HP/De Tijd Expo geeft jonge kunstenaars een podium om hun werk te tonen. Waarom? Omdat er veel moois wordt gemaakt én om uw ogen te verwennen. Deze week: Saskia Boelsums uit Nieuw-Schoonebeek.
Saskia Boelsums (Amstelveen, 1960) studeerde grafische en ruimtelijke vormgeving aan Academie Minerva in Groningen. Sinds 2013 heeft zij zich volledig toegelegd op fotografie.
Over haar werk “Ik maak graag grote thematische series zodat ik onderwerpen uitgebreid kan onderzoeken en er mee kan experimenteren. Het is mijn uitdaging om het materiaalonderzoek waar ik vroeger als beeldend kunstenaar al mee bezig was verder te ontwikkelen en uit te drukken in fotografie.
“De technische mogelijkheden van de fotografie gebruik ik om die beelden vast te leggen en te vormen naar mijn eigen inzicht. Wat me daarbij vooral fascineert is licht en dan vooral de natuurlijke lichtval op vrijwel alle denkbare materialen, variërend van buitenlucht tot menselijke huid. Ook water heb ik ontdekt als een schitterend materiaal. Het heeft de geweldige eigenschap dat het geen eigen vorm heeft en zich naadloos aanpast aan iedere omgeving. Daarnaast heeft water een unieke transparantie, prachtige kleuren en fantastische reflecties. Vooral hoe licht zich gedraagt in water en wat het effect is van water op materie vind ik ontzettend interessant. De foto van de citroen met al die reflecties is een goed voorbeeld van wat ik bedoel. De inhoud van de hele koelkast heeft in het water gelegen bij deze serie foto’s.
“Het drieluik met Peter (mijn model) is het slot van een enorme reeks foto’s waarbij ik het kader rond het model steeds kleiner heb gemaakt en waarbij hij steeds minder fysieke ruimte kreeg. De foto’s van Peter op een paard en Peter als buschauffeur komen voort uit de herinnering aan buiten spelen. Ik speelde dat ik een paard had en heb mijn model in het zadel gezet. Op dezelfde manier is ook de bus met buschauffeur en passagiers ontstaan. Tijdens het spelen zag ik dat het een foto werd van een man met zijn verleden, de vrouwen achter zich, de relaties. Herinneringen, trofeeën.”
Na haar succesvolle debuutalbum De Koek (2011) en het eveneens lyrisch ontvangen Het is (2013) presenteert singer-songwriter Eefje de Visser (1986) op vrijdag 8 januari haar derde album: Nachtlicht.
De Volkskrant noemt het een ‘wonderschoon, modern popalbum’ en roemt haar dromerige muziek en poëtische mijmeringen. 3voor12 noemt het een van de tien meest veelbelovende platen van 2016. Vanaf aanstaande zondag trekt ze met de gelijknamige clubtour door het land om haar nieuwe repetoire de wereld in te sturen. Reden voor HP/De Tijd om haar te onderwerpen aan een ‘zelfportret’ – een maandelijkse serie vragen, gebaseerd op de beroemde questionnaire van Marcel Proust.
Wat is uw huidige gemoedstoestand?
Tevreden, omdat de plaat af is en ik een leuke tijd tegemoet ga denk ik. En omdat ik koffie voor m’n neus heb staan.
Wie zijn uw helden?
Lastig, maar als ik er drie moet noemen: Fiona Apple, Frank Ocean en Christine and The Queens.
Aan wie ergert u zich?
Aan mensen die heel dwingend zijn in hun mening. Mensen die geen begrip hebben voor mensen die een andere mening hebben, die willen dat jij denkt wat zij ook denken.
Lijkt u op uw vader?
Als mensen mijn vader zien, dan zien ze meteen dat ik zijn dochter ben. Ik, en al mijn broers en zussen eigenlijk, hebben hetzelfde donkere haar, dezelfde donkere wenkbrauwen, dezelfde ogen en – ook hele leuk – dezelfde neus.
Lijkt u op uw moeder?
Qua gezicht lijk ik dus op mijn vader, maar qua figuur op mijn moeder. En ik heb ook wel haar introverte kant denk ik.
Wat zijn uw dagdromen?
Ik dagdroom veel over mijn nieuwe tournee, wat ik ga doen, hoe het decor er uit gaat zien, hoe het licht er uit gaat zien, wat de volgorde van mijn liedjes gaat zijn en hoe dat dan allemaal samen gaat komen. Ik stel me dan altijd voor dat ik in het publiek sta en mezelf zie spelen.
Wat is uw grootste angst?
Eenzaamheid. Ik kan op zich goed alleen zijn, maar ik heb ook graag mensen om me heen.
Bidt u weleens? Ik geloof dat het wel goed is om af en toe stil te staan bij wat je hebt, maar ik ben daar een beetje te ongeduldig voor, ik kan daar de rust niet voor vinden. Maar ik neem me wel voor om dat meer te gaan doen. Ik vind het belangrijk dat wanneer je ouder wordt, je ook wijzer wordt. En bezinning – je kunt dat bidden noemen – helpt daarbij.
Heeft u ooit een mystieke ervaring gehad? Ik vind het gebruik van paddo’s altijd wel een soort van iets mystieks hebben. Het is dan net alsof je alles weer voor het eerst ziet, als een kind die de wereld ontdekt. Toen ik na gebruik naar mijn gitaar keek, zag ik de houtnerfjes, de vorm, de kleur. Alsof ik hem nog nooit eerder had gezien. Alles was opeens heel intens. Het is jammer dat er zo’n taboe rust op bepaalde drugs, en dat er zoveel vooroordelen zijn over het gebruik van drugs, omdat het gebruik van bepaalde drugs ook iets spiritueels kan hebben. Alcohol – een drug dat algemeen getolereerd wordt – heeft daarentegen vaak alleen maar een nare uitwerking op mensen.
Bent u aantrekkelijk? Ik denk dat ik als ik goed in mijn vel zit wel aantrekkelijk kan zijn. Maar dat geldt voor iedereen. Ik val dan ook niet per se op knappe mannen, maar mannen die chill zijn met zichzelf en hun omgeving.
Wat is uw definitie van geluk?
Jezelf en de mensen om je heen accepteren.
Waar schaamt u zich voor?
Voor uitspraken die ik doe in interviews. Je moet tijdens een interview altijd denken: ga ik eerlijk antwoord geven op deze vraag of lul ik er een beetje omheen? Toen het een tijdje niet zo goed met me ging heb ik daar veel teveel over gezegd, terwijl ik achteraf dacht: dit wilde ik helemaal niet vertellen. Ik zou liever alleen maar muziek willen maken zonder daarover (of over mezelf) te apraten.
Bent u monogaam?
Jaaa. Behoorlijk.
Wanneer heeft u voor het laatst gehuild?
Deze week ergens denk ik. Waarom dat was? Goh. Ik denk dat ik ruzie had gehad. Met m’n vriendje.
Hoe moedig bent u?
Als ik zie dat iemand in mijn omgeving onrecht wordt aangedaan dan bemoei ik me daar wel mee. Ik moet zeggen dat ik verder vrij ongedisciplineerd ben en soms weinig ruggengraat heb – in die zin ben ik helemaal niet moedig.
Van wie heeft u het meest geleerd?
Muzikaal gezien van mijn ome Ruud. Hij heeft me veel verteld over arrangementen en sound en is streng geweest op mijn gitaarspel. Ome Ruud zat samen met mijn vader en moeder in een band en heeft heel veel supermooie liedjes geschreven die zo de wereld over hadden gekund, liedjes in de stijl van Neil Yong en Crosby, Still & Nash, maar ze zijn nooit uitgebracht. Daar is hij te eigenwijs voor.
Welke eigenschap waardeert u in een vrouw?
Gezelligheid. Een beetje een kakelkontje, daar hou ik wel van.
Welke eigenschap waardeert u in een man? Authenticiteit. Dat ze zichzelf zijn, zonder zich aan te passen.
Als u iets aan uzelf kon veranderen, wat zou dat dan zijn?
Ik zou wel wat meer discipline willen hebben, wat minder willen lanterfanten. Ik heb mijn school niet afgemaakt, heb allerlei plannen gehad waar ik nooit iets mee heb gedaan. Als ik iets strenger voor mezelf ben kan ik meer muziek gaan maken en meer uit het leven halen.
Hoe ontspant u zich?
Ik ga superveel zwemmen en naar de sauna, dat vind ik fantastisch. Ook omdat je daar geen telefoon mee naar toe kunt nemen.
Van wie houdt u het meest?
Ik denk van mijn vriendje, Pieterjan.
Gelooft u in God?
Niet echt, maar ik ben er soms wel mee bezig. Ik ben niet gelovig opgevoed, heb het geloof ook een tijdje totale onzin gevonden, maar nu merk ik dat het spirituele me wel trekt. Het idee dat alles en iedereen met elkaar in verbinding staat vind ik een aantrekkelijke gedachte. Het is zonde om het spirituele gedeelte uit je leven te bannen door alleen maar rationeel naar alles te kijken.
Waaraan bent u het meest gehecht?
Ik heb een heel goede vriend waar ik ook wel mee samen ben geweest, Marcel. Dat is iemand die veel voor me heeft betekent of nog steeds veel voor me betekent, ook al zijn we niet meer samen.
Welk leed heeft u anderen berokkend?
Ik ben soms wel egoïstisch geweest. Dat ik teveel met mijn eigen carrière bezig ben geweest en teveel in mijn eigen wereldje leef. In de liefde heeft me dat wel eens in de weg gestaan.
Wat beschouwt u als uw grootste mislukking?
Ik heb wel dingen gedaan die ik anders zou doen, maar die zie ik niet echt als mislukkingen. Ik heb ooit muziek gemaakt die ik nu niet meer zou maken en waar ik toen misschien ook niet achterstond, maar dat zie ik niet als een mislukking. Niemand kan nooit ergens spijt van hebben.
Wanneer was u het gelukkigst?
De afgelopen twee jaar. Niet alleen omdat ik van m’n muziek kon gaan leven en veel met muziek bezig ben geweest, maar ook omdat ik emotioneler ben geworden. Ik huil veel sneller, maar leuke dingen komen ook meer binnen.
Wat is de beste plek om te wonen?
Gent. Mijn vriend woont daar, ik ben daar dus veel, en het is een heel leuke stad om te wonen. De mensen zijn daar heel erg trots op hun tolerante, linkse mentaliteit, en dat vind ik wel leuk. De Bourgondische cultuur – veel eten, drinken en feesten – spreekt me ook aan en het is ook nog eens een heel mooie oude stad.
Wie hoopt u nooit meer terug te zien?
De trainer van onze hond Tobias. Toen onze hond weer eens niet wilde luisteren op hondencursus trok ze hem via zijn riem omhoog en liet hem heel lang spartelen in de lucht.
Hoe is ongeluk te vermijden?
Ik denk dat ongeluk niet te vermijden is, maar om toch een antwoord te geven: door niet te doen wat andere mensen willen dat je doet.
Wat is uw devies?
Wees tolerant naar elkaar.
Het album Nachtlicht van Eefje de Visser is hier te bestellen. Een complete speellijst van de gelijknamige clubtour vindt u hier.
Meer dan zeventig jonge kunstenaars kregen dit jaar de kans om hun werk op de website van HP/De Tijd te tonen. En met succes: niet zelden hielden ze er een leuke opdracht aan over, of leverde het hen nieuwe contacten op. Omdat u vast niet edities van de rubriek heeft gezien, presenteren wij u in deze laatste week van het jaar de twaalf beste exposanten in het HP/De Tijd Expo-jaaroverzicht 2015.
“Met de fotoserie Streets of Insomnia verbeeld ik de belevingswereld van mijn slapeloosheid.Door een slaapstoornis lig ik namelijk vaak nachten wakker. Tijdens de warme zomernachten, als het buiten nog aangenaam is, maak ik dan vaak een wandeling door het Chassépark in Breda, daar waar ik woon. Door mijn oververmoeidheid lijken die wandelingen dan haast als een droom. Vooral als ik dan de volgende ochtend op mijn fiets richting de academie ga, wordt het vervreemdende van de slapeloosheid vermengd met de realiteit. De verwarring, het surrealistische en het eenzame is wat ik in deze serie probeer te verbeelden. Deze beelden laten een poëtische eenzaamheid zien die veel over mij en mijn belevingswereld vertelt.”
“Mijn werk heeft een duidelijke rode draad, of liever: een roze draad. Wat die roze draad is? De een noemt het camp, de ander noemt het vreemde snoepgoedesthetiek. (-) Ik negeer de definities van wat mooi is en lelijk. Ook vind ik het belangrijk dat ik mijn beelden kan idealiseren; ik vind het prachtig dat ik met behulp van Photoshop de overdaad nog beter kan accentueren. De esthetiek van mijn werk vind ik dan ook belangrijker dan de moraal ervan.”
“De mensen die ik heb gesproken voor dit project, zijn allemaal uitgeprocedeerde asielzoekers. Ze hopen ooit te kunnen terugkeren naar hun vaderland Somalië, maar daar is het nu nog niet veilig genoeg voor. Ik heb geprobeerd zo goed mogelijk te begrijpen wat hun situatie is en waarom ze hier zijn. Daardoor hoop ik met mijn werk enige nuance aan te kunnen brengen, en het abstracte begrip ‘uitgeprocedeerde asielzoeker’ een menselijk gezicht te geven.”
“De eerste vraag die mensen aan mij stellen als ik zeg dat ik regelmatig bij Richard Klinkhamer op bezoek ga, is: ‘Ben je dan niet bang?’ Nee, ik ben niet bang. Ik ben ervan overtuigd dat de moord op zijn vrouw Hannie (Richard Klinkhamer vermoordde zijn vrouw Hannie in 1991, begroef haar in de tuin en schreef er het boek Woensdag gehaktdag over – NM) een incident is geweest. Er was ruzie, de emoties liepen hoog op en toen gebeurde het. Meer niet. Ik heb niets van hem te vrezen. Hij vindt het altijd een feestje als ik bij hem op bezoek ga. Laatst zei hij wel dat als ik een man was geweest hij me allang had weggestuurd. Nu heeft hij, zo zei hij het tenminste, ook nog iets leuks om naar te kijken. Dat is de reden dat hij me tolereert in zijn leven denk ik. Hij krijgt niet vaak bezoek, dus altijd als ik kom is het feest.”
“De foto’s die ik op deze website heb getoond komen uit een fotoserie over Rein. Rein leeft in het verleden, hij heeft zich omringd met objecten die voor hem een bijzondere status hebben. Een herinnering aan een beter leven, een leven wat ooit is geweest. Rein was in de jaren ’80 een succesvol galeriehouder. Er waren veel feestjes, vrouwen, drank en kunst. Maar de tijd heeft niet stilgestaan. Alhoewel Rein in zijn hoofd nog steeds in die roemruchte jaren leeft, leeft zijn lichaam in het nu. Zijn lijf heeft medische hulp nodig, het huis waarin hij woont moet onderhouden worden, maar er zijn weinig mensen die dat voor hem willen doen. Rein heeft iedereen in de loop der jaren afgestoten, tolereert enkel drank en voorwerpen die hem herinneren aan vroeger. Ik vind het dan ook bijzonder dat hij mij met m’n camera wel heeft toegelaten in zijn leven.”
“Mijn werk gaat over de samenwerking tussen mens en natuur en mens en dier, en tegelijk over de controle van de een over de ander. In Animethic confronteer ik de kijker met het fenomeen proefdieren. Als dierenliefhebber betreed ik het domein waar de mens de complete controle over het dier heeft en portretteer laboratoriumdieren. Deze portretten laten het belang van het individuele dier zien, maar staan ook symbool voor een veel grotere groep. Door de dieren als krachtige individuen te laten zien, wil ik waardering oproepen voor de dieren die zich onbewust inzetten voor de wetenschap. Ook bevraag ik het verschijnsel dierproeven op zich en wil ik de kijker bewust maken van de situatie die zich binnen de muren van het laboratorium afspeelt.”
“Ik heb altijd van vervreemding en fantaseren gehouden, dagdromen. Als kind had ik allemaal theorieën over hoe de wereld in elkaar zat en dit wist ik op de academie te herontdekken en in mijn tekenen te verwerken. (-) Ik associeer op vorm, betekenis en werking en daarbij ontstaan nieuwe combinaties. Vaak verrassend, vreemd en grappig maar ook met een vreemd soort logica, in een fantastische en surreële wereld.Veel inspiratie vind ik in de trein of onderweg, waar mijn geest over en door het landschap zweeft en nieuweverbindingen legt tussen dingen die ik zie en vind.”
“Ik combineer graag objecten die in het echt niet samen voorkomen, waardoor surrealistische beelden ontstaan. Ik ben altijd op zoek naar beelden die een beetje mystiek blijven en de boodschap niet direct blootleggen, maar wel vragen oproepen die beantwoord kunnen worden door context, interpretatie en ‘nog eens kijken’.”
“Ik maak tekeningen, zowel op papier als op MDF – geperst board. Dagelijkse notities, krabbels en schetsen vormen de basis van mijn werk. De tekeningen zijn ingegeven door zeer persoonlijke motieven. Persoonlijke ervaringen worden al associatief tekenend vertaald naar een werk waarin de zoektocht naar een uitgebalanceerde compositie, en de juiste lijnen, vormen en kleuren, steeds meer de boventoon gaat voeren.” Joost Krijnen was dat jaar een van de vier winnaars van de Koninklijke Prijs voor Vrije Schilderkunst.
“Mijn werk kenmerkt zich door een gladde buitenkant met rauwe inhoud. Je ziet prachtige modellen, veelal vrouwen die je lijken uit te nodigen. ‘Kom hier.’ Maar in de sfeer zit altijd iets onheilspellends. Het donker, de erotische zweem en de soms beklemmende poses geven je het gevoel dat de buitenkant wel eens misleidend kan zijn. Zelfs een paard kan ineens eng lijken of een kat lijkt ineens een menselijke blik te hebben.”
Anouk van Kalmthout
Quantum Leap 2015 “In zowel mijn mode- als mijn autonome werk houd ik me vooral bezig met het creëren van een eigen setting. Dit doe ik in de studio maar ook buiten op plekken waarin ik iets moois in zie. Door middel van fotografie en vervolgens het toepassen van digitale technieken creëer ik surrealistische beelden die vergelijkbaar zijn met de onderwaterwereld: unheimlich doch esthetisch.”
“Ik houd van breekbare portretten. Hedendaags, mooi gestileerd, schilderachtige invloeden. Ik houd niet van geforceerde beelden door over the top gezichtsuitdrukkingen, poses of styling. Daarbij heb ik een fascinatie voor imperfectie. Iets waar andere misschien voor wegdraaien, daar zie ik de schoonheid in. Dat probeer ik dan vast te leggen. Het is nooit om te choqueren of provoceren. Het is altijd een verbeelding van mijn dromerige wereld en visie van wat in mijn ogen schoonheid is.”
Ben je een jonge kunstenaar (student of pas afgestudeerd) en heb je tien kunstwerken die je in HP/De Tijd Expo wilt tonen? Neem dan contact op.
HP/De Tijd Expo geeft jonge kunstenaars een podium om hun werk te tonen. Waarom? Omdat er veel moois wordt gemaakt én om uw ogen te verwennen. Deze week: Justine Tjallinks uit Amsterdam.
Justine Tjallinks (1984) studeerde cum laude af aan het Amsterdam Fashion Institute en werkte onder meer als Art Director voor modetijdschrift L’Officiel NL. Sinds twee jaar is ze werkzaam als fotograaf. Van 7 tot en met 16 januari 2016 is haar fotoserie Nudete zien in Meiner Gallery in Londen.
Over haar werk “Ik ben een fotograaf die werkt vanuit een concept en probeer zo weinig mogelijk aan het toeval over te laten, al improviseer ik in elke shoot toch altijd wel. Ik werk mijn ideeën van tevoren goed uit. Ik kies mijn modellen zeer zorgvuldig. Meestal zijn dat ‘echte’ mensen, geen modellen van bureaus. Ze hebben met elkaar gemeen dat ik een bepaalde fascinatie voor ze heb. Die fascinatie kan ontstaan door een bepaald uiterlijk kenmerk (albinisme, Syndroom van Down, flapoortjes), maar kan ook ontstaan omdat ik iemand een mooie uitstraling vind hebben.”
“Ik houd van breekbare portretten. Hedendaags, mooi gestileerd, schilderachtige invloeden. Ik houd niet van geforceerde beelden door over the top gezichtsuitdrukkingen, poses of styling. Daarbij heb ik een fascinatie voor imperfectie. Iets waar andere misschien voor wegdraaien, daar zie ik de schoonheid in. Dat probeer ik dan vast te leggen. Het is nooit om te choqueren of provoceren. Het is altijd een verbeelding van mijn dromerige wereld en visie van wat in mijn ogen schoonheid is.”
Via de website van JAN Magazine. Tekst: Azarakhsh Akbari.
“Soms stuit je ergens op en wil je dat met iedereen delen; zo heb ik dat met deze bundel die op de valreep mijn favoriet van 2015 is geworden! Een aantal weken geleden kreeg ik Gedichten die mannen aan het huilen maken cadeau, en sindsdien heeft het me niet losgelaten; wat een prachtige bloemlezing en wat een ontzettend lief en mooi boekje.”
“Mannen zijn over het algemeen niet zulke huilebalken; het is niet stoer en het beschadigt hun imago. Onzin, volgens Nick: ‘’Sterke mannen zoals Barack Obama of onze eigen Frans Timmermans hebben steeds minder moeite hun emoties tonen. En dat is ook goed; waarom zou je als man niet mogen huilen?”.
(-)
Een tijd geleden opperde Nick een nieuwe editie van ‘Poëzie in Carré’ te organiseren. Hij vertelt: ‘’Ik schreef dit artikel, mailde wat rond met mensen die me eventueel zouden kunnen helpen, maar uiteindelijk bleek het teveel moeite om iets te regelen. Totdat ik van een kennis hoorde dat ze nu toch bezig zijn met een Poëzie in Carré 2016. Carré wil dit zelf gaan organiseren, maar ze hebben het nog niet helemaal rond. Ik ben benieuwd of het ze gaat lukken. En het zou natuurlijk helemaal fantastisch zijn als een programma als De Wereld Draait Door hier ook een steentje aan bijdraagt. Dat is dé manier om een nieuwe generatie dichters in het zadel te hijsen. En dat is nodig.”
Domien Verschuuren (1988) is sinds 2006 radio-dj bij NPO 3FM en presenteert onder meer het avondprogramma Dit is Domien! Van vrijdag 18 december tot en met donderdag 24 december zit hij samen met collegae Giel Beelen en Paul Rabbering opgesloten in het Glazen Huis in Heerlen, om namens 3FM Serious Request geld op te halen voor het Rode Kruis.
Reden voor HP/De Tijd om hem te onderwerpen aan een ‘zelfportret’ – een maandelijkse serie vragen, gebaseerd op de beroemde questionnaire van Marcel Proust.
Wat is uw huidige gemoedstoestand? Een beetje gestrest. Ik heb vorige week mijn huis verkocht, ben verhuisd naar een tijdelijke tussenwoning, heb een nieuw huis gekocht – waar ook nog allerlei dingen voor geregeld moeten worden – en hop op dit moment van afspraak naar afspraak voor 3FM Serious Request. Alles lijkt nu bij elkaar te komen.
Wie zijn uw helden? Mijn ouders. Dat is vooral vanwege de manier waarop ik opgevoed ben. Ik kreeg ontzettend veel vrijheid en werd in alles wat ik deed gesteund. Dankzij hen leid ik nu het leven waarvan ik altijd had gedroomd. Maar ook vanwege de manier waarop zij omgaan met het leven en alle pieken en dalen die daar bij horen.
Aan wie ergert u zich?
Aan mensen die dingen niet vanuit hun hart doen, maar vanuit een gedachte om daar zelf beter van te worden, of daar een bepaalde status mee te krijgen. Wat ik heel heftig vind zijn BN’ers die zich niet inzetten voor één goed doel, maar voor dertig goede doelen. Dan vraag ik me af: doe je dat omdat al die dertig goede doelen je in het hart raken, of omdat je weet dat je in naam van dat goede doel weer even met je bek in RTL Boulevard terechtkomt?
Lijkt u op uw vader?
Ja en nee. Ik heb wel de drift van mijn vader overgenomen, en ook de wilskracht om iets te laten slagen. Al heeft hij daar meer geduld voor dan ik.
Lijkt u op uw moeder?
Ik schijn de ogen en de neus van mijn moeder te hebben. En ook qua karakter lijk ik wel op haar. Mijn moeder kan heel snel een mening over iets of iemand hebben en dat dan op een heel sarcastische manier verwoorden. Daar heb ik ook wel een handje van.
Wat zijn uw dagdromen? De enige dagdroom die ik heb, zeker in dit soort weken waarin ik heel erg druk ben, is dat ik denk: wat als ik mezelf nu laat verdwijnen? Dat ik vandaag besluit alles achter me te laten en gewoon voor drie maanden, zonder telefoon of pc of wat dan ook, naar Nieuw-Zeeland te vertrekken. Maar tegelijkertijd weet ik ook van mezelf dat ik dat nooit zou doen. Daar ben ik een veel te grote control freak voor.
Wat is uw grootste angst? Om een van mijn ouders te verliezen. Dat is het enige waar ik niet over wil nadenken en ook niet over kán nadenken. Dat is een te surrealistisch idee. Mijn vader heeft vijf jaar geleden een herseninfarct gehad waardoor hij rechtszijdig verlamd is geraakt. Mijn moeder zorgt nu voor hem. Na dat infarct is alles veranderd: opeens werd hun vergankelijkheid onderstreept en kwam voor het eerst het besef dat ze er op een dag niet meer zullen zijn. Dat idee hangt als een soort grijs wolkje boven mijn leven.
Bidt u weleens? Nooit. Ik ben overtuigd atheïst.
Heeft u ooit een mystieke ervaring gehad?
Nee. Maar een jaar of twaalf geleden kreeg ik van mijn toenmalige vriendin een klavertje drie uit Ierland, dat is daar het symbool voor geluk. Dat geplastificeerde blaadje heb ik al die tijd in mijn portemonnee gehad. Ik durfde hem al die tijd niet weg te gooien. Bang voor ongeluk. Maar twee maanden geleden kocht ik een nieuwe portemonnee en besloot ik hem toch in de prullenbak te gooien. En zie: ik ben er nog.
Bent u aantrekkelijk?
Als je me dit tien jaar geleden had gevraagd had ik volmondig ‘nee’ geantwoord, maar nu zou ik zeggen: ik vind mezelf wel aantrekkelijker dan ik me ooit wel eens heb gevonden. Doordat radio steeds meer televisie wordt en je constant – bijvoorbeeld op Facebook en Twitter – op je uiterlijk wordt beoordeeld, word je je daar ook steeds meer bewuster van. En als je maar vaak genoeg hoort dat je er leuk uit ziet dan ga je dat uiteindelijk vanzelf geloven.
Wat is uw definitie van geluk? Iedere dag kunnen doen wat je wilt doen en dat kunnen doen met diegenen met wie je dat wilt doen.
Waar schaamt u zich voor?
Ik schaam me het meest voor mijn korte lontje. Ik kan in een split-second omslaan van supervrolijk naar bloedchagrijnig omdat iets me niet aanstaat: van een vastgelopen computer tot een koud geworden kop koffie.
Bent u monogaam? Ik ben monogaam, maar ik vind aandacht van vrouwen en daarin de grens opzoeken wel interessant. Afgelopen zomer zijn mijn vriendin Caroline en ik even uit elkaar geweest, omdat acht jaar een monogame relatie hebben met dezelfde vrouw me ontzettend begon te benauwen. Ik dacht: ik ben 27 jaar, als ik van vrouwelijke aandacht wil genieten moet ik dat nu doen, en niet als ik veertig ben. Maar ik kwam er toen al snel achter: vrijgezel zijn is niets voor mij. Er zwemmen ongetwijfeld nog veel meer vissen in de zee, maar ik heb nu beet en die vis moet ik bij me houden. Daar word ik het gelukkigst van. Maar dat neemt niet weg dat ik flirten nog steeds heel erg leuk vind. Mijn vriendin trouwens ook.
Wanneer heeft u voor het laatst gehuild? Een week geleden. In ons oude appartement. Mijn vriendin en ik waren daar voor een laatste keer samen om de sleutels in te leveren. Ik deed nog een laatste rondje door het leeggehaalde huis en zag mijn vriendin op het balkon staan. Toen ik naar haar toe liep zag ik dat ze aan het huilen was, en toen schoot ik ook vol.
Hoe moedig bent u?
Niet. Ik denk dat ik alleen moedig ben op het moment dat het moet. Als ik iemand uit een brandend huis zou moeten redden dan zou ik dat doen.
Van wie heeft u het meest geleerd?
Ik heb van heel veel mensen heel veel geleerd. Ik heb van mijn ouders heel veel geleerd, ik heb van mijn vriendin heel veel geleerd en op zakelijk gebied heb ik heel veel van Michiel Veenstra geleerd. Toen hij bij de radio kwam heeft hij me onder zijn vleugels genomen.
Welke eigenschap waardeert u in een vrouw?
Eerlijkheid.
Welke eigenschap waardeert u in een man?
Vriendschap. En in het verlengde daarvan: loyaliteit.
Als u iets aan uzelf kon veranderen, wat zou dat dan zijn? Mijn onzekerheid wegnemen. Ik ben minder onzeker dan ik ben geweest, maar er blijft altijd een sublaag in je geweten zitten dat altijd onzeker is. En dat vind ik heel irritant. Soms komt dat op de meest onbenullige momenten naar boven, bijvoorbeeld als je op een zomerse zaterdagmiddag in je eentje een plekje moet zoeken op een vol terras.
Hoe ontspant u zich?
Dat vind ik moeilijk. Ik sta 24 uur per dag aan en kijk constant op mijn laptop, telefoon en check continu mijn mail, twitter en whatsapp. Maar als ik echt wil ontspannen leg ik mijn telefoon aan de kant, wat al een vrij groot probleem is, en ga ik een serie kijken.
Van wie houdt u het meest? Van mijn ouders.
Gelooft u in God?
Nee.
Waaraan bent u het meest gehecht?
Ik zou bijna zeggen: aan mezelf, maar dat klinkt zo narcistisch. Maar ik weet van mezelf wat ik aan mezelf heb en hoe ik met mezelf om moet gaan, en dat vind ik best wel comfortabel.
Welk leed heeft u anderen berokkend?
Binnen mijn relatie heb ik echt wel domme dingen gedaan. Het meest recente voorbeeld is die break-up, waar ik mijn vriendin heel veel pijn me heb gedaan. En door dat korte lontje kan ik soms ook echt onmogelijk tegen haar zijn. Om niets.
Wat beschouwt u als uw grootste mislukking?
Mijn studententijd in Tilburg. Daar heb ik namelijk helemaal niets mee gedaan. Ik heb daar geen vrienden gemaakt, heb me niet aangesloten bij een studentenvereniging en heb niet de moeite genomen om de stad te leren kennen. Ik heb, doordat ik zo snel mogelijk naar Hilversum wilde, de vrije periode van mijn studentenjaren weggeflikkerd en daar heb ik echt heel veel spijt van.
Wanneer was u het gelukkigst?
Nu. Ik zit op dit moment wel in de gelukkigste periode van mijn leven, denk ik. En dat geluk zit in kleine momenten: een diner met mijn ouders, mijn vriendin en mijn zusje bijvoorbeeld. Of een leuk moment op de radio. Of met m’n vrienden een avond in de kroeg hangen.
Wat is de beste plek om te wonen?
Ik ben niet zo’n globetrotter, maar als ik het dan dicht bij mezelf moet houden: Utrecht. Mijn vriendin en ik betrekken daar over zes maanden een nieuwe koopwoning en ik hoop dat dat de beste plek is om te wonen.
Wie hoopt u nooit meer terug te zien?
Dat zou ik oprecht niet weten. Ik koester jegens niemand zo’n wrok dat ik die persoon nooit meer hoef te zien.
Hoe is ongeluk te vermijden?
Niet.
Wat is uw devies? Zorg voor je eigen geluk, zonder dat je anderen daardoor uit het oog verliest.
In het jubileumnummer van HP/De Tijd (8 december 2015) geeft actrice, schrijfster en columnist Annemarie Oster (1942) haar culturele smaak prijs. Ze heeft het onder meer over beeldende kunst.
Oster: “Ik kom heel weinig in musea. Ook als ik in het buitenland ben, kun je me geen groter verdriet doen dan me mee te nemen naar een museum. Waarom? Omdat ik het altijd oervervelend vind om er geconfronteerd te worden met mijn medemensen. In de eerste plaats gaan ze altijd voor mijn neus staan. Dat krijg je als je niet zo groot bent. En dan die pretentieuze gezichten die ze trekken als ze naar een schilderij kijken. Bovendien houd ik er niet van om dingen te bekijken die nooit in mijn bezit zullen zijn. Daar ben ik veel te hebberig voor. Ik wandel ook nooit door een dure winkelstraat, omdat ik dan misschien kleren zie die ik graag wil hebben maar die ik niet kan betalen.
“Met moderne kunst heb ik he-le-maal niets. Het geklieder van Mark Rothko, Wassily Kandinsky en Kazimir Malevitsj vind ik ronduit schandelijk. De impressionisten vind ik wel heel erg mooi. Op instigatie van Jeroen Krabbé ben ik ooit eens naar Musée Marmottan Monet geweest. Daar hangen de beroemde vijverschilderijen van Claude Monet. Als je in Parijs bent: ga erheen. Iets dichter bij huis staat het Mauritshuis. Altijd als ik in Den Haag ben, moet ik even gaan kijken naar Gezicht op Delft van Johannes Vermeer. Een wonder. Hoe is het mogelijk dat iemand zoiets prachtigs heeft gemaakt? Datzelfde gevoel heb ik bij de portretten die Rembrandt in zijn latere jaren van zichzelf heeft geschilderd. Omdat ik zo van de oude Rembrandt houd, nam mijn man me mee naar de tentoonstelling Late Rembrandt in het Rijksmuseum, maar daar waren zo veel mensen dat het er gewoon stonk en ik na een paar minuten bijna kokhalzend het Museumplein op gerend ben.”
Het hele interview met Annemarie Oster leest u hier op Blendle. U kunt hier het hele tijdschrift inzien, of hier een voordelig (proef)abonnement afsluiten.