden ons tegen om die kant te laten zien. Criminelen bepalen hun eigen regels. Ergens is dat romantisch, maar het loopt natuurlijk altijd fout af.

Q3. De twee series die je hiervoor maakte, De Zaak Menten en Het geheime dagboek van Hendrik Groen, werden overladen met prijzen. Ga je naast je schoenen lopen van al dat succes?
Nee, gelukkig niet. Ik ben wel blij dat het nu gebeurt en niet vijftien jaar geleden. Ik heb nu wat klappen meegemaakt waardoor je dat succes ook weer gaat relativeren. Ik ben ook niet zo heel vatbaar meer voor de glamour die er zogenaamd zou zijn in Nederland. Regisseurs komen hier niet met de limousine voorrijden op hun première: je gaat op de fiets naar de bioscoop en hoopt dat je smoking onderweg niet natregent.

Q5. Nederland is niet echt een filmland. Gaat dat nog veranderen?
Er is bijna geen filmindustrie in Nederland. Daar is het land misschien ook te klein voor. Romantische komedies doen het over het algemeen goed, maar de andere genres hebben het veel moeilijker, terwijl die vaak juist de moeite waard zijn. Ik vind dat een moeilijke ontwikkeling. Vroeger gingen mensen naar mijn idee vaker naar een onbekende film: ik denk bijvoorbeeld aan All Stars en Van God Los, die allebei heel erg goed werden bezocht. Niemand in de stad van Michiel van Erp vond ik een onwijs mooie film en wint veel prijzen, maar was geen kaskraker. Ik zou willen dat mensen eens wat vaker zouden laten verrassen. Het filmlandschap wordt anders wel erg schraal.

Q8. Kun je door je werk nog wel onbevangen van films genieten?
Ja, al raak ik wel steeds sneller verzadigd. In de jaren negentig verliet ik soms totaal in de war een bioscoopzaal. Dan ging ik naar True Lies en dan zag ik een effect en dan dacht ik: jee, hoe hebben ze dat in godsnaam gedaan? Nu wordt alles geanimeerd. Ik ging laatst naar de nieuwe The Lion King en dacht: leuke film, hartstikke knap gedaan, maar ik weet hoe ze het hebben gedaan. Ik word een beetje murw van alle effecten, terwijl ik onwijs veel van effecten houd, dat is zelfs de reden waarom ik ooit films ben gaan maken. Ik denk dat films de komende tijd weer intiemer gaan worden. Dat zie je nu al bij de series: die leunen meer op het verhaal dan op de effecten.

Q10. Met welke acteur zou je graag nog willen werken?
Zo moet je als filmmaker helemaal niet denken. Je leest een script en denkt: bij de rol past die acteur en niet andersom. Daar ging het bijvoorbeeld mis bij Spion van Oranje – afgezien nog van het scenario dat echt afschuwelijk was en het gewoon geen goede film is geworden. Ik wilde heel graag een keer samenwerken met Paul de Leeuw. Ik had daarbij een anti-James Bond-film à la Austin Powers voor ogen en wilde hem per se voor de hoofdrol. Paul de Leeuw is iemand die goed kan reageren op publiek. Dan is hij op zijn allerbest. Maar als hij op een filmset staat en de regisseur zegt: ga eens op die marker staan en kijk eens zo in de camera, dan beperk je hem eigenlijk in zijn talent. In die film kwam hij niet tot zijn recht.

De smaak van… Ruud Gullit

Ruud Gullit (56) trapte voor de serie StreetKings in Jail (Insight TV) een balletje met gedetineerden in een zwaarbewaakte gevangenis.

Verschenen in het oktobernummer van Playboy. (2019)

Sushi of stamppot?
Stamppot, maar het hangt er wel vanaf welke. Het liefst andijvie of zuurkool.

Frank Rijkaard of Marco van Basten?
Daar kan ik niet uit kiezen. Ze zijn allebei verschillend en allebei top.

Naar welke artiest luister je op dit moment het meest?
John Ewbank heeft een tijdje geleden een liedje voor me geschreven. Het nummer heet Voorbij en wordt gezongen door Tino Martin en Davina Michelle. Als ik mijn kids en vriendin mis, luister ik dat nummer.

Wie is het grootste voetbaltalent van Nederland?
Dat vind ik een lastige vraag. Ik denk op dit moment Steven Bergwijn en Calvin Stengs.

Om welke film heb je het laatst gehuild?
Dat kan ik me niet herinneren.

Messi of Ronaldo?
Ik kan niet kiezen. De keuze is een kwestie van smaak, niet van talent.

Wat is de mooiste auto ter wereld?

De Audi Q8. Welke auto ik zelf rijd? Dat gaat niemand wat aan.

Wat is het mooiste horloge ter wereld?
Het horloge dat exact de tijd aangeeft! Een AP is het mooist.

Wie is de meest sexy bekende vrouw op aarde?
Dat zijn er een paar. Ik denk meteen aan Eva Mendes en Jessica Biel. Die lach!

Met welke overleden persoon zou je nog weleens een borrel willen drinken?
Met Nelson Mandela natuurlijk.

Jeroen Pauw of Beau van Erven Dorens?
Ah, dat vind ik lastig. Beau is meer entertainment en Pauw is meer journalistiek. Ik denk dat ik dan toch kies voor Jeroen Pauw, omdat die al wat langer mee gaat.

Ik ga nooit van huis zonder…
Mijn telefoon.

Wat is je grootste miskoop?
Mijn huis in LA. Twee weken nadat ik het had gekocht begon de crisis.

Waar geef je veel geld aan uit?
Aan uiteten gaan! Het maakt niet eens uit in welk restaurant, zolang het maar Italiaans is.

Wat had je graag anders gedaan?
Helemaal niets. Ik heb een mooi leven met ups en ook downs, maar die downs maken je wel tot wie je nu bent.

Heb je spijt van je carrière als popzanger?
Nee, maar ik zou het niet weer doen.

GroenLinks of Forum voor Democratie?
Allebei niet.

Ziggo of NOS?
Ik kan daar geen keuze uit maken. Beiden doen ze iets met mijn favoriete sport.

Wat is je guilty pleasure?
Patatjes.

Heb je aspiraties om bondscoach te worden?
Nee.

Wat is het grootste misverstand dat over je bestaat?
In Engeland denken ze dat ik arrogant ben, maar dat ben ik niet.

Welk drankje drink je het liefst?
Pornstar Martini.

Paul Witteman over Simon Vestdijk, Erwin Olaf en J.S. Bach

Paul Witteman (72) presenteert een nieuw seizoen van Podium Witteman. Wat leest, luistert en ziet hij in zijn vrije tijd?

Verschenen in het oktobernummer van HP/De Tijd. (2019) Lees het gehele interview hier.

BOEKEN
“Ik ben dweperig van aard. Als ik een boek goed vind dan ga ik meteen alles van die schrijver kopen, ook als ik zeker weet dat ik dat boek nooit ga lezen, want ik vind dat je het op zijn minst allemaal moet hébben. Simon Vestdijk is een schrijver van wie ik bijna alles heb gelezen. Misschien heeft het met zijn muzikaliteit te maken dat ik van zijn werk houd. Vestdijk was namelijk een heel muzikale man; hij heeft veel geschreven over Bach. Er zijn mensen die zeggen dat hij saai is, maar ik vind hem juist heel erg geestig. Het kind tussen vier vrouwen is misschien wel zijn beste boek, al zijn De kelner en de levenden en Op afbetaling ook erg mooi. Zo’n schrijversobsessie duurt vaak een paar jaar en dan is het helemaal over. Dan raak ik weer verknocht aan een andere schrijver. Wie dat op dit moment is? Tommy Wieringa, al heeft die nog niet eens zo heel veel geschreven. Dit zijn de namen maakte veel indruk. Het gaat over vluchtelingen die van alle kanten bij elkaar komen en proberen te overleven. Wie gaat het redden? Dat is de vraag. Zijn stijl is trouwens ook schitterend. Je hebt bij hem nooit het idee dat je huiswerk moet doen.”
“Laatst las ik in De revisor een stuk van Thomas Heerma van Voss over W.F. Hermans waarin hij gehakt maakt van Au pair. Ik was het wel met hem eens, ik vond het ook een verschrikkelijk slecht boek, maar je moet het als jonge schrijver maar durven om de meest bewonderde schrijver van het land op zo’n manier aan te vallen. Dat bracht mij tot de vraag: wat als je op deze manier eens meer bewierookte schrijvers van toen opnieuw zou beschouwen en daar een serie van maakt? Misschien is dat wel iets voor HP/De Tijd. Laat een jonge schrijver die gevestigde namen eens op een kritische manier beschouwen en kijk of je genoeg argumenten bij elkaar kunt krijgen om postume karaktermoord – al is dat misschien een iets te zwaar woord – te plegen. Dat lijkt me heel interessant. Gerard Reve? Blijft die overeind? Zijn eerste drie boeken in ieder geval, maar zodra de jongensbilletjes erbij komen wordt het er niet beter op. Godfried Bomans? Ik weet het niet. Jeroen Brouwers? Die zeker wel.”

BEELDENDE KUNST
“Bijna iedereen – uitzonderingen daargelaten natuurlijk – heeft zijn culturele smaak aan zijn ouders te danken. Mijn ouders hebben mij ooit als vijf- of zesjarige meegenomen naar een Rembrandt-tentoonstelling in het Rijksmuseum. In die tijd was het katholieke geloof in ons gezin nog net op het randje van leidend. Ook in de culturele sfeer. Ik herinner me dat ik erg ontroerd raakte door de religieuze voorstellingen die daar hingen, zoals De heilige familie bij avond. Rembrandt ontroert op dezelfde manier als Bach: er gaat zo’n enorme warmte uit van zijn kunstwerken, zoveel mededogen met de mens, dat je je haast niet kan voorstellen dat hij die schilderijen alleen maar maakte om er geld mee te verdienen. Dat is waarschijnlijk ook niet zo, maar zeker weten zullen we dat nooit. Ik herinner me dat mijn ouders ook een tekening van Rembrandt boven de eetkamertafel hadden hangen. Het was een kopie van De drie kruisen. Ik ben ze nog steeds zeer dankbaar dat ze me daar allemaal mee in aanraking hebben gebracht. Ik heb in menig opzicht een verwaarloosde jeugd gehad, maar in cultureel opzicht niet.”
“De beste tentoonstelling van het jaar vond ik die van Erwin Olaf in het Gemeentemuseum in Den Haag. Ik heb eerlijk gezegd een beetje een getroebleerde relatie met Erwin Olaf. Een jaar of twintig geleden maakte hij voor de voorpagina van de VARA-gids een portret van mij en Marcel van Dam – de presentatoren van Het Lagerhuis. Hij wilde laten zien dat hij niet zomaar een fotograaf was, dus hij had onze gezichten verschrikkelijk overbelicht. We zagen eruit alsof we de volgende dag dood zouden neervallen. Ik heb toen gezegd dat ik het een weinig flatterende foto vond en hij werd me toch een partij kwaad… Hij was de kunstenaar en ik moest me nergens mee bemoeien. Hij heeft toen ook tegen mijn vaste grimeuze gezegd dat ze me voortaan extra bleek moest schminken. (Lacht) Een paar weken geleden heb ik hem gebeld om hem te feliciteren met die tentoonstelling. De meeste foto’s kende ik al, maar ik vond de collectie werkelijk bijzonder. Ik heb toen ook mijn nederige excuses aangeboden voor dat voorval en die heeft hij ook warm aanvaard.”

MUZIEK
“Zonder klassieke muziek zou ik een totaal ander leven lijden. Ik zou andere vrienden hebben gekozen, andere werkzaamheden hebben gedaan… Alles in mijn leven komt terug bij de liefde voor die muziek. Ook daar ben ik mijn ouders weer dankbaar voor. Zolang ik me kan herinneren ben ik namelijk met klassieke muziek in aanraking geweest. Zelfs toen ik bij mijn moeder in de buik zat moet ik al dagelijks muziek om me heen hebben gehad. Bij ons thuis werd heel veel gespeeld, wat weer een andere ervaring is dan muziek uit de radio horen. Mijn moeder en bijna al mijn broers speelden piano. Mijn hele jeugd werd daardoor door klassieke muziek beïnvloed. Ik heb mezelf weleens afgevraagd hoe ik zou zijn geworden als ik in een ander gezin was opgegroeid. Ik denk dat ik dan misschien helemaal niet van klassieke muziek had gehouden, maar dat is zo onvoorstelbaar dat ik dat niet kan geloven.”
“Bach staat bij mij op nummer een. De Matthäus-Passion heeft op mij als kind al een verpletterende indruk gemaakt. Er bestaat niets mooiers dan dat openingschoraal. Nog steeds ga ik elk jaar naar twee uitvoeringen. Zelfs als ik zou denken: nu weet ik het wel, wat onmogelijk is natuurlijk, zou ik die concerten nog bezoeken. Uit eerbied voor Bach, omdat je natuurlijk nooit zeker weet of je hem later nog eens tegen zal komen. Welke vraag ik hem dan zou stellen? Of hij bij zijn composities gebruik maakte van wiskunde. Daar is een discussie over in muziekland. Mijn broer Wim Witteman, die harmonie en solfège gaf op het conservatorium, doet analytisch onderzoek naar de wiskunde achter Bach. Ik kan het ook allemaal niet begrijpen, maar hij gelooft heilig in de mathematische symboliek die in zijn stukken verscholen zou liggen. Je moet het maar eens nazoeken. Hij heeft de Matthäus-Passion al geanalyseerd en is nu de Hohe Messe op dezelfde wijze aan het analyseren.”

 

 

De smaak van… JayJay Boske

Dikke wagens, peperdure horloges en helemaal kapot gaan in sportschool. Presentator en oud-rugbyspeler JayJay Boske (33) laat het op zijn Youtube-kanaal DAY1 allemaal zien. Waar wordt hij zelf blij van?

Verschenen in het septembernummer van Playboy. (2019)

Sushi of stamppot?
Stamppot, simpel! Daar hoef ik niet lang over na te denken. Wel een gehaktbal met jus erbij graag!

Rugbyen of presenteren?
Rugby volg ik voor de ontspanning. Ik kan er een week naar uitkijken om met mijn vader onder het genot van een kop koffie een goede wedstrijd te kijken. Toch kies ik nu voor presenteren. Het heeft lang geduurd, maar voor het eerst heb ik het gevoel dat ik het echt kan. Het is nog steeds wennen om bekend te zijn en herkend te worden, al wil ik daar ook niet al te moeilijk over doen. Een vuilnisman klaagt ook niet over de geur. It comes with the job.

Anna Nooshin of Arie Boomsma?
Beide zijn fantastische mensen. Arie was de eerste die ooit tijd vrijmaakte om een filmpje met me op te nemen voor mijn Youtube-kanaal. Anna Nooshin ken ik alleen net iets beter en kan ik echt een vriendin noemen. Daarom kies ik nu voor haar.

Wat is de dikste auto?
Ik tart vaak het lot door de auto’s met mijn minimale skills maximaal te testen. Als ik de dikte auto aan zou moeten wijzen, dan zou ik kiezen voor de Lamborghini Perfomante. Dat is alleen niet echt een auto voor dagelijks gebruik; dan zou ik kiezen voor de Porsche Macan.

Welk drankje drink je het liefst?
Lipton Ice Tea. Maar wel koud, anders is het een drama.

Welke horloges heb je?

Ik heb er drie, waarvan ik de Rolex Pepsi uit mijn geboortejaar (1986) het meest bijzonder vind. Het horloge waar ik het meest mee heb, is de Rolex Explorer, die ik kocht na mijn deelname aan Expeditie Robinson.

Waar kunnen we je ’s nachts voor wakker maken?
Mozzarella Pomodori! Ik hou van de Italiaanse keuken. Het land zelf is ook fantastisch. Ik heb de eer om de wereld over te reizen voor mijn werk, maar Italië voelt als thuis.

Geert Wilders of Thierry Baudet?
Ik heb met allebei niet zoveel, allemaal heel populistisch. Prima hoor, maar ik vertrouw geen van beide.

Met welke actrice zou je weleens een beschuitje willen eten?
Megan Fox! Die is bijna net zo knap als mijn eigen vriendin Carolina van Dorenmalen. 

Wie is de leukste beroemdheid die je ooit ontmoette?
Ik heb het geluk dat ik veel mensen waar ik vroeger op televisie naar keek, muziek van luisterde of sportwedstrijden van volgde nu tot mijn vrienden mag noemen. Kraantje Pappie, Kaj Gorgels, Bizzey, Tim Visser, Tim Krul en Niels Oosthoek beschouw ik als echte vrienden.

Wat is de beste film die je de afgelopen tijd hebt gezien?
Ik kijk veel films en series, daar kom ik van tot rust. Het is dus moeilijk om een keuze te maken. Als ik dan moet kiezen, dan kies is voor Snatch en Super Bad.

Wat staat er op je strafblad?
Op jonge leeftijd kon ik een lul van een ventje zijn en vond ik mezelf erg tof. Gelukkig heb ik alle rottigheid uitgehaald toen ik jong was, dus op mijn strafblad staat niets.

Welke bekende man bewonder je?
The Rock! Altijd fit, sterk en positief. Ik hoop dat hij in het echt ook zo is.

Ik ga nooit van huis zonder…
Een plan. Ik moet die dag echt iets te doen hebben, anders kan ik net zo goed op de bank blijven Netflixen. 

Wat is je grootste miskoop?
De planten in mijn tuin. Ik kan heel goed een tuincentrum binnenstappen en m’n kar volladen met allemaal mooie nieuwe planten. Die blijven dan een week goed – tot ik weer op reis ga. Dit gebeurt me elke keer weer.

Waar geef je veel geld aan uit?
Fikri, haha. Dat is een Arabische eettent in Hilversum waar je de beste broodjes kip kan eten en lekkere Marokkaanse thee kan drinken. Niet goed voor de lijn, maar wel erg lekker.

Wat is je duurste kledingstuk?
Als je mijn horloges als kledingstuk zou zien: dan die. Maar anders een paar veel te dure schoenen van zeshonderd euro.

In welke auto rijd je?
Ik rijd in een Mercedes CLA, fijne wagen! Ik maak veel kilometers dus dan is een echte sportwagen niet de beste investering.

Met hoeveel vrouwen heb je het bed gedeeld?
Veel en daar ben ik niet trots op. Maar daardoor weet ik wel hoe speciaal mijn vriendin is. Soms is het heel goed om te weten wat je niet wilt in plaats van te weten wat je wel wilt.

Welke muziek luister je tijdens het sporten?
Ik ben niet echt van het muziekluisteren tijdens het sporten. Ik hou van focus. Ik sport om helemaal kapot te gaan en mezelf tot over het randje te pushen. Soms is afleiding wel lekker. Dan zet ik een Joe Rogan-podcast op.

Wanneer heb je voor het laatst gehuild?
Toen de moeder van een van mijn beste vrienden overleed. Een prachtige open vrouw. Ik had die vriend door het vele werken en andere domme excuses de laatste tijd niet veel gezien. Het overlijden van zijn moeder trok me weer even terug in de realiteit en deed stiekem veel pijn.

Expeditie Robinson of Wie is de mol?
Ik zou heel graag meedoen aan Wie is de mol?, maar Expeditie Robinson is voor mij het mooiste programma waar ik ooit aan heb meegedaan.

Wat is de coolste gadget die je hebt?
Mijn elektrische fiets. Ik het een elektrische phatbike die mij heel Hilversum door crosst.

Eigen televisieprogramma of eigen sportschool?
Eigen televisieprogramma’s mag ik gelukkig al maken, dus dan kies ik voor een eigen sportschool. Wel eentje waarin ik de jeugd kan vertellen hoe ze echt met hun lichaam om moeten gaan.

Maarten Spanjer: ‘Waarom begint iedereen toch altijd over Jeroen Krabbé?’

Maarten Spanjer (66) schreef een boek met tragikomische verhalen over zijn jeugd. Playboy ging een nacht op pad met deze meesterverteller. “Waarom begint iedereen toch altijd over Jeroen Krabbé met me?”

Deel van het interview in het septembernummer van Playboy. (2019) Het gehele interview leest u hier.

Q1. Geluk is een herinnering is een bundeling tragikomische verhalen over je jeugd. Om welk verhaal moet je zelf het hardst lachen?
Dat zijn er meerdere, maar een van mijn favorieten is ‘Een zure appel’, een verhaal over de jongste broer van Karel Appel. Joop Appel was jeugdscheidsrechter bij de Amsterdamse Voetbalbond. De jongens met wie ik speelde waren altijd een beetje bang voor hem. Paul, een elftalgenoot, had op een dag al zijn moed bij elkaar geraapt en vroeg hem of hij zelf ook schilderde. Meneer Appel antwoordde toen nors: ‘Alleen plinten.’

Q3. Om welke cabaretiers moet je lachen?
Hans Teeuwen en Theo Maassen vind ik de grootste cabaretiers van dit moment. Daniël Arends en Peter Pannekoek vind ik ook erg goed. Youp van ’t Hek en Freek de Jonge zijn daarentegen een beetje in hun eigen val getrapt. Youp schopte altijd aan tegen mensen met dikke auto’s en grote huizen maar woont nu zelf in een gigantisch huis aan het Vondelpark. Dan verlies je je geloofwaardigheid. Freek maakte vroeger grappen over Wim Kan en zijn vrouw Corry Vonk, hij stak er de draak mee dat ze altijd samen waren, maar is nu zelf nog veel kleffer met zijn vrouw Hella. Dat is een Yoko Ono in het kwadraat. Verschrikkelijk. Freek denkt volkomen ten onrechte dat hij zijn succes aan haar te danken heeft. Zij maakte bijvoorbeeld die rare clownspakken waar hij vroeger in rond sprong. Ik kan je een ding vertellen: in die pakken lag het succes van zijn voorstellingen niet. Ik vind het heel apart dat zo’n intelligente man een groot deel van zijn succes ophangt aan zijn vrouw. Dat is een rare vorm van bescheidenheid die ik niet begrijp.

Q5. Je bent een ras-Amsterdammer. Wat vind je van het beleid van burgemeester Femke Halsema?
Ik volg de politiek niet echt, maar ik heb weleens de indruk dat ze de geschiedenis in wil gaan als de burgemeester die aan allerlei dingen een einde heeft gemaakt. Ze wil bijvoorbeeld een einde maken aan de raamprostitutie op de Wallen. Ze stelde voor om die vrouwen dan maar achter gesloten gordijnen te zetten. Hoe kom je erop? Volgens mij maak je het met die verboden alleen maar erger. Je kunt veel beter strenger handhaven.

Q6. Je bent naast schrijver ook acteur. Heb je alles uit je acteercarrière gehaald wat erin zat?
Dat denk ik niet, al denk ik ook niet dat er veel meer in zat. Ik zag acteren als een makkelijke manier om een boterham te verdienen, maar ik ben heel slecht in het vertolken van andermans teksten. Ik krijg ze maar niet in m’n kop. Nee, ik ben geen groot acteur. Regisseurs zagen mij ook niet een groot acteur en dan kom je dus in foute series terecht – daar heb ik er redelijk wat van gedaan. Als ik het script las dan zonk me de moed alweer in de schoenen. Wat een slechte tekst, dacht ik dan, en dan moest ik die onzin nog uit mijn hoofd leren ook!

Q7. In Spetters speelde je samen met de onlangs overleden Rutger Hauer. Hoe was het om met hem te werken?
Hij was een man van weinig woorden, een nuchtere Fries. Ik mocht hem wel. Het eerste wat ik dacht toen hij was overleden: Cruijff is dood, de koning van het voetbal, en nu is de koning van de film ook dood. Ik vind hem van dezelfde grootheid.

Q8. Wie is nu de grootst nog levende acteur van het land? Je grote vriend Jeroen Krabbé?
Waarom begint iedereen toch altijd over Jeroen Krabbé met me? Nou, heel even dan: naar aanleiding van de dood van Rutger Hauer mocht Krabbé aan tafel aanschuiven bij Jinek. Als een bekend persoon overlijdt is hij er altijd als de kippen bij. Hij vertelde bij die gelegenheid over de wel heel bijzondere  band die hij had met Rutger Hauer. Hou toch op. Ik durf te wedden dat hij hem in geen jaren heeft gesproken. Ik had in de jaren negentig een talkshow met Rijk de Gooyer en ik belde Rutger Hauer of hij die week bij ons te gast wilde zijn. Zonder nadenken stemde hij in. Na afloop vroeg ik hem waarom hij nooit in talkshows verschijnt, maar wel meteen bij ons aanschoof. Hij antwoordde lachend: ‘Nou, ik vind jullie wel grappige mannetjes en ik weet dat jullie een bloedhekel aan Jeroen Krabbé hebben, maar de publiciteit die jullie daarmee genereren laat ik graag aan jullie over.’ Hij kon die man ook niet uitstaan.

Q20. Waar leef jij van?

Nou, ik heb een periode goed verdiend, zowel met de commercials die ik samen met Rijk de Gooyer deed voor KPN als met Taxi. Rijk belde me eens toen het geld van de commercials weer was overgemaakt: ‘Heb je dat bombardement op je bankrekening al gezien?’ Eigenlijk leef ik daar nog steeds van. Ik heb ook nooit echt gek gedaan: ik heb niks met dure auto’s of dure kleding. Ik rijd wel rond op dure fietsen die ook regelmatig gestolen worden, maar dat is eigenlijk mijn enige uitspatting. Ik kan me bedruipen. Kijk, ik moet geen honderd worden, ook geen negentig, maar tachtig red ik misschien net. En ach, als je tachtig bent dan zit je ook maar met een lepel in je bordje pap te slaan, dan heb je toch niet zoveel meer nodig.