Joost Zwagerman leest: Flaubert, Bellow en Nabokov

Schrijvers lezen ook. Maar wat lezen ze eigenlijk? In navolging van Ernest Hemingway geven twintig vooraanstaande Nederlandse en Vlaamse literatoren een klein college literatuur. Wat moeten we absoluut gelezen hebben, en waarom? Deze week: Joost Zwagerman.

Joost Zwagerman (1963) is een veelzijdig auteur. Hij is de schrijver van bestsellers als Gimmick! en Vals Licht, schreef dichtbundels en tig essays. Op 29 oktober verschijnt zijn magnum opus: Americana. Thans werkt ‘de meest complete schrijver van zijn generatie’ (dixit H.J.A. Hofland) aan een nieuwe roman, een nieuwe dichtbundel en is hij nauw betrokken bij de mogelijke verfilming van Gimmick!. Meer lezen over Joost Zwagerman leest: Flaubert, Bellow en Nabokov

Remco Campert leest: Thijssen, Nabokov en Queneau

Dit artikel is eerder verschenen op literair weblog De Contrabas en op de website van HP/De Tijd.

Schrijvers lezen ook. Maar wat lezen ze eigenlijk? In navolging van Ernest Hemingway geven twintig vooraanstaande Nederlandse en Vlaamse literatoren een klein college literatuur. Wat moeten we absoluut gelezen hebben, en waarom? Remco Campert trapt af.

Remco Campert (1929) is de éminence grise van de Nederlandse literatuur. Hij schreef klassiekers als Het leven is vurrukkullukHet gangstermeisje en Een liefde in Parijs. In zijn inmiddels meer dan zestig jaar durende carrière werd hij onder meer onderscheiden met de Reina Prinsen Geerligsprijs (1953), de P.C. Hooftprijs (1976) en de Gouden Ganzenveer (2011). Vorige maand verscheen zijn nieuwste roman: Hôtel du Nord. Meer lezen over Remco Campert leest: Thijssen, Nabokov en Queneau

PR-machine Diederik Samsom werkt averechts

Dit artikel verscheen eerder op de website van HP/De Tijd.

Het moest wat rust in de tent brengen: het interview dat de geplaagde PvdA-leider Diederik Samsom vorige week gaf aanVrij Nederland. Maar het verliep anders. In plaats van zijn imago weer een por in de goede richting te geven lijkt de PvdA-leider steeds verder in het slijk te zakken. Meer lezen over PR-machine Diederik Samsom werkt averechts

Wende Snijders over Nick Cave, Jacques Henri Lartigue en Antjie Krog

Zangeres Wende Snijders (35) over haar culturele smaak.

Verschenen in het zomernummer van HP/De Tijd 2014.

MUZIEK
“Wat ik op dit moment in mijn speellijst heb staan, vraag je? Even kijken. Nick Cave. Zijn album Push the sky away kan ik heel vaak achter elkaar luisteren. Dan komt Frank Ocean, dat is wat meer R&B-achtig, en Ray Lamontagne, dat neigt dan weer meer naar folk. Dat geldt trouwens ook voor de volgende in de lijst, de muzikale zusjes van CocoRosie. Oh, en dan komt Vampire Weekend, van die heerlijk vage Indie-rock, gevolgd door Tom Waits, dan dat nieuwe album van Blur-frontman Damon Albarn, Lykke Li, DJ Harvey, dingetjes van de gasten waarmee ik mijn album Last Resistance heb geproduceerd… En dan moderne klassieke muziek. Satie. Prokovjev. Andriessen. Mijn muzieksmaak gaat echt alle kanten op, maar toch: alle muziek is me even lief. Bij elke gemoedstoestand past weer een andere artiest. Dat cumulatieve, die constante afwisseling van muziekstijlen, vind ik dan ook fijn.”
“Stromae vind ik als artiest ontzettend interessant. Wat ik zo bijzonder aan hem vind, is hoe hij het visuele aspect van zijn show ten volste benut. Daar zit zijn kracht. Volgens mij snapt hij exact hoe de tijd zich beweegt en hoe de mensen tegenwoordig muziek willen beleven. Hij kan zijn boodschap als geen ander naar een mainstream publiek communiceren. Ik ben heel benieuwd hoe hij zich de komende jaren gaat ontwikkelen. Nick Cave vind ik ook zo goed. Zijn songteksten zijn pure literatuur. Natuurlijk is het leuk dat zo’n jongen als DJ Martin Garrix door het hebben van één hitje ineens ontzettend beroemd is, maar met muzikanten is het volgens mij zo dat ze, net als rode wijn, wat tijd moeten hebben om op smaak te komen. Nick Cave draait al ruim dertig jaar mee en blijft zichzelf constant uitdagen – en dat proef je in zijn muziek.”
“Atoms for Peace is ook supergaaf. Ze maken hele experimentele rock met echt een superformatie: onder andere Thom Yorke, de frontman van Radiohead, en Flea van The Red Hot Chili Peppers. En naast waanzinnig mooie muziek maken ze ook waanzinnig mooie clips. In Nederland vind ik De Staat helemaal te gek. Wat ik waardeer is, en dat is wat ik bij alle kunstenaars heb,  dat ze een eigen signatuur hebben. Ze hebben iets eigenzinnigs. Dat geldt ook voor Colin Benders, Kyteman. Ik ben heel benieuwd wat hij teweeg wil brengen met zijn artistieke broedplaats Kytopia. En waar ik ook wel heel nieuwsgierig naar ben, is de nieuwe lichting muzikanten. Wie zijn toch al die jongens en meisjes die de komende jaren op zullen gaan staan en de kar gaan trekken?”

THEATER
“Theater is mijn leven. Er is dan zoveel wat ik wil zien de komende maanden… Ik ben bijvoorbeeld heel benieuwd naar de opera Homebody.  Of ja, opera, het is een mix van allerlei disciplines. Ten eerste is er de opera. Het verhaal is gebaseerd op het toneelstuk van Tony Kushner, die ook Angels in America en de film Lincoln schreef. Regisseur Malcolm Rock schreef het libretto. Kyteman heeft de compositie gemaakt. En Monic Hendrix is gastactrice. En Het Nationale Ballet danst er in mee… Homebody wordt gemaakt door een team dat artistiek zo goed is, dat ik denk: daar moet iedereen naar toe. Vanaf september staan ze in de theaters. Gaat dat zien. Verder wil ik Hamlet vs. Hamlet van Toneelgroep Amsterdam snel eens gaan zien. Deze voorstelling is nog tot en met begin oktober te zien in de Stadsschouwburg in Amsterdam. Ik ben vooral heel benieuwd hoe Tom Lanoye dat oeroude toneelstuk heeft hertaald naar iets van deze tijd.”
“Onlangs ging ik kijken naar de opera Laika. Een geweldige theatervorm trouwens, opera. De muziek die door Martijn Padding is gecomponeerd, het libretto dat door P.F. Thomése is geschreven, de vormgeving en natuurlijk het geweldige spel van de acteurs – al die disciplines kwamen samen en vielen in elkaar. Gesamtkunst. Soms heb ik er wel moeite mee dat alles gezongen wordt, maar goed, dat is nu eenmaal zo bij opera.  Dans vind ik ook heel mooi. Ergens in oktober van dit jaar wordt de door de meesterlijke choreograaf Mats Ek hertaalde versie van Sleeping Beauty door het Nederlands Dans Theater opgevoerd. Dat moet ik zien.”
“Weet je wat ik jammer vind? Dat Jeroen Willems er niet meer is. En dat Maarten van Roozendaal er niet meer is. Ik had graag gezien wat die nog in de theaters zouden hebben gedaan. Gelukkig staat er ook veel nieuw jong talent op. Neem iemand als Benjamin Moen. Een heel getalenteerde acteur. Zo grappig en zo geraffineerd in zijn spel en humor… Reinout Scholten van Aschat vind ik ook een groot talent. Hoe hij Willem Holleeder speelt in De Heineken Ontvoering en hoe hij Johan Cruijff speelt in de televisieserie over diens leven – ik geloof gewoon dat hij die personages is. En theatermaakster Marjolijn van Heemstra wil ik ook nog even noemen. Ze is intelligent, ze heeft een eigen signatuur en geeft het publiek inzicht over hoe zij over de wereld denkt.”

FILM
“Een poosje geleden was iedereen lyrisch over Breaking Bad, dus ging ik dat ook maar eens kijken. Vijf afleveringen heb ik gezien, toen was ik er klaar mee. Toen wist ik het wel. Mensen zeggen dan dat ik door moet blijven kijken omdat ik series anders nooit leuk ga vinden. Vijf seizoen door blijven kijken? Dude, daar heb ik helemaal geen zin in. Ik kijk liever naar een film, daar kan ik wel geduld voor opbrengen. Van Michael Häneke heb ik echt alles wel gezien. En van Lars von Trier ook. Ik merk dat ik Italiaanse films wel kan waarderen. Federico Fellini heeft echt prachtige films gemaakt: Amarcord was vroeger mijn lievelingsfilm. La Grande Bellezza van Paolo Sorrentino heb ik ook gezien. Maar Il Divo, een film van dezelfde regisseur en met dezelfde hoofdrolspeler als La Grande Bellezza, is ook echt heel gaaf hoor. Dat gaat een beetje over de Italiaanse politiek. Over Berlusconi ook. De kracht van Italiaanse films is, denk ik, dat fantasie en realiteit zo in elkaar overlopen. En de katholieke dramatiek. De mensen zijn allemaal zo dramatisch. Dat geeft zo’n film wel sjeu.”
“Wat echt de aller- allermooiste film is die ik de laatste maanden heb gezien is La Vie d’Adèle. Daar heb ik echt een week over nagedacht, zo’n impact had die film op mij. La Vie d’Adèle vertelt het verhaal van de jonge Adèle die denkt dat ze op jongens valt, maar opeens verliefd wordt op de blauwharige Emma. Het acteerwerk, het verhaal, en hoe dat verhaal vertelt wordt – dat komt zo hard binnen. Wat ik ook een toffe film vind is The Grand Budapest Hotel van Wes Anderson. Alles aan deze film is gestileerd, en juist dat maakt het zo goed. En Her, die film waarin een man verliefd wordt op een computer, vind ik ook heel bijzonder. Alleen die gedachte al, dat je als mens in de toekomst misschien verliefd kunt worden op een stukje techniek, vind ik heel interessant. De Dallas Buyers Club is ook wel heel cool gedaan. En die film van die hele jonge filmmaker, J’ai tué ma mère van Xavier Dolan. Een prachtige film over de relatie tussen een homoseksuele tienerjongen en zijn moeder.”

BEELDENDE KUNST
“Ik hou heel erg van fotografie. Fotograaf Jimmy Nelson vind ik heel goed, Sebastião Salgado en Joost Vandebrug ook. En wie ik ook heel tof vind is de Japanse fotograaf Daido Moriyama. Hij loopt dagelijks door de stad en maakt dan random snapshots, maar wel superwonderschoon. Wat deze fotografen met elkaar gemeen hebben? Ik denk dat ze allemaal een soort esthetische rauwheid in hun werk hebben. En dat bevalt me. De portretten van Richard Avedon vind ik bijvoorbeeld veel te gestileerd, die zijn mij niet rauw genoeg of zo. Ik kan het niet goed uitleggen. Er moet gewoon een soort randje aan zitten, snap je?”
“Misschien wel de mooiste tentoonstelling die ik ooit heb gezien was de overzichtstentoonstelling van fotograaf Jacques Henri Lartigue, in het Centre Pompidou in Parijs – ik denk dat ik die inmiddels een jaar of tien geleden heb gezien. Toen ik dat had gezien begreep ik ineens het belang van een goede curator. Alles klopte namelijk aan die expositie. De opbouw, de keuze van de foto’s, de informatie die werd gegeven… Lartigue was een Franse fotograaf die zijn hele leven consequent gefotografeerd heeft. Vanaf 1910 ongeveer, toen hij een jaar of veertien was, tot aan zijn dood in 1986. Die tentoonstelling in Parijs was onderverdeeld in telkens tien jaar van zijn leven. Je zag daardoor niet alleen zijn ontwikkeling als fotograaf, maar ook de ontwikkeling van de tijd. Toen ik eenmaal weer buiten stond was ik echt ontroerd: nooit eerder had ik ‘de tijd’ zo sterk gevoeld.  En nooit eerder had ik zo duidelijk gezien wat je allemaal in een leven kan doen.”
“Ik hou van kunstenaars die een eigen signatuur hebben. Francis Bacon, Michaël Borremans, Marlene Dumas. Van laatstgenoemde ga ik zeker naar de overzichtstentoonstelling kijken die vanaf september in het Stedelijk in Amsterdam te zien is, daar verheug ik me nu al een beetje op. En ik wil binnenkort ook naar het Martin-Gropius-Bau in Berlijn waar de internationale tentoonstelling over David Bowie te zien is. Natuurlijk kan ik ook wachten tot-ie december volgend jaar in het Groninger Museum te zien is, maar dan bekijk ik ‘m toch liever daar. Het Museum for Modern Art in New York: heerlijk. Maar aan de andere kant vind ik het veel kleinere Whitney Museum of Modern Art, allebei gelegen rond Central Park, ook heel lekker. Lekker overzichtelijk vooral. Daar heb je niet het idee dat je er een week rond moet lopen om alles te hebben gezien.”

BOEKEN
“Ik was een tijd geleden in Thailand en sprak daar met een kunsthistoricus. Ik vroeg hem: ‘Als ik iets van kunst wil begrijpen, welk boek moet ik dan lezen?’ Hij antwoordde: ‘Lees Gun, Germs and Steel van Jared Diamond.’ En daar lees ik nu dus in. Het is een prachtig, historisch boek dat vertelt hoe de mens zich in ruim 13.000 jaar tijd over de wereld heeft verspreid. Hoe de mens vanuit Afrika naar Europa en Azië is getrokken bijvoorbeeld, en hoe de cultuur van de verschillende volkeren zich in de periode daarna, beïnvloed door de plaats waar ze zich vestigden, heeft ontwikkeld. De hedendaagse politiek, kunst en economie: alles heeft zijn wortels liggen in de cultuur en de rituelen uit dat verre verleden. Ook de kunst die ik maak. En daarom vind ik dat antwoord van de kunsthistoricus in Thailand ook zo mooi. Hij had ook kunnen zeggen: lees The Story of Art van E.H. Gombrich. Maar dat deed hij niet. In plaats van mij een wegwijzer te geven in de kunst, gaf hij mij een wegwijzer in de mens.”
“Naast Gun, Germs and Steel lees ik momenteel La Superba van Ilja Leonard Pfeijffer. Ik las het van de week op een overvol terras en moest hardop lachen om die passage dat de hoofdpersoon seks heeft met een geamputeerd vrouwenbeen. Hij beschrijft dat echt heel hilarisch. En ook zijn geestige en scherpe observaties over Italië, over de toeristen en over zichzelf – want hij ontziet ook zichzelf niet –  vind ik heel mooi opgeschreven. Ja, wat slingert er hier nog meer rond? Een boek over mindfulness van een of andere Tibetaanse monnik waar ik al even in heb gebladerd en… o ja! De Gewichtslozen van Valeria Luiselli. Daar ben ik net in begonnen en gaat geloof ik over een vrouw die vertelt over haar leven zoals het nu is, met een gezin en zo, maar dat wordt doorvlochten met verhalen over haar leven toen ze student was. Het is een beetje een Pinteriaanse manier van vertellen: het is geen chronologisch verhaal, maar het verhaal ontvouwt zich bijna achterstevoren. Er gebeurt iets, en gaandeweg het boek kom je te weten waarom dat is gebeurd.”
“Als ik van iemand fan ben, dan is dat van de Afrikaanse dichteres Antjie Krog. Kleur komt nooit alleen is mijn lievelingsdichtbundel. Haar gedichten zijn een combinatie van heel aards, heel intelligent, maar tegelijkertijd ook heel vrouwelijk en heel emotioneel. Zoals Marlène Dumas schildert, zo dicht Antjie Krog. Ze heeft trouwens ook gedichten gemaakt op de schilderijen van Dumas, dus ik durf deze vergelijking te maken. P.F. Thomése vind ik een goede schrijver. Nicole Krauss ook: The History of Love is echt prachtig. En dat boek over Berlijn van Cees Nooteboom. Oh, die is echt heel goed! Zijn stijl van schrijven, zijn manier van denken, zijn observaties…  Sommige mensen zijn echt schrijvers. Cees Nooteboom is echt een schrijver. Hij kan me echt alles wijsmaken. Alles wat hij opschrijft geloof ik. En dat is bloedlink, eigenlijk. Ik heb ooit eens een boek gelezen over hoe Rusland aan geschiedvervalsing heeft gedaan. Grenzen anders tekenen terwijl ze dat land nog helemaal niet veroverd hadden, dat soort dingen. Stel dat Cees Nooteboom een kwaadaardig persoon zou zijn, dan zou hij me allerlei leugens wijs kunnen maken!”

Ilse Wolf – beeldverslag van een bijna onbewoond eiland

HP/De Tijd Expo geeft jonge kunstenaars een podium om hun werk te tonen. Waarom? Omdat er veel moois wordt gemaakt én om uw ogen te verwennen. Deze week: de 22-jarige Ilse Wolf uit Breda.

Ilse Wolf (Den Bosch, 1991) studeerde van 2009 tot 2011 aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten in Antwerpen. Na het tweede jaar besloot ze de studie Fotografie voort te zetten aan de AKV Sint Joost in Breda, alwaar ze deze week is afgestudeerd.

Over haar werk
‘Mijn afstudeerproject ‘Weather Permitting’, waarvan hieronder een selectie wordt getoond, begon eigenlijk net als al mijn andere projecten als een persoonlijk onderzoek. Een uitdaging. Ik onderzocht het begrip ‘isolement’, en kwam daardoor al snel op Caldey Island terecht. Caldey Island is een minuscuul eiland voor de kust van Wales waar de tijd echt stil lijkt te staan. Wat ooit een bruisend eiland was met veel kinderen, een school en een buurthuis, is tegenwoordig de basis van een afgezonderd bestaan: er is geen supermarkt, geen straatverlichting en er wonen nog maar achtentwintig mensen – onder wie twaalf monniken. Kortom: de bewoners van het eiland zijn compleet geïsoleerd en afhankelijk van het licht, van het tij en van elkaar.’

‘In januari 2014 ging ik voor het eerst naar het eiland toe. Toen ging het project nog over mijn eigen zoektocht. Hoe is het om zonder telefoon en internet op reis te gaan en afhankelijk te zijn van het weer en het tij. Zes dagen zat ik op het vaste land vast, voordat ik op een boot kon stappen dat naar het eilandje ging. Eenmaal terug in Nederland besloot ik dat het project helemaal niet over mij, maar over het eiland moest gaan. Ik zocht contact met de argwanende bewoners, wat even duurde, en ben in maart dit jaar voor vijf weken teruggegaan. Samen met Linda Braber heb ik alle beelden die ik daar heb gemaakt samengevoegd in een boek dat medio september wordt uitgegeven.’

Meer werk van Ilse Wolf vindt u hier.

SONY DSCSONY DSCSONY DSCSONY DSCSONY DSCSONY DSCSONY DSCSONY DSCSONY DSCSONY DSC

Jan Terlouw: ‘De verfilming van Koning van Katoren is tamelijk desastreus’

De culturele smaak van oud-politicus en schrijver Jan Terlouw (82) en zijn vrouw Alexandra. 

BEELDENDE KUNST

‘Onze smaak in kunst – ik zeg ‘onze’ omdat mijn vrouw Alexandra en ik vaak samen van cultuur genieten – is in de vele huwelijksjaren naar elkaar toegegroeid. Ik hield altijd al wel van de impressionisten, maar door haar nog meer. De Waterlelies van Monet vinden we allebei prachtig. En de werken van Van Gogh, ook die gaan nooit vervelen. In het Kröller-Müller Museum hangt een prachtige collectie van zijn werk. En hoewel ik in mijn leven als politicus en natuurkundige veel heb gereisd en veel musea heb bezocht, blijft het Kröller-Müller Museum in Otterlo voor mij een van de mooiste musea ter wereld. De natuur, het gebouw, de collectie: alles klopt. Dat geldt ook voor het Guggenheim Museum in New York: in-druk-wek-kend. Een mooier gebouw dan dat bestaat er niet. Sprekend over Van Gogh: ik vind dat er kunstwerken zijn waarvan je na verloop van tijd mag zeggen: dat is mooi. Niet: dat vind ik mooi, nee, dat is mooi. Daar hoeft niet meer over gediscussieerd te worden. Gezicht op Delft van Vermeer is mooi, De Nachtwacht van Rembrandt is mooi. Die werken hebben in de loop der tijd bewezen dat ze van enorme waarde zijn voor veel mensen, die moeten gekoesterd worden.  Er is ook veel kunst waar ik niets mee heb. Het werk van Willem de Kooning bijvoorbeeld, dat roze met geel. Een nageboorte vind ik het.  En van Victory Boogie Woogie van Mondriaan raak ik ook niet opgewonden. Als ik dan hoor dat zo’n werk veertig miljoen waard is… Tja. Ik vind het wel decoratief en evenwichtig hoor, maar daar is ook alles mee gezegd.
‘Sommige kunst kan me woedend maken. Ik kwam een keer in Canada in een museum en daar lag, in een prachtige zaal, een lantaarnpaal. Ondersteboven. Meer niet. Razend word ik dan! Ook protesteer ik tegen dat rode vlak dat in het Stedelijk hangt, dat doek van Barnett Newman. Dat heeft een hoog ‘nieuwe kleren van de keizer-gehalte.’ Het is natuurlijk wel eens even apart om een schilderij te maken dat niets meer is dan een rood vlak, maar dan prijzen kunstcritici het vervolgens de hemel in. Wat een flauwekul, denk ik dan.
‘De laatste tentoonstelling die we samen hebben bezocht was de tentoonstelling ‘De Dode Zeerollen’ in het Drents Museum in Assen. De rollen zijn mooi om te zien, maar ze zijn vooral opmerkelijk – er is natuurlijk een hele geschiedenis aan verbonden. Mijn vrouw had de rollen al eerder gezien in Israël waar ze tentoongesteld liggen in een grote, glazen tafel waar je helemaal om heen kunt lopen. In Assen waren ze, ik denk vanwege de vereiste temperatuur en vochtigheidsgraad,  tentoongesteld in grote zwarte kasten met gedempt licht.  Ze zei na afloop van ons bezoek: ‘Ze hebben in Assen echt hun best gedaan om de teksten zo goed mogelijk te tonen. Ze hebben het museum er zelfs bijna voor verbouwd. Maar het gaat ten koste van de esthetiek. En daarin had ze wel een beetje gelijk.

MUZIEK
‘Wij luisteren thuis bijna nooit naar cd’s. En dat heeft verschillende redenen. De eerste is dat mijn vrouw daar niet tegen kan.  Als er muziek te horen is moet alles stilvallen. Zelf wil ze er niet eens bij lezen. Dan moet alle aandacht naar de muziek. En de tweede reden, en dat is voor mij meteen de belangrijkste reden, is dat we in ons dagelijks leven heel veel  livemuziek om ons heen hebben. Mijn vrouw speelt cello, mijn dochter is violiste en mijn schoonzoon is pianist. Zelf speel ik af en toe ook piano, maar alleen als er niemand thuis is. Ik kan er weinig van, in ieder geval niet opwekkend genoeg om aan anderen te laten horen.
‘Zoals ik al zei: muziek is altijd dichtbij. Ik treed zo eens in de paar weken op met het Orion Ensemble, het ensemble van mijn dochter Pauline, haar partner Leonard Leutscher en celliste Carla Schrijner. Het leukst vind ik het wanneer ik op mag treden als Joseph Haydn. Dan kleed ik me aan als de oude Haydn – pruik, jas, strik op mijn schoenen – en dan vertel ik een uur over zijn veelbewogen leven. Over zijn vele liefdes. Over zijn slechte huwelijk. Over zijn verdriet over de dood van zijn jonge vriend Mozart. En het trio illustreert zijn levensverhaal dan met die zeer gevarieerde muziek van hem. Soms, als ik tijdens de voorstelling even zit terwijl zij spelen, voelt het heel sterk of ik Joseph Haydn echt bén. Dan denk ik: ‘Wat mooi, wat mooi! Gossie, wat spelen jullie mijn muziek mooi zeg!’
‘In mijn jeugd luisterde ik wel naar jazz en dixieland, dat was in die tijd populair. Ella Fitzgerald, Louis Armstrong, Oscar Peterson – dat soort mensen. Dat is mooie, gevarieerde muziek. Opzwepende muziek ook. Nog steeds wordt het wat mij betreft op een feestje pas leuk als er dixieland wordt gedraaid. Ik vind dat de muziek van de afgelopen vijftig jaar een heel hoog trance-gehalte heeft. Eindeloze herhalingen en een eindeloze beat – heel veel hetzelfde. In alle muziek van na The Beatles hoor ik dat terug. Dan denk ik: oja, ik moet weer in slaap. Ik moet weer in trance. Of, ik kan het onvriendelijker zeggen: sáái. Ik vind het heel saaie muziek. Maar ik mag er niet over oordelen, ik weet er gewoon te weinig van af. En misschien heb ik ook wel een vooroordeel gekregen, want zodra ik een elektrische gitaar hoor denk ik al: saai. Dat zal dus aan mij liggen.’

FILM
‘Toen mijn vrouw en ik in Parijs woonden gingen we met enige regelmaat naar de film, maar in Nederland gaan we nog maar zelden. Life of Pi is denk ik de laatste film die ik in de bioscoop heb gezien. Verbluffend gemaakt, zo met die tijger in dat bootje. En mijn vrouw was helemaal weg van Il y a longtemps que je t’aime, een film over een vrouw die haar kind doodt omdat het anders een verschrikkelijk leven krijgt. Ik geloof dat het een verhaal van Philipe Claudel is. Mooi, vind ik ook.  Ik houd  ook van die lekkere grote-verhalen-films. The Guns of Navarone, een actiefilm, dat soort. Amadeus ook, de film over het leven van Mozart. De film Another year zagen we onlangs, een klein meesterwerk. Je kijkt bijna twee uur naar het wel en wee van een Engels gezin en er gebeurt zo ongeveer niets.  Maar het is zo geloofwaardig gespeeld en de teksten waren zo goed… Alles wat er werd gezegd was goed.
‘De kwaliteit van de Nederlandse film is lange tijd bedroevend geweest, vind ik. De enscenering en de beelden waren vaak wel goed hoor, daar niet van, maar het acteerwerk was niet best. Povere teksten ook.  Maar het wordt van lieverlee beter. Mijn boek Oorlogswinter is een paar jaar geleden verfilmd door Martin Koolhoven en dat heeft hij echt goed gedaan. Maar de verfilming van Koning van Katoren, uit 2012, is tamelijk desastreus. Ik herken niets van het boek in de film. De hele essentie is weg. Maar goed, daar moet je maar in berusten. Door die film gaan weer meer mensen je boek lezen – ik geloof dat er in het jaar dat de film uit kwam weer honderdduizend extra van zijn verkocht –  dus daar doe je het dan maar voor. Verder vind ik dat er erg slordig wordt gesproken in Nederlandse films. Duidelijk articuleren is niet onze kracht. Daarom bekijk ik een film ook het liefst op de televisie. Dan kan ik de ondertiteling in ieder geval aanzetten. Anders moet ik echt moeite doen om de film te volgen. Maar misschien is achteruitgang van mijn gehoor de oorzaak.’

LITERATUUR

‘Lezen is voor mij net zo gewoon als eten en drinken en ademhalen: het hoort gewoon bij het leven. Ik lees nooit niet. Er is altijd wel een boek waar ik in bezig ben. Op dit moment is dat Het Pauperparadijs van Suzanna Jansen, een boek over de bedelaarskolonie Veenhuizen. Maar daar ben ik pas in begonnen, daar kan ik nog niets zinnigs over zeggen. Het boek 1914 van Dirk Verhofstadt heb ik net uit. Een schrijver met een rijke inhoud. Hij schrijft in dit boek 365 stukjes over 365 dagen in België in het jaar 1914– het verschrikkelijke jaar 1914. Indrukwekkend. Ik lees de boeken van Verhofstadt graag.  Hij schrijft waardevolle boeken over geschiedenis, over Thomas Paine en paus Pius XII bijvoorbeeld. Ik lees graag boeken die over politiek en geschiedenis gaan en laten zien hoe de gedachten van de mens zich in de loop der tijd ontwikkelen Waarom zijn we geworden wie we zijn? Neem nu Thomas Moore. Dat is een groot filosoof geweest, een humanist ook, en toch zette hij potverdorie mensen op de brandstapel om geen andere reden dan dat ze een ander geloof hadden dan hij. Hoe is het mogelijk? Dat is heel interessant om je in te verdiepen.’
‘Ik lees veelal Nederlandstalige literatuur. Maar wat is literatuur? Hollands Glorie van Jan de Hartog  is gewoon een lekker boek, wel drie keer gelezen. En dat is vaak voor mijn doen. Maarten ’t Hart is ook een prima schrijver. Hij schrijft erudiet, onderhoudend en zeer geestig. Neem het boek Wie God verlaat heeft niets te vrezen. Geestig tot en met! En hij schrijft ook nooit onzin over wetenschap. Harry Mulisch was daar minder secuur in, vind ik. In De ontdekking van de hemel, een veel geprezen boek, zit een vreemde inconsequentie. Daar erger ik me dan aan. En het boek gaat over heel veel, maar liefde komt er pover af. In veel van zijn boeken trouwens. Maar hij was natuurlijk een groot schrijver.
‘Erwin Mortier schrijft prachtig. Als ik zijn werk lees denk ik: oh man, wat schrijf je prachtig, wat schrijf je een mooie zinnen. En dan heb ik er na tien bladzijdes genoeg van en zet ik het terug in de kast. Te literair vind ik het. Hij zou zich iets meer van het verhaal kunnen aantrekken en iets minder van de prachtige manier waarop hij het zegt. Het Diner van Herman Koch vond ik een knap boek, maar het wordt niet dierbaar omdat alle personages uiteindelijk onsympathiek zijn, en je moet toch affectie krijgen met minstens… iemand. Maar ik heb het wel uitgelezen – ik was toch benieuwd of het verhaal nog een wending zou nemen. En dat gebeurde.’

THEATER
‘We gaan af en toe naar een toneelvoorstelling – mijn vrouw vaker dan ik. Vaak kiest ze met onze dochter Sanne, die zo ongeveer naast de schouwburg in Deventer woont, aan het begin van het theaterseizoen al uit naar welke voorstellingen ze gaat en dan vraagt ze of ik mee wil of niet. Een enkele keer ga ik dan mee. De laatste twee voorstelling die ik heb gezien zijn het toneelstuk De Storm van William Shakespeare, uitgevoerd door het Nationale Toneel, en een toneelbewerking van Het Proces van Franz Kafka, uitgevoerd door Toneelgroep Oostpool. Allebei prachtig. Naar cabaret ga en kijk ik zelden. Ik moet er gewoon niet om lachen. Misschien een gebrek aan gevoel voor humor? Wim Sonneveld en Wim Kan vond ik wel geweldig. En niet te vergeten mijn goede vriend Seth Gaaikema, die onlangs is gestopt. Nostalgie. Daar ging ik voor naar de schouwburg. Maar op de huidige one man– of one woman-shows ben ik niet zo dol.
‘Als Commissaris van de Koningin in Gelderland ben ik vaak naar dansvoorstellingen van Introdans gaan kijken. Onlangs heb ik weer een voorstelling van de groep gezien, in theater Orpheus in Apeldoorn. Heel mooi. Ik zie de waarde van dans wel hoor, maar het heeft geen prioriteit bij mij. Voor musicals geldt hetzelfde. Vorig jaar kregen we twee kaartjes cadeau voor Soldaat van Oranje – de musical. Prachtig om een keer gezien te hebben, heel bijzonder met het draaiende toneel, maar grote kunst vond ik het niet. En dat pretendeert het ook niet te zijn hoor. De teksten vond ik niet sterk. En daar let ik juist op: ik ben nu eenmaal een man van het woord.’

De schilder geschilderd – Jantien de Boer

HP/De Tijd Expo geeft jonge kunstenaars een podium om hun werk te tonen. Waarom? Omdat er veel moois wordt gemaakt én om uw ogen te verwennen. Deze week: Jantien de Boer uit Groningen.

Jantien de Boer (Groningen, 1984) studeerde in 2013 af als beeldend kunstenaar aan de Klassieke Academie voor Schilderkunst in Groningen. Sindsdien is ze fulltime werkzaam als kunstenaar en exposeert ze in diverse galeries in Nederland en België.

Over haar werk
‘Over het algemeen bestaat mijn werk uit beelden die moeilijk gedefinieerd kunnen worden. Ze roepen vragen op, denk ik, maar geven geen antwoorden. Mijn schilderijen zijn realistisch geschilderd maar zijn misschien wel het tegenovergestelde van realisme: ze zijn romantisch, theatraal, bijna fictief. Het zijn krachtige en soms confronterende beelden die tegelijk kwetsbaar zijn.’

‘Hoewel ik klassiek geschoold ben en mijn werk sterk aan de traditionele schilderkunst schatplichtig is, is het wat thematiek betreft onmiskenbaar hedendaags. Ik probeer techniek en concept te integreren: de uitvoering is voor mij minstens zo belangrijk als de inhoud van het werk. Ik werk graag in series, zodat hetzelfde onderwerp vanuit meerdere standpunten wordt benaderd.’

‘De serie The Painter, waarvan hieronder een selectie is getoond, is een serie semi-autobiografische schilderijen die de worsteling van de kunstenaar weergeeft. Het verbeeldt het moment waarop een goed idee moet sneuvelen voor iets beters. Kill your darlings. Een soms wanhopige strijd tegen jezelf, gestreden met verf.’

Meer werk van Jantien de Boer vindt u hier.

SONY DSC

 

SONY DSC

 

SONY DSC

 

SONY DSC

 

SONY DSC

 

SONY DSC

 

SONY DSC

 

SONY DSC

 

SONY DSC

 

SONY DSC

‘Toon mij uw boekenkast en ik zeg u wie u bent’

Altijd als ik voor het eerst bij iemand thuis ben kijk ik even in zijn of haar boekenkast.

Een boekenkast zegt namelijk veel over een persoon. Op het eerste oog: is iemand geordend of onachtzaam? Staan de boeken netjes op rij (misschien zelfs wel in een bepaalde volgorde – dat zijn vaak de ergste mensen) of zijn de boeken ogenschijnlijk achteloos in de kast gesmeten? Dan glijden je ogen langs de titels. Heleen van Royen of Margaret Atwood? James Worthy of Philip Roth? Een willekeurige boekenplank vertelt je meer over iemands ontwikkeling, smaak en interesses dan wat dan ook. Meer lezen over ‘Toon mij uw boekenkast en ik zeg u wie u bent’

Sophie de Vos – schone schijn

HP/De Tijd Expo geeft jonge kunstenaars een podium om hun werk te tonen. Waarom? Omdat er veel moois wordt gemaakt én om uw ogen te verwennen. Deze week: Sophie de Vos uit Amsterdam.

Sophie de Vos (Harlingen, 1992) is derdejaars student Fine Art aan ArtEZ Hogeschool voor de Kunsten in Arnhem. Ondanks haar jonge leeftijd is haar werk al op diverse plaatsen in Nederland tentoongesteld. Vanaf oktober zal haar werk te zien zijn in galerie De Witte Slagerij in Rotterdam Crooswijk.

Over haar werk
“In mijn werk speelt het lichaam een belangrijke rol, net als mijn fascinatie voor menselijke interactie. De serie I’M FINE is daar een voorbeeld van. Deze foto’s maakte ik naar aanleiding van de vraag ‘Hoe gaat het met je?’ en het niet altijd oprechte antwoord ‘Goed’. De serie 15 MINUTES OF FAKING bevat dezelfde thematiek, namelijk de collectieve verwachting van het ophouden van schijn. Ik heb een aantal mensen in de fotostudio op een kruk gezet en gaf ze de opdracht een kwartier lang zo overtuigend mogelijk te glimlachen. Het tweeluik dat ik uiteindelijk gemaakt heb, is de ‘before and after’. De glimlach op de eerste foto is vaak nog behoorlijk oprecht, terwijl je in de tweede kunt zien dat de aandacht en het enthousiasme er niet meer zijn.”

Meer werk van Sophie de Vos vindt u hier.

1. SOPHIE DE VOS - I'M FINE 1

 

2. SOPHIE DE VOS - I'M FINE 2

 

3. SOPHIE DE VOS - I'M FINE 3

 

9. SOPHIE DE VOS - PRESSURE OF A DAY

 

10. SOPHIE DE VOS - PRESSURE OF A DAY 2

 

7. SOPHIE DE VOS - LOST AND FOUND 1

 

8. SOPHIE DE VOS - LOST AND FOUND 2

 

6. SOPHIE DE VOS - LOST AND FOUND

 

5. SOPHIE DE VOS - 15 MINUTES OF FAKING

 

4. SOPHIE DE VOS - 15 MINUTES OF FAKING