De smaak van… Nicky Romero

DJ Nicky Romero (30) is een van de hoofdacts op Mysteryland, het grootste dancefestival van Nederland.

Verschenen in het augustusnummer van Playboy. (2019)

Sushi of stamppot?
Stamppot. Er zijn er veel die ik lekker vind, maar voor de wortelstamppot van mijn moeder kom ik graag naar huis.

Dikste auto?
Een McLaren 720S Spider. Ik heb zelf onder andere een McLaren 570S, het kleine broertje daarvan, maar ben er over aan het denken om de 720S te kopen. Hij is niet goedkoop, ik geloof dat je er 440.000 euro voor betaald, maar ik heb voor mezelf een potje waar ik leuke dingen van mag doen, zoals horloges en auto’s kopen.

Mooiste horloge?
Dat is de Audemars Piguet Concept Tourbillion. Daar vragen ze crazy money voor, ik geloof dat-ie bijna twee ton kost, maar als later dit jaar de markt een beetje stabiel blijft dan denk ik eraan om hem te kopen.

Hoeveel horloges heb je?
Toevallig heb ik ze net allemaal in een app gezet: Chrono24. Daarin kun je op elk moment van de dag zien hoeveel je horloges waard zijn. Ik heb er op dit moment 22 – voornamelijk Rolex, Audemars Piguet en IWC. Het duurste horloge dat ik op dit moment heb is volgens de app de Audemars Piguet Royal Oak Offshore Safari, de gelimiteerde uitgave.

Beste game van afgelopen jaar?
FIFA, dat is altijd mijn favoriete game geweest, al moet ik zeggen dat ik de nieuwe Mortal Combat ook goed vind.

Laatste film waar je om hebt gehuild?
Ik was behoorlijk onder de indruk van A Star Is Born. Aan het eind van de film, als Ally (Lady Gaga) alleen op het podium het nummer I’ll Never Love Again zingt, heb ik een paar tranen weggeslikt.

De meest sexy actrice?
Ik heb wel wat met Emilia Clarke van Game of Thrones. En het klinkt een beetje gek, omdat ze nu een royal is, maar ik kijk ook graag naar Meghan Markle uit Suits.

Je kunt me ’s nachts wakker maken voor…
Een family bucket van de KFC. Het is natuurlijk mega ongezond, maar ik vind de kip van KFC altijd next level.

Ultieme zomerdrankje?
Desperados.

Ultieme vakantiebestemming?
Ik heb de afgelopen twee jaar vakantie gevierd op Mykonos, maar ik hou ook heel erg van Kaapstad.

Mijn guilty pleasure is…
De double-double burger van In-N-Out Burger. Dat is de beste burger ter wereld. Ik heb weleens het idee gehad om hier zo’n burgertent te openen, maar In-N-Out Burger doet niet aan franchise. Het geheim van deze burger is volgens mij dat ze het broodje mee grillen. Laatst zette ik een foto van deze burger op Instagram. Die foto kreeg meer likes dan een foto van mezelf of van een optreden.

Dit is de vreemdste roddel die ik over mezelf heb gehoord…
Dat zijn er verschillende, maar de meest verschrikkelijke was dat ik aan de heroïne zou zitten. Ik kampte een paar jaar geleden met high anxiety en een depressie en voelde me mega slecht. Ik zag er ook niet goed uit. Glamorama plaatste een niet zo’n mooie foto van me waarbij ze suggereerden dat ik aan de heroïne zou zitten. Dat vond ik niet zo leuk.

Mijn grootste miskoop was…
Een boot voor mijn vader. Mijn vader betekent veel voor me. Hij heeft me geholpen in de tijd waarin het niet zo goed met me ging. Hij stopte bij de politie om binnen mijn bedrijf orde op zaken te stellen, waardoor ik mijn leven weer op de rit kreeg. Ik wilde hem daarvoor bedanken met boot, omdat hij net als ik erg van varen houdt. Ik ben alleen zo dom geweest om geen proefvaart te maken. Er bleken allemaal verborgen gebreken aan die boot te zitten: er moest een nieuwe motor in, nieuwe stuurkabels, er moest een nieuwe antifouling aangebracht worden… Dat was een harde en vooral ook dure les.

Met deze overleden persoon zou ik nog weleens een borrel willen drinken…
Dat zijn er heel veel, maar de eerste aan wie ik denk, is Avicii. Ik sprak hem in de periode voor zijn dood heel erg vaak, omdat we bezig waren met zijn nieuwe album, maar ik had het echt niet zien aankomen. Niemand in zijn omgeving. Ik had echt het idee dat het beter ging. Dat zei hij zelf ook: hij was weer muziek aan het maken, hij zag er gezond uit, hij was op vakantie in Oman… Helaas was er toch meer aan de hand dan ik dacht. Hadden we het kunnen voorkomen? Het is heel lastig om iemand die in zulk zwaar weer verkeerd er even uit te trekken – dat weet ik uit eigen ervaring. Toch vraag ik het me nog steeds af.

Mijn vreemdste ervaring met drugs is…

Ik zou het niet weten want ik heb nog nooit drugs gebruikt. Ik heb angst om controle te verliezen.

Wat is het vreemdste verzoek dat je hebt gehad van een fan?
Dat zijn er best wel wat, maar laatst vroeg een fan hoe je mijn achternaam spelt. Ze heeft namelijk mijn voor- en achternaam op haar zij laten tatoeëren. Dus niet mijn artiestennaam, maar mijn echte naam, Nick Rotteveel. Dat vind ik wel bijzonder.

Naar welke muziek luister je zelf op dit moment?
Ik luister heel veel naar Ludivico Einaudi. Wat ik zo goed aan hem vind, is dat hij relatief makkelijke akkoordenschema’s pakt waarin hij telkens iets verandert. Zijn composities krijgen daardoor een zekere dynamiek. Ze inspireren me ook. Ik speel zijn stukken weleens na en kijk dan hoe het in elkaar zit.

Jesse Klaver of Thierry Baudet?
Ik heb me er te weinig in verdiept om er iets inhoudelijks over te zeggen, maar ik kies dan toch voor Thierry Baudet. Ik sta niet achter alles wat hij zegt, maar ik hou wel van zijn persoonlijkheid. Hij zorgt voor een frisse wind in de politiek. Hij zegt dingen die niemand anders durft te zeggen.

Met welke muzikant wil je nog weleens samenwerken?
Chris Martin van Coldplay. Toen ik mijn eerste brommer kocht, luisterde ik al naar Speed of Sound van hun album X & Y. Ze hebben zichzelf bij elk album opnieuw uitgevonden. Dat vind ik zo knap. Er zijn weinig bands die hen dat na kunnen zeggen.

Rutger Hauer (1944 – 2019) over het gedicht dat hem ontroerde

Thuiskomst van de kinderen

M. VASALIS (1909 – 1998)

RUTGER HAUER

Gepubliceerd in bundel Gedichten die mannen aan het huilen maken. (2015)

Veel van de poëzie die ik lees, lees ik omdat mijn moeder het ook las. Vasalis was een van haar geliefde dichteressen. Ik bewonder haar en haar gedicht ‘Thuiskomst van de kinderen’ omdat het een onbeschrijfelijke warmte – die tussen een moeder en kind – zo prachtig omhelst in taal.

Thuiskomst van de kinderen

Als grote bloemen komen zij uit ‘t blauwe duister.
Onder de frisheid van de avondlucht
waarmee hun haren en hun wangen
licht zijn omhangen,
zijn zij zo warm. Gevangen
door ‘t sterke klemmen van hun zachte armen,
zie ik de volle schaduwloze liefde,
die op de bodem van hun diep-doorzichtige ogen leeft.
Nog onvermengd met menselijk erbarmen,
dat later komt – en redenen en grenzen heeft.

Hauer in het kort
Rutger Hauer (1944) is een van de bekendste acteurs van ons land. In 1969 verwierf hij landelijke bekendheid met zijn hoofdrol in de televisieserie Floris. In de jaren zeventig volgden hoofdrollen in Turks Fruit, Keetje Tippel en Soldaat van Oranje. In 1981 brak Hauer (‘Blond, blue eyes’) in de Verenigde Staten door met zijn rol in Nighthawks. Later volgden belangrijke rollen in filmklassiekers als Blade Runner, The Hitcher en Buffy The Vampire Slayer. Voor zijn rol in Escape from Sobibor won hij in 1988 – vooralsnog als enige Nederlander – een Golden Globe. Zijn carrière in Hollywood kreeg in 2003 opnieuw een impuls toen hij een rol kreeg aangeboden in Confessions of a Dangerous Mind, het regiedebuut van George Clooney. Rollen in kaskrakers als Batman Begins en Sin City werden aan zijn toch al imposante oeuvre toegevoegd. Voor het eerst sinds de jaren tachtig maakte Hauer ook weer zijn opwachting in Nederlandse filmproducties, waaronder Black Butterflies, De Heineken Ontvoering en Michiel de Ruyter. In 2013 werd hij benoemd tot Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw.

Kaj Gorgels: ‘Zelfoverschatting is een groot probleem in medialand’

Kaj Gorgels (28) presenteert samen met Yolanthe een nieuw seizoen van Temptation Island VIPS op Videoland. Playboy spreekt de populaire vlogger en presentator onder meer over zijn haat-liefdeverhouding met de wereld van influencers en presentatoren: ‘Zelfoverschatting is een probleem dat veel mensen in de mediawereld hebben.’

Selectie. Het gehele interview staat in het julinummer van Playboy, 2019.

1. Temptation Island was dit jaar oersaai. Er gebeurde werkelijk niets. Kun je ons misschien verlekkeren met wat juicy details uit het nieuwe seizoen van Temptation Island Vips?
Het afgelopen seizoen van Temptation Island was inderdaad een beetje saai, omdat de koppels die meededen al om negen uur op hun nest gingen liggen. Eigenlijk doe je dan een beetje voor spek en bonen mee. Je gaat de temptation aan of niet denk ik dan. De vier koppels die dit seizoen meedoen aan Temptation Island Vips gaan wel echt de temptation aan. Ik kan er natuurlijk niet teveel over verklappen, maar ik vind deze serie spannender dan die van vorig jaar. Er gaat heel veel gebeuren. Wat ik ook leuk vind om te zien, is dat de koppels dit seizoen allemaal een eigen verhaallijntje hebben. Pommeline en Fabrizio doen bijvoorbeeld mee. Die hebben al eens eerder meegedaan aan Temptation Island, maar toen als verleiders. Nu doen ze mee als koppel. Volgens mij zijn ze ook het eerste verloofde koppel dat meedoet aan dit programma. Dat maakt het natuurlijk ook wel pikant.

2. Zou je zelf meedoen aan Temptation Island Vips?
Nee. Misschien als ik jong was geweest, een jaar of negentien of twintig, en dan als verleider. Dat had ik misschien wel grappig gevonden. Ik heb nu een relatie (met voormalig Miss Nederland Jessie Jazz Vuijk, red.) en ik zou zelf nooit aan een programma meedoen om te kijken of het terecht is dat ik haar wel vertrouw.

4. Wat is de grootste valkuil waar je in kunt trappen als je bekend wordt?
Dat je teveel in jezelf gaat geloven. Zelfoverschatting is een probleem dat veel mensen in medialand hebben. Je moet alles kapot relativeren. Want wat doe je nu eigenlijk? Ik heb gewoon vanaf een zolderkamertje een keer een filmpje op internet gezet en dat heeft er uiteindelijk voor gezorgd dat mensen mij nu herkennen. Ik ben niet de wereld aan het verbeteren, ik heb geen uitvinding gedaan die de wereld heeft veranderd, ik maak internetfilmpjes en dat is het. Je moet het dus nooit groter maken dan het is. Ik word weleens simpel van collega’s die de hele dag over volgers en likes praten. Alsof er geen wereld bestaat buiten YouTube en Instagram. Mijn beste vriend is hoefsmid, een andere vriend is accountant en weer een andere vriend is slager – ik heb echt een heel gevarieerde vriendengroep. Als wij in de kroeg staan dan gaat het bijna nooit over werk. Dat vind ik heerlijk.

5. Wat is de grootste verandering in vergelijking met tien jaar geleden?
Ik leef in zekere zin hetzelfde leven. Ik woon nog steeds in Rotterdam. Ik ben voor werk veel in Amsterdam, maar als je dus weer een paar dagen tussen de social influencers en de televisiemensen hebt gezeten dan is het altijd lekker om in de auto te stappen en met mijn vrienden hier een kroeg in te duiken. Ik heb ook nog steeds dezelfde vrienden als tien jaar geleden – ook dat is niet veranderd. De weekenden zien er eigenlijk ook nog steeds hetzelfde uit, alleen word ik nu wel herkend en heb je tijdens het uitgaan ineens dertig mensen om je heen staan die je niet kent. Ik vind het dan heel lastig om te zeggen: laat me even met rust. Ik probeer altijd een praatje te maken en ik heb nog nooit een foto geweigerd. Je gaat alleen wel op een andere manier uit. Ik ga vaker in een hoekje staan, omdat je altijd merkt dat mensen naar je kijken.

15. Wat is de vreemdste plek waar je ooit seks hebt gehad?
Ik zal je eerlijk zeggen: ik ben niet zo van de vreemde plekken. Ik vind een gewoon bed het lekkerst. Het toilet van een kroeg was wel een vreemde plek, een beetje een ranzige plek ook. Ik heb het ook weleens gedaan in een vliegtuig. Het was op een vlucht van Amsterdam naar Londen. Het was niet all the way, maar ik werd gepijpt toen we in een nagenoeg leeg vliegtuig zaten. Ik geloof dat er alleen vooraan wat mensen zaten; wij zaten achteraan. Niemand heeft ons gezien.

17. Mark Rutte of Thierry Baudet?
Ik ben van allebei niet heel erg fan, maar dan kies ik toch voor Thierry Baudet. Ik ben blij dat hij is opgestaan. Hij maakt de politiek wel weer interessant. Je hoeft het niet altijd met hem eens te zijn, maar hij zet alles wel weer op scherp. Weet je wat ik zo raar vind: dat je in de politiek maar heel weinig mensen ziet met charisma. In het bedrijfsleven zie je die wel. In het bedrijfsleven zitten veel slimme mensen die het ook goed zouden doen als politicus, maar die daar niet voor kiezen omdat ze in hun eigen sector meer dan het dubbele verdienen. Moeten politici niet gewoon meer betaald krijgen? Ik zou dat niet zo erg vinden. Ik denk dat veel mensen die nu voor een baan in het bedrijfsleven kiezen dan de politiek in zouden gaan en we dus betere politici krijgen. Als je kijkt wat er nu zit, denk je vaak: jeetjemina, dat is het net niet, hè.

De smaak van… Ray Slijngaard

Ray Slijngaard (48) is de mannelijke helft van het danceduo 2Unlimited. In de nineties verkochten ze wereldwijd meer dan twintig miljoen platen. Deze zomer toert hij door Europa.

(Verschenen in het julinummer van Playboy, 2019.)

Sushi of stamppot?
Ik eet zeker wel twee keer in de week sushi, dus dat is niet zo moeilijk. Waar je de beste sushi kunt eten? We zitten elk weekend wel ergens anders in de wereld, maar afgelopen weekend waren we in Londen, en daar at ik bij SUSHISAMBA de beste sushi die ik tot nu toe in die stad heb gegeten.

Dikste auto?
Dat is de Mercedes-AMG GLC 63. Ik heb nu zelf een Mercedes-AMG GLE, maar volgend jaar ga ik voor de GLC. Die is wel een stukje duurder, maar hij staat al heel lang op mijn verlanglijstje.

Mooiste horloge?
Ik hou van Rolex, ik heb er zelf ook een paar, maar ik ben jaloers op de iced out white gold Patek Philippe Nautulus van Mark Wahlberg. Dat is het mooiste horloge dat ik ken. Ik zou hem alleen niet kunnen kopen, want hij kost een half miljoen. Dan heb je gewoon een huis om je pols.

Beste artiest van dit moment?
Ik hou van rapmuziek, maar de rapmuziek van tegenwoordig gaat alleen maar over blingbling, het is allemaal niet meer zo inhoudelijk. Daarom luister ik liever naar wat oudere artiesten. Usher blijft heel goed. De laatste jaren lukt het niet echt meer met nieuwe muziek, maar live blijft hij de beste.

The sexiest woman alive?
Mijn verloofde natuurlijk, maar Vanessa Williams ziet er ook nog steeds heel goed uit. Een halfbloed met groene ogen.

Je kunt me ’s nachts wakker maken voor…
Sushi en sex.

Dit is het duurste wat ik ooit voor mezelf heb gekocht…
Ik heb eens een keer een hele vette BMW M3 gekocht, dat was toentertijd best een dure auto.

Ultieme zomerdrankje?
Ik heb een tweede huis in Marbella, dus als ik tijd heb ga ik daarnaartoe. Niets is lekker dan een koude Dom Perignon Rosé op Nikki Beach.

Mijn guilty pleasure is…
Ik hou van een jointje op zijn tijd. En lekker eten is ook een guilty pleasure – al moet ik daardoor wel elke week naar de sportschool.

Get ready for this
of No limits?
Get ready fot this. Dat is de eerste plaat die we ooit hebben gemaakt, dus die heeft een speciaal plekje in mijn hart. Overal waar we komen spelen we hem en elke week gaan mensen nog teeds uit hun dak op dit nummer. No limits is natuurlijk onze grootste hit, maar de grootste hit is voor artiesten vaak niet de favoriete hit.

Katja Schuurman of Dannii Minogue?
Katja. Daar ben ik lang mee gegaan, een hele leuke meid. Ik bewonder haar nog steeds om wie ze is en ze ziet er nog steeds heel goed uit.

Armin van Buuren of Martin Garrix?
Armin van Buuren. We zijn allebei van dezelfde tijd. We zaten een keer samen bij DWDD en toen zei hij: ‘Als 2Unlimited er niet was geweest, was ik nooit met muziek begonnen.’ Dat vond ik een groot compliment.

Anita Doth weet niet van mij dat ik…
… ben vreemdgegaan in de tijd dat we een relatie met elkaar hadden. Misschien dat ze dat nu weet, maar toen in ieder geval niet. We waren negentien toen we bekend werden en opeens kwamen de groupies op me afgestormd. Ik had geen zin meer in een relatie en wilde gewoon van alle aandacht gaan genieten.

Dit is de vreemdste roddel die ik over mezelf heb gehoord…
Dat ik coke gebruik. Ik heb nog nooit coke gebruikt, ik ben niet verder gekomen dan een paar keer een xtc-pilletje. Ik heb heel veel vrienden kapot zien gaan aan drugs. Daarom was ik altijd bang om het te gebruiken. Ik kon kilo’s kopen, maar dat heb ik nooit gedaan.

Wat is het vreemdste dat je op seksueel gebied hebt gedaan?
Ik ben best wel ouderwets, ik doe geen rare dingen als wurgsex of SM. Het gekste dat ik heb meegemaakt is met drie vrouwen tegelijk in bed.

Mijn grootste miskoop was…
Ik was in de ninties eens in New York, en daar liep ik in een Gucci Store opeens P. Diddy tegen het lijf. Die was ook aan het shoppen. Hij liep in een lange jas van lamswol of zoiets – zo’m pimp jacket. Ik heb hem toen ook gekocht. De jas was zevenduizend dollar, ik heb hem misschien twee keer gedragen en ik zou niet weten waar hij nu is.

Dit is de meest overschatte artiest van Nederland…
Poeh, dat vind ik een moeilijke. De eerste die me te binnen schiet is Maan. Ik zie haar af en toe voorbijkomen en dan wordt ze helemaal opgehemeld, maar ik denk dan: is dit een van de paradepaardjes van de Nederlandse muziek? Ik heb betere zangeressen in de studio gehad. Ik wil niemand afkraken, ze doet leuke dingen met Ronnie Flex en Bizzey, maar ik vind haar wel overrated.

Dit is mijn favoriete app op mijn telefoon…
M’n Gmail, m’n agenda en Instagram.

Een complete speellijst staat op http://www.2unlimitedlive.com.

Sylvana Simons: ‘Ik kan me zelden herkennen in een kunstwerk’

Sylvana Simons (48) is de oprichter van de politieke partij BIJ1 en gemeenteraadslid in Amsterdam. Wat leest, luistert en ziet ze in haar vrije tijd?

Vier pagina tellend interview uit het dubbeldikke zomernummer van HP/De Tijd, juli 2019. Lees het gehele interview hier.

BOEKEN
“Een van de boeken die de laatste tijd veel indruk op me heeft gemaakt, is The Hate U Give van Angie Thomas. Het is een waargebeurd verhaal over een zestienjarig meisje dat in een zwarte wijk woont maar naar een witte school gaat. In haar buurt wil ze niet te wit overkomen, op haar school juist niet te zwart. Die spagaat, waarin veel jonge zwarte meisjes verkeren, wordt heel inzichtelijk gemaakt. Het boek maakte zoveel indruk omdat het perspectief waaruit het is geschreven voor mij zo herkenbaar is; er zijn namelijk weinig boeken die geschreven zijn vanuit het perspectief van een zwarte vrouw. Het boek heeft ook een universeel thema, waarmee ik niet wil zeggen dat wij hier dezelfde problematiek hebben als in Amerika, maar etnisch profileren staat ook hier op de agenda. Vorig jaar heb ik de film ook gezien. Ik begon na twee minuten te huilen en dat is niet meer gestopt. De reacties die ik achteraf hoorde, van zowel zwarte mensen als niet-zwarte mensen, is dat het verhaal een perspectief biedt dat ze totaal niet kennen en duidelijk maakt waar je tegenaan loopt growing up black. Ik denk dat literatuur, en kunst in het algemeen, een onmisbaar middel is om de wereld om ons heen te begrijpen. Kunst is in die zin van onschatbare waarde voor een gezonde samenleving.”

THEATER
“Ik hou van dans, ik hou van stand-up comedy en ik hou van toneel. Als het om dans gaat vind ik alles geweldig. Ik ben zelf natuurlijk danseres geweest en ga daarom zo vaak als het uitkomt naar het Nationaal Ballet. Niet zo lang geleden was ik met een vriendin naar een uitvoering van Cinderella. Wat ik heel mooi vond, is dat ze heel innovatief waren geweest met het decor en de effecten. Het stuk kwam daardoor echt tot leven. Aan het eind van het jaar ga ik naar Alvin Ailey American Dance Theater in Rotterdam. Dat is echt een jeugddroom die uitkomt om hen een keer te zien. Alvin Ailey is zo ongeveer de standaard voor elke zwarte danser. Ze brengen klassiek, modern en jazz en hebben een kwaliteitslevel dat echt ongekend is. Daarbij is het een all black gezelschap wat een hele bijzondere dimensie toevoegt aan de voorstellingen die ze maken. We zijn het niet gewend om all black klassieke dans te zien, we zijn het niet gewend om die – ik ga het toch maar zeggen – fysieke zwartheid te zien. Ik kijk hier dus echt al een jaar naar uit. Ik hou ook erg van black stand up comedy: ik ben een enorme fan van Chris Rock en ik moet altijd lachen om Trevor Noah. Amy Schumer vind ik soms leuk, maar ik kan me niet altijd met haar identificeren. Wat ik niet leuk vind daar kijk ik ook niet naar. Het is voor mij sowieso lastig om iets negatiefs te zeggen, want alles wat ik zeg is uitlokking, dus als ik nu ga zeggen wie ik niet leuk vind dan weet ik zeker dat er een backlash komt. Dat gezegd hebbende: ik heb nog nooit moeten lachen om de oudejaarsconferences van Guido Weijers. Ik zou het heel gaaf vinden als een keer een zwarte cabaretier de oudejaars doet. Mo Hirsi, een vriend van me, heeft het afgelopen jaar in de theaters als eerste allochtoon een oudejaarsconference gedaan. Ik hoop dat hij landelijk ook een kans krijgt. Ik ga ten slotte ook graag naar toneel. Vanavond ga ik naar de voorstelling Black Memories van Danstheater AYA, een voorstelling over ons koloniaal verleden. Ik merk wel dat ik vaak stukken op zoek waar ik mezelf in kan herkennen. Dat betekent in de praktijk dat ik naar kleinere theaters moet en stukken zie die korter lopen dan bijvoorbeeld de stukken van Internationaal Theater Amsterdam, waar ik me als zwarte vrouw niet zo vaak in kan herkennen. Dat had ik met kunst ook lange tijd, totdat ik de tentoonstelling Black is Beautiful zag in de Nieuwe Kerk. Voor het eerst werd de focus gelegd op de zwarte mens in de Nederlandse schilderkunst. Ik ga graag naar musea, maar ik kan me zelden herkennen in een kunstwerk. Bij deze tentoonstelling was het voor het eerst dat ik dat wel kon.”

MUZIEK
“Er zijn misschien wel twintig artiesten waar ik al meer dan dertig jaar naar luister, maar er is niemand in het bijzonder waar ik fan van ben. Prince is wel een favoriet. Die heb ik leren kennen toen ik twaalf was en die luister ik nog steeds. Hij was niet alleen muzikaal innovatief, maar ook iemand die het belang van vrije geesten propageerde. Michael Jackson was ook een favoriet, maar daar luister ik niet meer actief naar sinds ik die documentaire heb gezien waarin hij wordt beschuldigd van kindermisbruik. Laatst liep ik in de supermarkt en toen hoorde ik op de achtergrond zijn nummer Pretty Young Thing. Daar luister je dan toch met andere oren naar. Aan de andere kant hoorde ik laatst ook een nummer van hem van toen hij een jaar of acht was, maar daar had ik minder moeite mee. Ik dacht: hier mag ik nog van genieten, want hier was hij nog onschuldig. R. Kelly is een heel ander verhaal. Dat was ook een favoriet van mij, maar daar ben ik helemaal klaar mee. Ook hij raakte in opspraak omdat hij seks zou hebben gehad met minderjarigen. In beide gevallen ben ik ervan overtuigd dat er grensoverschrijdend gedrag heeft plaatsgevonden. Dat doet in zekere zin niets af aan de kwaliteit van hun muziek, maar ik vind het moeilijk om met die kennis van die muziek te genieten.”

Jan Cremer: ‘Het feminisme is aan mij voorbijgegaan’

Jan Cremer (79) is schrijver en schilder. Playboy spreekt hem naar aanleiding van zijn nieuwe boek Canaille over de verfilmingspogingen van zijn bestseller Ik Jan Cremer, zijn weerzin tegen fatsoensrakkers en zijn literaire aspiraties: ‘Ik schrijf begrijpbare porno voor het volk.’

Jan Cremer is bij leven een legende. Hij maakte zichzelf onsterfelijk met de onverbiddelijke bestseller Ik Jan Cremer uit 1964. Zijn reisavonturen vol drank, geweld en seks zorgden voor een schok in Nederland. De vrije jaren zestig waren na het verschijnen van dit boek pas echt begonnen. Na het succes van zijn debuut – er zouden wereldwijd zo’n twaalf miljoen exemplaren van zijn verkocht – vertrok Cremer naar Amerika. Hij nam zijn intrek in het vermaarde Chelsea Hotel in New York, waar hij vriendschap sloot met Bob Dylan en verloofd was met sekssymbool Jayne Mansfield. Tegenwoordig verdeelt hij zijn tijd over Parijs, Berlijn, Amsterdam en Umbrië. Playboy spreekt de nog immer schrijvende en schilderende kunstenaar in de galerie van zijn vrouw in Amsterdam.

Onlangs verscheen je nieuwe boek Canaille. Zit het publiek nog wel te wachten op nieuw werk van Jan Cremer?
“Dat denk ik wel, ja. Ik ben de meest gelezen schrijver van Nederland, al vanaf 1964 bestsellerauteur, en ik heb een hele schare lezers, nationaal en internationaal, die honger hebben naar mijn werk. Ik kan er nog steeds op rekenen dat ik in Holland ongeveer zestigduizend lezers heb die het nieuwe boek graag willen lezen. Dat is voor mijn doen weinig, vroeger had ik er zeshonderdduizend, maar voor tegenwoordig is dat veel.”

Kun je kort uitleggen waar het boek over gaat?
“Het gaat over de opkomst en ondergang van een beroemde primaballerina en de onmogelijke taak om voor het eerst van je leven een gezin te vormen. Ik trouwde in de jaren zestig met mijn grote liefde met wie ik een leven probeerde op te bouwen in New York. We kregen een dochter. Voor het eerst in mijn leven had ik een gezin. Ik had tot die tijd geen familie-ervaring. Ik was enig kind, mijn vader was al vroeg overleden, ik heb tot mijn veertiende altijd in tehuizen gezeten, ik was onopvoedbaar. In Amerika zag de toekomst er rooskleurig uit. Ik had alles wat ik wilde: een mooie vrouw, een lief kind, een prachtige ranch met paarden, honden, noem maar op. Dat ging natuurlijk mis. Onze relatie liep stuk. Op geld. Ik geef helemaal niets om geld, als ik geld heb dan geef ik het uit, maar dat was voor haar een probleem. Ze beschouwde haar zeven jaar met mij uiteindelijk als een one-night-stand en de dochter die daaruit voortkwam ziet mij als haar spermadonor. Ik heb met allebei geen contact meer.”

Ik kan me voorstellen dat dat lastig is.
“Je krijgt oorlog met je vrouw, die zet haar dochter tegen je op. Je dochter wordt je vijand, en vijanden, zo is mij geleerd, moet je op afstand houden. Dus dat is voorbij. Ik ben wat dat betreft een vrij harde figuur, misschien nog wel harder dan vroeger. Als iemand om wat voor reden dan ook mijn vertrouwen heeft geschaad, komt het nooit meer goed.”

Je hebt kisten vol met aantekeningen, waardoor je ook deze liefdesgeschiedenis tot in de kleinste details reconstrueert. Waarom heb je alles altijd bijgehouden?
“Ik heb mezelf op mijn veertiende de taak gesteld om mijn leven te beschrijven. Ik dacht: of mijn leven wordt helemaal niks, of ik schrijf gewoon op wat ik allemaal meemaak. Dat laatste heb ik dus gedaan. Ik beschrijf mijn leven als een soort vaart op zee, als een odyssee, als een zwerftocht, waarbij ik langs allerlei rotsen vaar. Als ik zo’n rots heb beschreven dan ben ik er voorbij, dan is het klaar, dan slaan de golven erover. Elk boek beschrijft zo’n rots. Ik heb er nog minimaal drie in mijn hoofd zitten.”

Hoe schrijf je precies?
“Op mijn Triumph Gabriele. Voltaire schreef al: schrijven is oorlog. Voor mij zijn de hamertjes van een schrijfmachine klauwen. Ik heb weleens een elektrische schrijfmachine geprobeerd, maar dat is veel te zacht. Computers zijn al helemaal niet aan mij besteed. Het moet kletteren. Ik schrijf zoals ik schilder: heel ruw. Met kwasten en troffels sla ik de verf op het doek, met mijn schrijfmachine hamer ik de letters in het papier. De inkt spat eromheen. Dat zie je met het blote oog niet, maar als je met een loep kijkt zie je dat geen enkele letter hetzelfde is.”

Krijg je genoeg erkenning voor je schrijverschap?
“In Amerika en Duitsland sta ik in allerlei encyclopedieën als zijnde een van de grote namen van de literatuur in Holland. Hier hebben de meeste collega-schrijvers nog nooit van mij gehoord. Het is misschien een beetje hetzelfde als met De Telegraaf: het is de grootste krant van het land, maar niemand heeft het ooit gelezen, begrijp je wel.”

Je hebt ook nooit een literaire prijs ontvangen.
“En dat moeten ze ook niet wagen. Dan berg je je maar, als je dat durft. Daar zijn ze nu te laat mee. Ik weet dat ik absoluut mijn best doe om goed te schrijven en mooi te schilderen. Ik sta nog steeds achter elk woord dat ik heb geschreven en elk schilderij dat ik heb geschilderd. En of nu een persoon mijn werk mooi vindt of een miljoen personen en of ze me daar nu een prijs voor geven  – het interesseert me in feite ook niet. Ik ben koninklijk onderscheiden, Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw, en dat vind ik waardevol genoeg.”

Volg je de nieuwe lichting schrijvers?
“Nee. In Holland wordt de bestsellerlijst momenteel aangevoerd door literaire kwakzalvers. Daar ga ik mijn tijd niet aan besteden. Ik heb niets aan iemand die mooi kan schrijven, dat kan ik zelf ook wel, en dan nog beter ook. De schrijvers van tegenwoordig schrijven allemaal prachtige zinnen, maar ze hebben geen seconde in hun leven honger geleden, ze weten niet wat armoede is. Dan kun je ook niet goed schrijven. Ik moest altijd mijn eigen brood verdienen. Ik heb in de haven moeten werken, ik heb moeten varen, ik heb in een slachterij gewerkt. Dat is het doornige pad van de kunst. Ik schrijf alles op met hart en ziel, over wat ik heb meegemaakt en gevoeld, zo simpel is dat.”

Ik Jan Cremer is een iconisch boek. Wereldwijd zouden er twaalf miljoen exemplaren van zijn verkocht. Waarom is het eigenlijk nooit verfilmd?
“Ha, dat is een boek op zich, de talloze pogingen die zijn ondernomen om het boek te verfilmen, vaak niet door de minsten. Oliver Stone, nog steeds een vriend van me, wilde er zijn afstudeerfilm van maken. Dat was al in 1967. Francis Ford Coppola heb ik ook mee te maken gehad, maar die werd afgewezen, want die had een script ingeleverd dat helemaal niet liep. Een jaar later maakte hij The Godfather. Vorig jaar kregen we nog een verzoek van Johnny Depp. Die wil het ook gaan regisseren, maar daar hebben we nu al een tijd niets meer van gehoord. Ik moet je zeggen, ik heb altijd wel goed kunnen leven van de optierechten. Die worden dan voor een of twee jaar betaald en dan heb je toch een flink kapitaal in handen. En dan ben ik dus altijd blij als het weer niet doorgaat, want dan kunnen we de optie nog een keer opnieuw verkopen.”

Waar loopt het dan op stuk?
“Op het script. Het boek bestaat uit meerdere verhalen, speelt op verschillende locaties op de wereld, ik geloof wel twaalf. In woorden kun je makkelijk van Ibiza naar New York springen, maar in een film kan dat niet.”

In een serie wel.
“Nu we het erover hebben… We werden niet zo lang geleden benaderd door Netflix. Die willen er een serie van maken van twaalf afleveringen. Dat is natuurlijk wel een mogelijkheid, want dan hoef je niet telkens te springen tussen al die tijden en locaties, dan kun je dat per aflevering doen. Maar je weet hoe dat gaat: eerst is er enorm veel contact, dan hoor je een tijd niets meer en dan hoor je opeens weer wat. We zullen zien.”

Ik Jan Cremer werd van meet af aan omarmd door het volk. Eindelijk was er iemand die onverbloemd schreef waar het op stond. Je noemde jezelf ook ‘schrijver van het volk’. Zie je jezelf nog steeds zo?
“Ja. Letterlijk en figuurlijk. Ik schrijf begrijpbare porno voor het volk. Ik spreek ook als een van de weinige schrijvers de taal van het volk, omdat ik uit het volk voortkom. Ik leefde vanaf mijn vijfde jaar op straat en alles wat je daar leert… Er is geen betere universiteit dan de straat. De allerhoogste academische graad haal je op straat. Als je naar mijn vriendenkring kijkt, zijn dat ook nog steeds militairen, mariniers en politiemensen. Daar heb ik geen diepe gesprekken mee, maar ik voel me er wel bij thuis. Ik heb heel weinig kunstvrienden. Ik vind de kunstwereld een schijnheilige wereld, een hypocriete wereld. Een wereld van likken en buigen. Dat past niet bij mij.”

Zie je jezelf eigenlijk als een schrijvende schilder of een schilderende schrijver?
“Die vraagt wordt me altijd gesteld. Ik denk zo niet. Het is een doem als je geboren wordt als kunstenaar met meerdere talenten. Dat klinkt misschien dramatisch, maar het is zo. Want van kleins af aan heb je onrust in je, ik in elk geval. Elk kind is tot zijn vijfde een kunstenaar in de dop. Op school wordt dat eruit geslagen. Mensen die dat niet uit zich laten slaan, moeten een pad kiezen die enorme kronkels heeft en hobbelig is. Dat is een pad vol doornen. Er zijn er maar weinig die dat pad kunnen volhouden. Ik moet mijn hele leven al schrijven en schilderen. Ik hoop altijd dat ik op een dag geen zin meer heb om te schilderen of om te schrijven, maar ik krijg juist steeds meer zin om te schilderen en te schrijven. Mijn werk is mij heilig. Ik ben zeer gedisciplineerd, alhoewel mijn imago is dat ik dat niet ben. Ik kan nog steeds weleens flink doorzakken, de hort op gaan, dat hoort bij het leven, maar mijn werk is altijd nummer een geweest in mijn leven. Van jongs af aan. Eerst verf kopen, dan eten. Eerst schrijfpapier kopen, dan eten. Ik kan alleen niet tegelijk schilderen en schrijven. Daarom schilder ik in de zomer en schrijf ik in de winter. Voor de mensheid is het goed dat ik allebei doe, maar voor mijzelf niet. Het geeft heel veel onrust.”

Volgend jaar word je tachtig. Zie je daar tegenop?
“Waarom? Voor mij zijn het gewoon twee cijfers. Een acht en een nul. Ik heb altijd het idee, en dat klinkt misschien een beetje belachelijk langzamerhand, dat ik nog moet beginnen. Ik vind het ook heerlijk om dat gevoel te hebben. Als je dat gevoel niet meer hebt kun je beter meteen stoppen.”

Je denkt dus niet na over het onvermijdelijke einde?
Fel: “Nee man, ben je gek, helemaal geen sprake van. Natuurlijk niet. Ik ga door tot m’n honderdveertigste en daarna zien we wel verder. Leeftijd zegt mij niks. En tachtig… In mijn jeugd was ik altijd ondervoed. Veel kinderen waren ondervoed in die tijd. Ik was graatmager en oorlogswees en zat in een tehuis op de Veluwe. Daar mochten we altijd spelen voor het slapengaan. Op een gegeven moment kwamen er nieuwe pleegzusters. Ik was aan het stoeien met een jongen maar dat ging volgens een van die nieuwe zusters een beetje te ruw. Een andere zuster zei toen, en dat hoorde ik: ‘Laat hem maar, die haalt de zestien niet.’ Ik dacht: moet jij eens opletten, kreng, ik haal de zestien wel. En nu ben ik bijna tachtig. Nietzsche zei al: ‘Was mich nicht umbringt, macht mich stärker.’ Dat is mijn stelregel in het leven. Ik zie het leven als een eenmansguerilla. Je moet jezelf er doorheen tijgeren. Met het einde ben ik helemaal niet bezig, daar denk ik nooit aan. Ik heb daar ook helemaal geen tijd voor; ik moet aan het werk!”

Hij staat op en loopt naar de keuken. “Wil je ook een glas water? Of wil je liever een kop koffie?” Ik aarzel. “Of zullen we een biertje doen?” Dat klinkt beter. Hij komt terug met twee flesjes Pilsner Urquell.

Je bent een vrouwenkenner. Waar moet een goede vrouw volgens jou aan voldoen?
“Meestal zijn de vrouwen waar ik op val blond, hebben blauwe ogen, moeten tegen een stootje kunnen, goed in de keuken zijn en een goede kameraad zijn. Het belangrijkste is om een goede kameraad te hebben in je leven. Mijn Babette is mijn muze, mijn grote liefde. Ik ontkom er natuurlijk niet aan dat ik in mijn verleden andere grote liefdes ben tegengekomen, daar schrijf ik natuurlijk ook over, maar dat vindt ze niet erg. Je kunt je verleden niet uit de weg gaan.”

Zijn de vrouwen veranderd in vergelijking met vroeger?
“Nee.”

Niet? Ook niet door de feministische golven?
Spottend: “Die zijn aan mij voorbijgegaan. In mijn kring komen geen feministen voor. Een leuke vrouw is voor mij nog steeds gewoon een lekker wijf waar je een borrel mee kan drinken en waar je goed mee kan lachen en waar je de liefde mee kan bedrijven” Lachend: “Waar zijn ze anders voor zou ik haast zeggen.”

Is dat niet heel seksistisch? Je schrijft in een van je boeken bijvoorbeeld ook: ‘Een goede vrouw is onderworpen aan haar man, haar Heer en Meester’.
“Dat schrijf ik ook een beetje om te stangen, natuurlijk. Ik schreef ook dat een goede vrouw ’s ochtends als eerste opstaat en zingend in de keuken een lekker ontbijt klaarmaakt dat ze manlief op bed komt brengen met de krant opengevouwen op de sportpagina en ’s avonds in een korte rok en op hoge hakken de dampende piepers serveert. Dat vind ik nog steeds een mooi beeld. Dat is humor.”

Onlangs was er een nieuwe toneelbewerking van Turks fruit van Jan Wolkers. De makers vonden het boek achterhaald en hebben er een vrouwvriendelijker versie van gemaakt. Hoe kijk jij daarnaar?
“Dat kan toch helemaal niet? Ik doe niet mee aan die hysterie. Ik schrijf wat ik schrijven wil. Ik vind dat ik in de maat blijf, maar ik schrijf wel waar het op staat. Een lekker wijf is een lekker wijf. Ik schrijf gewoon wat het is en dat blijf ik doen. Turks fruit vond ik bij verschijning trouwens al achterhaald. Alles wat erin staat, staat al in Ik Jan Cremer.”

Herken je in deze tijd iets van de preutsheid van de jaren zestig?
“Er was helemaal geen preutsheid in de jaren zestig. Ik emigreerde in 1964 naar Amerika. Hier kwamen in die tijd de eerste pornoblaadjes op de markt en werd de vrije seks gepropageerd, maar daar was het moeilijk om een meid te vinden die niet meteen haar benen spreidde. Ik beschrijf in Ik Jan Cremer 3 hoe wild het daar toen was, vooral op seksgebied. Van hoog tot laag – iedereen was ermee bezig. Er waren meiden uit de beste families die in die tijd in pornofilms optraden. In de jaren zeventig is dat weer teruggedrongen. Mensen van die generatie gingen zichzelf profileren in de zakenwereld en wilden niet meer herinnerd worden aan hun verleden. Die nieuwe preutsheid zal tijdelijk zijn. Die hele #MeToo-beweging is te gek voor woorden. Kijk, uitwassen moet je bestrijden, met harde hand, voor de rest moet je niet te kleinzerig doen. Je moet schrijvers ook geen taboes opleggen, want dan maak je juist de taboedoorbrekers wakker. Als ik iets niet mag dan ga ik het juist doen. Dat zit in onze volksaard. Holland is ontstaan uit anarchisten. In 9 n. Chr. had je de Slag bij het Teutoburgerwoud. De mensen die we nu deserteurs noemen, degenen op vaandelvlucht, vluchtten westwaarts de moerassen in. Holland bestaat uit hels land. Daar komt de naam ook vandaan. De Germanen zeiden: laat die deserteurs maar creperen, die verdrinken toch wel in het moeras. Dat zijn de Hollanders. Wij zijn dus eigenlijk een volk van deserteurs. Die anarchie lijkt nu helemaal verdoofd.”

Je zei net dat je het verleden niet uit de weg kunt gaan. Betekent dat ook dat we het verleden van ons eigen land niet mogen verloochenen? Ik denk bijvoorbeeld aan de mensen die de naam van Jan Pieterszoon Coen uit het straatbeeld willen laten verdwijnen.
“Dat vind ik ook te gek voor woorden. Coen heeft ons land helpen opbouwen, of hij dat nu op een goede manier heeft gedaan of niet. Je kunt de historie niet gaan herschrijven of fatsoeneren. Dat kan gewoon niet. We moeten oppassen voor de fatsoensrakkers, voor de extremisten van het fatsoen. Je kunt daar eigenlijk maar een ding tegen doen: negeren. Als je ze geen aandacht geeft dan sterven ze uit. Maar kranten denken: goed nieuws is geen nieuws, dus de kranten teren erop. Als de kranten het zouden stilzwijgen dan bestaat die sfeer niet meer. Ik doe er in ieder geval niet aan mee. Wat ik al zei: een lekker wijf is bij mij nog steeds een lekker wijf. En als ze mooie tieten heeft dan schrijf ik dat ze mooie tieten heeft. De op fatsoen gedresseerde apen die dat niet willen lezen die doen hun ogen maar dicht.”

Je woonde twaalf jaar in het vermaarde Chelsea Hotel in New York. In Ik Jan Cremer 3 schrijf je daar uitgebreid over, onder meer over je vriendschap met Bob Dylan. Hoe is die ontstaan?
“Die leerde ik kennen via mijn boek. In New York heb je weinig boekhandels. Je hebt niet van die kleine winkeltjes zoals hier, er zijn maar een paar grote boekhandels, zoals die op Times Square. Daar stond mijn boek prominent in de etalage. Ik ging daar weleens naar binnen, ik woonde daar vlakbij, en leerde de jongen die die boeken verkocht kennen. Hij zei: ‘Weet je wie hier net de deur uit gaat? Tennessee Williams, met een doos boeken van je.’ Ik kende hem vaag als de schrijver van Cat on a Hot Tin Roof, dus dat klonk wel goed. Een paar dagen later kwam ik er weer. ‘Weet je wie hier net wegloopt met je boek?’, zei hij. ‘Bob Dylan. Dat is een folkzanger die heel beroemd aan het worden is. Hij heeft twee dozen van I Jan Cremer besteld.’ Een paar dagen later komt de manager van het hotel naar me toe en zei dat hij me aan iemand voor wilde stellen. Dat was Bob Dylan. We zijn bevriend geraakt, dat heeft ongeveer een jaar geduurd, toen was het over. De muziekwereld is mijn wereld niet. Ik ben met hem meegevlogen naar concerten, maar hij wilde teveel grip op mij krijgen, hij wilde dat ik overal mee naar toe ging. Maar ik moest schrijven en schilderen, natuurlijk. Ik had geen tijd om overal mee naar toe te gaan.”

Je zet hem neer als iemand die andere mensen misbruikt om de top te bereiken.
“Ik vond hem een rücksichtslose streber. Hij is een hele goede zanger en musicus, maar als persoon is het een rotzak. Ik ben eens met hem mee geweest naar een concert in Philadelphia waar zijn ouders ook waren. Hij begroette ze niet eens. Wat hij schreef kwam letterlijk uit de kranten en uit zijn rijmwoordenboek. Prima, maar dat hij daarvoor de Nobelprijs voor de Literatuur heeft ontvangen, is natuurlijk te gek voor woorden.”

Je schrijft ook dat je hebt meegewerkt aan een van zijn beroemdste liedjes, Visions of Joanna. Hoe zit dat precies?
“Ik heb die naam bedacht: Joanna. Dylan zocht een naam die Europees klonk en dat werd dus deze naam. Sad lady of the Low Lands gaat over mijn toenmalige vriendin Nico, de zangeres van The Velvet Underground. Later zijn daar andere dingen over geschreven, dat het over andere vrouwen gaat, maar het gaat over Nico. Zij schreef op haar beurt weer I’ll be your mirror van The Velvet Underground. Ik zat destijds in Californië voor filmrechten en zij zat in mijn atelier in het Chelsea Hotel en als we elkaar dan belden dan zei ze: ‘Don’t worry, I’ll be your mirror.’ Ik heb gezien dat ze dat nummer schreef. Dat wordt nu toegeschreven aan Lou Reed, maar dat is onterecht, dat heeft natuurlijk allemaal met rechten te maken.”

Het hoogtepunt van Ik Jan Cremer 3 is je vier maanden durende reis door Zuid-Amerika met je toenmalige verloofde Jayne Mansfield. Hoe ging dat?
“We leerden elkaar kennen door een publiciteitsfoto. Ik had Ik Jan Cremer aan haar opgedragen, dus toen er een Amerikaanse editie verscheen, gingen we samen op de foto. Ze hield me meteen vast en kon me niet meer vergeten. Daarom vroeg ze me mee op die publiciteitsreis door Zuid-Amerika. Lees het allemaal maar na. Ik kwam van het gekkenhuis New York in het krankzinnigengesticht Zuid-Amerika, begrijp je wel. Alles is gebaseerd op mijn aantekeningen uit die tijd. Alles klopt wat er staat.”

Toch klinken de verhalen je vertelt bijna te mooi om waar te zijn. Ze zeggen weleens dat je een fantast bent. Trek je je dat aan?
“Daar moet ik hartelijk om lachen. Ik heb altijd medelijden met hen die zo vol domheid zijn. Diezelfde mensen zeggen ook dat ik een fascist ben. Het is heel simpel: ik hoef niets te bewijzen, de historie zal het uitmaken. Alles wat ik schrijf is te verifiëren. Zoek het maar na.”

Onlangs verscheen je nieuwe boek Canaille. Zit het publiek nog wel te wachten op nieuw werk van Jan Cremer?
“Dat denk ik wel, ja. Ik ben de meest gelezen schrijver van Nederland, al vanaf 1964 bestsellerauteur, en ik heb een hele schare lezers, nationaal en internationaal, die honger hebben naar mijn werk. Ik kan er nog steeds op rekenen dat ik in Holland ongeveer 60.000 lezers heb die het nieuwe boek graag willen lezen. Dat is voor mijn doen weinig, vroeger had ik er 600.000, maar voor tegenwoordig is dat veel.”

Kun je kort uitleggen waar het boek over gaat?
“Het gaat over de opkomst en ondergang van een beroemde primaballerina en de onmogelijke taak om voor het eerst van je leven een gezin te vormen. Ik trouwde in de jaren zestig met mijn grote liefde, met wie ik een leven probeerde op te bouwen in New York. We kregen een dochter. Voor het eerst in mijn leven had ik een gezin. Tot die tijd had ik geen familie-ervaring. Ik was enig kind, mijn vader was al vroeg overleden, ik heb tot mijn veertiende altijd in tehuizen gezeten, ik was onopvoedbaar. In Amerika zag de toekomst er rooskleurig uit. Ik had alles wat ik wilde: een mooie vrouw, een lief kind, een prachtige ranch met paarden, honden, noem maar op. Dat ging natuurlijk mis. Onze relatie liep stuk. Op geld. Ik geef helemaal niets om geld, als ik geld heb dan geef ik het uit. Dat was voor haar een probleem. Ze beschouwde haar zeven jaar met mij uiteindelijk als een onenightstand en de dochter die daaruit voortkwam ziet mij als haar moeders spermadonor. Ik heb met allebei geen contact meer.”

Ik kan me voorstellen dat dat lastig is.
“Je krijgt oorlog met je vrouw, die zet haar dochter tegen je op. Je dochter wordt je vijand, en vijanden, zo is mij geleerd, moet je op afstand houden. Dus dat is voorbij. Ik ben wat dat betreft een vrij harde figuur, misschien nog wel harder dan vroeger. Als iemand om wat voor reden dan ook mijn vertrouwen heeft geschaad, komt het nooit meer goed.”

***

Krijg je genoeg erkenning voor je schrijverschap?
“In Amerika en Duitsland sta ik in allerlei encyclopedieën als zijnde een van de grote namen van de literatuur in Holland. Hier hebben de meeste collega-schrijvers nog nooit van mij gehoord. Het is misschien een beetje hetzelfde als met De Telegraaf: het is de grootste krant van het land, maar niemand heeft het ooit gelezen, begrijp je wel.”

Je hebt ook nooit een literaire prijs ontvangen.
“En dat moeten ze ook niet wagen. Dan berg je je maar, als je dat durft. Daar zijn ze nu te laat mee. Ik weet dat ik absoluut mijn best doe om goed te schrijven en mooi te schilderen. Ik sta nog steeds achter elk woord dat ik heb geschreven en elk schilderij dat ik heb geschilderd. Of nu één persoon mijn werk mooi vindt of een miljoen personen en of ze me daar nu een prijs voor geven – het interesseert me in feite ook niet. Ik ben koninklijk onderscheiden, Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw. Dat vind ik waardevol genoeg.”

Volg je de nieuwe lichting schrijvers?
“Nee. In Holland wordt de bestsellerlijst momenteel aangevoerd door literaire kwakzalvers. Daar ga ik mijn tijd niet aan besteden. Ik heb niets aan iemand die mooi kan schrijven, dat kan ik zelf ook wel, en dan nog beter ook. De schrijvers van tegenwoordig schrijven allemaal prachtige zinnen, maar ze hebben geen seconde in hun leven honger geleden, ze weten niet wat armoede is. Dan kun je ook niet goed schrijven. Ik moest altijd mijn eigen brood verdienen. Ik heb in de haven moeten werken, ik heb moeten varen, ik heb in een slachterij gewerkt. Dat is het doornige pad van de kunst. Ik schrijf alles op met hart en ziel, over wat ik heb meegemaakt en gevoeld. Zo simpel is dat.”

***

Je bent een vrouwenkenner. Waar moet een goede vrouw volgens jou aan voldoen?
Meestal zijn de vrouwen op wie ik val blond en hebben blauwe ogen. Ze moeten tegen een stootje kunnen, goed in de keuken zijn en een goede kameraad zijn. Het belangrijkste is om een goede kameraad te hebben in je leven. Mijn Babette is mijn muze, mijn grote liefde. Ik ontkom er natuurlijk niet aan dat ik in mijn verleden andere grote liefdes ben tegengekomen, daar schrijf ik natuurlijk ook over, maar dat vindt ze niet erg. Je kunt je verleden niet uit de weg gaan.”

Zijn de vrouwen veranderd in vergelijking met vroeger?
“Nee.”

Niet? Ook niet door de feministische golven?
Spottend: ‘Die zijn aan mij voorbijgegaan. In mijn kring komen geen feministen voor. Een leuke vrouw is voor mij nog steeds gewoon een lekker wijf met wie je een borrel kan drinken en met wie je goed kan lachen en de liefde mee kan bedrijven’ Lachend: ‘Waar zijn ze anders voor, zou ik haast zeggen.’

Is dat niet heel seksistisch? Je schrijft in een van je boeken bijvoorbeeld ook: ‘Een goede vrouw is onderworpen aan haar man, haar Heer en Meester’.
“Dat schrijf ik ook een beetje om te stangen, natuurlijk. Ik schreef ook dat een goede vrouw ’s ochtends als eerste opstaat en zingend in de keuken een lekker ontbijt klaarmaakt dat ze manlief op bed komt brengen met de krant opengevouwen op de sportpagina en ’s avonds in een korte rok en op hoge hakken de dampende piepers serveert. Dat vind ik nog steeds een mooi beeld. Dat is humor.”

Onlangs was er een nieuwe toneelbewerking van Turks fruit van Jan Wolkers. De makers vonden het boek achterhaald en hebben er een vrouwvriendelijker versie van gemaakt. Hoe kijk jij daarnaar?
“Dat kan toch helemaal niet? Ik doe niet mee aan die hysterie. Ik schrijf wat ik schrijven wil. Ik vind dat ik in de maat blijf, maar ik schrijf wel waar het op staat. Een lekker wijf is een lekker wijf. Ik schrijf gewoon wat het is en dat blijf ik doen. Turks fruit vond ik bij verschijning trouwens al achterhaald. Alles wat erin staat, staat al in Ik Jan Cremer.”

 

 

De smaak van… Ruud de Wild

Verschenen in Playboy 06 2019.

Ruud de Wild (50) presenteert elke werkdag tussen 16:00 uur tot 18:00 uur De Wild In De Middag op NPO Radio 2.

Sushi of stamppot?
Stamppot, omdat sushi inmiddels minder uniek is dan een ouderwetse stamppot. Ik vind het tegenwoordig trouwens heel moeilijk om aan goede en betrouwbare sushi te komen. Bij de meeste sushitenten is het echt te goor voor woorden. Als je weet wat je vreet dan stop je er gelijk mee.

Rembrandt of Vermeer?
Dan toch de grote meester, Rembrandt. Dat is de grootste held aller tijden op schildergebied. Ik bewonder hem onder meer om zijn schetsen en om zijn spannende manier van leven.

Geert Wilders of Thierry Baudet?
Ze staan allebei ver van me af, maar dan toch Geert Wilders, want die zegt tenminste nog dingen waar we om kunnen lachen. Thierry is een aardige gozer, ik kom hem vaak tegen en dan hugged hij me zelfs, maar ik vraag me soms echt af: gebruik je al die taaluitingen om indruk te maken op je vriendjes of probeer je mij een boodschap over te brengen?

Wat is het mooiste horloge ter wereld?
Een Rolex, gewoon de simpele variant. Geen diamanten, geen marktkoopmannengedrag aan mijn pols.

Wat is de mooiste auto ter wereld?
De auto waar ik in rijd, de Dodge Challenger. Er zijn heel veel meisjes die hem fotograferen. Als ik dat had geweten dan had ik hem vijf jaar eerder genomen. Hij schijnt voor te komen in Grand Theft Auto.

Wat is de beste plaat ooit gemaakt?
Africa van toto.

Bob Dylan of Mick Jagger?
Weet je wat jammer is van Bob Dylan? Al zijn goede platen zijn gezongen door iemand anders. Zelfs Duran Duran maakt van Lady, lady, lady een betere versie dan het origineel. Hij kan nu al helemaal niet meer zingen. Van Morrisson, daar wil je ook niet meer naar toe. Of Cat Stevens. Dat soort mensen moeten niet meer opgegraven worden. Laat ze gewoon lekker in het mortuarium.

Wat is het beste concert dat je ooit hebt gezien?
Ja, ik ben een paar keer mee geweest met U2, dus die keuze is niet zo moeilijk.

Wie is het grootste muziektalent van Nederlandse bodem?
Di-rect. De allerbeste nederlandse band ever. Alles klopt. De bezetting, de oprechtheid, eigenlijk alles wat een band moet hebben klopt bij ze. Het is pure rock-‘n’- roll, het zijn geen aanstellers, het zijn oprecht muzikanten. Marcel is natuurlijk een beetje een gekkie, maar alles wat hij doet, doet hij uit zijn hart. Niets is gestyled, dat vind ik zo cool.

Coen of Sander?
Ik denk dan misschien toch Coen, omdat… Nee, misschien ook wel Sander. Ik weet het niet. Ik ken ze allebei te weinig om daar een antwoord op te geven.

Nooit meer radiomaken of nooit meer schilderen?
In beide gevallen: nooit meer leven.

Wat vind je aantrekkelijk aan Olcay?
Alles, maar vooral haar oprechtheid en eerlijkheid. Zij is de eerlijkste vrouw die ik ben tegengekomen in mijn leven.

Wat is de meest irritante eigenschap van Olcay?
Die heeft ze niet.

Welk drankje drink je het liefst?
Gin-tonic.

’s Nachts kun je me wakker maken voor…
Gin-tonic.

Ik ga nooit van huis zonder…
Een flesje water.

Met welke overleden persoon zou je nog weleens een borrel willen drinken?
Met mijn moeder. Ze ging dood toen ik haar net de fax uit kon leggen, dus ik zou haar nog weleens een iPhone willen laten zien. Ik denk dat ze helemaal gek zou worden.

Welke collega mag wat jou betreft direct uit de ether verdwijnen?
Dat is niet aan mij. Er zit een knop op de radio.

Dit staat nog op mijn bucketlist:
Een wereldreis. Of die al op de planning staat? Daar laat ik me niet over uit.

Schrijversschrijvers

Van welke boeken kan een jonge schrijver iets opsteken? Nick Muller, derdejaars student Nederlandse Taal en Cultuur en redacteur bij HP/De Tijd, vroeg het vijf jaar geleden aan twintig literatoren. Onder meer Cees Nooteboom, Hanna Bervoets en Joost Zwagerman gaven advies. “Madame Bovary is een must read voor iedereen die ernst maakt met het schrijverschap.”

Verschenen in Absint, mei 2019.

Veel meer dan een knapzak met proviand en een viool had hij niet bij zich toen hij vertrok. Arnold Samuelson (1912 – 1981) had net zijn studie journalistiek afgerond aan de Universiteit van Minnesota, toen hij in het voorjaar van 1934 in de Cosmopolitan het inmiddels klassieke verhaal One Trip Across van Ernest Hemingway las. Hij werd er zo door gegrepen dat hij stante pede besloot om van zijn woonplaats Minneapolis naar het bijna tweeduizend kilometer verderop gelegen Key West te liften, de stad waar de toen al wereldberoemde schrijver resideerde. “It seemed a damn fool thing to do”, memoreert hij later in zijn boek With Hemingway: A Year in Key West and Cuba, “but a twenty-two-year-old tramp during the Great Depression didn’t have to have much reason for what he did.”

Samuelson zat een beetje vast. Hij had zijn studie afgerond, maar omdat hij weigerde om vijf dollar te betalen voor een diploma was hij niet officieel afgestudeerd. Voor de plaatselijke krant schreef hij af en toe een journalistiek stuk – al deed hij dat met lichte tegenzin. Hij wist zeker dat hij in de wieg was gelegd om grote meesterwerken te schrijven. Hij wilde niets liever dan schrijver worden, alleen het schrijven zelf lukte nog niet zo goed: hij wist niet hoe hij een verhaal op moest bouwen of hoe hij zijn personages leven in kon blazen. In een vlaag van jeugdige overmoed zag hij in de schrijver van het dan pas verschenen A Farewell to Arms zijn ideale leermeester en vertrok. Na een barre tocht – het laatste deel van de reis legde hij met gevaar voor eigen leven af op het dak van een goederentrein – kwam hij aan in Key West. De stad lag door de crisis op zijn gat. Veel sigarenfabrieken waren gesloten en veel vissers bleven aan land. Alleen de schrijvers bleven schrijven. Hemingway was aan het werk toen er iemand op de deur klopte. Hij deed open en vroeg geagiteerd: “What do you want?” Samuelson viel even stil. Hij had niet verwacht dat de schrijver zelf open zou doen. Hij nam een hap lucht, stelde zich beleefd aan hem voor en vertelde zijn verhaal: hoe hij werd getroffen door One Trip Across, dat hij zelf schrijver wilde worden en dat hij tweeduizend kilometer heeft gelift om de door hem bewonderde schrijver om advies te vragen. “Why the hell didn’t you say you just wanted to chew the fat?”, antwoordde een opgeklaarde Hemingway. “I thought you wanted to visit.”
De volgende middag was hij welkom voor advies. Hemingway zat op zijn veranda. Hij droeg een kakikleurige broek en een paar afgetrapte pantoffels en had The New York Times en een glas vuurwater binnen handbereik. Het gesprek werd al snel een college van meester tot leerling, herinnert Samuelson zich in zijn boek: “’The most important thing I’ve learned about writing is never write too much at a time’, Hemingway said, tapping my arm with his finger. ‘Never pump yourself dry. Leave a little for the next day. [-] The next morning, when you’ve had a good sleep and you’re feeling fresh, rewrite what you wrote the day before. When you come to the interesting place and you know what is going to happen next, go on from there and stop at another high point of interest. That way, when you get through, your stuff is full of interesting places and when you write a novel you never get stuck and you make it interesting as you go along’.” Ook adviseerde hij hem om veel klassiekers te lezen, omdat je zeker weet dat die de tand des tijds hebben doorstaan. Bij hedendaagse schrijvers is dat nog maar de vraag. Aan het eind van de middag – waar overigens de kiem werd gelegd voor een innige vriendschap – schreef de meester een leeslijst waar zijn gulzige leerling zijn voordeel mee kon doen. Op die lijst staan onder meer Oorlog en Vrede van Leo Tolstoj, Madame Bovary van Gustave Flaubert en Dubliners van James Joyce.

We maken een sprong in de tijd. Het is exact tachtig jaar later. Key West ligt door een economische crisis opnieuw op zijn gat – de geschiedenis blijft zich altijd herhalen. Een tweeëntwintigjarige, pas afgestudeerde journalist met schrijfambities leest het verhaal over de ontmoeting tussen Arnold Samuelson en Ernest Hemingway. Hij wil ook beter leren schrijven en bedenkt daarom een list. Voor het blad waarvoor hij werkt maakt hij een rubriek waarin hij twintig door hem bewonderde schrijvers om advies vraagt. Met welke boeken kan een jonge schrijver zijn voordeel doen? Het is als een literaire interviewserie verpakt, maar stiekem is hij zelf gewoon op zoek naar een duwtje in de goede richting. Tot zijn grote vreugde werkt iedereen mee. Verderop staat een selectie van de boeken die zijn genoemd; wie even googelt op ‘WritLit’ vindt alle adviezen en leeslijsten die destijds zijn gepasseerd.
Drie adviezen zijn hem bijgebleven. Jan Cremer zegt dat je als schrijver allereerst een rotsvast vertrouwen in jezelf moet hebben. “Ik vind dat elke schrijver de dwingende ambitie moet hebben om ‘de beste schrijver ter wereld’ te worden, anders moet je meteen de pen neerleggen, de schrijfmachine in de hoek gooien, de computer bij het grofvuil zetten en het schrijfgerei nooit meer aanraken. Geen valse bescheidenheid, weg met dat calvinistische vitriool. Geloof in jezelf, denk écht dat je de Nobelprijs waardig bent, en zet de champagne klaar ten tijde van de uitreiking (zoals een enkele schrijver doet.)”
Hanna Bervoets schrijft dat je alleen moet lezen wat je zelf goed vindt. “Laat je leeslijst alsjeblieft niet bederven door de opgelegde smaak van anderen. Lijstjes als deze moet je altijd wantrouwen: ze dienen niet zelden om de auteur van een belezen, kritisch danwel intelligent imago te voorzien. In mijn lijst staan tien boeken die ik mooi vond. Ga gerust verder in The Hunger Games als je ze niets vindt.”
Cees Nooteboom geeft ten slotte misschien wel het beste advies: volg je instinct. “Algemene, niet gevraagde raad aan de jonge schrijver: ga op reis. Neem een goedkoop vliegtuig naar een armzalige hoofdstad, ga naar het busstation en begin maar ergens. Ooit vroeg ik in een vlaag van jaloezie aan Rüdiger Safranski, die mij steeds verbijstert door zijn enorme belezenheid: ‘Wanneer heb je dat allemaal gelezen?’ Zijn antwoord: ‘Toen jij met al je reizen in het boek van de wereld gelezen hebt.’ Lees trouwens zijn biografieën van Nietzsche en Schopenhauer, daar kun je heel wat eigentijdse glorieboeken voor laten liggen. Tweede ongevraagde raad: lees poëzie. Poëzie waagt zich verder in het domein van de taal dan het meeste proza, daar kun je je voordeel mee doen. Ik las in de lijst van Joost Zwagerman: stijl is alles. Ik las ergens bij mezelf: ‘Stijl is het eerste dat bederft.’ Ook ik vind dat stijl belangrijk is. Maar stijl is niet alles. Schrijven is organisatie. En er is ook zoiets als ervaring van de wereld. Niet iedereen heeft daar evenveel van nodig. Volg je instinct.”

Die tweeëntwintigjarige, pas afgestudeerde journalist was ik. Na het maken van deze rubriek was er niets meer over van mijn schrijfambities. Ik vind mezelf niet de beste schrijver van de wereld en heb niet het idee dat ik de wereld kan veranderen met een nog te schrijven roman. Ik heb inmiddels redelijk wat gelezen, ook van de boeken die werden genoemd, en die leeservaringen sterken mijn idee. Bij elk boek dat ik dichtsla, denk ik: je moet wel erg hoogmoedig zijn om te denken dat je dit kunt overtreffen. Ik ben dus geen schrijver. Ook dat is een waardevolle les.
Arnold Samuelson bleek trouwens ook niet het literaire genie dat hij hoopte te zijn. Op internet is er nauwelijks iets over hem te vinden. Het enige wat rest zijn een handvol artikelen over zijn avontuurlijke trip naar Key West.
De meeste schrijvers zijn lezers, maar de meeste lezers zijn geen schrijvers. Het is een harde waarheid voor zachte jongenszielen zoals die van ons. Ik geloof ook niet dat je schrijver kunt worden; een schrijver ben je of je bent het niet. Als je een schrijver wilt worden dan ben je het blijkbaar niet. Hemingway wist altijd al dat hij een groot schrijver was. Daar helpt – om maar eens een andere grote schrijver te citeren – geen moedertjelief aan. /

Kaderteksten

Kees de Jongen (1923)
Theo Thijssen (1879 – 1943)

Remco Campert: “Een ontroerend boek over de dromen en de werkelijkheid van een Amsterdamse jongen. Helder en in ‘gewone’ taal geschreven, wars van de toenmalige literaire conventies. Dit boek kon wat mij betreft ook gisteren geschreven zijn.”

Madame Bovary (1856)
Gustave Flaubert (1821 – 1880)

Joost Zwagerman: “Een must read voor iedereen die ernst maakt met het schrijverschap. Van Flaubert leer je zorgvuldig en effectief formuleren; iedere zin uit dit boek staat er fier gebeeldhouwd bij. En wat is Emma Bovary nu eigenlijk voor een vrouw? Een smachtende romantische en zinnelijke vrouw of een eeuwig ontevreden zeurwijf uit de kleinburgerij? Allebei misschien – dat is het raadselachtige.”

Le premier homme (1960)
Albert Camus (1913 – 1960)

Nelleke Noordervliet: “Het eerdere werk van Camus opende in mijn tere jongemeisjesjaren een wereld van onafhankelijk denken en goed schrijven. De mens in opstand verwoordde begin jaren zestig voor mij precies mijn levensgevoel: het leven heeft geen zin of betekenis, maar laten we er iets rechtvaardigs van proberen te maken. [-] Le premier homme [-] is het verhaal van een jongen uit een achterbuurt van Algiers, die het tot winnaar van de Nobelprijs voor de Literatuur schopt. From rags to riches. Het is een met veel liefde geschreven portret van een familie en een gemeenschap die door de Algerijnse onafhankelijkheidsstrijd in een precaire positie terechtkwam.”

Villa des Roses (1913)
Willem Elsschot (1882 – 1960)

A.L. Snijders: “Terwijl ik Villa des Roses herlees, legt een beoefenaar van de vergelijkende literatuurwetenschap me uit dat je een Engelse roman van honderd jaar geleden zonder problemen kunt lezen, spelling en stijl zijn niet veranderd. Vergelijk dat eens met onze literatuur uit die tijd, hopeloos verouderd. Ik kijk naar Villa des Roses, in Rotterdam geschreven in 1909, de taal is nieuw gebleven, het boek is gisteren geschreven.”

Bezoek van een knokploeg (2010)
Jennifer Egan (1962)

Hanna Bervoets: Veelgeprezen én gehypte verhalenbundel over de Amerikaanse muziekscene, vooral fantastisch vanwege de stijl. Ieder hoofdstuk wordt verteld vanuit een ander perspectief, en volgens sommige recensenten slaat Egan steeds een compleet andere toon aan. Maar eigenlijk is dat niet zo. Je blijft Egan – als auteur – door de zogenaamd zo verschillende stijlen heen lezen; zoals je iemand nog steeds herkent wanneer hij zijn gezicht heeft geschminkt. Gelukkig maar, Egan schrijft intelligent maar met compassie voor haar hoofdpersonages, schakelt moeiteloos van slapstick naar sentiment.

Tegen de keer
(1884)
J.-K. Huysmans (1848 – 1907)

Jan Siebelink: “Ik las het voor het eerst als twintigjarige en mijn leven veranderde. Zo’n boek had ik niet eerder gelezen. Het voerde mij een wereld binnen die ik niet kende, die van het kwaad, de decadentie, het symbolisme. In deze roman wordt het kwaad geprezen, de mens tot op de bodem gepeild, worden de grenzen van de kennis verlegd, en dat alles in een werkelijk verblindende stijl die in Nederland min of meer aan Couperus doet denken.”

The Catcher in the Rye (1951)
J.D. Salinger (1919 – 2010)

Herman Brusselmans: “Salinger kan met een grote eenvoud de belangrijke thema’s des levens verwoorden, maar het is een bedrieglijke eenvoud: bijna niet na te doen. The Catcher In The Rye is het ultieme puberboek, maar overstijgt dat genre: eenieder kan er een les uit trekken. Deze les is dezelfde als die bij Reve: het leven is niks, maar we moeten erdoorheen.”

Rudi Fuchs: ‘Wat je niet kunt zeggen, kun je ook niet zien’

Kunsthistoricus en oud-museumdirecteur Rudi Fuchs (77) stelde de tentoonstelling Licht in kleur – Edgar Fernhout samen voor Museum Kranenburgh in Bergen (NH). Wat leest, luistert en ziet hij in zijn vrije tijd?

Interview in het juninummer van HP/De Tijd. (2019)

BOEKEN
“Ik lees heel veel door elkaar heen, maar het zijn meestal gedichten die ik lees. Daar krijg ik geen genoeg van. Gedichten hebben mij altijd geholpen om naar kunst te kijken. Mijn leermeester, hoogleraar Henri van de Waal, heeft mij geleerd: wat je niet kunt zeggen, kun je ook niet zien. Hij bedoelde daarmee dat je de taal los moet maken in je hoofd om onder woorden te kunnen brengen wat je ziet. En dat losmaken – dat heb ik van begin af aan zo gevoeld – doe je door gedichten te lezen. In allerlei talen. Zelfs ook talen die je niet begrijpt. Daardoor leer je klanken kennen. Je komt er ook achter dat een woord naast elk ander woord kan staan. Je kunt zeggen dat iets ‘strak rood’ is, ‘broeiend rood’ of ‘kokend rood’ – ik noem maar wat. Het kan alles zijn. Dat geldt ook voor kunstwerken. Elk kunstwerk kan naast elk ander kunstwerk hangen. Zie je trouwens dat schilderij dat daar hangt? Dat is van Arnulf Rainer. Ik kijk daarnaar zoals ik ook naar een zin kijk als ik aan het schrijven ben. Je kunt schrijven: ‘Het is warm vandaag’, ‘Vandaag is het warm’ of ‘Het is vandaag warm’. Zo kun je ook naar dit schilderij kijken. Dat zwart, valt dat nu of zweeft het? Of allebei tegelijkertijd? Of misschien is het wel zo dat het bruin valt en het zwart blijft hangen. Ik schrijf om te kijken en ik kijk om te schrijven.”

THEATER
“Ik zei net dat poëzie de woorden losmaakt die je kunt gebruiken om kunst te beschrijven, maar theater maakt de ruimte los die je kunt gebruiken om kunst te presenteren. Een gemiddelde museumzaal is strontsaai. Het is altijd wit. Ik ben als museumdirecteur een van de eersten geweest die de muren verschillende kleuren heeft gegeven, die schilderijen hoger en lager ging hangen en die het aandurfde om verschillende kunstwerken door elkaar heen te hangen. Ik weet nog dat ik in de tijd als directeur van het Van Abbemuseum in Eindhoven een zaal moest inrichten. Ik had een werk van Sol Lewitt aangekocht, ik had een grijs kwadraat van Charlton en daar moest nog iets bij. Toen heb ik daar een Mondriaan uit 1930 bij gehangen. Mijn collega’s vonden dat raar, hoe kun je dat doen, maar ik vond het gewoon mooi. Ik meende dat die werken elkaar juist verscherpten door ze naast elkaar te hangen. Niets is te gek. Kijk eens naar het schilderij van Arnulf Rainer waar ik het net over had. Dat hangt niet in het midden van de muur, dat hangt schuin boven de haard. Dat rode vierkant van Steven Aalders is bewust daar op de grond geplaatst. Dat vind ik wel leuk. Het spelen met dat ophangen en neerzetten, met die mise-en-scène, heb ik geleerd bij het theater. Eind jaren zestig kwam ik in contact met Jannis Kounellis. Via hem kwam ik in contact met regisseur Carlo Quartucci, de oprichter van theatergroep Camion. Samen met zijn vrouw Carla Tatò, die we altijd ‘La Spectacola’ noemden vanwege haar enorme bos haar, was hij drijvende kracht van het gezelschap. Ze speelden moderne theaterstukken van schrijvers als Luigi Pirandello en Samuel Beckett. Mijn rol was om af en toe iets voor het gezelschap te schrijven. Kounellis zorgde voor het beeld bij de voorstellingen, dat natuurlijk net zo belangrijk is als de tekst. Deze groep mensen had het idee dat ze een gezamenlijk kunstwerk maakten met taal, muziek, kleur, vorm en beeld. Al die verschillende kunstvormen versterkten elkaar.”

BEELDENDE KUNST
“Ik kom nog af en toe in het Stedelijk, maar met gemengde gevoelens. Er zijn een paar mensen van mijn oude team aan wie ik ben verknocht, maar die zie ik zo ook wel. Als ik daar kom, word ik met grote eerbied ontvangen, dat wel, maar het is me te stijf geworden, te formeel, ook de tentoonstellingen. Alles wordt wetenschappelijk dichtgespijkerd. Niets mag meer. Alles is verboden. Drie jaar geleden werd ik door het museum uitgenodigd om een tentoonstelling te maken waarin ik terugkijk op mijn loopbaan als museumdirecteur en tentoonstellingsmaker. Ik was daar aanwezig om de werken op te hangen, maar ik mocht ze niet aanraken – kunstwerken die ik nota 2 Locatie, Auteur bene zelf had aangekocht. Ik wist niet wat ik hoorde. Heb jij weleens een kunstenaar gezien die zijn eigen werk met 4 handschoenen aanpakt? Ik niet. Het depot is ook een probleem. Vroeger zat dat gewoon in de kelder van het museum. Als je iets nodig had, dan liep je even naar de kelder en dan haalde je het op – alsof je iets uit de ijskast pakt. Het depot is nu bij de westelijke haven. Daar moet je dus eerst al naartoe als je een werk wilt hebben, dan moeten die werken volgens de nieuwe kunstpolitie ook nog eens op allerlei manieren worden verpakt en gecontroleerd en vervolgens ook nog eens met speciaal vervoer naar het museum worden gebracht. Het duurt minimaal een week voor je een schilderij hebt. Ik vind dat oprecht een groot probleem. De ruimte waar toen die tentoonstelling werd gehouden, is nu een zaal waarin stukken uit het depot worden tentoongesteld. Beatrix Ruf (de toenmalig directeur van het Stedelijk – red.) had aan Rem Koolhaas gevraagd of hij metalen schuifwanden wilde ontwerpen zodat je een dynamische ruimte krijgt. Dat heet nu Stedelijk Base. De wanden blijken echter zo zwaar dat je ze nauwelijks kunt bewegen. En de werken die er hangen, hangen er al vanaf het begin. Vroeger veranderden we soms maandelijks de mise-en-scène, hier is die al twee jaar hetzelfde. Je kunt die zaal bij een volgend bezoek dus rustig overslaan.
“Ik heb zo veel kunstwerken gezien in mijn leven – ik heb bijna te veel gezien. Daarom ga ik ook niet zo vaak meer op reis. Het idee dat ik naar Parijs zou moeten… Wat moet ik daar doen? Ik heb alles daar al honderd keer gezien. Ik kan wel nog steeds ontroerd raken door kunst. Dat gebeurde onlangs bijvoorbeeld toen ik dat rode vierkant van Steven Aalders zag. Ik raakte ontroerd door de eenvoud van dat vierkant. Ik moet ineens denken aan een van de eerste ervaringen die ik met kunst heb gehad. Als jongetje van een jaar of veertien zag ik Compositie in wit en zwart van Piet Mondriaan voor het eerst. Ik begreep meteen dat het iets heel bijzonders was waar ik naar keek. De meeste mensen die er voorbijlopen, denken dat ze kijken naar een paar zwarte lijnen op een wit vlak. Het zijn geen lijnen. Het zijn rechthoeken. Van de witte rechthoeken is geen een hetzelfde. Ook de zwarte rechthoeken verschillen allemaal van lengte en breedte. Je moet kijken. Pas dan zie je het.”

De smaak van… Gerard Spong

Verschenen in Playboy 05 2019.

Mr. Gerard Spong (72) is een van de bekendste advocaten van het land. Tot en met eind mei is hij nog in diverse theaters te zien met zijn theatercollege In Vertrouwen.

Sushi of stamppot?
Stamppot.

Aardbeien of kersen?
Aardbeien. Goede, zoete aardbeien herken je aan de hoogte van het groene kroontje. Hoe hoger dat kroontje van de aardbei is verwijderd, des te zoeter de aardbei is. De Lambada is top.

Ik ga nooit van huis zonder…
Mijn horloge en mijn iPhone.

Wat vindt u de mooiste auto ter wereld?
Mijn Rolls-Royce Phantom VIII.

Wat vindt u het mooiste horloge ter wereld?
Breguet. Ik heb vier verschillende modellen die ik afwisselend draag.

Waar geeft u veel geld aan uit?
Aan de aflossing van mijn hypotheek.

Wat is het gekste dat u voor uw hond heeft gekocht?
Een tuigje en een riempje ter gelegenheid van (toen nog) Koninginnedag. Het was bij Koko von Knebel in de Reestraat. Ik had niet naar de prijs gekeken, maar toen ik wilde afrekenen bleek het godbetert €320 te kosten. Maar ja, ik vond hem zo mooi en het stond hem zo goed dat ik het maar heb gedaan, al voelde ik me wel een beetje afgezet.

Welk drankje drinkt u het liefst?
Ik drink weinig alcohol, maar als ik een keer iets drink dan is het een rode bordeaux.

Toga of harp?
Een toga is verplicht, daar kan ik niet onder uit, en harp spelen doe ik uit vrije wil.

Lilian Marijnissen of Rob Jetten?
Rob Jetten. Hij heeft mijn politieke voorkeur boven Lilian Marijnissen, want die is van een hele linkse partij en dat ben ik niet.

Wat is uw grootste ondeugd?
Mijn grootste ondeugd is mijn ongeduld. Ik ben zeer ongeduldig van aard, ik heb liever de dingen direct gedaan.

Wat is het grootste misverstand dat er over u bestaat?
Dat ik een griezel zou zijn. Dat zeggen heel veel mensen als ik weer eens over een bepaalde zaak in de publiciteit ben geweest. Ik krijg ook regelmatig e-mails van die strekking.

Welke zaak had u graag willen doen?
De zaak van Michael Cohen, de voormalig persoonlijk advocaat van Donald Trump die nu tegen hem getuigt. In die zaak staat allereerst de precaire verhouding tussen een advocaat en zijn cliënt centraal. Je ziet vaak dat advocaten het slachtoffer worden van het syndroom van – wat ik maar noem – to please the client. De vraag is dan: hoe ver ga je daar in. Heeft deze advocaat misdrijven gepleegd ter wille van zijn cliënt? Daarnaast is zijn voormalige cliënt nu de president van de Verenigde Staten. Een zittende president kan niet veroordeeld worden, maar er gaan nu ook stemmen op om de president niet boven de wet te stellen.

Door wie zou u zichzelf laten verdedigen: Peter Plasman of Theo Hiddema?
Peter Plasman, maar ik zeg er ook bij: het hangt af van het misdrijf waarvan ik beschuldigd word. Als ik beschuldigd zou worden van fraude en/of moord dan zou ik een andere keuze maken.

Dit is de meest bevallige actrice die ik ken…
Ik heb verschillende actrices die ik goed en bevallig vind, maar laat ik kiezen voor Hanna Schygulla.

Welk nummer heeft u als laatst ontdekt?
Ik was naar Eurovision In Concert 2019 in AFAS Live. Dat vond ik overwegend allemaal bagger, maar ik vond het liedje van Ierland wel leuk.

’s Nachts kun je me wakker maken voor…
Voor seks. (lacht) Nee, nee, dat is een grapje, want ik denk dat mensen mij helemaal niet wakker moeten maken ’s nachts. Zeker niet sinds ik sinds kort een fantastisch nieuwe boxspring heb. Daar slaap ik als een roos op.

Heeft u weleens iets strafbaars gedaan?
Jawel, ik heb weleens een keertje te hard gereden. Voor het overige ben ik geen misdadig persoon.

Heeft u weleens drugs gebruikt?
Ik heb in mijn studententijd weleens een joint gerookt. Daarna ook nog weleens een hele enkele keer, maar in de afgelopen 25 jaar niet.

Met welke bekende overleden persoon zou u nog weleens een borrel willen drinken?
Gerrit Komrij, met wie ik bevriend was. Ik zou hem zeggen dat ik nog steeds erg onder de indruk ben van zijn boeken.

Suits of The Good Wife?
The Good Wife. Suits is mij veel te zoetsappig. The Good Wife is in een aantal opzichten veel vileiner en een aantal advocatuurlijke dilemma’s komen veel beter uit de verf dan in Suits.

Welk programma mag van u per direct van televisie verdwijnen?
Dat is een hele moeilijke vraag, want ik kijk heel weinig televisie, dus ik weet het eigenlijk niet.