Gedichten die mannen aan het huilen maken in Doopsgezind NL, een uitgave van de Algemene Doopsgezinde Sociëteit.
Portretserie: het zware leven van een zwerfhond
HP/De Tijd Expo geeft jonge kunstenaars een podium om hun werk te tonen. Waarom? Omdat er veel moois wordt gemaakt én om uw ogen te verwennen. Deze week: de 27-jarige Joke Schut uit Rotterdam.
Joke Schut (Nijkerk, 1988) studeerde in 2013 af aan de Willem de Kooning Academie in Rotterdam, afstudeerrichting: digitale fotografie.
Over haar werk
“Tijdens mijn studie op de Willem de Kooning Academie heb ik een voorliefde ontwikkeld voor documentaireportretten. Deze voorliefde is nog steeds in mijn werk terug te vinden. Mijn werk gaat veelal over het alledaagse. Momenten die te maken hebben met mijn eigen leven, of er juist compleet niets mee te maken hebben. Vanuit mijn nieuwsgierigheid duik ik onbevangen in deze ‘werelden’ waar ik ter plaatse observeer en het verhaal creëer.
“In de fotoserie Shelterdogs laat ik het leven van vele zwerfhonden in de bergen van Istanbul zien. Sommige zijn perfect op hun gemak in deze habitat, anderen zijn op sterven na dood. In de zomer hebben ze een gebrek aan vocht en overlast van ongedierte (teken met name), in de winter hebben ze last van een gebrek aan voedsel en warmte. In deze serie laat ik het leven zien van deze honden tijdens de wintermaanden in de bergen, en in de asielen waar deze zwerfhonden worden opgevangen om later – hopelijk – ondergebracht te kunnen worden bij gastgezinnen elders in Europa.”
Meer werk van Joke Schut vindt u hier.
Nick op de Zwarte Cross
Via de website van de Zwarte Cross:
Ruim zestig vooraanstaande Nederlandse mannen – auteurs, acteurs, muzikanten, kunstenaars en politici – vertellen over het gedicht dat hen, elke keer als ze het lezen, ontroert. Samensteller van deze bloemlezing is de 23-jarige Nick Muller uit Doetinchem, die in het dagelijks leven journalist is bij HP/De Tijd. Voor de Zwarte Cross maakt hij een selectie van de gedichten die gekozen zijn, en vertelt over het verhaal achter het gedicht. Waarom huilt Bennie Jolink om het gedicht Ben Ali Libi van Willem Wilmink? Welk gedicht nam André Kuipers mee de ruimte in? En bij welk gedicht houdt Matthijs van Nieuwkerk het niet droog? U hoort het. Ook vrouwen zijn van harte welkom.
Typhoon: ‘De westerse samenleving ondersteunt het idee van witte superioriteit’
In het zomernummer van HP/De Tijd geeft rapper Typhoon (pseudoniem van Glenn de Randamie, 1984) zijn culturele smaak prijs. Hij vertelt daarin onder meer over het schilderij dat hem inspireerde voor het nieuwe nummer Zolen boven m’n kruin, waarom hij verslingerd is aan het boek Verslaafd aan liefde van Jan Geurtz en waarom Kendrick Lamar ‘de Messi onder de rappers’ is.
Typhoon laat zich in het interview ook uit over onder andere onze geschiedschrijving, en maakt een paar statements: “Laten we als land eens eerlijk zijn over onze zwarte bladzijdes. Steek die hand eens in eigen boezem. Herschrijf die geschiedenisboeken eens. Waar ik me bijvoorbeeld dood aan erger, zijn de geschiedenisboeken op school. Want hoe komt het bijvoorbeeld dat er een Tweede Wereldoorlog is gekomen? Don’t come with that bullshit van een Adolf Hitler die het kwaad personifieert. Zo zwart-wit is het niet. Nee, er is een hele westerse samenleving die het idee van witte superioriteit ondersteunde en ondersteunt. Daar komt dat vandaan. En we hebben er blijkbaar geen moer van geleerd. Een van de eerste daden na de Tweede Wereldoorlog, toen we vijf jaar lang zelf hadden ondervonden was het was om vernederd te worden, om onderdrukt te worden, was het ondersteunen van het apartheidsregime in Zuid-Afrika. Dat is als een moeder die een klap geeft aan haar oudste zoon, die vervolgens weer een klap geeft aan zijn jongere broertje, die weer aan de jongste en die weer aan de kat. Wil je daadwerkelijk iets veranderen, dan moet je ons handelen inzichtelijk gaan maken.”
Power to the people
Ook pleit Typhoon voor een totaal andere invulling van overheidstaken: “Er komt een punt dat we doorkrijgen dat we niet meer afhankelijk moeten zijn van de overheid, maar dat we het allemaal zelf moeten gaan doen. Power to the people. En dat punt gaat komen, ook in Nederland, en daar kijk ik heel erg naar uit. De eerste stappen naar zijn al gezet. Kijk naar zo’n love-movement, waar Lobi da Basi misschien ook wel een van de aanjagers van is, maar ook in de bezetting van het Maagdenhuis en de Occupy-beweging. We voelen met z’n allen dat de manier waarop de wereld geregeerd wordt niet meer bij ons past, dat we de macht zelf naar ons toe moeten trekken. We voelen met z’n allen dat ons lichaam ziek is, en dat we daar iets aan moeten doen. Misschien weten we nog niet precies hoe we beter kunnen worden, want we zijn geen doktoren, maar we proberen al eens wat. I might not see the day, maar beetje bij beetje gaan we naar een wereld waarin we niet meer afhankelijk zijn van een systeem, zelfvoorzienend zijn en zelf richting gaan geven. Daar kijk ik echt naar uit.”
Het gehele interview van Nick Muller met Typhoon leest u in het zomernummer van HP/De Tijd, dat nu in de schappen ligt. Lees hem hier digitaal, of sluit hier een voordelig (proef)abonnement af.
Lees ook:
Kwoot du jour. Maar wie zei het? (Van Rossem op GeenStijl, 10 juli 2015.)
Wat rapper Typhoon zegt ist einfach nicht wahr (Willem Jan Hilderink op The Post Online, 10 juli 2015.)
Expo: de surrealistische, Escheriaanse wereld van Redmer Hoekstra
HP/De Tijd Expo geeft jonge kunstenaars een podium om hun werk te tonen. Waarom? Omdat er veel moois wordt gemaakt én om uw ogen te verwennen. Deze week: Redmer Hoekstra uit Deventer.
Redmer Hoekstra (1982) studeerde in 2009 af aan Kunstacademie CABK (tegenwoordig: ArtEZ) in Zwolle. Sedertdien werkt hij als beeldend kunstenaar en illustrator.
Over zijn werk
“Ik heb altijd van vervreemding en fantaseren gehouden, dagdromen. Als kind had ik allemaal theorieën over hoe de wereld in elkaar zat en dit wist ik op de academie te herontdekken en in mijn tekenen te verwerken. De werking van dingen is een fascinatie van mij en in veel tekeningen vind je dit terug. Doordat ik bijvoorbeeld apparaten en voorwerpen ‘openwerk’ en dan vrijelijk invul wat er zich binnenin bevindt. Hierdoor krijgteen onderwerp vaak een volledig ander gevoel of betekenis.
“Ik associeer op vorm, betekenis en werking en daarbij ontstaan nieuwe combinaties. Vaak verrassend, vreemd en grappig maar ook met een vreemd soort logica, in een fantastische en surreële wereld. Veel inspiratie vind ik in de trein of onderweg, waar mijn geest over en door het landschap zweeft en nieuwe verbindingen legt tussen dingen die ik zie en vind. Een filosofische kijk op de wereld en mezelf. Wie ben ik? Wat is mijn werkelijkheid en in hoeverre bepaal ik zelf hoe deze er uit ziet? Het is daarom belangrijk om de tekeningen zo realistisch mogelijk te maken zodat de vervreemding des te sterker overkomt.”
Meer werk van Redmer Hoekstra vindt u hier.
Mannen die huilen om poëzie: Dries van Agt
Mannen huilen niet om poëzie. Of toch wel? In de bundel Gedichten die mannen aan het huilen maken vertellen meer dan zestig vooraanstaande Nederlandse en Vlaamse mannen welk gedicht hen de tranen naar de ogen jaagt. HP/De Tijd licht de komende weken enkele van deze ‘huilende mannen’ uit. Deze week: oud-premier Dries van Agt (1931) over Nestoriaanse kwatrijnen I van Hugo Pos.
“Toen ik werd verzocht bij te dragen aan de bundel Gedichten die mannen aan het huilen maken, schoten onmiddellijk twee korte teksten te binnen. Het zijn twee gedichten van elk nauwelijks vier regels lang, en ze hebben allebei te maken met afscheid bij overlijden.
“Het eerste is een tekst van Adriaan Roland Holst die heb ik aangetroffen op de overlijdensannonce van Manusama, president van de Republiek der Zuid-Molukken, wiens leven in Nederlandse ballingschap ten einde kwam. De tragiek van diens leven blijft hieruit spreken:
‘Ik zal de halmen niet meer zien
noch binden ooit de volle schoven
maar doe mij in den oogst geloven
waarvoor ik dien…’
Het gedicht dat ik graag voor deze bundel aan zou willen dragen, komt uit de ‘nestoriaanse kwatrijnen’ van de Surinaamse dichter Hugo Pos. Wel curieus dat ik u dit schrijf op de dag dat ik 84 jaar word, besef ik nu. Dit is namelijk de tekst die straks op mijn eigen overlijdensannonce zal worden gezet.”
Nestoriaanse kwatrijnen I
Hugo Pos (1913 – 2000)
Beloof me, kind, als ik van hier verdwijn
treur niet om mij, straks bloeit weer de jasmijn
en geurt de kamperfoelie. Erger zou het wezen
als zij verdwenen waren, — ik er nog zou zijn.
De bundel ‘Gedichten die mannen aan het huilen maken’ is onder meer te koop via de website van AKO.

Fotoserie: zakenman Victor Muller als geldschietende superheld
HP/De Tijd Expo geeft jonge kunstenaars een podium om hun werk te tonen. Waarom? Omdat er veel moois wordt gemaakt én om uw ogen te verwennen. Deze week: Loek Blonk uit Eindhoven.
Loek Blonk (Boxmeer, 1983) studeerde af aan de Photonica Fotovakschool in Ede (2006) en aan AKV Sint Joost in Breda (2010), afstudeerrichting: fotografie. Momenteel werkt hij als freelance fotograaf.
Over zijn werk
“In mijn werk staat de liefde voor vakmanschap, styling en theatrale settings centraal. Met deze drie liefdes tracht ik de door mij verzonnen verhalen weer te geven in foto’s. Voor de serie The Fixer, waarvan u hieronder tien foto’s ziet, heb ik met een scenario gewerkt: een zeer begaafde man, een karikatuur gebaseerd op de Nederlandse entrepreneur Victor Muller – de man die een poos geleden Saab van de ondergang heeft proberen te redden, lost financiële problemen op. De reddingspoging van Muller had iets weg van een stripverhaal. Victor was de superheld die dacht dat alleen hij het automerk van de ondergang kon redden. Zijn gadgets: financiële en boekhoudkundige trucs. Dit verhaal heb ik als basis gebruikt voor het fictieve verhaal van The Fixer. De foto’s – soms bijna kinderlijk van aard, maar ook spannend en mystiek – heb ik zo bewerkt dat het als een stripverhaal leest. Van kunstmatige belichting tot en toevoegen of weglaten van objecten in de achtergrond – noem maar op. Elk detail heeft effect op het geheel. Voor het blote oog zijn die details misschien niet meteen zichtbaar, maar voor de beleving van een foto zijn ze essentieel. Vandaar dat het maanden, soms jaren, om zo’n serie in elkaar te zetten.
“De kracht van deze foto’s is dat het als ware stills zijn uit een film: je ziet niet de hele film, maar enkel een paar sleutelmomenten. De rest kun je er zelf bij bedenken.”
Meer werk van Loek Blonk vindt u hier.
Scoop: Typhoon komt met nieuwe plaat én theatertour
Rapper Typhoon komt binnenkort met een nieuwe plaat: Moro Lobi. Ook gaat hij volgend jaar de theaters in met zijn eigen theatertour. Dat zegt hij in een interview in het zomernummer van HP/De Tijd, dat vanaf morgen in de schappen ligt.
De nieuwe EP (want dat is het, het zal geen album worden) zou eigenlijk deze zomer al verschijnen, maar het eclatante succes van zijn album Lobi da Basi en de zegetocht die daarop volgde zorgde voor vertraging. “Het verhaal van Lobi da Basi is nog niet klaar”, zegt Typhoon veelbelovend. Over de nieuwe muziek wil hij nog niet veel kwijt omdat het nogwork in progress is, maar wel geeft hij van één nummer vast de titel prijs. “Het nummer ‘Zolen boven m’n kruin’ is geïnspireerd op een schilderij dat Marit Otto (kunstenares uit Zwolle – red.) ooit maakte. Het is een schilderij waarop je de onderkant van schoenzolen ziet. Dat beeld raakte me meteen: dat was zo herkenbaar voor de situatie waar ik lange tijd in heb gezeten, dat gevoel van onderdrukking… Dat je jarenlang tegen een glazen plafond aan kijkt, ziet waar je heen wilt, maar er niet bij kunt en letterlijk de zolen van de mensen die boven je staan ziet. Jammer genoeg had Marit het schilderij al met iemand geruild voordat ik ‘m kon kopen, want ik had ‘m heel graag thuis aan de muur willen hangen.”

Theatertour
Verder zegt Typhoon dat hij volgend jaar het land door wil met zijn eigen theatertour. Concrete plannen daarvoor zijn er nog niet, maar dat hij het theater in gaat staat vast. “Theater is heel intiem: je kunt je niet verschuilen achter het bombastische van een concert. Je kunt jezelf niet ontzien. Je staat daar gewoon naakt op een podium. Juist omdat het spelen in zo’n zaal zo oncomfortabel is, zie ik het als een grote uitdaging.” (via)
Het gehele interview van Nick Muller met Typhoon staat in het zomernummer van HP/De Tijd, dat vanaf dinsdag 30 juni in de schappen ligt. Lees hem hier digitaal, of sluit hier een voordelig (proef)abonnement af.
Lees ook:
Typhoon bij GIEL! over zijn nieuwe plaat (3FM, 30 juni 2015)
Typhoon komt met nieuwe plaat (AD, 29 juni 2015)
Typhoon komt met nieuwe EP en theatertour (3voor12, 29 juni 2015)
Typhoon komt met nieuwe plaat Moro Lobi (Nu.nl, 29 juni 2015)
Eindexpo 2015: Iris Sijbom portretteert proefdieren
Honderden studenten studeren deze zomer af aan een van de vele kunstopleidingen die Nederland telt, klaar om aan de slag te gaan als beroepskunstenaar. HP/De Tijd licht de komende maand elke week vier aanstaande alumni uit – vier jonge kunstenaars die vol trots hun eindexamenwerk aan de wereld willen laten zien. Vandaag: Iris Sijbom (Emmen, 1993) studeert met haar project Animethic af als documentair fotografe aan AKV Sint Joost in Breda.
Over haar afstudeerwerk
“In de herfst van 2014 stonden de kranten vol met het schandaal wat zich had voorgedaan in de Universiteit van Maastricht. Bekend werd dat er op de universiteit labradors werden gebruikt voor het testen van pacemakers en katheters. De universiteit kwam onder een vergrootglas te liggen en er werd een petitie gestart die door ruim 130.000 mensen getekend werd. Waaronder ik. Een aantal dagen later stond in de krant dat er acht labradors waren overgedragen naar een organisatie die zou zorgen voor herplaatsing bij adoptiegezinnen. De proeven werden gestaakt, maar even later weer hervat. Simpelweg omdat er geen alternatief is.”
“Mijn werk gaat over de samenwerking tussen mens en natuur en mens en dier, en tegelijk over de controle van de een over de ander. In Animethic confronteer ik de kijker met het fenomeen proefdieren. Als dierenliefhebber betreed ik het domein waar de mens de complete controle over het dier heeft en portretteer laboratoriumdieren. Deze portretten laten het belang van het individuele dier zien, maar staan ook symbool voor een veel grotere groep. Door de dieren als krachtige individuen te laten zien, wil ik waardering oproepen voor de dieren die zich onbewust inzetten voor de wetenschap. Ook bevraag ik het verschijnsel dierproeven op zich en wil ik de kijker bewust maken van de situatie die zich binnen de muren van het laboratorium afspeelt.”
“In Nederland, maar ook in de rest van de wereld, wordt hard gezocht naar alternatieven voor dierproeven. Door de proefdieren met dit project een gezicht te geven hoop ik de kijker er van bewust te maken dat dit gebeurd en hoop ik door deze bewustwording mijn steentje te kunnen bijdragen aan deze belangrijke zoektocht naar alternatieven.”
Meer werk van Iris Sijbom vindt u hier.
Iris Sijbom
Animethic
AKV Sint Joost, Breda
2015
Mannen die huilen om poëzie: Lucky Fonz III
Mannen huilen niet om poëzie. Of toch wel? In de bundel Gedichten die mannen aan het huilen maken vertellen meer dan zestig vooraanstaande Nederlandse en Vlaamse mannen welk gedicht hen de tranen naar de ogen jaagt. HP/De Tijd licht de komende weken enkele van deze ‘huilende mannen’ uit. Deze week: troubadour Lucky Fonz III (pseudoniem van Otto Wichers, 1981) over het gedicht Immortelle LXXII van Piet Paaltjens.
“Soms, als je een mooie vrouw ziet van wie je weet dat ze al een geliefde heeft, overvalt je een kort gevoel van jaloezie — heel even maar, en dan ga je weer door. Maar af en toe gaat zo’n moment veel verder en dieper dan alleen jaloezie: haar onbeschikbaarheid is dan zo ondraaglijk dat het voelt alsof je hele leven mislukt is omdat je haar niet kunt krijgen. Je denkt: ‘Wat een waardeloos leven heb ik eigenlijk zonder zo’n mooie vrouw!’ Het voelt dan alsof het paradijs is weggelegd voor slechts een enkeling — alleen voor de luitenant, in het geval van dit gedicht.”
“Ik ken dat gevoel al mijn hele leven, en niemand weet dat gevoel zo goed te beschrijven als Piet Paaltjens. Ook de details in het gedicht, bijvoorbeeld dat de rode wijn ‘wel goed’ smaakte (terwijl het op zo’n moment natuurlijk niets meer uitmaakt of de wijn smaakt of niet) is een subtiele schijnbeweging om de heftige laatste twee regels vol te doen laten aankomen. Dat zijn wangen aan het eind van het gedicht ook niet zomaar ‘bleekjes’ zijn maar ‘onherroepelijk wit’ is natuurlijk ook niet uit de lucht gegrepen. Het is het wit van een verse grafsteen, de kleur van de absolute vergankelijkheid. En het enige medicijn dat er tegen die vergankelijkheid is, loopt zomaar aan zijn neus voorbij.”
Immortelle LXXII
Piet Paaltjens (pseudoniem van François Haverschmidt, 1835 – 1894)
Wij zaten met ons vieren
In den tuin van de sociëteit.
“Kijk, jongens!” riep Sand, “wat passeert daar
Een eeuwig knappe meid.”
“Ja” zei Kaai, “dat’s een pracht van een meisje!
Zoo zijn er geen twaalf in ’t land!”
“Ik hoor,” zuchtte Haas, “ze is in stilte
Geëngageerd met een luitenant.”
“Wat mankeert je, Paal?” riep Sand weer,
“Je wordt zoo bleek als de dood!
Neem wat dubbelgebeide!” — “Neen, Dundas!”
Schreeuwde Haas, “breng gauw een glas rood!”
Wel dronk ik, om Haas te pleizieren,
Het rood uit, — ook smaakte ’t wel goed, —
Maar op geen van mijn beide wangen
Herriep het den rozengloed.
Sinds ik weet, dat een luitnant in stilte
Mag bluffen op háár bezit,
Zien mijn vroeggeknakte wangen
Onherroepelijk marmerwit.
De bundel ‘Gedichten die mannen aan het huilen maken’ is onder meer te koop via de website van AKO.







































