Quote: “Gedichten die mannen aan het huilen maken is een bundel die je haast niet neer kunt leggen om meer dan één reden. Het is intrigerend als mensen via zoiets intiems als een gedicht een kijkje in hun ziel geven. Ook zet het boek aan om bijna vergeten dichters te (her)ontdekken en hun bundels erbij te pakken.”
Op vrijdag 5 juni was Nick Muller te gast bij Zwarte Cross Radio, om te praten over het boek Gedichten die mannen aan het huilen maken en het optreden dat hij gaat verzorgen op de Zwarte Cross. Het fragment is hieronder terug te luisteren.
Honderden studenten studeren deze zomer af aan een van de vele kunstopleidingen die Nederland telt, klaar om aan de slag te gaan als beroepskunstenaar. HP/De Tijd licht de komende maand elke week vier aanstaande alumni uit – vier jonge kunstenaars die vol trots hun eindexamenwerk aan de wereld willen laten zien. Vandaag: Anne Paternotte (Naarden, 1990) studeert met haar fotoproject Perception of the Weary Eye af als fotograaf aan AKV Sint Joost in Breda.
Over haar afstudeerproject “Slaaptekort heeft een flinke invloed op je geest, je perceptie en je staat van bewustzijn. Die verschillende invloeden probeer ik te verbeelden aan de hand van een door mij gecreëerde beeldtaal. Mijn afstudeerproject Perception of the Weary Eye (‘Perceptie van het vermoeide oog’) is een vervolg op de serie Streets of Insomnia, waarin ik eigen slapeloosheid verbeeldde en mijn nachtelijke wandelingen fotografeerde. De serie Perception of the Weary Eye doet je wanen in een droomwereld waarin rust en poëzie te vinden zijn, maar ook de onvermijdelijke verwarring, vermoeidheid en benauwenis. De serie is geïnspireerd op verhalen van de voor dit project geportretteerde mensen met slapeloosheid. Net als bij de serie Streets of Insomnia probeer ik de perceptie van het vermoeide oog in een poëtische vorm te gieten. Door het vervelende om te zetten naar iets moois, heb ik een manier gevonden om om te gaan met mijn slaapstoornis en kan ik mensen een inzicht geven in de wereld van iemand die aan zo’n stoornis lijdt.”
Mannen huilen niet om poëzie. Of toch wel? In de bundel Gedichten die mannen aan het huilen maken vertellen meer dan zestig vooraanstaande Nederlandse en Vlaamse mannen welk gedicht hen de tranen naar de ogen jaagt. HP/De Tijd licht de komende weken enkele van deze ‘huilende mannen’ uit. Deze week: ruimtevaarder André Kuipers (1958) over het gedicht Aan een ruimtevaarder van Marjolijn van Heemstra.
“Het gedicht Aan een ruimtevaarder van Marjolijn van Heemstra heb ik meegenomen op mijn ruimtereis naar het internationale ruimtestation iss, van 21 december 2011 tot 1 juli 2012. Veel informatie tussen de aarde en het ruimtestation wordt vanzelfsprekend digitaal uitgewisseld en ik had er derhalve voor kunnen kiezen om dit gedicht te laten uploaden. Ik besloot de tekst in fysieke vorm mee te nemen, gedrukt in kleine letters op een stukje papier, als onderdeel van de slechts anderhalve kilo die een astronaut als ‘persoonlijke bagage’ mag meenemen.”
“Aan een ruimtevaarder is voor mij de reflectie van het verlangen om naar de ruimte te willen reizen en los van de zwaartekracht te komen, een verlangen dat veel mensen koesteren. Een verlangen dat ik goed herken. Datzelfde verlangen was voor mij de drijfveer om ooit de keuze te maken om ruimtevaarder te willen worden. Een keuze die door veel mensen niet serieus genomen werd. Ik beet mij vast in mijn droom om ooit de aarde vanuit de ruimte te kunnen aanschouwen. Het verlangen was groot, de drijfveer om ‘te zwemmen in de afwezigheid van grond en getijden’ sterk. Het is gelukt.”
“Op Wereldpoëziedag besloot ik het gedicht in de ruimte voor te dragen. Zo werd deze ode ‘Aan een ruimtevaarder’ tevens een ode aan de dichteres, Marjolijn van Heemstra. ‘Wil je zeggen dat ik er ben?’ zo eindigt haar gedicht. Ik gunde Marjolijn deze reis naar de ruimte. Een stukje van haar was daar.”
Aan een ruimtevaarder (Voor André Kuipers) Marjolijn van Heemstra (1981)
Ik ben een cluster dode zonnen, hardgeworden overschot
vol weerstand, zelfs met maximale aanloop
kaatst de lucht mijn sprong nog voor kniehoogte terug
ik drijf alleen op water en zelfs dat maar tijdelijk
de ruimte tussen mijn gespreide armen
vangt geen wind.
Ik ga in zoogdiergang, van zand naar zand
kom niet boven het rumoer van vee
het geroezemoes van zee of ooghoogte
ik moet de satellieten maar geloven;
het kleurig stromend ozonvel
het fijne edelstenen ei.
Ik weet van vacuümgevaren
het netwerk van nevels en cellen
speldenknoppen poorten naar het licht
andersom heb ik de reis al vaak gemaakt
dit nietig sterrenstoffenlijf uitvergroot
tot lege zalen.
Maar jij hebt ontsnappingssnelheid
stapt straks met veren voeten de explosie in
telt jezelf tussen de sterren
zwemt in de afwezigheid van grond en getijden
ziet ons voor de vlekken die we zijn.
Als jij met niks dan lucht op je rug
in het schijnsel van het eerste moment —
wil je richting het duister draaien
en wil je zeggen dat ik er ben?
De bundel ‘Gedichten die mannen aan het huilen maken’ is onder meer te koop via de website van AKO.
Honderden studenten studeren deze zomer af aan een van de vele kunstopleidingen die Nederland telt, klaar om aan de slag te gaan als beroepskunstenaar. HP/De Tijd licht de komende maand elke week vier aanstaande alumni uit – vier jonge kunstenaars die vol trots hun eindexamenwerk aan de wereld willen laten zien. Vandaag: Laurie van Helden (Veldhoven, 1991) studeert met de fotoserie ‘Onvermijdelijkheid’ af aan ArtEZ Arnhem.
Over haar afstudeerwerk “Het associëren , het onbewust verbinden van de de ene gedachte met de andere, komt veel terug in mijn werk. Ik combineer vaak beelden met elkaar, en laat aan de kijker om te bedenken wat die beelden met elkaar te maken hebben. Een van mijn grote inspiratiebronnen daarbij is Wes Anderson, wat mij betreft een van de grootste filmmakers van dit moment. De sfeer die hij oproept in zijn films prober ik op te reopen met mijn foto’s.”
“De fotoserie ‘Onvermijdelijkheid’ belicht twee kanten van een situatie die onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. Het beeld aan de ene kant heft namelijk altijd invloed op het beeld aan de andere kant. Enerzijds zijn er de heel persoonlijke foto’s die ik heb genomen met mijn telefoon, voor en achter de camera. Het zijn niet geplande momenten die in het moment toch geënsceneerd zijn. Ik werk dus met het moment en de ruimte die ik heb, maar kies bewust het kader, waardoor ik toch invloed heb op de foto. Anderszijds zijn er de foto’s met het model. Die foto’s zijn heel erg gestileerd en geënsceneerd. Hierbij heb ik juist ook de andere kant van het beeld betrokken – de kant die normaal niet in beeld komt, de lelijke kant.”
Honderden studenten studeren deze zomer af aan een van de vele kunstopleidingen die Nederland telt, klaar om aan de slag te gaan als beroepskunstenaar. HP/De Tijd licht de komende maand elke week vier aanstaande alumni uit – vier jonge kunstenaars die vol trots hun eindexamenwerk aan de wereld willen laten zien. Vandaag: Eelke Bekkenutte (Arnhem, 1993) studeert met haar fotoproject ‘Het universum van Josuah en de vastlegger van de werkelijkheid’ af als fotografe aan AKV St. Joost in Breda.
Over haar afstudeerproject
“Mijn afstudeerproject ‘Het universum van Josuah en de vastlegger van de werkelijkheid’ begon met vier zinnen die ik min of meer ‘zomaar’ opschreef:
‘Het universum van Josuah.
Hou niet vast aan 4.
Emmy wil volwassen worden.
Er is een conflict.’
Vervolgens ben ik gaan maken.”
“Al schrijvend, vervend, tekenend, bouwend, fotograferend ontstond ‘Het universum van Josuah’. Op de eindexpositie verbeeld ik mijn project in de vorm van een installatie die een soort zelf in elkaar getimmerd altaar aanneemt, met daarbij een groot boek – het eerste TEST(amen)t.”
In het universum van Josuah gaat het over een eeuwige, zinloze zoektocht en verlangen naar het onbekende. Tevens gaat het over de strijd tussen de orde en de chaos, de objectiviteit en de subjectiviteit én over de zinvolheid en de zinloosheid met daarin het zoeken naar waarheid in al zijn complexiteit.”
In de ZZP-special van HP/De Tijd, die vanaf vandaag in de winkels ligt, geeft oorlogsverslaggever Arnold Karskens zijn culturele smaak prijs. Hieronder vindt u enkele fragmenten uit het interview.
En het is er weer een om blij van te worden. Quote: “Het is niet alleen een mooie verzameling ontroerende gedichten, maar een intrigerende blik in zowel het hart als de tranen van bekend Nederland. Een aanwinst voor de poëzie én de boekenkast.”
Recensie ‘Gedichten die mannen aan het huilen maken’ in door Ingmar Heytze, 30 mei 2015. Verschenen in onder meer het AD en De Gelderlander.
“De grote verdienste van dit boek is dat het laat zien hoe het lezen van poëzie ons kan helpen met léven. En Arie Boomsma? Die koos het mooiste gedicht in de bundel.”