Expo: de surrealistische, Escheriaanse wereld van Redmer Hoekstra

HP/De Tijd Expo geeft jonge kunstenaars een podium om hun werk te tonen. Waarom? Omdat er veel moois wordt gemaakt én om uw ogen te verwennen. Deze week: Redmer Hoekstra uit Deventer.

Redmer Hoekstra (1982) studeerde in 2009 af aan Kunstacademie CABK (tegenwoordig: ArtEZ) in Zwolle. Sedertdien werkt hij als beeldend kunstenaar en illustrator.

Over zijn werk
“Ik heb altijd van vervreemding en fantaseren gehouden, dagdromen. Als kind had ik allemaal theorieën over hoe de wereld in elkaar zat en dit wist ik op de academie te herontdekken en in mijn tekenen te verwerken. De werking van dingen is een fascinatie van mij en in veel tekeningen vind je dit terug. Doordat ik bijvoorbeeld  apparaten en voorwerpen ‘openwerk’ en dan vrijelijk invul wat er zich binnenin bevindt. Hierdoor krijgteen onderwerp vaak een volledig ander gevoel of betekenis.

“Ik associeer op vorm, betekenis en werking en daarbij ontstaan nieuwe combinaties. Vaak verrassend, vreemd en grappig maar ook met een vreemd soort logica, in een fantastische en surreële wereld. Veel inspiratie vind ik in de trein of onderweg, waar mijn geest over en door het landschap zweeft en nieuwe verbindingen legt tussen dingen die ik zie en vind. Een filosofische kijk op de wereld en mezelf. Wie ben ik?  Wat is mijn werkelijkheid en in hoeverre bepaal ik zelf hoe deze er uit ziet? Het is daarom belangrijk om de tekeningen zo realistisch mogelijk te maken zodat de vervreemding des te sterker overkomt.”

Meer werk van Redmer Hoekstra vindt u hier.

123456789101112

Mannen die huilen om poëzie: Dries van Agt

Mannen huilen niet om poëzie. Of toch wel? In de bundel Gedichten die mannen aan het huilen maken vertellen meer dan zestig vooraanstaande Nederlandse en Vlaamse mannen welk gedicht hen de tranen naar de ogen jaagt. HP/De Tijd licht de komende weken enkele van deze ‘huilende mannen’ uit. Deze week: oud-premier Dries van Agt (1931) over Nestoriaanse kwatrijnen I van Hugo Pos.

“Toen ik werd verzocht bij te dragen aan de bundel Gedichten die mannen aan het huilen maken, schoten onmiddellijk twee korte teksten te binnen. Het zijn twee gedichten van elk nauwelijks vier regels lang, en ze hebben allebei te maken met afscheid bij overlijden.

“Het eerste is een tekst van Adriaan Roland Holst die heb ik aangetroffen op de overlijdensannonce van Manusama, president van de Republiek der Zuid-Molukken, wiens leven in Nederlandse ballingschap ten einde kwam. De tragiek van diens leven blijft hieruit spreken:

‘Ik zal de halmen niet meer zien
noch binden ooit de volle schoven
maar doe mij in den oogst geloven
waarvoor ik dien…’

Het gedicht dat ik graag voor deze bundel aan zou willen dragen, komt uit de ‘nestoriaanse kwatrijnen’ van de Surinaamse dichter Hugo Pos. Wel curieus dat ik u dit schrijf op de dag dat ik 84 jaar word, besef ik nu. Dit is namelijk de tekst die straks op mijn eigen overlijdensannonce zal worden gezet.”

Nestoriaanse kwatrijnen I
Hugo Pos (1913 – 2000)

Beloof me, kind, als ik van hier verdwijn
treur niet om mij, straks bloeit weer de jasmijn
en geurt de kamperfoelie. Erger zou het wezen
als zij verdwenen waren, — ik er nog zou zijn.

De bundel ‘Gedichten die mannen aan het huilen maken’ is onder meer te koop via de website van AKO.

 

Dries van Agt
Dries van Agt

 

Fotoserie: zakenman Victor Muller als geldschietende superheld

HP/De Tijd Expo geeft jonge kunstenaars een podium om hun werk te tonen. Waarom? Omdat er veel moois wordt gemaakt én om uw ogen te verwennen. Deze week: Loek Blonk uit Eindhoven.

Loek Blonk (Boxmeer, 1983) studeerde af aan de Photonica Fotovakschool in Ede (2006) en aan AKV Sint Joost in Breda (2010), afstudeerrichting: fotografie. Momenteel werkt hij als freelance fotograaf.

Over zijn werk
“In mijn werk staat de liefde voor vakmanschap, styling en theatrale settings centraal. Met deze drie liefdes tracht ik de door mij verzonnen verhalen weer te geven in foto’s. Voor de serie The Fixer, waarvan u hieronder tien foto’s ziet, heb ik met een scenario gewerkt: een zeer begaafde man, een karikatuur gebaseerd op de Nederlandse entrepreneur Victor Muller – de man die een poos geleden Saab van de ondergang heeft proberen te redden, lost financiële problemen op. De reddingspoging van Muller had iets weg van een stripverhaal. Victor was de superheld die dacht dat alleen hij het automerk van de ondergang kon redden. Zijn gadgets: financiële en boekhoudkundige trucs. Dit verhaal heb ik als basis gebruikt voor het fictieve verhaal van The Fixer. De foto’s – soms bijna kinderlijk van aard, maar ook spannend en mystiek – heb ik zo bewerkt dat het als een stripverhaal leest. Van kunstmatige belichting tot en toevoegen of weglaten van objecten in de achtergrond – noem maar op. Elk detail heeft effect op het geheel. Voor het blote oog zijn die details misschien niet meteen zichtbaar, maar voor de beleving van een foto zijn ze essentieel. Vandaar dat het maanden, soms jaren, om zo’n serie in elkaar te zetten.
“De kracht van deze foto’s is dat het als ware stills zijn uit een film: je ziet niet de hele film, maar enkel een paar sleutelmomenten. De rest kun je er zelf bij bedenken.”

Meer werk van Loek Blonk vindt u hier.

The Fixer | the incredible men

 

The Fixer | the incredible men

 

The Fixer | the incredible men

 

The Fixer | the incredible men

 

The Fixer | the incredible men

 

The Fixer | the incredible men

 

The Fixer | the incredible men

 

The Fixer | the incredible men

 

The Fixer | the incredible men

 

The Fixer | the incredible men

Scoop: Typhoon komt met nieuwe plaat én theatertour

Rapper Typhoon komt binnenkort met een nieuwe plaat: Moro Lobi. Ook gaat hij volgend jaar de theaters in met zijn eigen theatertour. Dat zegt hij in een interview in het zomernummer van HP/De Tijd, dat vanaf morgen in de schappen ligt.

De nieuwe EP (want dat is het, het zal geen album worden) zou eigenlijk deze zomer al verschijnen, maar het eclatante succes van zijn album Lobi da Basi en de zegetocht die daarop volgde zorgde voor vertraging. “Het verhaal van Lobi da Basi is nog niet klaar”, zegt Typhoon veelbelovend. Over de nieuwe muziek wil hij nog niet veel kwijt omdat het nogwork in progress is, maar wel geeft hij van één nummer vast de titel prijs. “Het nummer ‘Zolen boven m’n kruin’ is geïnspireerd op een schilderij dat Marit Otto (kunstenares uit Zwolle – red.) ooit maakte. Het is een schilderij waarop je de onderkant van schoenzolen ziet. Dat beeld raakte me meteen: dat was zo herkenbaar voor de situatie waar ik lange tijd in heb gezeten, dat gevoel van onderdrukking… Dat je jarenlang tegen een glazen plafond aan kijkt, ziet waar je heen wilt, maar er niet bij kunt en letterlijk de zolen van de mensen die boven je staan ziet. Jammer genoeg had Marit het schilderij al met iemand geruild voordat ik ‘m kon kopen, want ik had ‘m heel graag thuis aan de muur willen hangen.”

NAP2008

Theatertour
Verder zegt Typhoon dat hij volgend jaar het land door wil met zijn eigen theatertour. Concrete plannen daarvoor zijn er nog niet, maar dat hij het theater in gaat staat vast. “Theater is heel intiem: je kunt je niet verschuilen achter het bombastische van een concert. Je kunt jezelf niet ontzien. Je staat daar gewoon naakt op een podium. Juist omdat het spelen in zo’n zaal zo oncomfortabel is, zie ik het als een grote uitdaging.” (via)

Het gehele interview van Nick Muller met Typhoon staat in het zomernummer van HP/De Tijd, dat vanaf dinsdag 30 juni in de schappen ligt. Lees hem hier digitaal, of sluit hier een voordelig (proef)abonnement af.

Lees ook:
Typhoon bij GIEL! over zijn nieuwe plaat (3FM, 30 juni 2015)
Typhoon komt met nieuwe plaat (AD, 29 juni 2015)
Typhoon komt met nieuwe EP en theatertour (3voor12, 29 juni 2015)
Typhoon komt met nieuwe plaat Moro Lobi (Nu.nl, 29 juni 2015)

Eindexpo 2015: Iris Sijbom portretteert proefdieren

Honderden studenten studeren deze zomer af aan een van de vele kunstopleidingen die Nederland telt, klaar om aan de slag te gaan als beroepskunstenaar. HP/De Tijd licht de komende maand elke week vier aanstaande alumni uit – vier jonge kunstenaars die vol trots hun eindexamenwerk aan de wereld willen laten zien. Vandaag: Iris Sijbom (Emmen, 1993) studeert met haar project Animethic af als documentair fotografe aan AKV Sint Joost in Breda.

Over haar afstudeerwerk
“In de herfst van 2014 stonden de kranten vol met het schandaal wat zich had voorgedaan in de Universiteit van Maastricht. Bekend werd dat er op de universiteit labradors werden gebruikt voor het testen van pacemakers en katheters. De universiteit kwam onder een vergrootglas te liggen en er werd een petitie gestart die door ruim 130.000 mensen getekend werd. Waaronder ik. Een aantal dagen later stond in de krant dat er acht labradors waren overgedragen naar een organisatie die zou zorgen voor herplaatsing bij adoptiegezinnen. De proeven werden gestaakt, maar even later weer hervat. Simpelweg omdat er geen alternatief is.”

“Mijn werk gaat over de samenwerking tussen mens en natuur en mens en dier, en tegelijk over de controle van de een over de ander. In Animethic confronteer ik de kijker met het fenomeen proefdieren. Als dierenliefhebber betreed ik het domein waar de mens de complete controle over het dier heeft en portretteer laboratoriumdieren. Deze portretten laten het belang van het individuele dier zien, maar staan ook symbool voor een veel grotere groep. Door de dieren als krachtige individuen te laten zien, wil ik waardering oproepen voor de dieren die zich onbewust inzetten voor de wetenschap. Ook bevraag ik het verschijnsel dierproeven op zich en wil ik de kijker bewust maken van de situatie die zich binnen de muren van het laboratorium afspeelt.”

“In Nederland, maar ook in de rest van de wereld, wordt hard gezocht naar alternatieven voor dierproeven. Door de proefdieren met dit project een gezicht te geven hoop ik de kijker er van bewust te maken dat dit gebeurd en hoop ik door deze bewustwording mijn steentje te kunnen bijdragen aan deze belangrijke zoektocht naar alternatieven.”

Meer werk van Iris Sijbom vindt u hier.

Iris Sijbom
Animethic
AKV Sint Joost, Breda
2015

Animethic_1Animethic_2Animethic_4Animethic_5Animethic_3

Mannen die huilen om poëzie: Lucky Fonz III

Mannen huilen niet om poëzie. Of toch wel? In de bundel Gedichten die mannen aan het huilen maken vertellen meer dan zestig vooraanstaande Nederlandse en Vlaamse mannen welk gedicht hen de tranen naar de ogen jaagt. HP/De Tijd licht de komende weken enkele van deze ‘huilende mannen’ uit. Deze week: troubadour Lucky Fonz III (pseudoniem van Otto Wichers, 1981) over het gedicht Immortelle LXXII van Piet Paaltjens.

“Soms, als je een mooie vrouw ziet van wie je weet dat ze al een geliefde heeft, overvalt je een kort gevoel van jaloezie — heel even maar, en dan ga je weer door. Maar af en toe gaat zo’n moment veel verder en dieper dan alleen jaloezie: haar onbeschikbaarheid is dan zo ondraaglijk dat het voelt alsof je hele leven mislukt is omdat je haar niet kunt krijgen. Je denkt: ‘Wat een waardeloos leven heb ik eigenlijk zonder zo’n mooie vrouw!’ Het voelt dan alsof het paradijs is weggelegd voor slechts een enkeling — alleen voor de luitenant, in het geval van dit gedicht.”

“Ik ken dat gevoel al mijn hele leven, en niemand weet dat gevoel zo goed te beschrijven als Piet Paaltjens. Ook de details in het gedicht, bijvoorbeeld dat de rode wijn ‘wel goed’ smaakte (terwijl het op zo’n moment natuurlijk niets meer uitmaakt of de wijn smaakt of niet) is een subtiele schijnbeweging om de heftige laatste twee regels vol te doen laten aankomen. Dat zijn wangen aan het eind van het gedicht ook niet zomaar ‘bleekjes’ zijn maar ‘onherroepelijk wit’ is natuurlijk ook niet uit de lucht gegrepen. Het is het wit van een verse grafsteen, de kleur van de absolute vergankelijkheid. En het enige medicijn dat er tegen die vergankelijkheid is, loopt zomaar aan zijn neus voorbij.”

Immortelle LXXII
Piet Paaltjens (pseudoniem van François Haverschmidt, 1835 – 1894)

Wij zaten met ons vieren
In den tuin van de sociëteit.
“Kijk, jongens!” riep Sand, “wat passeert daar
Een eeuwig knappe meid.”
“Ja” zei Kaai, “dat’s een pracht van een meisje!
Zoo zijn er geen twaalf in ’t land!”
“Ik hoor,” zuchtte Haas, “ze is in stilte
Geëngageerd met een luitenant.”
“Wat mankeert je, Paal?” riep Sand weer,
“Je wordt zoo bleek als de dood!
Neem wat dubbelgebeide!” — “Neen, Dundas!”
Schreeuwde Haas, “breng gauw een glas rood!”
Wel dronk ik, om Haas te pleizieren,
Het rood uit, — ook smaakte ’t wel goed, —
Maar op geen van mijn beide wangen
Herriep het den rozengloed.
Sinds ik weet, dat een luitnant in stilte
Mag bluffen op háár bezit,
Zien mijn vroeggeknakte wangen
Onherroepelijk marmerwit.

De bundel ‘Gedichten die mannen aan het huilen maken’ is onder meer te koop via de website van AKO.

Lucky Fonz III
Lucky Fonz III

 

Zelfportret Dick Matena: ‘Ik leef in een wereld die niet meer de mijne is’

Hij leerde het vak in de tekenstudio van Marten Toonder, waar hij – eerst als volontair, later in vaste dienst en als freelancer – mee mocht tekenen aan onder meer de dagelijkse strip van Tom Poes.

In weekblad Prinses publiceerde striptekenaar Dick Matena (1943) voor het eerst een strip onder eigen naam: Polletje Pluim. In de jaren daarna werkte hij onder meer mee aan stripverhalen in weekblad Pep (De Argonautjes, Ridder Roodhart) en de Donald Duck (De Grote Boze Wolf, Tokkie Tor). Eind jaren zeventig krijgt hij internationale bekendheid door zijn nieuwe, realistische manier van tekenen waarmee hij beeldverhalen als Mythen heeft vormgegeven. Diezelfde stijl is terug te vinden in het werk waar we hem tegenwoordig vooral van kennen: zijn ‘verstrippingen’ van romans als De Avonden van Gerard Reve, Kaas van Willem Elsschot en Kort Amerikaans van Jan Wolkers.

Dit jaar zit hij 55 jaar in het vak. Museum Meermanno in Den Haag stelde een overzichtstentoonstelling samen: Dick Matena. Getekend leven. De tentoonstelling geeft in ruim tweehonderd originele tekeningen, schetsen en brieven een beeld van de omvangrijke carrière van ‘s lands bekendste striptekenaar.

Reden voor HP/De Tijd om Dick Matena te onderwerpen aan ‘zelfportret’: een klassieke serie vragen, gebaseerd op de vermaarde questionnaire van Marcel Proust.

Wat is uw huidige gemoedstoestand?
Na een hartinfarct, hartstilstand en hartoperatie is mijn gemoedstoestand: chronisch onrustig en bij vlagen wanhopig. De mentale nasleep is heviger dan de fysieke.

Wie zijn uw helden?
Helden heb ik teveel om op te noemen. In de sport, in de kunst, in het sociale leven – ik ben erg goed in bewonderen. Om er willekeurig een paar te noemen: Hans G. Kresse (de tekenaar van Eric de Noorman), de jonge Elvis en Olivier B. Bommel.

Aan wie ergert u zich?
Aan zelfingenomen mensen die alles wat ze overkomt aan roem, geld en succes vanzelfsprekend vinden. Dat is een eigenschap die vooral bij tv-diva’s veel voorkomt.

Lijkt u op uw vader?
Qua uiterlijk niet. Ik geloof sowieso ook dat je eerder gevormd wordt door het tijdsgewricht waarin je leeft en wat daarin gebeurt, dan door opvoeding en overerving. Al ontken ik het bestaan van genen natuurlijk niet.

Lijkt u op uw moeder?
Qua uiterlijk wel. Voor de rest: zie mijn vorige antwoord. Al vrees ik dat in dit geval via opvoeding een aantal van haar fobieën en angsten ook de mijne geworden zijn. Of via haar genen, vooruit dan maar.

Wat zijn uw dagdromen?
Dagdromen doe je als je jong bent en alles nog mogelijk is. Op mijn tweeënzeventigste kan ik moeilijk nog mijmeren over een toekomst die al geruime tijd achter me ligt.

Wat is uw grootste angst?
Laat ik ‘t maar op doodsangst houden. Want het is toch de angst voor het sterven dat je in leven houdt – je zelfs aan het leven doet vastklampen, ook al lijkt dat leven totaal uitzichtloos.

Bidt u weleens?
Net als iedereen roep ik God weleens aan. ‘Godallemachtig!’ ‘God sta me bij!’ Of: ‘Dat God je moge helpen, mij ontbreekt daarvoor de tijd!’ Als dat bidden is, dan bid ik regelmatig.

Heeft u ooit een mystieke ervaring gehad?
Nee. Ik ben even klinisch dood geweest, maar herinner me geen bijna-doodervaring. Geen tunnel met aan het eind een helder licht waar overleden dierbaren me hartelijk welkom heetten of zoiets. Alleen maar diepe duisternis, helaas.

Bent u aantrekkelijk?
Ooit geweest, toen de wereld jong was en iedereen mooi. Nu maak ik mezelf graag wijs dat ik van binnen mooi ben: geestig, aardig en charmant.

matena

Wat is uw definitie van geluk?
Gelukkig ben je altijd later, nooit op het moment zelf. Geluk is voor de weemoedigen. Geluk is voor zangers en dichters die nostalgisch kunnen wegdromen over vroeger en daar mooie teksten over schrijven, zodat wij die momenten van geluk ook nog even terug kunnen halen.

Waar schaamt u zich voor?
Toen ik jong was schaamde ik me voor alles. Van lieverlee werd dat minder en minder, en nu ik oud ben schaam ik me voor bijna niets meer. En een weekje in een ziekenhuis doet dat ‘bijna’ ook nog verdwijnen.

Bent u monogaam?
Ja, maar dat is ook niet zo moeilijk. De vrouw met wie ik al 41 jaar getrouwd ben, ziet er nog altijd uit als een filmster. Ze is lief als een engel en sexy is ze ook nog. Waarom dan vreemdgaan?

Wanneer heeft u voor het laatst gehuild?
Gisteren.

Hoe moedig bent u?
Wanneer ben je moedig? Een man, ik vond hem altijd een watje, sprong zijn zoon achterna toen die plots in de kolkende zee was verdwenen. Zou ik hem dat nadoen? Geen idee. Helaas zijn ze allebei verdronken. Voor zo’n man neem ik mijn hoed af.

Van wie heeft u het meest geleerd?
Er is altijd wel iemand van wie je iets opsteekt. Van je ouders, van leraren, van mensen die je al jaren kent, maar een opmerking van een toevallige passant kan ook blijven hangen. Ik kan onmogelijk een specifiek iemand noemen.

Welke eigenschap waardeert u in een vrouw?
Humor, gevatheid, ironie, intelligentie en dat gecombineerd met alles wat een vrouw fysiek aantrekkelijk maakt. (Kwijl, kwijl.)

Welke eigenschap waardeert u in een man?
Alles wat ik ook waardeer in een vrouw, maar dan zonder ‘alles wat een vrouw fysiek aantrekkelijk maakt’ natuurlijk.

Als u iets aan uzelf kon veranderen, wat zou dat dan zijn?
Mezelf een kop geven die mooi oud wordt. Zoals Gregory Peck die vroeger had, Sean Connery die nu heeft en, vrees ik, George Clooney die in de toekomst krijgt.

Hoe ontspant u zich?
Vroeger was dat met drank. En dan doordrinken tot net dat ene glas teveel, en ontspanning oversloeg in agressie.  Nu ik niet meer drink kom ik tot rust met obligate dingen: een boek, een film, televisiekijken en muziek.

Van wie houdt u het meest?
Van mijn vrouw en kinderen natuurlijk, en van mijn vrienden. En abstracter: van hen die mijn leven verrijkt hebben. Tekenaars, schilders, schrijvers, dichters, zangers – kunstenaars in het algemeen. En daar horen ook enkele topsporters bij, Johan Cruijff en Eddy Merckx in het bijzonder.

Gelooft u in God?
Dat zou ik graag willen. Leven en sterven zouden dan een stuk prettiger en makkelijker zijn.

Waaraan bent u het meest gehecht?
Nog altijd aan het leven en aan alles en iedereen die me dierbaar is, ook al sta ik met één been in de jaren vijftig en met het andere in het graf, in een wereld die niet van mij is maar van mijn kinderen en kleinkinderen.

Welk leed heeft u anderen berokkend?
Veel leed waar ik waarschijnlijk geen weet van heb, want onbewust doe je veel kwaad. Waar ik zelf het meest onder lijdt is het leed dat ik mijn kinderen uit mijn eerste huwelijk berokkend heb nadat ik scheidde van hun moeder, hoe onvermijdelijk die scheiding ook was. We hebben hen een jeugd ontroofd en dat is nooit meer goed te maken, helaas.

Wat beschouwt u als uw grootste mislukking?
Mijn eerste huwelijk.

Wanneer was u het gelukkigst?
Als ik terugkijk: tussen mijn dertigste en mijn vijftigste. Toen mijn kinderen nog klein waren, mijn werk floreerde, mijn tweede huwelijk gelukkig was en het leven in het algemeen goed.

Wat is de beste plek om te wonen?
Ik heb het in een aardig huis in een bos altijd het meest naar mijn zin gehad, maar mijn vrouw gedijt het best in Amsterdam. Een compromis zou dan zijn een huis in een Amsterdams bos, maar ja: vind dat maar eens.

Wie hoopt u nooit meer terug te zien?
Ik ontmoet dagelijks mensen bij wie ik denk: hopelijk zie ik hem of haar nooit meer terug. Maar als ik dan ‘s avonds naar bed ga, ben ik alweer vergeten wie het waren. Ik heb geen specifieke personen die ik nooit meer terug hoop te zien. Met het klimmen der jaren neemt de rancune af, merk ik.

Hoe is ongeluk te vermijden?
Ongeluk is niet te vermijden. Kleine en grote ongelukken, ze horen erbij en ze overkomen vroeg of laat iedereen. Ik heb mensen gekend die uitgesproken zondagskinderen waren, voor het geluk geboren, en die op het laatst van hun leven in een poel van ellende terechtkwamen omdat ze ook nog eens het ‘geluk’ hadden stokoud te worden, te oud zelfs, en uiteindelijk na een prachtig leven diep ongelukkig stierven.

Wat is uw devies?
Geen. Ik hou niet zo van tegeltjeswijsheden.

De tentoonstelling ‘Dick Matena. Getekend leven’ is tot en met 27 september 2015 te zien in Museum Meermanno in Den Haag. Meer informatie vindt u hier.

Dick Matena. Foto: Ringel Goslinga

 

Nick signeert bij boekhandel Raadgeep & Berrevoets in Doetinchem

Via de website van boekhandel Raadgeep & Berrevoets in Doetinchem:
Zaterdag 20 juni | Van 13.00 tot 15.30 |
Het leukste last-minute vaderdagkado!

Doetinchemmer Nick Muller interviewde zestig vooraanstaande Nederlandse en Vlaamse mannen vertellen over het gedicht dat hen, elke keer als ze het lezen, ontroert. Mannen die misschien niet direct geassocieerd worden met poëzie, maar bij wie de dichtkunst wel een gevoelige snaar raakt. Elk gedicht wordt ingeleid met een persoonlijk verhaal waardoor het boek meer wordt dan een poëziebloemlezing – het is een toegankelijk boek vol hoogtepunten uit onze vaderlandse poëzie, gekozen door de personen die ons huidige tijdsbeeld bepalen.

Met bijdragen van onder meer: Arnon Grunberg, Maarten van Rossem, Typhoon, René Gude, Matthijs van Nieuwkerk, Huub Stapel, Emile Roemer, Peter R. de Vries, Aart Staartjes, André Kuipers, Ed van Thijn en vele anderen

Zaterdag 20 juni | Van 13.00 tot 15.30 | Boekhandel Raadgeep en Berrevoets

20999_10200593994569728_2851005384265167346_n

Video: Typhoon leest ‘De herberg’ van Jalal ad-Din Rumi

Dit artikel is eerder verschenen op de website van HP/De Tijd.

Mannen huilen niet om poëzie. Of toch wel? In de bundel Gedichten die mannen aan het huilen maken vertellen meer dan zestig vooraanstaande Nederlandse en Vlaamse mannen welk gedicht hen de tranen naar de ogen jaagt. HP/De Tijd licht de komende weken enkele van deze ‘huilende mannen’ uit. Deze week: rapper Typhoon (artiestennaam van Glenn de Randamie, 1984) over het gedicht De herberg van Jalal ad-Din Rumi.

“Al meteen de eerste keer dat ik het gedicht ‘De herberg’ van Jalal ad-Din Rumi las, kwamen er tranen. Het gedicht nodigt je namelijk om vriendelijker te zijn voor jezelf, jezelf te accepteren vanuit zelfliefde en geen vooropgezette ideeën te hebben over hoe iets is of hoe iets hoort te zijn. Ik leef in een wereld waarin er van alles van me wordt verwacht: dat ik leidinggeef, dat ik verantwoordelijkheden draag. Daardoor vind ik het doorgaans moeilijk om vriendelijk voor mezelf te zijn, mezelf te accepteren zoals ik ben en geen vooropgezette ideeën te hebben. ‘De herberg’ daagt me uit om erop te vertrouwen dat ik compleet ben, dat alles dat zich in mij manifesteert er met een reden is en dat ik alles moet benaderen met een open blik.”

De herberg
Jalal ad-Din Rumi (1207 – 1273)
(Vertaling: Romeck van Zeyl)

Dit mens-zijn is een soort herberg:
elke ochtend weer bezoek.

Een vreugde, een depressie, een benauwdheid,
een flits van inzicht komt
als een onverwachte gast.

Verwelkom ze; ontvang ze allemaal gastvrij!
Zelfs als er een menigte verdriet binnenstormt
die met geweld je hele huisraad kort en klein slaat.

Behandel dan toch elke gast met eerbied.
Misschien komt hij de boel ontruimen
om plaats te maken voor extase…

De donkere gedachte, schaamte, het venijn,
ontmoet ze bij de voordeur met een brede grijns
en vraag ze om erbij te komen zitten.

Wees blij met iedereen die langskomt.
De hemel heeft ze stuk voor stuk gestuurd
om jou als raadgever te dienen.

De bundel ‘Gedichten die mannen aan het huilen maken’ is onder meer te koop via de website van AKO.