Honderden studenten studeren deze zomer af aan een van de vele kunstopleidingen die Nederland telt, klaar om aan de slag te gaan als beroepskunstenaar. HP/De Tijd licht de komende maand elke week vier aanstaande alumni uit – vier jonge kunstenaars die vol trots hun eindexamenwerk aan de wereld willen laten zien. Vandaag: Laurie van Helden (Veldhoven, 1991) studeert met de fotoserie ‘Onvermijdelijkheid’ af aan ArtEZ Arnhem.
Over haar afstudeerwerk “Het associëren , het onbewust verbinden van de de ene gedachte met de andere, komt veel terug in mijn werk. Ik combineer vaak beelden met elkaar, en laat aan de kijker om te bedenken wat die beelden met elkaar te maken hebben. Een van mijn grote inspiratiebronnen daarbij is Wes Anderson, wat mij betreft een van de grootste filmmakers van dit moment. De sfeer die hij oproept in zijn films prober ik op te reopen met mijn foto’s.”
“De fotoserie ‘Onvermijdelijkheid’ belicht twee kanten van een situatie die onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. Het beeld aan de ene kant heft namelijk altijd invloed op het beeld aan de andere kant. Enerzijds zijn er de heel persoonlijke foto’s die ik heb genomen met mijn telefoon, voor en achter de camera. Het zijn niet geplande momenten die in het moment toch geënsceneerd zijn. Ik werk dus met het moment en de ruimte die ik heb, maar kies bewust het kader, waardoor ik toch invloed heb op de foto. Anderszijds zijn er de foto’s met het model. Die foto’s zijn heel erg gestileerd en geënsceneerd. Hierbij heb ik juist ook de andere kant van het beeld betrokken – de kant die normaal niet in beeld komt, de lelijke kant.”
Honderden studenten studeren deze zomer af aan een van de vele kunstopleidingen die Nederland telt, klaar om aan de slag te gaan als beroepskunstenaar. HP/De Tijd licht de komende maand elke week vier aanstaande alumni uit – vier jonge kunstenaars die vol trots hun eindexamenwerk aan de wereld willen laten zien. Vandaag: Eelke Bekkenutte (Arnhem, 1993) studeert met haar fotoproject ‘Het universum van Josuah en de vastlegger van de werkelijkheid’ af als fotografe aan AKV St. Joost in Breda.
Over haar afstudeerproject
“Mijn afstudeerproject ‘Het universum van Josuah en de vastlegger van de werkelijkheid’ begon met vier zinnen die ik min of meer ‘zomaar’ opschreef:
‘Het universum van Josuah.
Hou niet vast aan 4.
Emmy wil volwassen worden.
Er is een conflict.’
Vervolgens ben ik gaan maken.”
“Al schrijvend, vervend, tekenend, bouwend, fotograferend ontstond ‘Het universum van Josuah’. Op de eindexpositie verbeeld ik mijn project in de vorm van een installatie die een soort zelf in elkaar getimmerd altaar aanneemt, met daarbij een groot boek – het eerste TEST(amen)t.”
In het universum van Josuah gaat het over een eeuwige, zinloze zoektocht en verlangen naar het onbekende. Tevens gaat het over de strijd tussen de orde en de chaos, de objectiviteit en de subjectiviteit én over de zinvolheid en de zinloosheid met daarin het zoeken naar waarheid in al zijn complexiteit.”
In de ZZP-special van HP/De Tijd, die vanaf vandaag in de winkels ligt, geeft oorlogsverslaggever Arnold Karskens zijn culturele smaak prijs. Hieronder vindt u enkele fragmenten uit het interview.
En het is er weer een om blij van te worden. Quote: “Het is niet alleen een mooie verzameling ontroerende gedichten, maar een intrigerende blik in zowel het hart als de tranen van bekend Nederland. Een aanwinst voor de poëzie én de boekenkast.”
Recensie ‘Gedichten die mannen aan het huilen maken’ in door Ingmar Heytze, 30 mei 2015. Verschenen in onder meer het AD en De Gelderlander.
“De grote verdienste van dit boek is dat het laat zien hoe het lezen van poëzie ons kan helpen met léven. En Arie Boomsma? Die koos het mooiste gedicht in de bundel.”
Mannen huilen niet om poëzie. Of toch wel? In de bundel Gedichten die mannen aan het huilen maken vertellen meer dan zestig vooraanstaande Nederlandse en Vlaamse mannen welk gedicht hen de tranen naar de ogen jaagt. HP/De Tijd licht de komende weken enkele van deze ‘huilende mannen’ uit. Deze week: oud-PvdA-politicus Ed van Thijn (1934) over het gedicht Het lied der achttien dooden van Jan Campert.
“Nog elke dag — de eerste acht versregels hangen in mijn studeerkamer — gaat dit gedicht mij door merg en been. Ik was zes toen de oorlog begon, tien toen ik in Kamp Westerbork door de Canadezen werd bevrijd. In die tussenliggende tijd heb ik achttien adressen gehad, waarvan drie in gevangenschap. Tijdens de kerstdagen van 1944 zat ik bijvoorbeeld in een huis van bewaring met drie volwassen medegevangenen in een cel. Naast onze cel was de dodencel, waarvan de radeloze geluiden soms tot ons doordrongen.”
“Ik heb de oorlog kunnen overleven dankzij een jeugdige verzetsgroep die 220 kinderen aan in totaal 1000 adressen heeft kunnen helpen. De verzetsgroep bestond uit veertien mannen en vrouwen die elke dag opnieuw hun leven waagden. Vier van hen hebben de bevrijding niet gehaald. Remco Campert, de zoon van Jan Campert, dichtte later in het gedicht ‘Iemand stelt de vraag’:
‘Verzet begint niet met grote woorden
maar met kleine daden
(-)
iemand stelt de vraag
iemand verzet zich
en dan nog iemand
en nog iemand
en nog’
De vraag die ik mij een leven lang heb gesteld, en nog: hoe is het mogelijk dat ik leef en zij niet meer?”
Het lied der achttien dooden Jan Campert 1902 – 1943)
Een cel is maar twee meter lang
en nauw twee meter breed,
wel kleiner nog is het stuk grond,
dat ik nu nog niet weet,
maar waar ik naamloos rusten zal,
mijn makkers bovendien,
wij waren achttien in getal,
geen zal den avond zien.
O lieflijkheid van licht en land,
van Holland’s vrije kust,
eens door den vijand overmand
had ik geen uur meer rust.
Wat kan een man oprecht en trouw,
nog doen in zulk een tijd?
Hij kust zijn kind, hij kust zijn vrouw
en strijdt den ijdlen strijd.
Ik wist de taak die ik begon,
een taak van moeiten zwaar,
maar ’t hart dat het niet laten kon
schuwt nimmer het gevaar;
het weet hoe eenmaal in dit land
de vrijheid werd geëerd,
voordat een vloekbre schennershand
het anders heeft begeerd.
Voordat die eeden breekt en bralt
het miss’lijk stuk bestond
en Holland’s landen binnenvalt
en brandschat zijnen grond;
voordat die aanspraak maakt op eer
en zulk Germaansch gerief
ons volk dwong onder zijn beheer
en plunderde als een dief.
De Rattenvanger van Berlijn
pijpt nu zijn melodie, —
zoo waar als ik straks dood zal zijn,
de liefste niet meer zie
en niet meer breken zal het brood
en slapen mag met haar —
verwerp al wat hij biedt of bood
die sluwe vogelaar.
Gedenkt die deze woorden leest
mijn makkers in den nood
en die hen nastaan ’t allermeest
in hunnen rampspoed groot,
gelijk ook wij hebben gedacht
aan eigen land en volk —
er daagt een dag na elken nacht,
voorbij trekt iedre wolk.
Ik zie hoe ’t eerste morgenlicht
door ’t hooge venster draalt.
Mijn God, maak mij het sterven licht —
en zoo ik heb gefaald
gelijk een elk wel falen kan,
schenk mij dan Uw genâ,
opdat ik heenga als een man
als ’k voor de loopen sta.
De bundel ‘Gedichten die mannen aan het huilen maken’ is onder meer te koop via de website van AKO.
Studeer jij dit jaar af aan een kunstopleiding? En wil je je eindexamenwerk bij een groot publiek onder de aandacht brengen? Ha, dat treft.
In de maand juni ben ik voornemens elke week vier eindexamenwerk uit te lichten op de website van HP/De Tijd. Dus: wil je je fotoserie, schilderij(en), beeld(en), installatie of anderszins op onze website exposeren: schroom niet en stuur mij een mail. Wie weet neem ik dan contact met je op.